Wat-er-is, beeld van Marcel Ruygrok, Ganzenheuvel (maart 2024)
Waarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg: in ieder geval komt de Ganseheuvel als naam voor in 1410: “Aan deze straat is een plaatsje gelegen, dat vroeger Palmboom genoemd werd, naar een aanzienlijk huis, later logement (1629 tot omstreeks 1825). In 1629 kocht Gerard Palmerts het huis, dat tot 1715 in het bezit van zijn familie bleef.” (Teunissen 1933)
In de jaren 50 werden de panden in de driehoek van de Ganzenheuvel, de Lange Hezelstraat en ’t Heuveltje afgebroken. Daarop besloot de gemeente in 1954 deze nieuwe openbare ruimte tevens Ganzenheuvel te noemen.
Anno 2025 is het pleintje met haar terrassen een belangrijke plek voor de horeca.
Deze pagina verzamelt reeds verschenen berichten over de Ganzenheuvel.
In de Plooi
2024 Sander Dolstra en Maurice Broekhoff
De plooijeren, muurschildering Sander Dolstra en Maurice Broekhoff (oktober 2025)
In 2024 maakten Sander Dolstra en Maurice Broekhoff een van de Waalpaintings. Hierop zijn de zogenaamde Plooierijen verbeeld. Links staat schipper Willem Vonck afgebeeld, rechts burgemeester Willem Roukens.
Wat-er-is, beeld van Marcel Ruygrok, Ganzenheuvel (maart 2024)
“Dit kunstwerk bestaat uit een watertafel, waarvan de poten zijn gevormd uit de letters WAT ER IS. Dit is een combinatie van letters, waarmee je verschillende woorden en zelfs zinnen kunt vormen (‘water is’, ‘wat er is’, ‘wat is er’, ‘is er wat’).”
“De watertafel en de putten zijn uitgevoerd in gebronsd messing. De kunstenaar geeft de voorkeur aan dit materiaal, omdat het onder invloed van verschillende weersomstandigheden telkens een ander karakter vertoont.”
2 Putten
Bij deze Wat Er Is horen ook 2 putten: op deze plekken zijn resten gevonden van 2 historische waterputten gevonden bij de herinrichting van het plein. (Marcel Ruygrok)
Op een van de putten staat: “Cedo Nulli”, oftewel: ik wijk voor niets/niemand. De Romeinen gebruikten deze spreuk om indringers angst aan te jagen. Daarbij verwijst de spreuk naar het Romeinse verleden. “Maar tegelijkertijd beschrijft deze spreuk ook een typische eigenschap van water: water zoekt zijn eigen weg en gaat zijn eigen gang.”
Afkoppeling regenwater
Met dit kunstwerk wordt tevens aandacht gegeven aan het afkoppelen van regenwater, net als de Bedriegertjes bij het Koningsplein en de Cascade aan de Stikke Hezelstraat. Dit afkoppelen was een van de speerpunten van het Nijmeegse Waterplan. Bij de Grote Markt wordt het regenwater uit de omgeving opgevangen en wordt door deze cascade verplaatst, waarbij de watertafel van Wat Er Is het eindpunt is.
Vrouwen in Verzet
Vrouwen in Verzet, Ganzenheuvel (oktober 2024)
De muurschildering laat het belang van de vrouwen in het verzet zien door middel van 3 verzetstrijdsters:
In deze Waalpainting staan drie Nijmeegse verzetsvrouwen centraal:
Priemstraat 1 De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam. Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd. 1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw In 1897/1898 vindt een…
Links de Ganzenheuvel. Rechts daarvan sigarenwinkel La Rosa Habanera, RAN dateert deze foto op 1900 (maar zal een benadering zijn), Noviomagus op 1906 (RAN D236)
In het park staat een bronzen beeld van Petrus Canisius. Dit is een werk van Toon Dupuis uit 1927. Naar aanleiding van het eeuwfeest van de Jezuïeten (voluit Sociëteit van Jezus geheten) in 1914, wilde Nijmegen uit dankbaarheid een beeld oprichten van Petrus Canisius. Daarvoor begon een inzamelingsactie.
Petrus Canisius (1521-1597) was een theoloog en de eerste Jezuïet van Nederland. Het werd in 1864 zalig verklaard en in 1925 heilig. In 1925 kreeg hij daarbij de eretitel van kerkleraar van paus Pius XI. Naar aanleiding van de heiligverklaring werden in Nederland verschillende Canisiusfeesten georganiseerd. Dit zorgde tevens voor een nieuwe impuls om een standbeeld op te richten.
Toon Dupuis
Standbeeld van Petrus Canisius ontworpen door Toon Dupuis, foto gedatereerd 1924 (F65889 RAN)
Daartoe werd een prijsvraag uitgeschreven en aan een van de inzenders, Toon Dupuis, werd de opdracht verstrekt in het voorjaar van 1926. Het werk is gegoten bij Fonderie Nationale des Bronzes, Saint-Gillis. Op pinkstermaandag 6 juni 1927 werd het beeld op een kunstmatige heuvel in het park geplaatst.
Antonius Stanislaus Nicolaas Ludovicus Dupuis (Antwerpen, 18 februari 1877 – Den Haag, 13 oktober 1937) was een Nederlandse beeldhouwer en medailleur. Oorspronkelijk was hij van Belgische afkomst, maar werd in 1908 genaturalieerd.
Hij maakte tevens een borstbeeld van W.H. Nolens ter gelegenheid van zijn 40-jarig priesterfeest. Deze staat (of stond, daar ben ik niet zeker van) in het Katholiek Documentatie Centrum.
Het beeld is meer dan levensgroot, waarbij Canisius met zijn rechterhand op de leuning van een zogenaamde “curulische zetel” steunt. Met zijn linkerhand maakt hij een zegenend gebaar.
Met het zegenend gebaar is nog iets meer aan de hand. Deze vondst en foto van Hans van Meteren vind ik te leuk om ‘m over te nemen, daarom verwijs ik hier naar zijn site.
Het opschrift van de granieten sokkel luidt: ”
GEBOREN TE NIJMEGEN 8 MEI 1521
GESTORVEN TE FREIBURG 21 DECEMBER 1597
HEILIG VERKLAARD EN TOT KERKLERAAR VERHEVEN 21 MEI 1925″.
Locatie bij de Canisiussingel
Het standbeeld van Petrus Canisius in het Hunnerpark (Hunerpark), gemaakt in 1927 door beeldhouwer Toon Dupuis (Antwerpen, 18-03-1877 – Den Haag, 13-10-1937), 1929-1931 (I.J. Glaser via F91308 RAN)
Hoewel nog niet verder onderzocht, zal de plaatsing van het beeld in de omgeving van de Canisiussingel een logische zijn. Grappig detail daarbij is dat de straat officieel St. Canisiussingel heet sinds 1881. Dus 40 jaar voordat Canisius heilig werd verklaard. De gemeenteraad wilde uiteindelijk een aansprekende straat naar hem vernoemen, nadat het voorstel eerst was dat de huidige Van Welderenstraat zijn naam zou dragen. Om duidelijk maken welke “Canis” werd bedoeld, koos de gemeenteraad met 10 tegen 7 stemmen om hier “St” voor te zetten.
Rijksmonument
Het beeld is een Rijksmonument sinds 2007. Als waardering:
“van kunsthistorisch belang als goed en gaaf voorbeeld van een standbeeld uit de tweede helft van de jaren twintig, die opvalt vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het standbeeld in samenhang met de monumentale, Art-Decoachtige sokkel; van stedenbouwkundige waarde als karakteristiek onderdeel van het Hunnerpark. Het beeld staat op de oorspronkelijke plek, op een terp in het park en is daardoor beeldbepalend vanaf de aan- en oprit naar de Waalbrug en vanaf de Sint Jorisstraat; van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van het katholieke verleden van Nederland, als monument voor een zestiende-eeuwse Nijmegenaar die werd heiligverklaard in een belangrijke periode van de emancipatie van het katholieke volksdeel.”
Voormalige Daniëlskerk architect L.J. de Bruijn, huidige situatie (maart 2023)
De Maria ten Hemelopnemings kerk, ook wel Daniëlskerk genoemd, is ontworpen door de architect Lambert (L.A.J.) de Bruijn. Het is het enige kerkgebouw in de functionalistische stijl van Nijmegen. Het deed van 1962 tot 1999 dienst als kerk.
