De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat…
Garage Jansen Ederveen : Pand ontworpen als garage in 1907 door Willem Hoffmann i.o.v. de Firma Tasche & Co. Automobielen en Motoren., 1972, (Evert F. van der Grinten via RAN F78567)
In 1907 ontwerpt architect Hoffmann het bekende gebouw van garage Tasche aan de Gerard Noodtstraat. Deze garage was een uitbreiding van de garage die hij in 1906 had ontworpen en aan de van der Brugghenstraat staat.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het…
Op Gerard Noodtstraat 3-9 zat in de jaren 60 het gebouw van de Bouw & Houtbond van het N.K.V. Rechts het Unitas gebouw. Ook wel het werklozencentrum genoemd (F28969 RAN, een foto uit 1960-1965)
Keizer Karelschool voor openbare U.L.O./MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap/Vrouwenschool
Gerard Noodtstraat 15-17-19, gesloopt
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
Op bovenstaande foto staat de voormalige Openbare school voor U.L.O. weergegeven, Gerard Noodtstraat 15-17-19. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd in 1916.
In de jaren ’60 de Keizer Karelschool voor openbare U.L.O. en in de jaren ’70 de MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap. (Bijschrift F28963 RAN).
In 1976 werd het leegstaande gebouw feitelijk al gekraakt door de stichting Blijf Van Mijn Lijf. Toen de stichting uiteindelijk een pand door de gemeente kreeg toegewezen, besloten een aantal vrouwen toch in de voormalige school te blijven.
Aanvankelijk werd de enorme ruimte gebruikt voor acties en vergaderingen. Daarna wordt het een woonwerkpand met woonruimtes en ruimtes voor verschillende activiteiten. Een van deze activiteiten is een opvangplek van Het Blijf Van Mijn Lijf Huis. Langzamerhand veranderde de naam in Vrouwenschool. (Bijschrift F93561 RAN, een foto uit 1983-1993). Bijschrift F28963 RAN noemt dat tussen 1981 en 1991 de Vrouwenschool hier gezeten heeft. (Bijschrift F28963 RAN).
In 1987 wordt de Stichting Vrouwenschool opgericht, met als doel het gebouw te behouden als woonwerkpand. Het gemeente heeft echter het plan het gebouw te slopen om appartementen op deze locatie te bouwen.
Wel vindt de gemeente het initiatief van de Vrouwenschool belangrijk en biedt aan mee te werken aan legalisering. Daarvoor wordt het Dominicanessenklooster aan de Dominicanenstraat aangemerkt, welke daarvoor verbouwd zal worden. De Vrouwenschool zet haar activiteiten tijdelijk voort in een oud klooster aan de Wolfkuilseweg. (Lees over de Vrouwenschool en het vervolg op de Dominicanenstraat hun eigen site en op https://regenboogroutes.nl/Vrouwenschool-Nijmegen.html, beide sites tevens bron)
In 1993 is het pand gesloopt om plaats te maken voor Hunnerstaete.
Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.
De straat is vernoemd naar Gerard Noodt, “een van de beroemdste mannen uit de geschiedenis van Nijmegen. Als internationaal bekend jurist bepleitte hij gewetensvrijheid voor iedereen. Voor die tijd een heel modern en radicaal standpunt.” Hij is een van de vensters in het canon van Nijmeegse geschiedenis. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat vanaf 1980 jarenlang het Natuurmuseum in dit pand.
In mei 1912 besteedt Oscar Leeuw het bouwen van “een synagoge, schoollokalen, bovenwoningen met andere annexen” aan. Hierbij is A.J. Smits met f33.733 de laagste inschrijver (De Gelderlander 19/5/1912).
Uiterlijk
De ingangstoren heeft de gelijkenis van een grote thorarol. In de gevel is veel symboliek verwerkt, bijvoorbeeld de twee tabletten met de 10 geboden. Een beschrijving wordt ook hieronder, “Bij de opening”, gegeven.
Daarbij is in en in de gevel is veel symboliek verwerkt. “Boven de ingang, waar nu ‘Natuurmuseum’ geschreven staat, stond ooit een Hebreeuwse tekst, verdeeld over twee regels. Het gaat om Psalm 19:15…: “Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, Eeuwige”. De letters van de onderste regel bij elkaar opgeteld leveren 673, het joodse jaar 5673. Dat komt overeen met 1913 en is het jaar waarin de synagoge werd ingewijd.” (Wikipedia; in het krantenartikel vertaald als: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”).
De gebedszaal is naar Jeruzalem gericht.
Stijl
Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981)
Biografisch Woordenboek Gelderland: “Dit evenwel zonder dat het aspect van vernieuwing geheel en al verdween. De synagoge aan de Gerard Noodtstraat (1912) is vooral van dat laatste een voorbeeld. Hoewel het indrukwekkende interieur met zijn galerijen en geschilderde muurdecoratie nu verdwenen is, krijgt men door de ornamentiek aan de voorgevel nog een indruk van het zoeken naar nieuwe siervormen, die niet gebaseerd zijn op historische voorbeelden noch op de inmiddels tot het verleden behorende Jugendstil.”
Wikipedia: “Naast art deco is ook eclecticisme te herkennen.”
Bij de opening
Bij de opening schrijft het PGNC:
“De Nieuwe Synagoge.
Morgen is het voor onze Israëlitische stadgenooten een belangrijke dag. Dan toch zal de nieuwe Synagoge, gesticht aan de Gerard Noodstraat alhier, op plechtige wijze worden ingewijd door den Opperrabijn in het ressort Gelderland, den Z.Eerw. heer L. Wagenaar.
Reeds lang bestond te dezer sted behoefte aan een nieuwe Synagoge. Het oude gebouw, waarvan in Augustus 1906 het honderd vijftigjarig bestaan feestelijk werd herdacht, en dat dus thans 157 dienstjaren telt, gelegen in de steeds meer en meer in verval gerakende Nonnenstraat, was met de daaraan verbonden slecht ingerichte lokalen niet meer in overeenstemming met de eischen van het zeer opgewekte leven der Israëlitische gemeente alhier. En toen het aantal Israëlitische Nijmegenaren toenam, achtte men het oogenblik gekomen, om naar een nieuw gebouw uit te zien. Dat was geen gemakkelijke taak. Doch met algemeene medewerking van de leden der gemeente, onder wie er gelukkig velen waren, die met groote mildheid tot de oplossing der financieele zijde van het vraagstuk wilden medewerken, kon aan dezen lievelingscwens worden voldaan. En zoo ontstond dan ter genoemde plaatse het in- en uitwendig sierlijke en aardige kerkgebouw, met daaraan verbonden leer- en vergaderlokalen, badinrichting, woningen voor den leeraar en den koster, waarheen morgen- nadat op plechtige wijze afscheid zal zijn genomen van de oude Synagoge- de Wetrollen zullen worden overgebracht, om daar opnieuw, naar wij hopen, tot in lengte van dagen het middelpunt te zijn van het Israëlitisch godsdienstige leven te Nijmegen.
Het kerkbestuur en zij, die dit in zijn taak bijstonden, hadden de gelukkige gedachte zich voor den bouw te wenden tot onzen stadgenoot, den heer Oscar Leeuw, die met zijn veelzijdige kennis een fraai kerkgebouw wist te scheppen. De bekwame architect heeft zich bij zijne modern opgevatte architectuur laten inspireren door de oude kunst van Judea, waarvan weliswaar weinige overblijfselen bestaan, doch waaromtrent toch uit oude beschrijvingen licht te verkrijgen was. De buiten-architectuur van het hoofdgebouw der Joodsche cultuur, den Tempel van Jeruzalem, was zeer eenvoudig, terwijl het intérieur rijk versierd en van de edelste materialen uitgevoerd was. Die versieringen waren uitsluitend ontleend aan het plantenrijk en aan geometrische vormen, daar menschelijke afbeeldingen ten strengste verboden waren. En dit systeem heeft de heer Leeuw ook bij den bouw van de nieuwe Nijmeegsche Synagoge doorgevoerd.
De gevel is van streng sobere vormen, opgetrokken in het materiaal van het land- den baksteen- met een matige ornamentatie. Evenals aan deze Tempel van Salomon bestaat deze uit den palmboom van Judea; de granaat-appel, die door zijn groot aantal zaadjes de krachtige vermenigvuldiging van het leven symboliseert, en het schild van David, de zeshoekige ster. Boven den ingang zijn in den tympaan in het Hebreeuwsch gegrift de woorden van Psalm 19 vers 15, welke vertaald luiden: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”. Twee zware hardsteenen voetstukken zijn aan weerszijden van den ingang aangebracht, om daarop zoo mogelijk later te plaatsen de reconstructied der bekende bronzen kolommen “Jakoun” en “Bo’az”, welke eenmal den toegang tot den tempel van Salomon sierden.
Door de dubbele toegangsdeuren betreedt men de vestibule, die 4.50 bij 4.50 Meter oppervlakte heeft met een terrazzovloer, waarin het schild van David is aangebracht en die met een kruisgewelf is overdekt. Daarin bevindt zich links de toegang tot de mannen-garderobe, rechts die tot de vrouwengaanderij en in het front de toegang tot de kerk.
Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913
De kerk zelf, groot 11 bij 17 M. en hoog 12 M., heeft op den beganen grond 150 zitplaatsen voor de mannen en op de gaanderijen 110 zitplaatsen voor de vrouwen; zij is volgens de voorschriften naar Jeruzalem gericht en niet naar het Oosten, zooals de algemeene is. Het intérieur met zijn hoofdlijnen in gevoegden baksteen, terwijl de wanden en het tongewelf gepleisterd zijn, is er geheel op berekend om later beschilderd te worden. De hoofdonderdelen der kerk, de Byma en de H. Arke, zijn geheel voltooid, zooals dat de bezoeker zich reeds nu een denkbeeld kan vormen, welk aspect het inwendige van de kerk zal krijgen, indien alles is afgewerkt, wat nu nog niet het geval is.
De H. Arke is tegenover den ingang der kerk is zeer rijk geornamenteerd met dezelfde symbolen als hierboven genoemd; marmeren trappen geven toegang tot het verhoogde gedeelte. Achter den donkerblauwen, rijk met goud borduursel georneerden voorhang bvinden zich de deuren, waarachter de Wetsrollen geborgen zijn. Op de latei der deuren komt voor in ’t Hebreeuwsch de spreuk: “Weet voor wie gij staat”. In de tympaanvulling daarboven bevinden zich de Tafelen der Wet, omring door een gouden stralen krans een een spiraalvormig relief-ornament van gestyleerde palmbladeren. In de randboog der H. Arke is de “Eeuwige Lamp” geplaatst, welke ter nagedachtenis der overledenen brandt.
De groote ramen in de voor- en achtergevels zijn vervaardigd van glas in lood met psalmmotieven.
Bij avond zal de Kerk schitterend verlicht worden door twee groote kronen, die uit het tongewelf afhangen. Acht cirkel-vormige kronen, geplaatst op de palen der gaanderij, ieder met zeven lichtpunten (het gewijde getal) en vele wandarmen, zijn regelmatig over de ruime zaal verdeeld.
De H. Arke, de geborduurde voorhang en de koperen lampen zijn geschenken van leden der Israëlitische Gemeente alhier.
Al moet op den duur de afwerking nog volgen, toch maakt het kerkgebouw reeds nu een verheven indruk. Waarlijk, wij zeiden niet te veel toen wij hierboven den bouwmeester prezen. Zoowel het gheel als de onderdeelen getuigen van zijn uitgebreide kennis, zijn onvermoeid streven en zijn gekuischten smaak. Ook met dit werk, waarmen men zeggen kan dat dit ging boven de eischen die in den regel aan een architect gesteld worden, heeft de heer Oscar Leeuw zijn goeden naam hoog gehouden.
De naast de Synagoge gelegen bijgebouwen maken uiterlijk een zeer rustig effect. Zij verstoren den machitgen indruk van den fraaien kerkgevel niet en hun inwendige indeeling is practisch gedacht en goed uitgevoerd.
De Israëlitische Gemeente mag met haar nieuwe kerkgebouw geluk gewenscht worden. Als morgen de inwijding plaats heeft in tegenwoordigheid van kerkelijke en burgelijke autoriteiten, zal zij daarover zeker de meest vleiende beoordeelingen vernemen.
