Quack Monument (maart 2026)
#Nijmegen, Centrum, Kunstwerken

Quack-monument of Marie-Adolffontein

Quacksingel

Quack Monument (maart 2026)
Quack Monument (maart 2026)

Quack Monument

Het Quack-monument is vernoemd naar Quack was van 1902 tot 1919 wethouder van de gemeente. Bij zijn overlijden liet hij een legaat na aan de gemeente, op voorwaarde dat Nijmegen een fontein vernoemd naar hem en zijn zus zou oprichten. Het ontwerp was van Architect W. Bijlard.

Arnoldus Burchard Adolphus (“Adolf”) Quack

Adolf Quack als gemeenteraadslid 1910 detail F65766
Adolf Quack als gemeenteraadslid 1910 (detail F65766 RAN)

De bovenstaande foto is een detail van F65766 RAN, een foto met de leden van Gemeenteraad Nijmegen.

Arnoldus Burchard Adolphus Quack (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 11 november 1920)

Maria (Marie) Christina (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 15 maart 1905)

Adolf Quack en Maria Christina waren tweelingen, geboren in een dan al welgestelde familie. Zij werden in 1842 geboren op Huis Hoogenhuizen te Sint Anna. Jij zal ongehuwd blijven en altijd met zijn zus samen blijven wonen. Aanvankelijk op Hoogenhuizen, later op Villa Hundisburg bij de Batavierenweg.

Quack was ondernemer en had onder andere een groot grindbaggerbedrijf.

Hij wordt in 1889 lid van de gemeenteraad; van 1902 tot 1919 was hij wethouder.

Zoals voorgangers ook voor hem hadden gedaan, wilde hij iets nalaten ter verfraaiing van Nijmegen.

Ontwerp

Het ontwerp was van architect Willem Bijlard; er werd gekozen voor “den meest rationeelen weg: ze gaven den Adj. Directeur van Gemeentewerken, tot wiens werkkring het behoud van het stedelijk schoon behoort, de opdracht een ontwerp te maken. (De Gelderlander 2/2/1925)

Het is de vorm van een obelisk in art-decostijl. Het heeft 4 fonteinen. Een daarbij aan elke zijde onderaan een klok en bovenaan een lantaarn. Wikipedia: “In de jaren 1920 en 1930 deden ontwerpers inspiratie op uit de meest uiteenlopende exotische culturen. Naast de ‘art nègre’ (Afrikaanse kunst), de Maya- en Azteken-cultuur, Polynesië en Sumatra was dat voornamelijk de Egyptische beschaving van de farao’s. De directe aanleiding voor de Egypte-rage was de spectaculairste archeologische vondst van de eeuw: de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922”.

De Spoorstraat gezien naar het westen richting het NS-Station, met op de voorgrond het Marie-Adolffontein (in de volksmond bekend als het Quackmonument), gemaakt in 1925 door Willem Bijlard (Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via D606 RAN)
De Spoorstraat gezien naar het westen richting het NS-Station, met op de voorgrond het Marie-Adolffontein (in de volksmond bekend als het Quackmonument), gemaakt in 1925 door Willem Bijlard (Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via D606 RAN)

Krantenartikel 1926

“De Maria-Adolf Fontein

Ontwerp van Architect W. Bijlard.

De voorgeschiedenis zal onen lezers bekend zijn: De heer A.B.A. Quack, oud-wethouder der gemeente Nijmegen, liet bij zijn overlijden een legaat na tot stichting eener monumentale fontein op een der pleinen onzer stad. Na heel veel moeilijkheden over de opvatting der bedoelingen van den erflater hakte het gemeentebestuur den knoop logisch door met de besluiten: dat het een fontein moest worden en geen beeldhouwwerk, waaruit water spuit. Daarbij werd als plaats aangewezen het vijfvoudig wegenkruispunt aan het einde der Spoorstraat, én ontwerp én uitvoering opgedragen aan den heer W. Bijlard.

Zoo’n opdracht is gauw gegeven en zoo’n plaats is gauw aangewezen, maar voor ’t eerste moet men een kunstenaar hebben en voor ’t laatste moet men rekening houden met de moeilijkheden, die uit zoo’n keuze voor den ontwerper groeien, en die soms zijn fantasie in een ijzeren keurslijf wringen, altijd tot groote schade van het schoon dat in een totaal vrije uiting tot stand zou komen.

In een ander blad is destijds op heldere wijze aangetoond, waarom de obeliskvorm gekozen, waarom als materiaal Zweedsch graniet gebruikt zou worden. Wij hadden niet de gelegenheid toen de maquette te zien, die onbegrijpelijk genoeg eerst nu geëxposeerd wordt, ofschoon een dergelijk stuk werk waarachtig niet onder de korenmaat behoefte gezet te worden.

Wij behoeven hier dus niet verder op in tegaan, maar wel meenen we in verband met den eisch van den schenker: het stichten eener monumentale fontein; en de door het gemeentebestuur aangewezen plaats te moeten wijzen op de bijna onoverkomenlijke moeilijkheid, waaraan men den ontwerper ketende. Hier kan nooit een flink spuitende fontein geplaatst worden, om de eenvoudige reden, dat op dit drukke verkeersplein zonder omringend plantsoen, een bruischende waterstraal bij den minsten wind den voorbijgangers een nat pak zou bezorgen; afgezien nog van de ongelukken, die schrikkende paarden zouden veroorzaken bij het onverwacht neerkletteren van het verstuivende water.

De vorm der watergeving lag dus door de opdracht al geheel aan banden, en de uitweg, dien de heer Bylaard gevonden heeft is zóó geniaal, zoo oorspronkelijk, dat hij zich hierdoor alleen reeds stempelt tot een kunstenaar.

De lastgeving spreekt van een monumentale fontein en in ieder monument moet spreken het “hic sto”; het materiaal moest dus “iets” beter zijn dan het zoogenaamde moderne fonteinensemble op den Schaeck Mathonsingel, waar onlangs heele stukken verweerd en verbrokkeld bij lagen, en dat nu reeds de gammelheid zijner constructie vertoont als een melaatsche Molokayer. Gelukkig, want men moest wel euneuch van kunst zijn om deze karakterlooze uitspatting op monumentaal gebied een welgemeend lang leven toe te wenschen.’

Thans nu de steigers en schuttingen gaandeweg rond het werk van Bylard verdwijnen, pakt ons al dadelijk de geweldig sprekende eenheid in zen arbeid. Wie zijn oogen kan gebruiken en dit ook doen wil, ziet terstond de ééne hand, die het schiep; de indeeling van het grondplan, de natuurlijk daaruit groeiende opstand, de bronzen versieringen, de bekroning, alles ontspringt aan ééne eerlijke fantasie.

Die eenheid in onderdeelen maakt de middeleeuwsche monumenten van bouwkunst zoo waardig, zoo rustig, zoo sterk sprekend en karaktervol. De bouwmeesters beheerschten toen de geheele stof, ziedaar de oorzaak.

De bovengenomede moeilijkheid der watergeving is hier opgelost door een niet al te grooten waterstraal te laten ontspringen aan vier verlichte glazen zuilen, die op zich zelf in vorm en lijn zuiver ontwassen aan het geheel, en die met hun gegolfde transparante zijvlakken het afvloeiende water metamorphoseeren tot een respectabele hoeveelheid. Dat water vloeit terug in vier schelpvormige bekkens, wier grondvorm men terugvindt in de opalen lichtwerpers der bekroning. Deze bekken zijn een kunstwerk van handarbeid in granito, door den heer L.S. d’Agnolo, granietwerker alhier, ter plaatse gemaakt.

Daar, waar de ronde vorm van den voet overgaat in den vierkanten zuilvorm, zijn de wijzerplaten aangebracht, vastgehouden door een bronzen band. Dit bronswerk is zooe subtiel van ontwerp en schitterend van uitvoering, dat het een waar meesterstuk is.

De gedachte aan het eeuwig wentelend rad van den tijd is niet vreemd aan het ontwerp dezer wijzerplaat, die vastgehouden wordt door de schakels, van een breeden keten met oriëntatiemedaillions. De verlichting dezer wijzerplaten is zeer mystieken verhoogt zoo eigenaardig den glans van het meesterlijke bronswerk, dat wij geneigd zouden zijn, dit een gelukkig toeval te noemen: ware het niet, dat het geheele monument het aanzien draagt en een artistiek verantwoordelijkheidsgevoel. De heer P.G. Duchateau te Rotterdam en de gebrs. Arens, edelsmeden alhier, leverden dezen metaalarbeid en kunnen trotsch zijn op dit kunstwerk.

Merkwaardig is de behakking van het voetstuk onder de klokken; daar is onder den beitel van een eenvoudigen steenhouwer, den heer H. Litjes, werkzaam bij de firma Tournay en Zn., de rossige steen geworden tot een tapijt met inscripties en vlakversieringen zonder dat het materiaal verkracht is, en toch volkomen de kennelijke bedoeling van den ontwerper werd bereikt; een overgang te krijgen tusschen den druk bewerkten klokkenband en den onbewerkten steen.

De opstand van het geheel doet aan als een obelisk doordat de kantlijnen naar boven zich verbreeden; meteen is door dit architectonisch handigheidje vermeden, dat de zuil naar boven zwakker werd en over zijn diagonalen scheeve aspecten gaf, wat al weer door de plaatsing op een vijfsprong bijna niet te vermijden scheen.

De grondgedachte van alle versiering, die de heer Bylard aanbrengt, waar hij als kunstzinnig architect zijn stempel opdrukt is, zou ik zeggen, de zich rondende lijn in ontelbare variaties zonder ergens in passerkunst te vervallen. De soepel golvende lijnen vindt men terug in de geledingen, waaruit de zuil is opgetrokken, en spelend naderen ze elkaar in de bekroning der massale afdekking. Even edel als de klokkenband is de versiering en bouw der bronzen lichtdragers, die al hun licht gelukkig, door nauwkeurig berekenden reflectoren naar beneden werpen.

Wie maar een oogenblik de geweldige brokken steen bekijkt waaruit de zuil is opgetrokken (ik scat ze op 4 à 5 ton) zal moeten toegeven, dat de technische ambtenaar G. de Bruin en de heer L. Hirdes, die met de opstelling belast waren hun hoogste verantwoordelijken arbeid schitterend hebben volbracht, hierin terzijde gestaan door de practisch zeer ervaren vaklieden de heeren Moolenaar en v. Rosmalen.

Voor vele bouwkunstenaars schijnt er tegenwoordig maar één grondwet te bestaan: n.l. het naar voren brengen van andere lijnen, verhoudingen en kleuren, gepaard met het bruut negeeren van alle begrip van logische constructie. Deze richting demonstreert gaandeweg grooter armoede aan aesthetische beginselen en componeert luk-raak rhapsodieën zonder eenigen samenhang. De treurige gevolgen deezer architectuur, waarin ieder broekje, dat zijn eerste schootsvel nog niet versleet mag roepen “anch io sone pittore”! zullen op de komende tijden al heel spoedig drukken en ons eerste nageslacht zal deze werken bestempelen als producten van ongare geesten, voor wie architectuur en soliditeit heterogene zaken waren!

Bylard heeft zeker niet te kort gedaan aan den modernen geest der nieuwe lijn, hij is waar gebleven overal, waar iedere constructie is een weloverwogen onderwerp van studie en tegelijk een uiting van subtielen smaak. Nijmegen is straks een merkwaardige kunstvolle versiering rijker, die den ontwerper nog eeuwen zal loven, omdat waarachtige kunst is van alle tijden. En een waarachtig kunstenaar is Willem Bijlard, die duidelijk een kind van zijn tijd blijkt, maar wiens eigen weg rust op een ondergrond van diepgaande studie, rijpe en rijke ervaring en bovenal eerlijken kunstzin. A.Kr.” (PGNC 20/5/1926)

Afgebroken

Tijdens de oorlog waren de glazen gedeeltes en de klokken vernield. In 1958 werd de fontein afgebroken om ruimte te maken voor het verkeer. Wel werden veel onderdelen van de fontein opgeslagen. In 1994 vond het initiatief plaats om de fontein op dezelfde plaats weer op te bouwen en in 2000 vond de herbouw plaats. Sinds 2008 heet het plein het Quackplein.

Fallus

Veel mensen zien in het monument een fallus. Bij de Wereldaidsdag van 2004 werd er een “condoom” overheen getrokken.

Willem Bijlard

Willem Herman Petrus Bijlard (Utrecht, 6 april 1875 – Nijmegen, 10 augustus 1940) was een architect. Som wordt zijn naam als Bylard geschreven. In Nijmegen werd hij adjunct-directeur gemeentewerken en stadsarchitect. Het Quack-monument lijkt zijn enige monumentale werk te zijn.

Jeugd en opleiding

Bijlard was de zoon van banketbakker Hermanus Gerardus Bijlard (1843 – 1923) en Catharina Maria Pompe (1847 – 1914). Hij volgde een opleiding bij architect Willem Herman Petrus Bijlard (Utrecht, 6 april 1875 – Nijmegen, 10 augustus 1940) was een Nederlandse architect.

Benoeming Adjunct-directeur van Gemeenterwerken

Hij vertrok in 1910 naar Nijmegen: op 8 augustus 1910 stemt de gemeenteraad over de benoeming tot adjunct-directeur van Gemeentewerken (De Gelderlander 7/8/1910).

Daarvóór had op verzoek van W. van der Waarden uitstel van de stemming plaatsgevonden: naast Bijlard staan -op basis van de initialen- niemand minder dan W.M. Dudok te Uithoorn en G. Diehl te ’s-Gravenhage op de lijst. (PGNC 14/7/1910). Hij zegt dat er “o.a. een bij uitstek theoretisch en practisch candidaat op de aanbeveling staat. Nu dient onderzocht, wat hier het best is, vooral in verband om de benoemde langer hier te kunnen houden”. (Deze personen worden niet bij naam genoemd). Dat laatste lijkt een belangrijke overweging te zijn; in de bepaling ook staat dat de nieuwe adjunct-directeur vijf jaar lang zal moeten blijven. Echter zijn er stemmen die vinden dat iemand die van “buiten” komt, sowieso 2 jaar nodig zal hebben om zich in te werken; een periode van 5 jaar is dan vrij kort. Aan de andere kant zijn er stemmen dat als ze een goed persoon willen hebben, verwacht mag worden dat deze carrière zal willen maken, zodat niet verwacht kan worden dat hij voor altijd zal blijven (PGNC 17/7/1910 en PGNC 19/7/1910).

Daarnaast is er de vraag of de nieuwe adjunct vervanger van de directeur zal zijn of dat hij een deel van het bureauwerk overneemt.