Daarna volgde een omvangrijke verbouwing als vestiging voor de Driestroom: een thuis voor gehandicapte jongeren die zoveel mogelijk zelfstandig kunnen leven. Daarnaast een kinderdagverblijf en dagbesteding voor moeilijk lerende kinderen. Het woongedeelte werd in 2019 opgeheven en is momenteel gebruik als noodopvang voor Oekraïense vluchtelingen.
De kerk
Straatbeeld, beginjaren zestig met links de pas voltooide Maria ten Hemelopnemingkerk (architect L.A.J. de Bruijn) en de kruising met de Boksdoornstraat (links) en Kaaplandstraat (rechts). Op het einde van de straat, achteraan, de witte boerderij van de familie Cornelissen en de links naastgelegen (donkere) van de familie Van de Water, 24/7/1962 (Fotopersbureau de Gelderlander F20107 RAN auteursrechthouder J.F.M. Trum CC-BY-SA)
Lambert de Bruijn ontwerpt in 1959 de kerk Maria ten Hemelopneming, die vooral bekend is als Daniëlskerk in de wijk Heseveld. Het komt te liggen aan een plein met een wekelijkse markt. De architect was toen nog deels werkzaam bij het architectenbureau Benning en Fokker uit Nijmegen.
De parochie Maria ten Hemelopneming was in 1956 opgericht. Zij was daarbij een afscheiding van de St. Antonius Abtparochie van Neerbosch: de kerk aan de Dennenstraat begon te klein te worden voor het aantal gelovigen. Aanvankelijk werd in 1956 een noodkerk gesticht, welke zich aan de Kaaplandstraat bevond. Een afbeelding hiervan is bij het RAN weergegeven.
De Bruijn in een interview in 1997: “Dat kun je je nu moeilijk meer voorstellen, maar de parochie was in die beginjaren een bloeiende gemeenschap met ontzettend actief jeugdwerk en verschillende koren. De bouwpastoor zag de bui toen al hangen. Ik kreeg opdracht om een kerk met duizend zitplaatsen te ontwerpen. Hij zei: “Maak er maar zevenhonderd van, het kerkbezoek gaat teruglopen”. Het bisdom wilde echter 1.000 plaatsen.
De aanbesteding van de kerk vond plaats op 9-5-1961. Op 29-9-1962 kon de kerk worden ingewijd. Het is daarmee het laatst gebouwde grote naoorlogse kerk in het bisdom Den Bosch. De kerk zou tot 1999 in gebruik blijven.
Functionalistisch
Voor de kerk zijn moderne materialen gebruikt als staal, beton, glas en aluminium. Allereerst valt de gevel op: een ronde vorm, opgebouwd uit betonnen prefab platen met glasstroken. Daartussen zijn 3 betonnen banden aangebracht. In de onderste strook waren een aantal van de in totaal zestien kruiswegstaties aangebracht.
De ronding wordt afgesloten door twee zijwanden, die bestaan uit schoon metselwerk. Ook de toren is in staal opgetrokken.
Naast de kerk zijn een sacristie en pastorie gebouwd.
Het is het enige kerkgebouw van Nijmegen in de zogenaamde “functionalistische” stijl.
In de functionalistische stijl gaat het om de gedachte dat bij het ontwerp gericht moet zijn op de functie van het gebouw. De vorm, hoe het gebouw er uit ziet, volgt deze functie: “form follows function”. Bij een kerk staat de dienst centraal. De priester en het altaar moeten daarom goed zichtbaar. Daarom koos de Bruijn voor een ronde vorm, waarbij kerkgangers maximaal 15 meter van het altaar zaten. De vloer liep licht op en er waren geen pilaren, die het zicht konden belemmeren.
Het functionalisme komt daarnaast tot uiting in:
De beperkte versiering
De kolommen van de constructie zijn in de kerkzaal zichtbaar. Wel zijn de stalen stalen
liggers met daarop de dakvloer aan oog onttrokken door een schrotenplafond.
Staalconstructie
Een opvallend kenmerk van de kerk is dat het dak een staalconstructie heeft. Waar na de oorlog staal volop werd gebruikt voor de muren, is een stalen constructie voor het dak zeldzaam.
Kruiswegstaties
De kruiswegstaties zijn gemaakt door de kunstenaar Ted Felen. Een van de afbeeldingen is hier te zien.
Architect de Bruijn
Lambert de Bruijn is geboren op Nijmegen 23-6-1921. Hij overlijdt op 4-9-2010 te Beek-Ubbergen. Hij was getrouwd met Joanna Ruijs. In De Gelderlander 22/6/1945 kondigen ze de verloving aan (Joanna is dan geschreven als Johan).
De laatste jaren woonde hij in Ooij. Hij overlijdt in verpleeghuis Kalorama, waar hij al enige tijd verbleef. Zijn initialen zijn L.A.J., hoewel op het bidprentje alleen Lambert staat vermeld. Bij zijn overlijden schrijft Henk Baron (met foto van Lambert de Bruijn): “Dit weekend (4 september) is de architect Lambert de Bruijn uit Ooij overleden. Dhr. de Bruijn woonde, samen met zijn vrouw sinds een aantal jaren in Ooij. Ze waren erg betrokken bij de bevolking en het Ooijse verenigingsleven.”
Op dit moment is het enige andere gevonden werk de zuidvleugel van Augustijnendreef 15 te Eindhoven 1995-1996.
Van dreiging sloop naar Monumentenstatus
Sloop dreigt
Eind jaren 90 kondigt het bisdom Den Bosch aan dat ze de kerk wil slopen: het aantal kerkgangers is terug gelopen en daarmee is tevens het onderhoud niet meer betaalbaar. Vanuit projectontwikkelaars was er interesse om hier duurdere koopwoningen neer te zetten. Het schrikbeeld daarbij was “Vissers in de kerk”: de meubelzaak die in de jaren 70 de Heilig Hartkerk in de Krayenhofflaan zou betrekken. Dan liever sloop, volgens het bisdom. En ook volgens architect de Bruijn, die de kerk graag behouden ziet voor een maatschappelijke functie: “Ik zou graag zien dat de kerk behouden blijft, maar niet tot elke prijs.”
Protest
Vanuit een aantal kanten kwam protest. De dochter van L.A.J. de Bruijn weet samen met omwonenden de sloop van de kerk te voorkomen. Ook de Historische Vereniging Numaga en de Bond Heemschut overtuigden de gemeente dat er geen sloopvergunning voor het pand mocht komen. Bij veel buurtbewoners ligt de kerk na aan het hart. En het gebouw is de enige kerk in de functionalistische stijl.
Aanwijzing monument
Daarop wijst de gemeente de kerk in 1999 aan als gemeentelijk monument, waarmee de sloop is afgewend. Feitelijk is dit bijzonder, aangezien een gebouw pas na 50 jaar de status van monument kan krijgen.
Driestroom
Vanaf 2007 betrekt de Driestroom het gebouw. Vanaf moment heet het gebouw de Daniël.
De Driestroom is al gauw geïnteresseerd om hier een vestiging te openen. Deze stichting heeft als doel ondersteuning te bieden aan mensen met een verstandelijke beperking in de regio Arnhem-Nijmegen.
Daarop kreeg de kerk een nieuwe bestemming voor een maatschappelijke functie. Daarbij is de grote kerkzaal, die plaats had voor 1000 personen, verkleind. Er komt een thuis voor gehandicapte jongeren die zo veel mogelijk zelfstandig kunnen leven. Daarnaast een kinderdagverblijf en kinderdagbesteding voor moeilijk lerende kinderen. De grote centrale hal kan gebruikt worden voor buurtactiviteiten.
Portaal was bereid onrendabel te investeren. Daarnaast werd het project werd financieel mogelijk door op het terrein van kerk 14 koopwoningen te bouwen. Tevens droeg Portaal bij aan de verbouwing van de binnenruimte, omdat deze een buurtfunctie zou krijgen. Ook werden er sponsors gevonden, waaronder Volksbelang.
