Augustijnenstraat 11-17, oorspronkelijk Apotheek Moeys, juli 2019 (Google Streetview)
#Nijmegen, Augustijnenstraat, Centrum

Apotheek Moeys Augustijnenstraat 11- 17 architecten Cousin en van Gendt

1953, Augustijnenstraat 11-17

Augustijnenstraat 11-17, oorspronkelijk Apotheek Moeys, juli 2019 (Google Streetview)
Augustijnenstraat 11-17, oorspronkelijk Apotheek Moeys, juli 2019 (Google Streetview)

In oktober 1953 heropent de bekende apotheek E.G. Moeys haar bedrijf aan de Augustijnenstraat. De apotheek op de Grote Markt, waar sinds 1833 was gevestigd, was tijdens de oorlog verloren gegaan. De architecten van het nieuwe pand zijn F.J. Cousin en Ir. Van Gendt, waarbij de aannemer Moolenaar’s Aan. Bedrijf te Nijmegen was (De Gelderlander 27/10/1953) E.G. Moeys zelf was in april 1944 overleden.

Moeys op Augustijnenstraat 17

Heropening Moeys Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 24/10/1953)
Heropening Moeys Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 24/10/1953)

Het Nijmeegsch Dagblad schrijft over deze opening:

Apotheek Moeys in een nieuw pand

Apothekers zijn stille werkers. Zonder enig gerucht is de apotheek E.G. Moeys N.V. Zaterdagavond aan de Grotestraat voorgoed op slot gedaan en Maandagmorgen om acht uur werd, alsof er niets bijzonders was gebeurd, het werk voortgezet aan de Augustijnenstraa 15. Grote hoeveelheden flesjes en voorraden medicamenten zijn tijdens het weekend overgebracht en gisteren kon men de recepten weer op de normale wijze klaarmaken.

Apotheek Moeys kan gerekend worden tot de oudste van de stad. In Maart 1833 werd de zaak op de Grote Markt gevestigd en tot 1944 heeft men er ongestoord gewerkt. Bij het bombardement in Februari werd het pand vrij ernstig beschadigd, doch kon worden hersteld. In de Septemberdagen viel het echter ten prooi aan de vlammen; het jaar daarop werd de dienst in een oud huis aan de Grotestraat hervat.

De grote en radicale verhuizing is evenwel niet geheim gebleven. Vele bloemstukken sierden de moderne winkelruimte. Wat de inrichitng betreft men heeft er de ruimte gekregen. De assistenten en voor de wachtenden staat er een brede bank.

Wat is voor een apotheker belangrijker dan een overzichtelijk geheel. Ook hierover heeft men geen klagen, noch in de winkel, noch in de spoelkeuken, het laboratorium en de voorraadkasten. Voor de nachtdienst is er voorts een grote kamer beschikbaar.” (Nijmeegsch dagblad, 27/10/1953)

Moeys op de Grote Markt

Een gedeelte van de zuidzijde van de Grote Markt, met v.l.n.r. de sigarenzaak van J. van Steensel; de Passage van Vroom en Dreesmann (met de 3 bogen); de apotheek / drogisterij van E.G. Moeijs, en de schoenenzaak van de Gebroeders Raemakers. Rechts de hoek met de Scheidemakersgas. Links de hoek met de Broerstraat, 1939 (Ir. J.G. Deur via F14009 RAN CCBYSA)
Een gedeelte van de zuidzijde van de Grote Markt, met v.l.n.r. de sigarenzaak van J. van Steensel; de Passage van Vroom en Dreesmann (met de 3 bogen); de apotheek / drogisterij van E.G. Moeijs, en de schoenenzaak van de Gebroeders Raemakers. Rechts de hoek met de Scheidemakersgas. Links de hoek met de Broerstraat, 1939 (Ir. J.G. Deur via F14009 RAN CCBYSA)

Over 2 generaties Apotheek Moeys en een blikje salmiakpastillen

Uit nieuwsgierigheid wat er over een blikje met het opschrift “Apotheek Moeys” (https://www.noviomagus.nl/Varia/Email/Moeys.htm)  en “Salmiakpastillen” te vinden was, is dit onderzoekje begonnen. Uitsluitsel over de pastilles is niet gevonden, wel de nodige informatie over 2 generaties apotheek Moeys.

Gosuinus Philippus Guilielmus Moeys

Gosuinus Philippus Guilielmus Moeys of Moeijs (waarbij tevens zijn voornamen regelmatig op een andere wijze worden geschreven) komt in het Bevolkingsregister van 1850 voor als Gosuinus Philippus Wilhelmus Moeijs. Hij is in 1847 geboren. Hij woont dan in Hees, Wijk E, Nr. 57 2 (later vervangen door 78), Dorpstraat.

Een afbeelding van Moeys is te vinden op https://www.genealogieonline.nl/genealogie-kuperus-moeys/I00250.php

De vader van Moeys is in 1806 geboren in België en is gepensioneerd (“Gepens.”). Zijn moeder Dorothea Petronella Johanna van Heijst is in 1814 geboren in Waalwijk. Tussen 1850 en 1860 zullen zij verhuizen naar Wijk B 124, Achter den Hessenberg.

Zijn vader komt op 22 mei 1860 te overlijden. Na het overlijden verhuizen Moeijs en zijn moeder naar Wijk E, 78, deel 1, bl 105 id, dus waarschijnlijk naar hun laatste adres.

In het Bevolkingsregister 1860 komt hij voor als: Wijk E, deel 2, Heessche Kerkstraat Nr. 78 …. (onleesbaar). Opvallend daarbij is dat staat hij op 31 maart 1847 geboren. Op 21 januari 1868 vertrekt hij naar Amsterdam. In 1869 behaalt hij zijn kandidaatsexamen tot apotheker. Op 10 mei 1869 komt hij weer naar Nijmegen. Zijn beroep is dan ‘Apothecar’.

Grote Markt 6

Vlak daarna lijkt hij verhuisd te zijn naar Groote Markt, Wijk B nr. 6 om bij Barthelemi de Blaauw (`S Gravenhage, 24/9/1824, apothecar) in te gaan wonen. Zijn beroep is dan Apotheekbediende. (Waarbij nu geboortedatum 3 maart staat). Op dit adres zal Moeijs en later zijn zoon Emile jarenlang hun apotheek hebben.

De geschiedenis van het pand Grote Markt 6, “Het Huis met den Bril” staat weergegeven in De Gelderlander 9/2/1908, waarbij Blaauw “tal van jaren deze apotheek had bewoond”. Hij blijkt niet de eerste apotheker te zijn, rond 1828 is er sprake van de apotheker D. Pas.

Vestiging als apotheker

Ook in het militieregister van 1867 komt Moeijs voor als Apothekersbediende. In het Bevolkingsregister van 1870 staat hij vermeld als Apothecar. Op 27 juni 1870 vertrekt hij naar Helder (tegenwoordig Den Helder).

Om vervolgens op het oude adres Heessche Kerkstraat Nr. 78 op 30 september 1872 weer tijdelijk terug te keren. Op 14 oktober 1872 vertrekt hij tijdelijk naar Haarlem om op 28 juli 1873 op dit adres weer terug te keren. Vervolgens zal hij weer verhuizen naar Groote Markt 6. Op 11 april 1877 trouwt hij met Wilhelmina Louisa Krol (’s Hertogenbosch, 6 oktober 1851 (hier staat oorspronkelijk 1849, wat op een later tijdstip veranderd is). Zijn moeder woont dan tevens op dit adres, op een later tijdstip is Moeijs als ‘hoofd’ aangemerkt in plaats van de moeder.

Zijn zoon Henri George Louis wordt op 6-6-1878 geboren.

Op 22 maart 1878 krijgt hij een vergunning tot het verbouwen van zijn huis aan de Markt, wijk B nr. 6.

In het Bevolkingsregister van 1880 komt hij voor als Apothecair, Groote Markt Wijk B nr (moeilijk leesbaar, waarschijnlijk 33); Op een later tijdstip is bij opmerkingen ‘No 5’ geschreven. Zijn zoon Emile Gustaf wordt geboren op 16-8-1880.

In het Bevolkingsregister van 1890 staat Moeys op het adres aanvankelijk Markt Wijk B no 5; dit is op een later tijdstip veranderd naar Groote Markt 6. Zijn oudste zoon Henri George Louis vertrekt op 17-10-1898 naar Utrecht. In 1915 blijkt Henri in ieder geval weer in Nijmegen te wonen; hij is dan arts. De moeder van Moeijs overlijdt op 2-3-1900.

“Ik bezocht dezer dagen de herbouwde apotheek van Collega Moeijs in mijne woonplaats en verklaar gaarne dat ik met genoegen waarnam, hoe alles naar de eischen des tijds is ingericht. De ruimte is niet groot maar van alles is voor eene goede organisatie partij getrokken. Voor eene goede bewaring der geneesmiddelen, een der eerste vereischten in eene apotheek, is de meeste zorg gedragen. Aanbeveling verdient vooral eene hermetisch gesloten kalkkast onder de werktafel, van deuren die met zink bekleed zijn en doorboorde ijzeren platen voorzien, om geneesmiddelen, die voor vochtig worden vatbaar zijn, droog te houden of te drogen.

Deze apotheek kan werkelijk als model dienen voor de nieuwe apotheken, met welker levering Collega M. zich belast.” (Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 27, 1890-1891, no 5, 31-05-1890)

Zijn zoon Emile Gustaaf, geboren 16 augustus 1880, vertrekt op 5 oktober 1900 naar Utrecht. Daarbij is opvallend dat zijn Kerkgenootschap op een later tijdstip gewijzigd is van RK naar ‘geene’.

Op 16/2/1899 koopt Moeijs “Een heerenhuis met erf met tuin aan de Franckenstraat hoek Regentessestraat”, Sectie B nr 2589, zijn nieuwe woning: Regentessestraat 2.

Op 1 mei 1914 koopt Moeys een huis met erf aan de Scheidemakersgas (nummers 52,54 en 56, Wijk C 1609

In het Bevolkingsregister 1910 is bij Wilhelmina Krol het kerkgenootschap ‘N.H.’ vervangen door ‘geen’. Op een later tijdstip is de geboortedatum gewijzigd van 1851 naar 1849. Moeijs en zijn vrouw zijn dan de enigen die wonen op de Regentessestraat.

Henri George Louis komt op 10-12-1910 terug uit Utrecht en is dan arts. Hij vestigt zich op Paulstraat 12, later vervangen door van Welderenstraat 95 (op 1/1 21 vervangen?). Hij trouwt op 14-4-1913 met Cornelie Marie Blume (geboren 6-1-1886 te Tegal). Op 20-1- 1914 wordt hun zoon Pierre Henri geboren. En op 20-10-1918 wordt Emile Jan geboren. Aangezien de focus op de apotheek ligt, zal hij niet langer worden gevolgd.

Een foto van de apotheek (rechts op de foto) uit 1915) is te vinden bij het Regionaal Archief Nijmegen op: https://www.collectiegelderland.nl/organisaties/regionaalarchiefnijmegen/voorwerp-F19380)

Overlijden

Moeijs overlijdt op 21 mei 1915.