Op 8 augustus vindt dus de stemming plaats: Bijlard krijgt 13 stemmen ten opzichte van Dudok 9. In oktober 1910 vestigt hij zich in Nijmegen, hij is afkomstig uit Utrecht, Spaenstraat 15. (PGNC 22/11/1910)

Nevenactiviteiten

Naast het zijn werkzaamheden als adjunct-directeur, waarbij hij geregeld aanwezig is bij openingen van gebouwen, verschijnt Bijlard regelmatig in kranten als lid van een aantal comité’s. Zonder naar volledigheid te streven:

Nijmeegsche Kunstkring “In Consten Een”

In 1920 was Bijlard verkozen tot bestuurslid van de Nijmeegsche Kunstkring “In Consten Een” (De Gelderlander 24/2/1921 en PGNC 24/2/1921). In ieder geval is hij in 1922 secretaris. (PGNC 19/3/1923). Ook in 1928 is hij nog secretaris, wanneer I.C.E. zich beijvert voor een Toorop-tentoonstelling naar aanleiding van het overlijden van deze kunstenaar. (De Gelderlander 23/5/1928). En tevens in 1932 (1e) secretaris (De Gelderlander 8/12/1932).

Bestuurslid Door Eendracht Sterk (D.E.S.)

In 1930 is Bylard bestuurslid van “Door Eendracht Sterk” of kortweg D.E.S. Voor de Oranjefeesten verzorcht hij het ontwerp om van de vluchthaven aan de Lindenberg een zwemwedstrijdbaan te maken “welke zelfs op een Olympisch zwemfeest geen slechten indruk zou maken.” (De Gelderlander 20/8/1930). In 1936 wordt hij genoemd een van de “trouwe leiders”  die “maar steeds de middelen weet te vinden om nog een vuurwerk te geven” op het Bijleveldterrein. (De Gelderlander 1/9/1936)

Overig?

In 1931 is Bijlard lid van het “Comité voor Huisvlijt”. Zijn adres is dan Berg en Dalscheweg 14 (De Gelderlander 9/11/1931).

In 1933 maakt hij het ontwerp voor het inrichten van de Grote Markt voor het opvoeren van de openluchtvoorstelling Marieken van Nieumeghen, waarbij hij Comité-lid is. (De Gelderlander 25/7/1933)

Ontwerp voor de Midwinter kermis in de Vereeniging (De Gelderlander 23/12/1937)

Ontwerp voor de Optocht Katholiekendag (De Gelderlander 12/7/1938); in dit artikel wordt tevens verwezen dat hij “destijds” de optocht voor het eeuwfeest tot het verkrijgen van stadsrechten had ontworpen.

25-jarig jubileum

De Gelderlander kondigt zijn 25-jarig jubileum op 1 september 1935 aan als: “De heer W.H.P. Bijlard is een der meest verdienstelijke ambtenaren der gemeente Nijmegen, die zich ook buiten zijn dagelijkschen werkkring, waaraan hij al zijn kunde en krachten gaf, ook nog wijdt aan verenigingen van algemeen belang.” (De Gelderlander 14/8/1935)

Overlijden

Bijlard overlijdt op 65-jarige leeftijd. In De Gelderlander 31/12/1940 https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=0-1&index=49&imgid=328289554&id=302026347 staat een portret van Bijlard, in een overzicht van de in dat jaar overleden personen.

Voortzetting architectenbureau van Eduard Cuypers door broer

De broer van Bijlard, Henricus Joannes Antonius (1889 – 1947), heeft samen met Klazienis Van Geijn (1876 – 1956) het architectenbureau van Eduard Cuypers voortgezet. Toen kreeg het de naam ‘Eduard Cuypers Amsterdam’ en verhuisden van de Jan Luijkenstraat 2 naar de Beethovenstraat 59.

(Overige) Bronnen

Quack Monument en Nimbus (maart 2026)
Quack Monument en Nimbus (maart 2026)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Bijlard

https://nl.wikipedia.org/wiki/Quack-monument

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=var14.htm

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Stichting_Herstel_Quack-Monument

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=4-1&index=0&imgid=616211040&id=3655734: een mooie film over de heroprichting van het monument.         

Victor Vroomkoning noemt Het Quack Monument als favoriete gebouw van Nijmegen. Lees hier zijn verhaal en tevens een gedicht van hem:

Nassausingel

Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Het is echter ontworpen…

Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging)

Smetiusstraat 1

Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)

Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre Cuypers. Doordat de vereniging hard groeide, was het gebouw al gauw te klein. In 1890 ontwierp architect A. van de Boogaard de verbouwing, waarbij het gebouw fors werd uitgebreid. Daarna volgden meerdere verbouwingen.

Kolpinghuis Jozefshof Katholieke Gezellenvereeniging

Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers ; gezien vanuit de Nassausingel ; links de Van Berchenstraat, Smetiusstraat, 1882 (F68520 RAN)
Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers ; gezien vanuit de Nassausingel ; links de Van Berchenstraat, Smetiusstraat, 1882 (F68520 RAN)

Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre Cuypers.

Mei 1881 inwijding

Jozef in de steigers (maart 2026)
Jozef in de steigers (maart 2026)

In mei 1881 vond de inwijding plaats van de Jozefshof plaats., hoewel het gebouw nog niet volledig was afgewerkt.

Hieronder de tekst, die echter moeilijk leesbaar was. Tussen aanhalingstekens staat de vermoedelijke, ontbrekende tekst:

Jozefshof

(…) is Jozefshof, het gebouw (van de Ge)zellen-Vereeniging ingewijd. Ofschoon (het niet) geheel afgewerkt, spreekt het reeds dui(delijk ee)n eenvoudig, ernstig woord in gevelvorm (…). Voor de geheele voltooiing zullen (wij on)ze lezers niet met den vinger wijzen (op d)e sierlijke lijnen, het natuurlijk kleuren(spel de)r oud hollandsche baksteenen, de opwek(kende) tinten en verven, het doelmatige van (het bou)wplan enz. Later zullen wij de gele(genheid) vinden, te beschrijven wat de stift van (…) aan Nijmegen geschonken heeft.

(…) het dak wapperde de vaderlandsche drie(kleur,…) de zaal, smaakvol met vlaggen, groen (… bloemen) getooid, had naast het beeld van (de be)schermheilige, de beeltenis van den Paus (en van) onzen Koning. Toepasselijke kernspreu(ken …) schilden met de stedelijke kleuren de (…) der steden van Nederland die de Ge(zellen-)Vereeniging bezitten, het geheel met met (den Paus)elijke en Oranjekleuren, dit alles drukte (…) feestelijkheid uit van het samenzijn.

(…)eerstelingen onder de gezellen die zich (uit deze?) stad naar de voorschriften der Gods(dienst to)t brave, kundige, werkzame ambachts(lieden en) tot nuttige burgers willen ontwikkelen, (… eer)waarde geestelijken zoo van elders als (van hie)r, tal van eereleden en belangstellenden (…)e ruime zaal.

(De opr)ichter van onzen Jozefshof, de Eerw. (Hoc)tin, sprak hij zijne openingsrede een har(telijk wel)komstwoord tot allen, stapte bescheiden over (…)legging van alles, zijn eigen werk, heen, om (…)ren voor te stellen, die uit den aard der (…)n het groote doel, verbeteren, vere(delen? va)n den werkmansstand, dien steun der (maatsch)appij, in den weg staan.

(…)dit groote doel aan aller belangstelling (kan worde)n aanbevolen, ging hij onder psalm(…)ot het naar kerkelijke ritus ingezegenen (van het) gebouw over. Hierna trad de centrale (…) der Vereeniging in Nederland, de Eerw. (heer van) Nispen op, die na gelukwenschen (van het t)ot stand brengen der edele stichting (… st)ad, oorsprong, doel en werking der (…)Vereeniging uiteenzette.

(…) iemand over eene zaak spreekt, die (vanuit?) het bloed, in de ziel gedrongen om (…) te leven en te sterven, zoo sprak hij (over de?) geliefde vereeniging.

… Kolping, den eenvoudigen, deugdzamen (…)ersgezel en priester, Gods leiding (…)vader der Gezellen-Vereening, hare (geschieden)is en bloei in Duitschland, in gansch (…) America, schetste hij in breeden (…)r toch zoo met feiten en (?…), om van het dagelijksch leven en streven van den ambachtsstand licht en schaduw te doen zien, en het hooge nut der vereeniging aan te toonen.

Zucht naar genieten, bandeloosheid onder den naam van vrij zijn, aanmatiging van oordeel over hetgeen men niet kent noch kan kennen- deze drie kankersoorten onzer hedendaagschen maatschappij, voortwoekerend onder alle klassen en niet het minst onder den ambachtsstand, waren zijn tweede doel.

Dat de Goddelijke openbaring tegen hoogmoed en genotzucht onderwerping en zelfbeheersching voorschrijft, en uit het opvolgen hiervan onder godsdienstzin, ijver en spaarzaamheid, het waarachtig geluk van den werkman en zijn gezin ontspruit- werd helder door den Eerw. spreker betoogd.

Als verslaggevers leggen wij onze pen neder, maar wij doen het niet voor onze medeburgers tot het helpen bereiken van het doel der Jozefsstichting te hebben aangespoord.

Jozefbeeld Jozefshof Kolping
Jozefbeeld. Onder de plaquette van de Katholieke Gezellenvereeniging zijn nog de letters Jozefshof te lezen, Kolpinghuis (januari 2026)

De werkman vormt een zeer voornaam deel der maatschappij. Met zijne verbastering en verdierlijking, waarvan wij, helaas, vaak de bewijzen voor oogen zien, daalt zijn eervolle stand en bederft de maatschappij;met zijn verbeterin, zijne veredeling stijgt zijn welvaart en geluk, schenkt hij aan de maatschappij een machtige steun. Het geluk der samenleving en een harer voornaamste onderdeelen dient ieder die het kan ter harte te nemen.

Deze vereeniging in haar streven te helpen, hare werking niet alleen zedelijk maar ook met geldelijke offers te steunen, bevelen wij ernstig aan den goeden zin van onzen lezers.” (De Gelderlander 18/5/1881)

Plaquette Kolpinghuis 1882 (maart 2026)
Plaquette Kolpinghuis 1882 (maart 2026)

Kolpingvereniging

De Nijmeegse afdeling van deze vereniging was op 25 maart 1880 opgericht. Aan de gevel kwam een groot beeld van Sint Jozef en het gebouw werd St-Josephshof genoemd.

Avondtekenschool

Vlak na de oprichting van de Gezellenvereeniging werd een avondtekenschool opgericht in de Sint Josephshof.

1890 Verbouwing en vergroting

Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers. De uitbreiding is in 1890 gerealiseerd door architect A.v.d. Boogaard. Gezien vanuit de Spoorstraat. Links de Van Berchenstraat, in het midden de Gezellen-Vereniging en rechts de Smetiusstraat. Links op de achtergrond de Augustinuskerk, 1890 (Collectie Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via RAN D429)
Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers. De uitbreiding is in 1890 gerealiseerd door architect A.v.d. Boogaard. Gezien vanuit de Spoorstraat. Links de Van Berchenstraat, in het midden de Gezellen-Vereniging en rechts de Smetiusstraat. Links op de achtergrond de Augustinuskerk, 1890 (Collectie Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via RAN D429)

Doordat de vereniging hard groeide, was het gebouw al gauw te klein. In 1890 ontwierp architect A. van de Boogaard de verbouwing, waarbij het gebouw fors werd uitgebreid.

1925 Verbouwing Estourgie

Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)

De verbouw van St. Jozefshof.

Zooals wij reeds meldden, is de verbouw gereed gekomen van het home der Nijmeegsche Kolpingszonen, het vanouds bekende St. Jozefshof aan de Smetiusstraat, dat Zondag a.s. in gebruik genomen en plechtig zal ingezegend worden.

En wij kunnen er dadelijk bijvoegen: de indruk dien wij van het hernieuwde Gezellenhuis gekregen hebben, is een zeer gunstige.

De aannemersfirma Hofman en Arts heeft onder deskundige leiding van den heer Charles Estourgie- die eveneens de plannen ontwierp- met dezen verbouw metterdaad getoond een vooraanstaande plaats in de rij der Nijmeegsche bouwwereld. Het geheel ziet er keurig uit en maakt een voornamen indruk.

Boven den ingang van het gebouw prijkt in forsche letters: R.K. Gezellenvereeniging, waarachter electrische verlichting is aangebracht. Nu kan tenminste de vreemdeling weten, die vroeger zich tevergeefs afvroeg wat dat toch voor een gebouw was, dat hier de Stichting van Vader Kolping haar tenten heeft opgeslagen.

Breede toegangsdeuren brengen den bezoeker in een ruime vestibule, waar tevens een loket is aangebracht ten dienste van uitvoeringen. Tevens kan men van hieruit de bestuurskamer bereiken.

Vanuit de vestibule treedt men eveneens door ferme deuren in de hal, die een grootschen indruk maakt. Hier vindt men een garderobe enz.

Links hiervan betreedt men de groote en ruime konversatiezaal, die een juweeltje mag genoemd worden op dat gebied. De Nijmeegsche kleuren, rood en zwart, die in de geheele zaal domineeren, maken een gezelligen indruk, die nog verhoogd wordt door de frisch-groen geschilderde stoelen en tafeltjes. Het buffet is in den rechterhoek der zaal aangebracht.

Breede ramen geven uitzicht naar alle kanten, waardoor tevens voor lucht en licht in ruime mate is zorg gedragen. De plaats onder de bibliotheek is op gelukkige wijze weggewerkt: twee kamers, één voor den Praeses en een bestuurskamer vullen dit deel van de vroegere konversatiezaal. De biljarts hebben hun plaats gevonden in het midden der zaal. De bibliotheek is op dezelfde plaats gebleven, doch de ingang is nu verlegd boven aan de eerste trap, die naar de toneelzaal voert.

Op zij van de konversatiezaal is een kleine zaal aangebracht, die heel keurig en gezellig is ingericht. Deze is waarschijnlijk ten dienste van kleine vergaderingen e.d.

Beide zalen zijn bedekt met een kostbaar zeil. Naar gemompeld werd is dit een gift van een der hoofdbestuursleden, waarvan meerderen een gift voor dezen verbouw moeten hebben geschonken.

Naar wij zeiden, ziet het geheel er keurig uit. Het borstbeeld van den eersten Praeses en stichter der Nijmeegsche K.G.V., den WelEerw. heer L.E. Hoetin, heeft een eereplaats gevonden op den schoorsteen, waarboven in gulden letteren is aangebracht de gezellengroet: “God Zegene het Eerzame Handwerk”.

Verschillende beelden en emblemen vinden rondom, zoowel in hal als zaal, een plaats. Het H. Hartbeeld troont natuurlijk op de mooiste plaats.

De aannemersfirma Hofman en Arts werd kranig terzijde gestaan door den heer van Roessel, die het schilderwerk verzorgde, de firma Vroom en Dreesmann, de firma Beukering en Co., elektriciens, de heer Friebel, die het lood- en zinkwerk, de firma Daniëls, de Bruijn en v.d. Waarden, die het stukadoorswerk verrichtte en den heer J. Krijnen, die het behangerswerk op zich nam.