Verbouwing 2007
Voordat Portaal het gebouw van het bisdom overneemt, laat ze door K3 Architecten onderzoeken of een verbouwing naar een gebouw voor jonge gehandicapten. Portaal had eerder samengewerkt met K3 Architecten bij de verbouwing van de Onze Lieve Vrouwekerk in Arnhem. Hiervoor had het bureau de Heuvelinkprijs gewonnen. Portaal kocht het pand in 2001 aan.
De verbouwing werd verzorgd door Peter Koelewijn, K3 Architectuur BV en stedenbouw.
Om het pand geschikt te maken voor haar nieuwe functie, zijn veel aanpassingen nodig. Daarbij is het religieuze karakter niet altijd meer herkenbaar:
Er is een tussenverdieping gebouwd, om voldoende appartementen te kunnen bouwen
De gemeentelijke monumentencommissie wilde het aanzien van de gevel met prefab betonelementen behouden. Hierdoor mochten er geen zonweringen komen en moest een goed binnenklimaat op een andere manier worden geregeld. Dat is niet helemaal gelukt: in de zomer werd het te heet. In 2010 werden zonweringen aangebracht, waarbij Volksbelang een van de sponsors was.
De centrale ruimte moest behouden blijven. Daardoor is er een dagverblijf buiten de kerk gebouwd, op het terrein waar vroeger de pastorie en sacristie lag.
De monumentencommissie had ook als wens om de stopverfkozijnen te behouden. Dit was echter niet mogelijk en de gemeente gaat akkoord dat deze vervangen worden.
Tot slot blijkt een lift nodig: hoewel bij de planvoorbereiding was uitgegaan kinderen met lichtere handicaps, blijkt dat een deel van de gebruikers grote lichamelijke beperkingen hebben.
Ook de oorspronkelijke architect de Bruijn was tevreden over de nieuwe functie van de kerk en de benodigde aanpassingen.
Beëindig bewoning
Het huurcontract tussen Portaal en de Driestroom beëindigt in 2019. De Driestroom besluit het contract niet te willen verlengen. In de nieuwe locatie zullen de bewoners niet meer bij elkaar kunnen wonen, ook al wonen ze al lang samen in de Daniël. Dit tot verdriet van de bewoners en ouders. In een interview met Omroep Gelderlander: “Directeur Van Gestel geeft toe dat de cliënten al erg lang bij elkaar wonen. ‘Maar als we kijken naar het alledaags geluk in de toekomst denken we echt dat ze met hun specifieke zorgbehoefte beter af zijn op een plek die daar beter op ingericht is.’”.
Wel blijft een deel van het gebouw onderdeel van de opvang van de Driestroom.
Noodopvang Oekraïners
In 2022 komt de oude kerk deels in gebruik als noodopvang voor 100 Oekraïners. Op dat moment is het woongedeelte in gebruik door tijdelijke bewoners, om kraak te voorkomen.
Gemeentelijk Monument
De kerk is sinds 1999 een gemeentelijk monument. De argumentatie hiervoor:
“Goed voorbeeld van een parochiekerk uit de laatste periode van de wederopbouw met een bijzondere plattegrond, een duidelijk architectonisch concept en een moderne uitstraling. Als zodanig is het een goed voorbeeld van bouwstijl en bouwtype en een stedenbouwkundig ijkpunt voor zijn omgeving. De kerk is gaaf bewaard gebleven en van bovenregionaal belang.”
Bronnen
Kerkkappen in Nederland 1800-1970, Ronald Stenvert, 2013
Gerardsweg: Links, de achterzijde van het blok met de drie woningen (17-19-21), gebouwd in opdracht van aannemer J.A. Hopmans, rechts de achterzijde van het huizenblok (11-13-15), gebouwd in opdracht van boekhandelaar A. van Weerhorst, architecten Meerman en van der Pijll, foto gedateerd 1934, (F38909 RAN)
Bouw van zes middenstandswoningen naar ontwerp van Architectenbureau Bernardus Jacobus Meerman (1901-1982) en Johan van der Pijll (1904-1974). Links, de achterzijde van het blok met de drie woningen (17-19-21), gebouwd in opdracht van aannemer J.A. Hopmans, rechts de achterzijde van het huizenblok (11-13-15), gebouwd in opdracht van boekhandelaar A. van Weerhorst
Gerardsweg 11-13-15: Ontwerp voor den bouw van de woonhuizen a/d Gerardsweg te Nijmegen voor den weled heer PH. A. Weerhorst, Bouwaanvraag 18-9-1933 (D12.399407)
Boekhandelaar Adrianus van Weerhorst
Een deel van de woningen is gebouwd in opdracht van boekhandelaar Adrianus van Weerhorst. Daarbij woont hij zelf, vanaf ongeveer1933, vlak om de hoek op de Driehuizerweg. In ieder geval staat in PGNC 1/10/1932 de verhuizing van van Weerhorst vanuit Ubbergen naar de Driehuizerweg.
Het is mij nog bekend of de verschillende huisnummers 364, 368 en 502 een hernummering of een daadwerkelijke verhuizing betreft; in ieder geval is Driehuizerweg 502 rond 1933 gebouwd, waarbij van der Pijll en Meerman eveneens de architecten waren.
Naast de vermelding van “boekhandelaar”, ben ik van Weerhorst vooral tegengekomen als (2e) voorzitter van de R.K. Esperantisten-Vereeniging “Stelo de l’Maro” (o.a. adresboek 1926 en 1928), waarbij hij regelmatig een toedracht houdt. En als regisseur bij de R.K. Toneelvereening “Dr. Schaepman” (bijvoorbeeld De Gelderlander 18/9/1928).
Na de oorlog wordt zijn vermogen onder beheer geplaatst (De Gelderlander 1/5/1945). Opvallend daarbij is de advertentie in De Gelderlander 27/7/1945 waarin het “Hoofd van het bureau Registratie en Bewaarneming van roerende goederen van vijanden en landverraders” verzoekt aan degenen die bepaalde schilderijen bij van Weerhorst hebben gekocht, contact met het bureau op te nemen (De Gelderlander 27/7/1945). Rond november 1945 blijkt van Weerhorst in vrijheid te worden gesteld met meldingsplicht (De Gelderlander 7/11/1945).
Hij overlijdt op 19-3-1946 op 52-jarige leeftijd (De Gelderlander 20/3/1946), waarna zijn weduwe in ieder geval in volgens het Adresboek 1951 nog op Driehuizerweg 1951 woont.
Naam
Beroep/opmerking
Adres
Adresboek/Bron
Boekhandelaar
Batavierenweg 26
1924
Boekhandelaar
v. Welderenstraat 93
1926
Boekhandelaar
Driehuizerweg 9 (verhuisd van Ubbergen, U 57)
PGNC 1/10/1932
Boekhandelaar
Verhuisd naar Ubbergen U 57 vanaf Driehuizerweg 9
PGNC 6/5/1933
Driehuizerweg 364 (vanaf Ubbegen U 57)
PGNC 26/8/1933
Boekhandelaar
Driehuizerweg 164, maar ook 364
1934
Boekhandelaar
Driehuizerweg 368
1936, 1938
Boekhandelaar
Driehuizerweg 502
1940
Wed. A. van Weerhorst
Geboren H. van Baal
Driehuizerweg 502
1948, 1951
Huidig
Gerardsweg 11 (en 13- 15), september 2022 (Google Streetview)
Gerardsweg 17-19-21
Gerardsweg: Links, het blok met de drie woningen (11-13-15), gebouwd in opdracht van boekhandelaar A. van Weerhorst, rechts het huizenblok (17-19-21), gebouwd in opdracht van aannemer J.A. Hopmans, architecten Meerman en van der Pijl, foto gedateerd 1934 (F38908 RAN)Gerardsweg 17-19-21: Ontwerp voor den bouw van de woonhuizen a/d Gerardsweg te Nijmegen voor den weled heer J.A. Hopmans, Bouwaanvraag 3-10-1933 (D12.399407)
Huidige situatie
Gerardsweg 21 (en 19, 17 en 2e blok 15-13-11) ), september 2022 (Google Streetview)
Deze pagina verzamelt artikelen over de Valkhof en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Aanleg park door Zocher Sr
Na afbraak van de burcht ontwierp tuinarchitect Zocher rond 1800 een park, welke was aangelegd in Engelse stijl. Het Valkhof was een van de eerste projecten van J.D. Zocher Sr. Het is tegenwoordig een van de oudste landschapsparken van Nederland.