De gebouwen werden einde Mei 1912 aangenomen door den heer A.J. Smits Jr. alhier, voor de som van f33.733. Deze aannemer legt eer in met zijn werk; het is goed en ook met bekwamen spoed uitgevoerd, hoewel er nooit op den Zaterdag, den Sabbath der Israëlieten, de gewerkt werd.
De Byma met Bestuursbank en podium werden geleverd door den heer Maurits Drukker, firma Drukker en Cohen, en uitgevoerd neer een ontwerp van diens bekwamen medewerker, den heer J.R.L. Samson; het decoratiewerk der H. Arke is verricht door den heer J.H. Kaak; de koperen lampen der gaanderij en de wandarmen zijn geleverd door de firma L.A. Moll alhier. De koperen hangkronen zijn van de firma Wiener en Co. te Amsterdam. De geborduurde voorhang is van den heer J. Goudsmit te ’s Gravenhage, terwijl de verdere schilderwerken door den heer Arts, de installatie van het electrisch licht door de firma Tasche en Co., het zandsteenwerk door de firma Spamer en Smits, de warmwaterverzorging voor de baden door de firma Weijers en Co., allen alhier, werden geleverd. Het glas in lood is van de fabriek Kronenbitter, te Berg-en-Dal, afkomstig.” (PGNC 11/4/1913)
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het gebouw als opslagruimte, onder andere voor geconfisqueerde radiotoestellen. De wandschilderingen zijn vernield en de Davidsster werd uit de gebrandschilderde ramen geslagen.
Verkoop Synagoge
Na de oorlog was het gebouw te groot voor de Joodse gemeenschap, welke door de vervolging gedecimeerd was. Daarop betrok de gemeenschap de naastgelegen school als synagoge. Het pand van de Nieuwe Synagoge werd verkocht aan de gemeente Nijmegen. De gemeenschap zal in 2000 de oude Synagoge aan de Nonnenstraat weer gaan betrekken.
Het gebouw van de Nieuwe Synagoge diende het tijdelijk als opslagruimte en daarna als gebedshuis voor het Apostolisch Genootschap.
Natuurmuseum Nijmegen
Vanaf 1978 zat er jarenlang het Natuurmuseum Nijmegen. In juni 2014 fuseerde het Natuurmuseum met museum De Stratemakerstoren tot Stichting De Bastei. Daarop sloot het museum in oktober 2017, waarbij het in januari 2018 verder ging in de Statemakerstoren. Vervolgens ging museum De Bastei in 20218 open.
Vanaf maart 2023 zit er een sportschool in het gebouw.
De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)
Jarenlang zat op de Mariënburg de NMB/ING Bank. Op deze locatie zat een eeuw lang een bank, te beginnen met de Geldersche Credietvereeniging. Het gebouw was een ontwerp van architect Jo Limburg.
In 1904 had architect Knoops het pand voor de Geldersche Credietvereeniging ontworpen in de Paulstraat no. 35.
In 1918 verhuisde de bank naar de nieuwbouw op de Mariënburg. Vanaf dat moment zal er een eeuwlang een financiële instelling zitten, zij het met verbouwingen en nieuwbouw.
Of het de Eerste Wereldoorlogsschaarste is, waardoor Jo Limburg zijn ontwerp moet aanpassen, of dat PGNC moet wennen aan de rationele stijl op het moment dat zij over de opening in 1918 schrijft, is mij nog niet bekend. In ieder geval beschrijft zij de bank daarbij als volgt:
“De Geldersche Credietvereeniging.
Het Agentschap van de Geldersche Credietvereeniging alhier is heden overgebracht naar het nieuwe gebouw aan Marienburg 83. Het is een monumentale bouw, die ontworpen werd door den heer J. Limburg, architect-ingenieur te ’s Gravenhage.
De gevel, opgetrokken in handvorm baksteen, bewerkt naar ouden aard, heeft- wij kunnen het niet verzwijgen- bij de Nijmegenaars voortdurend critiek uitgelokt. Hij wijkt in menig opzicht af van wat men gewend is te zien Laten wij aanstonds opmerken, dat de bouwmeester in deze geheel abnormale tijden niet heeft kunnen beschikken over de materialen die hij zich daarvoor gedacht en gewenscht had willen verwerken, door baksteen vervangen worden, waardoor in het bijzonder de balcons der eerste etage een ander aanzien hebben gekregen, dan in het oorspronkelijke ontwerp het geval was. De daaraan uitkomende openslaande deuren blijven nu voor de helft voor het oog van den voorbijganger verborgen, wat een eigenaardigen indruk maakt. Ook de terugspringende tweede etage, die schuil schijnt te gaan achter zwaar verguld hekwerk en gedrukt wordt door een massief geprofileerden dakrand, kan onze bewondering niet wekken. Intusschen, de bekenden bouwmeester zal er wel reden voor hebben gehad om ’t zóó te doen en niet anders, en wij leeken hebben ons daarbij neer te leggen. Er bestaat een steeds toenemend streven in de bouwwereld, om te breken met het conventioneele, om andere vormen te scheppen en nieuwe banen te betreden. Dit gebouw draagt daar ongetwijfeld de sporen van. Wat wij heden niet begrijpen, zal misschien door een na ons komend geslacht moogelijk worden gewaardeerd.
Bovenstaande is dan ook niet te beschouwen als een afbreekende critiek- veel meer als uiting van den indruk dien deze gevel reeds lang op ons en velen met ons heeft gemaakt.
Geldersche Crediet Vereeniging, architect J. Limburg, Marienburg, 1925-1930 (F29728 RAN)
Treedt men door de eikenhouten hoofddeur het gebouw binnen, dan bereikt men door een met vooruitstekende hoeken smaller toeloopende entrée, geheel in ingevoegden baksteen met versiering van zwart marmer bewerkt, langs eenige trappen het binnengedeelte van het Bankgebouw. Een draaideur van moderne constructie wentelt op de meest aangename wijze den bezoeker naar binnen en dadelijk wordt het nog aangenaam getroffen door de groote in lichte kleur gehouden lokaliteit, die behalve van de zijramen aan het plein een profusie van licht ontvangt door in de zoldering aangebrachte galstegels, en werkelijk een imposanten indruk maakt.
De zoldering wordt gedragen door oordeelkundig aangebrachte pilasters van rechthoekigen vorm, welker juiste verdeeling over de ruimte opvalt en die op natuurlijke wijze tot de verschillende afscheidingen meewerken.
Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopeningen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afdeelingen aangegeven.
Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopstellingen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afbeeldingen aangegeven.
Na de drie eerste loketten- wij zouden zeggen “de loketten bestemd voor den gaanden en komenden man”- komt men door een in denzelfden trant behandelde en met spiegelglas gevulde afscheiding, die zich verderop nog een herhaalt, in eene voor het publiek bestemde ruimte, een soort hall, die naar rechts, waar de trap zich bevindt, uitspringt en als wachtkamer dient. Zij grenst weder aan loketten en is deftig gemeubeld. Van hieruit bereikt men het smaakvol ingerichte vertrek van de directie met annex een wachtkamer en de ruime vergaderzaal, welker vensters aan de zuidzijde van het gebouw uitkomen.
Aan die zijde van de hall voert een gemakkelijke, in marmer uitgevoerde, trap naar het benedenhuis, waarin de Safe, het archief en verschillende andere dienstvertrekken gevestigd zijn. De Safe is van zeer ruime afmetingen en staat geheel vrij in het gebouw; de zware kluisdeur, die natuurlijk afkomstig is van de bekende Lips-fabriek te Dordrecht, is van de allernieuwste constructie en biedt de meest volkomen afsluiting. Naast de Safe heeft men nog een speciale brandkelder voor de Bank zelf, waarin eene inrichting is aangebracht, die ’t mogelijk maakt in de Safe te komen, als de kluisdeur door omstandigheden eens niet geopend zou kunnen worden. Dat alles blijkt zóó massief en tevens zóó vertrouwenwekkend, dat ’t een gevoel van rust moet geven aan hen, die hier hun bezit ter bewaring zullen deponeeren. In het sousterrain is ook eene ruime fietsbergplaats, die door een afzonderlijken toegang naast den hoofdingang te bereiken is en tevens- zij het zonder speciale garantie- ten dienste van het publiek is. De concierge kan van uit zijn vertrek hierop het oog houden.
Dat het gebouw tevens voorzien is van alles, wat in een modern kantoor thuis behoort, behoeft zeker niet speciaal te worden gereveleerd. Centrale verwarming, gecombineerd met ventilatie; sierlijke electrische verlichting; telefooncellen en een telefoon-centrale; ingebouwde brandkluizen voor den dagdienst; een lift waarmee de boeken en geldswaarden, na afloop van den kantoortijd, naar de veilige bewaarplaats beneden worden getransporteerd en vice versa; in den muur aangebrachte en door een deurtje afgesloten waschgelegenheden in de kantoorlokalen; practische kleedingbergplaatsen voor ’t personeel, kortom, alles wordt hier gevonden wat den arbeid kan vergemakkelijken en veraangenamen.
De meubileering van het geheele gebouw is stijlvol en rustig en de kleuren van verf en behang in privékantoor en vergaderzaal getuigen van gekuischten smaak. Ook het teakhout, dat overal verwerkt is, wekt tot een rustig-voornamen indruk van het geheele gebouw mede.
Aan alle vrienden van de Geldersche Credietvereeniging zal morgen, Zondag, de gelegenheid worden gegeven het gebouw, dat Maandagmorgen in gebruik genomen wordt, te bezichtigen. Wij zijn er van overtuigd, dat zij ons waardeerend oordeel zullen onderschrijven en ’t met ons eens zullen zijn, dat Nijmegen er een gebouw bij kreeg, dat gezien mag worden en waarin, naar wij hopen, de zaken van deze krachtige en in den lande hoog aangeschreven Bankinstelling bij voortduring mogen prospereeren.
Den algemeen geachten Agent der Geldersche Credietvereeniging alhier, den heer C.P. Nap, naast wien thans bij de uitbreiding der zaken de heer Mr. A.Tj. Reitsma als sub-agent zal optreden, wenschen wij gaarne geluk met zijn prachtige nieuwe kantoren.
Met den bouw werd in Januari 1917 een aanvang gemaakt. Vele waren de teleurstellingen, die tengevolge van den huidigen toestand werden ondervonden, doch met steeds nieuwen moed werden ze overwonnen. Allen, die er aan meêwerkten, leggen eer in met hun werk, dat onder leiding van den bekwamen opzichter, den heer H. Kool, allengs werd tot het grootsche geheel, dat nu gereed staat om betrokken te worden.
Wij laten hier de namen der medewerkers volgen:
Aannemer de heer M.C. Konings te Nijmegen; Uitvoerder de heer P. Bollweg, alhier; Lood- en Zinkwerk de heer Aug. Arts, alhier; Stucadoorwerk de heer Chr.J. Clemens; Gas, Waterleiding en Sanitaire Artikelen Firma J. Jacobs & Zn., alhier; Hardsteen en Marmerwerk de heer H. Tourney, alhier; Centrale Verwarming Firma W.J. Stokvis, Kon. Fabriek van Metaalwerken, Arnhem; Electrische Installatie, Bellen en Huistelefoon Firma L.A. Moll, alhier; Kluisdeuren en Safe-inrichting Firma Lips te Dordrecht; Kunstsmeedwerk en Verlichtingsornamenten Firma Winkelman en v.d. Bijl, Amsterdam; Schilderwerk de heer W.A. Teeuwissen alhier; Meubileering, Gordijnen en Tapijten Firma Wed. W.J. Stemker Köster, alhier; Kantoormeubelen N.V. Blikman en Sartorius, Amsterdam.” (PGNC 21/9/1918)
Vervolg
Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest.
In de jaren 30 is de rentabiliteit voor de Geldersche Credietvereeniging als geheel (dus niet specifiek voor de Nijmeegse vestiging) sterk verslechterd. 1935 is vooral niet gunstig geweest vanwege van de vermindering van provisie, vooral op effecten; en daarnaast op koersverlies. Desondanks wordt overigens besloten om vrijwel de gehele winst uit te keren (PGNC 12/3/1936); er is sprake van f 406.000 winst op een kapitaal van f 14 miljoen.
