Bij het bombardement van 22 februari 1944 raakte een voltreffer de kleuterschool “Saint-Louis”. 24 kinderen en 8 zusters kwamen om. De Schommel van kunstenaar Henk Visch herinnert aan deze trieste gebeurtenis.
De Schommel Henk Visch
Deze 4 meter hoge schommel is een monument dat herinnert aan het bombardement van Nijmegen op 22 februari 1944, waarbij 763 mensen omkwamen. Op deze plek stond een Montessori-kleuterschool “Saint-Louis”. Deze was van de Sociëteit J.M.J. (Jezus, Maria, Jozef) en lag aan de Oude Stadsgracht. 24 kinderen en 8 zusters kwamen daarbij om het leven. Waar het monument en de kastanjes staan, was de speelplaats van de school. De kastanjes staan er nu als een soort stille getuigen.
Het monument
Minister Piet-Hein Donner van Sociale Zaken neemt een ogenblik stilte in acht bij het monument De Schommel tijdens de 65e herdenking van het bombardement door de Amerikaanse luchtmacht, 22/2/2009 (Leo Ijsvelt via F22816 RAN CCBYSA)
De schommel is een symbool dat aan de (onschuld van de) jeugd doet denken, wat herinnert aan de 24 kleuters die overleden zijn. De schommel staat op een eiland met daar omheen een hek: de wereld van de jeugd is geïsoleerd van de wereld van volwassenen (die van de toeschouwer), de kindertijd verdwijnt. Daarbij beeldt de schommel traagheid uit: de traagheid, het stilstaan daarvan staat steeds verder af van de speelse wereld van een kind.
Herinnering aan de jeugd
Op de eigen website van Henk Visch: ““De Schommel” is in eerste instantie de herinnering aan de jeugd. Door het beeld van de schommel te isoleren, d.m.v. hek en eiland, en het zodoende als voorwerp te presenteren aan de volwassene, dringt zich het besef op dat de tijd van het spel en het onbekommerde spelen voorbij is. De wereld van de volwassene is een radicaal andere dan die van het kind; daarom is de terugblik op de wereld van het kind, een terugblik op iets dat voorbij is. De schommel beweegt langzaam.
Er is een traagheid, er is zelfs gedwongen stilstand op dit eiland, in deze ijzeren wereld die duidelijk van de volwassene is en die door de noodzaak vooruit te kijken, steeds verder los raakt van de wereld van het kind. Zo verdwijnt de lichtheid van dit teken van de kindertijd langzaam maar zeker en net zo langzaam maar zeker groeit het gewicht van de herinnering.”
Tekstplaat en Drieluik
Een tekstplaat vertelt de geschiedenis van het monument. In de gang die toegang geeft tot het Stadhuis staat een drieluik met foto’s van de omgekomen kinderen. Bezoek naast dit drieluik ook de panelen van de overledenen aan de Emaushof (het “gangetje” langs het gemeentehuis)
Sinds september 2019 staan op 10 panelen de 800 mensen die gestorven zijn bij het bombardement van 22 februari 1944. Waar mogelijk is een portretfoto van de overledene, met daarbij de naam, geboorte- en overlijdensdatum.
Beelden van de school zijn te vinden op de site Oorlogsdoden Nijmegen 1940-1945. Daarnaast staat een lijst opgenomen van alle oorlogsslachtoffers van het bombardement.
M.U.L.O. en de Kleuterschool
Lees hier meer over de M.U.L.O. en de Kleuterschool:
Sinds september 2019 staan op 10 panelen de 800 mensen die gestorven zijn bij het bombardement van 22 februari 1944. Waar mogelijk is een portretfoto van de overledene, met daarbij de naam, geboorte- en overlijdensdatum.
In 1974 werd een van de afsluitpalen geplaatst in de Vijfringengas, een smal paadje tussen de Grote Markt en de Korenmarkt. het beeld is gemaakt door Guiseppe Roverso. Met zijn 5 ringen en duivelskoppen is het een opvallend paal. Het verwijst zowel naar een huis als naar Mariken van Nieumeghen.
Vijf ringen
Rond 1700 werd de gas vernoemd naar een van de huizen die hieraan stond: “De vijf gulden ringen”, op de hoek van de Vijfringengas en de Grote Markt.
Duivelskoppen
Grote Markt / Vijfringengas : Afsluitpaal voorstellende Moenen en vijf ringen, in 1974 vervaardigd door Giuseppe Roverso.
De hardstenen paal is versierd met 5 ringen, die aan elkaar worden geschakeld door duivelskoppen. De ringen verwijzen naar de naam van het gasje, terwijl de duivelskoppen een verwijzing zijn naar het beroemde verhaal van Mariken van Nimwegen.
Roverso was van oorsprong een Italiaanse beeldhouwer, geboren in 1900 in Chiampo en overleden in 1977 te Nijmegen, 1976 (Jan Cloosterman via F1481RAN CCBYSA)
De duivelskoppen verwijzen naar Mariken van Nieumeghen.
Zoals Dorsoduro opmerkt: “Maar in die vertelling krijgt Mariken na tot inkeer te zijn gekomen slechts drie ringen om hals en armen gelegd als straf.
Guiseppe Roverso
Restauratie St. Stevenskerk: de Italiaanse beeldhouwer Giuseppe Roverso (11 augustus 1900 – 1 juli 1977), januari 1968 (F39277 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Giuseppe Roverso (Chiampo, 11 augustus 1900 – Nijmegen, 1 juli 1977) was een Italiaans beeldhouwer en monumentaal kunstenaar.
Hij volgde rond 1928 zijn opleiding aan Scuola Superiore d’Arte Applicata Milano. Zijn vrouw was de dochter van een Nederlandse boer die zich in Frankrijk had gevestigd. In 1965 werd hij genaturaliseerd tot Nederlander. Hij heeft in ieder geval op Semmelinkstraat 48 gewoond.
Roverso werkte onder andere mee aan de lantaarnconsoles in de Utrechtse Binnenstad. Hij was in de jaren als beeldhouwer betrokken bij restauraties: de wederopbouw van de Sint-Stevenskerk in Nijmegen, de kloostergang van de Domkerk in Utrecht en het Duivelshuis in Arnhem.
Werken van Guiseppe Roverso
Acht lantaarnconsoles in Utrecht
Gevelbeelden van vier kerkvaders en de twaalf apostelen, en een reliëf van het wapen van Nijmegen, 1961-1962, voor de Latijnse school, Sint Stevenskerkhof, daarnaast Wapenreliëfs, 1965
Medaillons en gevelbeelden met Maximiliaan van Oostenrijk, Filips de Schone, Karel V, Karel van Gelre, Maarten van Rossum en Willem van Kleef, en een beeld van een lansknecht (1965-1967), Walburgstraat, op het Duivelshuis in Arnhem
Beeld van Stefanus in de Sint-Stevenskerk, Nijmegen
Leeuw, 1971 aan de kerkboog, Grote Marktzijde, Nijmegen
Beeld ‘De vier seizoenen‘ (1974) bij wooncentrum de Meiberg, Nijmegen
Het seniorenflatgebouw De Meiberg (Meijhorst 71ste t/m 73ste straat) ; links het beeld De Vier seizoenen , gemaakt door Giuseppe Roverso, 1992 (Toon Opsteegh via F6092 RAN CCBYSA)
Winkelpand Gebrs. A. Canta Amsterdam Nijmegen aan de zuidzijde van de Grote Markt (op deze plek staat tegenwoordig het pand, de vroegere Vroom & Dreesmann). Links de sigarenzaak van C. van Steensel op de hoek met de Broerstraat, 1900-1902 (F39266 RAN)
In 1888 openen de Gebroeders Canta hun winkel in schrijfwaren en galanteriën aan de Grote Markt.
Op 6-8-1888 richten Arnoldus Hendricus en Antonius Wilhelmus Albertus Canta de vennootschap “Gebr. A. Canta” op, “tot het uitoefenen van den handel in Kantoor-, Schrijf en Teekenbehoeften”. Daarbij worden ze winkeliers, wonenende te Nijmegen genoemd. De acte wordt gepasseerd bij een notaris, A.C. van Wijngaarden, in Rotterdam. De vennootschap wordt opgericht per 1-8 met de deur van 5 jaar en 5 maanden – dus tot eind december 1893. (PGNC 8/8/1888) Op dat moment hebben ze al een winkel in Rotterdam.
Zij zullen dan het J.B. Möller, Magazijn van Schoenen en Laarzen hebben overgenomen. Möller had voor zijn opening in Nijmegen al winkels in Amsterdam en Arnhem (PGNC 31/5/1885). In De Gelderlander 25/3/1888 kondigt Möller de “Finale verkoop” aan en in De Gelderlander 10/6/1888 staat de advertentie dat de winkel op de Groote Markt 36 op 12 juni wordt gesloten. Daarbij wordt de winkel verplaatst naar “Broerstraat No. 5 bij de Groote Markt”, welke een dag later -13 juni- open gaat.
Opening Gebr. A. Canta: “blijken van vooruitgang”
Advertentie Gebroeders A. Canta (De Gelderlander 11/10/1888)
Advertentie Gebr. Canta (PGNC 31/3/1889)
Wanneer de Gebroeders Canta hun winkel in 1888 in Nijmegen openen, is er juist een aantal jaren daarvoor een grote verandering aan de gang: de opkomst van winkelstraten. Winkels worden groter en een aantal straten ( vooral Grote Markt, Broerstraat, Burchtstraat) die voorheen qua functie gemengd waren, worden echte winkelstraten.
“Hoewel menigeen het denkbeeld was toegedaan, dat onder de groote uitbreiding die onze stad in de laatste jaren onderging, de binnenstad zou moeten lijden en de waarde der huizen daar zeer zou verminderen, blijkt dit hoe langer hoe meer niet het geval te zijn. Integendeel met elken dag ziet me in de hoofdstraten blijken van vooruitgang. Ieder doet zijn best zijn bestaande inrichting te verbeteren of uit te breiden, terwijl telkens nieuwe magazijnen worden geopend, die aan de thans zoo hoog opgedreven eischen des tijds voldoen. Zoo werd weer gisterenavond op de Markt een nieuw magazijn geopend door de heeren Gebr. A. Canta, dat ruim voorzien is van kantoor-, schrijf- en teekenbehoeften, fantasie-papieren, lederwerken, luxe-artikelen, reis- en toiletbenoodigdheden, enz. enz. – Al deze voorwerpen zijn zoowel in de winkelkasten als in het magazijn zoodanig tentoongesteld, dat men spoedig een overzicht van het geheel krijgt en als het ware tot koopen wordt uitgelokt. Daar ook de prijzen niet te hoog zijn gesteld, zullen zekere de heeren Canta zich spoedig alhier, evenals te Rotterdam, in eene gevestigde cliënteele kunnen verheugen.” (PGNC 16/8/1888)
In haar artikel ten behoeve van Sinterklaas noemt PGNC 30/11/1890 “Talrijke eenvoudige, practische en sierlijke zaken zijn er uitgestald, ook op de bovenzaal, waar men een groote keuze fantasiemeubeltjes vindt.”
1891 “Passage-Magazijn”
“Wanneer eene stad vooruitgaat, zooals de onze, gebeurt het bijna zonder ophouden dat er een nieuw magazijn bij komt of dat een reeds bestaand wordt verfraaid en uitgebreid. Wij kunnen daarvan niet voortdurend melding maken, hoewel elke poging door onze neringdoende ingezetenen aangewend om de stad te verfraaien lof verdient. Voor de verbetering door de heeren Gebr. Canta aan hun Magazijn aangebracht mogen wij echter eene uitzondering maken, omdat die een eigenaardig karakter heeft. Dit Magazijn, tot heden toe alléén toegang hebbende aan de Markt, werd in verbinding gebracht met een tweede Magazijn aan de Broerstraat, waar een tweede ingang werd gemaakt en een ruime uitstalkast gelegenheid aanbiedt voor een fraaie etalage. Terecht mag daarom deze practische winkel voortaan den naam van “Passage-Magazijn” voeren.” (PGNC 1/9/1891).
In Paradisum spreekt tevens van een verbouwing in 1897: “De zaken lopen goed en dat resulteerde in een grote verbouwing en vergroting van de winkel annex magazijn. De heropening vond plaats op 27 juni 1897 en gelet op de grote belangstelling hebben de gebroeders Canta een nieuw bewijs geleverd van goede smaak en ondernemingsgeest.”
Vervolg
Magazijn de Zon van Vroom en Dreesmann op Grote Markt 2. Rechts C.J.R. Geurts Koloniale Waren en tabaksartikelen op Grote Markt 3. Beiden zullen deel gaan uitmaken van de Passage van Vroom en Dreesmann, foto gedateerd 1910
Uit de acte van 16-12-1897 blijkt, dat de vennootschap alleen nog zal verblijven bij Antonius Wilhelmus Albertus. Wel is bij het opnemen van gelden of het verstrekken daarvan en het aangaan van borgtochten de handtekening van beide nodig.
Op 3-12-1900 wordt de vennootschap ontbonden, waarbij bepaald wordt dat Arnoldus Hendricus de zaak onder dezelfde naam zal voortzetten.
