Beeld Petrus Canisius in het Hunnerpark Nijmegen door Toon Dupuis 1927
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

Standbeeld Petrus Canisius in Hunnerpark Nijmegen

1927 Hunnerpark Centrum, Rijksmonument

Beeld Petrus Canisius in het Hunnerpark Nijmegen door Toon Dupuis 1927
Beeld Petrus Canisius door Toon Dupuis 1927

In het park staat een bronzen beeld van Petrus Canisius. Dit is een werk van Toon Dupuis uit 1927. Naar aanleiding van het eeuwfeest van de Jezuïeten (voluit Sociëteit van Jezus geheten) in 1914, wilde Nijmegen uit dankbaarheid een beeld oprichten van Petrus Canisius. Daarvoor begon een inzamelingsactie.

Petrus Canisius (1521-1597) was een theoloog en de eerste Jezuïet van Nederland. Het werd in 1864 zalig verklaard en in 1925 heilig. In 1925 kreeg hij daarbij de eretitel van kerkleraar van paus Pius XI. Naar aanleiding van de heiligverklaring werden in Nederland verschillende Canisiusfeesten georganiseerd. Dit zorgde tevens voor een nieuwe impuls om een standbeeld op te richten.

Toon Dupuis

Standbeeld van Petrus Canisius ontworpen door Toon Dupuis, foto gedatereerd 1924 (F65889 RAN)
Standbeeld van Petrus Canisius ontworpen door Toon Dupuis, foto gedatereerd 1924 (F65889 RAN)

Daartoe werd een prijsvraag uitgeschreven en aan een van de inzenders, Toon Dupuis, werd de opdracht verstrekt in het voorjaar van 1926. Het werk is gegoten bij Fonderie Nationale des Bronzes, Saint-Gillis. Op pinkstermaandag 6 juni 1927 werd het beeld op een kunstmatige heuvel in het park geplaatst.

Antonius Stanislaus Nicolaas Ludovicus Dupuis (Antwerpen, 18 februari 1877 – Den Haag, 13 oktober 1937) was een Nederlandse beeldhouwer en medailleur. Oorspronkelijk was hij van Belgische afkomst, maar werd in 1908 genaturalieerd.

Hij maakte tevens een borstbeeld van W.H. Nolens ter gelegenheid van zijn 40-jarig priesterfeest. Deze staat (of stond, daar ben ik niet zeker van) in het Katholiek Documentatie Centrum.

Zie voor een overzicht van zijn werk wikipedia.

Zegenend gebaar

Het beeld is meer dan levensgroot, waarbij Canisius met zijn rechterhand op de leuning van een zogenaamde “curulische zetel” steunt. Met zijn linkerhand maakt hij een zegenend gebaar.

Met het zegenend gebaar is nog iets meer aan de hand. Deze vondst en foto van Hans van Meteren vind ik te leuk om ‘m over te nemen, daarom verwijs ik hier naar zijn site.

Het opschrift van de granieten sokkel luidt: ”

GEBOREN TE NIJMEGEN 8 MEI 1521

GESTORVEN TE FREIBURG 21 DECEMBER 1597

HEILIG VERKLAARD EN TOT KERKLERAAR VERHEVEN 21 MEI 1925″.

Locatie bij de Canisiussingel

Het standbeeld van Petrus Canisius in het Hunnerpark (Hunerpark), gemaakt in 1927 door beeldhouwer Toon Dupuis (Antwerpen, 18-03-1877 - Den Haag, 13-10-1937), 1929-1931 (I.J. Glaser via F91308 RAN)
Het standbeeld van Petrus Canisius in het Hunnerpark (Hunerpark), gemaakt in 1927 door beeldhouwer Toon Dupuis (Antwerpen, 18-03-1877 – Den Haag, 13-10-1937), 1929-1931 (I.J. Glaser via F91308 RAN)

Hoewel nog niet verder onderzocht, zal de plaatsing van het beeld in de omgeving van de Canisiussingel een logische zijn. Grappig detail daarbij is dat de straat officieel St. Canisiussingel heet sinds 1881. Dus 40 jaar voordat Canisius heilig werd verklaard. De gemeenteraad wilde uiteindelijk een aansprekende straat naar hem vernoemen, nadat het voorstel eerst was dat de huidige Van Welderenstraat zijn naam zou dragen. Om duidelijk maken welke “Canis” werd bedoeld, koos de gemeenteraad met 10 tegen 7 stemmen om hier “St” voor te zetten.

Rijksmonument

Het beeld is een Rijksmonument sinds 2007.  Als waardering:

“van kunsthistorisch belang als goed en gaaf voorbeeld van een standbeeld uit de tweede helft van de jaren twintig, die opvalt vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het standbeeld in samenhang met de monumentale, Art-Decoachtige sokkel; van stedenbouwkundige waarde als karakteristiek onderdeel van het Hunnerpark. Het beeld staat op de oorspronkelijke plek, op een terp in het park en is daardoor beeldbepalend vanaf de aan- en oprit naar de Waalbrug en vanaf de Sint Jorisstraat; van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van het katholieke verleden van Nederland, als monument voor een zestiende-eeuwse Nijmegenaar die werd heiligverklaard in een belangrijke periode van de emancipatie van het katholieke volksdeel.”

Belvedère

De Belvedère is gebouwd als verdedigingstoren. Vanaf 1646 kreeg het de functie van speelhuis voor de welgestelden van Nijmegen. Ondanks…

Bronnen

Monumentenregister

St. Canisiusssingel, Straatnamenregister Rob Essers

Standbeeld van Petrus Canisisus, Wikipedia


De actualiteit van Willem H. Nolens, Vefie Poels in Christen Democratische Verkenningen, Herfst 2012

Barbarossa Ruïne Valkhof (januari 2023)
#Nijmegen, Centrum

Valkhof

Barbarossa ruine Valkhof
Barbarossa ruine Valkhof (foto januari 2023)

Bezienswaardigheden in het Valkhof

  • Nicolaaskapel
  • Barbarossa Ruïne
  • Uitzicht
  • Bunker
  • Muren
  • Brug
  • Spoorwegmonument
  • Stauferstele

Deze pagina verzamelt artikelen over de Valkhof en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.

Aanleg park door Zocher Sr

Na afbraak van de burcht ontwierp tuinarchitect Zocher rond 1800 een park, welke was aangelegd in Engelse stijl. Het Valkhof was een van de eerste projecten van J.D. Zocher Sr. Het is tegenwoordig een van de oudste landschapsparken van Nederland.

Een van de kenmerken van deze stijl is een voorliefde voor ruïnes. Soms moesten deze gebouwd worden om een “romantische” sfeer op te roepen. Bij het Valkhof bestonden deze ruïnes al in de vorm van de Sint Nicolaaskapel en de Barbarossaruïne. Dit waren de enige restanten van de Valkhofburcht.

Bij de Barabarossa ruïne liet hij treurwilgen plaatsen om de vergankelijkheid van gebouwen aan te geven. Van het oorspronkelijke ontwerp van Zocher is weinig bewaard gebleven.

Het park werd 30 jaar later naar ontwerp van Hendrik van Lunteren aangepast.

Lieven Rosseels

 Na de ontmanteling leverde de Vlaamse tuinarchitect Lieven Rosseels het ontwerp voor de nieuwe aanleg van het park.

Hierbij kwam er een brug tussen het park en de Voerweg, naar het ontwerp van Weve

St.-Nicolaaskapel

Valkhofkapel van onderaf (maart 2023)
Valkhofkapel van onderaf (maart 2023)

De St.-Nicolaaskapel is nog de enige zogenaamde “romaanse centraalbouw” van Nederland. Deze is rond het jaar 1.000 gebouwd. Wanneer precies, is niet duidelijk. Vaak worden de volgende mogelijkheden genoemd:

  • Theophanu van Essen, die de kapel zou hebben laten bouwen ter ere van haar grootmoeder en naamgenoot keizerin Theophanu
  • Otto III, ter ere van zijn moeder, keizerin Theophanu
  • Rond 1030, toen veel kerken in de romaanse stijl werden gebouwd.

De Dom van Aken heeft bij de bouw als voorbeeld gediend. Tijdens de brand van 1047 raakte de bovenbouw van de kapel beschadigd.

De kapel is vernoemd naar St. Nicolaas. Keizerin Theophanu zou een groot vereerder van hem zijn geweest en degene zijn geweest, die deze verering in Nederland en daarbuiten populariseerde.