Deze marge wordt onvoldoende geacht. Enerzijds om de nodige afschrijvingen op gebouwen en andere vaste activa te doen. Wel heeft de bank de jaren daarvoor afgeschreven, maar nog onvoldoende om de huidige waarde daadwerkelijk te weerspiegelen.
Maar vooral omdat er intussen sprake van concentratievorming bij banken. De Geldersche Crediet Vereeniging is, maar zal ook in de toekomst niet krachtig genoeg zijn om daadwerkelijk te kunnen concurreren met de grote banken. Daardoor staat niet alleen de winstgevendheid onder druk. Maar ook de mogelijkheid om voldoende kapitaal op te bouwen, om klanten de zekerheid van een stabiele bank te kunnen bieden.
De Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) heeft interesse in een fusie/overname: aandeelhouders van de Geldersche Credietvereeniging kunnen hun aandelen inwisselen: f 1500,- voor f 1000,- aandelen Nederlandsche Handel-Maatschappij. Daarop wordt in 1936 besloten tot deze fusie/overname.
Voor de NHM was de Geldersche Credietvereeniging het eerste kantoor voor de opbouw van haar kantorennet. Tot dan toe was er slechts een hoofdkantoor in Amsterdam geweest met bijkantoren in Rotterdam en Den Haag. Sowieso hadden haar activiteiten vóór de jaren 20 vooral bestaan uit handel en transport, voornamelijk met Nederlands-Indië en Suriname.
September 1944: Forse beschadiging
Gezicht op het pand van de Kamer van Koophandel (rechts) , het verwoeste pand van de Assurantiemaatschappij De Nederlanden van 1845 (links) en het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging (midden), 9/1944-12/1944 (F14518)
Op 23 september 1944 treft een Duitse granaat een Brits munitietransport, waarop een explosie volgde. Het pand De Nederlanden werd verwoest en dat van de Nederlandsche Handel-Maatschappij raakte zwaar beschadigd: let ook op de stutpalen op de foto.
Advertentie Nederlandsche Handelsmaatschappij: opgave inhoud kluizen (De Gelderlander 4/12/1944)
Na de oorlog
De Algemene Bank Nederland aan het Mariënburg, 3/12/1966 (Fotopersbureau Gelderland via F21368 RAN Auteursrechthouder J.F.M Trum)
Na de oorlog zou de NHM haar kantorennet fors uitbreiden.
Advertentie Nederlandsche Handel-Maatschappij: weer dagelijks open (De Gelderlander 27/2/1945)
In ieder geval is de NHM in februari 1945 weer “dagelijks geopend”. Zie ook de foto GN6761 RAN uit 1957, waar boven de marktkraam de NHM te zien is. Afgaande op de deze foto’s, heeft de bank haar tweede verdieping verloren.
In 1964 fuseert NHM nationaal met de Twentsche Bank tot de Algemene Bank Nederland (ABN).
NMB/ING
ING bank, Mariënburg, mei 2016 (Google Streetview)
In 1970 is de bank verbouwd tot NMB (F29837 RAN). Deze bank was afkomstig van de Van Welderenstraat.
Vanaf dat moment zal de NMB en de opvolger ING hier jarenlang zitten.
Nova Marien
In 2006 vindt nieuwbouw plaats in het kader van het project Nova Marien plaats: de voormalige Kamer van Koophandel -een monument- blijft behouden, de rest wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw.
De nieuwbouw bestaat daarbij uit 20 koopappartementen, met op de begane grond een “commerciële functie”, fietsenkelder en parkeergarage. De gevel van de voormalige Kamer van Koophandel wordt gerestaureerd en de begane grond verbouwd tot “commerciële functie” op de begane grond en 2 koopappartementen.
De opdrachtgever van het project was BtB (Built to Build) uit Den Bosch, de architect Soeters uit Amsterdam.
Afgaande op Google Streetview zit ING hier in ieder geval nog tot juli 2019, in september 2022 echter niet meer. Dan zit Harbor Gym er, die er momenteel (december 2024) nog steeds zit.
Architect Joseph Limburg
Joseph (Jo) Limburg (Den Haag, 2 december 1864 – aldaar, 3 maart 1945) was een Nederlandse ingenieur en architect. Limburg was een zoon van de joodse winkelier in manufacturen Levy Joseph Limburg (1825-1907) en Hester van Raalte (1831-1911). Hij trouwde in 1903 met de kunstenares Marie Constance Antoinette Clant van der Mijll (1864-1945).
Limburg volgde de opleiding aan de Polytechnische School in Delft, waar hij in 1888 afstudeerde.
Bouwstijl
“Zijn ontwerpen waren aanvankelijk neoclassicistisch van aard. In zijn latere werk zijn invloeden van onder meer Hendrik Petrus Berlage en Rudolf Steiner zichtbaar. Hij kan als architect worden gerekend tot de Nieuwe Haagse School.” (wikipedia) Merk overigens op dat het pand dat Limburg ontwerpt voor de Geldersche Crediet Vereeniging naast een pand komt te staan, dat door Berlage in 1912 was ontworpen:
In 1905 krijgt hij de eerste opdracht van de Geldersche Credietvereeniging: een bank in Maastricht (Rijksmonument). Dit gebouw is nu bekend als Huis met de Pelikaan. Ook ontwierp hij filialen in Groningen en Heerlen.
Prins Hendrikkazerne
In Nijmegen had hij in 1909-1912 de Prins Hendrikkazerne voor de Koloniale Reserve ontworpen. Deze kazerne is gebouwd in de stijl van het rationalisme en is een Rijksmonument. Wanneer Limburg in 1939 75 jaar is geworden, besteedt De Gelderlander 1/12/1939 een klein artikel over hem. In dat artikel wordt “een bankgebouw te Nijmegen” en “het ziekenhuis der koloniale reserve te Nijmegen” genoemd. Wikipedia noemt de Prins Hendrikkazerne: het is mij tot nu toe onbekend of Limburg de hele kazerne heeft ontworpen inclusief ziekenhuis, of alleen het ziekenhuis daarvan.
Overige functies
Limburg had een aantal nevenfuncties, onder andere:
Lid van Puchri Studio
Lid van de Commissie tot behartiging der vakbelangen van den architect van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst
Lid van de Commissie Regelen en Tabel voor de Volkswoningbouw
Overlijden
In 1939 woonde Limburg in Den Haag.
Als Joden moesten Jo Limburg en zijn vrouw tijdens de oorlog onderduiken. Waarschijnlijk zijn ze omgekomen bij een bombardement in 1945, waarbij ook hun onderduikadres in Haagse wijk Bezuidenhout getroffen werd.
Bouwwerken van Jo Limburg
Hieronder wordt het werk van Jo Limburg verzameld:
Vanuit onder de Kerkboog in de richting van het pand van Vroom & Dreesmann. Dit pand ligt aan de Grote Markt. Vroom en Dreesmann is er al een tijd niet meer. Op 31 december 2015 werd het bedrijf failliet verklaard, 1954-1955 (Foto Grijpink via F14236 RAN CCBYSA)
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd ook de Vroom en Dreesmann op de Grote Markt verwoest. Op 15 januari 1953 werd begonnen met het graven van de bouwput voor de nieuwbouw, waarbij de winkel op 23 maart 1953 officieel werd geopend. Het ontwerp was afkomstig van architectenbureau D. en P. Benning, met J.H. Fokker als projectarchitect.
Het was, net als de naastgelegen HEMA, een modern gebouw: “De nieuwe V&D moest het grootste en meest beeldbepalende gebouw van de herbouwde binnenstad worden.” (Wederopbouwstad)
Daarbij is er een verschil tussen de gevels aan de Broerstraat en de Grote markt: om aan te sluiten bij de andere bebouwing in de Broerstraat maakte Fokker gebruik van kleine vlakken. De gevel van de Grote Markt heeft echter een monumentaal karakter.
De constructie van het gebouw is gemaakt op basis van een betonskelet volgens een zogenaamde “mushroom-systeem”. Daarbij hebben de muren en gevels geen constructieve functie, maar dienen alleen voor de afscheiding van ruimtes. De dakvloeren bestaan uit bimbetonplaten, opgelegd op betonbalken. (Bouw; centraal weekblad voor het bouwwezen, jrg 11, 1956, no. 28, 14-07-1956, 14-07-1956).
Aanvankelijk lag de hoofdingang op de hoek van de Broerstraat en de Burchtstraat, met aan elke straat daarnaast nog een andere ingang.
IntoNijmegen: “Op de foto uit 1955 is goed te zien waar de hoofdingang oorspronkelijk lag, namelijk op de hoek van de Broerstraat met de Burchtstraat. De bouw was toen bijna klaar om grote aantallen klanten te ontvangen in een tijd van opbloeiende economie en naoorlogs optimisme”.
“Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.” (krantenartikel bij de opening, zie hieronder)
Bij de opening
Wanneer de Vroom en Dreesmann in maart 1955 open gaat, wijdt de Gelderlander een uitgebreid artikel aan dit gebouw. Daarbij plaatst de krant 2 foto’s (hier niet opgenomen):
De roltrap: “Een van de belangrijkste en interessantste elementen in het nieuwe V. En D.-gebouw is de roltrap, welke de cliënten snel naar de verschillende afdelingen brengt.
Van de lunchroom: “De rustige, prettige sfeer welke het nieuwe gebouw van V. en D. te Nijmegen kenmerkt, vindt haar bekroning in de lunchroom, welke uitzicht geeft op de Markt.”
“In het hartje van Nijmegen verrees monumentaal modern pand van V & D
Welverzorgd geheel, waarin smaak met zakelijkheid wedijveren
Het nieuwe gebouw van Vroom en Dreesmann, een kolos op de Markt, die evenwel niets van een ruige reus, maar alles van een monumentaal, welverzorgd wereldje op zichzelf weg heeft, is voltooid. Donderdagmorgen zullen de poorten voor het publiek opengaan en zal stad en land van binnen willen zien wat met verwonderde ogen aan de buitenkant is gegist. De verwachtingen zullen niet worden teleurgesteld: tot deze conlusie zijn we gekomen, nadat we gistermiddag enkele uren in het nieuwe V. en D. gebouw hebben rondgewandeld. Ja werkelijk, enkele uren. Zoveel is er te zien en in zich op te nemen. Men kan een museum bezoeken en daarna nog eens rustig over alles denken; de indrukken werken na en telkens opnieuw haalt men zich weer iets van het geziene voor de geest. Zo is het ook na een bezoek aan die nieuwe, aesthetisch zo voortreffelijk verzorgde en vernuftige opgebouwde wereld van V. en D. op de Markt te Nijmegen. De stad zal er vol van zijn, het land zal er van spreken, bouwers van warenhuizen in West-Europa zullen er als een staal van moderne zakelijkheid waarbij een combinatie werd gevonden met de menselijke smaak en met de traditie, naar komen kijken. Nijmegen en de wederopbouw van de binnenstad zijn er goed mee, met deze nieuwe V. en D., die als een magneet het wijde achterland zal aantrekken en waarvan het hele zakenleven te Nijmegen de vruchten gaat plukken.
De directeur Drs. R.J.P. Vroom mag met grote trots op zijn met veel beleid gevoerde en met groot doorzettingsvermogen voltooide activiteit tot deze geweldige bouw van het V. en D. gebouw op de Markt terugzien. We zouden niet weten of deze V. en D. de grootste van het land is met zijn 60.000 kubieke meter inhoud; wel zijn wij er van overtuigd dat op de Nijmeegse Markt een van de modernste warenhuizen van West-Europa is gekomen- een gebouw dat als merkwaardigheid heeft dat alle diensten daarin verenigd zijn op een wijze die aan overzichtelijkheid niets te wensen overlaat.
Niet minder dan vijfhonderd personeelsleden zullen bij de opening in het gebouw van V. en D. dat het hartje van de stad werkelijk weer tot een hartje maakt, werkzaam zijn. In de tijd van een enkele week heeft de overhuizing vanuit het pand op het Keizer Karelplein dat in de loop van deze zomer zal worden afgebroken, naar de Markt plaats gehad. Dag en nacht is er gewerkt om de zaak in te richten, om de goederen te sorteren die elke morgen opnieuw magazijn-vol binnenstroomden, of om de etalages in te richten in de smaakvolle én tevens efficiënte opstelling, welke al voor de opening duizenden en duizenden kjkers aantrekt.