Met trots mogen de diverse besturen getuigen, dat hun werken niet tevergeefs is geweest en met blijdschap moge er wel eens aan herinnerd worden dat de ongehuwde en gehuwde gezellen hun kontributie vrijwillig belangrijk verhoogden om den verbouw mogelijk te maken. Vooral voor den volijverigen Praese zal het een genoegdoening zijn: om dezen verbouw door te voeren heeft hij hard gewerkt; dit was steeds zijn hartewensch. Doch ook het hoofdbestuur, dat de algemeene leiding in de K.G.V. met den Praeses heeft, mag dankbaar opzien naar hetgeen door hen met veel moeite en opoffering bereikt is.

Met waardeering mogen dan ook naast den naam van den Praeses, den ZeerEerw. Pater H.M. v.d. Hulst S.J. genoemd worden de namen der hoofdbestuursleden de heeren Kloppenburg, W. v.d. Waarden, Dreesmann, dr. Slotboom, St. Arntz en Prof. v.d. Heijden.

In de konversatiezaal bleef ons oog hangen aan een teekening: de nieuwe hoofdingang van St. Jozefhof aan de Spoorstraat. Zoo gauw als er geldmiddelen zijn, kan hier pas aan gedacht worden. Moge zulk een gift spoedig inkomen!

Het kan, dunkt ons, geen kwaad, van deze gelegenheid gebruik te maken om onze stadgenooten aan te sporen, die nog geen eerelid van de K.G.V. zijn, dit nu te worden. Men doet daarmee een zeer goed werk: men steunt daarmede het pogen om onze arbeiders op te voeden naar den wensch van Dr. Schaepman tot mannen met een rotsvast geloof en kennis, twee zaken, die onontbeerlijk zijn om den arbeidersstand steeds hooger op te voeren tot heil van de arbeiders zelve en tot zegen van Kerk en Maatschappij.

Op de moderniseering van de toneelzaal hopen wij nog nader terug te komen.

Morgen vermelden we het officieel programma voor a.s. Zondag.” (De Gelderlander 17/2/1925)

1949 Dr. Poels

Vanaf de jaren dertig probeerde de vereniging een katholieke ambachtsschool op te richten. In 1938 wilde de gemeenteraad hiervoor subsidie verstrekken. Uiteindelijk zou het tot 15 september 1949 duren voordat de school Dr. Poels opende in de Sint Josephshof, “waar een leerling kon worden opgeleid tot een ‘zedelijk-godsdienstig hoogstaand werkman met verantwoordelijkheidsgevoel…’ (Gedenkboek Kolpingvereniging; Tromp 37-39; Stamkot 37-38).” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)

In 1957 zal zij verhuizen naar de Goffertweg 20. Tegenwoordig, na een aantal fusies, heet de school Het Rijks.

Ontmoetingshuis

Het Kolpinghuis bleef in de jaren 50 en 60 ontmoetingshuis voor buitenschoolse activiteiten voor kinderen, zoals balletles. In de twintigste eeuw zijn er nog enkele kleinschalige verbouwingen en uitbreidingen doorgevoerd.

Afname ledentaantal Kolpingvereniging en opheffing

Het Kolpinghuis, Smetiusstraat 1 (gezien vanaf de Nassausingel), 1968 (Evert F. van der Grinten via F78750 RAN CCBYSA RAN, tevens Auteursrechthouder)
Het Kolpinghuis, Smetiusstraat 1 (gezien vanaf de Nassausingel), 1968 (Evert F. van der Grinten via F78750 RAN CCBYSA RAN, tevens Auteursrechthouder)

Na de Tweede Wereldoorlog neemt landelijk het ledenaantal van de Kolpingvereniging sterk af, waarbij ze zich uiteindeindelijk opheft. Alleen in Nijmegen blijft de Kolpingvereniging bestaan. Het Kolpinghuis wordt een zalencentrum, welke ook de vereniging nog gebruikte.

2015 Verkoop

In 2015 wordt het Kolpinghuis verkocht aan projectontwikkelaar Ton Hendriks???. Eind september 2020 sloot het centrum. De vereniging verplaatste haar activiteiten naar de Ontmoetingskerk in Dukenburg. Daarna staat het gebouw leeg. Midden 2023 kondigt Hendriks aan om hier een gezondheidscentrum en appartementen te willen realiseren, waarvoor een procedure is gestart.

Aandachtspand

Kolpinghuis oude gedeelte tijdens verbouwing (januari 2026)
Kolpinghuis oude gedeelte tijdens verbouwing (januari 2026)

Het oudste gedeelte, ontworpen door P.J.H. Cuypers, is sinds 1990 op de monumentenlijst een “Aandachtspand”. Daarbij is het tevens beschermd als stadsdeelobject. https://www.nijmegen.nl/diensten/monumenten/monumentenlijst/

Kolpinghuis, januari 2026 is een grote verbouwing aan de gang. Ter ere van het 125-jarig bestaan van NEC is er een spandoek opgehangen (januari 2026)
Kolpinghuis, januari 2026 is een grote verbouwing aan de gang. Ter ere van het 125-jarig bestaan van NEC is er een spandoek opgehangen (januari 2026)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kolpinghuis

Nassausingel

Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Het is echter ontworpen…

Kronenburgerpark

Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral…

Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024
#Nijmegen, Centrum

Gerard Noodtstraat

Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024
Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024)

Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Gerard Noodtstraat

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023

Synagoge, architect Oscar Leeuw

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat…

Lees verder
Garage Jansen Ederveen : Pand ontworpen als garage in 1907 door Willem Hoffmann i.o.v. de Firma Tasche & Co. Automobielen en Motoren., 1972, (Evert F. van der Grinten via RAN F78567)

Tasche architect Hoffmann

In 1907 ontwerpt architect Hoffmann het bekende gebouw van garage Tasche aan de Gerard Noodtstraat. Deze garage was een uitbreiding van de garage die hij in 1906 had ontworpen en aan de van der Brugghenstraat staat.

Lees verder

Roghmans architectenbureau D. en P. Benning

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het…

Lees verder
Ehren en een aantal andere bedrijven in de Gerard Noodtstraat, 25 mei 1984 (Ber van Haren via KN13387-18 RAN Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)

Herbouw Ehren

In 1952 heropent het loodgietersbedrijf Ehren op de Gerard Noodtstraat

Lees verder

Op Gerard Noodtstraat 3-9 zat in de jaren 60 het gebouw van de Bouw & Houtbond van het N.K.V. Rechts het Unitas gebouw. Ook wel het werklozencentrum genoemd (F28969 RAN, een foto uit 1960-1965)

Keizer Karelschool voor openbare U.L.O./MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap/Vrouwenschool

Gerard Noodtstraat 15-17-19, gesloopt

De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)

Op bovenstaande foto staat de voormalige Openbare school voor U.L.O. weergegeven, Gerard Noodtstraat 15-17-19. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd in 1916.

In de jaren ’60 de Keizer Karelschool voor openbare U.L.O. en in de jaren ’70 de MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap. (Bijschrift F28963 RAN).

In 1976 werd het leegstaande gebouw feitelijk al gekraakt door de stichting Blijf Van Mijn Lijf. Toen de stichting uiteindelijk een pand door de gemeente kreeg toegewezen, besloten een aantal vrouwen toch in de voormalige school te blijven.

Aanvankelijk werd de enorme ruimte gebruikt voor acties en vergaderingen. Daarna wordt het een woonwerkpand met woonruimtes en ruimtes voor verschillende activiteiten. Een van deze activiteiten is een opvangplek van Het Blijf Van Mijn Lijf Huis. Langzamerhand veranderde de naam in Vrouwenschool. (Bijschrift F93561 RAN, een foto uit 1983-1993). Bijschrift F28963 RAN noemt dat tussen 1981 en 1991 de Vrouwenschool hier gezeten heeft. (Bijschrift F28963 RAN).

In 1987 wordt de Stichting Vrouwenschool opgericht, met als doel het gebouw te behouden als woonwerkpand. Het gemeente heeft echter het plan het gebouw te slopen om appartementen op deze locatie te bouwen.

Wel vindt de gemeente het initiatief van de Vrouwenschool belangrijk en biedt aan mee te werken aan legalisering. Daarvoor wordt het Dominicanessenklooster aan de Dominicanenstraat aangemerkt, welke daarvoor verbouwd zal worden. De Vrouwenschool zet haar activiteiten tijdelijk voort in een oud klooster aan de Wolfkuilseweg. (Lees over de Vrouwenschool en het vervolg op de Dominicanenstraat hun eigen site en op https://regenboogroutes.nl/Vrouwenschool-Nijmegen.html, beide sites tevens bron)

In 1993 is het pand gesloopt om plaats te maken voor Hunnerstaete.

Hunnerstaete

Hunnerstaete, Gerard Noodtstraat (Maart 2024)

De Hunnerstaete architecten van Gameren en Mastenbroek

Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.

Lees verder

Overige bron: bijschrift F38495 RAN, een foto uit 1985.

Garage Uphoff

Automobiel- en Garagebedrijf J.F.J. Uphoff, 1954 (GN4455 RAN)
Automobiel- en Garagebedrijf J.F.J. Uphoff, 1954 (GN4455 RAN)

Bij F28970 RAN, een foto uit 1960-1965 is het nog Uphoff, “later Automobielbedrijf Schellenberg”.

Zie ook het verhaal en herinneringen op Noviomagus.nl.

Ook op nummer 34 – 40 heeft een garage gezeten, die van A.H. van den Boogaard, een Peugeot dealer. Een foto uit 1960 is te zien op GN43739 RAN.

Boekbinderij Mathieu Geertsen

Gerard Noodtstraat 66, 68, 70, 72

De nieuwe zaak van de electrische Boekbinderij Mathieu Geertsen, Gerard Noodtstraat 66, 68, 70, 72, 1953 (GN4453 RAN)
De nieuwe zaak van de electrische Boekbinderij Mathieu Geertsen, Gerard Noodtstraat 66, 68, 70, 72, 1953 (GN4453 RAN)

Vergroening

Om de straat aantrekkelijker en groener te maken zijn in 2025 8 plantvakken aangelegd. (https://nijmegen.mijnwijkplan.nl/centrum/project/vergroenen-gerard-noodtstraat)

Gerard Noodtstraat

De straat is vernoemd naar Gerard Noodt, “een van de beroemdste mannen uit de geschiedenis van Nijmegen. Als internationaal bekend jurist bepleitte hij gewetensvrijheid voor iedereen. Voor die tijd een heel modern en radicaal standpunt.” Hij is een van de vensters in het canon van Nijmeegse geschiedenis. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023, architect Oscar Leeuw
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Synagoge, architect Oscar Leeuw

1912-1913, Gerard Noodstraat Centrum, Rijksmonument

Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023, architect Oscar Leeuw
Synagoge Gerard Noodtstraat in april 2023

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat vanaf 1980 jarenlang het Natuurmuseum in dit pand.

Architect

De architect van het gebouw is Oscar Leeuw:

In mei 1912 besteedt Oscar Leeuw het bouwen van “een synagoge, schoollokalen, bovenwoningen met andere annexen” aan. Hierbij is A.J. Smits met f33.733 de laagste inschrijver (De Gelderlander 19/5/1912).

Uiterlijk

De ingangstoren heeft de gelijkenis van een grote thorarol. In de gevel is veel symboliek verwerkt, bijvoorbeeld de twee tabletten met de 10 geboden. Een beschrijving wordt ook hieronder, “Bij de opening”, gegeven.

Daarbij is in en in de gevel is veel symboliek verwerkt. “Boven de ingang, waar nu ‘Natuurmuseum’ geschreven staat, stond ooit een Hebreeuwse tekst, verdeeld over twee regels. Het gaat om Psalm 19:15…: “Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, Eeuwige”. De letters van de onderste regel bij elkaar opgeteld leveren 673, het joodse jaar 5673. Dat komt overeen met 1913 en is het jaar waarin de synagoge werd ingewijd.” (Wikipedia; in het krantenartikel vertaald als: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”).

De gebedszaal is naar Jeruzalem gericht.

Stijl

Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981) Oscar Leeuw
Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981)

Biografisch Woordenboek Gelderland: “Dit evenwel zonder dat het aspect van vernieuwing geheel en al verdween. De synagoge aan de Gerard Noodtstraat (1912) is vooral van dat laatste een voorbeeld. Hoewel het indrukwekkende interieur met zijn galerijen en geschilderde muurdecoratie nu verdwenen is, krijgt men door de ornamentiek aan de voorgevel nog een indruk van het zoeken naar nieuwe siervormen, die niet gebaseerd zijn op historische voorbeelden noch op de inmiddels tot het verleden behorende Jugendstil.”

Wikipedia: “Naast art deco is ook eclecticisme te herkennen.”

Bij de opening

Bij de opening schrijft het PGNC:

De Nieuwe Synagoge.

Morgen is het voor onze Israëlitische stadgenooten een belangrijke dag. Dan toch zal de nieuwe Synagoge, gesticht aan de Gerard Noodstraat alhier, op plechtige wijze worden ingewijd door den Opperrabijn in het ressort Gelderland, den Z.Eerw. heer L. Wagenaar.

Reeds lang bestond te dezer sted behoefte aan een nieuwe Synagoge. Het oude gebouw, waarvan in Augustus 1906 het honderd vijftigjarig bestaan feestelijk werd herdacht, en dat dus thans 157 dienstjaren telt, gelegen in de steeds meer en meer in verval gerakende Nonnenstraat, was met de daaraan verbonden slecht ingerichte lokalen niet meer in overeenstemming met de eischen van het zeer opgewekte leven der Israëlitische gemeente alhier. En toen het aantal Israëlitische Nijmegenaren toenam, achtte men het oogenblik gekomen, om naar een nieuw gebouw uit te zien. Dat was geen gemakkelijke taak. Doch met algemeene medewerking van de leden der gemeente, onder wie er gelukkig velen waren, die met groote mildheid tot de oplossing der financieele zijde van het vraagstuk wilden medewerken, kon aan dezen lievelingscwens worden voldaan. En zoo ontstond dan ter genoemde plaatse het in- en uitwendig sierlijke en aardige kerkgebouw, met daaraan verbonden leer- en vergaderlokalen, badinrichting, woningen voor den leeraar en den koster, waarheen morgen- nadat op plechtige wijze afscheid zal zijn genomen van de oude Synagoge- de Wetrollen zullen worden overgebracht, om daar opnieuw, naar wij hopen, tot in lengte van dagen het middelpunt te zijn van het Israëlitisch godsdienstige leven te Nijmegen.

Het kerkbestuur en zij, die dit in zijn taak bijstonden, hadden de gelukkige gedachte zich voor den bouw te wenden tot onzen stadgenoot, den heer Oscar Leeuw, die met zijn veelzijdige kennis een fraai kerkgebouw wist te scheppen. De bekwame architect heeft zich bij zijne modern opgevatte architectuur laten inspireren door de oude kunst van Judea, waarvan weliswaar weinige overblijfselen bestaan, doch waaromtrent toch uit oude beschrijvingen licht te verkrijgen was. De buiten-architectuur van het hoofdgebouw der Joodsche cultuur, den Tempel van Jeruzalem, was zeer eenvoudig, terwijl het intérieur rijk versierd en van de edelste materialen uitgevoerd was. Die versieringen waren uitsluitend ontleend aan het plantenrijk en aan geometrische vormen, daar menschelijke afbeeldingen ten strengste verboden waren. En dit systeem heeft de heer Leeuw ook bij den bouw van de nieuwe Nijmeegsche Synagoge doorgevoerd.