In de kapel bevindt zich een prachtige maquette van de Valkhofburcht.

Valkhofkapel bezoeken

De kapel is regelmatig te bezichtigen.

Zie voor de Openingstijden: https://www.valkhof.nl/bezoeken/openingstijden-st-nicolaaskapel/

Daarnaast worden tijdens de Vierdaagsefeesten kleinere, bijzondere concerten gegeven.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Nicolaaskapel_(Nijmegen)

Barbarossa ruïne

Barbarossa Ruïne Valkhof (januari 2023)
Barbarossa Ruïne Valkhof (januari 2023)
Een gravure naar een pentekening in roodbruin gewassen van A. Rademaker, voorstellende de tweede binnenplaats van de Valkhofburcht met de absis van de (huidige) Barbarossa-ruïne ; het origineel berust in een Particuliere Collectie, 1720 (F34691 RAN)
Een gravure naar een pentekening in roodbruin gewassen van A. Rademaker, voorstellende de tweede binnenplaats van de Valkhofburcht met de absis van de (huidige) Barbarossa-ruïne ; het origineel berust in een Particuliere Collectie, 1720 (F34691 RAN)

Bunker

De bunker op het Valkhof is de enige van de 3 mitrailleurbunkers die door de Duitsers zijn aangelegd om de Waalbrug te verdedigen. De andere 2 zijn in de jaren 40 gesloopt.

Over de bunker: https://www.valkhofbunker.nl/

De bunker is regelmatig zondags te bezoeken. De openingstijden vind je hier: https://www.valkhofbunker.nl/index.php/openingsdagen-en-tijden-2024/

Stauferstele

Deze Staufersteele werd in 2018 opgericht. Het is een herinnering aan:

  • Keizer Frederik I Barbarossa, die de burcht heeft versterkt en uitgebouwd
  • Keizer Hendrik VI, zijn zijn. Hij is geboren in Nijmegen. Tevens is hij een achterkleinzoon van Koning Hendrik VII, die Nijmegen in 1230 stadsrechten verleende.

Stauferstelen zijn achthoekige herdenkingsmonumenten op plaatsen waar het huis Hohenstaufen een grote rol heeft gespeeld. Er zijn 38 van deze stenen, waarbij Nijmegen de 35ste was. Het Duitse Komitee der Stauferfreunde selecteert de plaatsen en neemt tevens het initiatief tot plaatsen van de steen.

Bron: nl.wikipedia.org/wiki/Stauferstele

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Valkhof

https://mijngelderland.nl/inhoud/routes/nijmegen-oudste-stad-van-nederland/valkhofpark#!#customCarouselDetail

Burchtstraat; het pand met Primera en daarnaast zijn door architect Treur ontworpen (augustus 2025)
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Gebouw van de dag

De eerste nieuwe winkel van de Burchtstraat: Van den Hoven architect Treur

1950 Burchtstraat 12

Burchtstraat; het pand met Primera en daarnaast zijn door architect Treur ontworpen (augustus 2025)
Burchtstraat; het pand met Primera en daarnaast zijn door architect Treur ontworpen (augustus 2025)

Architect G.B. Treur ontwerpt voor de dames- en kinderenhoedenwinkel J. van den Hoven de eerste winkel die in de Burchtstraat is gebouwd. Momenteel zit hier de Primera.

Vooraf: Houtstraat

De etalage van de Dameshoedenzaak J. van den Hoven-Folman, Houtstraat 84-86, 1936 (F14671 RAN)
De etalage van de Dameshoedenzaak J. van den Hoven-Folman, Houtstraat 84-86, 1936 (F14671 RAN)

Het bombardement van februari 1944 verwoeste de winkel voor dames- en kinderhoeden van J. van Hoven in de Houtstraat. De jaren daarop zit hij in noodwinkels.

Voorbereiding en eerstesteenlegging

In 1949 wordt begonnen met de voorbereiding van de nieuwbouw: architect G.B. Treur tekent in november het ontwerp voor de winkel van J. van Hoven, de onderdoorgang van de Burchtstraat en 2 bovenwoningen (zie het detail van de bouwtekening D12.410290 hieronder).

Plan voor winkel met bovenwoningen voor de Fa. J. v/d Hoven a/d Burcht, architect G.B. Treur, datum tekening 9-11-1949 (D12.410290)
Plan voor winkel met bovenwoningen voor de Fa. J. v/d Hoven a/d Burcht, architect G.B. Treur, datum tekening 9-11-1949 (D12.410290)

De eerste steenlegging vond plaats op 32-12-1949 door mevrouw B. van den Hoven-Folman. De versierde steen werd daarbij uitgereikt door de aannemer H. Moed (beschrijving bij F53737 RAN )

1950: opening

In mei 1950 vindt de opening plaats: “Het eerste winkelhuis in de Burchtstraat, dat na de oorlogsramp weer werd herbouwd is dat van de fa. J. van den Hoven, dames- en kinderhoedenmagazijn. Het is een gelukkig begin, waardoor het stadsbeeld in de omgeving van het stadhuis aanmerkelijk is gewijzigd en verfraaid. Van de zijde, van het gemeentebestuur bestond dan ook voor deze gebeurtenis, gedachtig het gezegde “beter een goede buur dan een verre vriend” veel belangstelling. Moge deze fraaie winkelbouw, die onder architect G.B. Treur en aannemer H. Moed uit Bemmel tot stand kwam, spoedig door meerdere in deze omgeving worden gevolgd.” (De Gelderlander 27/5/1950)

Burchtstraat

De Burchtstraat is al eeuwenlang een van de belangrijkste straten van Nijmegen. Eeuwenlang was deze van belang doordat het de…

Architect G.B. Treur

Architect G.B. Treur zullen wij waarschijnlijk vooral tegenkomen bij de wederopbouw van Nijmegen, waarvoor hij veel winkels in het centrum…

Het Spoorwegmonument met de beeltenis van de godin Victoria, opgericht in 1884 ter herinnering aan de totstandkoming van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, ontworpen door gemeentearchitect ir. Jan Jacob Weve. Links, nog net zichtbaar, Sociëteit Burgerlust
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

Spoorwegmonument architect Weve

1884, Hoogstraat, Rijksmonument

Het Spoorwegmonument met de beeltenis van de godin Victoria, opgericht in 1884 ter herinnering aan de totstandkoming van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, ontworpen door gemeentearchitect ir. Jan Jacob Weve. Links, nog net zichtbaar, Sociëteit Burgerlust
Het Spoorwegmonument met de beeltenis van de godin Victoria, opgericht in 1884 ter herinnering aan de totstandkoming van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, ontworpen door gemeentearchitect ir. Jan Jacob Weve. Links, nog net zichtbaar, Sociëteit Burgerlust, 1884-1886 (Foto Wilhelm Ivens, F88894 RAN)

Het Spoorwegmonument is ter herinnering aan de aanleg van de eerste spoorweglijn, door initiatief en kapitaal van Nijmeegse ingezetenen. Het monument is een ontwerp van architect Weve, waarbij het beeld van Victoria een afgietsel is van een beeld van Christian Daniel Rauch.

Op 8 augustus 1865 werd de spoorlijn Nijmegen-Cleve geopend. In 1884 werd de Nijmeegse Spoorweg Maatschappij geliquideerd. Daar Nijmegen meerdere verbindingen had gekregen, was het logisch dat het Staatsspoor ook de lijn naar Kleef zou overnemen. In de laatste vergadering der aandeelhouders, waarin met algemene stemmen de verkoop van de aandelen aan het Staatsspoor werd goedgekeurd, gingen ook stemmen op om de directie een huldeblijk aan te bieden. De directie wilde echter geen persoonlijke hulde. Daarom werd gekozen voor een monument, dat totstandkoming van het spoor Nijmegen-Kleef in herinnering zou houden.

Beeld Victoria

Spoorwegmonument Victoria, Hoogstraat/Kelfensbos, oktober 2023
Spoorwegmonument Victoria, Hoogstraat/Kelfensbos, oktober 2023

Het monument is ontworpen door de gemeente-architect J.J. Weve.

Bovenaan staat het beeld van de godin Victoria (en niet van een Engel, zoals het wel eens wordt genoemd). Victoria is de Romeinse godin van de overwinning. Zij wordt meestal afgebeeld als gevleugelde jonge vrouw op een bol met een lauwerkrans in haar hand.