Een van de kenmerken van deze stijl is een voorliefde voor ruïnes. Soms moesten deze gebouwd worden om een “romantische” sfeer op te roepen. Bij het Valkhof bestonden deze ruïnes al in de vorm van de Sint Nicolaaskapel en de Barbarossaruïne. Dit waren de enige restanten van de Valkhofburcht.
Bij de Barabarossa ruïne liet hij treurwilgen plaatsen om de vergankelijkheid van gebouwen aan te geven. Van het oorspronkelijke ontwerp van Zocher is weinig bewaard gebleven.
Het park werd 30 jaar later naar ontwerp van Hendrik van Lunteren aangepast.
Lieven Rosseels
Na de ontmanteling leverde de Vlaamse tuinarchitect Lieven Rosseels het ontwerp voor de nieuwe aanleg van het park.
Hierbij kwam er een brug tussen het park en de Voerweg, naar het ontwerp van Weve
St.-Nicolaaskapel
Valkhofkapel van onderaf (maart 2023)
De St.-Nicolaaskapel is nog de enige zogenaamde “romaanse centraalbouw” van Nederland. Deze is rond het jaar 1.000 gebouwd. Wanneer precies, is niet duidelijk. Vaak worden de volgende mogelijkheden genoemd:
Theophanu van Essen, die de kapel zou hebben laten bouwen ter ere van haar grootmoeder en naamgenoot keizerin Theophanu
Otto III, ter ere van zijn moeder, keizerin Theophanu
Rond 1030, toen veel kerken in de romaanse stijl werden gebouwd.
De Dom van Aken heeft bij de bouw als voorbeeld gediend. Tijdens de brand van 1047 raakte de bovenbouw van de kapel beschadigd.
De kapel is vernoemd naar St. Nicolaas. Keizerin Theophanu zou een groot vereerder van hem zijn geweest en degene zijn geweest, die deze verering in Nederland en daarbuiten populariseerde.
In de kapel bevindt zich een prachtige maquette van de Valkhofburcht.
Barbarossa Ruïne Valkhof (januari 2023)Een gravure naar een pentekening in roodbruin gewassen van A. Rademaker, voorstellende de tweede binnenplaats van de Valkhofburcht met de absis van de (huidige) Barbarossa-ruïne ; het origineel berust in een Particuliere Collectie, 1720 (F34691 RAN)
Bunker
De bunker op het Valkhof is de enige van de 3 mitrailleurbunkers die door de Duitsers zijn aangelegd om de Waalbrug te verdedigen. De andere 2 zijn in de jaren 40 gesloopt.
Deze Staufersteele werd in 2018 opgericht. Het is een herinnering aan:
Keizer Frederik I Barbarossa, die de burcht heeft versterkt en uitgebouwd
Keizer Hendrik VI, zijn zijn. Hij is geboren in Nijmegen. Tevens is hij een achterkleinzoon van Koning Hendrik VII, die Nijmegen in 1230 stadsrechten verleende.
Stauferstelen zijn achthoekige herdenkingsmonumenten op plaatsen waar het huis Hohenstaufen een grote rol heeft gespeeld. Er zijn 38 van deze stenen, waarbij Nijmegen de 35ste was. Het Duitse Komitee der Stauferfreunde selecteert de plaatsen en neemt tevens het initiatief tot plaatsen van de steen.
Burchtstraat; het pand met Primera en daarnaast zijn door architect Treur ontworpen (augustus 2025)
Architect G.B. Treur ontwerpt voor de dames- en kinderenhoedenwinkel J. van den Hoven de eerste winkel die in de Burchtstraat is gebouwd. Momenteel zit hier de Primera.
Vooraf: Houtstraat
De etalage van de Dameshoedenzaak J. van den Hoven-Folman, Houtstraat 84-86, 1936 (F14671 RAN)
Het bombardement van februari 1944 verwoeste de winkel voor dames- en kinderhoeden van J. van Hoven in de Houtstraat. De jaren daarop zit hij in noodwinkels.
Voorbereiding en eerstesteenlegging
In 1949 wordt begonnen met de voorbereiding van de nieuwbouw: architect G.B. Treur tekent in november het ontwerp voor de winkel van J. van Hoven, de onderdoorgang van de Burchtstraat en 2 bovenwoningen (zie het detail van de bouwtekening D12.410290 hieronder).
Plan voor winkel met bovenwoningen voor de Fa. J. v/d Hoven a/d Burcht, architect G.B. Treur, datum tekening 9-11-1949 (D12.410290)
De eerste steenlegging vond plaats op 32-12-1949 door mevrouw B. van den Hoven-Folman. De versierde steen werd daarbij uitgereikt door de aannemer H. Moed (beschrijving bij F53737 RAN )
1950: opening
In mei 1950 vindt de opening plaats: “Het eerste winkelhuis in de Burchtstraat, dat na de oorlogsramp weer werd herbouwd is dat van de fa. J. van den Hoven, dames- en kinderhoedenmagazijn. Het is een gelukkig begin, waardoor het stadsbeeld in de omgeving van het stadhuis aanmerkelijk is gewijzigd en verfraaid. Van de zijde, van het gemeentebestuur bestond dan ook voor deze gebeurtenis, gedachtig het gezegde “beter een goede buur dan een verre vriend” veel belangstelling. Moge deze fraaie winkelbouw, die onder architect G.B. Treur en aannemer H. Moed uit Bemmel tot stand kwam, spoedig door meerdere in deze omgeving worden gevolgd.” (De Gelderlander 27/5/1950)
Aan de Voorstadslaan 175 t/m 207 staat een rij woningen, allen gebouwd door J. Th. Weisscher. Behalve 175 zijn zij gebouwd in 1910-1911.
Voorstadslaan 185 t/m 191
Persoonlijk vind ik dit een van de mooiste huizen aan de Voorstadslaan, vooral door de ronding voor de balkons.
Gebouwd in 1911, in opdracht en voor rekening van J. Th. Weisscher. Hij woonde zelf een aantal jaren -vanaf ongeveer 1914- op nummer 183. Aangezien hij in de adresboeken tot 1920 voorkomt als “uitvoerder”, is het mij nog onduidelijk of hij daadwerkelijk de uiteindelijke opdrachtgever was, of dat hij werkte voor een firma.
Uiteindelijk is een heel rijtje in zijn opdracht gebouwd.
De nummers 177 t/m 183: zijn ontworpen in 1910
185 t/m 191: 1911
193 t/m 199: 1911 (bouwdossier juli 1911)
201 t/m 207: 1911 (bouwdossier november 1911)
175 in 1922
Voorstadslaan 177 – 183
Plan 2 Beneden en 2 Boven Burger woningen gelegen aan de Voorstadslaan Cadastraal bekend in sectie C no. 1730 Gemeente Neerbosch … Voor rekening van en uitgevoerd door J. Th. Weisscher, Burghardt v.d. Bergstr 143 (BOUWEN 2 BENEDEN- EN 2 BOVENWONINGEN (14-10-1910) D12.381886)BOUWEN 2 BENEDEN- EN 2 BOVENWONINGEN (14-10-1910) D12.381885
Bewoners volgens Adresboeken
Uitgave
183
Naam
Beroep
1913-1914
P.H. Eggels
Onderwijzer
1914
J. Th. Weisscher
Uitvoerder
1915
J. Th. Weisscher
Uitvoerder
1916
J. Th. Weisscher
Uitvoerder
1920
J. Th. Weisscher
Uitvoerder
1920
G. Cooke
1924
J. Th. Weisscher
Bouwkundige
1926
A. Strijbosch
Aannemer
1926
Mej. C.J.M. Strijbosch
1926
G. v. Exel
Timmerman
1928
A. Strijbosch
Aannemer
1928
Mej. C.J.M. en C.A. Strijbosch
1928
G. v. Exel
Timmerman
1932
Dames B.M.M. en E.C. Weisscher
Naaisters
1934
Dames B.M.M. en E.C. Weisscher
Naaisters
1938
Dames B.M.M. en E.C. Weisscher
Naaisters
Bewoners volgens Adresboeken
Begin augustus 1912 komt P.H. Eggels op nummer 183 te wonen. Hij is dan afkomstig uit Beuningen (PGNC 11/8/1912).