Inrichting
Architect P. Benning uit Nijmegen, die zich mag verheugen over de geslaagde uitvoering van zijn plannen begon in samenwerking met de N.V. Dura’s Aannemingsmaatschappij te Rotterdam op 15 Januari met de spectaculaire werkzaamheden tot de bouw. Op die dag werd de bouwput gegraven van het thans voltooide gebouw, waarvan de grondoppervlakte bestaat uit 2739.75 vierkante meter. Voor de verkoopruimte bestaat het vloeroppervlak 6269 vierkante meter; voor de dienstruimte uit 2606 vierkante meter, voor de magazijnen uit 1930 vierkante meter. Aan de Markt is het pand 60 m. lang, aan de Broerstraat 40 m.
Architect Benning construeerde het gebouw zo, dat de verkoopruimten konden worden ondergebracht op de begane grond, op de eerste verdieping en in een gedeelte van de onder-étage.
In het achterste gedeelte van de onder-etage zijn twee verdiepingen geprojecteerd die beide dienstruimten bevatten.
Daar het expeditieterrein achter het gebouw ongeveer 3.30 m. lager ligt dan de begane grond, was het mogelijk in de bovenste verdieping van de onder-etage de expeditie en ontvangst goederen onder te brengen, met de diverse neven-ruimten. In de onderste kelderruimten zijn ondergebracht enige magazijnen en de centrale verwarmingsruimten. Deze magazijnen zijn naast trappen door middel van goederenliften verbonden met de expedities en ontvangstgoederen. Op het niveau van de verkoopruimte in de onder-etage zijn langs de Grote Markt de etaleursruimten met decoratie-afdeling geprojecteerd, langs de zijde Broerstraat een magazijn. De indeling van de tweede verdieping is bepaald door een groot magazijn, waaromheen diverse dienstruimten zijn gegroepeerd. Aan de zijde Grote Markt en Broerstraat zijn de diverse kantoorruimten geplaatst, waarachter, gescheiden door een gang, het keukencomplex. Aan de achterzijde van het gebouw zijn de diverse atelierruimten gelegen. Hiernaast bevindt zich het casino, aansluitend op een ruim dakterras, waarvan het door een glaswand is gescheiden. Het casino is op het zuiden geprojecteerd. In het gebouw bevinden zich drie diensttrappenhuizen, waarvan twee doorgaan tot het dak. De verkoopruimten zijn onderling verbonden door een centrale trap terwijl zowel bij de ingang Broerstraat als bij de hoekingang een trap van de verkoopruimte begane grond naar de onder-etage voert. In het achtergedeelte van de begane grond geeft nog een secundaire trap verbinding met de eerste verdieping.
Op de eerste verdieping is de lunchroom gelegen met uitzicht op de Grote Markt. Het hier achter liggende buffet met spoelkeuken geeft door middel van drie spijsliften contact met het keukencomplex op de tweede verdieping. Eén spijzenlift is permanent verwarmd.
De gevels
Vroom & Dreesman op hoek Grote Markt, Broerstraat, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F15279 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
De gevels van Grote Markt en Broerstraat zijn opgetrokken van natuursteen.
Daar Grote Markt en Broerstraat onderling sterk van karakter verschillen, is ook de vormgeving van de beide gevels constrasterend. Aan de zijde van Grote Markt werd gestreefd naar een enigszins monumentaal karakter, terwijl in de gevel langs de Broerstraat gepoogd werd de schaal en maat van de aansluitende bebouwing zoveel mogelijk aan te passen. Door het toepassen van natuursteen van de zelfde soort en kleur aan beide gevels, werd getracht toch een relatie tussen beide te verkrijgen. Hiertoe werken ook mee de doorgaande etalages met gelijksoortige ingangen aan Broerstraat en Grote Markt. Deze zijn uitgevoerd in ge-anodiseerd aluminium in twee kleuren, terwijl de kleurencombinatie van de hoekingang het negatief vertoont van die der beide andere ingangen. Door het oplopen van zowel Broerstraat als Grote Markt ligt de hoekingang ongeveer 1.30 m. hoger dan de beide andere ingangen. Dit hoogte-verschil werd opgevangen door de ingangsportalen en door de aansluitende gedeelten van de begane grond vloer hellend te leggen. De achtergevel laat de indeling van het gebouw zien. De expeditie-ruimten en ontvangst goederen zijn voorzien van een open wand om zoveel mogelijk licht binnen te krijgen. Daar boven is de opbouw van twee lagen verkoopruimten, voorzien van ruime ventilatie-mogelijkheden; de bovenste verdieping, bevattende dienstruimten is duidelijk van de andere lagen gescheiden door afwijkende gevelbehandeling.
Het interieur
“Atmosfeer”, dat is het kenmerk van de verschillende verkoopafdelingen, waarbij de heer J.J. Michels en zijn organisatie die dit uiterst belangrijke onderdeel van de bouw verzorgden en vooral op bedacht waren om de klant te gerieven en prettig te stemmen. Vóór alles werd zorg gedragen dat er ruimte is, zodat de bezoeksters en bezoekers van V. en D. rustig kunnen winkelen en een gemakkelijk overzicht krijgen van het grote geheel.
Weten ze de weg niet, dan kunnen ze zich wenden tot een geheel aparte en unieke stand voor inlichtingen. Hier worden ze op prettige wijze te woord gestaan. De inlichtingen beperken zich evenwel niet alleen tot V. en D., maar gaan veel verder en hebben ook betrekking op alles wat er in de stad aan accommodatie en vermaak te doen is.
Ze strekken zich zelfs uit over bus- en treinverbindingen en het is niet onwaarschijnlijk dat men hier in de toekomst ook zijn toegangskaartjes voor de verschillende vermakelijkheden kan krijgen.
De heer Michels heeft de plattegrondindeling van de parterre en van de eerste etage zo gemaakt dat het publiek zich gemakkelijk verspreidt over het gehele oppervlak en langs vele wegen het imponerende trappenhuis en de roltrap kan bereiken, zonder verkeersopstoppingen.
De klant kan vlug een overzicht krijgen van de artikelen en snel bediend worden; daarvoor werd het systeem van de vereenvoudigde verkoop en van de pré-selectie toegepast, waarbij verrassende nieuwe vondsten in practijk werden gebracht. Daarbij wordt getracht zoveel mogelijk goederen in gebruik te tonen. Elke afdeling kreeg een eigen karakter, dat het best past met de aard van de goederen die daar worden verkocht.
De ontwerpers zijn er uitstekend in geslaagd om een harmonie tot stand te brengen tussen de verschillende afdelingen en het geheel van het warenhuis; dit werd bereikt dank zij een samenspel van inrichting, kleur, verlichting, het materiaal en de opstelling van het meubilair.
Lunchroom
Een heel bijzonder element, een element van rust en ontspanning, neemt in deze wereld van vooruitgang en traditie de lunchroom in, waar meer dan driehonderd mensen een plaats kunnen vinden aan ruime, gedistingeerde zitjes van waaraf men een goed uitzicht heeft op de Grote Markt, welke nu weer als bij toverslag ten leven is gewekt. Opvallend is in deze royale ruimte de verlichting, waarvan de schalen bestaan uit Venetiaans glas dat een voorname toon heeft.
Een glazen wand scheidt de verkoopafdeling van de lunchroom. Dit siervenster is een geschenk van het gezamenlijk personeel van Nijmegen, Venlo en Tiel aan de directie van V. en D. te Nijmegen. Lambert Simon ontwierp dit geschenk, dat werd uitgevoerd door bij F. van Tetterode te Amsterdam. De drie personeelsgroepen worden voorgesteld door de wapens van Nijmegen, Venlo en Tiel. Symbolisch voor de leidende positie van het bedrijf te Nijmegen, domineert de dubbelkoppige Nijmeegse adelaar in het geheel. Het siervenster werd bewerkt in een combinatie van zandstraal- frais- en polijstechnieken. Lambert Simon ontwierp eveneens een raam aan de andere zijde van de lunchroom, het raam met de jager. Dit is eveneens een geschenk van het personeel.
Van de hand van genoemde kunstenaar zijn ook de bijzonder geslaagde afbeeldingen aan de buitenzijden van de roltrap, versieringen met uitgeschulpt glas. Op de ene afbeelding wordt de geschiedenis verhaald van Prins Willem, die in de omgeving van Nijmegen van zijn gezelschap verwijderd raakte en weer op het goede spoor kwam door het klokgelui van de Sint Steven. De andere afbeelding verhaalt Karel ende Elegast. Het is een daad welke getuigt van culturele zin om deze op zo hoog peil staande afbeeldingen te laten aanbrengen.
Warmte
We zouden tal van nieuwe vindingen kunnen memoreren, welke in het gebouw van V. en D. in toepassing zijn gebracht; vindingen van verkooptechnische aard, maar ook vindingen in de bouw en de inrichting. Het zou ons te ver voeren. We willen evenwel niet verzuimen te wijzen op de verwarming, welke zich niet alleen uitstrekt over het hele complex, maar zelfs de grenzen daarvan te buiten gaat. Ze zoekt de cliënt op, al in het portiek. Wie naar binnen gaat voelt zich aangenaam verrast door de warmte-golf die naar buiten stroomt. Bovendien heeft dit als belangrijk voordeel dat de grote deuren, die de cliënten uitnodigen naar binnen te kome, bijna het hele jaar door, zelfs in het koude seizoen, open kunnen blijven.” (De Gelderlander 22/3/1955)
De voormalige V en D, Broerstraat
Verdeelde mening
Vooral de gevel aan de Grote Markt, samen met die van de HEMA, verdeelt de meningen, vooral over de vraag of deze gevels bij het historische karakter van de Grote Markt.
“Al mot ik krupe” is een beeld van Toon Heijmans. Het was een geschenk van het Prinsenconvent aan de stad Nijmegen ter ere van haar 2000-jarig bestaan. Het kunstwerk beeldt de eerste regels van “Al mot ik krupe” uit, een lied van Groadus van Nimwegen.
“Al moet ik krupe
Op blote voeten goan
ik wil nog een keer
Sint Steven heuren sloan”
Dit nummer is een carnavalsnummer, wel Theo Eikmans/Graodus fan Nimwegen in 1952 samen met Jan Lourense heeft geschreven. Uiteindelijk zou het in 1978 als single verschijnen.
Verdwenen Nijmegen
Al mot ik krupe op blote voeten gaon (december 2025)
Opvallend genoeg is de inhoud van het liedje vrij melancholisch: over een Nijmegen dat er niet meer is:
“Woar is toch de Liendenberg Woar is de zeigelboan Woar is toch die verkensmert En die mooie langeboan Alles is afgebroken Geen huus is blieven stoan”
Antonius Arnoldus Maria Heijmans (Nijmegen 19 october 1926 – Nijmegen 27 mei 2018) was een leraar en kunstenaar.
Ad Lansink schreef op zijn site een biografie naar aanleiding van diens overlijden.
Officieel Stadslied
Al mot ik krupe… Ik wil nog een keer sint steven heuren slaon
Sinds 17 december 2025 is Al mot ik krupe het officiële stadslied van Nijmegen. Het was een idee van burgemeester Bruls, die afgelopen 10 jaar had gemerkt dat het liedje het “inofficiële stadslied” was. Daarom vond hij het een goed idee om er het officiële stadslied van te maken. Zie het filmpje op de site van RN7:
Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
De oude Molenstraatkerk werd tijdens het bombardement van 1944 beschadigd. Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij blijft het oude, neo-gotische koor behouden.
Door het bombardement van 22 februari 1944 raakt de kerk zwaar beschadigd. Er kwamen daarbij in ieder geval 7 vrouwen om het leven; vanwege de carnaval was het veertigurengebed aan de gang.
Het gebouw wordt na het bombardement provisorisch hersteld van maart 1944 tot Pasen 1946, naar de plannen van architect J. Coumans. Daarbij werd de kerk verkleind, omdat de overheid had bepaald dat de kerk alleen hersteld mocht worden met materiaal afkomstig uit de gebombardeerde kerk.