Tot zijn overlijden heeft hij een vorm van bedrijf/praktijk op de Franckenstraat aangehouden en daarbij zijn groothandel/inrichting van apotheken. Zo zijn er tot in ieder geval 12-12-1930 (de laatste door mij (RE) gevonden) aankondigingen openingstijden van de apotheek Firma G PH G Moeys op de Mr. Franckenstraat 11.

Hij laat bij zijn overlijden 3 panden na:

   Taxatie
Huis met erfFranckenstraatSectie B nr 258910000
Huis met erfGroote MarktWijk C nr 16378000
Pakhuis met erfScheidemakersgasSectie C 16094000

De Franckenstraat is hetzelfde pand als de Regentessestraat.

Op 18/12/1915 komen Wilhelmina Louise Krol, Henri George Louis Moeijs en Emile Gustaaf Moeijs overeen dat Wilhelmina de onroerende goederen verkrijgt, waarbij ze haar zonen elk 7333,33 (elk 1/3 van de waarde van de panden) heeft uitgekeerd. Wilhelmina benoemt dezelfde dag Emile Gustaaf tot haar enig erfgenaam van alle onroerende goederen, indien hij daarbij de waarde van de onroerende goederen zal inbrengen.

De praktijk

Afgaande op (kranten) berichten, vergunningen en advertenties, lijkt de praktijk van Moeys te bestaan uit:

  • De apotheek zelf
  • Een groothandel/ bedrijf voor inrichting van apotheken
  • Een werkplaats
  • Andere activiteiten

Moeijs adverteert regelmatig in kranten als het PGNC en daarnaast in het vakblad Pharmaceutisch Weekblad. Een andere bron voor zijn praktijk is de ‘Receptentaxe’. Hoewel niet naar volledigheid is getracht -en advertenties waarschijnlijk sowieso geen volledig beeld zullen geven, geven dergelijke bronnen wel een indruk waaruit de praktijk in ieder geval bestond.

In de Bijlage praktijk van Moeijs staan de gevonden activiteiten weergegeven, veelal in vorm van advertenties.

Ivorine

In 1889 ontwikkelt Moeys zijn eigen merk Ivorine: tandpoeder, tandpasta en mondwater:

Wanneer het aantal advertenties een indicatie zijn voor de voornaamste activiteiten, dan lijkt ‘Ivorine’ zijn voornaamste ‘eigen’ product te zijn geweest. De Laatste die ik (RE) gevonden heb in vrijwel onveranderde advertentie is van PGNC 24/6/1915; in deze periode zijn -afgaande op het zoeken op ‘Ivorine’ in het Regionaal Archief- ongeveer 100 advertenties in het PGNC verschenen.

Ivorine werd, gezien gepubliceerde advertenties op meerdere plaatsen in Nederland verkocht. Onder andere: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 27-08-1890,Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant, 28-03-1891, De Maasbode, 24-03-189, Arnhemsche courant, 20-07-1891

Bovendien wint Ivorine een gouden medaille op de wereldtentoonstelling in Chicago in 1894 (De Gelderlander 24/1/1894).

Overige activiteiten

Buiten zijn praktijk, heeft Moeijs tevens een bureau voor “Chemisch en Microscopisch Onderzoek”. Afgaande op krantenberichten, wordt hij in ieder geval gevraagd voor de beoordeling van drinkwater en melk. (PGNC 10-9-1892, PGNC 21-11-1899)

Daarnaast is Moeys vanaf de oprichting in 1902 tot 14-8-1913 bestuurslid van vereniging “het Groene Kruis”. Zijn zoon Henri volgt hem daarbij op. (PGNC, 9-4-1913)

Emile Gustaaf Moeijs

(Geboren op 16 augustus 1880 te Nijmegen, Overleden op 4 april 1944 te Nijmegen)

Een afbeelding is te vinden op:

https://www.genealogieonline.nl/genealogie-kuperus-moeys/I00204.php

  • 1903: theoretisch examen geneeskunde (II) in Utrecht (Haagsche courant, 22-06-1903)
  • Examen apothekersbediende, Utrecht, 24-6-1904 (Haagsche courant, 27-06-1904)

Emile Gustaaf is op 9-7-1904 teruggekeerd uit Utrecht en gaat wonen op de Groote Markt 6, zijn beroep is dan ‘Apotheker’.  Zoals hierboven weergegeven, lijkt Emile Gustaaf in 1904 (of daaromtrent) de apotheek te hebben overgenomen, of in ieder geval is hij vanaf dat moment betrokken.

Hij is op 6-9-1904 getrouwd met Margaretha Petronella la Verge (geboren 14-8-1881 te Schiedam). Op 20-11-1909 krijgen zij een zoon, vernoemd naar de grootvader: Gosuinius Philippus Guilhelmus. Gosiunus zal tevens apotheker worden te Rotterdam. Hij zal echter al op 29-jarige leeftijd (28-12-1938) komen te overlijden (PGNC 29-12-1938). Op 29-9-1916 wordt de tweeling Wilhelmina Louisa en Sophia Margaretha geboren.

Op 27-10-1905 krijgt Moeijs vergunning tot een plaatsen van een benzinemotor voor het drijven van een zaagmachine, in perceel Scheidemakersgas No. 41a, kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, No. 4450 (De Gelderlander 28/10/1905).

In het boek ‘Homeopathie in de praktijk’ uit 1905 staat E.G. Moeijs als apotheek in Nijmegen, welke (ook) homeopathische geneesmiddelen verkoopt. Ook in de gevonden boeken van 1917, 1921 en 1924 staat een dergelijke vermelding. Daarbij verkoopt hij ook ‘Ivorine tandmiddelen’.

In 1908 laat de firma E.G. Moeys & Co. een 7PK. Electromotor plaatsen door de firma L.A. Moll, installatie-bureau voor Siemens & Halske (Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant, 10-04-1908)

6-4-1909 krijgt Emile Gustaaf vergunning tot uitbreiding van “zijne inrichting voor houtbewerking in het perceel aan de Scheidemakersgas No. 41a, kadastraal bekend Nijmegen, sectie C No. 4450, door het plaatsen van een electro-motor (PGNC, 11-4-1909)

In de Personalia van het Pharmaceutisch Weekblad komt Emile een aantal keren voor:

  • Inschrijving als apotheek-houdend geneeskundige, Groote Markt 6 (no 8, 22-2-1913)
  • Ingeschreven als apotheker: E.G. Moeys, fa. G. PH. G. Moeys, Franckenstraat 11 (no 46, 11-11-1916)
  • Afgevoerd als apotheker: E.G. Moeys, fa. G. PH. G. Moeys, Franckenstraat 11 (verandering van provisor): dus waarschijnlijk was de inschrijving van Emile van 1916 die van provisor, oftewel als beheerder van een apotheek (no 22, 01-06-1918)

In 1913 tekent Emile Gustaaf, dan apotheker, samen met Herman de Vrij, apothekersassistent, een overeenkomst dat laatstgenoemde gaat werken voor Naamloze Vennootschap Chemicaliënhandel G.D. de Vos & Co te Soerabaja. Emile Gustaaf heeft daarbij mondeling verklaard lasthebber van deze firma te zijn (in 1915 wordt de functie van Moeijs schriftelijk bekrachtigd).

Juni 1914 (PGNC 24-6-1914) vraagt Emiel Gustaaf een vergunning aan voor de oprichting van “eene door elektriciteit gedreven inrichting tot het bereiden van pharmaceutische preparaten en het bewerken van hout, in het perceel aan de Scheidemakersgas No. 54, kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 1609.” Deze vergunning krijgt hij in augustus (PGCN, 8-8-1914)

In een adressenlijst van 1916 blijkt het pand aan de Scheidemakersgas nummers 52 t/m 56 dienst te doen als “fabriek” van de Firma E.G. Moeys & Co met als producten: “pharm. praep en tabletten”. Het “kantoor” is gevestigd op Markt 6 (Chemisch weekblad. Orgaan van de nederlandsche chemische vereeniqinq No. 43. 2 October 1916. 13e Jrg)

Aantal gevonden advertenties

  Krant/datumWat 
PGNC 8/4/1922Nestlé’s Yoghurtine Pastillesspijsvertering
PGNC, 25-04-1908Citronal PillenJicht, podagra, rheumatiek, suikerziekte, zwaalijvigheid, gal- en nierstenen
PGNC, 12-08-1922Hebe EssenceBereidt zelf limonade en likeur

Wilhelmina Krol en erfenis

Op 17-12-1923 sluit Wilhelmina Krol met de Weduwenbeurs der Classis van Nijmegen een lening met hypotheek van 9000 gulden af.

Op 2-1-1930 stelt Wilhelmina Krol haarzelf op eigen verzoek onder curatele. Op 27/3/1930 vindt een beschrijving van het bezit van Wilhelmina Krol plaats. De 3 panden zijn nog haar eigendom. Haar enige schuld is de 9000 gulden aan de Weduwenbeurs. Daarnaast bezit ze nog de nodige waardepapieren.

Op 17/3/1931 koopt Emile Gustaaf het pand aan de Scheidemakersgas nr’s 52a, 54 en 56 voor 12.000 gulden van Wilhelmina Krol. Emile Gustaaf woont dan zelf op de Reestraat 23.

Hoewel de acte ontbreekt, vindt op 11/4/1931 royement plaats van de lening van de Weduwenbeurs.

Emile Gustaaf zal het pand aan de Scheidemakersgas verkopen aan Vroom en Dreesmann voor 19.000 gulden.

In 1931 vraagt Moeys tevens vergunning aan voor “een inrichting voor het bereiden van tablet artikelen”, Adres: Grote Markt 6 en Scheidemakersgas 74. Het laatste adres is de achterkant van het pand Grote Markt 6.

Wilhelmina Krol zal zelf nog een lening van 13.000 gulden laten verstrekken aan Johannes Gerhardus Langenhof.

Wilhelmina Krol overlijdt op 28-10-1931.

Aangezien Emile Gustaaf heeft besloten geen gebruik te maken van de mogelijkheid het onroerend goed over te nemen tegen inbreng van de waarde daarvan, besluiten de broers het pand Regentessestraat 2 te veilen (acte van 14-1-1932). Voorwaarde daarbij is, dat er de eerste 50 jaar geen apotheek op dit wordt gevestigd. Gezien de bepaling dat de kamer die als apotheek in gebruik is op 1 maart zal worden overgedragen, blijkt dat het pand tot deze tijd als apotheek in gebruik is gebleven.

De aannemer Hermanus Wilhelmus Delgeyer zal het pand namens Henricus Johannes Josephus van de Herd, ‘particulier’, Hobbemastraat 27, kopen voor 12.050 gulden (acte van 17-3-1932).

Op 24-3-1932 gaan de broers over op de verdeling van de erfenis, die naast Groote Markt 6 ter waarde van 22.000 gulden 36.000 gulden aan leningen en waardepapieren betreft. Emile Gustaaf krijgt daarbij de Groote Markt 6. De aandelen in de Coöperatieve Apothekers Vereeniging De Onderlinge Pharmaceutische Groothandel laten ze daarbij onverdeeld.