De Gelderlander 10/5/1884 geeft aan dat het beeld de “Faam” voorstelt (en noemt het tevens ‘engel’). De Faam wordt traditioneel echter afgebeeld met 2 bazuinen.

Christian Daniel Rauch

Christian Daniel Rauch (Arolsen, 2 januari 1777 – Dresden, 3 december 1857) was een Duitse neoclassicistische beeldhouwer. Hij maakte veel bustes, maar ook groter werk zoals grafmonumenten en standbeelden. Zijn bekendste werk is het ruiterstandbeeld van Frederik de Grote aan Unter den Linden in Berlijn. Wikipedia: “This work was inaugurated with great pomp in May 1851, and is regarded as one of the masterpieces of modern sculpture, the crowning achievement of Rauch’s work as a portrait and historic sculptor. Princes decorated Rauch with honors and the academies of Europe enrolled him among their members.”

Nadat hij uit Carrera (Italië) was teruggekomen, richtte hij het “Lagerhaus” op, een belangrijke schakel voor de Berlijnse School voor Beeldhouwkunst. De Berlijnse School was de naam voor een generatie kunstenaars waartoe ongeveer 400 kunstenaars worden toe berekend. Beginnend bij Johann Gottfried Schadow rond 1785 en zijn leerling Rauch en eindigend rond 1915.

4e Victoria/Viktoria

Ingo Steinbach, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
Kranzwerfende Viktoria, Original in der Walhalla bei Regensburg
(Ingo Steinbach, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons)

Het beeld van Victoria die een krans werpt is een zinken afgietsel van het beeld dat Rauch maakte voor het Walhalla in Regensburg. Dit beeld is de 4e variant van de 6 Victoria beelden welke hij voor het Walhalla heeft gemaakt. De firma A. Castner uit Berlijn heeft het afgietsel gemaakt.

Daarnaast zijn van dit beeld zelf een aantal kopieen gemaakt, waaronder het beroemde beeld voor het Berliner Stadtschloss, welke nu in Alte Nationalgalerie staat. (Hoewel bronnen nadrukkelijk refereren naar het Regensburg beeld, welke het uiteindelijk ook is, is het mij momenteel nog niet gelukt te achterhalen of het beeld in Nijmegen daadwerkelijk dit beeld betreft, of een latere exacte kopie daarvan).

A. Castner, Berlin

Veel Nederlandse bronnen vermelden dat A. Cassner uit Berlijn de gieterij zou zijn. Het betreft echter A. Castner uit Berlijn.

Het is niet het enige afgietsel van Victoria door Castner: in de Rauch catalogus worden in ieder geval al 4 beelden genoemd (Nummers 66.1 t/m 66.4 Katalog Berliner Zinkguß des 19. Jahrhunderts, Nicola Vösgen, 1997 via SMB Museum)

De sokkel: een weerzuil

De zandstenen sokkel is in de vorm van een weerzuil. De Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij wilde geen verheerlijking van personen als gedenkteken. Daarom werd gekozen voor wat in Duitsland een “Wettersaule” (Weerzuil) werd genoemd. (PGNC 11/5/1884)

In de 3 nissen waren een barometer, thermometer en een weerwijzer aangebracht. Op de achterzijde van het paneel was daarbij de verklaring van de wijzerstanden weergegeven.

Verwijdering weerinstrumenten

Mogelijk zijn de weerinstrumenten in 1936 afgebroken: Het monument verkeert dan in vervallen toestand. De gemeenteraad vraagt zich af wat zij met het ‘gedenkteken’ moet doen. Afbreken en naar elders verplaatsen, waarbij het beeld en opschrift behouden blijven? Weve adviseert dat als er geen geld is om het gedenkteken te restaureren, het het beste kan worden afgebroken: het gedenkteken is te zwaar gehavend en heeft sowieso te weinig waarde. Zo besluit de Gemeenteraad. (PGNC 20/3/1936).

In ieder geval zijn de weerinstrumenten er in 1955 niet meer (De Gelderlander 9/12/1955).

Opschrift

Sokkel Spoorwegmonument "Eendracht maakt macht - ter herinnering aan den bouw van den spoorweg Nijmegen-Cleve door Nijmeegs Burgerij - geopend 8 augustus 1865"  Hoogstraat Kelfkensbos Weve september 2025
Sokkel Spoorwegmonument Hoogstraat Kelfkensbos Weve (september 2025)

Op de sokkel staat aan de voorzijde een opschrift, om de datum 8 augustus 1865 levendig te houden:

“Eendracht maakt macht – ter herinnering aan den bouw van den spoorweg Nijmegen-Cleve door Nijmeegs Burgerij – geopend 8 augustus 1865”

Plaats van het Beeld

Op 29 september 1883 bespreekt de Gemeenteraad de plaats waar het monument moet komen te staan. De Commissie voor de oprichting van het monument heeft de gemeente verzocht het beeld te mogen plaatsen op gemeentegrond. Daarbij heeft het een voorkeur voor het Valkhof.

De gemeente vindt het Valkhof een weinig geschikte plaats: het past niet bij de oude gebouwen en zou door de bomen te weinig in het zicht staan. B. en W. geven de voorkeur aan plaatsing op de Nassausingel of aan de Stationsweg, bij het Keizer Karelplein. B. en W. stelt daarom voor om daar mallen van het beeld te plaatsen om te beoordelen hoe het monument daar zou staan.

De heer Berends, die naast gemeenteraadslid tevens lid van de Commissie is, geeft aan dat ook de commissie aanvankelijk dacht aan het nieuwe gedeelte (wat onder andere de Nassausingel en Stationsweg op dat moment zijn). Rosseels had daarop echter verkllaard, dat een gedenkteken met dergelijke afmetingen nergens kon worden geplaatst. Daarop was de Commissie op het Valkhof gekomen, waarvoor een grote meerderheid van de leden voor zou zijn. Het beeld kan zo geplaatst worden, dat deze geen invloed heeft op de beleving van de oude gebouwen. Daarnaast krijgt het beeld instrumenten om het weer te meten en deze moeten in de schaduw staan, welke de bomen van het Valkhof bieden. Tot slot moet het monument een plek krijgen waar veel mensen komen: ter bescherming van het beeld en omdat zoveel mogelijk mensen gebruik kunnen maken van de weerinstrumenten.  (PGNC 3/10/1883)

De mallen werden gemaakt en geplaatst. Op basis daarvan wordt uiteindelijk besloten het monument voor het Valkhof te plaatsen.

PGNC 24/11/1886

Rijksmonument

Het beeld is een Rijksmonument vanwege haar architectuurhistorische, stedebouwkundige en cultuurhistorische waarde, “als goed en gaaf voorbeeld van een herdenkingsmonument uit het laatste kwart van de negentiende eeuw”.

Bronnen

Krantenartikelen: PGNC 3/10/1883, De Gelderlander 10/5/1884, PGNC 11/5/1884, PGNC 20/3/1936, De Gelderlander 9/12/1955

Wikipedia:

Spoorwegmonument

Victoria (godin)

Wettersaule

https://nl.wikipedia.org/wiki/Christian_Daniel_Rauch

https://de.wikipedia.org/wiki/Berliner_Bildhauerschule

https://de.wikipedia.org/wiki/Kranzwerfende_Viktoria#:~:text=Die%20Kranzwerfende%20Viktoria%20oder%20Vierte%20Walhalla%2DViktoria%20in,der%20Berliner%20Bildhauerschule%20und%20des%20europ%C3%A4ischen%20Klassizismus.

Kelfkensbos

Het Kelfkensbos is vernoemd naar het Kalverbosch; kelfke is Nijmeegs voor kalf. Onder het plein bevindt zich een parkeergarage. Het…

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen,…

Bloemenschaal Straalmanfonds Schaeck Mathonsingel april 2025
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

De bloemenvazen aan de Van Schaeck Mathonsingel en het Straalmanfonds

Bloemenschaal Straalmanfonds Schaeck Mathonsingel april 2025
Bloemenschaal Straalmanfonds Schaeck Mathonsingel (april 2025)

In 1915 schonk het Straalmansfonds een fontein voor het plantsoen aan de de Van Schaeck Mathonsingel en in 1916 twee bloemenschalen. Bij de vernieuwing van het park in 2002 bleek de fontein niet meer te redden. Daarvoor in de plaats kwam de fontein met de glazen koepel. De twee schalen konden nog wel worden gerestaureerd. De fontein en de schalen waren een ontwerp van Willem C. Brouwer. Het Straalmansfonds had de verfraaiing van Nijmegen tot doel.