Nieuwbouw
Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij werd het oude, neogotische, koor en trancept opgenomen in de bouw van deze Molenstraatkerk: “. Het voorste gedeelte, waar het priesterkoor zich bevindt, werd daarmee zo harmonisch mogelijk verenigd. Duidelijk zijn de neogotische en jaren ’60-structuren te herkennen. De kleur rood en de strakke glas-in-loodramen verbinden beide delen harmonisch.” https://www.stefanus.nl/?view=article&id=46:petrus-canisiuskerk (zie hier ook voor een beschrijving van de kerk)
De klokkentoren bestaat uit een kolom van baksteen. Hij is geïnspireerd op de Italiaanse campanile; een campanile is losstaande klokkentoren. Ook de torens van het station en de Dominicuskerk zijn geïnspireerd op een dergelijke toren.
Aan de voorkant is een galerij, welke als buffer tussen de drukte van de winkelstraat en de kerk dient. Daarbij maakten kunstenaars versieringen op de vloer in de vorm van 2 mozaïeken en boven de ingangen zijn betonnen versieringen. De galerij aan de voorzijde dient als buffer tussen de drukke winkelstraat en de kerk. Beeldende kunstenaars maakten versieringen: de vloer is ingelegd met twee mozaïeken. Boven de drie ingangen zijn ronde betonnen versieringen aangebracht met Bijbelse voorstellingen. Een opvallende versiering tussen de zuilen is het Christusmonogram.
Boekhandel Kloosterman in de Broerstraat: gezien vanuit de Molenstraat, midden rechts de Pauwelstraat; op de achtergrond het restant van de door oorlogsverwoestingen gehavende St. Dominicuskerk, 1950 (Commissariaat van Politie afd Fotografie via F15109 CC0)
Een van de eerste gebouwen dat herbouwd is, is dat van boekhandel Kloosterman. Architect Lelieveldt zorgde voor het ontwerp. Deze boekenwinkel had al vele jaren bestaan, totdat het bombardement van februari 1944 het pand verwoestte.
Ook Plein 1944 147-150 maakt onderdeel uit van dit gebouw: let op de Phoenix bovenin Augustijnenstraat 147-150!
Vooraf: Kloosterman op de Broerstraat
Kloosterman (het witte gebouw op de achtergrond, recht de straat inkijkend): Gezien vanuit de Molenstraat. Rechts de Ziekerstraat, links de Zeigelbaan. Op de achtergrond boekhandel Kloosterman op de hoek van de Houtstraat, 1925-1930 (F15124 RAN)
Boekhandel Kloosterman zat al vele jaren op de hoek van Broerstraat met de Houtstraat. Hoewel de geschiedenis nog na moet worden gegaan, is er ook een foto uit 1887 gevonden, zie GN604.
Jan Franciscus Kloosterman (Nijmegen, 5/5/1823) komt in het Bevolkingsregister van 1860 voor als Commissionair in Koren en Boekhandelaar; in 1850 was het “koopman”. Op 6 juni 1866 overlijdt hij. Hij is getrouwd met Johanna Cecilia van der Heijden (Nijmegen, 28/11/1817). Ook Johan Philip Christiaan Mesenig (Xanten, 12/2/1836) komt dan al op dit adres voor. Daarbij is moeilijk na te gaan wat er gebeurd: volgens de kaart van het Bevolkingsregister 1860 vertrekt hij naar ’s Hertogenbosch op 28-6-1866, hoewel hij ook op de kaart van 1870 voorkomt, waarbij hij vertrekt naar Wijk C 29.
In ieder geval draagt de Weduwe J.F. Kloosterman in juli 1885 de firma over aan Joh.P.C. Mesenig “die mij sedert 19 jaren trouw assisteerde” (advertentie PGNC 17/7/1885).
Vervolgens neemt neemt Gerard J.A.M. Janssen in mei 1893 de firma J.F. Kloosteman over van Joh.P.C. Mesenig (PGNC 16/5/1893).
Nieuwbouw door architect Lelieveldt
Kloosterman’s Boekhandel, Architect J.A. Lelieveldt, getekend 25-11-1949 (D12.410205)
Architect J.A. Lelieveldt ontwerpt in het nieuwe gebouw van Kloosterman, op de hoek van Plein 1944 en Broerstraat.
Phoenix
Phoenix met onder de vleugels “1950” op Plein 1944
In het gebouw bevindt zich een bijzondere gevelsteen: dat van een Phoenix met onder de vleugels het jaar 1950, als teken dat ook Nijmegen uit de brand verrijst. De tegel bevindt zich boven de ramen van de Augustijnenstraat.
Bij de opening van Kloosterman
Chris le Roy bespreekt de nieuwe boekhandel van Kloosterman aan de hand van een gevelsteen.
“Een gevelsteen: Zegel op het bouwwerk”
Het wordt ernst met de wederopbouw van Nijmegen en het doet goed te zien en te beleven hoe er gewerkt wordt, wat er tot stand wordt gebracht. Straks zal inderdaad een ruimer, een grootser Nijmegen, een feit worden, een Nijmegen, dat open staat voor …(?), en waar de vreemdeling gaarne toeft; een stad die, hoe specifiek zij ook moge georiënteerd zijn, niets meer wil weten Van die middeleeuwse tendensen, die slechts verstikkend kunnen werken ten opzichte van een algemeene ontwikkeling, die een …aad voor elke gemeenschap. Reeds in vroegere jaren schreven we over de wederopbouw van Nijmegen en spraken de hoop uit, dat onze kunstenaars zouden worden betrokken bij die wederopbouw.
Het gebeurt, gelukkig, maar nog te weinig.
Eén bouwwerk wil ik lichten uit alle anderen op dit ogenblik. Het is de nieuwe boekhandel firma Kloosterman (d.w.z. de heer Janssen (?)). Eenvoudig, sterk en doelmatig staat hij daar. Meer.. wezen wij er op, dat de ..komst de stijl moet zijn van de doelmatigheid. Doelmatigheid is hard en houd geen stand.
Er is een doelmatigheid, waaraan zich koppelt sobere sier en tooi, verlichting en gerief. En dat is toegepast bij de bouw van de zaak daar in de Broerstraat, dat is gevoeld door genoemde heer Janssen.
De architect, de heer Lelieveldt, heeft het begrepen, en zijn werk… geheel is van buiten en binnen een werk geworden, dat het stadsbeeld siert op een voortreffelijke wijze.
Onze taak bepaalt zich er toe te zien naar het werk, dat behoort tot de elementen, die de doelmatigheidsstijl tot een waarachtige stijl maken, tot één dus, die blijvend zal staan in de tijd van heden en straks.
Daar is dan van buiten de gevelsteen, gebeeldhouwd door de beeldhouwer Jacq. Maris.
De functie van deze steen is, zoals de heer Janssen het uitdrukte, dat hij zal wezen: “zegel van het bouwwerk”.
En dat is deze steen, in gave synthese bewerkt, voorstellende een vrouwfiguur en een manfiguur, symboliserende poëzie en proza. Het geheel gebonden door een reliëfband, waarin s opgenomen, wat het bouwwerk, waarvan die steen het zegel is te bieden heeft, boeken o.a. op velerlei gebied en wij hopen voor al die werken in algemene zin, dat zij Gods zegen meedragen in de huizen der mensen. En juist omdat het zó is met dit bouwwerk, dat een zegel draagt van Maris’ hand, zó zuiver gevoeld en begrepen, hebben wij zo’n achting voor deze ganse prestatie, voor het geheel. Er is méér. Aan beide zijden prijkt de naam Kloosterman, niet “zó maar”, doch zuiver van verhouding en kleurtoon tot het geheel. De zijgevel zag in zich opgenomen een reclame voor een vulpen. Dit is geen eenvoudige zaak. Ook de oplossing voor deze reclame is af en volkomen geslaagd, naar kleur, opstelling en letterschrift.
Advertentie Storm over Nijmegen (De Gelderlander 18/7/1945)
Het boekje “Storm over Nijmegen is verkrijgbaar bij Kloosterman’s boekhandel.
Hierin beschrijft W. Imar Kula de september van 1944. Tegenwoordig staat het boek online
Wij gaan naar binnen onder het stenen zegel door en bezien het interieur.
Logisch, als een orgaan, onverbrekelijk verbonden met het geheel, is het ingezonken open kantoor met de telefoon, alweer zuiver van verhouding in de compositie van dit geheel.
Er zijn daar binnen 4 langwerpige, opstijgende gebrandschilderde ramen, die de aandacht waard zijn, ramen, die geheel voldoen aan het door laten van getemperd buitenlicht in een straat.
Deze gebrandschilderde ramen bleven glas en zijn geformeerd en bewerkt door de Sittardse glazenier Rummens. Daar is de “boekenwurm”, geestig, rustig, uitstekend, en zo is het ook met de andere ramen, vooorstellend Laurens J.zn. Koster, Joost v.d. Vondel en “Leves spiëntiae”.
Ja, hier is een bouwwerk, waarin met recht een 100-jarig jubileum mocht worden gevierd kort geleden. Het is, dunkt ons, ook voor onze gemeente-bestuurderen wel zeer verblijdend, een dergelijk pand te zien opgenomen in ons stadsbeeld en wij hebben en stil vermoeden ook denkende aan de medewerkende kunstenaars, dat onze Burgemeester en zijn secretaris voldoening hebben gevoeld over dit resultaat. De gevelsteen, het gebrandschilderde raam, het mozaïek, het uithangbord (in velerlei vorm) en onze nieuwe specifieke reclamekunst zijn in het grote stadsbeeld niet alleen onmisbaar, maar zijn maatstaf tot dat, wat er in een stad leeft en hoe het leeft. Het zijn de levende verluchtingsmogelijkheden van formaat en dienen aan kunstenaarshanden te worden toevertrouwd.
Een gelukwens met een aanwinst voor Nijmegen, zoals het door ons besproken bouwwerk er een is, mocht van af deze plaats niet worden nagelaten.
Chris le Roy” (Nijmeegsch dagblad, 18-10-1950)
Muurschildering Minerva, Pegasus en Mercurius
Op de bovenste foto is de vulpen die Le Roy noemt goed te zien. Hij noemt in ieder geval 1 kunstwerk niet bij naam: een muurschildering op de trappengalarij uit 1952 van Ted Felen. Hierop staan Minerva, Pegasus en Mercurius. Een foto is vinden op GN3844. de muurschildering is bij de sloop verloren gegaan.
Vervolg
Kloosterman links op de hoek in 1966: gezicht in noordelijke richting, vanaf boekhandel Kloosterman (links) en schoenwinkel Van Haren (rechts) op de hoek van de Broerstraat , gezien in de richting van de Grotestraat (Fotopersbureau de Gelderlander, auteursrechthouder J.F.M. Trum via F21336 RAN CCBYSA)
Kloosterman heeft nog vele jaren op deze locatie gezeten.
Uit eigen herinnering: eind jaren 80/begin jaren 90 is zij verhuisd naar een pand aan de overkant.
Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
In 1931 had Gebr. Gerzon’s Modemagazijnen uit Amsterdam een filiaal aan de Korte Burchtstraat 17-19 geopend, welke in de Tweede Wereldoorlog verloren ging. Ze had een noodwinkel op de Mariënburg. Gerzon is begin maart 1954 verhuisd naar de nieuwbouw in de Burchtstraat. Het is een ontwerp van de Rotterdamse architect J.A. Lelieveldt, welke hij in samenwerking met W.Th. Reynen maakte.
Lees hier over de vooroorlogse Gerzon:
De modewinkel van Gerzon aan de noordzijde van de Korte Burchtstraat, gezien vanuit de Lange Burchtstraat in westelijke richting, 1939 (ir. J.G. Deur via F15333 RAN CCBYSA)
De meeste mensen kennen Gerzon als het pand aan de Burchtstraat, een van de hoogtepunten van de wederopbouwarchitectuur. In 1931 had Gerzon haar Nijmeegse filiaal geopend, waarbij W.Th. Reijnen de architect was. Het pand werd in 1944 verwoest.