De gevel is van streng sobere vormen, opgetrokken in het materiaal van het land- den baksteen- met een matige ornamentatie. Evenals aan deze Tempel van Salomon bestaat deze uit den palmboom van Judea; de granaat-appel, die door zijn groot aantal zaadjes de krachtige vermenigvuldiging van het leven symboliseert, en het schild van David, de zeshoekige ster. Boven den ingang zijn in den tympaan in het Hebreeuwsch gegrift de woorden van Psalm 19 vers 15, welke vertaald luiden: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”. Twee zware hardsteenen voetstukken zijn aan weerszijden van den ingang aangebracht, om daarop zoo mogelijk later te plaatsen de reconstructied der bekende bronzen kolommen “Jakoun” en “Bo’az”, welke eenmal den toegang tot den tempel van Salomon sierden.

Door de dubbele toegangsdeuren betreedt men de vestibule, die 4.50 bij 4.50 Meter oppervlakte heeft met een terrazzovloer, waarin het schild van David is aangebracht en die met een kruisgewelf is overdekt. Daarin bevindt zich links de toegang tot de mannen-garderobe, rechts die tot de vrouwengaanderij en in het front de toegang tot de kerk.

Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913
Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913

De kerk zelf, groot 11 bij 17 M. en hoog 12 M., heeft op den beganen grond 150 zitplaatsen voor de mannen en op de gaanderijen 110 zitplaatsen voor de vrouwen; zij is volgens de voorschriften naar Jeruzalem gericht en niet naar het Oosten, zooals de algemeene is. Het intérieur met zijn hoofdlijnen in gevoegden baksteen, terwijl de wanden en het tongewelf gepleisterd zijn, is er geheel op berekend om later beschilderd te worden. De hoofdonderdelen der kerk, de Byma en de H. Arke, zijn geheel voltooid, zooals dat de bezoeker zich reeds nu een denkbeeld kan vormen, welk aspect het inwendige van de kerk zal krijgen, indien alles is afgewerkt, wat nu nog niet het geval is.

De H. Arke is tegenover den ingang der kerk is zeer rijk geornamenteerd met dezelfde symbolen als hierboven genoemd; marmeren trappen geven toegang tot het verhoogde gedeelte. Achter den donkerblauwen, rijk met goud borduursel georneerden voorhang bvinden zich de deuren, waarachter de Wetsrollen geborgen zijn. Op de latei der deuren komt voor in ’t Hebreeuwsch de spreuk: “Weet voor wie gij staat”. In de tympaanvulling daarboven bevinden zich de Tafelen der Wet, omring door een gouden stralen krans een een spiraalvormig relief-ornament van gestyleerde palmbladeren. In de randboog der H. Arke is de “Eeuwige Lamp” geplaatst, welke ter nagedachtenis der overledenen brandt.

De groote ramen in de voor- en achtergevels zijn vervaardigd van glas in lood met psalmmotieven.

Bij avond zal de Kerk schitterend verlicht worden door twee groote kronen, die uit het tongewelf afhangen. Acht cirkel-vormige kronen, geplaatst op de palen der gaanderij, ieder met zeven lichtpunten (het gewijde getal) en vele wandarmen, zijn regelmatig over de ruime zaal verdeeld.

De H. Arke, de geborduurde voorhang en de koperen lampen zijn geschenken van leden der Israëlitische Gemeente alhier.

Al moet op den duur de afwerking nog volgen, toch maakt het kerkgebouw reeds nu een verheven indruk. Waarlijk, wij zeiden niet te veel toen wij hierboven den bouwmeester prezen. Zoowel het gheel als de onderdeelen getuigen van zijn uitgebreide kennis, zijn onvermoeid streven en zijn gekuischten smaak. Ook met dit werk, waarmen men zeggen kan dat dit ging boven de eischen die in den regel aan een architect gesteld worden, heeft de heer Oscar Leeuw zijn goeden naam hoog gehouden.

De naast de Synagoge gelegen bijgebouwen maken uiterlijk een zeer rustig effect. Zij verstoren den machitgen indruk van den fraaien kerkgevel niet en hun inwendige indeeling is practisch gedacht en goed uitgevoerd.

De Israëlitische Gemeente mag met haar nieuwe kerkgebouw geluk gewenscht worden. Als morgen de inwijding plaats heeft in tegenwoordigheid van kerkelijke en burgelijke autoriteiten, zal zij daarover zeker de meest vleiende beoordeelingen vernemen.

De gebouwen werden einde Mei 1912 aangenomen door den heer A.J. Smits Jr. alhier, voor de som van f33.733. Deze aannemer legt eer in met zijn werk; het is goed en ook met bekwamen spoed uitgevoerd, hoewel er nooit op den Zaterdag, den Sabbath der Israëlieten, de gewerkt werd.

De Byma met Bestuursbank en podium werden geleverd door den heer Maurits Drukker, firma Drukker en Cohen, en uitgevoerd neer een ontwerp van diens bekwamen medewerker, den heer J.R.L. Samson; het decoratiewerk der H. Arke is verricht door den heer J.H. Kaak; de koperen lampen der gaanderij en de wandarmen zijn geleverd door de firma L.A. Moll alhier. De koperen hangkronen zijn van de firma Wiener en Co. te Amsterdam. De geborduurde voorhang is van den heer J. Goudsmit te ’s Gravenhage, terwijl de verdere schilderwerken door den heer Arts, de installatie van het electrisch licht door de firma Tasche en Co., het zandsteenwerk door de firma Spamer en Smits, de warmwaterverzorging voor de baden door de firma Weijers en Co., allen alhier, werden geleverd. Het glas in lood is van de fabriek Kronenbitter, te Berg-en-Dal, afkomstig.” (PGNC 11/4/1913)

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het gebouw als opslagruimte, onder andere voor geconfisqueerde radiotoestellen. De wandschilderingen zijn vernield en de Davidsster werd uit de gebrandschilderde ramen geslagen.

Verkoop Synagoge

Na de oorlog was het gebouw te groot voor de Joodse gemeenschap, welke door de vervolging gedecimeerd was. Daarop betrok de gemeenschap de naastgelegen school als synagoge. Het pand van de Nieuwe Synagoge werd verkocht aan de gemeente Nijmegen. De gemeenschap zal in 2000 de oude Synagoge aan de Nonnenstraat weer gaan betrekken.

Het gebouw van de Nieuwe Synagoge diende het tijdelijk als opslagruimte en daarna als gebedshuis voor het Apostolisch Genootschap.

Natuurmuseum Nijmegen

Vanaf 1978 zat er jarenlang het Natuurmuseum Nijmegen. In juni 2014 fuseerde het Natuurmuseum met museum De Stratemakerstoren tot Stichting De Bastei. Daarop sloot het museum in oktober 2017, waarbij het in januari 2018 verder ging in de Statemakerstoren. Vervolgens ging museum De Bastei in 20218 open.

Vanaf maart 2023 zit er een sportschool in het gebouw.

Rijksmonument

Het gebouw is een Rijksmonument.

(Overige) Bronnen

https://www.noviomagus.nl/Monumenten/OMD2003/21.htm

https://www.noviomagus.nl/Monument

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuwe_Synagoge_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Synagoge_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurmuseum_Nijmegen

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Marienburg

Mariënburg: Geldersche Credietvereeniging en een eeuw bank-locatie

1918 Mariënburg

De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)
De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)

Jarenlang zat op de Mariënburg de NMB/ING Bank. Op deze locatie zat een eeuw lang een bank, te beginnen met de Geldersche Credietvereeniging. Het gebouw was een ontwerp van architect Jo Limburg.

In 1904 had architect Knoops het pand voor de Geldersche Credietvereeniging ontworpen in de Paulstraat no. 35.

In 1918 verhuisde de bank naar de nieuwbouw op de Mariënburg. Vanaf dat moment zal er een eeuwlang een financiële instelling zitten, zij het met verbouwingen en nieuwbouw.

Of het de Eerste Wereldoorlogsschaarste is, waardoor Jo Limburg zijn ontwerp moet aanpassen, of dat PGNC moet wennen aan de rationele stijl op het moment dat zij over de opening in 1918 schrijft, is mij nog niet bekend. In ieder geval beschrijft zij de bank daarbij als volgt:

De Geldersche Credietvereeniging.

Het Agentschap van de Geldersche Credietvereeniging alhier is heden overgebracht naar het nieuwe gebouw aan Marienburg 83. Het is een monumentale bouw, die ontworpen werd door den heer J. Limburg, architect-ingenieur te ’s Gravenhage.

De gevel, opgetrokken in handvorm baksteen, bewerkt naar ouden aard, heeft- wij kunnen het niet verzwijgen- bij de Nijmegenaars voortdurend critiek uitgelokt. Hij wijkt in menig opzicht af van wat men gewend is te zien Laten wij aanstonds opmerken, dat de bouwmeester in deze geheel abnormale tijden niet heeft kunnen beschikken over de materialen die hij zich daarvoor gedacht en gewenscht had willen verwerken, door baksteen vervangen worden, waardoor in het bijzonder de balcons der eerste etage een ander aanzien hebben gekregen, dan in het oorspronkelijke ontwerp het geval was. De daaraan uitkomende openslaande deuren blijven nu voor de helft voor het oog van den voorbijganger verborgen, wat een eigenaardigen indruk maakt. Ook de terugspringende tweede etage, die schuil schijnt te gaan achter zwaar verguld hekwerk en gedrukt wordt door een massief geprofileerden dakrand, kan onze bewondering niet wekken. Intusschen, de bekenden bouwmeester zal er wel reden voor hebben gehad om ’t zóó te doen en niet anders, en wij leeken hebben ons daarbij neer te leggen. Er bestaat een steeds toenemend streven in de bouwwereld, om te breken met het conventioneele, om andere vormen te scheppen en nieuwe banen te betreden. Dit gebouw draagt daar ongetwijfeld de sporen van. Wat wij heden niet begrijpen, zal misschien door een na ons komend geslacht moogelijk worden gewaardeerd.

Bovenstaande is dan ook niet te beschouwen als een afbreekende critiek- veel meer als uiting van den indruk dien deze gevel reeds lang op ons en velen met ons heeft gemaakt.

Geldersche Crediet Vereeniging, architect J. Limburg, Marienburg, 1925-1930 (F29728 RAN)
Geldersche Crediet Vereeniging, architect J. Limburg, Marienburg, 1925-1930 (F29728 RAN)

Treedt men door de eikenhouten hoofddeur het gebouw binnen, dan bereikt men door een met vooruitstekende hoeken smaller toeloopende entrée, geheel in ingevoegden baksteen met versiering van zwart marmer bewerkt, langs eenige trappen het binnengedeelte van het Bankgebouw. Een draaideur van moderne constructie wentelt op de meest aangename wijze den bezoeker naar binnen en dadelijk wordt het nog aangenaam getroffen door de groote in lichte kleur gehouden lokaliteit, die behalve van de zijramen aan het plein een profusie van licht ontvangt door in de zoldering aangebrachte galstegels, en werkelijk een imposanten indruk maakt.

De zoldering wordt gedragen door oordeelkundig aangebrachte pilasters van rechthoekigen vorm, welker juiste verdeeling over de ruimte opvalt en die op natuurlijke wijze tot de verschillende afscheidingen meewerken.

Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopeningen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afdeelingen aangegeven.

Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopstellingen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afbeeldingen aangegeven.

Na de drie eerste loketten- wij zouden zeggen “de loketten bestemd voor den gaanden en komenden man”- komt men door een in denzelfden trant behandelde en met spiegelglas gevulde afscheiding, die zich verderop nog een herhaalt, in eene voor het publiek bestemde ruimte, een soort hall, die naar rechts, waar de trap zich bevindt, uitspringt en als wachtkamer dient. Zij grenst weder aan loketten en is deftig gemeubeld. Van hieruit bereikt men het smaakvol ingerichte vertrek van de directie met annex een wachtkamer en de ruime vergaderzaal, welker vensters aan de zuidzijde van het gebouw uitkomen.

Aan die zijde van de hall voert een gemakkelijke, in marmer uitgevoerde, trap naar het benedenhuis, waarin de Safe, het archief en verschillende andere dienstvertrekken gevestigd zijn. De Safe is van zeer ruime afmetingen en staat geheel vrij in het gebouw; de zware kluisdeur, die natuurlijk afkomstig is van de bekende Lips-fabriek te Dordrecht, is van de allernieuwste constructie en biedt de meest volkomen afsluiting. Naast de Safe heeft men nog een speciale brandkelder voor de Bank zelf, waarin eene inrichting is aangebracht, die ’t mogelijk maakt in de Safe te komen, als de kluisdeur door omstandigheden eens niet geopend zou kunnen worden. Dat alles blijkt zóó massief en tevens zóó vertrouwenwekkend, dat ’t een gevoel van rust moet geven aan hen, die hier hun bezit ter bewaring zullen deponeeren. In het sousterrain is ook eene ruime fietsbergplaats, die door een afzonderlijken toegang naast den hoofdingang te bereiken is en tevens- zij het zonder speciale garantie- ten dienste van het publiek is. De concierge kan van uit zijn vertrek hierop het oog houden.

Dat het gebouw tevens voorzien is van alles, wat in een modern kantoor thuis behoort, behoeft zeker niet speciaal te worden gereveleerd. Centrale verwarming, gecombineerd met ventilatie; sierlijke electrische verlichting; telefooncellen en een telefoon-centrale; ingebouwde brandkluizen voor den dagdienst; een lift waarmee de boeken en geldswaarden, na afloop van den kantoortijd, naar de veilige bewaarplaats beneden worden getransporteerd en vice versa; in den muur aangebrachte en door een deurtje afgesloten waschgelegenheden in de kantoorlokalen; practische kleedingbergplaatsen voor ’t personeel, kortom, alles wordt hier gevonden wat den arbeid kan vergemakkelijken en veraangenamen.

De meubileering van het geheele gebouw is stijlvol en rustig en de kleuren van verf en behang in privékantoor en vergaderzaal getuigen van gekuischten smaak. Ook het teakhout, dat overal verwerkt is, wekt tot een rustig-voornamen indruk van het geheele gebouw mede.

Aan alle vrienden van de Geldersche Credietvereeniging zal morgen, Zondag, de gelegenheid worden gegeven het gebouw, dat Maandagmorgen in gebruik genomen wordt, te bezichtigen. Wij zijn er van overtuigd, dat zij ons waardeerend oordeel zullen onderschrijven en ’t met ons eens zullen zijn, dat Nijmegen er een gebouw bij kreeg, dat gezien mag worden en waarin, naar wij hopen, de zaken van deze krachtige en in den lande hoog aangeschreven Bankinstelling bij voortduring mogen prospereeren.

Den algemeen geachten Agent der Geldersche Credietvereeniging alhier, den heer C.P. Nap, naast wien thans bij de uitbreiding der zaken de heer Mr. A.Tj. Reitsma als sub-agent zal optreden, wenschen wij gaarne geluk met zijn prachtige nieuwe kantoren.