In ieder geval woont J.Th. Weisscher volgens het adresboek van 1914 op nummer 183. In het adres van 1913-1914 komt eerst de onderwijzer P.H. Eggels voor. In de gevonden adresboeken van 1914 t/m 1920 is zijn beroep ‘uitvoerder’. In 1924 is het ‘bouwkundige’.
Een advertentie in De Gelderlander 23/5/1915: Weisscher woont dan op Voorstadslaan 183; wat is zijn relatie met Walthman en Co.? Dit moet nog verder worden uitgezocht.
Een soortgelijke advertentie op De Gelderlander 17/6/1915
Waar woont Weisscher tussen 1926 en 1932?
PGNC 9/1/1932: Begin januari Nijmegen verhuist Weisscher naar Den Haag (Gouverneurslaan 309). Om zich begin augustus 1935 vanaf dit adres weer in Voorstadslaan 183 te vestigen ( De Gelderlander 10/8/1935). In de adresboeken komt hij echter op dit adres niet voor? Wel de dames B.M.M en E.C. Weisscher, naaisters (adresboeken 1932, 1934, 1938)
Op 18-10-1935 overlijdt Marcellina Marina (De Gelderlander 19/10/1935), ze is dan 64 jaar (De Gelderlander 26/10/1935). Begin mei 1936 verhuist Weisscher naar Hedel. Zijn beroep is dan nog steeds “bouwkundige” (PGNC 9/5/1936)
Tussen 8 en 14 december 1939 verhuist A.L. Antonissen, verpleger, naar nummer 183. Hij is dan afkomstig uit Velp (N.B., Boschweg 6b PGNC 16/12/1939)
Vervolg Strijbosch
A. Strijbosch en Mej. C.J.M. Strijbosch verhuizen na 1930 naar Burghardt v.d. Berghstraat 34: zij komen op dit adres voor in het adresboek van 1932. Op dit adres wonen dan tevens H.L. Strijbosch, teekenaar en J.H. Strijbosch, kantoorbediende.
In het adresboek van 1934 komen A. Strijbosch, Mej. C.J.M. Strijbosch en H.L Strijbosch, tekenaar nog steeds voor. J.H. niet meer; echter: A.J. Strijbosch, bouwkundig opzichter woont dan wel op dit adres.
In de adresboeken van 1936 en 1938 is A.J. inmiddels verhuisd naar Stijn Buysstraat 102. Hij is dan bouwkundige en makelaar.
In 1940 Wonen alle 3 nog op nummer 34, H.L. is dan aannemer. A.J. woont op de Groesbeekscheweg 92a.
Voorstadslaan 185 t/m 191
BOUWEN TWEE BENEDEN- EN TWEE BOVENWONINGEN (07-04-1911) (12.382670)
Van 23-11-1909 tot en met 6-4-1910 wonen zij in Nijmegen, Jan van Galenstraat 64 (Bevolkingsregister 1910). In ieder geval Weisscher zelf is dan afkomstig uit Amersfoort. Als beroep staat “bouwkundige” en bij Marcellina “naaister”.
Op 29-10-1910 vestigen zij zich weer in Nijmegen en zijn dan afkomstig uit Arnhem. “Burgh. B. Str. 143” is op een later tijdstip doorgehaald en vervangen door Voorstadslaan 183. Als beroep van Weisscher staat aanvankelijk “uitvoerder” geschreven, bij de adreswijziging is hier “bouwkundig” toegevoegd. Het beroep van Marcellina is “naaister”.
In december 1909 zit hij in de Militie der Landweer, Lichting 1907 (ikv bericht verlofgangers PGNC 21/12/1909), eveneens in december 1910 (PGNC 11/12/1910)
Rond 16-10-1910 vestigt Weisscher zich in de Burgh. V.d. Berghstr. 143. Hij is dan afkomstig uit Arnhem (PGNC 16/10/1910)
Rond 13-12-1918 wordt Weisscher 2e secretaris van de Ned. R.K. Werkmeestersbond, een bond voor “werkmeesters, opperbazen, opzichters, enz.” (De Gelderlander 13/12/1918)
Suikeresdoorns, herinnering aan de Duitse capitulatie en het verblijf van het 1ste Canadese Leger in Nijmegen, Voerweg (september 2025)
De suikeresdoorns aan de Voerweg zijn het geschenk ter herinnering aan het Eerste Canadese Leger in Nijmegen. Wat betekent dit geschenk? En wat is het verhaal van dit Eerste Leger in Nijmegen en omgeving?
De bomen zijn een geschenk van het “We do remember” National Comittee, namens de provincie Ontario aan de gemeente Nijmegen. Het esdoornblad ofwel ‘maple leaf’ is het nationale symbool van Canada.
Dit monument is op 5 mei 1980 onthuld. Op 7 mei 1945 vond de Duitse capitulatie plaats, dus 35 jaar na “V-E Day”: Victory in Europe Day. De bomen zijn een herinnering aan deze dag en het verblijf van het 1ste Canadese Leger in Nijmegen.
Ik (RE) vermoed dat de schenking van de Provincie Ontario afkomstig is, omdat het 1ste Canadese Leger daar haar basis heeft.
Bord suikeresdoorns Voerweg (oktober 2022)
Op het bordje staat: ““These forty sugar maple trees are presented on behalf of the Province of Ontario Canada. To the City of Nijmegen by the “We do remember” National Committee on the occasion of the thirty-fifth anniversary of V-E Day 1945-1980”
Op het bordje staat dat er 40 geschonken zijn. Er blijken echter 32 esdoorns te staan (Zie ook Monumental trees). Wat de reden is van de ontbrekende acht bomen, is mij niet bekend: of er daadwerkelijk 32 in plaats van 40 zijn geplant of dat 8 van deze 40 bomen in de loop der jaren verloren zijn gegaan.
Het eerste Canadese Leger in de omgeving Nijmegen
De Britse Veldmaarschalk Bernard Law Montgomery en generaal Crerar bevelhebber van het eerste Canadese leger na een conferentie te Nijmegen, 2/1945 (reproductie uit “Pionier der Vrijheid”door Alan Moorehead via F71251 RAN)
Ze waren zichzelf al het Cinderalla Army (Assepoesterleger) gaan noemen: het 1ste Canadese Leger. Waar sinds de invasie in Normandië al talloze zware gevechten hadden plaats gevonden, was de rol van dit leger tot dan toe beperkt gebleven: bij de geallieerde opmars was hun rol vooral het bewaken van de linkerflank geweest. Met beperkte toewijzing van munitie en brandstof kregen ze vooral de weinig aansprekende opdracht om havensteden te zuiveren van Duitsers. Wat overigens niet betekende dat er zwaar werd gevochten om de Franse havensteden en de opening van de Schelde.
Het offensief stokte bij Market Garden. De brug bij Arnhem werd niet veroverd, Nijmegen wel. Vanaf dat moment was Nijmegen frontstad.
Bewaken
De Canadezen kregen de taak om van december 1944 tot februari 1945 de taak de frontlinie te bewaken. Dat betekende dat ze meer dan 360 kilometer moesten bewaken: van Duinkerken aan de Noordzeekust tot ten zuiden van Nijmegen. Ondertussen begonnen de voorbereidingen voor een groot voorjaarsoffensief.
Operation Veritable
Op de voorgrond Canadese soldaten ter hoogte van Villa Montana; op de achtergrond, aan de overkant van het Meertje rukken ze op richting de Ooij (F71261 RAN)
Dit offensief ging in op 8 februari van start. De Canadezen trokken vanuit de omgeving van Nijmegen naar het zuidoosten om de corridor tussen Rijn en Maas vrij te maken. Het 9de Amerikaanse leger zou optrekken naar het noordoosten, waarbij de legers elkaar bij Wesel zouden gaan ontmoeten. Voor de Canadezen betekende dit de strijd om het Reichswald, de Siegfriedlinie te doorbreken om vervolgens de verdediging van de Duitsers van het Hochwald te verslaan en daarna het gebied tot aan de Rijn veilig te stellen.