In december 1952 vertelt de Gelderlander over de voortgang van de bouw van Gerzon. Eind 1953 zal niet gehaald worden, maart 1954 wel:
“Belangrijk project in de binnenstad: Bouw van Gerzons nieuwe pand in de Burchtstraat reeds begonnen
Burchtstraat gezien in westelijke richting, in de richting van de Grote Markt ; De Korte Burchtstraat is na de wederopbouw aanzienlijk verbreed. Rechts de nieuwe winkels van Peek Cloppenburg en Gerzon. Links op de hoek van het stadhuis het nieuwe Mariabeeld van Devotie, gemaakt door Albert Termote, datering
1953 (dr. Jan Brinkhoff via D74 RAN)
Achter klassieke gevel verbergt zich een moderne bedrijfsruimte
Achter klassieke gevel verbergt zich een zeer economische bedrijfsruimte, die reeds begint in het souterrain. Hier bevinden zich de centrale verwarmingsinstallaties, de kluis, de hoogspanningsruimte, garderobe, rijwielbergplaats, expeditie, een ruimte waar de inkomende goederen kunnen worden verwerkt en de magazijnen. De verkoopruimte is op de begane grond en de confectie-afdeling op de eerste verdieping.
De ateliers zullen worden ondergebracht op de tweede verdieping, terwijl hier tevens de party en de keuken voor het personeel zullen vinden, met de daarbij behorende magazijnen. De kroon op het geheel wordt gevormd door een dakterras. In het dienstgedeelte zal men tenslotte nog het kantoor, vertrek voor de directie, magazijn voor de confectie en etaleursruimte kunnen aantreffen.
Het imposante bouwwerk is aangenomen door de N.V. Bataafsche Aannemingsmaatschappij te ’s Gravenhage, maar dit heeft niet belet, dat talrijke Nijmeegse arbeiders hier volop werk zullen vindne. Bovendien Wordt veel werk uitgevoerd door Nijmeegse onderaannemers, zodat het stadsbelang hier weer van verschillende kanten gediend wordt.
Enige technische bijzonderheden voegen we hierbij, teneinde de indruk voor de lezer zo volledig mogelijk te maken.
Zoals veel moderne gebouwen zal dit eveneens een betonskelet hebben, terwijl het verder wordt afgewerkt met bakstenen en imitatie-natuursteen. De kleur hiervan is nog niet bekend, daar dit een uitermate moeilijk probleem vormt. Onder de ramen zal beeldhouwwerk worden aangebracht, maar hiervoor is nog geen definitieve opdracht verstrekt.
Breedten
De frontbreedt aan de Burchtstraat zal 20.20 meter beslaan en aan de Mr. Hermanstraat (tussen Gerzon en Peek & Cloppenburg) 27 meter. Aan de Platenmakerstraat zal deze 20 meter in beslag nemen; zodat het pand aan drie kanten volkomen vrij komt te liggen. De totale inhoud bedraagt ongeveer 9000 kubieke meter. De etalagewanden zullen een gezamenlijke lengte van ongeveer 82 meter beslaan, hierbij zijn de portiek-etalages (dus binnen) inbegrepen.
Wanneer alles naar wens verloopt dan zal het geheel in het najaar van 1953, dus volgend jaar, gereed zijn, waardoor de Burchtstraat en het winkelcentrum wederom een fraai pand rijker zijn.
De architecten hebben speciaal rekening gehouden met het feit dat Gerzon tegenover het stadhuis komt te liggen en dat is dan ook de reden, dat zij hun ontwerp een klassieke stijl hebben gegeven. Dit veroorzaakte uiteraard speciale moeilijkheden, maar zoals de tekening laat zien, zijn deze zeer verantwoord opgelost.
(De Gelderlander 27/12/1952; hier is ook een tekening opgenomen)
Verhuizingsopruiming Gerzon, waarbij ‘begin maart’ verhuizing zal plaats vinden (De Gelderlander 25/2/1954)
In de hierboven afgebeelde advertentie meldt Gerzon hun grote verbouwingsopruiming. Een advertentie in De Gelderlander 9/3/1954 kondigt een veiling op 12 maart aan in het voormalig gebouw “Gerzon”, Mariënburg, aan.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Bij de opening
Straatbeeld uit de jaren vijftig, gezien in de richting van Kelfkensbos, met links vooraan Modemagazijn Gerzon. Rechts, in het midden op de open plek, wordt in 1958 bioscoop Scala gebouwd, die in 1999 weer wordt gesloopt voor de aanleg van de huidige Marikenstraat. Op de achtergrond is het pand van woninginrichter Piet Hoefsloot in aanbouw (Jeroen van Lith via D1052 RAN CCO) architecten Lelieveldt en Reynen
“Fa Gerzon is terug in de Burchtstraat
In het bijzijn van burgemeester en mevrouw Hustinx, wethouder Duives en vele andere genodigden, is gistermiddag het bijzonder fraaie modemagazijn geopend, dat de N.V. Gerzon heeft laten bouwen aan de Burchtstraat. Burgemeester Hustinx, die de directie van Gerzon namens het gemeentebestuur feliciteerde, sprak van een “monumentaal, haast majesteus gebouw” en daarbij overdreef hij niet. Zowel van de buitenkant als binnen is het Nijmeegs filiaal van Gerzon een bijzonder fraai bouwwerk geworden; een fonkelende edelsteen aan de kroon van deze uit puin herrezen winkelstraat.
Veel waardering
Tijdens de openingsplechtigheid werd gistermiddag eerst gesproken door de algemeen directeur de heer E. Wolf uit Amsterdam, die in herinnering bracht dat de N.V. Gerzon reeds ongeveer twintig jaar zijn filiaal heeft in Nijmegen. In 1941 werd onder druk van de bezetters de directie vervangen door een Verwalter, aan wiens werk het te wijten was, dat in 1943 verscheidene filialen, waaronder dat te Nijmegen, moesten worden gesloten. Later werd dit gebouw door de terugtrekkende Duitsers volledig verwoest.
Spreker memoreerde dat in 1946 een fraaie noodwinkel in gebruik kon worden genomen, mede dank zij de belangrijke hulp van de heren Verbeek, makelaar en Reijnen, architect. De plannen voor een nieuw gebouw moesten enkele malen ingrijpend worden gewijzigd, doch met hetgeen tenslotte tot stand is gekomen, kunnen allen bijzonder tevreden zijn.
Burgemeester Hustinx toonde zich zeer verheugd over het gereed komen van dit nieuwe modemagazijn en prees de wijze waarop men na de oorlog de herbouw heeft aangepakt. Gerzon heeft het wel bijzonder zwaar te verduren gehad; niet alleen ging het pand volkomen verloren, doch bovendien hebben door de verdwaasde rassenhaat van de Duitsers vierhonderd medewerkers van de staf van Gerzon het leven gelaten (Dit betreft de gehele Gerzon keten, dus niet alleen Nijmegen). Aan het slot van zijn toespraak richtte de burgemeester speciale woorden van lof tot de aannemersfirma, die de herbouw van het pand op bijzonder lofwaardige wijze heeft voltooid.
De heer W.Th. Reijnen, architect, die mede sprak namens zijn collega de heer Lelieveldt uit Rotterdam, wees op verscheidene bijzonderheden in dit gebouw. Het nieuwe modehuis heeft een voorgevel ter breedte van 20,22m. en een zijgevel ter breedte van 27m. De hoogte bedraagt 14 meter. De oppervlakte beslaat 566 vierk. meter en de nuttige verkoopruimte 810 vierk. meter. Recht tegenover de hoofdingang bevindt zich tegen de achtergevel het grote trappenhuis, dat fraai van verhoudingen, materialen en kleuren is. Er is een prachtig glas-in-lood-raam aangebracht, waarop de Nijmeegse glazenier Wim van Woerkom de mode in al haar verschijningsvormen heeft afgebeeld. Op de buitenzijde van het gebouw zijn door Jac. Maris te Heumen op kunstzinnige wijze beeldhouwwerken aangebracht, die eveneens betrekking hebben op de mode. Spreker vertelde nog, dat het gebouw op een nog geheel nieuwe wijze wordt verwarm, n.l. door een zogenaamde plafondverwarming van het systeem Fenger.
Hierdoor behoefde geen ruimte te worden afgestaan voor het plaatsen van radiatoren. De bouw werd op voortreffelijke wijze uitgevoerd door de Bataafse Aannemingsmaatschappij te Den Haag.
De bedrijfsleidster, mevr. C. Zicks, voerde tenslotte het woord namens het geheele personeel en bood daarbij een bijzonder fraai uitgevoerde klok aan.” (Nijmeegsch dagblad, 9-3-1954)
Gevelreliëfs Jac. Maris
Aan de voorkant zijn zes gevelreliëfs geplaatst. Jac. Maris is hiervan de maker. Deze geven dieren en planten weer die nuttig zijn voor kleding. Het plaatsen van betonnen reliëfs was tijdens de wederbouw een gebruikelijke manier om panden, waaronder warenhuizen, een voornamer uiterlijk te geven.
Glas-in-lood raam Wim van Woerkom
Glas in Loodramen door van Woerkom, oorspronkelijke Gerzon tegenwoordig We (maart 2024)
De reliëfs aan de voorkant zijn gemaakt door Jac. Maris; hierover is echter al genoeg geschreven. Een ander kunstwerk was jarenlang verborgen achter een grote plaat en is sinds enige tijd weer zichtbaar: het glas-in-lood raam van Wim van Woerkom in de trappartij.
“Glas-in-lood raam Wim van Woerkom
Ook Wim van Woerkom heeft zijn aandeel geleverd bij de verfraaiing van het nieuwe Gerzon-pand.
Op de overloop tussen beide trappen die naar de bovenverdieping voeren, geeft zijn grote glas-in-lood raam een afgestemd kleurig aspect aan de brede lichtval in het interieur. Bovendien vormt de sierlijke compositie een aangenaam rustpunt voor het oog. Het gehele raam is overlangs verdeeld in drie tableaux, voorstellend elegante vrouwengestalten die zich bevallig draperen met kleurige gewaden en sluiers. De gehele voorstelling symboliseert in haar drieëenheid de textielindustrie: aan elk der figuren is als hoofdattribuut een der grondsoorten wol, linnen en katoen toegevoegd. Verder zijn de zwierig oprankende gestalten omgeven door velerlei attributen die mede betrekking hebben op de vervaardiging der vrouwenkleding. De krachtige tekening der kleuren, de rustige verdeling der glas- en kleurpartijen vervloeien aan de buitencontouren in de meer luchte tekening der symbolen-details. Daardoor is de overgang van de kleurige voorstelling naar het omringende blanke glas volkomen verantwoord. Op elegante wijze heeft de glazenier de vrouwelijke behaagzucht “in het licht” gesteld. De beheerste tekening van het geheel, het aaneengeslotene van de figuren, de rhytmische rangschikking der nevencomposities en de aantrekkelijke kleurafstemming maken dit raam tot een geslaagd voor beeld van decoratieve kunst.
Sef Sniedt” (De Gelderlander 13/3/1954)
Wim van Woerkom Gerzon Burchtstraat, foto gedateerd 1975 (Frans Kup via F15526 RAN CC-BY-SA)
In de beschrijving van het RAN: “Per raam is de kleding van een seizoen afgebeeld en dit weer variërend in ochtend, middag en avondkleding; aan de onderkant de symbolen die karakteriserend zijn voor de jaargetijden”.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 2011 een Gemeentelijk Monument. Als waardering:
“Het pand Burchtstraat 3 is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de Tweede Wereldoorlog. In z’n monumentale opzet en figuratieve kunstuitingen getuigt het gebouw van het optimistische geloof in de toekomst dat zo kenmerkend is voor de wederopbouwperiode. Het winkelpand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als redelijk gaaf en herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs modemagazijn in traditionalistische bouwstijl met Italiaanse invloeden. Als zodanig is het een representatief voorbeeld van het werk van de architecten J.A. Lelieveldt en W.Th. Reijnen. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de referentie naar de typologie van het Italiaanse palazzo, het rijk uitgevoerde exterieur van vooral de voorbouw met het bijzondere materiaalgebruik en de figuratieve ornamentiek, en de royale bordestrap met glas-in-loodraam in het interieur. Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde vanwege de markante hoeksituering tegenover het Nijmeegse stadhuis. Het vormt samen met het naastgelegen modehuis op nummer 1 een beeldbepalend element op de kop van de Burchtstraat als tegenhanger van het stadhuis aan de overzijde. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”
Huidig
Het voormalige Gerzon. Lange tijd heeft in dit pand Kreymborg gezeten. Tegenwoordig zit hier de We (voorheen Hij), architect Reynen (foto juli 2023)
In 1970 nam Cor M. de Ruiter de Gerzon keten over, welke opging in GBS beheer (Gerzon – Bischoff – Schröder). Daarop werden 5 zaken, waaronder die van Nijmegen, gesloten.