Met den bouw werd in Januari 1917 een aanvang gemaakt. Vele waren de teleurstellingen, die tengevolge van den huidigen toestand werden ondervonden, doch met steeds nieuwen moed werden ze overwonnen. Allen, die er aan meêwerkten, leggen eer in met hun werk, dat onder leiding van den bekwamen opzichter, den heer H. Kool, allengs werd tot het grootsche geheel, dat nu gereed staat om betrokken te worden.

Wij laten hier de namen der medewerkers volgen:

Aannemer de heer M.C. Konings te Nijmegen; Uitvoerder de heer P. Bollweg, alhier; Lood- en Zinkwerk de heer Aug. Arts, alhier; Stucadoorwerk de heer Chr.J. Clemens; Gas, Waterleiding en Sanitaire Artikelen Firma J. Jacobs & Zn., alhier; Hardsteen en Marmerwerk de heer H. Tourney, alhier; Centrale Verwarming Firma W.J. Stokvis, Kon. Fabriek van Metaalwerken, Arnhem; Electrische Installatie, Bellen en Huistelefoon Firma L.A. Moll, alhier; Kluisdeuren en Safe-inrichting Firma Lips te Dordrecht; Kunstsmeedwerk en Verlichtingsornamenten Firma Winkelman en v.d. Bijl, Amsterdam; Schilderwerk de heer W.A. Teeuwissen alhier; Meubileering, Gordijnen en Tapijten Firma Wed. W.J. Stemker Köster, alhier; Kantoormeubelen N.V. Blikman en Sartorius, Amsterdam.” (PGNC 21/9/1918)

Vervolg

Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest.

1936 Fusie/Overname Nederlandsche Handel-Maatschappij

In de jaren 30 is de rentabiliteit voor de Geldersche Credietvereeniging als geheel (dus niet specifiek voor de Nijmeegse vestiging) sterk verslechterd. 1935 is vooral niet gunstig geweest vanwege van de vermindering van provisie, vooral op effecten; en daarnaast op koersverlies. Desondanks wordt overigens besloten om vrijwel de gehele winst uit te keren (PGNC 12/3/1936); er is sprake van f 406.000 winst op een kapitaal van f 14 miljoen.

Deze marge wordt onvoldoende geacht. Enerzijds om de nodige afschrijvingen op gebouwen en andere vaste activa te doen. Wel heeft de bank de jaren daarvoor afgeschreven, maar nog onvoldoende om de huidige waarde daadwerkelijk te weerspiegelen.

Maar vooral omdat er intussen sprake van concentratievorming bij banken. De Geldersche Crediet Vereeniging is, maar zal ook in de toekomst niet krachtig genoeg zijn om daadwerkelijk te kunnen concurreren met de grote banken. Daardoor staat niet alleen de winstgevendheid onder druk. Maar ook de mogelijkheid om voldoende kapitaal op te bouwen, om klanten de zekerheid van een stabiele bank te kunnen bieden.

De Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) heeft interesse in een fusie/overname: aandeelhouders van de Geldersche Credietvereeniging kunnen hun aandelen inwisselen: f 1500,- voor f 1000,- aandelen Nederlandsche Handel-Maatschappij. Daarop wordt in 1936 besloten tot deze fusie/overname.

Voor de NHM was de Geldersche Credietvereeniging het eerste kantoor voor de opbouw van haar kantorennet. Tot dan toe was er slechts een hoofdkantoor in Amsterdam geweest met bijkantoren in Rotterdam en Den Haag. Sowieso hadden haar activiteiten vóór de jaren 20 vooral bestaan uit handel en transport, voornamelijk met Nederlands-Indië en Suriname.

September 1944: Forse beschadiging

Gezicht op het pand van de Kamer van Koophandel (rechts) , het verwoeste pand van de Assurantiemaatschappij De Nederlanden van 1845 (links) en het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging (midden), 9/1944-12/1944 (F14518)
Gezicht op het pand van de Kamer van Koophandel (rechts) , het verwoeste pand van de Assurantiemaatschappij De Nederlanden van 1845 (links) en het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging (midden), 9/1944-12/1944 (F14518)

Op 23 september 1944 treft een Duitse granaat een Brits munitietransport, waarop een explosie volgde. Het pand De Nederlanden werd verwoest en dat van de Nederlandsche Handel-Maatschappij raakte zwaar beschadigd: let ook op de stutpalen op de foto.

Advertentie Nederlandsche Handelsmaatschappij: opgave inhoud kluizen (De Gelderlander 4/12/1944)
Advertentie Nederlandsche Handelsmaatschappij: opgave inhoud kluizen (De Gelderlander 4/12/1944)

Na de oorlog

De Algemene Bank Nederland aan het Mariënburg, 3/12/1966 (Fotopersbureau Gelderland via F21368 RAN Auteursrechthouder J.F.M Trum)
De Algemene Bank Nederland aan het Mariënburg, 3/12/1966 (Fotopersbureau Gelderland via F21368 RAN Auteursrechthouder J.F.M Trum)

Na de oorlog zou de NHM haar kantorennet fors uitbreiden.

Advertentie Nederlandsche Handel-Maatschappij: weer dagelijks open (De Gelderlander 27/2/1945)
Advertentie Nederlandsche Handel-Maatschappij: weer dagelijks open (De Gelderlander 27/2/1945)

In ieder geval is de NHM in februari 1945 weer “dagelijks geopend”. Zie ook de foto GN6761 RAN uit 1957, waar boven de marktkraam de NHM te zien is. Afgaande op de deze foto’s, heeft de bank haar tweede verdieping verloren.

In 1964 fuseert NHM nationaal met de Twentsche Bank tot de Algemene Bank Nederland (ABN).

NMB/ING

ING bank, Mariënburg, mei 2016 (Google Streetview)
ING bank, Mariënburg, mei 2016 (Google Streetview)

In 1970 is de bank verbouwd tot NMB (F29837 RAN). Deze bank was afkomstig van de Van Welderenstraat.

https://woneninnijmegen.blog/2023/12/06/middenstandsbank/

Vanaf dat moment zal de NMB en de opvolger ING hier jarenlang zitten.

Nova Marien

In 2006 vindt nieuwbouw plaats in het kader van het project Nova Marien plaats: de voormalige Kamer van Koophandel -een monument- blijft behouden, de rest wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

De nieuwbouw bestaat daarbij uit 20 koopappartementen, met op de begane grond een “commerciële functie”, fietsenkelder en parkeergarage. De gevel van de voormalige Kamer van Koophandel wordt gerestaureerd en de begane grond verbouwd tot “commerciële functie” op de begane grond en 2 koopappartementen.

De opdrachtgever van het project was BtB (Built to Build) uit Den Bosch, de architect Soeters uit Amsterdam.

Afgaande op Google Streetview zit ING hier in ieder geval nog tot juli 2019, in september 2022 echter niet meer. Dan zit Harbor Gym er, die er momenteel (december 2024) nog steeds zit.

Architect Joseph Limburg

Joseph (Jo) Limburg (Den Haag, 2 december 1864 – aldaar, 3 maart 1945) was een Nederlandse ingenieur en architect. Limburg was een zoon van de joodse winkelier in manufacturen Levy Joseph Limburg (1825-1907) en Hester van Raalte (1831-1911). Hij trouwde in 1903 met de kunstenares Marie Constance Antoinette Clant van der Mijll (1864-1945).

Limburg volgde de opleiding aan de Polytechnische School in Delft, waar hij in 1888 afstudeerde.

Bouwstijl

“Zijn ontwerpen waren aanvankelijk neoclassicistisch van aard. In zijn latere werk zijn invloeden van onder meer Hendrik Petrus Berlage en Rudolf Steiner zichtbaar. Hij kan als architect worden gerekend tot de Nieuwe Haagse School.” (wikipedia) Merk overigens op dat het pand dat Limburg ontwerpt voor de Geldersche Crediet Vereeniging naast een pand komt te staan, dat door Berlage in 1912 was ontworpen:

Geldersche Credietvereniging

In 1905 krijgt hij de eerste opdracht van de Geldersche Credietvereeniging: een bank in Maastricht (Rijksmonument). Dit gebouw is nu bekend als Huis met de Pelikaan. Ook ontwierp hij filialen in Groningen en Heerlen.

Prins Hendrikkazerne

In Nijmegen had hij in 1909-1912 de Prins Hendrikkazerne voor de Koloniale Reserve ontworpen. Deze kazerne is gebouwd in de stijl van het rationalisme en is een Rijksmonument. Wanneer Limburg in 1939 75 jaar is geworden, besteedt De Gelderlander 1/12/1939 een klein artikel over hem. In dat artikel wordt “een bankgebouw te Nijmegen” en “het ziekenhuis der koloniale reserve te Nijmegen” genoemd. Wikipedia noemt de Prins Hendrikkazerne: het is mij tot nu toe onbekend of Limburg de hele kazerne heeft ontworpen inclusief ziekenhuis, of alleen het ziekenhuis daarvan.

Overige functies

Limburg had een aantal nevenfuncties, onder andere:

  • Lid van Puchri Studio
  • Lid van de Commissie tot behartiging der vakbelangen van den architect van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst
  • Lid van de Commissie Regelen en Tabel voor de Volkswoningbouw

Overlijden

In 1939 woonde Limburg in Den Haag.

Als Joden moesten Jo Limburg en zijn vrouw tijdens de oorlog onderduiken. Waarschijnlijk zijn ze omgekomen bij een bombardement in 1945, waarbij ook hun onderduikadres in Haagse wijk Bezuidenhout getroffen werd.

Bouwwerken van Jo Limburg

Hieronder wordt het werk van Jo Limburg verzameld:

  • 1899 Villa Anna, Den Haag
  • 1905 Bankgebouw Geldersche Credietvereniging, Maastricht
  • 1909-1912 Prins Hendrikkazerne voor de Koloniale Reserve in Nijmegen
  • 1910 Villa Iep en Duin, tegenwoordig ambassade van Egypte, Badhuisweg 92, Den Haag
  • 1911 Kantoor uitgeverij Martinus Nijhoff, Lange Voorhout 9, Den Haag
  • 1912 Villa Van den Bergh (tegenwoordig Japanse Ambassade), Tobias Asserlaan 2 in Den Haag
  • 1915 Villa Schalder, Den Haag
  • 1918 Bankgebouw Geldersche Credietvereniging, Heerlen
  • 1918-1920 Volkswoningbouw voor de Vereeniging De Volkswoning op de Musschenberg (Vogelwijk) in Arnhem
  • 1924 Tweede Gymnasium, Den Haag
  • 1930 Plein 26: Uitbreiding Sociëteit De Witte, Den Haag

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.noviomagus.nl/Ansichtkaarten/Oorlog/cwdata/oorlog020.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jo_Limburg

Mariënburg

Met een slingerende straat én tevens een soort van plein is de Mariënburg misschien wel een van de straten met…

Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann. Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

Vroom en Dreesmann architectenbureau D. en P. Benning

Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann. Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann.
Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)

Tijdens het bombardement van februari 1944 werd ook de Vroom en Dreesmann op de Grote Markt verwoest. Op 15 januari 1953 werd begonnen met het graven van de bouwput voor de nieuwbouw, waarbij de winkel op 23 maart 1953 officieel werd geopend. Het ontwerp was afkomstig van architectenbureau D. en P. Benning, met J.H. Fokker als projectarchitect.

Het was, net als de naastgelegen HEMA, een modern gebouw: “De nieuwe V&D moest het grootste en meest beeldbepalende gebouw van de herbouwde binnenstad worden.” (Wederopbouwstad)

Daarbij is er een verschil tussen de gevels aan de Broerstraat en de Grote markt: om aan te sluiten bij de andere bebouwing in de Broerstraat maakte Fokker gebruik van kleine vlakken. De gevel van de Grote Markt heeft echter een monumentaal karakter.

De constructie van het gebouw is gemaakt op basis van een betonskelet volgens een zogenaamde “mushroom-systeem”. Daarbij hebben de muren en gevels geen constructieve functie, maar dienen alleen voor de afscheiding van ruimtes. De dakvloeren bestaan uit bimbetonplaten, opgelegd op betonbalken. (Bouw; centraal weekblad voor het bouwwezen, jrg 11, 1956, no. 28, 14-07-1956, 14-07-1956).

Aanvankelijk lag de hoofdingang op de hoek van de Broerstraat en de Burchtstraat, met aan elke straat daarnaast nog een andere ingang.

IntoNijmegen: “Op de foto uit 1955 is goed te zien waar de hoofdingang oorspronkelijk lag, namelijk op de hoek van de Broerstraat met de Burchtstraat. De bouw was toen bijna klaar om grote aantallen klanten te ontvangen in een tijd van opbloeiende economie en naoorlogs optimisme”.

“Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.” (krantenartikel bij de opening, zie hieronder)

Bij de opening

Wanneer de Vroom en Dreesmann in maart 1955 open gaat, wijdt de Gelderlander een uitgebreid artikel aan dit gebouw. Daarbij plaatst de krant 2 foto’s (hier niet opgenomen):

  • De roltrap: “Een van de belangrijkste en interessantste elementen in het nieuwe V. En D.-gebouw is de roltrap, welke de cliënten snel naar de verschillende afdelingen brengt.
  • Van de lunchroom: “De rustige, prettige sfeer welke het nieuwe gebouw van V. en D. te Nijmegen kenmerkt, vindt haar bekroning in de lunchroom, welke uitzicht geeft op de Markt.”

In het hartje van Nijmegen verrees monumentaal modern pand van V & D

Welverzorgd geheel, waarin smaak met zakelijkheid wedijveren

Het nieuwe gebouw van Vroom en Dreesmann, een kolos op de Markt, die evenwel niets van een ruige reus, maar alles van een monumentaal, welverzorgd wereldje op zichzelf weg heeft, is voltooid. Donderdagmorgen zullen de poorten voor het publiek opengaan en zal stad en land van binnen willen zien wat met verwonderde ogen aan de buitenkant is gegist. De verwachtingen zullen niet worden teleurgesteld: tot deze conlusie zijn we gekomen, nadat we gistermiddag enkele uren in het nieuwe V. en D. gebouw hebben rondgewandeld. Ja werkelijk, enkele uren. Zoveel is er te zien en in zich op te nemen. Men kan een museum bezoeken en daarna nog eens rustig over alles denken; de indrukken werken na en telkens opnieuw haalt men zich weer iets van het geziene voor de geest. Zo is het ook na een bezoek aan die nieuwe, aesthetisch zo voortreffelijk verzorgde en vernuftige opgebouwde wereld van V. en D. op de Markt te Nijmegen. De stad zal er vol van zijn, het land zal er van spreken, bouwers van warenhuizen in West-Europa zullen er als een staal van moderne zakelijkheid waarbij een combinatie werd gevonden met de menselijke smaak en met de traditie, naar komen kijken. Nijmegen en de wederopbouw van de binnenstad zijn er goed mee, met deze nieuwe V. en D., die als een magneet het wijde achterland zal aantrekken en waarvan het hele zakenleven te Nijmegen de vruchten gaat plukken.