De exacte datum wanneer de winkel aan de Groote Markt (hernummerd van 36 naar nummer 2) door Vroom & Dreesmann gekocht wordt om als haar 2e winkel dienen, is nog niet bekend. Wel opent de Zon van Vroom & Dreesmann hier haar winkel in 1900, die dient als mantel- en stoffenzaak.
Ook wanneer de winkel aan de Broerstraat precies sluit is nog niet bekend, wel dat in augustus 1901 boekhandel Wildenbeest opent in het voormalige pand van Canta.
Op 13-8-1903 wordt Arnoldus Hendricus, handelend onder de firma Gebr. A. Canta, failliet verklaard. Op 31-7-1904 wordt het faillissement beëindigd.
Stedelijk Gymnasium, foto 1890 (Gerard Korfmacher via F21820 RAN)
In 1880 ontwerpt architect Weve het Stedelijk Gymnasium aan de Kronenburgersingel, welke in 1881 gereed komt. Het gymnasium zal hier tot 1931 blijven. Op een later tijdstip was hier de Gemeentelijke Sociale Dienst gevestigd. Het pand is in september 1971 afgebroken.
Vooraf
Vanaf 1310 had Nijmegen al een Latijnse School, die vanaf 1545 gevestigd was aan het St. Stevenskerkhof. Zie hiervoor het artikel:
Begin 19e eeuw waren aan de Latijnse Scholen zogenaamde “tweede afdelingen” ontstaan, waarbij leerlingen naast Grieks en Latijn ook onderwijs kregen in vakken als wiskunde, aardrijkskunde, Nederlands en moderne vreemde talen. Dergelijke scholen werden gymnasiën genoemd. In 1842 werd de Nijmeegse Latijnse School een Stedelijk Gymnasium. Daarbij besloot de Gemeenteraad in 1865 tot een vierjarige cursus.
In 1876 werd de inrichting van gymnasia definitief geregeld door de Wet op het Hoger Onderwijs. In 1878 kwam er een nieuw leerplan, waarbij het gymnasium oude en nieuwe stijl naast elkaar bestonden. De nieuwe vorm was een zesklassige school, waarbij er een hogere rijkssubsidie mogelijk was. Dat maakte het voor de gemeente Nijmegen om een nieuwe school met rectorswoning te laten bouwen.
Op 18-8-1880 vindt de aanbesteding plaats van het maken van de gebouwen voor het Gymnasium en de Woning van den Rector dier inrichting. Weve, op dat moment waarnemend Gemeente-Architect, is de architect. (De Gelderlander 30/5/1880).
Bij de opening
Het PGNC schrijft bij de opening in 1881:
“Nijmegen, 5 September.
Morgen zal de plechtige opening plaats hebben van het nieuwe Gymnasium aan den Kronenburger Singel, dat volgens de plannen en onder het toezicht van onzen verdienstelijken gemeente-architect, den heer J.J. Weve, gebouwd is. Het gebouw dat een alleraangenaamsten indruk maakt, is opgetrokken in Duitschen renaissance stijl, in baksteen met Udelfanger zandsteen en kan met recht beschouwd worden te behooren tot de fraaiste gebouwen, die in den laatsten tijd in de nieuwe wijken onzer stad zijn verrezen. De heer Weve heeft, wat we zeer in hem prijzen, zoowel uit- als inwendig, getracht zooveel mogelijk alles te vermijden, wat naar kazernachtigheid zweemde, zooals zoo dikwijls bij scholen en dergelijke gebouwen plaats heeft, en dat hij daarin geslaagd is, zal een ieder, die zich een wandeling naar het gebouw wil getroosten, bij den eersten aanblik opvallen. Met voldoening kan de heer Weve op zijn arbeid terug zien; het Gymnasium is een waar sieraad onzer gemeente. Heden morgen waren we in de gelegenheid het gebouw in oogenschouw te nemen en we meenen onzen lezers geen ondienst te doen, door onze ervaringen mede te deelen.
Leraren en leerlingen van het Stedelijk Gymnasium t.g.v. de huldiging van Dr. Sormani, Kronenburgersingel 73, 1924 (L66091 RAN)
Men komt het gebouw binnen door een entrée, die met een dubbele glazen deur in de keurige vestibule voert, waarom zich de verschillende vertrekken van de benedenverdieping groepeeren. Recht tegenover de entrée opent zich de trapruimte, met een fraaie trap, naar de eerste verdieping, waarin men wederom een deel der leervertrekken en overige ruimte aantreft. In elke verdieping bevinden zich drie klasse-kamers; daarenboven is beneden, behalve een kamertje voor den claviger en een spreekkamertje, een flinke ruime kamer voor den rector. Onder de hoofdtrap bevindt zich tevens nog een deur naar buiten. Boven heeft men, behalve de genoemde drie klasse-kamers, een kamer voor de docenten, tevens bibliotheek, en, in het midden van den voorgevel, een ruim beschikbaar vertrek voor bijeenkomsten en mogelijke toekomstige uitbreiding der klassen.
Zoowel ouder als boven heeft men garderobes en verdere gemakken, alles even keurig en practisch ingericht.
Verder heeft men een ruimen zolder en een uitmuntenden kelder tot berging van brandstoffen, terwijl het gebouw van gas- en waterleiding als ook van een bliksemafleider voorzien is.
In de klasse-kamers heeft men licht in overvloed, terwijl voor den afvoer der lucht, door bijzondere kanalen, die in de dubbele scheidingsmuur zijn aangebracht en buitendaks uitkomen, uitmuntend is gezorgd. De verwarming der schoollocalen geschiedt door thermoconservateurs, uit de fabriek der firma Geneste & Co. te Parijs. In elk vertrek is zulk een thermoconservateur geplaatst; de luchttoevoer van buiten heeft plaats onder deze kachels, die met mantels zijn omgeven en den geheelen dag doorbranden, na éénmaal te zijn gevuld en aangestoken.
De keurige schoolbanken zijn geleverd door den ingenieur Vogel te Dusseldorf; zij zijn zeer practisch ingericht met verstelbaren tafel en van passende grootten.
Naast het Gymnasium verheft zich de woning van den Rector, een eenvoudig, net en ruim huis, hetgeen vooral nu het bewoond is een zeer vriendelijk aanzien heeft. Dit huis bevat 7 vertrekken, badkamertje, vele gemakken etc. en is mede door den heer Weve gebouwd. Zoowel dit huis, als het Gymnasium met de daarbij behoorende speelplaats zullen nog door een smaakvol ijzeren hek omgeven worden, waardoor de algemeene indruk zeker nog zal winnnen.
Aannemer van beide gebouwen was de heer A.Th. Opzoomer voor f46.700, waaronder echter niet begrepen zijn de kosten van het uitgraven en invullen met zand van het terrein, welke werkzaamheden nog voor de aanbesteding door den heer J. v. Oijen Pz. Werden uitgevoerd.
Ook den aannemer komt alle eer toe voor de wijze waarop hij zijn werk heeft afgeleverd.
Omtrent de feestelijkheden, welke bij gelegenheid van de opening van het nieuwe Gymnasium op morgen alhier zullen plaats hebben, vernemen wij het volgende:
Ten 10½ zullen de leerlingen van het Gymnasium en van de Burgerschool bijeenkomen in het oude Gymnasium onder den Kerkboog. Van daar zullen zij zich in optocht met hunne vaandels en voorafgegaan door het muziekkorps der Schutterij begeven naar het nieuwe gebouw aan den Kronenburger Singel. Hier zal vervolgens door het Dagelijksch Bestuur het gebouw worden overgedragen aan H.H. Curatoren, waarop door den Rector, den heer Dr. J. Meuleman, eene feestrede zal worden gehouden. Na afloop hiervan, vereenigen zich de leeraren van ’t Gymnasium, der Hoogere Burgerschool en verdere genoodigden aan een déjeuner, ten huize van den Rector, terwijl de jongelui in ’t gebouw zullen worden onthaald.“ (PGNC 6/9/1881)
Vervolg
Voormalig Stedelijk Gymnasium (gebouwd 1880/1881, architect Ir. Jan Jacob Weve) later Gemeentelijke Sociale Dienst (afgebroken in september 1971), foto 1969 (Evert van der Grinten via F78354 RAN CC-BY-SA)
In 1931 verhuist het Stedelijk Gymnasium naar de Van Schevichavenstraat, het gebouw van de voormalige Rijkskweekschool.
Praktisch Werk voor Werklooze Jeugd, Kronenburgersingel 73 (PGNC 4-3-1935)
In 1935 wordt het gebouw gebruikt voor vakcursussen voor de werkloze jeugd: “Vakonderwijs dus, wat straks den jongen man in staat zal stellen, meer kans te hebben om aan den slag te kunnen komen. Want een behoorlijk geschoolde arbeider zal in het algemeen een streep voor hebben bij hen, die geen vakkennis hebben.” In de werkplaats kan een jongere zich bekwamen “als metselaar, timmerman, bankwerker, schilder en nog allerlei andere vakken.” (De Gelderlander 1/3/1935).
In PGNC 16/5/1940 is de Kronenburgersingel het adres van de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon voor de uitbetaling van de ondersteuningsgelden.
In de jaren 50 is het gebouw het adres voor het Secretariaat voor Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting. (De Gelderlander 14/11/1952) Deze commissie organiseert voorlichtingsavonden –“huishoudavonden”- over bijvoorbeeld gezonde voeding, maar geeft bijvoorbeeld ook demonstraties, lezingen, cursussen (waaronder kook-, naai-, handenarbeid-, en lampekapcursussen), enz. in verschillende wijken.
Op een later tijdstip zit de Gemeentelijke Sociale Dienst in het gebouw. Uiteindelijk wordt het in 1971 afgebroken.
Hiervoor in de plaats komt de grote serviceflat, die er nog steeds staat. Een foto uit 1982 van de bouw is te vinden op F19566 RAN.
De Sociëteit “Burgerlust”, rechts daarvan het Spoorwegmonument, en links de kapel van kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo), 1914 (A. Witmond, Wilhelmina Bazar via F34412 RAN)
In 1839 opent Sociëteit Burgerlust aan de Valkhof. Na topjaren in de 19 eeuw zal het uiteindelijk veranderen in een etablissement waar oorlogswinstmakers hun geld verbrassen. In 1920 wordt het in gebruik genomen als gebouw van de Katholieke Werkvereeniging Unitas. De Duitse bezetter geeft het de doodssteek door er een zwaar verdedingswerk van te maken.
Rond het midden van de 19e eeuw komen sociëteiten op. Burgerlust aan de Lindenberg was daarbij een van sociëteiten in Nijmegen. Of zoals Burgerlust zich noemt: “eene vereeniging van deelhebbers uit de fatsoenlijken burgerstand”.
Het begrip sociëteit bestond al in de 18e eeuw, met een sterke politieke inslag. Rond het midden van de 19e eeuw werd het begrip “sociëteit” nieuw leven ingeblazen. Het waren nu gegoede burgers -bijvoorbeeld fabrikanten- die een sociëteit oprichten.
Wikipedia: “Sociëteiten vindt men in Nederland op veel plaatsen. Meestal zijn ze uitsluitend voor mannen bestemd, die in de regel vrij hoog zijn opgeleid, verantwoordelijke/leidinggevende posities bekleden in de publieke of private sector of die zelfstandige beroepen uitoefenen. Zij zijn vaak ondernemend, dit in brede betekenis te verstaan.”
Oprichting Burgerlust
Societeit Burgerlust, Architect Pieter van der Kemp, 1839
Ontstaan
Op 1- 8-1800 had een “consortium van twintig heeren uit gegoede Nijmeegsche burgerfamiliën” een huis gekocht boven aan de Grootestraat, met een achteruitgang in het Gapersgasje, “De Diamant Ring”/”het Moorken” genoemd. (Van Schevichaven)
Begin 19e eeuw waren er al plannen voor de bouw van Burgerlust. Er was een plekje grond uitgezocht, waar de bouw zou kunnen plaats vinden als de Burchtpoort zou worden gesloopt. Het zou echter tot 1838 duren voordat de plannen van de grond kwamen, vooral door de moeilijkheden tussen Noord- en Zuid-Nederland. En maart 1838 was het echter zover en “Verrassend snel kwam het benodigde bedrag (f40.000) bijeen.”
Bouw Burgerlust
De toegang tot het Valkhof, gezien vanaf het Kelfkensbos. Links Societeit ‘Burgerlust’, Julius Schaarwächter, 1858-1865 (F47516 RAN)
23-2-1839 zal de aanbesteding plaats vinden. De advertentie spreekt dan van “Het opbouw van een Nieuw Locaal voor dezelve Societeit”. De bestektekening is te verkrijgen bij de Mede-Directeur J.E.H. Vaalman. (PGNC 20/2/1839)
De eerste steenlegging vindt op 20 april plaats, met het plan dat deze 20 augustus klaar zal zijn. Zodat op 24 augustus, de verjaardag van de koning, het gebouw kan worden ingewijd: “Maandag aanstaande wordt mede de eerste steen gelegd, door een lid der Directie, aan de nieuw op te rigten Societeit Burgerlust, welke door eene vereeniging van deelhebbers uit de fatsoenlijken burgerstand zal daargesteld worden. Deze Societeit, die, gelijk de Stads- Commedie en Concert-Zaal, naar het plan en de teekening van onzen bekwamen stads-architect, den heer van der Kemp, wordt gebouwd, is voor eene som van f11,500 aangenomen, komt juist tegenover de Commedie te staan en zal mede niet weinig tot verfraaijng van dat gedeelte der stad bijdragen. Zij zal, behalve haren sierlijken bouw, vooral uitmunten door heerlijke vergezigten langs den Waalstroom en de tegenoverliggende Betuwe en de Veluwse bergen…” (Algemeen Handelsblad 24-4-1839).