Willem Coenraad Brouwer

Fontein, ontworpen in 1915 door Willem Coenraad Brouwer, in het plantsoen, van Schaeck Mathonsingel, 1950 (F32233 RAN)
Fontein, ontworpen in 1915 door Willem Coenraad Brouwer, in het plantsoen, van Schaeck Mathonsingel, 1950 (F32233 RAN)

Willem Coenraad Brouwer (19-10-1877 Leiden – 23-5-1933 Zoeterwoude) was een beeldhouwer en keramist.

De ouders van Brouwer waren Nicolaas Brouwer, hoofd van een lagere school in Leiden en Antonia Coert. Hij ging in Leiden naar de Teekenschool. Vervolgens werkte hij van 1894-1898 in het atelier voor boekversiering en lettersnijden van Johannes Aanout Loubèr, zijn zwager.

Brouwer vertrekt naar Gouda. Daar gaat werken bij de Koninklijke Hollandse Pijpen- en Aardwerkfabriek Goedewaagen. In 1899 heeft hij zijn eerste tentoonstelling, in Leiden. In 1900 wordt hij medewerker aan “Het Binnenhuis” te Amsterdam.

In 1901 richt hij een eigen keramisch bedrijf op: Fabriek van Brouwer’s Aardewerk in het pand Vredelust in Leiderdorp. In 1905 wordt het bedrijf omgezet naar N.V. Brouwers Aardewerk.

“Hij gebruikt diverse traditionele decoratietechnieken -sgrafitto, ringeloren, groefversiering en intersa of inlegwerk- in een bewust sobere en eenvoudige stijl, waarin ook de invloed van de oosterse sierkunst is te herkennen.” (Capriolus)

Vanaf 1906 maakt hij tevens bouwaardewerk en tuinkeramiek. “Hij wordt beschouwd als vernieuwer op dit gebied” (wikipedia). Hij werkt onder andere samen met de architecten Berlage, Oud, Dudok en Wils. De fabriek zal worden voortgezet door zijn zonen Klaas en Coen.

Brouwer was lid van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers.

Gevonden werken

  • 1909- 1913 Beeldhouwwerk aan het Vredespaleis, Den Haag
  • 1912 -1913 Keramisch beeldhouwwerk aan de Kennemergarage, Alkmaar
  • 1914 Ornamenten voor de kerk van Scharsterbrug
  • 1915 Van Karnebeekbron, Den Haag
  • 1916 Twee apen met voetbal met veter, voorgevel Spartastadion Het Kasteel, Rotterdam
  • 1917 Ornamenten voor Gebouw Leidsch Dagblad, Leiden
  • 1917 Kariatiden voor Huis De Lange, Alkmaar
  • 1920 Gijselaarsbank, Rapenburg, Leiden
  • 1920 Gevelornamenten van het Christelijk Internaat, Krakelingweg 10, Zeist
  • 1920 Betegelde schouw met effen keramische tegels en een fries van dieren, die per twee op weg zijn naar Ark van Noach, voormalig Restaurant ’t Wilhelminapark Utrecht
  • 1923 Vier gebakken steenornamenten, voorstellende Kasper de mijngeest, boven in de gevel van het voormalig hoofdkantoor Staatsmijn Maurits, Geleen
  • 1928-1930 Gevelbeelden Hermes en Neptunus voor Atlantic Huis, Rotterdam
  • Drie gevelbeelden voorstellende een oogstende boer, een wanhopige boer, die zijn oogst opgegeten ziet worden door vogels en een roeiboot genaamd Meeuw omring door meeuwen, in de Trompenburgstraat en de Lekstraat, Amsterdam-Zuid
  • 1930 Vijf terracotta gevelornamenten voor het Wilhelminaziekenhuis, Assen

Gevonden prijzen

  • 1906 Gouden medaille, Triënale Milaan
  • 1910 Grand Prix, wereldtentoonstelling Brussel
  • 1925 Bronzen medaille, wereldtentoonstelling Parijs

(Overige) Bronnen en verder lezen over Brouwer

https://wcbrouwer.blogspot.com/2008/02/levensloop-van-willem-coenraad-brouwer.html Een zeer uitgebreide biografie, gebaseerd op de autobiografie uit 1927 van Brouwer zelf

https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Coenraad_Brouwer

https://klinkhamerantiek.nl/keramiek/keramisten/wc-brouwer-leiderdorp met veel foto’s van keramiekwerk

http://www.capriolus.nl/nl/content/brouwer-willem-coenraad

Paulus Straalman

Niet gesigneerd portret van Paulus Baron Straalman (29-3-1753 Amsterdam-15-4-1828 Nijmegen), militair (hoogste rang luitenant-kolonel cavalerie) en politicus (lid raad Nijmegen, lid Provinciale Staten, 2e en 3e burgemeester Nijmegen, buitengewoon lid Staten Generaal voor Gelderland en lid van de Raad van State in buitengewone dienst). Stichter van het Straalmanfonds ter uitbreiding en verfraaiing van openbare wandelingen; er werd ook een straat naar hem vernoemd (GN11637 RAN)
Niet gesigneerd portret van Paulus Baron Straalman (29-3-1753 Amsterdam-15-4-1828 Nijmegen), militair (hoogste rang luitenant-kolonel cavalerie) en politicus (lid raad Nijmegen, lid Provinciale Staten, 2e en 3e burgemeester Nijmegen, buitengewoon lid Staten Generaal voor Gelderland en lid van de Raad van State in buitengewone dienst). Stichter van het Straalmanfonds ter uitbreiding en verfraaiing van openbare wandelingen; er werd ook een straat naar hem vernoemd (GN11637 RAN)

Paulus Straalman (Amsterdam, 29 maart 1753 – Nijmegen, 15 april 1828), Nederlands militair en politicus. Hij stamde af van een Amsterdamse regentenfamilie. Hij was heer van Duist, de Haar en Zevenhuizen. In 1796 trouwt hij met Petronella Jacoba Smits. Ze kregen geen kinderen. In juli 1816 kreeg Straalman adellijke titel van baron.

Straalman woonde ”op den Doddendaal in het -nu vervallen- dubbele heerenhuis naast de Chr. Bewaarschool” (PGNC 29/1/1905)

Hij had aanvankelijk een militaire loopbaan:

  • vanaf 1772 was het hij luitenant van de garde dragonders
  • vanaf 1779 ritmeester regiment Van Stockum
  • 1789-1795 luitenant-kolonel der cavalerie

Straalman was orangist.

  • Lid Nijmeegse stadsraad                                                                                                                                                                                                                                                 
  • 1814-1827: lid Provinciale Staten van Gelderland voor Nijmegen
  • 1815 buitengewoon lid van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden voor Gelderland
  • 1820 -1828: lid Raad van State in buitengewone dienst.

Hij was tussen 1816 en 1818 als derde burgemeester lid van het driehoofdig burgermeesterschap, samen met J.W. Pels en A.F. van der Steen. In 1819 was hij tweede burgemeester.

Straalman en zijn broer Anne Willem waren lid van de notabelenvergadering, die in 1814 over de nieuwe Grondwet beslisten.

In Nijmegen Oost is een van straten naar hem vernoemd.

Straalmanfonds

Ontvreemding plaatjes Straalmansfond PGNC 9/9/1890
Advertentie Ontvreemding plaatjes Straalman fond PGNC 9/9/1890

In 1826 richt hij een fonds van 2500 gulden op ‘verfraaijing en uitbreiding der openbare wandelingen binnen deze stad’. De rente van het fonds, 100 gulden per jaar, moest voor dit doel worden besteed. Het mocht niet voor gewoon onderhoud van de openbare wandelingen worden besteed, deze kosten bleven voor rekening van de stad (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis);

Schevichaven noemt overigens een bedrag van 2000 gulden. Ook het PGNC 29/1/1905 noemt het bedrag van f2000, “rentende 5pCt, welke rente aangewend moest worden ter verfraaiing van het Valkhof.”