Het Regionaal Archief heeft een foto van Apotheek Moeys rond 1935: “1935-1938, Gevels zuidzijde: van links naar rechts de Passage, de dameshandwerkwinkel van E. van Buren, Apotheek Moeys en de Schoenhandel van de Gebr. Raemakers” (Bron: Regionaal Archief Nijmegen) https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=6-1&index=0&imgid=13941865&id=219256

Scheiding, trouwen en overlijden

Op 12-4-1937 (uitspraak rechtbank 25-3) scheiden Margarethe la Verge en Emile Moeys. Op 1-5-1937 trouwt Emile met Elisabeth van Santen, 35 jaar en apothekers-assistente.

In/rond september 1937 wordt de handelsnaam E.G. Moeys & Co. gewijzigd in de N.V. Apotheek E.G. Moeys (No 1342).

Op 1-7-1941 verschijnen 2 opvallende berichten in de Gelderlander: het bericht dat op 26-6-1941 Emile Gustaaf Moeys, wonend op Grote Markt 6 failliet is verklaard. Daaronder heeft de N.V. Apotheek E.G. Moeys een bericht laten plaatsen dat dit faillissement niets te maken heeft met de N.V. Apotheek E.G. Moeys, en dat deze apotheek haar bedrijf op gewone wijze voortzet in de Grote Markt no. 6 (De Gelderlander 1-7-1941). In de PGNC 18/11/1942 staat vervolgens het bericht dat het faillissement is geëindigd.

Emile Gustaaf overlijdt op 2-4-1944 te Nijmegen

Vervolg

In 1944 wordt het pand Grote Markt verwoest, zie reactie 3:

“Reactie 3: Rob Essers, 06-04-2017: De apotheek is niet bij het bombardement, maar bij de bevrijding van Nijmegen in september 1944 verwoest. Op archieffoto RAN F65459 is te zien dat de panden Groote Markt 1 t/m 8 nog onbeschadigd zijn. De apotheek van E.G. Moeijs lag naast de schoenwinkel van de Gebr. Raemaekers (Groote Markt 7, op de hoek van de Scheidemakersgas); zie ook foto GN11080.”

Na de verwoesting van Grote Markt 6 in 1944 is de apotheek ‘tijdelijk’ in Grotestraat 17 gaan zitten.

In de Gelderlander van 11/12/1947 wordt een apothekersassistente gezocht voor Apotheek E.G. Moeys, Grotestraat 17. In het adresboek van 1948 en 1951 staat dat Elisabeth van Santen woont in de Grotestraat 17.

Van het pand Grotestraat is bij het Regionaal Archief onder andere een foto uit 1953 te zien, waarbij de apotheek te koop staat: (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=10-1&index=3&imgid=13738350&id=63516; auteursrechtelijk beschermd).

Vanaf 26-10-1953 is de apotheek verhuisd naar Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 26/10/1953)

Daarbij woont volgens het adresboek van 1955 Elisabeth van Santen op nummer 15. Daarbij is P. Rentmeester meeverhuisd: deze woonde volgens het adresboek van 1951 tevens in de Grotestraat 17 en in het adresboek van 1955 eveneens op nummer 15 (de derde bewoner en eerst voorkomende in 1955 is J. Hellenthal).

In het adresboek van 1959 is de apotheek gevestigd op nummer 17. Elisabeth woont op nummer 11 (en op 13 T.W. Enzerink, wed. B. Hellenthal en op 15 J. Hellenthal), hoewel ook nummer 15 gevonden wordt voor dat jaar.

Ook in het Nuha-Adresboek 1968 is het adres van de N.V. E.G. Moeys Augustijnenstraat 17. Bij het adresboek van 1971 staat nog steeds deze N.V., maar nu tevens met F.J. Beynon, Apotheker.

Ook in een personeelsadvertentie voor Apothekersassistente van 4-4-1969 staat bij deze N.V. F.J. Beinon.

F.J. Beynon

De eerste gevonden vermelding van F.J. Beynon is in 1954: voor een opleiding tot Apothker-assistente kan men zich onder andere aanmelden bij F.J. Beynon, Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 7/8/1954)

In het Adresboek van 1959 komt hij voor als Apotheker en woont op Timorstraat 10. Idem in 1963 en 1966. Ook in 1966 is er in het Adresboek een vermelding van Beynon bij Apotheek Moeys(N.V. Moeys F.J. Beynon, Augustijnenstraat 17). Waarschijnlijk blijft hij in de Timorstraat wonen, want ook het Adresboek van 1968 vermeldt dit adres; in 1971 komt hij voor op Grootstalselaan 66.

Tot slot

Een aantal vragen heb ik (RE) nog niet kunnen beantwoorden:

  • Wie maakte er deel uit van “E.G. Moeys en Co.”? Of was de “Co.” slechts een betekenisloze toevoeging?
  • Waarom is de N.V. Moeys in 1941 niet failliet gegaan; wie maakte daar onderdeel van uit? En waarom is Emile wel als persoon failliet gegaan en de N.V. niet? Waarschijnlijk heeft Elisabeth van Santen de apotheek na de dood van Moeys voort kunnen zetten?
  • En waar het allemaal mee begon: maakte Moeys zelf salmiakpastilles of was het doosje bedoeld om losse salmiakpastilles in te scheppen?
Juli 2019, met op dat moment You Mobile op Augustijnenstraat 40 (Google Streetview)
#Nijmegen, Augustijnenstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Cooymans Augustijnenstraat architect Treur

1954- 1955 Augustijnenstraat 40-40a Centrum

Juli 2019, met op dat moment You Mobile op Augustijnenstraat 40 (Google Streetview)
Juli 2019, met op dat moment You Mobile op Augustijnenstraat 40 (Google Streetview)

In 1954 ontwerpt architect Treur de herbouw van slijterij Cooymans. Zijn zaak aan de Stikke Hezelstraat was bij het bombardement van februari 1944 verwoest. Ook zijn nieuwe winkel aan de Burchtstraat ging tijdens de oorlog verloren.

Herbouw van een winkel met bovenwoning aan de Augustijnenstraat te Nijmegen voor mevr. M. Cooymans- van Osch te Nijmegen, getekend J. Rootinck (?), bur arch G.B. Treur, 8-3-1954 (D12.415314)
Herbouw van een winkel met bovenwoning aan de Augustijnenstraat te Nijmegen voor mevr. M. Cooymans- van Osch te Nijmegen, getekend J. Rootinck (?), bur arch G.B. Treur, 8-3-1954 (D12.415314)

In 1954 ontwerpt architect Treur de herbouw van slijterij Cooymans. Daarbij is opvallend dat de opdrachtgever zijn vrouw, M Cooymans- van Osch, is. Links is de winkel gepland, rechts van de ingang een kantoor. Het achterste gedeelte, ongeveer 1/3 van de oppervlakte is gepland als magazijn (D12.415313).

Een mooie foto is te vinden op ZN35363.

J. Cooymans heropent op 1 maart 1955 zijn slijterij – wijn – en gedistilleerdhandel- in de Augustijnenstraat. Zijn winkel in de Stikke Hezelstraat was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Daarna, “een jaar later bij de bevrijding vernielde het oorlogsgeweld zijn zaak op de Burchtstraat” (De Gelderlander 2/3/1955). Daarna had hij bij de firma Hilckmann ingewinkeld, wat zo gastvrij ging, dat er van Hil-co werd gesproken. Om vervolgens zijn noodwinkel te hebben op Wintersoord. Een foto van deze noodwinkel is te vinden op GN6660

In maart 1955 opent hij zijn “fraaie, hypermoderne, maar gezellige zaak in de Augustijnenstraat”. De zaak is gebouwd door architect Treur en het aannemersbedrijf Gebr’s Dekkers. De mahoniehouten betimmering was aangebracht door de meubelfabriek Linders.

In het laatst gevonden Adresboek 1971 is op de Augustijnenstraat 1971 nog steeds slijterij Oporto.

De Gelderlander 6/10/1955

1937 Stikke Hezelstraat

Het 4e pand met het uithangbord “Slijterij” is Oporto: Blik op de hoek Augustijnenstraat Stikke Hezelstraat met nog net zichtbaar de Augustinuskerk; op de hoek drukkerij en binderij Richelle en slijterij Oporto. De foto lijkt genomen op een zondagmorgen voor aanvang van de mis in de kerk, 9/1941 (GN11038 RAN) architect Treur
Het 4e pand met het uithangbord “Slijterij” is Oporto: Blik op de hoek Augustijnenstraat Stikke Hezelstraat met nog net zichtbaar de Augustinuskerk; op de hoek drukkerij en binderij Richelle en slijterij Oporto. De foto lijkt genomen op een zondagmorgen voor aanvang van de mis in de kerk, 9/1941 (GN11038 RAN)

In 1937 had J. Cooymans zijn wijnhandel en slijterij “Oporto” geopend aan de Stikke Hezelstraat 11:

“…eigenaar de heer J. Cooymans, een naam die al reeds van oudsher een goeden klank heeft. De bekende goede vooraanstaande merken, Hulskamp, Lucas Bols, Wijnand Fockinck, J.G. Cooymans en Zoon en ook de buitenlandsche merken, we vinden ze allen in de donkerrood mahoniehouten gebeitste kasten en de met smaak gevulde etalage.

De firma “Oporto” vestigt er speciaal de aandacht op dat alle gedestilleerd, óók per maatje, verkrijgbaar is. In minerale wateren zagen wij ook verschillende fabrikaten van naam.

De betimmering van het interieur werd uitgevoerd door de firma Sipman te Arnhem, terwijl het Electro-technisch Bureau Geertsen, Stikke Hezelstraat 11, voor de verlichtingsinstallatie zorg droeg.

Wij verwijzen nog naar de advertentie van gisteravond, waarin “Oporto” ter kennismaking voor iedere kooper een verrassing heeft”. (PGNC 18/11/1937)

Advertentie Oporto (PGNC 23/12/1937)
Advertentie Oporto (PGNC 23/12/1937)

J.W.A. Cooymans

Het krantenartikel bij de opening van 1937 noemt J. Cooymans “een naam die al reeds van oudsher een goeden klank heeft”. Hij blijkt familie te zijn van de bekende, van oorsprong Bossche distilleerderij familie Cooijmans.

Hoewel de kaart van het Bevolkingsregister nog niet is gevonden, betreft het vrijwel zeker Jan Willem Antoon Cooijmans/ Cooymans.

Uit het dienstbodenregister blijkt een Jan Willem Antoon geboren te zijn op 16 februari 1900. Vervolgens is de geboorteacte van deze J.W.A. gevonden (acte no 163). Hij is daarbij geboren als tweeling met Willem Jan Marie (actie no 162). Zijn vader is Gerardus Johannes Alphonsus Maria Cooymans, dan 36 jaar en “likeurstoker”. Zijn moeder is Antoinetta Bernardina Josephina Bergé. De woning is op de Postelstraat.

Hij trouwt op 28-jarige leeftijd op 13-7-1928 met Mathilda Francisca Adriana van Osch (26 jaar). Hij is “reiziger”, beiden zijn geboren en afkomstig uit ’s Hertogenbosch. Bij het huwelijk is zijn vader inmiddels overleden en blijkt zijn moeder 60 jaar te zijn.