Momenteel (september 2023) zit de WE de nodige jaren al in het pand. Andere gebruikers waren in ieder geval (uit eigen herinnering/Facebook): Hollenkamp, It’s en Kreymborg.
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
Architect Heldoorn ontwierp het pand voor Peek en Cloppenborg in 1951. De bouw verliep in “Amerikaans tempo”: in 164 werkdagen.…
De Burchtstraat met Raadhuis. De Gemeenteraad (links) is op dit moment in vergadering vanwege de kraakactie van een pand tegenover het stadhuis. Rechts de voormalige Gerzon (We) en Peek en Cloppenburg (H & M) (22 februari 2024)
De Winkel van Slagerij Sjek Floor, Lange Hezelstraat 90a, 2/1989 (Ber van Haren via ZN35955 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)
Jarenlang heeft de bekende slagerij Sjek Floor in de Lange Hezelstraat 90a gezeten, in 1979 een van de eerste scharrelslagers van Nederland. Het is al veel langer een slagerij geweest: deze winkel lijkt bijna 100 jaar onafgebroken een slagerswinkel te zijn geweest.
Goedkoope Gelderdsche Winkel
Advertentie Goedkoope Geldersche Winkel, Lange Hezelstraat 90a (De Gelderlander 5/12/1919)
Het is mij nog niet bekend wanneer Jan Weijers met zijn “Goedkoope Geldersche Winkel” op Lange Hezelstraat 90a is begonnen. De tot nu toe eerstgevonden advertentie is in 1919: De Gelderlander 5/12/1919 De Goedkoope Geldersche Winkel adverteert niet alleen met vlees, maar ook met onder andere koffie, thee en margarine.
Weijers zal in de loop der jaren regelmatig adverteren met grote omzet/kleine winst en varianten daarop. Wel lijkt hij de naam Goedkoope Geldersche Winkel te laten vallen: de tot nu toe laatst gevonden advertentie met “Goedkoope Geldersche Winkel” staat in De Gelderlander 22/8/1923. Daarnaast lijkt het adres te zijn gewijzigd: aanvankelijk staat alleen 90a als adres bij de advertenties, in ieder geval vanaf De Gelderlander 20/10/1922 staat ook nummer 90 als adres.
Verbouwing 1924
“Vleeshouwerij Jan Weijers.
De vleeschhouwerij van den heer J. Weijers in de L. Hezelstraat heeft door inwendige verbouwing een belangrijke verbetering ondergaan, waardoor het aanzien in niet onbelangrijke mate is verhoogd. De reeds ruime winkel, die te klein bleek, werd vergroot. Geheel gemoderniseerd en naar de eischen des tijds ingericht, voldoet de zaak tevens aan de hoogste eischen der hygiëne.
In de goed verzorgde étalage met zijn helle verlichting vindt men alle verscheidenheid van vleeschwaren ten toon gespreid.
De bouwkundige, de heer A.B. Deckers en associé, onder wiens leiding het werk is uitgevoerd heeft er een smaakvol geheel van gemaakt.
Aan de zaak is nu een speciale afdeeling voor fijne vleeschwaren verbonden.
In de ruime koelcellen, die in den kelder zijn gebouwd, en voor drie geheele runderen plaats bevatten, wordt het uitgesneden vleesch geregeld gekoeld, zoodat alles steeds versch en frisch blijft.” (De Gelderlander 17/4/1924)
Tweede winkel Kannenmarkt 17
Advertentie tweede slagerij Weijers op de Kannenmarkt (De Gelderlander 10/12/1926)
In december 1926 opent Weijers zijn 2e slagerij op Kannenmarkt 17.
“Jan Weijers’ tweede slagerij
De firma “Jan Weijers’ Moderne Slachterijen”, welke sinds geruimen tijd in het perceel Lange Hezelstraat 90-90a gevestigd was, heeft in het centrum der stad een tweede runder- en varkensslagerij geopend. De vroegere zaak van den Ijzerhandel der firma Van Eldik is door den heer Weijers aangekocht en hij heeft deze in een modernen winkel doen omtooveren. Er is heel wat aan ten koste gelegd om de nieuwe zaak zoo mooi mogelijk te maken. De muren zijn geheel bedekt met marmerplaten in zachte, licht groene tinten, waartegen donkerder gekleurde pilasters goed uitkomen. Ook het vele nikkelwerk, waarvan deze winkel rijkelijk voorzien is, maakt tegenover het marmer een zeer bijzonder effect, evenals de prachtige electrische lampen, die des avonds den winkel schitterend verlichten.
De inrichting van de vitrine is geheel overeenkomstig die van den winkel. Ook hier veel marmer en nikkel, dat met den wel zeer weelderig uitgevoerde winkel als achtergrond den indruk van iets aparts maakt. Of het nu waar is wat wij gisteren iemand in den winkel hoorden beweren: n.l. dat men in Brussel en Parijs een zaak als deze tevergeefs zal zoeken kunnen wij niet beoordeelen. Maar dit is zeker, dat menigeen die gisteren al die schittering van nikkel, marmer en licht voor het eerst aanschouwde, de handen inéén sloeg en uitriep: “Het is tè mooi!”
Dat de etalages zoowel als de winkel zelf op den openingsdag een uitgezochte collectie vleesch en vleeschwaren te zien geeft, behoeft nauwelijks te worden gezegd. Evenmin, dat ter gelegenheid van deze opening ook de zaak in de Lange Hezelstraat in feestdos prijkte. Voorts mag niet onvermeld blijven, dat de worstfabriek met rookerij en de zouterij evenals de winkel aan alle eischen van hygiëne beantwoorden.
De verbouwing is uitgevoerd naar het ontwerp van den heer A.B. Deckers, architect alhier. Het schilderwerk is verricht door de firma Lauran, de electrische aanleg door de firma v.d. Berg (L. Hezelstraat), het loodgieterswerk door de firma Thunnissen, het nikkelwerk door de firma Latour en de terrazzo-vloeren zijn gelegd door de firma Dagnelo.” (PGNC 17/12/1926) In PGNC 18/12/1926 volgt een rectificatie dat het schilderwerk is uitgevoerd door M.W. Seuren.
Jan Weijers en Zonen
Advertentie Prijs én Jan Weijers & Zonen (PGNC 7/10/1932)
In ieder geval PGNC 16/2/1931 is de naam nog “Jan Weijers Moderne Slachterijen”. In de advertentie PGNC 7/10/1932 is het Jan Weijers & Zonen. Dan blijkt hij tevens in mei 1931 de eerste prijs te hebben behaald op de Slagersvaktentoonstelling in Den Bosch.
In PGNC 30/12/1933 noemt Jan Weijers & Zonen zich “meermalen bekroond”.
Advertentie De Gelderlander 29/5/1935
Opvallend: op beide adressen een “mooi Bovenhuis” te huur in De Gelderlander 29/5/1935.
Rond 1935 Coen Weijers
Waarschijnlijk heeft zich rond 1935 een splitsing voorgedaan: dan heeft Coen Weijers zijn slagerij op het adres van L. Hezelstraat 90a. ‘
Op Kannenmarkt 17 is het “Jan Weijers Slachterijen”. (De Gelderlander 30/9/1936). Eind 1938 en 1939 doet Weijers een nieuwjaarsgroet.
In de De Gelderlander 5/1/1940 heeft Jan Weijers 2 adressen: Kannenmarkt 17 en Vijfringengas No. 7, met beiden een afzonderlijk telefoonnummer.
Aelberts
Hoe lang Coen Weijers zijn slagerij op de Lange Hezelstraat heeft gehad, is nog niet bekend. In ieder geval is het in De Gelderlander 9/6/1954 Slagerij Aelderts (waarschijnlijk is de d een zetfout).
Mw. M.M.N. Aelberts (met een b) en P.J.M. Aelberts, slager, komen op dit adres voor in het Adresboek van 1963.
Sjek Floor
Hoe lang Aelberts in de winkel heeft gezeten is nog niet bekend.
In ieder geval komt in 1979 komt slager Sjek Floor in de winkel, welke een zeer bekende slagerij was. Hij was een van de eerste scharrelslagers van Nederland. Floor is geboren als een slagerszoon in Utrecht. Hij studeerde op Nijenrode en vervolgens werkte hij 5 jaar in de draf- en rensport in Frankrijk. Daarna werd hij manager “vlees” bij het AH-concern.
In 1986 koopt Floor boerderij de Kempe, aan de Kanaalweg in Eerbeek. Daar kwam een groot deel van zijn vlees vandaan. Floor was bekend om zijn worsten, paté’s en vlees van Cerdo Ibérico-varkens. Deze varkens had hij zelf in 2007 uit Spanje gehaald.
In 2015 stopt hij met de winkel.
Het Vleesch Lokaal
Het Vleesch lokaal, juli 2017 (Google Streetview)
Floor verhuurt deze aan Gijs Verveda. Zijn slagerswerkplaats in de Bottelstraat laat hij verbouwen tot studentenkamers.
Op dat moment was Verveda een aantal jaren werknemer bij slagerij de Groene in Arnhem. Ook wanneer hij de winkel overneemt, blijft hij als werknemer er werken, om in 2019 de Groene Weg over te nemen. Aangezien 2 zaken voor hem te veel is, stopt hij in mei 2020 met het Vleesch Lokaal.
Daarop kondigt Floor (dan 72) in 2020 aan om de winkel opnieuw te openen. Maar dan een winkel met voorverpakte artikelen en zelfbediening. Ik weet niet meer of deze winkel gerealiseerd is.
In ieder geval zit Bob & Bill momenteel (december 2025) op de Lange Hezelstraat 90a. Ook is er een winkel op nummer 113. Followfox.nl: “Deze shop is compact qua formaat, is volgestouwd met Bob & Bill moois én het pand heeft een mooi verhaal. Wat is er zo speciaal aan deze Bob & Bill store? Vroeger zat hier een oude slagerij en sommige elementen zijn (gelukkig!) nog bewaard gebleven. Zo spot je als je goed rondkijkt nog oude tegeltjes of glas in lood. Super uniek: kleding passen doe je in de voormalige koelcel.”
Lange Hezelstraat 90a, mei 2025 (Google Streetview)
In 1938 betrekt de Nederlandsche Middenstandsbank haar kantoor op de van Welderenstraat. Daarvoor laat ze het Effectenkantoor van Leeuwenberg samen met het naastgelegen pand verbouwen tot 1 kantoor met een uiterlijk zoals we dat tegenwoordig nog goed herkennen. De architect was Petrus Pieters.
Op 12 oktober 1938 opende de Nederlandse Middenstands Bank, na verbouwing van 2 woonhuizen naar een ontwerp van de architect Pieterse, haar nieuwe kantoor, verbouwing architect Pieters, foto 12/10/1938 (GN11369 RAN)
Leeuwenberg en van Swaay
Het pand van J.B. Leeuwenberg & Van Swaay, in 1924 verbouwd door architect G.M. Leeuwenberg, Van Welderenstraat 10, 1925 (F1585 RAN)
In 1925 ontwerpt G. Leeuwenberg de verbouwing van een woonhuis naar het Effectenkantoor Leeuwenberg & van Swaay. Daarbij wordt de begane grond ingedeeld als kantoor met een wachthall, bediendenkantoor, privékantoor en spreekkamer.
en in de kelder komt onder andere de kluis, couponkamers, archief, centr. Verw. en kolenopslag. Kadastraal: Sectie B n 813 (D12.389986).
Kantoorgebouw Leeuwenberg & Van Swaay te Nijmegen, Ing & ARch Bureau Rademaker & Leeuwenberg, ontwerp G. Leeuwenberg, datum tekening Amsterdam 13-3-1925 (D12.389984)
A.A.M. Leeuwenberg is op 3-11-1936 (“gistermiddag”, PGNC 4/11/1936) op 43-jarige leeftijd overleden. Anton Leeuwenberg was commissionair in effrecten bij het Leeuwenberg’s Effectenkantoor, welke “vroeger” Firma Leeuwenberg & Van Swaay heette. (De Gelderlander 5/11/1936 en PGNC 29/12/1936). In 13-8-1936 staat nog een advertentie van “Leeuwenberg & Van Swaay, commissionairs in effecten”
In 1938 laat de Nederlandsche Middenstandsbank het pand door architect Pieters verbouwen.