Beeld van de Stationsweg (vanaf 1923 Van Schaeck Mathonsingel), gezien in de richting van het station, met in het midden het plantsoen met de fontein, ontworpen en uitgevoerd in terracotta in 1915 door beeldhouwer en keramist Willem Coenraad Brouwer (Leiden, 19/10/1877 – Zoeterwoude, 23/05/1933), 	1917-1919 (Jacob Krapohl via F91530 RAN)
Beeld van de Stationsweg (vanaf 1923 Van Schaeck Mathonsingel), gezien in de richting van het station, met in het midden het plantsoen met de fontein, ontworpen en uitgevoerd in terracotta in 1915 door beeldhouwer en keramist Willem Coenraad Brouwer (Leiden, 19/10/1877 – Zoeterwoude, 23/05/1933), 1917-1919 (Jacob Krapohl via F91530 RAN)

Straalmanlaantje

In 1915 schrijft het PGNC dat Straalman een legaat had nagelaten, waarbij de rente gebruikt moet worden voor het onderhoud van “laantje, dat van het begin van den Voerweg ten den hoofdingang van de wandelplaats “het Valkhof” voert”, Straalmanlaantje wordt genoemd.

Aangezien er weinig te onderhouden valt, hadden de beheerders van het fonds besloten een spaarpotje te maken, waaruit zo nu en dan versieringen van de stad kunnen worden bekostigd.

Bij het verschijnen van het artikel in 1915 is het fonds “eene stichting die misschien velen niet bekend is”. De aanleiding van het artikel is de bekostiging van het hekwerk rond de Mariakerk (de huidige Mariënburgkapel), dat ingericht is als Gemeentelijk Museum. (PGNC 17/1/1915)

Gevonden bijdragen van het Straalmanfonds

  • “Wij vernemen dat HH. Commissarissen van het fonds van het zoogenaamde Straalmans Laantje voornemens zijn met toestemming van het bestuur dezer stad aan de Oostzijde van de wandelplaats het Hof een koepel te doen plaatsen die hoofdzakelijk dienen zal de wandelaars die door eene regenbui overvallen worden voor het nat worden te beschermen” (De Gelderlander 14/9/1856)
  • In 1833 wordt het beeld Flora van Jean-Baptist Xavery in het Valkhofpark geplaatst, waarbij het Straalmanfonds het beeld heeft geschonken aan gemeente Nijmegen. Dit beeld reaakt in de Tweede Wereldoorlog beschadigt en ging rond 1954 geheel verloren.
  • In 1938 verleent het Straalmanfonds een bijdrage aan het de restauratie van het spoorweg-moment op het Valkhof (PGNC 11/8/1938)
  • In 1938 neemt het Straalmanfonds de materiaalkosten van f885 op zich voor de bouw van nacht- en winterhokken voor de dieren van het Kronenburgerpark. De Vereeniging tot verfraaiing van Nijmegen en Omstreken was eigenaresse van deze beesten en had het aantal verdubbeld van 44 naar 90 dieren. Zij beschikte echter niet over de middelen om voor deze nachthokken te zorgen. (De Gelderlander 3/4/1939)
  • In 1939 kunnen 2 reeën aangekocht worden voor Stadspark de Goffert dankzij een voorschot van f60,- door het Straalmanfonds (PGNC 18/3/1940)
  • Het Straalmanfonds schenkt in juli 1940 -dus in de oorlog- f100 aan de Verfraaiingsvereniging voor de aankoop van extra veevoer voor de dieren in het Kronenburgerpark en de Goffert. Veevoer is schaars en duur en ook het publiek is op dat moment niet genegen om bij te springen: het is niet in de stemming en bovendien zijn haar middelen, ook vanwege broodrantsoenering, beperkt. Uit het krantenartikel blijkt tevens dat het Straalmanfonds de materiaalkosten voor de volière op zich genomen heeft (PGNC 15/7/1940)
  • Na de oorlog bezit de Vereniging Verfraaiïng Nijmegen, nadat deze in de oorlog “ontzettend veel geleden had” tijdens de viering van haar 70-jarig bestaan weer over 100 dieren (De Gelderlander 30/4/1951)

Geen fontein in het Valkhof?

Niet alle verfraaiingen werden gerealiseerd: in ieder geval kwam er aanvankelijk geen fontein in het Valkhofpark: “Nijmegen, 4 Februari. Naar wij vernemen heeft de Commissie van beheer over het zoogenaamde Straalmanfonds het voornemen gehad een sierlijke fontein op het Valkhof te plaatsen, welk voornemen zij echter heeft moeten opeven, even als in der tijd het bestuur der Vereeniging tot verfraaiing van Nijmegen en het Schependom, omdat het dagelijksch bestuur zich niet met het plan kon vereenigen. Velen zullen het betreuren dat het aanbod niet is aangenomen, daar toch een fontein op een wandelplaats als het Valkhof als het ware omisbaar is, even als het algemeen bejammerd wordt dat er aan het onderhoud van dit heerlijke, door het geheele land als eenig bekende lustoord niet beter de hand gehouden wordt.” (PGNC 5/2/1881)

Straalmanstraat

In juni 1891 besluit de Gemeenteraad om een straat naar Straalman te vernoemen in plaats van Geldenhauer (ook tegenwoordig de Straalmanstraat in Nijmegen-Oost).

Zoals Berends het verwoordt: “…aan de straat liever den naam te geven van een ander nuttig Nijmegenaar, die iets voor het belang der stad heeft opgeofferd, zooals b.v. Straalman, die een fonds heeft gesticht, waaruit wij alle jaren nog een bedrag putten.” Daarna volgt -naast een discussie of het weg of straat moet worden- een bespreking of er geen mogelijke naamsverwarring met het Straalmanlaantje mogelijk is. Berends is daarvoor echter niet bang: “het is geen laantje meer, sedert de boomen naar den Voerweg zijn verplaatst en de burgerij kent de naam niet meer.” (De Gelderlander 9/6/1891)

(Overige) Bronnen en verder lezen

Blik op de van Schaeck Mathonsingel met op de achtergrond het station, 1910-1920 (GN12911 RAN)
Blik op de van Schaeck Mathonsingel met op de achtergrond het station, 1910-1920 (GN12911 RAN)

https://www.noviomagus.nl/Vrij/Straalmanfontein/StraalmanfonteinCat.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Paulus_Straalman

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Straalman,_P.

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Het_Straalmanfonds_en_Xavery%27s_standbeeld_%27Flora%27

https://www.parlement.com/id/vg09llqbi79b/biografie/p_straalman

Parfumerie Au Printemps van L.F. Vosveld van Boeckholt, Broerstraat op de hoek met de Korte Nieuwstraat, 1910 (F15276 RAN)
#Nijmegen, Broerstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Au Printemps

Broerstraat

Parfumerie Au Printemps van L.F. Vosveld van Boeckholt, Broerstraat op de hoek met de Korte Nieuwstraat, 1910 (F15276 RAN)
Parfumerie Au Printemps van L.F. Vosveld van Boeckholt, Broerstraat op de hoek met de Korte Nieuwstraat, 1910 (F15276 RAN)

Vooraf: parfumerie-kraam

Advertentie Au Printemps (De Gelderlander 6/10/1880)
Advertentie Au Printemps (De Gelderlander 6/10/1880)
Advertentie tandpoeder van L.F. Vosveld van Boeckholt (Leidsch Dagblad 22-1-1883)
Advertentie tandpoeder van L.F. Vosveld van Boeckholt (Leidsch Dagblad 22-1-1883)

L.F. Vosveld van Boeckholt heeft in oktober 1880 en 1881 -waarschijnlijk tijdens de najaarskermis- zijn standplaats van zijn parfumerie-kraam op de Burchtstraat “recht tegenover de Harmonie” (De Gelderlander 6/10/1880, De Gelderlander 5/10/1881). Hij is afkomstig uit ’s-Gravenhage, waar hij zijn fabriek heeft staan.

Vlak voor Sinterklaas 1890 heeft hij bovendien een tijdelijke winkel in de Houtstraat no 5.: “Van Maandag 24 November tot na St. Nicolaas met een spotgoedkoope partij Parfumeriën, Galanteriën, Japansche Artikelen, Speelgoed, Surprises enz. voor oud en jong. Een voetstaps daarheen zal uwe moeite ruimschoots beloonen, daar door grooten aankoop van goederen al deze artikelen beneden fabrieksprijzen zullen worden opgeruimd.” (Advertentie PGNC 21/11/1890; ook PGNC 30/11/1890).