Die dag is er tevens de eerste steenlegging van de nieuwe schouwburg “Comedie, vereenigd met eene Concert- en Teekenzaal.”, eveneens naar het ontwerp van van der Kemp.
Op 11-6-1839 verschijnt er een personeelsadvertentie voor de werving van een kastelein. Hierin staat dat de Societeit bij de oprichting al 141 leden telt, “dit getal, vooral bij de opening der Societeit door derzelver aangename ligging en goed inrigting aanzienlijk zal toenemen; Billard en Tuin, alsmede bijzonder geschikte woning voor den Kastelein heeft.” J.P. Cramer, Hezelstraat is mede-directeur van de Sociëteit.
Van elite naar verburgelijking
De Societeit “Burgerlust” met rechts het monument ter herinnering aan de opening van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, datering 1900 (Vivat Amsterdam via F34731 RAN)
Het bestuur kondigt in PGNC 15-4-1840 de aanbesteding aan van het maken van een kegelbaan, een veranda en een hek op de muur.
In 1842 wordt de Sociëteit weer ter huur aangeboden aan een “geschikten kastelein”. Op dat moment heeft de Vereeniging 230 leden (Opregte Haarlemsche Courant, 8-1-1842)
Vooral het toneel was aanvankelijk belangrijk. Daarnaast werden er ook andere vormen van uitvoeringen gegeven door de beste Nederlandse gezelschappen, maar ook uit Duitsland en Frankrijk.
Ook vinden we in 1846 de oprichting van Handboogschutterij “De Batavier”. (Algemeen Handelsblad, 9-11-1846)
In het begin van de 20ste eeuw vond er echter een omslag plaats: “een verburgelijking” van Burgerlust. De “élite” ging naar uitvoeringen in Concertgebouw de Vereeniging. In Burgerlust bleef de amateurkunst en de variéte. “Tijdens de kermis was Faveur daar favoriet. Het geroezemoes van de ouderwetse kermis op het Kelfkensbosch had al jaren alle oude deftigheid uit de omgeving verjaagd” (Nijmeegsch Dagblad).
Het terras van Sociëteit Burgerlust op het Valkhof, met links de toren van kasteel Bat-Ouwe-Zate (kasteel Hallo) en rechts de Waal; een reproductie, 1900 (F34389 RAN)
1908: Verbouwing Concert- en Toneelzaal van Societeit “Burgerlust”, architect Hoffmann
Er is nog niet volledig onderzocht welke verbouwingen er zijn geweest.
In ieder geval vindt in 1908 vindt een verbouwing van de concert- en toneelzaal van Societeit Burgerlust plaats. De architect daarvan is J.W. Hoffmann.
“Societeit “Burgerlust”.
Toen een paar jaar geleden de leden van de societeit “Burgerlust” op voorstel van het bestuur besloten hadden de concertzaal in meer geregelde exploitatie te brengen en een afzonderlijken toegang met vestiaires en koffiekamer ingericht werden, bleek alras die verbetering zeer te voldoen en de ruime zaal wel in trek te komen. Daarmee was evenwel nog niet alles bereikt en juist bij meerder gebruik bleek alras dat de zaal te klein en het tooneel geheel onvoldoende ingericht was. In den afgeloopen zomer is, volgens de plannen en onder toezicht van den architect J.W. Hoffmann alhier tot verbetering overgegaan en nu een en ander gereed is gekomen, mag “Burgerlust” trotsch zijn op zijne mooie concert- en toneelzaal.
Ter inwijding van deze vernieuwde inrichting zal Dinsdagavond voor de leden een feestavond plaats hebben, georganiseerd door eenige der jongere leden, die daarmee tevens hun waardeering willen toonen voor het actieve bestuur, dat niets ongedaan laat om “Burgerlust” tot zijn ouden bloei terug te brengen.
De avond zal worden gevuld met de opvoering van Frederik van Eeden’s geestig blijspel “De Student thuis”, dat wordt opgevoerd door eenige leden, waarna een bal onder leiding van den heer Velthuis plaats heeft.
Wij vertrouwen dat de opkomst van H.H. leden met hunne dames de verwachting verre zal overtreffen en Dinsdagavond in “Burgerlust” weder de oude, gezellige geest zal heerschen.” (PGNC 3/2/1908)
1912: Steenmetzer
Advertentie heropening Burgerlust (PGNC 4/5/1912)
Begin mei 1912 koopt Steenmetzer het pand van Societeit Burgerlust voor f34.900. Na een restauratie zullen lokalen van de sociëteit ter beschikking van de leden van Burgerlust blijven. De overige gedeeltes zullen voor publiek toegankelijk zijn. (PGNC 3/5/1912 en PGNC 4/5/1912). Hij was daarvoor directeur van Hotel du Soleil.
Oorlogswinstmakers
“De vernietigende klap voor de oude roem werd Burgerlust toegebracht in de oorlogstijd van 1914 tot 1918. Het werd een vermaakplaats van de oorlogsparvenu’s. Smokkelaars en soldaten verdrongen elkaar. Boven danste men. Beneden was cabaret -en niet van het zuiverste soort”. (Nijmeegsch Dagblad) Degenen die grof aan de oorlog verdienden, waren in Burgerlust met hun geld aan het smijten. “Burgerlust zakte in reputatie tot prettent, waar wijn vloeid als water door de Waal.” (Nijmeegsch Dagblad)
Verbouwing
Het is mij nog onbekend of deze verbouwing reeds in 1912 plaats heeft gevonden, of dat het de verbouwing in 1916 betreft. In ieder geval vindt in juli 1916 een heropening na een verbouwing plaats.
Bij de heropening
Het PGNC schrijft over deze heropening:
“Café-Restaurant “Burgerlust”.
Hedenavond heeft op feestelijke wijze de opening plaats van het gerestaureerde café-restaurant der societeit “Burgerlust”. De directeur, de heer J.F. Steenmetzer, heeft het initiatief tot deze groote verbouwing genomen en het mag gezegd worden, dat hij in het ontwerpen van deze belangrijke verbetering uiterst gelukkig is geweest, terwijl van de uitvoering mede niet anders dan met grooten lof gewaagd kan worden. Aan weerszijden van den ingang van het gebouw, de midden-entrée van vroeger (de voormalige zij-ingang is vervallen) zijn twee mooie restaurants verrezen, met aan alle zijden flinke spiegelruiten en waar licht en lucht in groote volumia kunnen binnentreden. De heer Steenmetzer heeft voor een gezellig interieur gezorgd; in het lokaal ter linkerhand zijn rieten stoelen en tafeltjes geplaatst, een uitgezochte entourage om te “tea-en”, in het grootste lokaal rechts maken de witgelakte meubeltjes een frisschen, gezelligen indruk. Achter in dit zaaltje is, op de plaats waar binnenkort een bullet wordt ingericht op een podium een vleugel geplaatst en hier zal hedenavond het Italiaansche Kunstenaars-Ensemble onder directie van den heer G. Sabatini de gasten met mooie muziek aangenaam bezighouden.
Op de bijzonderheden betreffende deze verbouwing komen wij binnenkort nog wel terug. Reeds nu kunne wij echter een ieder een kijkje in het nieuwe café-restaurant “Burgerlust” aanbevelen. Gedurende deze maand zal er dagelijkse matinée en soirée zijn, Zaterdags en Zondags van 10 uur af gelegenheid tot dansen, bij gunstig weer concerten in den tuin. Mein Liebchen, as willst du noch mehr?” (PGNC 2/7/1916)
1920: Unitas
Het Verenigingsgebouw Unitas, en het Spoorwegmonument; rechts een Quickbus (stadsdienst), 1920 (F34399 RAN)
Burgerlust werd na de Eerste Wereldoorlog opgeheven. In augustus 1920 koopt R.K. Werkliedenvereeniging “Unitas” het gebouw, omdat de behuizing aan de Walstraat te klein was geworden.
“Gelegen in de onmiddellijke nabijheid van het aloude Valkhof, zetelde de R.K. Werkliedenvereeniging. Ook toen kwam kritiek. Te duur! Dat kunnen ze niet vol houden. Binnen korten tijd komt de plank er weer op, en meerdere soortgelijke uitspraken hoorde men, en toch door ’t taaie volhouden van ’t bestuur, waarvan zeker op de eerste plaats de penningmeester mag worden genoemd, bleef de bond, al was ’t vaak met de uiterste moeite, eigenaresse.” Bij de opening had de gehele week elke stand of bond zijn eigen feestavond. (Artikel over het 40-jarig bestaan van de R.K. Werkliedenvereeniging in De Gelderlander 25/8/1934, waarbij het citaat afkomstig is van Oud-voorzitter A.J. Uijen)
Leden van de R.K. Werkliedenvereeniging (RKWV) St. Stephanus, bijeengekomen om het Demonstratief Congres op 17 juni 1927 voor te bereiden. De foto is genomen aan de achterkant van het R.K. Vereenigingsgebouw Unitas, de vroegere sociëteit Burgerlust. ( inv.nr. 241 / Stichting Vakbondshistorisch Archief Nijmegen en omstreken (SVAN), Cen/NKV/Nijm/1927/2 via f85493 RAN)
Het gebouw was in gebruik als café-restaurant, maar ook voor het houden van bijeenkomsten als congressen en feestavonden. Vanuit het gehele land kwamen mensen -vooral werknemers met hun familieleden- naar deze ontspanningsgelegenheid om te kunnen genieten van het uitzicht vanaf het terras.
Oorlog en Sloop
Het gebouw Unitas (voormalige sociëteit Burgerlust) zwaar gebarricadeerd door de Duitsers als verdediging van Valkhof en Waalbrug, 1944 (F24100 RAN)
Toch werd er in 1926 al gesproken over afbraak en in 1934 viel het besluit tot sloop van het oude pand. De crisis van de jaren 30 en de oorlog in de jaren 40 voorkwam de uitvoering daarvan. De Duitsers hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog de inrichting totaal vernield en het pand omgevormd tot zware bunker. Het Nijmeegsch Dagblad eindigt haar artikel, geschreven in 1955 vanwege de aangekondigde sloop van het pand met: “Voor het oude trotse Burgerlust bestaat geen toekomst meer. De bezetters maakten van de schouwburg een vesting, en ontnamen het daarmee de kans nog ooit iets goeds te worden, het rijke verleden waardig.”
Afgaande op de gevonden foto’s is Unitas/Burgerlust in 1956 gesloopt.
De sloop van het R.K. Verenigingsgebouw Unitas (voorheen Sociëteit Burgerlust), 4/1956 (Fotopersbureau Gelderland via GN17115 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Wie nu (mei 2025) langs de panden van de Lange Hezelstraat 82 en 84 loopt, zal niet direct vermoeden dat de gevels op de begane grond slechts een aantal jaren geleden zijn aangebracht in plaats van 100 jaar oud zijn. Wel zoals het “vroeger” geweest is.
Hoewel de geschiedenis van het pand veel verder terug gaat (kijk omhoog en let op de trapgevels aan beide zijkanten), gaat dit artikel over de panden vanaf ongeveer 1900 tot vlak na de oorlog.
Ooit was dit 1 groot woonhuis, laatst in eigendom van mevrouw de wed. Huijbers. In opdracht van E.A. van Dungen verbouwt architect van der Waarden het pand naar 2 winkels. Dan is tevens te zien hoe de huidige voorgevel van de winkels lijken op dat van… Zie daarvoor:
E.A. van den Dungen
Koek- en banketbakkerij van Dungen
1899, Lange Hezelstraat 84 Centrum
Verbouwing voor Koek- en banketbakkerij van Dungen, datum dossier 5-5-1899 architect van der Waarden Lange Hezelstraat 84 (D12.377738)
Op 21-3-1899 (PGNC 12/3/1899) vindt de aanbesteding plaats van: “Het verbouwen van perceel 84 aan de Lange Hezelstraat te Nijmegen, en dit in te richten tot 2 Winkelhuizen en Banketbakkerij, voor rekening van den Heer E.A. van den Dungen, alhier.”