Canadese militairen van het 1ste Canadese Leger vuren hun Bofors 40mm kanonnen af in het Reichswald tijdens de operatie Veritable (Slag om het Reichswald) (GN10803 RAN)
Het eerste obstakel was de Ooijpolder. Op 6 februari hadden de Duitsers de dijk in de buurt bij Erlecom opgeblazen, waardoor de polder ondergelopen was. De 3e Canadese Divisie, die bij de Schelde met ondergelopen land veel ervaring had opgedaan, kreeg opdracht dit gebied, onder zware omstandigheden, te veroveren. Op 8 en 9 februari veroverden zij Kekerdom, Leuth en Millingen aan de Rijn. Daarna volgde de zware slag om het Reichswald, waar de Canadezen samen met de Britten vochten. Op 21 februari vond de doorbraak plaats. Een volgende slag vond plaats bij de Schlieffen-Stellung oftewel ‘Hochwald Layback’, welke 2 weken duurden. Niet alleen vanwege tegenstand, maar vooral vanwege slechte weer- en terreinomstandigheden.
Intussen hadden de Amerikanen onder de naam Operation Grenade hun opmars eindelijk kunnen beginnen.
Op 23 maart vindt de volgende fase plaats: Operation Plunder, waarbij de geallieerden tussen Rees en Wesel de Rijn oversteken. Daarmee begon de eindfase van de oorlog en werd ook Nederland weer front.
De bevrijding van Nederland
Suikeresdoorns/Maple Trees aan de Voerweg, oktober 2023
De Canadezen kregen de opdracht de Duitsers uit het oosten en noorden van Nederland te verdrijven.
Het belang van oosten en noorden van Nederland was het beschermen van de linkerflank van de hoofdopmars en de bevoorradingsroute van de geallieerden. Daarnaast zouden de Duitsers hun V1- en V2- raketten niet meer vanuit Nederland kunnen lanceren. En om te voorkomen dat de Duitsers konden ontsnappen uit (west-) Nederland. Deze opmars was niet zozeer bedoeld om de eigen bevolking te bevrijden.
De opmars liep aanvankelijk naar het oosten van Nijmegen, zo’n 50 kilometer. Daarvan. Begin april 1945 trok het Canadese leger, dus uiteindelijk met een bocht, de Achterhoek in. Half april bereikte het Canadese en Poolse leger het noorden van Nederland, waaronder de Afsluitdijk. De Duitsers in West-Nederland konden niet meer ontsnappen.
Bij de Grebbelinie stokt de aanval: in het westen bevonden zich 120.000 Duitsers. Te zwak en een te groot samenraapsel voor een uitbraakpoging, maar aan de andere kant een groot aantal soldaten. Hitler had bevolen om tot de laatste man stand te houden. De Duitsers zetten daarbij de Wieringermeerpolder onder water om luchtlandingen te voorkomen. De grond werd te drassig geacht voor een aanval. Daarnaast was het gebied te dicht bevolkt om de eigen vuurkracht optimaal in te zetten. Eind april waren de gevechten in Nederland sowieso wat geluwd en het wachten was daarom op het einde van de oorlog.
Dansen en sjansen
Op de foto met ingekwartierde Canadese bevrijders. De Canadezen hadden een gaarkeuken in de garage van nr. 9 aan de Surinameweg. Rechts op de achtergrond Melanie klomp en voor Fons de Groot, 5/1945, (A.F. de Groot via F39076 RAN CC-BY-SA)
Op de Canadese Erebegraafplaats (Zevenheuvelenweg, Groesbeek) liggen de meeste Canadese soldaten begraven, die tijdens Operation Veritable gesneuveld zijn. Hierbij kwamen meer dan 5.000 Canadese soldaten om het leven. Op een gedenkteken staan meer dan 1.000 namen van Canadesen, Britten en Zuid-Afrikanen die gesneuveld zijn vanaf de invasie van Normandië en waarvan de lichamen nooit gevonden zijn.
Een ander monument dat mede voor de Canadezen is opgericht is bij Klein Amerika, welke herinnert aan het feit dat de Canadese troepen eind 1944 de frontlinie hebben bewaakt.
http://bevrijdingsbos.nl/060_0001.htm geeft de achtergronden weer van Canadese soldaten die in Groningen zijn gesneuveld. Een aantal keren wordt Nijmegen en omgeving expliciet genoemd. Ook zullen veel soldaten in de omgeving zijn geweest, zonder dat Nijmegen wordt genoemd.
Het Spoorwegmonument met de beeltenis van de godin Victoria, opgericht in 1884 ter herinnering aan de totstandkoming van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, ontworpen door gemeentearchitect ir. Jan Jacob Weve. Links, nog net zichtbaar, Sociëteit Burgerlust, 1884-1886 (Foto Wilhelm Ivens, F88894 RAN)
Het Spoorwegmonument is ter herinnering aan de aanleg van de eerste spoorweglijn, door initiatief en kapitaal van Nijmeegse ingezetenen. Het monument is een ontwerp van architect Weve, waarbij het beeld van Victoria een afgietsel is van een beeld van Christian Daniel Rauch.
Op 8 augustus 1865 werd de spoorlijn Nijmegen-Cleve geopend. In 1884 werd de Nijmeegse Spoorweg Maatschappij geliquideerd. Daar Nijmegen meerdere verbindingen had gekregen, was het logisch dat het Staatsspoor ook de lijn naar Kleef zou overnemen. In de laatste vergadering der aandeelhouders, waarin met algemene stemmen de verkoop van de aandelen aan het Staatsspoor werd goedgekeurd, gingen ook stemmen op om de directie een huldeblijk aan te bieden. De directie wilde echter geen persoonlijke hulde. Daarom werd gekozen voor een monument, dat totstandkoming van het spoor Nijmegen-Kleef in herinnering zou houden.
Beeld Victoria
Spoorwegmonument Victoria, Hoogstraat/Kelfensbos, oktober 2023
Het monument is ontworpen door de gemeente-architect J.J. Weve.
Bovenaan staat het beeld van de godin Victoria (en niet van een Engel, zoals het wel eens wordt genoemd). Victoria is de Romeinse godin van de overwinning. Zij wordt meestal afgebeeld als gevleugelde jonge vrouw op een bol met een lauwerkrans in haar hand.
De Gelderlander 10/5/1884 geeft aan dat het beeld de “Faam” voorstelt (en noemt het tevens ‘engel’). De Faam wordt traditioneel echter afgebeeld met 2 bazuinen.
Christian Daniel Rauch
Christian Daniel Rauch (Arolsen, 2 januari 1777 – Dresden, 3 december 1857) was een Duitse neoclassicistische beeldhouwer. Hij maakte veel bustes, maar ook groter werk zoals grafmonumenten en standbeelden. Zijn bekendste werk is het ruiterstandbeeld van Frederik de Grote aan Unter den Linden in Berlijn. Wikipedia: “This work was inaugurated with great pomp in May 1851, and is regarded as one of the masterpieces of modern sculpture, the crowning achievement of Rauch’s work as a portrait and historic sculptor. Princes decorated Rauch with honors and the academies of Europe enrolled him among their members.”
Nadat hij uit Carrera (Italië) was teruggekomen, richtte hij het “Lagerhaus” op, een belangrijke schakel voor de Berlijnse School voor Beeldhouwkunst. De Berlijnse School was de naam voor een generatie kunstenaars waartoe ongeveer 400 kunstenaars worden toe berekend. Beginnend bij Johann Gottfried Schadow rond 1785 en zijn leerling Rauch en eindigend rond 1915.
4e Victoria/Viktoria
Kranzwerfende Viktoria, Original in der Walhalla bei Regensburg (Ingo Steinbach, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons)
Het beeld van Victoria die een krans werpt is een zinken afgietsel van het beeld dat Rauch maakte voor het Walhalla in Regensburg. Dit beeld is de 4e variant van de 6 Victoria beelden welke hij voor het Walhalla heeft gemaakt. De firma A. Castner uit Berlijn heeft het afgietsel gemaakt.
Daarnaast zijn van dit beeld zelf een aantal kopieen gemaakt, waaronder het beroemde beeld voor het Berliner Stadtschloss, welke nu in Alte Nationalgalerie staat. (Hoewel bronnen nadrukkelijk refereren naar het Regensburg beeld, welke het uiteindelijk ook is, is het mij momenteel nog niet gelukt te achterhalen of het beeld in Nijmegen daadwerkelijk dit beeld betreft, of een latere exacte kopie daarvan).