In september 1891 is een advertentie gevonden dat de kraam op de Burchtstraat is te vinden (PGNC 2/9/1891). Terwijl hij in december 1891 een (tijdelijke) winkel heeft op Groote Markt no. 7, hoek Scheidemakersgas (De Gelderlander 25/12/1891) waar hij nu “Kerstpakketten à f 0,25” verkoopt: afgaande op de advertentie een verrassingspakket. Ook is er onder andere een kerstboom te zien.

Broerstraat No. 41

Advertentie Au Printemps Broerstraat (PGNC 28/2/1892)
Advertentie Au Printemps Broerstraat (PGNC 28/2/1892)

Begin maart opent Au Printemps op Broerstraat No. 41. Daarbij is de advertentie ondertekent met J.F. – in plaats van L.F. – Vosveld van Boeckholt.

Wel vinden we L.F. Vosveld van Boeckholt met een parfumerie-kraam op de kermis van Den Bosch in 1902 en 1904. (http://www.kermisvantoen.nl/denbosch/1902.pdf, http://www.henkbruggeman.nl/Boeken/Kermis/KeCi%203.pdf)

M.C.J. Vosveld

MCJ Vosveld (Bevolkingsregister 1900 NTB.679_33164_130)
MCJ Vosveld (Bevolkingsregister 1900 NTB.679_33164_130)
Advertentie Au Printemps (PGNC 23/12/1941)
Advertentie Au Printemps (PGNC 23/12/1941)

Het zal gaan om Maria Christina Johanna Vosveld (29-8-1882 ’s Gravenhage – 1-1-1947 Nijmegen).

Haar ouders waren Lambertus Frederik Vosveld en Carolina Aurelia van Boeckholt (https://jhvandenheuvel.nl/getperson.php?personID=I1210&tree=tree1).

In het Bevolkingsregister 1900 komt zij voor als (stief) dochter van Johannes Hendrik van Boeckholt (1-1-1851 Brouwershaven), deurwaarder Rijks.dir.bel. of Carolina Aurelia van Boeckholt (3-2-1857 Batavia). Daarbij is waar Johannes weduwnaar en vervolgens voor de 2e keer getrouwd met Carolina.

Een mooie foto van Maria met Carolina is te vinden op: https://www.jhvandenheuvel.nl/showmedia.php?mediaID=2032&tngpage=571

Maria Christina Johanna heeft dan als beroep “winkelierster” en verhuist in die periode naar Broerstraat 45.

In de Adresboeken van 1924, 1926, 1928, 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt Mej. M.C.J. Vosveld, parfumeriën, toiletartikelen voor op Broerstraat 45.

1930: Estourgie

“Au Printemps”

De hoogst moderne pui, ontworpen door architect Estourgie en uitgevoerd door aannemer Langeveld van maison “Au Printemps” aan de Broerstraat 14, zou reeds voldoende zijn om deze zaak te plaatsen in de rij der 1e klassers, doch met takt en smaak heeft mej. M.C. Vosveld bovendien het interieur zoo laten inrichten, dat  “Au Printemps” zich geheel aanpast bij de artikelen zooals odeur, parfums en Eau de Cologne, die er worden verkocht.

Alles ademt daar een Franschen geest en de wijze waarop de installatie tot stand kwam, verraadt een deskunidigheid, die gepaard gaat aan een goed begrip van comfortabiliteit.

Aan dit laatste heeft de fa. Alewijnse medegwerkt met de installatie der verlichting.

De betimmering geschiedde door de fa. v. Lommersen.

Veger uit de Molenstraat waarborgde de entourage en het behang in kleur cerise.

De marmeren gevel met letters leverde de firma Erkens.” (De Gelderlander 28/6/1930)

Vanaf de Grote Markt via de Broerstraat, in de richting van de Molenstraat; de panden tussen de Korte Nieuwstraat, namelijk die van "Au Printemps" en Van Campen, op de hoek van de Gruitberg; met daar tussenin de fa. Hömmen en Co; in juli 1944, Broerstraat 45-53 (GN3812 RAN)
Vanaf de Grote Markt via de Broerstraat, in de richting van de Molenstraat; de panden tussen de Korte Nieuwstraat, namelijk die van “Au Printemps” en Van Campen, op de hoek van de Gruitberg; met daar tussenin de fa. Hömmen en Co; in juli 1944, Broerstraat 45-53 (GN3812 RAN)

Na de oorlog

Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)

Na de oorlog ontwerpt W.Th. Reynen de nieuwe winkel voor Parfumerie Au Printemps. Lees hier het artikel:

Nieuwe Markt 8 (juli 2025)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Nieuwe Markt 8 en 10

circa 1890

Nieuwe Markt 8 (juli 2025)
Nieuwe Markt 8 (juli 2025)

Stalhouderij

Ruiters van de Koloniale Reserve poseren voor de Stalhouderij en 'verhuring' van paarden en rijtuigen van J.H.W. van Bon, tevens eigenaar van Hotel Café Bar 'de Beurs' in de (Lange) Hezelstraat op de hoek met de Bottelstraat, Nieuwe Markt 8, 1910-1913 (F26519 RAN)
Ruiters van de Koloniale Reserve poseren voor de Stalhouderij en ‘verhuring’ van paarden en rijtuigen van J.H.W. van Bon, tevens eigenaar van Hotel Café Bar ‘de Beurs’ in de (Lange) Hezelstraat op de hoek met de Bottelstraat, Nieuwe Markt 8, 1910-1913 (F26519 RAN)

Centraal Garage

Eigenaar J.H.W. van Bon (met hoed) van Autobedrijf Van Bon poseert met zijn drie zoons Antoon (rechts), Herman en Theo (links), de chauffeurs van taxi-onderneming Novitax en personeelsleden van de Centraal-Garage voor de ingang. Op de achtergrond rechts (auto)monteur Gijs Nas, Nieuwe Markt 8. 1934 (F26525 RAN Auteursrechthouder B. van Bon)
Eigenaar J.H.W. van Bon (met hoed) van Autobedrijf Van Bon poseert met zijn drie zoons Antoon (rechts), Herman en Theo (links), de chauffeurs van taxi-onderneming Novitax en personeelsleden van de Centraal-Garage voor de ingang. Op de achtergrond rechts (auto)monteur Gijs Nas, Nieuwe Markt 8. 1934 (F26525 RAN Auteursrechthouder B. van Bon)

De tot nu toe eerst gevonden advertentie is in PGNC 5/3/1920, waarin een goed onderhouden Laudaulette Carrosserie te koop wordt gevraagd.

Advertentie Demonstratie Auto-Paard Centraal Garage (PGNC 28/6/1920)
Advertentie Demonstratie Auto-Paard Centraal Garage (PGNC 28/6/1920)

Het auto-paard.

Blijkens achterstaande advertentie zal morgenmiddag te 2 uur nabij den Hunerberg een demonstratie wordne gegeven met het auto-paard. Dit zal geschieden vanwege de Centraal-Garage, Nieuwe Markt 9. Belangstellenden zullen zeer zeker niet verzuimen het mechanische lastdier te gaan bezichtigen.” (PGNC 30/6/1920)

Advertentie Garage Centraal voor Automobielen Imperia (PGNC 30/5/1925)
Advertentie Garage Centraal voor Automobielen Imperia (PGNC 30/5/1925)

In de loop der jaren zijn advertenties gevonden voor meerdere automerken. Bovenstaande, de Imperia, is voor Nijmegen een bijzondere: deze was eigendom van Mathieu van Roggen jr. (Sprimont, 1 november 1890 – Schaarbeek, 4 januari 1980). Zijn ouders Mathieu van Roggen (1863–1909) en Jeannette-Françoise-Joséphine Blom (1868-1956) waren afkomstig uit Nijmegen.

De Centraal-Garage J.H.W. van Bon komt in ieder geval voor in de Adresboeken 1926, 1928, 1932, 1934, 1936, 1938.

Daarnaast is er het autobedrijf Novitax, welke gevonden is in de Adresboeken 1934, 1936, 1938, 1940.

Tegenwoordig (juli 2025) is Bierhuys d’n Vlegel hier gevestigd.

Gemeentelijk Monument

Nieuwe Markt 8 – 10 is een Gemeentelijk Monument met als tekst bij aanwijzing:

“Kloek pand met uitzondering van de pui van belang in de straatwand en als ondersteuning van de hoek Nieuwe Markt-Hezelstraat.”