“De koek- en banketbakkerij van den heer E.A. van den Dungen is overgebracht van de Smidstraat naar de Lange Hezelstraat, in het pand, vroeger bewoond door mevrouw de wed. Huijbers. Dit pand is geheel en al verbouwd tot twee winkelhuizen naar het ontwerp van den architect W.J.H. van der Waarden door de aannemers Gielen & Co. te Wijchen. En architect èn aannemers verdienen allen lof voor de keurige wijze, waarop het werk is ontworpen en uitgevoerd. In een van die winkelhuizen- het andere staat nog ledig- heeft dan de heer v.d. Dungen zijne paleis van zoetigheid gevestigd en in de fraaie, door de bekende firma Bruns te Arnhem geleverde etalge-inrichting kan men in tal van sierlijke flacons en flesschen zien uitgestald al die zaken, welk velen eene “streeling zijn van het verhemelte”. Deze winkel is bepaald een aanwinst voor dat gedeelte der benedenstad.“ (PGNC 5/9/1899)
Ontwerp voor de verbouwing perceel Lange Hezelstraat 84 architect van der Waarden opdrachtgever van Dungen, 5-5-1899 (D12 377739)
De Gelderlander geeft een beschrijving van de winkel:
“Bijzonder fraai is in den eenen afgewerkten winkel de vloer van mozaïektegels, terwijl ook het geëtste glas in de binnendeuren, door den heer Van Crimpen alhier geleverd, vermelding verdient.
Een ruime bakkerij met heete-luchtovens naar het nieuwste systeem biedt allen waarborg dat de voorraad in den ruimen, helderen winkel bestendig ververscht zal worden.” (De Gelderlander 3/9/1899)
Op tekening D12.377739 valt daarbij op dat achter het gebouw nog een zeer grote tuin ligt. De uitstulping boven de tuin (het meest rechts op de afgebeelde, liggende tekening) is de “bakkerij”, welke grenst aan Gulden Wagen. Daarnaast staat er een broeikas en een kippenhok.
Eduardus Alphonsus van den Dungen
Zijn vader, Johannes van Dungen, had reeds een bakkerij in de Smidstraat (Smitstraat D nr. 6) Johannes is op 19 maart 1814 geboren in ’s Hertogenbosch. In het Bevolkingsregister van 1880 komt hij voor als “koekbakker”. Hij is getrouwd met Anna Maria Goëtte (‘s-Hertogenbosch, 30/5/1821 – door “het blauwe potlood” veranderd in 31 bij het wijzigen in haar weduwestatus. Ook in blauw staat bij Aanmerkingen bij haar Paulstr 23). Johannes is overleden op 14-12-1885.
Eduardus Alphonsus van den Dungen is op 18/9/1855 geboren in ’s-Hertogenbosch. Hij trouwt op 28-4-1885 met Geertruida Hendrina Gerarda van Campen (Nijmegen, 27/6/1864). In het Bevolkingsregister 1880 staat dat hij vertrokken is naar Smidstraat 6, het is echter onduidelijk onduidelijk wat hiermee bedoeld wordt (hij woonde al op nr 6.) en op welk moment dit gebeurd is.
In het Bevolkingsregister 1880 staat huizing Smidstraat 6 doorgehaald door “het blauwe potlood”, die bij Aanmerkingen No 34 heeft geschreven. Daarbij is tevens het geboortejaar vervangen door 1856. Als beroep staat “koekbakker”
Hun kinderen zijn:
Cornelia Geertruida Maria van den Dungen (Nijmegen, 4/6/1890)
Johanna Maria Josephina van den Dungen (Nijmegen, 7/3/1887)
Johannes Antonius Josephus van den Dungen (Nijmegen, 22/4/1888)
In de adresboeken van 1896, 1898 en 1899 komt hij voor op Smidstraat 34. In het adresboek 1901, 1902, 1903, 1907, 1909 komt hij voor op Lange Hezelstraat 84. (Er is geen uitputtend onderzoek gedaan).
F.H. Raijmakers & Zonen
Ongeveer 1901 – 1907
Opening Raijmakers Lange Hezelstraat 84 (PGNC 11/8/1901)
De eerste gebruiker van de rechter winkel is waarschijnlijk F.H. Raijmakers en Zonen. In de gevonden advertenties is het adres van de winkel steeds Lange Hezelstraat 84a. Daarbij is “F.H. Raijmakers” de naam van de winkel. Op 27-7-1901 is Leonardus Cornelus Adrianus Maria (31-7-1881, Eindhoven) vanuit Eindhoven naar Lange Hezelstraat 84 gekomen. Hij is als oudste broer “hoofd” en heeft als beroep “winkelier”. Op die dag komt zijn zus Theodora Philomina Maria (9-11-1877 Eindhoven) mee, maar zal op 21-11-1906 weer naar Eindhoven vertrekken. Hij trouwt op 3-11-1903 (Bevolkingsregister 1900).
Hij zal in de loop van de jaren 0 verhuizen naar “E5 bl 126).
Ook 2 andere zussen en 1 broer komen tijdelijk naar dit adres:
Aldegonda Joanna Alogsia(?) Maria (21-12-1885, Eindhoven) van 27-10-1903 vanuit Eindhoven; en vertrek op 27-9-1906 naar Veldhoven
Alphonsus Franciscus Maria (21-10-1892, Eindhoven) van 9-9-1905 Eindhoven naar “O bl 292”
Joanna Maria (10-9-1876, Eindhoven) van 15-9-1906 Eindhoven, en vertrek naar Eindhoven op 21-11-1906
Tot nu toe eerstgevonden advertentie F.H. Raijmakers & Zonen (PGNC 7/9/1901) Lange Hezelstraat 84a
Advertentie voor boter, Raijmakers (De Gelderlander 15/2/1902)
Hij blijkt hij aanvankelijk verhuisd te zijn naar Voorstadslaan 69b, waar zijn beroep “koopman” is. In het Adresboek van 1907 komt hij nog voor op de Lange Hezelstraat, in dat van 1908 niet meer: dit betekent dat hij rond 1907 verhuisd is.
Dan blijkt hij getrouwd te zijn met Anna Poelen (29-5-1882, Nijmegen). In de jaren 0 verhuist hij vervolgens weer naar Lange Burchtstraat 1, zijn beroep is dan “Boterhandelaar”. In het Bevolkingsregister van 1910 komt hij nog op dit adres voor als boterhandelaar.
Henri v.d. Velden & Co.
Rond 1907
advertentie H. v.d. Velden (De Gelderlander 23/8/1908)
Daarna heeft Henri v.d. Velden & Co. een van haar winkels op Lange Hezelstraat 84a. De eerst gevonden advertentie is in De Gelderlander De Gelderlander 26/6/1907. Uit de advertentie De Gelderlander 23/8/1908 blijkt dat v.d. Velden tevens winkels heeft in Tilburg, Oss en Boxtel. Het is een zaak in kruideniers- en grutterswaren, biscuits en comestibles.
Wouter Mots (zie hieronder) is waarschijnlijk de filiaalhouder, die tevens op dit adres woont. Rond 1923 zal hij de winkel rond 1923 overnemen.
1907: Wouter Mots
Advertentie W. de Mots Lange Hezelstraat 84a (De Gelderlander 30/3/1928)
W. de Mots volgt rond 1907 H. v.d. Velden & Co op. W. Mots zal jarenlang voorkomen in de Adresboeken op Lange Hezelstraat 84a. (Adresboeken 1908, 1909, 1910, 1912, 1914, 1915, 1916, 1920, 1924, 1928, 1932, 1934, 1936, 1938, 1940).
Daarbij noemt hij zich geruime tijd W. Mots, v/h v.d. Velden & Co.. Incidenteel komen advertenties van “H. v.d. Velden & Co.” voor, zoals De Gelderlander 25/9/1909 en een nieuwjaarsgroet PGNC 31/12/1917.
Tot in 1937 gebruikt hij (vrijwel altijd) huisnummer 84a. Vanaf 1937/1938, nadat hij het naastgelegen pand heeft bijgetrokken, zal hij adverteren met nummer 84.
Wouter Mots
Wouter Mots (9-4-1877, Harderwijk) komt op 13-8-1904 vanuit Amsterdam naar Nijmegen. Aanvankelijk in het Dienstbodenregister, als inwonende “winkelbediende” met als huizing Nieuwe Markt 15a.
Om vervolgens als “chef winkelier” te gaan wonen op Lange Hezelstraat 84a. Zijn zus Heintje (18-4-1875, Harderwijk) komt op 2-4-1907 vanuit Ankeveen tevens op dit adres te wonen. (Bevolkingsregister 1900).
(Afgaande op het feit dat Raijmakers rond 1907 zal zijn vertrokken en Heintje Mots op 2-4-1907 tevens op Lange Hezelstraat komt wonen, zal Mots de opvolger zijn van Raijmakers).
Slagerij Hoppe
Nijmeegsche Volksslagerij C.J.Hoppe, “Let wel: Lange Hezelstraat 84” was waarschijnlijk geen overbodige luxe met de nodige slagerijen in de Hezelstraat (De Gelderlander 18/9/1919)
Waarschijnlijk is de Nijmeegsche Volksslagerij van C.J.H. Hoppe de opvolger van van den Dungen op nummer 84.
De eerstgevonden vermelding is PGNC 3/1/1919, dus mogelijk is er nog een tussentijdse gebruiker geweest.
Het vlees is op dat moment op de bon. Met “bon no 7 van het vleeschboekje kan worden gekocht 2 ons paardevleesch zonder been tegen 10 cent per ons of 2 ons schapenvleesch met been tegen 10 cent per ons”, waarbij schapenvleesch uitsluitend verkrijgbaar is bij C. Hoppe. (PGNC 3/1/1919).
29 april 1920 wordt de slagerij verplaatst naar de overkant, Lange Hezelstraat 81 (De Gelderlander 28/4/1920), waar de slagerij nog decennia zal blijven zitten.
1920 Borstelmaker Hermsen
Borstelmaker Hermsen Lange Hezelstraat 84 (De Gelderlander 25/5/1920)
Op Lange Hezelstraat 84 zit rond 1920 Borstelfabriek Evert Hermsen. De eerstgevonden (enige) advertentie komt voor in De Gelderlander 25/5/1920. Daarnaast staat Hermsen nog in het Adresboek van 1922 als “borstelfabriek en filiaalhouder banketbakkerij”.
Eerst gevonden advertentie van Chr. Th. Wennekes, Lange Hezelstraat 84 (De Gelderlander 9/11/1920)
Wanneer Wennekes exact haar filiaal opent is nog niet bekend; in PGNC 24/10/1919 komt nog een advertentie voor waarin Wennekes met alleen St. Jorisstraat 4. De eerstgevonden advertentie van het filiaal van Banketbakkerij Chr. Th. Wennekes op Lange Hezelstraat 84 is van november 1920, voor het Sinterklaassnoep speculaas en boterletters.
De winkel bestaat in ieder geval nog in september 1929, wanneer winkeliers tijdens de “Winkelweek Vereeniging “Hezelstraat Belangen” hun etalage zo aantrekkelijk mogelijk proberen te maken. Het PGNC 24/9/1929: “De firma Chr. Wennekes Banketbakkerijen, St. Jorisstraat 4-Lange Hezelstraat 84, wist de étalages van haar zaak in de Lange Hezelstraat al zeer aantrekkelijk te doen zijn, gelijk dan ook licht te begrijpen valt; en men behoeft niet eens zulk een groote lekkerbek te zijn om zijn blikken eens even te laten weiden over wat hier achter de winkelruit tentoongespreid wordt. Het is het beste wat de firma te bieden wist en dat zegt heel wat, want haar banketbakkerijen leveren een uitstekend product. Gebak en suikerwerken vindt men hier in rijke verscheidenheid, waarbij de honingkoek en nougat van eigen fabricaat een eerste plaats innemen.”
Tijdens deze winkelweek 1929 bevindt W. de Mots zich op 84a en E.A. van den Dungen op 84b.
Verbouwing 1920: splitsing rechter gedeelte in 2 winkels
Bestaande toestand voor de splitsing (D12.385899)
In 1920 vindt de splitsing van de rechtse winkel in 2 winkels plaats. De ruimte gaat op de helft doormidden. Aan de voorkant komt, waar de voordeur zat, een klein portiek met elk een schuine deur als toegang tot de winkel.
De bebouwing daar achter van het woonhuis blijft ongewijzigd.
Plan voor eenig verbouwing a/h perceel Lange Hezelstraat 84 te Nijmegen kad.b. Nijmegen sectie C 4366, datum dossier 4-6-1920 (D12.385899)
Opvallend is dat de tekening van de bestaande voorgevel D12.385899 afwijkt van de laatst gevonden tekening D12.377738. Dit kan betekenen dat de gevonden tekening de bestaande toestand weergeeft, of dat er tussen 1899 en 1920 nog een verbouwing heeft gezeten.
Daarnaast valt op dat de “bestaande toestand” van de begane grond (vrijwel) overeenkomt met de huidig gebouwde voorgevel. Wel lijkt de dakkapel een andere plaats te hebben.
De eigenaar van het pand is E.A. van Dungen, de architect is vooralsnog niet gevonden (handtekening is moeilijk leesbaar).
Het is tot nu toe onduidelijk wat precies de adressen van deze 3 winkels zijn. Mots heeft (hoogstwaarschijnlijk) zijn winkel in een van de 2 kleinere winkels: hij zal in 1937, dan als eigenaar, de 2 winkels weer samentrekken. Het is echter onduidelijk wat in 1920 de reden van splitsing is door de eigenaar van den Dungen, terwijl Mots dan al een aantal jaren hier zijn winkel heeft.