De directeur Drs. R.J.P. Vroom mag met grote trots op zijn met veel beleid gevoerde en met groot doorzettingsvermogen voltooide activiteit tot deze geweldige bouw van het V. en D. gebouw op de Markt terugzien. We zouden niet weten of deze V. en D. de grootste van het land is met zijn 60.000 kubieke meter inhoud; wel zijn wij er van overtuigd dat op de Nijmeegse Markt een van de modernste warenhuizen van West-Europa is gekomen- een gebouw dat als merkwaardigheid heeft dat alle diensten daarin verenigd zijn op een wijze die aan overzichtelijkheid niets te wensen overlaat.

Niet minder dan vijfhonderd personeelsleden zullen bij de opening in het gebouw van V. en D. dat het hartje van de stad werkelijk weer tot een hartje maakt, werkzaam zijn. In de tijd van een enkele week heeft de overhuizing vanuit het pand op het Keizer Karelplein dat in de loop van deze zomer zal worden afgebroken, naar de Markt plaats gehad. Dag en nacht is er gewerkt om de zaak in te richten, om de goederen te sorteren die elke morgen opnieuw magazijn-vol binnenstroomden, of om de etalages in te richten in de smaakvolle én tevens efficiënte opstelling, welke al voor de opening duizenden en duizenden kjkers aantrekt.

Inrichting

Architect P. Benning uit Nijmegen, die zich mag verheugen over de geslaagde uitvoering van zijn plannen begon in samenwerking met de N.V. Dura’s Aannemingsmaatschappij te Rotterdam op 15 Januari met de spectaculaire werkzaamheden tot de bouw. Op die dag werd de bouwput gegraven van het thans voltooide gebouw, waarvan de grondoppervlakte bestaat uit 2739.75 vierkante meter. Voor de verkoopruimte bestaat het vloeroppervlak 6269 vierkante meter; voor de dienstruimte uit 2606 vierkante meter, voor de magazijnen uit 1930 vierkante meter. Aan de Markt is het pand 60 m. lang, aan de Broerstraat 40 m.

Architect Benning construeerde het gebouw zo, dat de verkoopruimten konden worden ondergebracht op de begane grond, op de eerste verdieping en in een gedeelte van de onder-étage.

In het achterste gedeelte van de onder-etage zijn twee verdiepingen geprojecteerd die beide dienstruimten bevatten.

Daar het expeditieterrein achter het gebouw ongeveer 3.30 m. lager ligt dan de begane grond, was het mogelijk in de bovenste verdieping van de onder-etage de expeditie en ontvangst goederen onder te brengen, met de diverse neven-ruimten. In de onderste kelderruimten zijn ondergebracht enige magazijnen en de centrale verwarmingsruimten. Deze magazijnen zijn naast trappen door middel van goederenliften verbonden met de expedities en ontvangstgoederen. Op het niveau van de verkoopruimte in de onder-etage zijn langs de Grote Markt de etaleursruimten met decoratie-afdeling geprojecteerd, langs de zijde Broerstraat een magazijn. De indeling van de tweede verdieping is bepaald door een groot magazijn, waaromheen diverse dienstruimten zijn gegroepeerd. Aan de zijde Grote Markt en Broerstraat zijn de diverse kantoorruimten geplaatst, waarachter, gescheiden door een gang, het keukencomplex. Aan de achterzijde van het gebouw zijn de diverse atelierruimten gelegen. Hiernaast bevindt zich het casino, aansluitend op een ruim dakterras, waarvan het door een glaswand is gescheiden. Het casino is op het zuiden geprojecteerd. In het gebouw bevinden zich drie diensttrappenhuizen, waarvan twee doorgaan tot het dak. De verkoopruimten zijn onderling verbonden door een centrale trap terwijl zowel bij de ingang Broerstraat als bij de hoekingang een trap van de verkoopruimte begane grond naar de onder-etage voert. In het achtergedeelte van de begane grond geeft nog een secundaire trap verbinding met de eerste verdieping.

Op de eerste verdieping is de lunchroom gelegen met uitzicht op de Grote Markt. Het hier achter liggende buffet met spoelkeuken geeft door middel van drie spijsliften contact met het keukencomplex op de tweede verdieping. Eén spijzenlift is permanent verwarmd.

De gevels

Vroom & Dreesman op hoek Grote Markt, Broerstraat, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F15279 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Vroom & Dreesman op hoek Grote Markt, Broerstraat, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F15279 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)

De gevels van Grote Markt en Broerstraat zijn opgetrokken van natuursteen.

Daar Grote Markt en Broerstraat onderling sterk van karakter verschillen, is ook de vormgeving van de beide gevels constrasterend. Aan de zijde van Grote Markt werd gestreefd naar een enigszins monumentaal karakter, terwijl in de gevel langs de Broerstraat gepoogd werd de schaal en maat van de aansluitende bebouwing zoveel mogelijk aan te passen. Door het toepassen van natuursteen van de zelfde soort en kleur aan beide gevels, werd getracht toch een relatie tussen beide te verkrijgen. Hiertoe werken ook mee de doorgaande etalages met gelijksoortige ingangen aan Broerstraat en Grote Markt. Deze zijn uitgevoerd in ge-anodiseerd aluminium in twee kleuren, terwijl de kleurencombinatie van de hoekingang het negatief vertoont van die der beide andere ingangen. Door het oplopen van zowel Broerstraat als Grote Markt ligt de hoekingang ongeveer 1.30 m. hoger dan de beide andere ingangen. Dit hoogte-verschil werd opgevangen door de ingangsportalen en door de aansluitende gedeelten van de begane grond vloer hellend te leggen. De achtergevel laat de indeling van het gebouw zien. De expeditie-ruimten en ontvangst goederen zijn voorzien van een open wand om zoveel mogelijk licht binnen te krijgen. Daar boven is de opbouw van twee lagen verkoopruimten, voorzien van ruime ventilatie-mogelijkheden; de bovenste verdieping, bevattende dienstruimten is duidelijk van de andere lagen gescheiden door afwijkende gevelbehandeling.

Het interieur

“Atmosfeer”, dat is het kenmerk van de verschillende verkoopafdelingen, waarbij de heer J.J. Michels en zijn organisatie die dit uiterst belangrijke onderdeel van de bouw verzorgden en vooral op bedacht waren om de klant te gerieven en prettig te stemmen. Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.

Weten ze de weg niet, dan kunnen ze zich wenden tot een geheel aparte en unieke stand voor inlichtingen. Hier worden ze op prettige wijze te woord gestaan. De inlichtingen beperken zich evenwel niet alleen tot V. en D., maar gaan veel verder en hebben ook betrekking op alles wat er in de stad aan accommodatie en vermaak te doen is.

Ze strekken zich zelfs uit over bus- en treinverbindingen en het is niet onwaarschijnlijk dat men hier in de toekomst ook zijn toegangskaartjes voor de verschillende vermakelijkheden kan krijgen.

De heer Michels heeft de plattegrondindeling van de parterre en van de eerste etage zo gemaakt dat het publiek zich gemakkelijk verspreidt over het gehele oppervlak en langs vele wegen het imponerende trappenhuis en de roltrap kan bereiken, zonder verkeersopstoppingen.

De klant kan vlug een overzicht krijgen van de artikelen en snel bediend worden; daarvoor werd het systeem van de vereenvoudigde verkoop en van de pré-selectie toegepast, waarbij verrassende nieuwe vondsten in practijk werden gebracht. Daarbij wordt getracht zoveel mogelijk goederen in gebruik te tonen. Elke afdeling kreeg een eigen karakter, dat het best past met de aard van de goederen die daar worden verkocht.

De ontwerpers zijn er uitstekend in geslaagd om een harmonie tot stand te brengen tussen de verschillende afdelingen en het geheel van het warenhuis; dit werd bereikt dank zij een samenspel van inrichting, kleur, verlichting, het materiaal en de opstelling van het meubilair.

Lunchroom

Een heel bijzonder element, een element van rust en ontspanning, neemt in deze wereld van vooruitgang en traditie de lunchroom in, waar meer dan driehonderd mensen een plaats kunnen vinden aan ruime, gedistingeerde zitjes van waaraf men een goed uitzicht heeft op de Grote Markt, welke nu weer als bij toverslag ten leven is gewekt. Opvallend is in deze royale ruimte de verlichting, waarvan de schalen bestaan uit Venetiaans glas dat een voorname toon heeft.

Een glazen wand scheidt de verkoopafdeling van de lunchroom. Dit siervenster is een geschenk van het gezamenlijk personeel van Nijmegen, Venlo en Tiel aan de directie van V. en D. te Nijmegen. Lambert Simon ontwierp dit geschenk, dat werd uitgevoerd door bij F. van Tetterode te Amsterdam. De drie personeelsgroepen worden voorgesteld door de wapens van Nijmegen, Venlo en Tiel. Symbolisch voor de leidende positie van het bedrijf te Nijmegen, domineert de dubbelkoppige Nijmeegse adelaar in het geheel. Het siervenster werd bewerkt in een combinatie van zandstraal- frais- en polijstechnieken. Lambert Simon ontwierp eveneens een raam aan de andere zijde van de lunchroom, het raam met de jager. Dit is eveneens een geschenk van het personeel.

Van de hand van genoemde kunstenaar zijn ook de bijzonder geslaagde afbeeldingen aan de buitenzijden van de roltrap, versieringen met uitgeschulpt glas. Op de ene afbeelding wordt de geschiedenis verhaald van Prins Willem, die in de omgeving van Nijmegen van zijn gezelschap verwijderd raakte en weer op het goede spoor kwam door het klokgelui van de Sint Steven. De andere afbeelding verhaalt Karel ende Elegast. Het is een daad welke getuigt van culturele zin om deze op zo hoog peil staande afbeeldingen te laten aanbrengen.

Warmte

We zouden tal van nieuwe vindingen kunnen memoreren, welke in het gebouw van V. en D. in toepassing zijn gebracht; vindingen van verkooptechnische aard, maar ook vindingen in de bouw en de inrichting. Het zou ons te ver voeren. We willen evenwel niet verzuimen te wijzen op de verwarming, welke zich niet alleen uitstrekt over het hele complex, maar zelfs de grenzen daarvan te buiten gaat. Ze zoekt de cliënt op, al in het portiek. Wie naar binnen gaat voelt zich aangenaam verrast door de warmte-golf die naar buiten stroomt. Bovendien heeft dit als belangrijk voordeel dat de grote deuren, die de cliënten uitnodigen naar binnen te kome, bijna het hele jaar door, zelfs in het koude seizoen, open kunnen blijven.” (De Gelderlander 22/3/1955)

De voormalige V en D, Broerstraat
De voormalige V en D, Broerstraat

Verdeelde mening

Vooral de gevel aan de Grote Markt, samen met die van de HEMA, verdeelt de meningen, vooral over de vraag of deze gevels bij het historische karakter van de Grote Markt.

Een mooi artikel uit 2023 is hierover te lezen in de Gelderlander op: Zijn warenhuizen aan de Grote Markt niet om aan te zien? ‘Over twintig jaar denken we er anders over

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.intonijmegen.com/ontdek-nijmegen/wijken-in-nijmegen/binnenstad/bijzondere-gebouwen

Grote Markt

Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Grote Markt zijn verschenen. Eerst echter een korte geschiedenis. Beide zullen van…

Al mot ik krupe beeld Burchtstraat 20230728
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Kunstwerken

Al mot ik krupe, beeld van Toon Heijmans

Al mot ik krupe beeld Burchtstraat 20230728
Al mot ik krupe beeld Burchtstraat (juli 2023)

“Al mot ik krupe” is een beeld van Toon Heijmans. Het was een geschenk van het Prinsenconvent aan de stad Nijmegen ter ere van haar 2000-jarig bestaan. Het kunstwerk beeldt de eerste regels van “Al mot ik krupe” uit, een lied van Groadus van Nimwegen.

“Al moet ik krupe

Op blote voeten goan

ik wil nog een keer

Sint Steven heuren sloan”

Dit nummer is een carnavalsnummer, wel Theo Eikmans/Graodus fan Nimwegen in 1952 samen met Jan Lourense heeft geschreven. Uiteindelijk zou het in 1978 als single verschijnen.

Verdwenen Nijmegen

Al mot ik krupen op blote voeten gaon (december 2025)
Al mot ik krupe op blote voeten gaon (december 2025)

Opvallend genoeg is de inhoud van het liedje vrij melancholisch: over een Nijmegen dat er niet meer is:

“Woar is toch de Liendenberg
Woar is de zeigelboan
Woar is toch die verkensmert
En die mooie langeboan
Alles is afgebroken
Geen huus is blieven stoan”

De hele tekst is te vinden op: https://nijmegenklinkt.nl/wp-content/uploads/2016/05/Al-mot-ik-krupe-songtekst.pdf (tevens bron)

Een mooi artikel over de totstandkoming van het liedje is te vinden op: https://www.gelderlander.nl/nijmegen/biografie-van-een-stadslied-hoe-al-mot-ik-krupe-uitgroeide-tot-het-officiele-volkslied-van-nijmegen~ac319937/

Toon Heijmans

Antonius Arnoldus Maria Heijmans (Nijmegen 19 october 1926 – Nijmegen 27 mei 2018) was een leraar en kunstenaar.

Ad Lansink schreef op zijn site een biografie naar aanleiding van diens overlijden.

Officieel Stadslied

Al mot ik krupen... Ik wil nog een keer sint steven heuren slaon
Al mot ik krupe… Ik wil nog een keer sint steven heuren slaon

Sinds 17 december 2025 is Al mot ik krupe het officiële stadslied van Nijmegen. Het was een idee van burgemeester Bruls, die afgelopen 10 jaar had gemerkt dat het liedje het “inofficiële stadslied” was. Daarom vond hij het een goed idee om er het officiële stadslied van te maken. Zie het filmpje op de site van RN7:

https://www.rn7.nl/nieuws/artikel/embargo-al-mot-ik-krupe-uitgeroepen-tot-officieel-stadslied-van-nijmegen

(Overige) Bronnen en verder lezen

Kunst op Straat

Burchtstraat

De Burchtstraat is al eeuwenlang een van de belangrijkste straten van Nijmegen. Eeuwenlang was deze van belang doordat het de…

Gerzon architecten Reynen en Lelieveldt

In 1931 had Gebr. Gerzon’s Modemagazijnen uit Amsterdam een filiaal aan de Korte Burchtstraat 17-19 geopend, welke in de Tweede…

Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Molenstraat

Molenstraatkerk

Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)

De oude Molenstraatkerk werd tijdens het bombardement van 1944 beschadigd. Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij blijft het oude, neo-gotische koor behouden.

Door het bombardement van 22 februari 1944 raakt de kerk zwaar beschadigd. Er kwamen daarbij in ieder geval 7 vrouwen om het leven; vanwege de carnaval was het veertigurengebed aan de gang.

Het gebouw wordt na het bombardement provisorisch hersteld van maart 1944 tot Pasen 1946, naar de plannen van architect J. Coumans. Daarbij werd de kerk verkleind, omdat de overheid had bepaald dat de kerk alleen hersteld mocht worden met materiaal afkomstig uit de gebombardeerde kerk.