A. Castner, Berlin
Veel Nederlandse bronnen vermelden dat A. Cassner uit Berlijn de gieterij zou zijn. Het betreft echter A. Castner uit Berlijn.
Het is niet het enige afgietsel van Victoria door Castner: in de Rauch catalogus worden in ieder geval al 4 beelden genoemd (Nummers 66.1 t/m 66.4 Katalog Berliner Zinkguß des 19. Jahrhunderts, Nicola Vösgen, 1997 via SMB Museum)
De sokkel: een weerzuil
De zandstenen sokkel is in de vorm van een weerzuil. De Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij wilde geen verheerlijking van personen als gedenkteken. Daarom werd gekozen voor wat in Duitsland een “Wettersaule” (Weerzuil) werd genoemd. (PGNC 11/5/1884)
In de 3 nissen waren een barometer, thermometer en een weerwijzer aangebracht. Op de achterzijde van het paneel was daarbij de verklaring van de wijzerstanden weergegeven.
Verwijdering weerinstrumenten
Mogelijk zijn de weerinstrumenten in 1936 afgebroken: Het monument verkeert dan in vervallen toestand. De gemeenteraad vraagt zich af wat zij met het ‘gedenkteken’ moet doen. Afbreken en naar elders verplaatsen, waarbij het beeld en opschrift behouden blijven? Weve adviseert dat als er geen geld is om het gedenkteken te restaureren, het het beste kan worden afgebroken: het gedenkteken is te zwaar gehavend en heeft sowieso te weinig waarde. Zo besluit de Gemeenteraad. (PGNC 20/3/1936).
In ieder geval zijn de weerinstrumenten er in 1955 niet meer (De Gelderlander 9/12/1955).
Op de sokkel staat aan de voorzijde een opschrift, om de datum 8 augustus 1865 levendig te houden:
“Eendracht maakt macht – ter herinnering aan den bouw van den spoorweg Nijmegen-Cleve door Nijmeegs Burgerij – geopend 8 augustus 1865”
Plaats van het Beeld
Op 29 september 1883 bespreekt de Gemeenteraad de plaats waar het monument moet komen te staan. De Commissie voor de oprichting van het monument heeft de gemeente verzocht het beeld te mogen plaatsen op gemeentegrond. Daarbij heeft het een voorkeur voor het Valkhof.
De gemeente vindt het Valkhof een weinig geschikte plaats: het past niet bij de oude gebouwen en zou door de bomen te weinig in het zicht staan. B. en W. geven de voorkeur aan plaatsing op de Nassausingel of aan de Stationsweg, bij het Keizer Karelplein. B. en W. stelt daarom voor om daar mallen van het beeld te plaatsen om te beoordelen hoe het monument daar zou staan.
De heer Berends, die naast gemeenteraadslid tevens lid van de Commissie is, geeft aan dat ook de commissie aanvankelijk dacht aan het nieuwe gedeelte (wat onder andere de Nassausingel en Stationsweg op dat moment zijn). Rosseels had daarop echter verkllaard, dat een gedenkteken met dergelijke afmetingen nergens kon worden geplaatst. Daarop was de Commissie op het Valkhof gekomen, waarvoor een grote meerderheid van de leden voor zou zijn. Het beeld kan zo geplaatst worden, dat deze geen invloed heeft op de beleving van de oude gebouwen. Daarnaast krijgt het beeld instrumenten om het weer te meten en deze moeten in de schaduw staan, welke de bomen van het Valkhof bieden. Tot slot moet het monument een plek krijgen waar veel mensen komen: ter bescherming van het beeld en omdat zoveel mogelijk mensen gebruik kunnen maken van de weerinstrumenten. (PGNC 3/10/1883)
De mallen werden gemaakt en geplaatst. Op basis daarvan wordt uiteindelijk besloten het monument voor het Valkhof te plaatsen.
PGNC 24/11/1886
Rijksmonument
Het beeld is een Rijksmonument vanwege haar architectuurhistorische, stedebouwkundige en cultuurhistorische waarde, “als goed en gaaf voorbeeld van een herdenkingsmonument uit het laatste kwart van de negentiende eeuw”.
Bronnen
Krantenartikelen: PGNC 3/10/1883, De Gelderlander 10/5/1884, PGNC 11/5/1884, PGNC 20/3/1936, De Gelderlander 9/12/1955
In 1915 schonk het Straalmansfonds een fontein voor het plantsoen aan de de Van Schaeck Mathonsingel en in 1916 twee bloemenschalen. Bij de vernieuwing van het park in 2002 bleek de fontein niet meer te redden. Daarvoor in de plaats kwam de fontein met de glazen koepel. De twee schalen konden nog wel worden gerestaureerd. De fontein en de schalen waren een ontwerp van Willem C. Brouwer. Het Straalmansfonds had de verfraaiing van Nijmegen tot doel.
Willem Coenraad Brouwer
Fontein, ontworpen in 1915 door Willem Coenraad Brouwer, in het plantsoen, van Schaeck Mathonsingel, 1950 (F32233 RAN)
Willem Coenraad Brouwer (19-10-1877 Leiden – 23-5-1933 Zoeterwoude) was een beeldhouwer en keramist.
De ouders van Brouwer waren Nicolaas Brouwer, hoofd van een lagere school in Leiden en Antonia Coert. Hij ging in Leiden naar de Teekenschool. Vervolgens werkte hij van 1894-1898 in het atelier voor boekversiering en lettersnijden van Johannes Aanout Loubèr, zijn zwager.
Brouwer vertrekt naar Gouda. Daar gaat werken bij de Koninklijke Hollandse Pijpen- en Aardwerkfabriek Goedewaagen. In 1899 heeft hij zijn eerste tentoonstelling, in Leiden. In 1900 wordt hij medewerker aan “Het Binnenhuis” te Amsterdam.
In 1901 richt hij een eigen keramisch bedrijf op: Fabriek van Brouwer’s Aardewerk in het pand Vredelust in Leiderdorp. In 1905 wordt het bedrijf omgezet naar N.V. Brouwers Aardewerk.
“Hij gebruikt diverse traditionele decoratietechnieken -sgrafitto, ringeloren, groefversiering en intersa of inlegwerk- in een bewust sobere en eenvoudige stijl, waarin ook de invloed van de oosterse sierkunst is te herkennen.” (Capriolus)
Vanaf 1906 maakt hij tevens bouwaardewerk en tuinkeramiek. “Hij wordt beschouwd als vernieuwer op dit gebied” (wikipedia). Hij werkt onder andere samen met de architecten Berlage, Oud, Dudok en Wils. De fabriek zal worden voortgezet door zijn zonen Klaas en Coen.
Brouwer was lid van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers.
Gevonden werken
1909- 1913 Beeldhouwwerk aan het Vredespaleis, Den Haag
1912 -1913 Keramisch beeldhouwwerk aan de Kennemergarage, Alkmaar
1914 Ornamenten voor de kerk van Scharsterbrug
1915 Van Karnebeekbron, Den Haag
1916 Twee apen met voetbal met veter, voorgevel Spartastadion Het Kasteel, Rotterdam
1917 Ornamenten voor Gebouw Leidsch Dagblad, Leiden
1917 Kariatiden voor Huis De Lange, Alkmaar
1920 Gijselaarsbank, Rapenburg, Leiden
1920 Gevelornamenten van het Christelijk Internaat, Krakelingweg 10, Zeist
1920 Betegelde schouw met effen keramische tegels en een fries van dieren, die per twee op weg zijn naar Ark van Noach, voormalig Restaurant ’t Wilhelminapark Utrecht
1923 Vier gebakken steenornamenten, voorstellende Kasper de mijngeest, boven in de gevel van het voormalig hoofdkantoor Staatsmijn Maurits, Geleen
1928-1930 Gevelbeelden Hermes en Neptunus voor Atlantic Huis, Rotterdam
Drie gevelbeelden voorstellende een oogstende boer, een wanhopige boer, die zijn oogst opgegeten ziet worden door vogels en een roeiboot genaamd Meeuw omring door meeuwen, in de Trompenburgstraat en de Lekstraat, Amsterdam-Zuid
1930 Vijf terracotta gevelornamenten voor het Wilhelminaziekenhuis, Assen
Niet gesigneerd portret van Paulus Baron Straalman (29-3-1753 Amsterdam-15-4-1828 Nijmegen), militair (hoogste rang luitenant-kolonel cavalerie) en politicus (lid raad Nijmegen, lid Provinciale Staten, 2e en 3e burgemeester Nijmegen, buitengewoon lid Staten Generaal voor Gelderland en lid van de Raad van State in buitengewone dienst). Stichter van het Straalmanfonds ter uitbreiding en verfraaiing van openbare wandelingen; er werd ook een straat naar hem vernoemd (GN11637 RAN)
Paulus Straalman (Amsterdam, 29 maart 1753 – Nijmegen, 15 april 1828), Nederlands militair en politicus. Hij stamde af van een Amsterdamse regentenfamilie. Hij was heer van Duist, de Haar en Zevenhuizen. In 1796 trouwt hij met Petronella Jacoba Smits. Ze kregen geen kinderen. In juli 1816 kreeg Straalman adellijke titel van baron.