Ook is de huisnummering in deze periode niet geheel duidelijk.
1921-1922: A. Van den Hoven
In november wordt er een advertentie van A. van den Hoven, Lange Hezelstraat 84a gevonden (PGNC 2/11/1921), waarbij hij kachels verkoopt. Op 22-5-1922 wordt A. van den Hoven, koopman, Lange Hezelstraat 84a, failliet verklaard (PGNC 10/6/1922)
E.A. van der Dungen Jr.
E.J. van den Dungen Jr, ijzerhandel, die iig in 1924 84b haar adres heeft (Gelderlander 2/10/1924 )
Is het toeval dat we vervolgens E.A. v.d. Dungen terugzien met een ijzerhandel? Van den Hoven is immers failliet gegaan, terwijl E.A. v.d. Dungen (al dan niet jr.) de eigenaar was van het pand.
Aanvankelijk komt E.A. v.d Dungen voor op 84a…………………………………………
In het artikel voor de etalageweek in 1929: ”De heer E.A. van den Dungen, no 84b, heeft niet minder dan 200 kachels en 120 fornuizen aan te bieden, zoodat men hier zeker in zijn keuze zal kunnen slagen. Het koopen van zulk een verwarmingsapparaat is niet gemakkelijk: men moet terdege wikken en wegen alvorens een besluit te nemen, maar het assortiment is bij deze firma zoo groot en de prijzen zijn zoo billijk gesteld, dat men hier zeker moet slagen en een keuze kan doen, die in alle opzichten bevredigen zal.” (PGNC 24/9/1929)
Rond 1925: Uitbreiding met Pakhuis
Plan voor het bouwen van een pakhuis achter het perceel Lange Hezelstraat no 84b te Nijmegen, Kad. bekend gem Nijmegen Sectie C No…, datum dossier 15-12-1925)
Na 1920 is de eerstvolgende gevonden bouwtekening uit 1925 voor het bouwen van een pakhuis op het linker perceel, de vroegere banketbakkerij van den Dungen. Deze wordt Lange Hezelstraat 84b wordt genoemd. Daarbij is E.A. van den Dungen de aanvrager. Het pakhuis beslaat een groot gedeelte van de tuin.
Uit de bouwtekening blijkt tevens dat 1 van de kamers op de begane grond als “magazijn” staat ingetekend: het is onbekend of dit de bestaande is, of nieuw gepland.
1929: volledige winkel
Op de begane grond van het linker gedeelte van gesplitste de in 1899 rechter winkel wordt de keuken en berging verbouwd tot bergplaats, waarbij achteraan nog een kleinere keuken is ingetekend. Het schuine dak van de berging wordt een plat dak.
Plan tot verbouwing van perceel No 84 a/d Lange Hezelstraat te Nijmegen, Kad. Nijm. Sectie C 4386
1932 Glasspijlen Lange Hezelstraat 84b
Aanvraag voor 3 spijlen voor iedere ruit aan te brengen, L. Hezelstraat 84B, datum dossier 24-5-1932 (D12.397881)
Vervolgens is het ontwerp gevonden om aan de voorgevel van 84b glasspijlen aan te brengen.
1937 Verbouwing: bijtrekking naastgelegen pand van Wennekes
Heropening W. de Mots (PGNC 24/11/1937)
“Kruidenierszaak W. de Mots
Heropening van den gemoderniseerden winkel
Vanmiddag heeft aan de Hezelstraat no. 84 de heropening plaats gehad van de geheel gemoderniseerde kruidenierszaak van de firma W. de Mots. Inderdaad is er wel een heel groot verschil tusschen de oude en de nieuwe zaak, zulks als gevolg van een belangrijke verbouwing. Door bijtrekking van een naastgelegen pand is de winkelruimte namelijk twee maal zoo groot geworden en daardoor kunnen de diverse artikelen thans heel wat beter tot hun recht komen. Tevens gaf deze uitbreiding gelegenheid om aan de zaak een afdeeling fijne vleeschwaren te verbinden, die er werkelijk smakelijk uit ziet. Tegelijk met de uitbreiding is er een geheel nieuwe winkelinrichting gekomen, die aan het interieur een frisch en fleurig aanzien geeft; de clientèle zal zulks zeker op prijs weten te stellen.
Zoo hebben er bij de firma De Mots aan de Hezelstraat verschillende veranderingen ten goede plaats gehad, die deze reeds 35 jaren bestaande zaak zeker nog meer dan vroeger bij het publiek in den smaak zullen doen vallen.” (PGNC 25/11/1937)
De Gelderlander 25/11/1937 vermeldt daarbij dat de vroegere banketzaak van de fa. Wennekes bij de zaak van de firma de Mots is gevoegd. Er wordt geen architect genoemd. Wel: de aanleg van de electrische installatie door de fa. Alewijnse, verbouwing door de firma v. Broekhuizen en schilderwerk fa. van Dinteren.
1954: Verbouwing voor Woningrichting Kees Draper, architect Treur
1954 Lange Hezelstraat 84
Bestaande toestand: “Voorgevel van het te verbouwen pand van de heer K.Draper te Nijmegen” (D12.418250)
Plan verbouwing van/het winkelpand Lange Hezelstraat No 84 te Nijmegen v/d Hr. K. Draper, datum tekening 30-11-1953 (D12.418252)
In maart 1954 opent Kees Draper zijn nieuwe winkel op de Lange Hezelstraat 54. Hiervan was architect G.B. Treur de ontwerper. De winkel van Draper in de Houtstraat was tijdens het bombardement op 22-2-1954 verwoest, waarna hij in een (te) kleine noodwinkel had gezeten.
“Voorbeeld voor Lange Hezelstraat: Woninginrichting Kees Draper in ruim en modern pand”, kopt de De Gelderlander 19/3/1954. “…Ëen mooie grote winkel, twee en veertig diep en acht meter breed, is ontstaan en hierdoor kreeg de woninginrichting voldoende ruimte om evenals vóór de ramp welke haar in de Houtstraat trof, de vleugels uit te slaan.”
Bij de opening is wethouder blij met het initiatief van Draper. De Gelderlander: “Enkele jaren geleden bestond er vrees, dat de Hezelstraat min of meer weg zou zakken, evenals de Grotestraat door verwaarlozing van de panden is weggezakt. De Grotestraat zal in het kader van het saneringsplan weer een goede straat worden en ten aanzien van de Hezelstraat hebben B. en W. welbewust maatregelen willen treffen om aan deze straat zijn oude glorie terug te geven.” Duives hoopt dan ook, dat veel eigenaren het voorbeeld van Draper zullen volgen.
1955 verandering portiek Hezelstraat 84
Wijziging winkelingang perceel Hezelstraat 84, eigenaar W. Mots, Hezelstraat 84, architect B.J. Meerman. Datum tekening oktober 1955 (D12.420611)
In 1955 laat Mots de ingang van zijn winkel verbouwen, waarbij het portiek verdwijnt.
Dan komen er meldingen van bouwtekeningen voor van enerzijds het plaatsen van een zonnescherm in 1956.
1957 dubbele garage Kees Draper
En daarnaast het bouwen van een dubbele garage in 1957. De bouwtekeningen ontbreken in het dossier, door de bouwtekening bij de bouw van een toonzaal van de “bestaande situatie” (D12.454751) en de “servituden” (D12.454742) wordt het duidelijk dat het garages voor Kees Draper betreft.
1965: Bouwen van een toonzaal
Toonzaal L. Hezelstraat 84, Opdrachtgever Kees Draper, architect Bert W.A. Goddijn, datum tekening: mei 1963 (D12.454742)
In 1965 (datum dossier) laat Kees Draper door architect Bert W.A. Goddijn een toonzaal ontwerpen. De tekening stamt uit mei 1963.
Daarbij wordt deze toonzaal gebouwd op de plaats van de toonzaal, de werkplaats, 1 van de garages en een deel van de open plaats/tuin?
D12.454742 Servituden gang aan de Lange Hezelstraat, 11-1-1963 (Gemeente Nijmegen, Dienst Publieke werken en volkshuisvesting)
Uit deze tekening blijkt dat Draper naast het “oude perceel” ook eigenaar is van perceel 7821 en van het terrein waarop de toonzaal moet komen.
Daarnaast blijkt W.E. Mots eigenaar te zijn van perceel 7822.
Links is nog net Kees Draper te zien: Lange Hezelstraat 80, 82 en 84, 1976 (Evert F. van der Grinten via F78427 RAN CCBYSA)
Hoek Lange Hezelstraat-Bottelstraat, voormalige Framy (april 2025)
Jarenlang zat op de hoek van de Lange Hezelstraat en de Bottelstraat de meubelwinkel Framy. Daarvóór was Coöperatieve Centrale Handelsvereeniging een belangrijke gebruiker, die bovendien een grote silo liet bouwen. Na het vertrek van Framy raakte het pand langzaam in verval. Na herstel, mede door het creëren van een hofje, werden oude elementen als de oude kloostermuur beter zichtbaar.
Middeleeuws
Restant oude kloostermuur, Halve Gas (april 2025)
Gezien vanaf de oude Hezelpoort in de richting van de Korte Hezelstraat (Thans Stikke Hezelstraat) in het midden de St. Stevenstoren. Links de Bottelstraat, 1874-1876 (F19170 RAN)
In de 15e eeuw stond hier het Kloosterhof Gravendael van de Cisterciënzer nonnen. Zij had meerdere woningen, die werden gebruikt als logeerverblijf voor ordeleden die de stad bezochten. Ook waren er stadsboerderijen. En was er een rentmeester, die de bezittingen beheerde. De toegang van het kloosterhof was aan de Bottelstraat.
Gezien richting Korte Hezelstraat later( Stikke Hezelstraat). Links de Bottelstraat, 1900-1906 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D243 RAN)
Coöperatieve Centrale Handelsvereeniging
Coöp Centrale Handelsvereeniging G.A., Bottelstraat 10 (De Gelderlander 8-11-1945)
In de jaren 20 vestigt zich de Coöperatieve Centrale Handelsvereeniging (onstaan als inkooporganisatie voor mengvoer en mest van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond). De ligging was goed: dicht bij de haven. Daarnaast had Nijmegen veel stadsboerderijen. En ook was de Bottelstraat goed bereikbaar voor de boeren uit de omgeving.
In 1923 werd het pakhuis gebouw en de graansilo volgde in 1927. Al snel na het einde van de Tweede Wereldoorlog begon Nijmegen haar belang als agrarisch centrum al snel te verliezen, vooral doordat de landbouw door de uitbreiding van de stad verdween. Daarop verhuisde de Boerenbond in de jaren 60 naar Grave.
De oorsprong van Framy lag in Geffen, waar de slager Frans van der Heijden tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog in de meubelhandel terecht komt. Begonnen als een soort marskramer, was hij later een halletje begonnen in Geffen. Daar zou hij in de loop der jaren uitbreiden, totdat Geffen te klein werd.
Bovendien hoorde van der Heijden in 1967 van een voedervertegenwoordiger dat het gebouw van de Boerenbond vrij zou komen. Daarom begint hij Framy in Nijmegen: een samentrekking van zijn eigen naam Frans en van zijn vrouw Miet, waarbij de “ie” vervangen werd door een “y”. In de loop der jaren zal hij ook de naastliggende panden kopen.
Zijn opvolger, zoon Piet van der Heijden zal vervolgens in Nijmegen een 2e zaak openen -die in vlammen opgaat- en een zaak in Arnhem beginnen. “De zaken gingen voortvarend en vrijwel alle familieleden en aangetrouwden hadden een functie in het bedrijf. Als directeur, bedrijfsleider, verkoper, inkoper of als chauffeur. En zoals in de beste families, ging het ook bij Van der Heijden mis. Pierre: „Toen oma overleed ging de lucht er een beetje uit.”” (De Gelderlander) Daarna werden de winkels nog een tijdlang verhuurd.
Winkelcomplex van Framy Meubelen met woningen (op achtergrond de Lange Hezelstraat). (P.S. Wordt in 2017 gedeeltelijk gesloopt en gedeeltelijk verbouwd tot appartementen), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78227 RAN)
Een mooie foto van Framy uit 1975 is te zien op F63904 RAN.
Silo
Van der Heijden kon de silo niet gebruiken. Deze werd daarom dichtgemetseld. Wel zou de Radio Rataplan tijdens de Piersonrellen illegaal een antenne bovenop de silo plaatsen, om krakers op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
2008: vertrek naar meubelboulevard
In 2008 vertrekt Framy naar de meubelboulevard: het was steeds moeilijker geworden om een meubelzaak in het centrum te hebben. Klanten konden het centrum steeds moeilijker met de auto bereiken en konden niet meer parkeren. Daarnaast was het steeds moeilijker geworden de winkel te bevoorraden.