Nederlandsche Middenstandsbank
In 1928 was de Nederlandsche Middenstandsbank begonnen in “…een oud Nijmeegsch heerenhuis nabij de Houtmarkt. Het onderging een eenvoudige omwerking tot Bankgebouw. De moderniseering van den voorgevel met deur, borden en lichtbak, de groote publieksruimte met drie gemakkelijke loketten, bank, enz.; goed verlicht en ingericht kantoor en directiekamer werden door den architect der Nederlandsche Middenstandsbank, den heer J.P.W. Bieling te Amsterdam, op de uniforme wijze ontworpen. Het werk werd uitgevoerd door de aannemersfirma J.J. de Groot en Zn; het schilderwerk door den heer C. Burgers; de electriciteits-installatie door den heer Jos. Kwakkernaat, terwjl een gasradiatorverwarming werd aangelegd door den heer W.C. Nannings alhier.”
Het PGNC noemt daarbij dat ze was opgericht met medewerking van de Nederlandse regering en drie nationale middenstandsorganisaties (de R.K., de Neutrale en de Prot.Chr.). Haar hoofdkantoor staat in Amsterdam. Op het moment dat de bank haar bijkantoor opent heeft zij al ongeveer 90 bijkantoren in Nederland.
Bij de opening van de bank blijkt, dat er al langere tijd was gesproken over de wens van de 2 middenstandsorganisaties van Nijmegen voor de komst van een Middenstandsbank in Nijmegen. Wel blijkt dat Nijmegen met vorige middenstandbanken geen goede ervaringen had.
In het begin zal Nijmegen nog onder het Arnhemse kantoor vallen, met de bedoeling om langzamerhand zelfstandiger te worden. De bank zal vooral kredieten gaan verstrekken.
(PGNC 28/8/1928)
Verbouwing architect Pieters
Plan tot verbouwing der perceelen van Welderenstraat 8 en 10 (daarboven 6 respectievelijk 12 gezet) te Nijmegen tot kantoor der Ned. Middenstandsbank (D12.404346)
In 1938 vindt de verbouwing naar ontwerp van architect Pieters plaats. Daarbij wordt het pand rechts van Leeuwenberg, welke op dat moment nog woonhuis, bij de bank getrokken. Op D12.404349 staat dat het om de percelen 6-8-10-12 gaat.
Op de begane grond komt de ingang centraal te liggen. Voor de ramen verschijnen tralies. De twee afzonderlijke puntdaken worden samengevoegd.
Bij binnenkomst is over de gehele breedte -met de opgangen naar de woningen op de 1ste verdieping uitgezonderd- de publiekshall. Daarachter bevindt zich het bediendenkantoor, welke zowel het oude bediendenkantoor is met de rest van de naastgelegen ruimte van het aangesloten pand bijgegevoegd. Het privékantoor blijft bestaan, de spreekkamer is wachtkamer geworden. Waar de bergplaats en de wc zat, komt de spreekkamer. Als uitbouw wordt aan het nieuw aangesloten pand wc’s gebouwd.
Op de eerste verdieping zijn 2 woonhuizen.
Het PGNC schrijft over de verbouwing van 1938:
“Ned, Middenstandsbank in nieuw gebouw
Veel belangstelling bij de opening
Het kantoor van de Nederlandsche Middenstandsbank N.V. dat tot voor kort was gevestigd in de Oude Stadsgracht, is gisteren officieel in gebruik genomen in het geheel verbouwde pand, van Welderenstraat 10. Te drie uur in den middag hadden zich vele belangstellenden ten kantore verzameld, waar de hoofddirecteur, de heer J. van Eck, een openingswoord sprak. De hoofddirecteur verwelkomd de vertegenwoordigers van verschillende organisaties. Daarna wijdde spr. eenige woorden aan de ontwikkeling van de Middenstandsbank. Vooral in Nijmegen ging het aanvankelijk lang niet gemakkelijk, ondanks de garantie van den staat. De middenstanders hebben veel moeite gedaan om een middenstandsbank te krijgen, zoo zei spr., maar toen die er was, hield men zich afzijdig. Krachtige propaganda is daarom noodzakelijk. Men moet den middenstanders doen beseffen, dat de bank er is in hun eigen belang. Wat het kantoor in Nijmegen betreft, dat heeft jaren lang geleden aan onvoldoende accommodatie. Het bleek echter niet gemakkelijk iets beters te vinden, tenminste niet voor een redelijk bedrag. Een jaar geleden kwam men in contact met de Comm. Venn. Leeuwenberg’s Effectenkantoor. Het bleek mogelijk een samenwerking tusschen beide instellingen te bereiken. Daardoor werd ook de verbouwing mogelijk en nu deed het spr. genoegen, dat er een gebouw tot stand gekomen is, dat aan redelijke eischen voldoet. Spr. bracht hulde aan den heer A.J. Vermeulen, die langen tijd als directeur van de Middenstandsbank in Nijmegen in moeilijke tijden uitstekend werk heeft verricht. Thans zal hij in Utrecht een belangrijke functie te vervullen krijgen. De heer v. Eck bracht tenslotte hulde aan den architect, den heer Pieters, en de aannnemersfirma Thunnissen voor de wijze, waarop zij de verbouwing uitgevoerd hadden.
De heer A.S. Tesser, lid der commissie van advies, herinnerde aan de prettige samenwerking met den heer Vermeulen, dien men noode zal missen. De middenstand te Nijmegen heeft het door verschillende omstandigheden moeilijker, dan elders, b.v. door het feit, dat de grens gesloten is. Men mag nog tevreden zijn, dat de Middenstandsbank de eindjes aan elkaar heeft weten te knoopen. Spr. wenschte de directie geluk en dankte den heer Vermeulen voor de samenwerking.
De heer J. Hendriks, voorzitter van de R.K. Middenstandsvereeniging, sloot zich aan bij de woorden van den heer Tesser. Spr. was verheugd met dit gebouw, want het oog wil ook wat. Het deed spr. leed, dat de heer Vermeulen Nijmegen gaat verlaten en hij wenschte hem het beste toe.
De heer J.J.M.H. Nijst dankte namens mevrouw Leeuwenberg voor de wijze, waarop de Middenstandsbank het effectenkantoor heeft overgenomen. Spr. hoopte, dat de combinatie mag beantwoorden aan de verwachtingen.
De heer G.J. van Brummen, voorzitter van de Nijmeegsche Handelsvereeniging, dankte den heer Vermeulen voor de prettige samenwerking. Als lid der commissie van advies onderschreef spr. de woorden van den heer Tesser. Spr. hoopte, dat de grens spoedig open mocht gaan, want dat zou voor den middenstand een betere toekomst brengen.
De directeur van de Middenstandsbank te Nijmegen, de heer P.G.A. Suurenbroek, deelde mede, dat de burgemeester wegens Raadsvergadering verhinderd was, de opening bij te wonen. Spr. dankte voor de belangstelling, die van de zijde der Kamer van Koophandel getoond werd door de aanwezigheid van de heeren ir. Th. Rosskopf, voorzitter, en J.W.F.G. Thijssen, secretaris. Spr. hoopte op een goede samenwerking met de adviseurs en met de middenstandsorganisaties. Spr. dankte ook de plaatselijke pers voor haar aanwezigheid en hij sprak zijn waardeering uit voor de komst van den heer P.L.M. van Wayenburg, secretaris der Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer. De heer Suurenbroek zeide dan, groote achting te koesteren voor het vele, dat de heer Vermeulen had verricht. Tenslotte dankte spr. mevr. Leeuwenberg voor haar aanwezigheid, waarbij hij tevens hulde wilde brengen aan haar overleden echtgenoot.
Vervolgens waren de belangstellenden in de gelegenheid, het gebouw te bezichtigen. De kantoorruimten wekten aller bewondering en ook de moderne kluisinrichting werd met zeer veel interesse in oogenschouw genomen. “ (PGNC 13/10/1938)
Architect Petrus Pieters
Petrus Joannes Stephanus Pieters is op 26 december 1869 in Amsterdam geboren. Zijn vader Johnnes Chr. P. was meester timmerman en aannemer. Zijn moeder was Joanna M. Rademaker. Hij is in ’s-Hertogenbosch getrouwd met Anna Maria C. Verhoeckx.
Na de lager school krijgt hij een opleiding van 4 jaar in het timmervak en bouwkundig tekenen op het bureau van architect Paul J.A. Gabriël. Voor dit bureau heeft hij ook bouwkundig opzichterswerk verricht en enkele werken uitgevoerd. Daarna gaat hij bij andere bureaux, om zich daarna te vestigen als zelfstandig architect.
Hij bouwde kerken en pastorieën, jeugdhuizen, scholen, woon- en landhuizen. Ook bouwde hij bankgebouwen voor de Nederlandsche Middenstandsbank. Naast Nijmegen waren dit onder andere Roermond, Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch en Alkmaar.
De Gelderlander 20/10/1941 Na de verbouwing blijken de Nederlandsche Middenstandsbank en Leeuwenberg op hetzelfde adres te zitten. Deze lening was uitgeschreven onder de Duitse bezetter en gebracht door de beruchte Meinoud Marinus Rost van Tonningen als president van De Nederlandsche Bank enwaarnemend secretaris van Financiën
Verbouwing Estourgie
1946
In 1946 vindt een verbouwing plaats naar ontwerp van Charles Estourgie. De tekeningen en beschrijvingen zijn genomen uit de “Bestaande toestand” van 1957 (D12.429307)
In 1946 vindt een verbouwing plaats naar ontwerp van Charles Estourgie. De tekeningen en beschrijvingen zijn genomen uit de “Bestaande toestand” van 1957 (D12.429307) , aangezien het niet geheel duidelijk is welke van de gevonden bouwtekeningen van Estourgie het uiteindelijke werk geworden is.
Wat bij het front opvalt, is dat de 2 deuren naar de opgang veranderd zijn in ramen. De trappen zijn nog wel aanwezig, maar nu dus nadrukkelijk als onderdeel van de begane grond van de bank. De grootste veranderingen zijn intern: de 1ste verdieping wordt bij het bankgebouw bijgetrokken.
Daarnaast is het ‘Privékantoor’ verdwenen. Dat is verder nog niet onderzocht. De begane grond bestaat voornamelijk uit de bediendenruimte en hal voor het publiek. Wel is de achterste spreekkamer blijven bestaan.
De 1ste verdieping is zoals gezegd bij de bank getrokken. De tussenmuur is wel geheel blijven bestaan, zonder dat er een deur gemaakt is die beide voormalige bovenwoningen verbindt. De directiekamer, Credieten, Archief en “Proc. H.” (procuratiehouder) beslaan het grootste deel van de ruimte.
Het is onduidelijk of Leeuwenberg nog als zelfstandig bedrijf actief is, aangezien de 1ste verdieping wel een procuratiehouder heeft. Dat dient nog verder worden onderzocht.
Verbouwing 1957
Bij de verbouwing van 1957 wordt vooral de indeling van de begane grond qua bediendenruimte en de hall aangepast ((D12.429306). Ook krijgt de 1ste verdieping een doorbraak tussen de 2 panden door middel van een pand brede verbindingsgang.
Verbouwing 1972 en verder
Van Welderenstraat 10 Augustus 2023 (Google Streetview)
In 1972 vindt de verbouwing van het bankgebouw plaats naar een kantoor en kamerverhuurbedrijf. Het ontwerp is van de architect G.H. Smit uit Arnhem (D12.487674). Daarbij worden de voormalige ingangen naar de bovenverdieping(en) hersteld. Deze krijgen de nummers 8 en 12.
De centrale ingang van nummer 10 blijft behouden en van de voormalige bankruimte is kantoor I en II gemaakt. Tussen deze 2 kantoren is weer een tussenmuur gekomen. Op de eerste verdieping zijn 6 kamers en 2 keukens gepland (D12.487673).
Vanwege privacy is verder niet gekeken naar de indeling en volgende verbouwingen van in ieder geval 1978, 1984 en 1993.
Van Welderenstraat 8, 10 en 12, maart 2025 (Google Streetview)
Afgaande op Google Streetview, is in BT Kappers in mei 2019 nog hier gevestigd. In ieder geval zit op augustus 2021 Gallery024 in het pand en momenteel (december 2025) nog steeds.