Nieuwbouw

Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij werd het oude, neogotische, koor en trancept opgenomen in de bouw van deze Molenstraatkerk: “. Het voorste gedeelte, waar het priesterkoor zich bevindt, werd daarmee zo harmonisch mogelijk verenigd. Duidelijk zijn de neogotische en jaren ’60-structuren te herkennen. De kleur rood en de strakke glas-in-loodramen verbinden beide delen harmonisch.” https://www.stefanus.nl/?view=article&id=46:petrus-canisiuskerk (zie hier ook voor een beschrijving van de kerk)

De klokkentoren bestaat uit een kolom van baksteen. Hij is geïnspireerd op de Italiaanse campanile; een campanile is losstaande klokkentoren. Ook de torens van het station en de Dominicuskerk zijn geïnspireerd op een dergelijke toren.

Aan de voorkant is een galerij, welke als buffer tussen de drukte van de winkelstraat en de kerk dient. Daarbij maakten kunstenaars versieringen op de vloer in de vorm van 2 mozaïeken en boven de ingangen zijn betonnen versieringen. De galerij aan de voorzijde dient als buffer tussen de drukke winkelstraat en de kerk. Beeldende kunstenaars maakten versieringen: de vloer is ingelegd met twee mozaïeken. Boven de drie ingangen zijn ronde betonnen versieringen aangebracht met Bijbelse voorstellingen. Een opvallende versiering tussen de zuilen is het Christusmonogram.

Christusmonogram

(Overige) Bronnen en verder lezen

Detail Kerstgroep, gemaakt door Wim van Woerkom, Molenstraatkerk (december 2025)
Detail Kerstgroep, gemaakt door Wim van Woerkom, Molenstraatkerk (december 2025)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Molenstraatkerk

https://www.intonijmegen.com/locaties/4055380606/petrus-canisiuskerk

https://nl.wikipedia.org/wiki/Campanile_(klokkentoren)

Molenstraat

Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Molenstraat zijn verschenen. Geschiedenis van de Molenstraat De weg die tegenwoordig Molenstraat…

Kreymborg architect Kramer

In september 1953 opent Kreymborg haar nieuwe nieuwe winkel op de hoek van de Ziekerstraat en Molenstraat. Deze is herbouwd…

Boekhandel Kloosterman in de Broerstraat: gezien vanuit de Molenstraat, midden rechts de Pauwelstraat; op de achtergrond het restant van de door oorlogsverwoestingen gehavende St. Dominicuskerk, 1950 (Commissariaat van Politie afd Fotografie via F15109 CC0) architect Lelieveldt
#Nijmegen, Broerstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Boekhandel Kloosterman Broerstraat architect Lelieveldt

1950 Broerstraat 68, Plein 1944 147-150 Centrum

Boekhandel Kloosterman in de Broerstraat: gezien vanuit de Molenstraat, midden rechts de Pauwelstraat; op de achtergrond het restant van de door oorlogsverwoestingen gehavende St. Dominicuskerk, 1950 (Commissariaat van Politie afd Fotografie via F15109 CC0) architect Lelieveldt
Boekhandel Kloosterman in de Broerstraat: gezien vanuit de Molenstraat, midden rechts de Pauwelstraat; op de achtergrond het restant van de door oorlogsverwoestingen gehavende St. Dominicuskerk, 1950 (Commissariaat van Politie afd Fotografie via F15109 CC0)

Een van de eerste gebouwen dat herbouwd is, is dat van boekhandel Kloosterman. Architect Lelieveldt zorgde voor het ontwerp. Deze boekenwinkel had al vele jaren bestaan, totdat het bombardement van februari 1944 het pand verwoestte.

Ook Plein 1944 147-150 maakt onderdeel uit van dit gebouw: let op de Phoenix bovenin Augustijnenstraat 147-150!

Vooraf: Kloosterman op de Broerstraat

Kloosterman (het witte gebouw op de achtergrond, recht de straat inkijkend): Gezien vanuit de Molenstraat. Rechts de Ziekerstraat, links de Zeigelbaan. Op de achtergrond boekhandel Kloosterman op de hoek van de Houtstraat, 1925-1930 (F15124 RAN)
Kloosterman (het witte gebouw op de achtergrond, recht de straat inkijkend): Gezien vanuit de Molenstraat. Rechts de Ziekerstraat, links de Zeigelbaan. Op de achtergrond boekhandel Kloosterman op de hoek van de Houtstraat, 1925-1930 (F15124 RAN)

Boekhandel Kloosterman zat al vele jaren op de hoek van Broerstraat met de Houtstraat. Hoewel de geschiedenis nog na moet worden gegaan, is er ook een foto uit 1887 gevonden, zie GN604.

Jan Franciscus Kloosterman (Nijmegen, 5/5/1823) komt in het Bevolkingsregister van 1860 voor als Commissionair in Koren en Boekhandelaar; in 1850 was het “koopman”.  Op 6 juni 1866 overlijdt hij. Hij is getrouwd met Johanna Cecilia van der Heijden (Nijmegen, 28/11/1817). Ook Johan Philip Christiaan Mesenig (Xanten, 12/2/1836) komt dan al op dit adres voor. Daarbij is moeilijk na te gaan wat er gebeurd: volgens de kaart van het Bevolkingsregister 1860 vertrekt hij naar ’s Hertogenbosch op 28-6-1866, hoewel hij ook op de kaart van 1870 voorkomt, waarbij hij vertrekt naar Wijk C 29.

In ieder geval draagt de Weduwe J.F. Kloosterman in juli 1885 de firma over aan Joh.P.C. Mesenig “die mij sedert 19 jaren trouw assisteerde” (advertentie PGNC 17/7/1885).

Vervolgens neemt neemt Gerard J.A.M. Janssen in mei 1893 de firma J.F. Kloosteman over van Joh.P.C. Mesenig (PGNC 16/5/1893).

Nieuwbouw door architect Lelieveldt

Kloosterman’s Boekhandel, Architect J.A. Lelieveldt, getekend 25-11-1949 (D12.410205) Hoek Plein 1944 en Broerstraat
Kloosterman’s Boekhandel, Architect J.A. Lelieveldt, getekend 25-11-1949 (D12.410205)

Architect J.A. Lelieveldt ontwerpt in het nieuwe gebouw van Kloosterman, op de hoek van Plein 1944 en Broerstraat.

Phoenix

Phoenix met 1950 op Plein 1944
Phoenix met onder de vleugels “1950” op Plein 1944

In het gebouw bevindt zich een bijzondere gevelsteen: dat van een Phoenix met onder de vleugels het jaar 1950, als teken dat ook Nijmegen uit de brand verrijst. De tegel bevindt zich boven de ramen van de Augustijnenstraat.

Bij de opening van Kloosterman

Chris le Roy bespreekt de nieuwe boekhandel van Kloosterman aan de hand van een gevelsteen.

Een gevelsteen: Zegel op het bouwwerk”

Het wordt ernst met de wederopbouw van Nijmegen en het doet goed te zien en te beleven hoe er gewerkt wordt, wat er tot stand wordt gebracht. Straks zal inderdaad een ruimer, een grootser Nijmegen, een feit worden, een Nijmegen, dat open staat voor …(?), en waar de vreemdeling gaarne toeft; een stad die, hoe specifiek zij ook moge georiënteerd zijn, niets meer wil weten Van die middeleeuwse tendensen, die slechts verstikkend kunnen werken ten opzichte van een algemeene ontwikkeling, die een …aad voor elke gemeenschap. Reeds in vroegere jaren schreven we over de wederopbouw van Nijmegen en spraken de hoop uit, dat onze kunstenaars zouden worden betrokken bij die wederopbouw.

Het gebeurt, gelukkig, maar nog te weinig.

Eén bouwwerk wil ik lichten uit alle anderen op dit ogenblik. Het is de nieuwe boekhandel firma Kloosterman (d.w.z. de heer Janssen (?)). Eenvoudig, sterk en doelmatig staat hij daar. Meer.. wezen wij er op, dat de ..komst de stijl moet zijn van de doelmatigheid. Doelmatigheid is hard en houd geen stand.

Er is een doelmatigheid, waaraan zich koppelt sobere sier en tooi, verlichting en gerief. En dat is toegepast bij de bouw van de zaak daar in de Broerstraat, dat is gevoeld door genoemde heer Janssen.

De architect, de heer Lelieveldt, heeft het begrepen, en zijn werk… geheel is van buiten en binnen een werk geworden, dat het stadsbeeld siert op een voortreffelijke wijze.

Onze taak bepaalt zich er toe te zien naar het werk, dat behoort tot de elementen, die de doelmatigheidsstijl tot een waarachtige stijl maken, tot één dus, die blijvend zal staan in de tijd van heden en straks.

Daar is dan van buiten de gevelsteen, gebeeldhouwd door de beeldhouwer Jacq. Maris.

De functie van deze steen is, zoals de heer Janssen het uitdrukte, dat hij zal wezen: “zegel van het bouwwerk”.

En dat is deze steen, in gave synthese bewerkt, voorstellende een vrouwfiguur en een manfiguur, symboliserende poëzie en proza. Het geheel gebonden door een reliëfband, waarin s opgenomen, wat het bouwwerk, waarvan die steen het zegel is te bieden heeft, boeken o.a. op velerlei gebied en wij hopen voor al die werken in algemene zin, dat zij Gods zegen meedragen in de huizen der mensen. En juist omdat het zó is met dit bouwwerk, dat een zegel draagt van Maris’ hand, zó zuiver gevoeld en begrepen, hebben wij zo’n achting voor deze ganse prestatie, voor het geheel. Er is méér. Aan beide zijden prijkt de naam Kloosterman, niet “zó maar”, doch zuiver van verhouding en kleurtoon tot het geheel. De zijgevel zag in zich opgenomen een reclame voor een vulpen. Dit is geen eenvoudige zaak. Ook de oplossing voor deze reclame is af en volkomen geslaagd, naar kleur, opstelling en letterschrift.

Advertentie Storm over Nijmegen (De Gelderlander 18/7/1945)
Advertentie Storm over Nijmegen (De Gelderlander 18/7/1945)

Het boekje “Storm over Nijmegen is verkrijgbaar bij Kloosterman’s boekhandel.

Hierin beschrijft W. Imar Kula de september van 1944. Tegenwoordig staat het boek online

Wij gaan naar binnen onder het stenen zegel door en bezien het interieur.

Logisch, als een orgaan, onverbrekelijk verbonden met het geheel, is het ingezonken open kantoor met de telefoon, alweer zuiver van verhouding in de compositie van dit geheel.

Er zijn daar binnen 4 langwerpige, opstijgende gebrandschilderde ramen, die de aandacht waard zijn, ramen, die geheel voldoen aan het door laten van getemperd buitenlicht in een straat.

Deze gebrandschilderde ramen bleven glas en zijn geformeerd en bewerkt door de Sittardse glazenier Rummens. Daar is de “boekenwurm”, geestig, rustig, uitstekend, en zo is het ook met de andere ramen, vooorstellend Laurens J.zn. Koster, Joost v.d. Vondel en “Leves spiëntiae”.

Ja, hier is een bouwwerk, waarin met recht een 100-jarig jubileum mocht worden gevierd kort geleden. Het is, dunkt ons, ook voor onze gemeente-bestuurderen wel zeer verblijdend, een dergelijk pand te zien opgenomen in ons stadsbeeld en wij hebben en stil vermoeden ook denkende aan de medewerkende kunstenaars, dat onze Burgemeester en zijn secretaris voldoening hebben gevoeld over dit resultaat. De gevelsteen, het gebrandschilderde raam, het mozaïek, het uithangbord (in velerlei vorm) en onze nieuwe specifieke reclamekunst zijn in het grote stadsbeeld niet alleen onmisbaar, maar zijn maatstaf tot dat, wat er in een stad leeft en hoe het leeft. Het zijn de levende verluchtingsmogelijkheden van formaat en dienen aan kunstenaarshanden te worden toevertrouwd.

Een gelukwens met een aanwinst voor Nijmegen, zoals het door ons besproken bouwwerk er een is, mocht van af deze plaats niet worden nagelaten.

Chris le Roy” (Nijmeegsch dagblad, 18-10-1950)

Muurschildering Minerva, Pegasus en Mercurius

Op de bovenste foto is de vulpen die Le Roy noemt goed te zien. Hij noemt in ieder geval 1 kunstwerk niet bij naam: een muurschildering op de trappengalarij uit 1952 van Ted Felen. Hierop staan Minerva, Pegasus en Mercurius. Een foto is vinden op GN3844. de muurschildering is bij de sloop verloren gegaan.

Vervolg

Kloosterman links op de hoek in 1966: gezicht in noordelijke richting, vanaf boekhandel Kloosterman (links) en schoenwinkel Van Haren (rechts) op de hoek van de Broerstraat , gezien in de richting van de Grotestraat
Kloosterman links op de hoek in 1966: gezicht in noordelijke richting, vanaf boekhandel Kloosterman (links) en schoenwinkel Van Haren (rechts) op de hoek van de Broerstraat , gezien in de richting van de Grotestraat (Fotopersbureau de Gelderlander, auteursrechthouder J.F.M. Trum via F21336 RAN CCBYSA)

Kloosterman heeft nog vele jaren op deze locatie gezeten.

Uit eigen herinnering: eind jaren 80/begin jaren 90 is zij verhuisd naar een pand aan de overkant.

Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Gerzon architecten Reynen en Lelieveldt

Burchtstraat 3/3a/3b, 1955, Gemeentelijk monument

Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)

In 1931 had Gebr. Gerzon’s Modemagazijnen uit Amsterdam een filiaal aan de Korte Burchtstraat 17-19 geopend, welke in de Tweede Wereldoorlog verloren ging. Ze had een noodwinkel op de Mariënburg. Gerzon is begin maart 1954 verhuisd naar de nieuwbouw in de Burchtstraat. Het is een ontwerp van de Rotterdamse architect J.A. Lelieveldt, welke hij in samenwerking met W.Th. Reynen maakte.

Lees hier over de vooroorlogse Gerzon:

De modewinkel van Gerzon aan de noordzijde van de Korte Burchtstraat, gezien vanuit de Lange Burchtstraat in westelijke richting, 1939 (ir. J.G. Deur via F15333 RAN CCBYSA)

Het vooroorlogse Modehuis Gerzon aan de Burchtstraat

De meeste mensen kennen Gerzon als het pand aan de Burchtstraat, een van de hoogtepunten van de wederopbouwarchitectuur. In 1931 had Gerzon haar Nijmeegse filiaal geopend, waarbij W.Th. Reijnen de architect was. Het pand werd in 1944 verwoest.