Waarschijnlijk vestigt J.W.A. Cooymans zich daarna in Oosterbeek (Molenweg 27a/29) tussen 25 en 31 juli 1928. Hij is dan afkomstig uit ’s-Hertogenbosch. Zijn beroep is vertegenwoordiger. Op 4-12-1937 vertrekt deze J.W.A. naar Nijmegen.

Behalve het openingsartikel, komt J.W.A. in de Adresboeken van 1938 en 1940 voor op de Stikke Hezelstraat 11 als “vertegenwoordiger”.

In de gevonden adresboeken 1948, 1951 en 1955 woont J.W.A. op Groesbeekseweg 318 met als beroep “slijter”.  In 1966 Jan Willem Passtraat 117. In 1968 Van Schaeck Mathonsingel 71; uit het Adresboek 1971 blijkt “Cooijmans, geb v Osch MFA” op de vSMathonstr 71 te wonen. “MFA” zijn de initialen van zijn vrouw Mathilda van Osch.

Cooymans, “een naam die al reeds van oudsher een goeden klank heeft”

De naam Cooymans is dat van de bekende distilleerderij Cooymans.

J.W.A. is geboren op de Postelstraat in ‘s-Hertogenbosch. Dit is de straat waar voorvader Johannes Gerardus rond 1825 zijn bakkerij was begonnen. In 1900 staat J.G. Cooymans & Zoon nog in deze straat (het is mij onbekend of dit een en dezelfde was). Vanwege de behoefte aan uitbreiding wordt de fabriek in 1903 naar de Koninginnelaan verplaatst. De winkel verhuist naar de Schapenmarkt. Op het moment dat J.W.A. geboren wordt leiden 3 broers het bedrijf: in 1895 heeft zn opa Adrianus zijn vader Gerardus gevraagd om de fabriek te helpen leiden; 3 jaar later komen daar de broers François en Hubert bij. In 1893 stapt Hubert vanwege de moeizame samenwerking in 1903 uit het bedrijf en begint voor zichzelf. Dit bedrijf loopt zo goed, dat de twee andere broers zich niet zelfstandig kunnen handhaven. In 1910 worden de 2 bedrijven samengevoegd, waarbij Hubert de enige eigenaar is. De twee broers komen in dienst als vertegenwoordiger.

(Bron: Bossche Encyclopedie Cooijmans drankfabriek, en tevens mooi artikel over deze fabriek)

Het is mij onbekend of J.W.A. “vertegenwoordiger” was voor Cooymans en of de slijterij nog verband hield met de fabriek Cooymans.

Architect G.B. Treur

Architect G.B. Treur zullen wij waarschijnlijk vooral tegenkomen bij de wederopbouw van Nijmegen, waarvoor hij veel winkels in het centrum…

Kock Bril Shop gebouwd als Opticien Sellink, Augustijnenstraat 36-38 in juli 2019 (Google Streetview) architect van der Kloot
#Nijmegen, Augustijnenstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Geschiedenis van Opticien Sellink in Nijmegen

1955, Augustijnenstraat 36-38

Kock Bril Shop gebouwd als Opticien Sellink, Augustijnenstraat 36-38 in juli 2019 (Google Streetview) architect van der Kloot
Kock Bril Shop gebouwd als Opticien Sellink, Augustijnenstraat 36-38 in juli 2019 (Google Streetview)

In 1955 vindt de opening plaats van opticien Sellink op de Augustijnenstraat 36-38. De architect was van der Kloot. De zaak van zijn vader was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Waar zijn vader de nadruk op uurwerken had gelegd, lag de focus van zijn zoon op optische hulpmiddelen. Ook tegenwoordig is het pand nog in gebruik door een opticien.

Vooraf

Hendrik Christiaan Selling is op 5-10-1880 geboren in Winterswijk. Hij vestigt zich op 28-1-1907 in de Hertogstraat, hij is dan afkomstig van Lochem. Zijn beroep is “horlogemaker”. Hij neemt daarbij de zaak van de Firma A. Waalewijn over.

Eerst gevonden advertentie Sellink (PGNC 17/3/1907)
Eerst gevonden advertentie Sellink (PGNC 17/3/1907)

Hij trouwt op 31-1-1908 met Hendrika Wilhelmina Haarman (9-11-1884 te Hees) (Bevolkingsregister 1900).

Ze krijgen 2 kinderen:

  • Gerard Johan Hendrik Christiaan, 14-6-1910
  • Wilhelmina Johanna Christina, 5-5-1914

Uit het Bevolkingsregister 1910 blijkt zijn broer, Gerard Frederik van 10-4-1917 tot 12-8-1918 bij hem in te wonen.

Tussen januari en mei 1910 verhuist hij naar de Korte Hezelstraat 19, waar hij zijn zaak tot het bombardement zal houden (De Gelderlander 1/1/1910 en De Gelderlander 1/5/1910)

Stikke Hezelstraat 17-19

In advertenties komen regelmatig de nummers 17 en 19 voor: het is onbekend of dit onmiddellijk het geval was of dat Sellink in de loop der tijd een pand heeft aangetrokken. Bovendien vindt naamsverandering plaats van “Korte Hezelstraat” naar “Stikke Hezelstraat”.

Heropening Sellink na verbouwing 1921 (PGNC 25/11/1921)
Heropening Sellink na verbouwing 1921 (PGNC 25/11/1921)

In 1921 vindt een uitbreiding plaats (PGNC 25/11/1921). En daarnaast een kleine verbouwing in 1928, waarbij de winkel slechts 2 dagen gesloten is (De Gelderlander 5/11/1928). In 1934 raakt ook de zoon bij de zaak betrokken (het artikel bij de heropening in 1955), waarbij het nog onduidelijk is of dit al dan niet als mede-eigenaar is. Bij het betrokken raken van de zoon komt er ook een optische afdeling.

Noodwinkel

Het pand wordt tijdens het bombardement van Februari 1944 verwoest. Op 11-8-1950 overlijdt Hendrik Christiaan (Bron: Openarchieven; hoewel de originele acte nog niet is ingezien, blijkt zijn vrouw in het adresboek van 1951 weduwe).

Het artikel bij de heropening in 1955 noemt dat “Sellink” na het februaribombardement van 1944 in Winterwijk en Kesteren werkzaam is geweest, Waarschijnlijk wordt daarmee de zoon bedoeld: “maar in geen van beide plaatsen werd het een succes. In 1951 kwam hij dan ook weer naar Nijmegen om een zaak te openen aan de Sophiaweg.” Waarschijnlijk betrof de Sophiaweg het woonadres: Sellink adverteert als “Ged(iplomeerd) Opticiën op Wintersoord 3.

Advertentie Sellink noodwinkel op Wintersoord (De Gelderlander 4/7/1952)
Advertentie Sellink noodwinkel op Wintersoord (De Gelderlander 4/7/1952)

Herbouw

Plan voor herbouw van een winkelpand met bovenwoning, voor de heer G. Sellink, aan de Augustijnenstraat, architect A. van der Kloot, datum dossier 23-12-1953 (D12.415301)
Plan voor herbouw van een winkelpand met bovenwoning, voor de heer G. Sellink, aan de Augustijnenstraat, architect A. van der Kloot, datum dossier 23-12-1953 (D12.415301)

De linker deur is de opgang naar boven. De benedenverdieping bestaat vrijwel geheel uit de winkel zelf, met aan de linkerkant emballageruimte. In de kelder bevindt zich onder andere een magazijn en de werkplaats.

De belangrijkste verandering die zich uiterlijk heeft voorgedaan is de verdwijning van het portiek. Wanneer de bouwtekening/foto ZN35363 met het huidige situatie wordt vergeleken: aanvankelijk lag de winkel wat dieper, met de ingang schuin op de hoek. Op de hoek bevindt zich een zuil. Tegenwoordig komen de etalages vrijwel tot aan de stoeprand, met de ingang rechts van het midden.

Bij de opening op de Augustijnenstraat

Bij het RAN is een foto te vinden uit 1956.

De Gelderlander plaatst bij de opening op de Augustijnenstraat 36-38 het volgende artikel:

Aan de Augustijnenstraat

Nieuwe zaak opticien Sellink geopend

Zaterdagmiddag opende de heer Sellink aan de Augustijnenstraat zijn nieuwe zaak in optische instrumenten en horloges, die nu na elf jaar weer een definitieve vestiging in Nijmegen heeft gekregen. De heer Sellink is namelijk na het verwoesten van zijn pand tijdens het Februaribombardement van 1944 in Winterwijk en Kesteren werkzaam geweest, maar in geen van beide plaatsen werd het een succes. In 1951 kwam hij dan ook weer naar Nijmegen om een zaak te openen aan de Sophiaweg.

Architect A. v.d. Kloot en aannemer Dekkers hebben nu in de beste samenwerking een bijzonder sfeervol pand opgetrokken, dat geheel aangepast is aan de artikelen, die er te koop zijn. Een nieuwigheidje is, dat de werkkamer zonder scheiding met de winkel verbonden is, door middel van een estrade, waar zich twee automatische slijpapparaten bevinden voor precisiewerk. Elk van deze automaten vervangt één man personeel. Er is ook gedacht aan een showroom. Bij de opening was deze weliswaar nog niet in gereedheid gebracht, maar binnenkort zal ook dit onderdeel van de zaak in gebruik genomen worden.

De heer Sellink Sr. opende al in 1907 een zaak, die zich vooral bewoog op het gebied der uurwerken. Zijn zoon bracht in 1934 de optische afdeling er in en deze is nu van plan om in de nieuwe zaak de nadruk te leggen op deze afdeling. Men zal nu zelf kunnen zien hoe zijn brillenglas geslepen wordt. Een nieuwe parel aan het firmament van de Augustijnenstraat kunnen we het pand van de heer Sellink noemen.” (De Gelderlander 22/2/1955)

Vervolg

In de loop van de jaren 70 wordt het de Kock Bril shop: H.G.J. Kock laat in 1976 de winkel verbouwen naar ontwerp van architect L. de Bruin (D12.501676). Het betreft dan het grotendeels verdwijnen van het portiek: de etalages komen tot vrijwel de stoep en de ingang wordt recht op de straatkant gezet, waarbij de pilaar nog wel blijft staan. Ook vindt in 1995 nog een verbouwing plaats (vanwege privacy worden deze bouwtekeningen niet opgenomen).

De Kock Bril Shop zit anno februari 2024 nog steeds op deze locatie: “De familie Kock is al sinds de jaren ’50 een bekend gezicht, in brillen en later ook in contactlenzen, in Nijmegen. Robert Kock is de 3e generatie opticiens, heeft zijn optiekopleiding in Rotterdam en de optometrieopleiding in Utrecht gevolgd.”