Steen opgedragen aan Framy, Bottelstraat (april 2025)
Atelier en leegstand
Na het vertrek van Framy hadden Jos van Riswick en Vincent Boelaarts hier vanaf 2010 nog een tijdlang hun atelier. Zie hun site: “Het oude pand van de Chr. Boerenbond met de markante graantoren uit 1920 die boven de bebouwing van de benedenstad uittorent, biedt genoeg ruimte om te werken en om werk te exposeren.”. Vaak was er in de etalage een filmpje te zien hoe een schilderij, meestal een stilleven, tot stand was gekomen (eigen herinnering).
Doordat het niet lukte om het gebouw te verkopen, raakte het pand steeds meer vervallen. Het werd daarbij genomineerd voor het lelijkste gebouw van Nijmegen. In 2015 was het gebouw naast het hierboven genoemde atelier in gebruik als meubelopslag (Mariken 2015 nr 5)
Verbouwing Het Magazijn
Bewaard gebleven onderkant van silo’s, Halve Gas (april 2025)
Dan volgt de verbouwing van de graansilo en de pakhuizen naar appartementen. Een aantal elementen worden weer zichtbaar gemaakt, zoals oude muren. En de onderkant van de graansilo’s blijft behouden. Hoewel de buitenkant van de gebouwen niet bijzonder waren en wat in verval begonnen te raken, kent het complex bijzondere historische elementen als kelders, oude muren, kapconstructies en gietijzeren zuilen. Het is dan ook een bouwhistorisch monument van de Gemeente Nijmegen.
Het Magazijn, Bottelstraat (april 2025)
Bij de herinrichting van het complex wordt een doorgang gemaakt naar het binnenterrein, welke de naam Halve Gas krijgt. Daarbij wordt deze doorgang en het binnenterrein overgedragen aan de gemeente als openbare weg (Staatscourant 2018, 20319). Een aantal vervallen panden zijn gesloopt en vervangen door nieuwbouw in de vorm van koopwoningen.
Het ontwerp was van Sven Dyckhoff van Flow Architecten. De opdrachtgever was D&M Properties-Bottelstraat BV en het project duurde van 2015 – 2019. Op haar site: “De ingrepen in de bestaande bebouwing zijn zo gedaan dat de waardevolle delen bewaard konden blijven en nu weer tot hun recht komen.”
Bottelstraat (april 2025)
Op basis van historisch onderzoek was bepaald welke elementen behouden moesten worden en waar mogelijk, zo veel mogelijk zichtbaar gemaakt worden. Op basis daarvan werd het plan steeds verder uitgewerkt, ook om te kunnen voldoen aan de monumentale eisen. In totaal kwamen er 31 huurappartementen, 8 koopwoningen en 2 bedrijfsateliers (Propertynl)
Daarbij waren de silo’s een van de grootste uitdagingen: om deze te kunnen verbouwen was het nodig om veel gaten in dit gebouw voor ramen aan te brengen. Daarbij was het de vraag in hoeverre deze gaten van invloed zouden zijn op de stabiliteit. Hier kwamen 6 appartementen met balkons en een lift.
“Dyckhoff vond het een uitdaging om in de nieuwbouw niet alleen de restanten van middeleeuwse muren op te nemen, maar ook de industriële herinnering van deze plek. Zo blijven de trechtermonden van de oude meeltoren waaronder vroeger de bakkers met hun karren stonden om meel op te halen, behouden. ,,Die tegenstelling is fantastisch, een gotische wand versus een industriële werkplek.’’ en over gehele project: “”Het is een uitdagende en tegelijk lastige opgave. Wat kun je behouden, wat willen we nog tonen van het verleden?”” (Gelderlander)
Detail van oude kloostermuur Halve Gas (april 2025)
Bovendien is de 15e-eeuwse muur van het klooster nu goed zichtbaar geworden. Daarnaast is er een 13e-eeuwse muur in een van de voormalige werkplaatsen.
Ook het hoekpand van de Bottelstraat-Lange Hezelstraat is gerenoveerd. Op de begane grond kwam weer een winkel. Daarboven kwamen appartementen.
Nominatie Architectuurprijs 2019
Het kan verkeren: waar in 2024 het complex nog werd genomineerd als “lelijkste gebouw van Nijmegen”, werd het project van de verbouwing genomineerd voor de Nijmeegse Architectuurprijs 2019.
De Cultuurhistorische waardenkaart van 2023, de vervanging van de cultuurhistorische beleidskaart uit de Nota Cultureel Erfgoed uit 2013, noemt Framy als geslaagd voorbeeld van: “Vele voorbeelden laten zien dat het benutten en hergebruiken van erfgoed bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, deze gebieden kwaliteit geven. Een andere sfeer. … De vernieuwing van het oude Framy-complex aan de Bottelstraat, met de voormalige silo en het 15e-eeuwse gotische huis.”
Flora (Lente), beeld van Mathurin Moreau, Nassausingel (april 2025)
De beelden aan de Nassausingel stellen de Vier Jaargetijden voor, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mathurin Moreau. In 1889 was het een geschenk van de Vereeniging ter Verfraaiing van Nijmegen. De bekostiging werd mede mogelijk gemaakt door een schenking van 400 gulden door het Baron Paulus Straalmanfonds.
De beelden hebben alle vier ongeveer dezelfde klassieke lichaamshouding, hetzelfde opgestoken haar en dezelfde gewaden. Rijksmonumenten: “De vrouwenfiguren zijn classicistisch geïnspireerd, waarbij de gewaden aansluiten bij de Griekse natte stijl.” Zij houden hun attribuut steeds in de rechterhand vast, terwijl de linkerhand iets is opgeheven.
Ceres (Zomer) (maart 2024)
Het zijn:
Flora: godin van de bloei, de lente, met uibottende tak
Ceres: godin van de akkerbouw, de zomer, met korenaren
Pomona: godin van tuinen en vruchtbomen, de herfst, met druiventros
Vesta: godin van het huis en het haardvuur, de winter, met vuurpot.
De beelden zijn gegoten bij de Parijse gieterij Societé des Fonderies du Val d’Osne. De maker van de sokkel is Mathijs Roggen, van oorsprong uit Nijmegen die in Luik eigenaar van een steengroeve was.
Over Ceres en Pomona schrijft Marc Maison (zie ook hieronder): “We learn that our statues, presented on the foundry’s catalog, depict Ceres, goddess for harvests, agriculture and fertility, and Pomona, nymph and divinity of fruits. Both are wearing an antique tunic, falling down their bodies, underlining their breasts, with the drapery following their leg’s movements. According to the mythology, Ceres, the one holding a wheat sheaf, is supposed to be the origin for the four seasons, putting the ground’s fertility on hold during the four months when her daughter Proserpina is meant to be in the underworld next to her husband Pluto. Meanwhile, Pomona is the divinity of fruits : following the mythology, she did not like wilderness but preferred instead a well-nurtured garden. The artist represented her offering grapes with her right hand, and holding her tunic’s drapery, filled with fruits, with her other hand. Creating these two cast iron statues, the artist celebrates generosity and nature’s beauty following the neoclassical ideals of his times.”
Mathurin Moreau en de samenwerking met Val d’Osne
Plaza de Valparaíso 01, Rodrigo Cartagena Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0)
Plaza de Valparaíso 02, Rodrigo Cartagena Armijo Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0)
Plaza de Valparaíso 03, Rodrigo Cartagena Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0)
Plaza de Valparaíso 04, Rodrigo Cartagena Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0)
(Vrijwel) identieke beelden van Moreau, eveneens gegoten door de Societé des Fonderies du Val d’Osne zijn te vinden in Valparaíso (Chili).
Mathurin Moreau (18-11-1822 Dijon – 14-2-1912 Parijs) was een Franse beeldhouwer. Zijn vader Jean-Baptiste-Louis-Joseph Moreau, een beeldhouwer. Zijn moeder Anne Marianne Richer was dochter van de beeldhouwer Mathieu Richer. Ook de broers van Moreau, Hyppolyte en Auguste, waren beeldhouwers. Hij volgde zijn opleiding aan de École des Beaux-Arts in Parijs in 1841 en had lessen bij Jules Ramey en Auguste Dumont.
Succesvol kunstenaar
In 1842 behaalde hij de tweede prijs in Rome en in 1848 deed hij voor het eerst mee aan Salon des artistes français. Hij behaalde een aantal medailles op de wereldtentoonstelling in Parijs: medaille tweede in 1855, medaille eerste klasse in 1878 en een gouden medaille in 1889. In 1897 kreeg hij een eremedaille van de Salon en op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs was hij jurylid. Hij maakte “academische neoklassieke en Art Nouveau beelden in marmer en brons” (wikipedia)
Een aantal beelden zijn nog in Parijs te zien, onder andere:
Cologne, façade van Gare du Nord
L’Océanie, Musée d’Orsay
Zénobe Gramme, begraafplaats Père Lachaise
Samenwerking met Kunstgieterij Val d’Osne
Hij is daarnaast over de hele wereld bekend met de (serie) werken die hij in samenwerking met kunstgieterij Val d’Osne maakte tussen 1849 en 1879. Hij werd daar tevens een van de aandeelhouders en 1 van de beheerders.
Voor Val d’Osne maakte hij veel modellen voor beelden en decoratieve voorwerpen. Waaronder religieuze beelden, grafmonumenten, fonteinen maak ook kandelaars en tafellampen. De meeste beelden zijn in gietijzer, met een coating van imitatiebrons. Zijn fonteinen en beelden zijn niet alleen in veel Franse steden te vinden, maar ook in de rest van de wereld. Vooral ook in Zuid-Amerika.
Naast Val d’Osne maakt hij ook modellen voor de “Compagnie des Bronzes de Bruxelles”.
Vanaf 1879 was hij tevens burgemeester van het 19e arrondissement van Parijs.
Een afbeelding van de 4 “Nijmeegse” beelden is te vinden in de catalogus van Val d’Osne uit 1877. En zie ook de site van Marc Maison, waar kopieën te koop zijn. In haar publicatie gaat ze vanaf pagina 9 meer in over een serie van soortgelijke werken.
Het krantenartikel bij de onthulling
Pomona op de Nassausingel, 1889-1895 (Gérard Stoof via F30938 RAN)
“Door de Nijmeesche Verfraaiings-Vereeniging zijn dezer dagen aan de Gemeente aangeboden en op den Nassausingel geplaatst vier bronzen beelden op hardsteenen voetstukken. Tot het geven van dit kostbaar geschenk was de vereeniging in staat ten eerste door hare eigen fondsen en verder door den welwillend aangeboden finantieelen steun van de directie van het Straalmansfonds. Beide vereenigingen die hetzelfde doel beoogen, namelijk het verfraaiien der parken en wandelingen onzer stad, hebben daardoor weder niet weinig bijgedragen om aan een der schoonste punten in de onmiddelijke omgeving der stad een nog sierlijker aanzien te geven. De beelden, voorstellende Flora (de lente), Ceres (de zomer), Pomona (de herfst), en Vesta (de winter), zijn van Mathurin Moreau en vervaardigd door de Société des fonderies du Val d’Osne te Parijs. De voetstukken, met inscriptie, van het zuiverste hardsteen zijn afkomstig uit de Carrières de Correux van onzen vroegeren stadgenoot, den heer Math. van Roggen te Sprimont bij Luik, aan wien nog onlangs de eer te beurt viel op de Internationale Tentoonstelling te Brussel met de gouden medaille bekroond te worden, zijnde de hoogste onderscheiding aan Petit granit Belge verleend.
Pomona (Herfst) (april 2024)
De beelden, met de voetstukken bijna 3 meter hoog, doen op den Nassausingel een uitmuntend effect en de opschriften der gevers zullen naar wij hopen de aandacht vestigen, aan welke men ook den leeuw in het Kronenburgerpark, een meesterstuk van beeldhouwkunst van den heer H. Leeuw Sr., de fontein aan den Stationsweg, de bank om den dikken boom, vele andere banken, de zwanen en de prachtige collectie eenden van de zeldzaamste soorten in den vijver van genoemd park, enz. te danken heeft, en die zeker nog meer tot verfraaiing der wandelingen zou bijbrengen, indien zij beter door de ingezetenen gesteund werd. Het is toch bedroevend dat deze Vereeniging niet meer dan ongeveer 325 leden telt van de meer dan 30.000 inwoners, terwijl de contributie jaarlijks slecht f1,50 bedraagt, en ieder die zulk een kleine bijdrage schenkt toch de voldoening kan smaken mede te werken om onze stad, ook in het oog der vreemdelingen, nog aantrekkelijker te maken dan zij thans reeds is.
De pogingen door het Bestuur der Vereeniging om het ledental te doen toenemen, waartoe zij dezer dagen lijsten zal doen aanbieden, zullen dan ook ongetwijfeld met een goed gevolg bekroond worden.” (PGNC 14/4/1889)
Nassausingel
Plantsoen Nassausingel, 1895 dr. Jan Brinkhoff via D430 RAN)
Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Oorspronkelijk is het aangelegd in 1880 door tuinarchitect Jan Copijn en maakte het onderdeel uit van een groene gordel: het liep (en loopt) tussen het Keizer Karelplein naar de aansluiting met het Quackplein/de Kronenburgersingel en Kronenburgerpark – tot 2008 was het huidige Quackplein onderdeel van de Nassausingel.