Straalman woonde ”op den Doddendaal in het -nu vervallen- dubbele heerenhuis naast de Chr. Bewaarschool” (PGNC 29/1/1905)
Hij had aanvankelijk een militaire loopbaan:
vanaf 1772 was het hij luitenant van de garde dragonders
vanaf 1779 ritmeester regiment Van Stockum
1789-1795 luitenant-kolonel der cavalerie
Straalman was orangist.
Lid Nijmeegse stadsraad
1814-1827: lid Provinciale Staten van Gelderland voor Nijmegen
1815 buitengewoon lid van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden voor Gelderland
1820 -1828: lid Raad van State in buitengewone dienst.
Hij was tussen 1816 en 1818 als derde burgemeester lid van het driehoofdig burgermeesterschap, samen met J.W. Pels en A.F. van der Steen. In 1819 was hij tweede burgemeester.
Straalman en zijn broer Anne Willem waren lid van de notabelenvergadering, die in 1814 over de nieuwe Grondwet beslisten.
In Nijmegen Oost is een van straten naar hem vernoemd.
In 1826 richt hij een fonds van 2500 gulden op ‘verfraaijing en uitbreiding der openbare wandelingen binnen deze stad’. De rente van het fonds, 100 gulden per jaar, moest voor dit doel worden besteed. Het mocht niet voor gewoon onderhoud van de openbare wandelingen worden besteed, deze kosten bleven voor rekening van de stad (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis);
Schevichaven noemt overigens een bedrag van 2000 gulden. Ook het PGNC 29/1/1905 noemt het bedrag van f2000, “rentende 5pCt, welke rente aangewend moest worden ter verfraaiing van het Valkhof.”
Beeld van de Stationsweg (vanaf 1923 Van Schaeck Mathonsingel), gezien in de richting van het station, met in het midden het plantsoen met de fontein, ontworpen en uitgevoerd in terracotta in 1915 door beeldhouwer en keramist Willem Coenraad Brouwer (Leiden, 19/10/1877 – Zoeterwoude, 23/05/1933), 1917-1919 (Jacob Krapohl via F91530 RAN)
Straalmanlaantje
In 1915 schrijft het PGNC dat Straalman een legaat had nagelaten, waarbij de rente gebruikt moet worden voor het onderhoud van “laantje, dat van het begin van den Voerweg ten den hoofdingang van de wandelplaats “het Valkhof” voert”, Straalmanlaantje wordt genoemd.
Aangezien er weinig te onderhouden valt, hadden de beheerders van het fonds besloten een spaarpotje te maken, waaruit zo nu en dan versieringen van de stad kunnen worden bekostigd.
Bij het verschijnen van het artikel in 1915 is het fonds “eene stichting die misschien velen niet bekend is”. De aanleiding van het artikel is de bekostiging van het hekwerk rond de Mariakerk (de huidige Mariënburgkapel), dat ingericht is als Gemeentelijk Museum. (PGNC 17/1/1915)
Gevonden bijdragen van het Straalmanfonds
“Wij vernemen dat HH. Commissarissen van het fonds van het zoogenaamde Straalmans Laantje voornemens zijn met toestemming van het bestuur dezer stad aan de Oostzijde van de wandelplaats het Hof een koepel te doen plaatsen die hoofdzakelijk dienen zal de wandelaars die door eene regenbui overvallen worden voor het nat worden te beschermen” (De Gelderlander 14/9/1856)
In 1833 wordt het beeld Flora van Jean-Baptist Xavery in het Valkhofpark geplaatst, waarbij het Straalmanfonds het beeld heeft geschonken aan gemeente Nijmegen. Dit beeld reaakt in de Tweede Wereldoorlog beschadigt en ging rond 1954 geheel verloren.
In 1938 verleent het Straalmanfonds een bijdrage aan het de restauratie van het spoorweg-moment op het Valkhof (PGNC 11/8/1938)
In 1938 neemt het Straalmanfonds de materiaalkosten van f885 op zich voor de bouw van nacht- en winterhokken voor de dieren van het Kronenburgerpark. De Vereeniging tot verfraaiing van Nijmegen en Omstreken was eigenaresse van deze beesten en had het aantal verdubbeld van 44 naar 90 dieren. Zij beschikte echter niet over de middelen om voor deze nachthokken te zorgen. (De Gelderlander 3/4/1939)
In 1939 kunnen 2 reeën aangekocht worden voor Stadspark de Goffert dankzij een voorschot van f60,- door het Straalmanfonds (PGNC 18/3/1940)
Het Straalmanfonds schenkt in juli 1940 -dus in de oorlog- f100 aan de Verfraaiingsvereniging voor de aankoop van extra veevoer voor de dieren in het Kronenburgerpark en de Goffert. Veevoer is schaars en duur en ook het publiek is op dat moment niet genegen om bij te springen: het is niet in de stemming en bovendien zijn haar middelen, ook vanwege broodrantsoenering, beperkt. Uit het krantenartikel blijkt tevens dat het Straalmanfonds de materiaalkosten voor de volière op zich genomen heeft (PGNC 15/7/1940)
Na de oorlog bezit de Vereniging Verfraaiïng Nijmegen, nadat deze in de oorlog “ontzettend veel geleden had” tijdens de viering van haar 70-jarig bestaan weer over 100 dieren (De Gelderlander 30/4/1951)
Geen fontein in het Valkhof?
Niet alle verfraaiingen werden gerealiseerd: in ieder geval kwam er aanvankelijk geen fontein in het Valkhofpark: “Nijmegen, 4 Februari. Naar wij vernemen heeft de Commissie van beheer over het zoogenaamde Straalmanfonds het voornemen gehad een sierlijke fontein op het Valkhof te plaatsen, welk voornemen zij echter heeft moeten opeven, even als in der tijd het bestuur der Vereeniging tot verfraaiing van Nijmegen en het Schependom, omdat het dagelijksch bestuur zich niet met het plan kon vereenigen. Velen zullen het betreuren dat het aanbod niet is aangenomen, daar toch een fontein op een wandelplaats als het Valkhof als het ware omisbaar is, even als het algemeen bejammerd wordt dat er aan het onderhoud van dit heerlijke, door het geheele land als eenig bekende lustoord niet beter de hand gehouden wordt.” (PGNC 5/2/1881)
Straalmanstraat
In juni 1891 besluit de Gemeenteraad om een straat naar Straalman te vernoemen in plaats van Geldenhauer (ook tegenwoordig de Straalmanstraat in Nijmegen-Oost).
Zoals Berends het verwoordt: “…aan de straat liever den naam te geven van een ander nuttig Nijmegenaar, die iets voor het belang der stad heeft opgeofferd, zooals b.v. Straalman, die een fonds heeft gesticht, waaruit wij alle jaren nog een bedrag putten.” Daarna volgt -naast een discussie of het weg of straat moet worden- een bespreking of er geen mogelijke naamsverwarring met het Straalmanlaantje mogelijk is. Berends is daarvoor echter niet bang: “het is geen laantje meer, sedert de boomen naar den Voerweg zijn verplaatst en de burgerij kent de naam niet meer.” (De Gelderlander 9/6/1891)
(Overige) Bronnen en verder lezen
Blik op de van Schaeck Mathonsingel met op de achtergrond het station, 1910-1920 (GN12911 RAN)