De voorgevel van het pand van Vroom & Dreesmann na de verbouwing in 1916, 4/1916 (F13374 RAN) Grote Markt architect Welsing
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

De vooroorlogse Vroom en Dreesmann aan de Grote Markt I: begin tot aan verbouwing 1916

In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma's Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)
In 1930 waren Vroom &; Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma’s Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)

In 1895 opent manufacturenzaak “De Zon” van Vroom & Dreesmann haar bescheiden zaak op de Grote Markt. Een 2e zaak volgt in 1900, welke door overnames van omliggende panden zal uitgroeien tot een gigantische, prachtige winkel.

De meeste mensen denken aan de vooroorlogse, prachtige winkel van Vroom & Dreesmann aan het werk van Oscar Leeuw. Hij zal echter later pas betrokken raken, onder andere door de bouw van de passage van Vroom en Dreesmann. En de verbouwingen in de jaren 30, waarbij onder andere Bahlmann bij de winkel wordt getrokken. Helaas zal het pand tijdens het bombardement van februari 1944 verloren gaan. Daarover later meer.

Eerst terug naar een bescheiden manufacturenzaak aan de Grote Markt.

De Zon

Een tekening van het voormalige Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann, 1905 (F13371 RAN) Grote Markt
Een tekening van het voormalige Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann, 1905 (F13371 RAN)

Maar het verhaal begint bij een nieuwjaarsbezoek op Nieuwjaar 1894.

De zwagers Dreesmann en Vroom hadden op dat moment reeds een aantal geopend in het westen van het land. Bij deze en volgende openingen betrokken zij steeds familieleden.

Aanvankelijk waren Vroom en Dreesmann van plan geweest om H.J. Vroom met zijn compagnon Joh. Bär de zaak in Nijmegen te laten openen. H.J. Vroom stortte echter in en bleek niet langer dan 3 maanden te leven te hebben. Vroom en Dreesmann konden bovendien Bär niet missen in Amsterdam.

kiespijn

Daarop werd aan Nicolaus Dreesmann bij zijn nieuwsjaarbezoek van 1894 door Antoon voorgesteld om de nieuwe zaak in Nijmegen te beginnen. Nicolaus en zijn vrouw wilden aanvankelijk niet: hij was directeur van de zaak aan de Weesperstraat in Amsterdam, waar hij en zijn vrouw zich bovendien thuis voelden. Antoon werd boos, wees op de ongezonde situatie van de Weesperstraat en dat hij in Nijmegen al gauw het dubbele zou kunnen verdienen dan in de huidige winkel. Een leuke anecdote is dat een kiespijn van Antoon weer kwam opspelen, mogelijk vanwege zijn boosheid. Toen hij zich even terug moest trekken, gingen Nicolaus en zijn overleggen. Uiteindelijk stemt Nicolaus toe. Ook op een later moment wist Vroom Nicolaus nog verder te overtuigen.

Op 6 april 1895 opent “De Zon” haar deuren op de Grote Markt 11 en 12 in Nijmegen. De winkel heeft 2 etalages met in het midden een deur.

Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), foto gedateerd 1910 (F14224) Grote Markt
Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), foto gedateerd 1910 (F14224)

Bahlmann en de opening op Groote Markt 2

Magazijn de Zon van Vroom en Dreesmann op Grote Markt 2. Rechts C.J.R. Geurts Koloniale Waren en tabaksartikelen op Grote Markt 3. Beiden zullen deel gaan uitmaken van de Passage van Vroom en Dreesmann, foto gedateerd 1910: 
Een gedeelte van de zuidgevel van de Grote Markt : V.l.n.r. Grote Markt 1 (sigarenzaak C. van Steensel) , Grote Markt 2 (Magazijn de Zon van Vroom en Dreesmann) en Grote Markt 3 (C.J.R. Geurts Koloniale Waren en tabaksartikelen) ; links de hoek met de Broerstraat, 1910 (F14223 RAN)
Magazijn de Zon van Vroom en Dreesmann op Grote Markt 2. Rechts C.J.R. Geurts Koloniale Waren en tabaksartikelen op Grote Markt 3. Beiden zullen deel gaan uitmaken van de Passage van Vroom en Dreesmann, foto gedateerd 1910

Uitbreiding van Vroom & Dreesmann is op dat moment lastig. Rechts van haar zit grote concurrent Bahlmann. En niet alleen dat: op nummer 10 zat de juwelier Bielen. Deze had zijn pand van de heer Holthaus gekocht. En aangezien Holthaus chef was bij Bahlmann, was bij de verkoop het beding vastgelegd dat er de eerste 25 jaar geen manufacturenzaak in het pand gevestigd zou mogen zijn. Deze bepaling had Holthaus voor meer panden op de Groote Markt laten vastleggen.

Daarop besluit Vroom en Dreesmann om het pand van Groote Markt 2 aan te kopen, waar voorheen Canta zat: In 1900 opent ze hier haar 2e winkel, waar de mantel- en stoffenzaak wordt gevestigd.

Vieweg

Advertentie van magazijn De Zon met afbeeldingen van beide zaken op de grote Markt: links Grote Markt 2 (het voormalige pand van de Gebrs. Canta) en rechts Grote Markt 12, 1911 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D165 RAN CC0)
Advertentie van magazijn De Zon met afbeeldingen van beide zaken op de grote Markt: links Grote Markt 2 (het voormalige pand van de Gebrs. Canta) en rechts Grote Markt 12, 1911 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D165 RAN CC0)

In 1905 neemt Vroom en Dreesmann het “woonhuis” van Vieweg op de Grote Markt over, welke in de verbouwing van 1907 bij de winkel wordt getrokken (Vijftig jaar Vroom en Dreesmann). Ook op de bovenstaande afbeelding is te zien hoe de Zon met het pand van Vieweg is vergroot. Wél lijkt de ingang van Vieweg zijn oorspronkelijke vorm te hebben behouden, maar deze afwijking kan ook een andere reden hebben.

Wanneer de gehele drukkerij van Vieweg tussen 1907 en 1916 bij “De Zon” wordt getrokken is niet geheel duidelijk: op onderstaande afbeelding staat “De Zon” op een foto welke door het RAN op 1910 is gedateerd. Links daarvan Drukkerij Vieweg. Daarbij is opvallend dat het krantenartikel van de verbouwing uit 1916 (zie hieronder) ook Vieweg noemt, terwijl het pand waarschijnlijk tussen 1910 en 1916 bij De Zon is getrokken. Mogelijk heeft Vieweg nog haar ingang tot haar drukkerij aan de Scheidemakersgas, die in 1916 alsnog bij Vroom en Dreesmann wordt betrokken.

In ieder geval zal in 1916 het gehele terrein van Vieweg onderdeel uitmaken van de grote verbouwing.

Verdere overnames

Wanneer het beding in 1913 op het huis van Bielen is afgelopen, ruilt Vroom & Dreesmann Groote Markt 2 met het huis van Bielen. (Waarbij Oscar Leeuw de verbouwing voor Bielen ontwerpt).

Ook waren er in die jaren andere overnames: De Tijdingzaal van de Nijmeegsche Courant, de poppenwinkel van de fa. Engel en huizen in de Scheidemakersgas.

Op onderstaande foto staat rechts de juwelierszaak Bielen en links daarvan de Speelgoedwinkel van Engel. Let op het pand rechts: dit is verbouwde de Zon van Vroom en Dreesmann (waar “Manufacturen” nog te zien, met daarbij de ingang die nog in de stijl van de oude drukkerij Vieweg is.

Deze werden tijdens verbouwing tussen 1907 en 1916 bij de winkel gevoegd (Vijftig jaar Vroom en Dreesmann- welke overigens 1917 als jaartal noemt). “We hadden nu een mooi complex en konden wij aan de oprichting van een groot modern magazijn denken”. (Wordings-Geschiedenis)

rechts de juwelierszaak Bielen en links daarvan de Speelgoedwinkel van Engel. Deze winkels zullen bij de verbouwing van 1916 bij de winkel van Vroom en Dreesmann worden gevoegd. Let op het pand rechts: dit is verbouwde de Zon van Vroom en Dreesmann (waar “Manufacturen” nog te zien, met daarbij de ingang die nog in de stijl van de oude drukkerij Vieweg is. Foto gedateerd 1900-1910 (F9245 RAN)
Winkels aan de Grote Markt. Rechts de juwelierszaak Bielen en links daarvan de Speelgoedwinkel van Engel. Deze winkels zullen bij de verbouwing van 1916 bij de winkel van Vroom en Dreesmann worden gevoegd. Let op het pand rechts: dit is verbouwde de Zon van Vroom en Dreesmann (waar “Manufacturen” nog te zien, met daarbij de ingang die nog in de stijl van de oude drukkerij Vieweg is. Foto gedateerd 1900-1910 (F9245 RAN)

Nicolaus Dreesmann

Er is al veel geschreven over de winkelketen Vroom & Dreesmann. Daarom wordt verwezen naar de links hieronder.

Nicolaus Rudolph Alexander Dreesmann (Haselünne 11-7-1867– Nijmegen 2-8-1939) wordt aangesteld als directeur van Nijmegen. Hij was de jongere broer van Anton Dreesmann. Beiden zijn ze geboren in het Duitse Haselünne (in Niedersachsen, iets meer dan 40 kilometer ten oosten van Emmen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Dreesmann

https://archief.amsterdam/inventarissen/details/30634

Vroom & Dreesmann 1916

De voorgevel van het pand van Vroom & Dreesmann na de verbouwing in 1916, 4/1916 (F13374 RAN) Grote Markt architect Welsing
De voorgevel van het pand van Vroom & Dreesmann na de verbouwing in 1916, Grote Markt, architect Welsing, 4/1916 (F13374 RAN)

Februari 1916 opent de nieuwe Vroom & Dreesmann onder grote belangstelling. De winkel heeft 1 groot front gekregen en heeft een oppervlakte van 1800 vierkante meter. Het gebouw is ontworpen door architect Welsing.

Architect Welsing

Willem Gerhardus Welsing, (Arnhem, 14 december 1858 – aldaar, 1 januari 1942) is bekend als huis-architect van de Gruyter en voor zijn werk voor Vroom en Dreesmann. Hij is in Arnhem geboren, waar zijn vader timmerman was. Na zijn bouwkundige opleiding in Duitsland werd hij chef de bureau bij het architectenbureau van Salm.

In 1891 vestigt hij zich als particulier architect in Amsterdam; in 1896 verhuist hij naar Arnhem. Hier werd hij de vaste architect van het Elisabeth-gasthuis. In 1906 ontwierp hij de winkel voor de Gruyter in de Bovenbeekstraat in Arnhem. Hierna werd hij de huisarchitect van de Gruyter, welke hij tot 1925 zou blijven. Ook de voormalige winkel op Mariaplein 6 in Nijmegen uit 1919 is van zijn hand.

Hij ontwierp voor de Gruyter ook fabrieken en villa’s voor de familie in Den Bosch.