Terminus Parkzicht Veemarkthallen

Waar nu het Joris Ivens plein ligt, lag vroeger het gebouw dat veel Nijmegenaren nog het best zullen kennen als…

Erven van Daal De Beurs

Op de hoek Lange Hezelstraat – Bottelstraat zijn een muurschilderingen hersteld in de tijd dat café De Beurs nog een…

Societeit de Vereeniging, Bert Brouwer
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Sociëteit de Vereeniging, architect Bert Brouwer

1882, Keizer Karelplein

Societeit de Vereeniging, Bert Brouwer
Sociëteit De Vereeniging in de winter, 1898 (dr. Jan Brinkhoff via RAN D301)

Voordat de huidige schouwburg werd gebouwd, stond op dit terrein de concertzaal van Sociëteit de Vereeniging. In 1881 verkrijgt Lambertus Augustus (Bert) Brouwer een terrein in erfpacht om een renbaan en een sociëteit op te richten: “Aan den heer L. A. Brouwer werd ten zuiden der stad 13 H.A. grond ad f 4,- per cA. en 3 H.A. in erfpacht ad/ 100,- ’s jaars afgestaan mits hij op het gereserveerde militaire terrein eene renbaan en eene buiten-societeit met terrein van vermaak aan den weg naar Groesbeek daarstelle. Voorts dat de verschillende bebouwing met villa’s en woonhuizen volgens kleurteekening plaats hebbe.” (Gemeenteverslag 1881)

Op 30 mei 1882 vond de opening van Sociëit de Vereeniging plaats. Het PGNC schreef daarover:

Nijmegen, 30 Mei.

De Pinksterdagen warden alhier door de feestelijke opening van de societeit De Vereeniging tot ware feestdagen gemaakt, vooral omdat een groot, zoo niet het grootste gedeelte der inwoners in deze nieuwe onderneming het levendigst belang stelt. Het Vauxhall-Concert op Zondag-avond door het muziekkorps der dd. Schutterij te Utrecht, onder directie van den Luitenant-kapelmeester C. Coenen en met medewerking van Nijmeeg’s Mannenkoor, was dan ook druk bezocht en blijkbaar was een ieder even ingenomen met de geheele inrichting. De schoone aanleg van het uitgestrekte park met zijne ontelbare gas-ballons, de prachtige rijk verlichte concertzaal, de gezellige dagelijksche societeitszaal, het cocquette biljartzaaltje, de ruime waranda’s aan alle zijden van het gebouw, dat alles vormt een geheel dat aan de strengste eischen zou voldoen, zelfs van eene veel grootere stad dan Nijmegen. Met de meeste zorg is getracht den geabonneerden het meest mogelijke comfort aan te bieden, waartoe de keurige meubels in zalen en park niet weinig bijdragen. Algemeen was men het hierover eens, en niemand kon zich een juist denkbeeld maken, hoe een geheel afgewerkt gebouw van dien omvang met alles wat daaraan annex is, in vijf maanden is kunnen tot stand komen.

De tweede houten brug buiten de Molenpoort over de droge gracht ter hoogte van het huidige Keizer Karelplein, met links het Station van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, de 'Kleefschebaan' (op de plek van het huidige Concertgebouw de Vereeniging), 1875 (Gerard Korfmacher, RAN F23031)
De tweede houten brug buiten de Molenpoort over de droge gracht ter hoogte van het huidige Keizer Karelplein, met links het Station van de spoorlijn Nijmegen-Kleef, de ‘Kleefschebaan’ (op de plek van het huidige Concertgebouw de Vereeniging), 1875 (Gerard Korfmacher, RAN F23031)

Wie hiervan de eer toekomt, de talrijke bezoekers vernamen uit het den monde van een der oprichters, den heer Mr. J.C.J. Riveaux, die in sierlijke bewoordingen namens zijne medebestuurders de leden welkom heette. In de eerste plaats aan den heer Bert Brouwer, aan wiens onvermoeide werkzaamheid, helderen blik en zeldzame energie Nijmegen reeds zooveel te danken heeft en, getuigde de aanstaande wedrennen, nog zooveel zal te danken hebben en verder aan de aannemers de heeren Weijers en Van Eykelen, die het werk met een boven allen lof verheven ijver en accuratesse uitvoerden. Ook werd door den heer Riveaux hulde gebracht aan de medewerking van het Gemeentebestuur en aan allen die hun steun hadden verleend om de zaak tot stand te brengen. Met algeemene instemming werden deze woorden begroet; ook wij beamen het gesprokene ten volle, doch wat de heer R. niet kon zeggen meenen wij niet te mogen zwijgen; naar onze meening komt namelijk de meeste eer toe aan de heeren aandeelhouders. Zij hebben zich door de stichting van dit groote vereenigingspunt den gansche Nijmeegsche burgerij, tegenover stad en stadgenooten verdienstelijk gemaakt. Moge de voortdurende bloei der onderneming hun lang een ware voldoening schenken, en mogen zij nog eenmaal zien, dat wat thans zoo groot schijnt, voor het welvarende Nijmegen nog te klein zal zijn.

Tot laat bleven de talkrijke leden onder het genot der heerlijke muziek van bovengenoemd muziekcorps en de flink gezongen stukken van Mannenkoor te zamen. Wel moest men door een zware onweersbui onverwachts het Park verlaten, doch de ruime concertzaal was daar, om aan allen een veilige schuilplaats aan te bieden en het concert ongestoord te vervolgen.

Ook gisteren waren de Matinée en het Concert, waarwij weder Coenen’s kapel haar gevestigden naam zoo waardig ophield, druk bezocht. Wij zouden op verschillende nummers kunnen wijzen die bijzonder de aandacht trokken, maar wij noemen slechts de beroemde Marce funèbre van Chopin, de Ouverture Egmond van Beethoven, het Intermezzo van Coenen en de Solo voor Saxophone, die het sprekend bewijs leverden dat het muziekkorps der Utrechtse schutterij met de besten uit ons land kan wedijveren.

Een schitterend vuurwerk, vervaardigd aan de Koninklijke Nederlandsche Pyrotechnische fabriek, firma G.J. Ruijsch te Utrecht, besloot den avond. Op het punt van vuurwerk zijn wij tot heden alhier zeer weinig verwend, maar al ware ook het tegenovergestelde het geval, dan nog zou zeker niemand onvoldaan geweest zijn. Voor de slotdecoratie, in wier midden de vuurletters De Vereeniging, omgeven door fonteinwerk en bouquetten en eindigende met canonades, deed een prachtig effect.

Ten slotte wijzen wij er gaarne op dat de bediening, die den eersten avond nog uit volkomen goed geregeld scheen, gisteren reeds veel beter was en de consumptie niets te wenschen overliet.

De heer G.A. Roelofs, die als pachter aan het hoofd der zaak staat, is in ons oog juist de rechte persoon om steeds de beste pogingen aan te wenden ten einde den leden het verblijf in zijne lokalen zoo aangenaam mogelijk te maken.” (PGNC 31/5/1882)

Vervolg

Een bazaar in de zaal van sociëteit De Vereeniging (RAN F29178)
Een bazaar in de zaal van sociëteit De Vereeniging (RAN F29178)

Er is nog niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest.

“Dit ‘Feestgebouw’, later ‘De Vereeniging’ geheten, zou als buitensociëteit in de beginjaren de bestaande sociëteiten geenszins overvleugelen en had bovendien in de eerste jaren aan kinderziekten te lijden” (Dongelmans, 1988 via Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). “Zij verwierf zich binnen enkele jaren echter een positie in het stedelijk culturele leven, die later de afbraak en een nieuwbouw rechtvaardigde.”

Al in 1915 is deze Vereeniging vervangen door de huidige, waarvan de bouw in 1914 was begonnen. Wikipedia: “Nadat rond 1900 de oude Nijmeegse concertzaal zijn beste tijd bleek te hebben gehad, kwamen er plannen voor een nieuwe. Dat deze plannen geen overbodige luxe waren, bleek uit de houding van dirigent Willem Mengelberg. Hij zou, naar verluidt, na afloop van een orkestoptreden hebben geweigerd Nijmegen nog langer aan te doen zolang de accommodatie niet drastisch op de schop ging.”