Aan deze singel kwamen statige panden. Waaronder de oude burgemeesterswoning, naar een ontwerp van Bert Brouwer. De westzijde van deze singel brandde in september 1944 af.
Beeld van de singel, eerste helft jaren zestig, gezien in de richting van het Keizer Karelplein, met de gietijzeren beelden van de ‘De vier jaargetijden’, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mathurin Moreau in 1889. Van voor naar achter achtereenvolgens Vesta (Winter), Pomona (Herfst), Ceres (Zomer) en Flora (Lente), 1964 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88463 RAN CC0)
Naar het Hunnerpark en terug naar de Nassausingel
De Vier Jaargetijden in het Hunnerpark, 2010 (Henk van Gaal via DF948 RAN CC0)
Omdat het midden van de Nassausingel als parkeerplaats werd ingericht, zijn de beelden begin jaren 60 verplaatst naar het Hunnerpark. Hier hebben ze tot eind 2012/begin 2013 gestaan: na de opening van de parkeergarage aan het Keizer Karelplein werd het groen op de Nassausingel hersteld en keerden de beelden terug.
De beeldengroep is een Rijksmonument. Als waardering:
“-Van kunsthistorische waarde als gaaf en goed voorbeeld van beelden uit het vierde kwart van de negentiende eeuw, bedoeld ter verfraaiing van de openbare ruimte. De classicistisch geïnspireerde beelden verbeelden een classicistisch thema, kenmerkend voor de ontstaanstijd van de beelden en hun functie.
-Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de groenstrook bij de Nassausingel.
-Van cultuurhistorische waarde als uiting van een technische en van een stedenbouwkundige ontwikkeling, als gietijzeren beelden een voorbeeld van het toenemend gebruik van gietijzer voor gebruiks- en kunstvoorwerpen in de negentiende eeuw, en als voorbeeld van het gebruik van verfraaiingselementen in Nederlandse openbare stadsparken en plantsoenen die na de slechting van stadswallen vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw in veel steden werden aangelegd.”
Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Het is echter ontworpen als onderdeel van de gronde gordel rond Nijmegen, waaraan statige woningen lagen.
Park
Oorspronkelijk is het park aangelegd in 1880 door tuinarchitect Jan Copijn en maakte het onderdeel uit van een groene gordel: het liep (en loopt) tussen het Keizer Karelplein naar de aansluiting met het Quackplein/de Kronenburgersingel en Kronenburgerpark – tot 2008 was het huidige Quackplein onderdeel van de Nassausingel.
Twee (thans nog steeds bestaande) villa’s aan de Nassausingel 4 (links) en Nassausingel 2 (rechts), 1905 (Uitg. Firma J.F. Kloosterman via F27915 RAN)Plantsoen Nassausingel, 1895 dr. Jan Brinkhoff via D430 RAN)
Statige panden
Luchtfoto van het Keizer Karelplein en omgeving ; linksonder (tussen Stationsweg en Nassausingel) de villa van het gezin van de Baksteenfabrikant A.P.A. Terwindt (Keizer Karelplein 10) ; daarboven de villa’s aan de Nassausingel 3 en Nassausingel 5 (het woonhuis van J.G. Jurgens, directeur van de Maas en Waalsche Bank). Op de plek van deze drie villa’s is in 1960 de Stadsschouwburg gebouwd. Aan de overzijde de (thans nog steeds bestaande) villa’s aan de Nassausingel 2 en 4 ; rechts daarvan (op de hoek met de Bisschop Hamerstraat) de witte villa van de margarinefabrikant Arnoldus Jurgens (Keizer Karelplein 11, het latere Universiteitsgebouw waar tegenwoordig de ABN/AMRObank staat) ; rechts van de Bisschop Hamerstraat de villa’s Keizer Karelplein 1 en 2 (hier werd later de Boerenleenbank / Rabobank gebouwd) ; linksboven het Kolpinghuis (de Gezellenvereniging) tussen de Van Berchenstraat en de Smetiusstraat ; ervoor wordt de Marie-Adolffontein gebouwd., 1925-1926 (F58044 RAN)
Aan deze singel kwamen statige panden. Waaronder de oude burgemeesterswoning, naar een ontwerp van Bert Brouwer. De westelijke kant ging echter in 1944 verloren. Op deze plek staat tegenwoordig de schouwburg.
Beeld van de singel, eerste helft jaren zestig, gezien in de richting van het Keizer Karelplein, met de gietijzeren beelden van de ‘De vier jaargetijden’, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mathurin Moreau in 1889. Van voor naar achter achtereenvolgens Vesta (Winter), Pomona (Herfst), Ceres (Zomer) en Flora (Lente), 1964 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88463 RAN CC0)
De beelden aan de Nassausingel stellen de Vier Jaargetijden voor, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mahurin Moureau. In 1889 was het een geschenk van de Vereeniging ter Verfraaiing van Nijmegen. De bekostiging werd mede mogelijk gemaakt door een schenking van 400 gulden door het Baron Paulus Straalmanfonds.
In 1922 opende hier het Hotel-Pension-Restaurant Nassau, waarvan J.N.E. Esser de uitbater was. De muurschildering aan de Smetiusstraat herinnert hier nog steeds aan
Op 24-1-1950 werd de Openbare Leeszaal aan de Nassausingel 4 ingezegend. Deze zou hier tot 18-10-1971 blijven. Een aantal maanden daarna zou de bibliotheek op de Lindenberg open gaan (Bron en verder lezen: Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Bibliotheek van de Openbare Leeszaal, Nassaustingel 4, 1952 ( GN5488 RAN)
Goedkoope Bazar rechts, Bloemerstraat in de richting van de Smetiusstraat, 1910-1915 (F12876 RAN)
De Bloemerstraat heeft sinds 1812 officieel haar naam, hoewel vóór die tijd al een aantal eeuwen varianten op deze naam voor komen. In 1770 komt de Bloemer straat voor en ook in 1552 is de Bloemerstraat al bekend.
In de 16e eeuw was deze straat vermeld als Bloemeborchschestraat. Daarbij was de straat vernoemd naar een verdedigingstoren: de Blommerthorn of Bloemberger toren. In 2011 zijn resten van deze toren gevonden.
De naam lijkt afgeleid te zijn van de “Bloem” is mogelijk afgeleid van de Bloemenborch, een huis dat in 1525/1526 is gesloopt. “Bloem” is een familienaam. De naam ging daarbij waarschijnlijk over naar de verdedigingstoren die Blommerthorn (1584) of Bloemberger toren (1591) werd genoemd.
Het stuk van Plein 1944 dat in het verlengde van de huidige Bloemerstraat ligt, behoorde ook een aantal eeuwen tot de Bloemerstraat. Daarvoor heette het stuk Zes Huysen (1718) en varianten daarop. Bij de aanleg van Plein 1944 ging dit stuk van de Bloemerstraat op in het plein.
De straat loopt door tot het kruispunt met de Eerste Walstraat. Daarna gaat de weg verder als Smetiusstraat.
Deze pagina verzamelt artikelen over de Bloemerstraat en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Hoek Eerste Walstraat/Bloemerstraat
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een grieks restataurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
Al jarenlang zit Grieks restaurant Dionysos op de hoek van de Eerste Walstraat en de Bloemerstraat. Waarschijnlijk was de eerste horecazaak het hotel, café-restaurant ’t Rondeel van A.J.J. v. Kempen
Het interieur van het Hotel Pension Café Restaurant “’t Rondeel”,
thans Grieks restaurant., 1920-1925 (F14881 RAN)Bloemerstraat omstreeks de eeuwwisseling, gezien vanaf de kruising met (links en rechts) de Houtstraat, in de richting van de Smetiusstraat, 1898-1902 (J.H. Schaefer via F89839 RAN)
De Bloemerstraat gezien vanuit de Houtstraat, Van links en rechts zijn opschriften te zien van “Biersalon” (met daarboven een uithangbord van Hotel Café Restaurant en dan een onleesbare naam); “Hoeden Petten”, waarbij waarschijnlijk op een later tijdstip het naastgelegen pand is bijgetrokken (met een hoge hoed als uithangbord); “Vleeschhouw(erij) Spekslager” met onder Spekslager een onleesbare naam; “Constant Dietvors in Gemaakte goederen”, 1905 (GN663 RAN)
Wanneer C.P.H. (Constant) Dietvors zijn winkel precies is begonnen, is nog niet bekend. Wél dat hij zijn winkel “De Zon” begin 1895 in Houtstraat no. 6 heeft (Advertentie in De Gelderlander 24/2/1895, Adresboek 1895). Midden 1895 plaatst hij advertenties van een grote opruiming vanwege het verplaatsen van zijn zaak (onder andere De Gelderlander 2/6/1895). In De Gelderlander 8/9/1895 is zijn adres van Magazijn De Zon “Hoek Houtstraat-Bloemerstraat), oftewel Bloemerstraat 151 (De Gelderlander 1/5/1898).
Advertentie kleermaker Dietvors Bloemerstraat 151 (De Gelderlander 19-6-1898)
De panden van de Groenten & Vruchtenhandel, annex Vishandel van J. Hendriks, nr.: 16; B.H. Klaasen, nr.: 18; Banketzaak L.M. Leenders, nr.: 20; P.van Dijk, nr.: 22; Brood & Banketzaak A.J. Wieland, nr.: 26, 1910-1915 (F12813 RAN)De “Vereenigde Vischhandel”, Bloemerstraat 41, 1910-1915 (F12812 RAN)Slagerij van Gerard Tesser, Bloemerstraat 156, 1910 (F66411 RAN)Verlichte etalage van de vleeshouwerij van P.J. Cornelissen bij avond (Installatie A. Speelman). Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 3 ‘Onze Winkels’, Nijmegen 1910 (P.H. Kouw via F47584 RAN)Bloemerstraat 46-48-50: Café-Restaurant A.A. Janssen rechts, logement H. Joosten in het midden en schoenmakerij H.J. de Winkel links, 1913 (F19034 RAN)De kapperszaak van H. van Hulst, Bloemerstraat, 1915 (F12815 RAN)Hotel-café-restaurant-billard “In de IJsbeer”; op 17-09-1921 opende de heer J.W. Wolff, fabrikant van vanille ijs (Parkdwarsstraat) zijn nieuwe zaak als melk, bier en ijssalon met voornoemde naam.
Eind 1922 verschijnt een advertentie als hotel-café-restaurant-billard “De IJsbeer” waar ook gedanst kan worden.
Kennelijk gaan de zaken niet goed want op 4 december 1934 wordt de inventaris geveild.
Op 5 januari 1935 staat een aankondiging in ‘De Gelderlander’ dat ook het pand ‘met woonhuis, vergaderzaal en erf’ geveild gaat worden.
Op zaterdag 11 mei 1935 opent hier “Hotel Café Restaurant Unicum”.
Ruim een jaar later, op 9 juli 1936, wordt ook Unicum alweer failliet verklaard.
Op 2 oktober 1937 adverteert Harry van den Dungen met “Café De Kroon”.
In 1941 verkoopt van den Dungen zijn zaak, maar blijft echter onder de naam “De Kroon” bestaan tot ver na de oorlog, uitgebaat door ene P.J. Vermeulen, Bloemerstraat 21-23, 1925-1930 (F12849 RAN)nterieur van hotel-café-restaurant-billard “In de IJsbeer”; op 17-09-1921 opende de heer J.W. Wolff, fabrikant van vanille ijs (Parkdwarsstraat) zijn nieuwe zaak als melk, bier en ijssalon met voornoemde naam.
Eind 1922 verschijnt een advertentie als hotel-café-restaurant-billard “De IJsbeer” waar ook gedanst kan worden.
Kennelijk gaan de zaken niet goed want op 4 december 1934 wordt de inventaris geveild.
Op 5 januari 1935 staat een aankondiging in ‘De Gelderlander’ dat ook het pand ‘met woonhuis, vergaderzaal en erf’ geveild gaat worden.
Op zaterdag 11 mei 1935 opent hier “Hotel Café Restaurant Unicum”.
Ruim een jaar later, op 9 juli 1936, wordt ook Unicum alweer failliet verklaard.
Op 2 oktober 1937 adverteert Harry van den Dungen met “Café De Kroon”.
In 1941 verkoopt van den Dungen zijn zaak, maar blijft echter onder de naam “De Kroon” bestaan tot ver na de oorlog, uitgebaat door ene P.J. Vermeulen, 1921-1934 (F93633 RAN)Het Café-Restaurant A.H. Janssen, Bloemerstraat 78-78a, 1930 (F18767 RAN)Café H. Pilet – Maastrichts Bierhuis. Eigenaar Huub Pilet poseert met echtgenote Annie Raafs, zoon Huub jr. en dochter Corrie (midden) voor de horeca-gelegenheid. Joop, de jongste van de drie kinderen, ontbreekt op de foto. De naam van het meisje links is niet bekend. Vanwege zijn kleine postuur – hij is van Italiaanse komaf – heeft Pilet sr. plaatsgenomen op de (verhoogde) drempel van de deuropening om het verschil in lengte met zijn vrouw te compenseren!, Bloemerstraat 101 (F26771 RAN)
De Hollandsche Kaasboer G. Rebel Bloemerstraat 84. In de etalage zijn Teuntje Rebel-Bout en zoon Jan Rebel te zien (Collectie en Auteursrecht: C. Rebel)
Rond januari 1929 opent G. Rebel zijn kaashandel “De Hollandsche Kaasboer” op Bloemerstraat 84. Daarbij is hij zowel detail handelaar als grossierder. Hij is dan afkomstig van de Weurtscheweg 83.