Hendrick de Keyser: “Welsing maakte als architect een ontwikkeling door die karakteristiek is voor de kunstenaars van zijn generatie. Aanvankelijk bouwde hij in neorenaissance stijl. Vanaf 1900 onderging hij de invloed van Berlage en De Bazel. Zijn winkels zijn vaak vormgegeven in art deco stijl, waarbij veelvuldig gebruik is gemaakt van bouwkeramiek van de Porceleyne Flesch in Delft.”

https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Welsing (met een overzicht van zijn werk)

https://www.hendrickdekeyser.nl/architecten/willem-g-welsing

https://www.bossche-encyclopedie.nl/personen/welsing,%20wilhelmus%20gerhardus%20(1858-1942).htm: hierop staat tevens een foto van Welsing

Bij de opening

Het PGNC wijdt een uitgebreid artikel aan de opening:

In de Nieuwe Magazijnen van de Firma Vroom & Dreesmann.

Er is een tijd geweest- wij ouderen kunnen ons dat nog best herinneren- dat de ontvangst van een “Boekje” van de “Bon Marché” of de “Louvre” en later van de “Printemps” een evenementje was bij het begin van voorjaars- of najaarsseizoen in menig kleinsteedsch huisgezin. Die aardige, geïllustreerde prijscourantjes, met hun tot begeeren en bestellen opwekkenden inhoud- ze brachten als het ware een vleugje mee van de grootstadsche lucht van ’t eenige Parijs, die bron van de mode; ze gingen van hand tot hand; elk huisgenoot deed er zijn keuze uit en weldra werd een uitgebreide order in de bijgevoegde enveloppe met klaargemaakt adres naar Parijs verzonden. Dan kwam er veertien dagen later onder rembours- kwade tongen beweerden wel eens dat er bij de plaatselijke winkeliers zóó vlug niet betaald werd- een groot pakket, gewikkeld in een soort geteerd, zwart pakpapier en begon de vreugde van ’t uitpakken. Het was een St. Nicolaasfeest in miniatuur! En wie het eenmaal uit Parijs bracht- de illusie van elken Hollander- die richtte aanstonds zijn schreden naar die reuzenmagazijnen die men reeds lang van de afbeeldingen kende en waarvan men heimelijk trotsch was een klant te zijn. Thuisgekomen vertelde men er wonderen van: je werd er binnen een uur tijds van top tot teen in ’t nieuw gestoken- je kwam er binnen als een provinciaaltje en je stapte er uit als een geacheveerde Parisienne of Parisien!

Hoe lang ligt de tijd dat we genoten van dat tooversprookje- waarover Zola in zijn “Au Bonheur de Dames” waarvoor hij de Parijsche “Printemps” als voorbeeld gekozen had, zoo boeiend heeft geschreven- al achter ons. Nà Parijs kwamen andere groote steden belangstelling voor hare wereld-magazijnen vragen. Met name werd Berlijn al spoedig dergelijke inrichtingen rijk en de ondernemende Tietz met zijn bekende over heel Duitschland verspreide “Warenhäuser” bleef voor het reizend publiek geen vreemde meer. En ook in ons land is door ondernemende mannen dat voorbeeld gevolgd. Maar daarmee verdween tegelijk de geheimzinnige charme, die de Parijsche boekjes bij ons wekten. Die boekjes werden steeds zeldzamer en bleven tenslotte heelemaal uit. Wij konden nu in ’t eigen land terecht, ja wij raakten aan de grootheid in eigen omgeving gewend en we stapten alsof we nooit anders gekend hadden als geroutineerde bezoekers die wereld-bazaars binnen. Wat eerst nog bij de hoofdstad behoorde waaide zelfs ons vooruitstrevend Nijmegen allengs binnen!

Onwillekeurig kwam deze herinnering bij ons op, toen we hedenmorgen de groote nieuwe magazijnen bezochten, die de bekende Firma Vroom & Dreesmann in onze stad aan het historische Marktplein heeft gesticht en die morgen, Zaterdagmiddag om 2 uur, met allen luister voor het publiek zullen worden opengesteld. Het is wel geen Warenhaus à la Tietz, dat de Firma hier stichtte. Zij houdt bescheiden vast aan den ouderwetschen naam van Manufacturen-Magazijn met daaraan verbonden Tapijtzaak, Beddenfabriek en Behangerij- doch het zou, zoowel in- als uitwendig, gerust een “Warenhuis” genoemd mogen worden.

De Vroom & Dreesmann in 1925, gezien vanaf de Kerkboog in de richting van de Korte Burchtstraat; rechts het pand van Vroom & Dreesmann, daarnaast de Kledingzaak van Van Dijk & Witte (63552 RAN)
De Vroom & Dreesmann in 1925, gezien vanaf de Kerkboog in de richting van de Korte Burchtstraat; rechts het pand van Vroom & Dreesmann, daarnaast de Kledingzaak van Van Dijk & Witte (63552 RAN)

Allereerst het uiterlijk. De even sierlijke als voorname gevel verfraait ons oude plein. Al steekt hij ook boven de omgeving uit, hij drukt die net neer- integendeel- het komt ons voor dat het hardsteenen uiterlijk van den rechterbuurman er b.v. beter door tot zijn recht komt dan voorheen. Het pand heeft een breedt van 65 meter en is gelijkvloers geheel als winkel ingericht. Achter spiegelruiten van groote afmetingen rust het oog op etalage-kasten van smaakvolle betimmering- die naar willekeur grooter en kleiner gemaakt kunnen worden en die bovendien zijn afgesloten door gebogen spiegelglas in de portiek- terwijl in het midden de ingang is aangebracht ter breedte van 5 Meter, die door middel van vier breede doordraaiende deuren toegang geeft tot een ruim tochtportaal. Dat is alles grootsch opgevat. Het front, rustende op sokkels van Beiersch graniet, is opgetrokken in Bremer zandsteen, verlevendigd door de toepassing van handvorm baksteen, waardoor het aanzien frisch en vroolijk werd. De ornamentatie is gelukkig van vorm en niet overdreven en het hier en daar aangebracht verguld zet aan het geheel een zekere bekoring bij. Het oog wordt onwillekeurig geboeid door deze combinatie van lijn en kleur; er is niets schreeuwends in en toch trekt het gebouw dadelijk aller aandacht.

En nu het inwendige- dat men den gevel gelijken tred houdt. Komt men door een der deuren van den ingang het tochtportaal binnen, van waaruit men de magazijnen betreedt, dan staat men in een Hal, die eene oppervlakte heeft van ongeveer 1800 vierkante Meters. Geen kleinigheid! Doch men bedenke dat het nieuwe pand werd gebouwd op de reeds vrij aanzienlijke oppervlakte van het oude magazijn der Firma, op die van de huizen van de Firma C.A. Vieweg & Zn. en G.J. Bielen, die beide tot in de bocht van de Scheidemakersgas doorliepen, op die van het Speelgoedmagazijn der Firma Engel en de Scheidemakersgas werd aangekocht en genivelleerd. Daardoor werd niet alleen een vierkant pand verkregen, doch aanstonds in de Scheidemakersgas een toegang voor de Expeditie-afdeeling, die beneden onmiddellijk aan het magazijn grenst en een ruime tweede toegang voor het in ontvangst nemen van de aangevoerde goederen.

Deze Hal is de eigenlijke winkel, die helder verlicht wordt door een drietal boogvormige bovenramen, elk groot 100 vierk. M., die op een afstand van 7 M. van elkaar zijn aangebracht. Daardoor valt- aangenaam getemperd door glas in lood in teere kleuren- een profusie van licht naar binnen, zoodat zelfs in de uiterste hoeken geen donker plekje te ontdekken is. Het voorste gedeelte van dit onafzienbare lokaal is ingericht met stands voor de verschillende kleinere artikelen. Iedere stand is eene afdeeling op zichzelf. In fraaie vitrines van teakhout met gebogen glas en onder de glazen deksels der toonbanken liggen van alles de laatste snufjes geëtaleerd en vriendelijke winkeljuffrouwen, keurig in ’t zwart, zijn elk van hare specialiteit uitstekend op de hoogte. Breede paden zijn tusschen de verschillende stands opengehouden, zoodat men zich overal gemakkelijk beweegt. Op verschillende punten zijn kassen geplaatst- want, het is bekend, bij de Firma Vroom & Dreesmann wordt aan de gezonde conditie “contant betalen” allas “boter bij de visch” krachtig de hand gehouden. Wandelt men hier rond, dan heeft men geen oogen genoeg om de veelheid der geboden artikelen te bewonderen. Het lijkt een hoekje van eene tentooonstelling. Vervolgt men het middenpad, dan ontwaart men in het midden van de zaal een klaterende fontein, in een omgeving van groen en sierplanten, die een vroolijk effect in deze omgeving maakt. Het tweede gedeelte van de Hal is ingericht voor de Dames-Confectie. Men loopt er tusschen onafzienbare rijen kasten met mantels, robes, blouses enz. door, overal een zitje vindend om op zijn gemak een keuze te doen. Vier smaakvol ingerichte paskamers zijn hier ter beschikking der cliëntèle. Een reuzenklok, tegen den achterwand aangebracht, herinnert er bescheidenlijk aan, dat “tijd geld is”- misschien niet geheel en al ten onrechte, daar wij wel eens hebben hooren verluiden dat dames altijd erg langzaam in haar keuze zijn. Maar die ondeugende opmerking is heusch van ons zelf, niet van de Firma, die er integendeel steeds op uit is haren bezoeksters de keuze zoo aangenaam mogelijk te maken. Tegen de beide lange wanden van de zaal zijn van voor tot achter kasten aangebracht; voor de courante manufacturen en stoffen aan de eene zijde, voor witte goederen, vitrage en gordijnstoffen aan de andere zijde. Wel is het het een heele wandeling- ongeveer 60 Meter- als men daar eens langs patrouilleeren wil, doch een dankbare tocht tevens, daar men hier stellig iets van zijn gading vindt. Waar men hier ook komt, nergens wordt de indruk van soliede voornaamheid verbroken door iets, dat uit den toon valt. De kleuren van verfwerk en betimmering zijn stemmig gekozen, zoodat niets aan het geëtaleerde afbreuk doet. De vloer is bedekt met een effen Walton linoleum, zoodat zelfs bij druk bezoek het loopen geen hinderlijk leven maakt en prachtige bronzen electrische lampen zijn overal aangebracht. Bij avond is het effect van het geheel zoo mogelijk nog schitterender, dan overdag.

In het voorgedeelte van de Hal is een keurige liftkoker aangebracht, waarin onophoudelijk een Sigler-personen-lift, die acht personen kan vervoeren, op en neer gat. Een beleefde gegalonneerde lift-boy bedient met vaardigheid dit voertuig, dat ten dienste is van alle bezoekers, die niet van de prachtige breede trappen gebruik wenschen te maken, welke naar de eerste étage voeren. Deze geheele verdieping, bestemd voor de afdeling Bedden, Slaapkamer-inrichtingen, tapijten, karpetten, linoleum, zeilen, tafelkleeden, gordijnen, enz., waarvan de Firma een specialiteit heeft gemaakt, is van dezelfde afmeting als de beneden-lokaliteit, met dien verstande, dat de lichtkokers, die door nette belustraden omgeven zijn, in den vloer zijn gespaard. Aan de voorzijde en langs een der zijwanden vindt men hier een lange rij modelkamers ingericht, waar men èn bij een goed- èn bij een spaarzaam-gevulde beurs een keuze kan doen en o.a., als iets nieuws, een etalage in salon- en andere wiegen, om elke moeder naar een nieuwe baby te doen verlangen. Meer naar de achterzijde is de tapijt-afdeeling, met eene uiterst practische inrichting om karpetten te etaleeren voor de bezoekers. Onafzienbaar zijn hier de rijen van rollen linoleum en vloerzeil, die, geduldig als soldaten, naast elkaar in het gelid staan. Op deze verdieping bevindt zich ook een kantoor en het smaakvol gemeubeld privé-kantoor van den heer Dreesmann.