De Gelderlander schrijft bij de opening van de nieuwe Vereeniging in 1915: “Eindelijk zal dan hedenavond het nieuwe Concertgebouw de “Vereeniging” zijne deuren voor het kunstlievende publiek openen. Lang reeds, terwijl, het oude, lage gebouw nog in gebruik was, werd er geklaagd over zijn ondoelmatigheid en de wensch uitgesproken dat Nijmegen toch eenmaal in het bezit mocht worden gesteld van een concertgebouw, deze vooruitstrevende, zich gestadig uitbreiddende en ook op kunstgebied zich steeds meer ontwikkelende stad waardig.” (De Gelderlander 7/2/1915)

Bert Brouwer

Lambertus Augustus (Bert) Brouwer (Amsterdam, 2-2-1844 – Nijmegen, 3-5-1891) was een Nederlands architect en stedenbouwkundige. In Nijmegen is hij bekend voor de plannen van de stadsuitleg.

De raadscommissie voor de uitleg van de Gemeente Nijmegen vroeg hem om een advies vroeg bij het plan van W.J. Brendis à Brandis. Een logische keuze: op dat moment was Brouwer betrokken bij de stadsuitleg van Groningen. Belangrijke veranderingen in het plan waren dat de hoofdwegen breder waren en hij daarbij minder wegen opnam.

In juni 1879 vestigt Brouwer zich definitief in Nijmegen. Daarbij richt hij de N.V. Nijmeegsche Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen: hij kocht van de gemeente oude vestinggrond, die hij verdeeld over kleinere percelen al dan niet met nieuwbouw bebouwd weer doorverkocht. Met natuurlijk de hierboven genoemde Wedren en de Vereeniging. Ook nam hij in 1884 het initiatief tot de aanleg van de eerste Nederlandse wielrenbaan, achter de Vereeniging. Brouwer overleed in 1891 op 47-jarige leeftijd.

Werken

Wikipedia noemt de volgende werken:

  • circa 1873 Den Haag: Van Karnebeeklaan 6-10 en 14
  • 1874-1875 Den Haag: Arbeiderswoningen Pompstationsweg 307-323
  • 1874-1875 Den Haag: Machinegebouw, Pompstationsweg 325
  • 1874-1875 Den Haag: Watertoren, Pompstationsweg 327
  • 1880-1881 Nijmegen: Villa, Nassausingel 2
  • 1881-1881 Nijmegen: Parkweg 120-124; Rob Essers noemt het echt onwaarschijnlijk dat Brouwer deze panden ontworpen heeft.
  • 1881-1881 Nijmegen: Arbeiderswoningen, Dr. Claas Noorduijnstraat
  • 1882-1882 Nijmegen: Concertgebouw De Vereeniging (oud)
  • 1881-1882 Nijmegen: Bethelkerk, Scherpenkampweg 58

De nieuwe Vereeniging

Lees hier artikel over de nieuwe Vereeniging, naar het ontwerp van Oscar Leeuw:

(Overige) Bronnen en verder lezen

nl.wikipedia.org/wiki/Bert_Brouwer

Hotel-Café-Restaurant 't Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Rondeel Bloemerstraat

Hotel-Café-Restaurant 't Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)

Al jarenlang zit Grieks restaurant Dionysos op de hoek van de Eerste Walstraat en de Bloemerstraat. Ook voor de oorlog zaten hier al horecazaken, waaronder het hotel, café-restaurant ’t Rondeel van van Kempen.

Zie ook de pagina op Noviomagus over dit pand.

Links een stukje hoekgebouw van de eerste Walstraat : het latere Hotel, Café-Restaurant 't Rondeel van Van Kempen. Bloemerstraat gezien in de richting van de Augustijnenstraat. Met op de achtergrond de toren van de St. Augustinuskerk, 1890-1895 (Dr. Jan Brinkhoff via D42 RAN CC0)
Links een stukje hoekgebouw van de eerste Walstraat : het latere Hotel, Café-Restaurant ’t Rondeel van Van Kempen. Bloemerstraat gezien in de richting van de Augustijnenstraat. Met op de achtergrond de toren van de St. Augustinuskerk, 1890-1895 (Dr. Jan Brinkhoff via D42 RAN CC0)

Smith

In november 1881 krijgt J.C. Smith vergunning tot “verkoop van sterken drank in het klein” “in het voorhuis en kamer van het huis aan de Walstraat B. No. 13. Bij de bekendmaking van deze vergunning waren er vele anderen aan wie tevens een vergunning werd verleend: mogelijk vanwege nieuwe regelgeving? (PGNC 25/11/1881). Bij een advertentie wordt hij “koffijhuishouder Smith in de Bloemerstraat genoemd. (PGNC 15/9/1886). Bij de bevalling van hun zoon op 8 juni blijkt Smith getrouwd te zijn met Hendrika Suzanna Zurich (PGNC 9/6/1887) In 887 is het Café Smith (“Vraag de echte Friesche Boerenjongens” (PGNC 18/12/1887)

J. Klaus

Advertentie J. Klaus, Bloemerstraat (De Gelderlander 14/2/1892)
Advertentie J. Klaus, Bloemerstraat (De Gelderlander 14/2/1892)

In februari 1892 adverteert J. Klaus, Café “Rondeel” v/h. Smith, Bloemerstraat No 1 met bier van brouwerij de drie Hoefijzers uit Breda, waarvoor Klaus als agent voor Nijmegen en omstreken is aangesteld (De Gelderlander 14/2/1892).

Tijdens de carnaval is er dansmuziek. (PGNC 28/2/1892)

Advertentie Hotel en Café restaurant 't Rondeel Bloemerstraat (De Gelderlander 20/7/1893)
Advertentie Hotel en Café restaurant ’t Rondeel Bloemerstraat (De Gelderlander 20/7/1893)
Advertentie 't Rondeel Bloemerstraat 1 van J. Klaus (De Gelderlander 17/11/1893)
Advertentie ’t Rondeel Bloemerstraat 1 van J. Klaus (De Gelderlander 17/11/1893)

Rond 1892/1893 lijkt Klaus ’t Rondeel te hebben ingericht als hotel-café-restaurant. “Geopend van af den 1. Mei.” (De Gelderlander 20/7/1893)

H. Kamper

In ieder geval zit bij de nieuwjaarswens van 1896 H. Kamper op het Café “Rondeel” (De Gelderlander 1/1/1896).

Voor niet al te lange tijd: in juli 1898 neemt J.J. van Kempen de zaak over.

Advertentie overname 't Rondeel door van Kempen (PGNC 31/7/1898)
Advertentie overname ’t Rondeel door van Kempen (PGNC 31/7/1898)

Van Kempen

In het Adresboek 1899 komt J.J. v. Kempen voor op Bloemerstraat nummer 1 en 3.

 Bij van Kempen is er tijdens de kermis muziek: een Tiroler-Concert. Dan kopt hij de advertentie met “voor het eerst in Nijmegen”, onduidelijk is waar de eerste keer op slaat. (PGNC 1/10/1899)

In oktober 1904 staat het Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop. (De Gelderlander 23/10/1904)
Advertentie Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop
(De Gelderlander 23/10/1904)

In oktober 1904 staat het Koffiehuis en Hotel “Rondeel” te koop. (De Gelderlander 23/10/1904). Waarom is nog onduidelijk en eveneens of deze daadwerkelijk wordt verkocht: eind december 1905 lijkt van Kempen nog steeds zijn bedrijf te hebben.

Dan heeft hij, Hotel, Café-Restaurant “’t Rondeel” en nu ook “Stalhouderij” een omnibus-dienst van het station naar de stad (advertentie PGNC 10/12/1905). De stalhouderij/vestiging van de stads-omnibus zelf lijkt op de Arend Noorduijnstraat 15 te zijn (PGNC 14/10/1906).

Hotel-Café-Restaurant 't Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een Grieks restaurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)

In ieder geval lijkt er in 1925 een verbouwing te hebben plaats gevonden: “Bezoekt het opnieuw gerestaureerde Hotel-Café-Restaurant “‘T Rondeel”. Dan is het ook “A. van Kempen” in plaats van “J.J.”.

Advertentie 't Rondeel (De Gelderlander 11/4/1925)
Advertentie ’t Rondeel (De Gelderlander 11/4/1925)

De nieuwjaarsgroet in PGNC 31/12/1927 wordt ondertekend met Adr. van Kempen.

Zie ook

https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Bloemerstraat1/Bloemerstraat1.htm

https://www.noviomagus.nl/OudNijmegen/051/cwdata/Scannen0004.html

https://www.noviomagus.nl/gevschil10.htm

Bloemerstraat

De Bloemerstraat heeft sinds 1812 officieel haar naam, hoewel vóór die tijd al een aantal eeuwen varianten op deze naam…