Advertentie De Hollandsche Kaasboer G. Rebel opening Bloemerstraat 84 (De Gelderlander 8/1/1929)
“Nieuwe zaak.
De heer G. Rebel, die tot dusverre zijn zaken dreef aan den Weurtschenweg 83, heeft deze sinds heden overgebracht naar de Bloemerstraat 84. In dit nieuwe pand heeft de heer R. ruimere gelegenheid tot het uitstallen van zijn waren, waaronder het artikel kaas een eerste plaats inneemt.
De grossierderij is bij de wederverkoopers wel bekend. Naast kaas worden boter, eieren, enz. in geregelde voorraad gehouden.
Het interieur is door nieuwe beschildering geheel vervroolijkt. Voor de Bloemerstraat is de vestiging van deze zaak wederom een aanwinst.” (De Gelderlander 8/1/1929).
In februari 1933 komt nog een advertentie voor op Bloemerstraat 84. “Naast het artikel Kaas en Boter (overbekenden) bevelen wij thans ook aan alle fijne Vleeschwaren en Vischconserven. Betere kwaliteit is er niet. Wel duurder. Neemt proef! Neemt proef! In al deze artikelen En Gros En Detail.” (PGNC 6/2/1933).
Dan verhuist hij rond 1933: In het Adresboek 1934 komt hij voor als G. Rebel, kaashandel, op Berg en Dalscheweg 272. Vanaf 1936 is dit nummer 286, wat mogelijk een hernummering is geweest. Vervolgens komt hij nog jarenlang, in ieder geval in het Adresboek 1971, voor.
Tweede Wereldoorlog
De Bloemerstraat gezien vanaf het midden van de Augustijnenstraat, na bombardement, 1944 (GN212 RAN)
Ook de Bloemerstraat werd bij het bombardement van februari 1944 zwaar getroffen. Een deel van de linkerzijde, tot de huisnummers 35 bleven staan en zijn nog steeds te zien. Ook de panden tot huisnummer 42 overleefden het bombardement, maar zijn eind jaren 50 (1959?) alsnog gesloopt.
Hieronder staat een foto van de gesloopte panden.
Op Noviomagus vertelt Gerard Eickmans zijn herinneringen aan bakkerij Eickmans.
De oostzijde van de Bloemerstraat met o.a. v.l.n.r. Café W. Smolders (Bloemerstraat 34) , Thom’s Verfhandel (van Th. A. van Cleef) (Bloemerstraat 28A), de winkel in groente en fruit van P. Holleman (Bloemerstraat 26) en (tweede van rechts) Brood- en Banketbakkerij J. Eickmans (Bloemerstraat 14), 1954-1955 (F12830 RAN)
Jaren 50: Wederopbouw
Bij de Wederopbouw werd de Bloemerstraat ontworpen als een moderne winkelstraat.
Bovendien was het de aanrijroute voor auto’s: men zou via de Tunnelweg in 1 rechte weg naar Plein 1944 kunnen rijden, om daar te parkeren. En om vervolgens de horeca te bezoeken, te winkelen of naar de bioscoop te gaan.
De eerste herbouw in de Bloemerstraat: Kapperszaak de Vries, architect Hendriks
Wanneer kapperszaak de Vries en de firma Courbois in juli 1950 open gaan, blijkt dit het eerste pand te zijn, dat in de Bloemerstraat is herbouwd:
“Pioniers in de Bloemerstraat
Pioniers in de Bloemerstraat kunnen we ze noemen, de twee eerste zaken, die daar, na van oorlogsramp te zijn hersteld, hebben heropend. Het is de heer Jan de Vries, die herbouwde en twee zakenpanden met bovenhuizen liet zetten, die een fraai complex vormen en de toekomstige drukke verkeersweg, welke de Bloemerstraat gaat worden, alle eer aandoen. Op no. 39 is de kapperszaak van de heer J. de Vries weer voortreffelijk ingericht, met een fraaie kapsalon (gisteren had deze veel van een bloemensalon weg, zo groot was de in bloemen betoonde belangstelling); op no. 37 vond de firma H. Courbois, (goud en zilver), die wordt gedreven door de heer en mevrouw P.J. Kuiltjes, na veel rampspoed en meerdere door de oorlog bewerkte omzwervingen, eindelijk een standvastig rustpunt. En ook hier ontbrak het niet aan blijken van sympathie met bloemen en felicitaties.
Ons gemeentebestuur was niet in gebreke gebleven om van zijn vreugde over deze eerste herbouw in de toekomstige Bloemerstraat te getuigen, Burgemeester Hustinx zou zelf de opening van dit mooie winkelcomplex hebben verricht, indien hij niet in verband met de komst van het Koninklijk Echtpaar naar Gelderland, verhinderd ware geweest. Nu was het de wethouder van Publieke Werken de heer M. Duives, die met groot genoegen voor de gemeente de honneurs waarnam en een woord van hulde sprak tot de heer J. De Vries en het echtpaar Kuiltjes. Spr. had bewondering voor de ondernemingsgeest en het doorzettingsvermogen, waarmee deze bouw was tot stand gekomen. En grote lof had de wethouder voor de aannemers Gebr. Detmers en de architect, de heer Th. Hendriks en alle ondernemers. Weer een belangrijke bijdrage is geleverd tot het stadsherstel, want het zijn juist de middenstandszaken, die de echte sfeer aan de city moeten teruggeven, aldus spr. De wethouder had groot vertrouwen in de toekomst van de Bloemerstraat, welke aan de kant, die op zijn plaats blijft, met zulk een fraai winkelpand is verrijkt, terwijl de andere kant voor de grote verkeersweg vanaf de tunnel tot aan de Markt zal achteruitgaan om ruimte te maken voor een brede rijweg. Aan de heer de Vries, die hier als eerste herbouwde, bracht de wethouder hulde voor de goede blik in de toekomst, die hem ook in de wijze waarop hij zijn zaak, thans een kwarteeeuw bestaande, thans opgebouwd, kenmerkte.” (De Gelderlander 11/7/1950)
Luxor Bioscoop
Het Luxor-theater, rechts de Doddendaal, 1955 waarschijnlijk rond de opening. Architecten Meerman en Jansen (Commissariaat Politie Nijmegen Afd. Fotografie F31806 RAN CCO)
Een aantal jaren voordat het gebouw gesloopt werd, had het de titel “lelijkste gebouw van Nijmegen” gekregen. In de loop der jaren was het pand steeds meer vervallen en was het een “rotte kies” geworden. En dat, terwijl er de Luxor bioscoop in 1955 als een fris uitziend pand begon.
De hoek Bloemerstraat-Plein 1944 in aanbouw: Gezien in de richting van het Luxortheater op de hoek met de Bloemerstraat en Doddendaal. Links de zuidzijde van Plein 1944 met o.a. Chinees Restaurant Tai Tong ; in het midden de bouw in 1957 van de woon-winkelflat op de hoek van Plein 1944 en de Bloemerstraat ; rechts het woon-winkelcomplex aan de westzijde van Plein 1944 met o.a. de winkel van Heijmans. 1957-1958 (J.F.M. Trum via f20209 RAN CCBYSA)
Hyuro (Tamara Djurovic, 1974 Argentinië). Waarschijnlijk is ze in de jaren 90 naar Valencia verhuisd, waar ze aan de technische universiteit heeft gestudeerd. Ze overleed op 19 november 2020 aan leukemie. In 2019 maakte ze deze muurschildering van 8 vrouwen die met keukengerei muziek maken. Zie verder het leuke artikel van Dorsoduro (tevens bron)
Pierson rellen
Pierson rellen; Boven de kauwgomballenautomaten: “Zeigelhof nooit! Wij blijven!”, februari 1981 (J.N. via F54213 RAN CC0)
21ste eeuw
Vanaf in ieder geval het begin van de 21e eeuw raakte de straat gaandeweg in verval.
Het eigentijdse Nijmegen uit 2008: “Door de toenemende spreiding van de winkels en het steeds groter wordende oppervlak van het winkelgebied zijn enkele straten onder druk komen te staan: Bloemerstraat, In de Betouwstraat, Hertogstraat en Kelfkensbos. Daar vertrekken winkels, het niveau daalt, de horecasector dringt op. Andere straten weten zich te handhaven of hun positie zelfs te verbeteren.”
“De afgelopen twee decennia kwam de klad er echter in. Winkels liepen en bleven leeg, bewoners vertrokken en gewone horeca maakte plaats voor coffeeshops en shisha-lounges. Er was overlast van hardrijdend verkeer en er waren veel openbare-ordeproblemen, onder meer door geluidsoverlast, agressie en handel in en gebruik van drugs. De Bloemerstraat kreeg een ronduit slechte reputatie.” (Overheidvannu.nl, tevens belangrijke bron van deze paragraaf)
Daarop besluiten de provincie Gelderland en de gemeente Nijmegen in de jaren 2010 om 750.000 euro extra in de straat te investeren. In 2019 was de straat weer sterk opgeknapt.
Eerste maatregelen in 2011
In 2011 wordt er begonnen met een tijdelijke opknapbeurt, vooruitlopend op de herinrichting. Maatregelen zijn dan:
Net als de ringstraten krijgen de trottoirs rode klinkers
Bestaande verlichting wordt vervangen door hangverlichting
Het trottoir van de Smetiusstraat wordt verbreed.
Ook wordt de bushalte verplaatst
Het is dan wachten op de afronding van de bouw op Plein 1944, die waarschijnlijk in 2013 klaar is. Dan zal de Bloemerstraat geheel opnieuw worden ingericht.
Grote herinrichting
Maatregelen van de grote herinrichting waren:
Aanleggen van bredere trottoirs
Aanplanten van nieuw groen werd
Meer ruimte voor terrassen
De straat werd een 30 kilometer-zone
Aan de stationszijde, de entree van de straat kwam een grote muurschildering van een vogel
Een straatmanager werd aangesteld om de lege winkels te vullen met jonge ondernemers
Aanpak veiligheidsproblemen: Stegen achter de winkelpanden werden zijn afgesloten met hekken, en de politie is vaker en sneller aanwezig
Overheidvannu.nl noemt het werk van de straatmanager een succes: “Die zijn er inmiddels massaal neergestreken. Opvallend is de bundeling van functies in één pand, zoals de lunchzaak die ook een yogastudio herbergt. Daar is bewust voor gekozen om de leegstand zo efficiënt mogelijk aan te pakken. Er staat vrijwel niets meer leeg. Ook de veiligheidsproblemen worden aangepakt. Stegen achter de winkelpanden werden zijn afgesloten met hekken, en de politie is vaker en sneller aanwezig.”
2017 “Heropening”
In mei 2017 vindt de “heropening” van de Bloemerstraat plaats.
Een leuk en uitgebreid artikel vanwege deze heropening staat in de Mariken:
Overheidvannu.nl constateert dat winkeliers in 2019 “matig tot behoorlijk” tevreden zijn. Hoewel winkeliers positief zijn van de snelle aanpak door politie, wordt de overlast en het onveilige gevoel, voor ’s avonds, nog steeds als een van de pijnpunten gezien. Daarbij is er de overlast van de hardrijders.
Ook de Gelderlander constateert in 2018 -wanneer het project al jaren loopt en vrijwel is afgerond- het onveilige gevoel, vooral van de (drugs)overlast. Daarbij worden de maatregelen die de gemeente ten aanzien van de Tweede Walstraat en de Vlaamsegas als reden gezien als mogelijke oorzaak, waardoor de overlast zich naar de Bloemerstraat heeft verplaatst.
Gedenksteen Dick van den Heuvel
Bij de heropening van 2017 is een gedenksteen voor Dick van den Heuvel geplaatst, bij een boom ter hoogte van Bloemerstraat 79.
Op 20 juni 2024 opende de Albert Heijn op Bloemerstraat 133, op de hoek van de Bloemerstraat en Plein 1944. Jarenlang was deze locatie een van de lelijkste plekken van Nijmegen. Waar bij de wederopbouw een frisse bioscoop was gebouwd, was dit gebouw -na vele verbouwingen- en na leegstand in verval geraakt: in 2014 werd het uitgeroepen tot lelijkste gebouw van Nijmegen. Na sloop in 2019 was hier midden in het centrum jarenlang een leeg gat te zien.
In de nieuwbouw is in 2024 een tijdscapsule geplaatst: verhalen van “dromen en hoop voor 2069. Honderden bewoners hebben toekomstverhalen geschreven, mede ingegeven door de verwoeste dromen als gevolg van het bombardement van 1944. In 2069 zal deze capsule worden geopend, 125 jaar na dit bombardement.