Vormen deze beide groote verkooplokalen het gedeelte, dat door het publiek gezien wordt, het oog des verslaggevers dringt verder door. En al vreezen wij bijna te veel van den lezer te vergen, toch moeten wij nog even iets vertellen van de vele andere afdeelingen, die deze reuzenbouw bergt en waar de eigenaar ons met rechtvaardigen trots rondleidde. We stappen dus maar weer in de lift, die ons dadelijk in den kelder brengt, die onder het geheele pand doorloopt. Daar bevindt zich de voorraadschuur, die ons eerlijk gezegd een weinig overweldigd heeft. Op onafzienbare rijen van rekken, waar tusschendoor groote en kleine gangen voeren, ligt hier, netjes geordend en verpakt, alles wat tot aanvulling van den voorraad in de magazijnen noodig is en door groote zendingen van buitenaf dagelijks wordt aangevuld. Men zou zoo zeggen als leek: driemaal meer dan noodig is om heel Nijmegen van top tot teen in het nieuw te steken: om den inhoud van alle linnenkasten te vernieuwen; om alle woningen van nieuwe kleeden of vloerbedekking te voorzien; om alle kamers opnieuw te behangen! En welk een orde heerscht er in dit goederendorp. In de duisternis zou men er den weg vinden! Midden door de ruimte loopt een breed pad, dat voert naar den uitgang in de bocht naar de Scheidemakersgas, waardoor de nieuwe voorraad binnenkomt. Daar is ook een afzonderlijk lokaal voor berging van de wagentjes, de emballage enz. In dit onderaardsche gedeelte vindt men ook de inrichting voor de centrale verwarming, die het geheele gebouw in den winter op de gewenschte temperatuur houdt, den kolenkelder en andere bergplaatsen meer.

Met de goederenlift, die aan de achterzijde van het gebouw is aangebracht en tot in den nok opvoert, gaan we weer naar boven. We passeeren eerst een ruime knipkamer en eene geheel electrisch ingerichte strijkinrichting, die achter de gelijkvloersche Hal zijn aangebracht; dan nemen wij even een kijkje in de uitgebreide behangerij, de naaikamer voor gordijnen en het daaraan verbonden schaftlokaal, die achter het magazijn op de eerste étage zijn gelegen en dan landen we aan op de tweede verdieping, die ter bewoning van het uitgebreide interne personeel bestemd is. Het heerenpersoneel heeft zijn keurig gemeubelde slaapkamers aan de achterzijde van het gebouw, de dames resideeren aan de voorzijde, met uitzicht op de Markt. Deze inrichting gelijkt op een groot hôtel. Alles is hier nieuw en naar de strengste eischen der hygiëne ingericht. Tusschen deze beide afdeelingen in liggen de conversatiezaal en de eetzaal- twee ruime in elkaar loopende vertrekken, die in de manufacturenwereld den eigenaardige naam van “Partiekamers” dragen. Toen we deze bezochten, werd uit de aangrenzende groote keuken een keurig middagmaal opgedragen voor de dames en heeren van de eerste ploeg, die gezellig als in een restauratie om een lange tafel bijeenzaten. Onvermeld mag hier niet blijven, dat er tegen brandgevaar voor deze en ook voor de hooger gelegen étages, waar ook vele slaapkamers gelegen zijn, de meest doeltreffende maatregelen genomen zijn, zoodat een ieder zoo nodig een veilig heenkomen zoeken kan. De binnenbouw is trouwens in hoofdzaak geheel in ijzerconstructie uitgevoerd en van alle zijden van het gebouw bestaat gelegenheid langs veilige wegen twee van elkaar verwijderde brandvrije trappen van gewapend beton te bereiken. Zoo komt men van het dak tot aan de straat veilig in een brandvrije ruimte naar beneden; alle daarop uitkomende deuren zijn in ijzerconstructie en voorzien van zelf dichtslaande scharnieren. Op iedere étage zijn daarenboven brandkranen aangebracht: de plafonds zijn met onbrandbare Eternietplaten bedekt en zelfs op het platte dak zijn rondom de luchtkokers voor de veiligheid ijzeren leuningen aangebracht. Met de grootste zorg is alles in ’t belang van de veiligheid der bewoners gedaan, wat gedaan kon worden.

Dat door het geheele gebouw op doelmatige wijze hygiënische inrichtingen verspreid zijn, ten gebruike van het publiek en het personeel; dat de electrische verlichting overal even practisch en naar de nieuwste constructie werd aangebracht- kortom, dat niets werd verzuimd wat reinheid, orde en gemak in deze inrichting kan bevorderen, zullen we wel niet in het bijzonder hoeven te vertellen. Trouwens als men bedenkt dat de inwendige inrichting van het geheele gebouw- wij bedoelen daarmee alles wat niet direct den bouw doch de exploitatie der zaak betreft- alléé reeds één ton gouds kost, dan krijgt men een denkbeeld, van wat er aan eene onderneming als deze verbonden is!

In het geheel zijn thans aan de zaak der Firma Vroom en Dreesmann verbonden 50 mannelijke en vrouwelijke bedienden intern en 30 extern; verder 15 behangers en 12 magazijnknechts, terwijl aan de knipperij, de electrische strijkinrichting en aan het atelier voor het veranderen van dames-confectie nog een 40-tal naaisters werk vinden. Als chef treedt sedert vele jaren op de heer A.A. Verweijen, die een hechte steun voor de Firma is.

Eene aansporing om deze nieuwe Magazijnen te gaan bezichtigen kan o.i. overbodig worden geacht. In ruimen getale zal men zeker van de gelegenheid gebruik maken, die daarvoor van morgen, Zaterdagmiddag af, door de Firma wordt geboden. Het is waarlijk dubbel de moeite waard!

De eigenaars van de Firma Vroom & Dreesmann en hun onvermoeide firmant de heer N. Dreesmann alhier hebben met de stichting van deze inrichting een doorslaand bewijs van ondernemingszin en durf gegeven. Dat zij in eene stad van 60.000 zielen een Manufacturen-magazijn stichtten van die afmeting en- naar wij van bevoegde zijde vernamen bestaat er in ons land op dit gebied geen grooter- getuigt er wel van, dat zij- uitstekende kooplieden als zij zijn- in Nijmegen’s toekomst groot vertrouwen stellen.

Wij wenschen hun en ook Nijmegen toe dat zij zich daarin niet bedrogen zullen zien en dat voor beiden nog een schoone toekomst is weggelegd.

Ontwerper van den geheelen bouw is de heer W.J. Welsing, architect te Arnhem, die zich daarmee als een man van kennis en smaak heeft doen kennen. Het werk is uitgevoerd door de heeren W.J.H. van der Waarden en J.J. de Groot, van wie de laatste met de dagelijksche hoofdleiding is belast geweest. Hij maakt het door zijn tact en nauwgezetheid mogelijk, dat de zaken der Firma tijdens de verbouwing, die bijna twee jaar duurde, ongestoord konden voortgaan en het belangrijke werk onder en boven den grond zonder ongelukken werd uitgevoerd. De groote moeilijkheden, die in deze veelbewogen tijden de aanvoer van materialen uit het buitenland met zich meebracht, werden op schitterende wijze overwonnen. Zij eischten heel wat overleg.

Aan den bouw werkten mede de volgende firma’s: H.F. Euwens, zandsteen en hardsteenwerken; L.A. Moll, electrische installatie; J.H. Smits, gas- en waterleiding; sanitaire goederen; E. v. Bilderbeek, glas iin lood; L. van Haaren, stucadoorwerken; J.Th. v.d. Waarden, terrasso en betonwerken; gebrs. Koning, schilderwerk; S. Reichgeld, smidswerken; firma van Ommeren (voorh. Thijs Plet) spiegelglas; firma Wed. v. Crimpen, spiegelglas; aleen alhier; verder: Edema van der Tuuck, leeraar aan de Academie van Beeldende Kunsten te Rotterdam; P.G. Duchâteau en Zonen, te Rotterdam, brons en koperwerken; De Nederl. Linoleumfabriek te Krommenie, vloerbedekking; firma J.J. Bouvy te Dordrecht, alle sloten. Allen hebben de Nijmeegsche en Nederlandsche industrie eer aangedaan.

Ook mag niet onvermeld blijven, dat gedurende al dien tijd ruim honderd handwerkslieden hier geregeld werk vonden- waarlijk een buitenkansje in dezen oorlogstijd!” (PGNC 19/2/1916)

Vervolg

In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma's Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)
In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma’s Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)

Zoals gezegd denken veel mensen bij de vooroorlogse, prachtige winkel van Vroom & Dreesmann aan het werk van Oscar Leeuw. Hij raakt echter pas op een later moment betrokken, onder andere door de bouw van de passage van Vroom en Dreesmann. En de verbouwingen in de jaren 30, waarbij onder andere Bahlmann bij de winkel wordt getrokken. Zie het volgende artikel:

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Augustijnenstraat 33 en 34 cafetaria Apendans en Drogisterij Gouden Hert RAN F86347 architect van der Kloot
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Drogisterij ‘Het Gouden Hert’ en de Apendans

1953 Huidig Augustijnenstraat 33-35a (oud: Augustijnenstraat 33-34) Centrum

Augustijnenstraat 33 en 34 cafetaria Apendans en Drogisterij Gouden Hert RAN F86347 architect van der Kloot
Augustijnenstraat 33 en 34 cafetaria Apendans en Drogisterij Gouden Hert (F86347 RAN)

In oktober 1953 opent mej. R. Donders de drogisterij het “Gouden Hert” op de Augustijnenstraat. Zij was assistentie bij de apotheker Plet op de Stikke Hezelstraat, totdat deze tijdens het bombardement van februari 1944 werd verwoest. Zij geeft architect van der Kloot opdracht tot het bouwen twee winkelhuizen met bovenwoningen aan de Augustijnenstraat. De rechter winkel zal ze zelf betrekken, de andere winkel zal het bekende cafetaria de Apendans worden.

Plan voor twee Winkelhuizen met Bovenwoningen aan de Augstijnenstraat te Nijmege, “Accoord” stempels van 12-1951, datum dossier 2-12-1952 (D12.413170)
Plan voor twee Winkelhuizen met Bovenwoningen aan de Augstijnenstraat te Nijmegen, “Accoord” stempels van 12-1951, datum dossier 2-12-1952 (D12.413170)

De Apendans

De Apendans 1955 1963 Augstijenstraat 33 Foto Grijpijnk F39495 CCBYSA.jpeg architect van der Kloot
De Apendans, Foto 1955-1963 Augstijenstraat 33 (Foto Grijpijnk via F39495 RAN CCBYSA)

Het eerste bedrijf dat opengaat is “De Apendans” op de Augustijnenstraat 33. Op 17 juli 1953 openen de firmanenten G. van Leeuwen en A. Hamer hier hun cafetaria. Een paar dagen daarvoor heeft A.Hamer de sluiting van zijn cafetaria aan de Daalseweg 58 aangekondigd (De Gelderlander 13/7/1953).