In december 1952 vertelt de Gelderlander over de voortgang van de bouw van Gerzon. Eind 1953 zal niet gehaald worden, maart 1954 wel:

Belangrijk project in de binnenstad: Bouw van Gerzons nieuwe pand in de Burchtstraat reeds begonnen

Burchtstraat gezien in westelijke richting, in de richting van de Grote Markt ; De Korte Burchtstraat is na de wederopbouw aanzienlijk verbreed. Rechts de nieuwe winkels van Peek Cloppenburg en Gerzon. Links op de hoek van het stadhuis het nieuwe Mariabeeld van Devotie, gemaakt door Albert Termote, datering 1953 (dr. Jan Brinkhoff via D74 RAN)
Burchtstraat gezien in westelijke richting, in de richting van de Grote Markt ; De Korte Burchtstraat is na de wederopbouw aanzienlijk verbreed. Rechts de nieuwe winkels van Peek Cloppenburg en Gerzon. Links op de hoek van het stadhuis het nieuwe Mariabeeld van Devotie, gemaakt door Albert Termote, datering 1953 (dr. Jan Brinkhoff via D74 RAN)

Achter klassieke gevel verbergt zich een moderne bedrijfsruimte

Achter klassieke gevel verbergt zich een zeer economische bedrijfsruimte, die reeds begint in het souterrain. Hier bevinden zich de centrale verwarmingsinstallaties, de kluis, de hoogspanningsruimte, garderobe, rijwielbergplaats, expeditie, een ruimte waar de inkomende goederen kunnen worden verwerkt en de magazijnen. De verkoopruimte is op de begane grond en de confectie-afdeling op de eerste verdieping.

De ateliers zullen worden ondergebracht op de tweede verdieping, terwijl hier tevens de party en de keuken voor het personeel zullen vinden, met de daarbij behorende magazijnen. De kroon op het geheel wordt gevormd door een dakterras. In het dienstgedeelte zal men tenslotte nog het kantoor, vertrek voor de directie, magazijn voor de confectie en etaleursruimte kunnen aantreffen.

Het imposante bouwwerk is aangenomen door de N.V. Bataafsche Aannemingsmaatschappij te ’s Gravenhage, maar dit heeft niet belet, dat talrijke Nijmeegse arbeiders hier volop werk zullen vindne. Bovendien Wordt veel werk uitgevoerd door Nijmeegse onderaannemers, zodat het stadsbelang hier weer van verschillende kanten gediend wordt.

Enige technische bijzonderheden voegen we hierbij, teneinde de indruk voor de lezer zo volledig mogelijk te maken.

Zoals veel moderne gebouwen zal dit eveneens een betonskelet hebben, terwijl het verder wordt afgewerkt met bakstenen en imitatie-natuursteen. De kleur hiervan is nog niet bekend, daar dit een uitermate moeilijk probleem vormt. Onder de ramen zal beeldhouwwerk worden aangebracht, maar hiervoor is nog geen definitieve opdracht verstrekt.

Breedten

De frontbreedt aan de Burchtstraat zal 20.20 meter beslaan en aan de Mr. Hermanstraat (tussen Gerzon en Peek & Cloppenburg) 27 meter. Aan de Platenmakerstraat zal deze 20 meter in beslag nemen; zodat het pand aan drie kanten volkomen vrij komt te liggen. De totale inhoud bedraagt ongeveer 9000 kubieke meter. De etalagewanden zullen een gezamenlijke lengte van ongeveer 82 meter beslaan, hierbij zijn de portiek-etalages (dus binnen) inbegrepen.

Wanneer alles naar wens verloopt dan zal het geheel in het najaar van 1953, dus volgend jaar, gereed zijn, waardoor de Burchtstraat en het winkelcentrum wederom een fraai pand rijker zijn.

De architecten hebben speciaal rekening gehouden met het feit dat Gerzon tegenover het stadhuis komt te liggen en dat is dan ook de reden, dat zij hun ontwerp een klassieke stijl hebben gegeven. Dit veroorzaakte uiteraard speciale moeilijkheden, maar zoals de tekening laat zien, zijn deze zeer verantwoord opgelost.

(De Gelderlander 27/12/1952; hier is ook een tekening opgenomen)

Verhuizingsopruiming Gerzon, waarbij ‘begin maart’ verhuizing zal plaats vinden (De Gelderlander 25/2/1954)

In de hierboven afgebeelde advertentie meldt Gerzon hun grote verbouwingsopruiming. Een advertentie in De Gelderlander 9/3/1954 kondigt een veiling op 12 maart aan in het voormalig gebouw “Gerzon”, Mariënburg, aan.

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

Bij de opening


Straatbeeld uit de jaren vijftig, gezien in de richting van Kelfkensbos, met links vooraan Modemagazijn Gerzon. Rechts, in het midden op de open plek, wordt in 1958 bioscoop Scala gebouwd, die in 1999 weer wordt gesloopt voor de aanleg van de huidige Marikenstraat. Op de achtergrond is het pand van woninginrichter Piet Hoefsloot in aanbouw (Jeroen van Lith via D1052 RAN CCO) architecten Lelieveldt en Reynen
Straatbeeld uit de jaren vijftig, gezien in de richting van Kelfkensbos, met links vooraan Modemagazijn Gerzon. Rechts, in het midden op de open plek, wordt in 1958 bioscoop Scala gebouwd, die in 1999 weer wordt gesloopt voor de aanleg van de huidige Marikenstraat. Op de achtergrond is het pand van woninginrichter Piet Hoefsloot in aanbouw (Jeroen van Lith via D1052 RAN CCO) architecten Lelieveldt en Reynen

Fa Gerzon is terug in de Burchtstraat

In het bijzijn van burgemeester en mevrouw Hustinx, wethouder Duives en vele andere genodigden, is gistermiddag het bijzonder fraaie modemagazijn geopend, dat de N.V. Gerzon heeft laten bouwen aan de Burchtstraat. Burgemeester Hustinx, die de directie van Gerzon namens het gemeentebestuur feliciteerde, sprak van een “monumentaal, haast majesteus gebouw” en daarbij overdreef hij niet. Zowel van de buitenkant als binnen is het Nijmeegs filiaal van Gerzon een bijzonder fraai bouwwerk geworden; een fonkelende edelsteen aan de kroon van deze uit puin herrezen winkelstraat.

Veel waardering

Tijdens de openingsplechtigheid werd gistermiddag eerst gesproken door de algemeen directeur de heer E. Wolf uit Amsterdam, die in herinnering bracht dat de N.V. Gerzon reeds ongeveer twintig jaar zijn filiaal heeft in Nijmegen. In 1941 werd onder druk van de bezetters de directie vervangen door een Verwalter, aan wiens werk het te wijten was, dat in 1943 verscheidene filialen, waaronder dat te Nijmegen, moesten worden gesloten. Later werd dit gebouw door de terugtrekkende Duitsers volledig verwoest.

Spreker memoreerde dat in 1946 een fraaie noodwinkel in gebruik kon worden genomen, mede dank zij de belangrijke hulp van de heren Verbeek, makelaar en Reijnen, architect. De plannen voor een nieuw gebouw moesten enkele malen ingrijpend worden gewijzigd, doch met hetgeen tenslotte tot stand is gekomen, kunnen allen bijzonder tevreden zijn.

Burgemeester Hustinx toonde zich zeer verheugd over het gereed komen van dit nieuwe modemagazijn en prees de wijze waarop men na de oorlog de herbouw heeft aangepakt. Gerzon heeft het wel bijzonder zwaar te verduren gehad; niet alleen ging het pand volkomen verloren, doch bovendien hebben door de verdwaasde rassenhaat van de Duitsers vierhonderd medewerkers van de staf van Gerzon het leven gelaten (Dit betreft de gehele Gerzon keten, dus niet alleen Nijmegen). Aan het slot van zijn toespraak richtte de burgemeester speciale woorden van lof tot de aannemersfirma, die de herbouw van het pand op bijzonder lofwaardige wijze heeft voltooid.

De heer W.Th. Reijnen, architect, die mede sprak namens zijn collega de heer Lelieveldt uit Rotterdam, wees op verscheidene bijzonderheden in dit gebouw. Het nieuwe modehuis heeft een voorgevel ter breedte van 20,22m. en een zijgevel ter breedte van 27m. De hoogte bedraagt 14 meter. De oppervlakte beslaat 566 vierk. meter en de nuttige verkoopruimte 810 vierk. meter. Recht tegenover de hoofdingang bevindt zich tegen de achtergevel het grote trappenhuis, dat fraai van verhoudingen, materialen en kleuren is. Er is een prachtig glas-in-lood-raam aangebracht, waarop de Nijmeegse glazenier Wim van Woerkom de mode in al haar verschijningsvormen heeft afgebeeld. Op de buitenzijde van het gebouw zijn door Jac. Maris te Heumen op kunstzinnige wijze beeldhouwwerken aangebracht, die eveneens betrekking hebben op de mode. Spreker vertelde nog, dat het gebouw op een nog geheel nieuwe wijze wordt verwarm, n.l. door een zogenaamde plafondverwarming van het systeem Fenger.

Hierdoor behoefde geen ruimte te worden afgestaan voor het plaatsen van radiatoren. De bouw werd op voortreffelijke wijze uitgevoerd door de Bataafse Aannemingsmaatschappij te Den Haag.

De bedrijfsleidster, mevr. C. Zicks, voerde tenslotte het woord namens het geheele personeel en bood daarbij een bijzonder fraai uitgevoerde klok aan.” (Nijmeegsch dagblad, 9-3-1954)

Gevelreliëfs Jac. Maris

Aan de voorkant zijn zes gevelreliëfs geplaatst. Jac. Maris is hiervan de maker. Deze geven dieren en planten weer die nuttig zijn voor kleding. Het plaatsen van betonnen reliëfs was tijdens de wederbouw een gebruikelijke manier om panden, waaronder warenhuizen, een voornamer uiterlijk te geven.

Glas-in-lood raam Wim van Woerkom

Glas in Loodramen door van Woerkom, oorspronkelijke Gerzon tegenwoordig We (maart 2024)
Glas in Loodramen door van Woerkom, oorspronkelijke Gerzon tegenwoordig We (maart 2024)

De reliëfs aan de voorkant zijn gemaakt door Jac. Maris; hierover is echter al genoeg geschreven. Een ander kunstwerk was jarenlang verborgen achter een grote plaat en is sinds enige tijd weer zichtbaar: het glas-in-lood raam van Wim van Woerkom in de trappartij.

Glas-in-lood raam Wim van Woerkom

Ook Wim van Woerkom heeft zijn aandeel geleverd bij de verfraaiing van het nieuwe Gerzon-pand.

Op de overloop tussen beide trappen die naar de bovenverdieping voeren, geeft zijn grote glas-in-lood raam een afgestemd kleurig aspect aan de brede lichtval in het interieur. Bovendien vormt de sierlijke compositie een aangenaam rustpunt voor het oog. Het gehele raam is overlangs verdeeld in drie tableaux, voorstellend elegante vrouwengestalten die zich bevallig draperen met kleurige gewaden en sluiers. De gehele voorstelling symboliseert in haar drieëenheid de textielindustrie: aan elk der figuren is als hoofdattribuut een der grondsoorten wol, linnen en katoen toegevoegd. Verder zijn de zwierig oprankende gestalten omgeven door velerlei attributen die mede betrekking hebben op de vervaardiging der vrouwenkleding. De krachtige tekening der kleuren, de rustige verdeling der glas- en kleurpartijen vervloeien aan de buitencontouren in de meer luchte tekening der symbolen-details. Daardoor is de overgang van de kleurige voorstelling naar het omringende blanke glas volkomen verantwoord. Op elegante wijze heeft de glazenier de vrouwelijke behaagzucht “in het licht” gesteld. De beheerste tekening van het geheel, het aaneengeslotene van de figuren, de rhytmische rangschikking der nevencomposities en de aantrekkelijke kleurafstemming maken dit raam tot een geslaagd voor beeld van decoratieve kunst.

Sef Sniedt” (De Gelderlander 13/3/1954)

Wim van Woerkom Gerzon Burchtstraat
Wim van Woerkom Gerzon Burchtstraat, foto gedateerd 1975 (Frans Kup via F15526 RAN CC-BY-SA)

In de beschrijving van het RAN: “Per raam is de kleding van een seizoen afgebeeld en dit weer variërend in ochtend, middag en avondkleding; aan de onderkant de symbolen die karakteriserend zijn voor de jaargetijden”.

Gemeentelijk Monument

Het gebouw is sinds 2011 een Gemeentelijk Monument. Als waardering:

“Het pand Burchtstraat 3 is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de Tweede Wereldoorlog. In z’n monumentale opzet en figuratieve kunstuitingen getuigt het gebouw van het optimistische geloof in de toekomst dat zo kenmerkend is voor de wederopbouwperiode.
Het winkelpand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als redelijk gaaf en
herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs modemagazijn in traditionalistische bouwstijl met Italiaanse invloeden. Als zodanig is het een representatief voorbeeld van het werk van de architecten J.A. Lelieveldt en W.Th. Reijnen. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de referentie naar de typologie van het Italiaanse palazzo, het rijk uitgevoerde exterieur van vooral de voorbouw met het bijzondere materiaalgebruik en de figuratieve ornamentiek, en de royale bordestrap met glas-in-loodraam in het interieur.
Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde vanwege de markante hoeksituering tegenover het Nijmeegse stadhuis. Het vormt samen met het naastgelegen modehuis op nummer 1 een beeldbepalend element op de kop van de Burchtstraat als tegenhanger van het stadhuis aan de overzijde. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de
Nijmeegse stadsgeschiedenis.”

Huidig

Het voormalige Gerzon. Lange tijd heeft in dit pand Kreymborg gezeten. Tegenwoordig zit hier de We (voorheen Hij), architect Reynen (foto juli 2023)
Het voormalige Gerzon. Lange tijd heeft in dit pand Kreymborg gezeten. Tegenwoordig zit hier de We (voorheen Hij), architect Reynen (foto juli 2023)

In 1970 nam Cor M. de Ruiter de Gerzon keten over, welke opging in GBS beheer (Gerzon – Bischoff – Schröder). Daarop werden 5 zaken, waaronder die van Nijmegen, gesloten.

Momenteel (september 2023) zit de WE de nodige jaren al in het pand. Andere gebruikers waren in ieder geval (uit eigen herinnering/Facebook): Hollenkamp, It’s en Kreymborg.

Glas in Loodramen door van Woerkom, oorspronkelijke Gerzon tegenwoordig We (maart 2024)

Laat hier je bericht achter

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

(Overige) bronnen en verder lezen

Modemagazijnen Gebroeders Gerzon, Wikipedia

Jac Maris en de Nijmeegse wederopbouw, Leo Ewals, conservator Ateliermuseum Jac Maris

De wederopbouwkunst, Wederopbouwstad

De Burchtstraat met Raadhuis. De Gemeenteraad (links) is op dit moment in vergadering vanwege de kraakactie van een pand tegenover het stadhuis. Rechts de voormalige Gerzon (We) en Peek en Cloppenburg (H & M) (22 februari 2024)
De Burchtstraat met Raadhuis. De Gemeenteraad (links) is op dit moment in vergadering vanwege de kraakactie van een pand tegenover het stadhuis. Rechts de voormalige Gerzon (We) en Peek en Cloppenburg (H & M) (22 februari 2024)