Advertentie opening de Apendans (De Gelderlander 15/7/1953)

De Opening van Het Gouden Hert

Advertentie opening het Gouden Hert op de Augustijnenstraat 35 (Nijmeegsch dagblad 24/10/1953)
Advertentie opening het Gouden Hert op de Augustijnenstraat 35 (Nijmeegsch dagblad 24/10/1953)

Drogisterij ‘Het Gouden Hert’

Herrezen op Augustijnenstraat

Op de Augustijnenstraat hing gistermiddag de vlag uit en daar was wel reden toe. Alweer een herbouw was voltooid. Om drie uur ging de winkeldeur open van het nieuwe pand op no. 34, waarin de Drogisterij ‘Het Gouden Hert’ is gevestigd. De bezoekers, die de nieuwe zaak in ogenschouw kwamen nemen, werden verrast door de prettige entree en door de aanblik welke de drogisterij hun bood. ‘Het gouden hert’ mag een moderne drogisterij genoemd worden wat de inrichting betreft, de sfeer is evenwel zo ouderwetsch-gezellig als maar mogelijk is. En dit is van groot belang, temeer omdat het hier een meer dan een halve eeuw bestaande Nijmeegsche zaak betreft, die in het hart van de burgerij een plaats inneemt. Vroeger was het namelijk de apotheker van Pelt, die deze zaak dreef. Na zijn dood zette mej. R. Donders, apoth. ass., de zaak als drogisterij voort. Het bedrijf was gevestigd op de Stikke Hezelstraat, waar het bij de ramp van Februari 1944 in vlammen opging. Ook voor mej. Donders begon toen, evenals voor alle getroffenen, een zware tijd. Ze had been rust voordat ‘Het gouden hert’ weer op de rechte plaats zat, namelijk in het hartje van de stad. De Augustijnenstraat is er nu goed mee, met dit mooie winkelpand naast cafétaria ‘De Apendans’. Architect van der Kloot die de plannen ontwierp, de aannemers Gebr. Sutmuller, allen te Nijmegen, hebben eer van hun werk.” (De Gelderlander 28/10/1953)

Bijbank Nederlandsche Bank

De bijbank van de Nederlandsche bank aan de Mariënburg, welke later de spaarbank werd. Architect Salm ontwierp het gebouw in…

Augustijnen 39-41 in juli 2019 (Google Streetview)
#Nijmegen, Augustijnenstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Geertsen Augustijnenstraat architect Meerman

1951-1952 Augustijnenstraat 37-41 Centrum

Augustijnen 39-41 in juli 2019 (Google Streetview)
Augustijnen 39-41 in juli 2019 (Google Streetview)

Architect B.J. Meerman ontwerpt in 1951 het pand voor Herman Geertsen op de Augustijnenstraat. Een mooie foto uit 1954 is te vinden bij het RAN: F12337

Herman Geertsen op de Augustijnenstraat

Wethouder Duives heeft gistemorgen namens het gemeentebestuur de opening verricht van de nieuwe zaak van de heer Herman Geertsen aan de Augustijnenstraat. Wethouder Duives, in het bijzonder belast met de Wederopbouw, verricht een dergelijke handeling graag, want, zoals hij ons later vertelde, iedere opening van een nieuwe zaak brengt ons dichter bij het doel: de aan-eensluiting van de nieuwe binnenstad. Als we het zo kunnen volhouden, dan staat de binnenstad er over 3 jaar, is de mening van Wethouder Duives en eerst dan zal het grote doel bereikt zijn.

Het derde pand, met openstaande deur, is dat van Geertsen: Links de Augustijnenstraat en rechts de Stikke Hezelstraat , met op de hoek de Drukkerij en Boekbinderij Richelle en rechts daarvan o.a. de panden van Herman Geertsen en de Slijterij Oporto ; geheel links de Augustinuskerk, 1/9/1941 (F34009 RAN)
Het derde pand, met openstaande deur, is dat van Geertsen: Links de Augustijnenstraat en rechts de Stikke Hezelstraat , met op de hoek de Drukkerij en Boekbinderij Richelle en rechts daarvan o.a. de panden van Herman Geertsen en de Slijterij Oporto ; geheel links de Augustinuskerk, 1/9/1941 (F34009 RAN)

Op 22 Februari 1944 ging ook de zaak van de heer Geertsen ten onder en ook hij moest een lange lijdensweg afleggen voor eindelijk de definitieve bestemming werd gevonden. Eerst inwinkelen, zoals dat heet en daarna onderdak in het bouwvallige en door vele palen gestutte pand aan de Stikke Hezelstraat. En nu in een bijzonder fraai pand, 10 meter lang en 10 meter diep. Een ongekende weelde, na het zoveel jaren te hebben moeten stellen met een bouwvallige keet, waarin het bovendien niet zonder gevaren was.

Een dag van grote voldoening ook, daar de zaak van de heer Geertsen 25 jaar bestaat. In de 2 ruime etages en in de grot, in lichte kleuren gehouden winkelruimte, heeft de heer Geertsen nu volop de gelegenheid zijn artikelen te laten zien; het zijn er zeer vele op electrisch-, radio- en verlichtingsgebied. In de winkel is een demonstratie-keuken ingericht, zodat men de verschillende artikelen ook in werking kan zien. Er is ook een demonstratie-kast van neonbuizen. Voor de kleurbepaling heeft een dergelijke demonstratiekast grote waarde. Achter de winkel is een kantoor en een tekenkamer ingericht, alsmede een winkelmagazijn met verbinding aan de werkplaats. In de werkplaats dringt het daglicht op royale wijze binnen en ook wat dit betreft zal de heer Geertsen en zijn personeel de luxe niet kennen.

Architect B.J. Meerman ontwierp het plan voor dit fraaie en royale pand, dat hoewel 10 meter breed en 10 meter diep, geen enkele kolom heeft en de Gebrs. Smits, Aannemers van Bouw- en Betonwerken, gaven het plan van architect Meerman gestalte en wel zodanig, dat het pand een niet geringe aanwinst mag worden genoemd voor ons herrijzende stadscentrum!

Een felicitatie waard!” (De Gelderlander 24/12/1952)

Augustijnenstraat 34-41

Eigenaar: (Herm. Geertsen doorgehaald en vervolgens handgeschreven:) Laarman Radio-techn. Bureau Stikke Hezelstraat 4, Winkel-Werkplaats-Magazijn-Garage-Woning en Aparte Bovenwoning a/dd Augustijnenstraat, architect B.J. Meerman, mei 1951 (D12.413127)
Eigenaar: (Herm. Geertsen doorgehaald en vervolgens handgeschreven:) Laarman Radio-techn. Bureau Stikke Hezelstraat 4, Winkel-Werkplaats-Magazijn-Garage-Woning en Aparte Bovenwoning a/dd Augustijnenstraat, architect B.J. Meerman, mei 1951 (D12.413127)

Meerman tekent de bouwtekeningen mei 1951, waarna uitwerkingen volgen. Opvallend is dat op D12.413127 Geertsen is doorgehaald en vervangen door Laarman. Ook op de overige bouwtekeningen staat “Laarman”.

Links en rechts van de winkel zitten opgangen naar boven. De ingang van de winkel is in het midden, tussen 2 etalages. De winkel beslaat Het eerste gedeelte van de begane grond bestaat uit de winkel zelf. Daarachter bevinden zich het privé-kantoor en het kantoor van de boekhouders met rechts een doorgang. Het achterste gedeelte is niet geheel duidelijk: links is een magazijn gepland met daarop handgeschreven “kantoor”. Terwijl op de plaats van de werkplaats handgeschreven “kantoor” en “winkel” staat.

In de kelder bevindt zich onder andere het magazijn, de garage en een berging voor rijwielen, ladders en “buis”.

De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, na de verbouwing, 1913 (f30581 RAN) Molenstraat 94 architect Veugelers
#Nijmegen, Centrum, Molenstraat

Geschiedenis en architectuur Molenstraat 94: Vulpenhuis van der Veer (1908-1946)

Molenstraat 94 Centrum, Gemeentelijk monument

De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, voor de verbouwing, 1913 (F30582 RAN) Molenstraat 94
De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, voor de verbouwing, 1913 (F30582 RAN)

In juni1908 opent J.A. van der Veer zijn winkel in Luxe- en Toiletartikelen, Kantoor- en Schrijfbehoeften op Molenstraat 94 (PGNC 7/6/1908). Deze winkel zal bijna 40 jaar blijven bestaan. Daarbij hebben 2 grote verbouwingen gevonden. De verbouwing van 1913 was naar ontwerp van architect Veugelers en die van 1930 door architect Deur.

Verbouwing 1913 architect Veugelers

Heropening A. J. van der Veer

In het perceel Molenstraat 94 heeft hedenavond de heropening plaats van het magazijn van den heer A.J. van der Veer. Gedurende eenige maanden is deze zaak in de Broerstraat gevestigd geweest en in dien tijd zijn in het oude pand dat niet meer aan de eischen van een modernen winkel voldeed, wonderen verricht.

De nieuwe bouw was toevertrouwd aan onzen stadgenoot, den heer M.E. Veugelers, architect, die daarbij weer van goeden naam en practischen zin blijk gaf. Hij heeft aan het betrekkelijk smalle pand een zeer opvallend voorkomen weten te geven, waarmee de winkelier zeer gediend is. Men loopt er niet ongemerkt voorbij. En wanneer men het magazijn binnen treedt, dan vallen vooral hem die de oude zaak heeft gekend, aanstonds de belangrijke verbeteringen op welke hier zijn aangebracht. De ruimte is in de eerste plaats veel grooter geworden, voorts is de belichting er aanmerkelijk op vooruitgegaan en het lokaal is ook een stuk hooger van verdieping geworden. Kan de winkel hierdoor veel beter dan tot dusver aan zijn doel beantwoorden, ook de inwendige inrichting draagt daartoe bij. Deze is Keurig in één woord, het fraaie is er met het praktische gecombineerd. Wij noemen de verplaatsbare etalagekast en de goed doorgevoerde splitsing van de kantoor- en luxe-artikelen, welke laatste in flinke spiegelkasten langs een der wanden zijn ondergebracht.

De bouw is verricht door den heer H. Seegers, aannemer alhier,  die in korten tijd het werk uitvoerde en er alle eer mee inlegt. Voorts komt een bijzonder woord van lof toe aan den schilder, den heer A. de Vries, alhier, die dit onderdeel uitstekend verzorgd heeft. Vermelden wij tenslotte, dat het electrisch licht is aangebracht door den heer Reuser-van Alphen, alhier.” (PGNC 23/9/1913)

Interieur van de Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, 1914 (f30584) Molenstraat 94 architect Veugelers
Interieur van de Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, 1914 (F30584 RAN)
De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, na de verbouwing, 1913 (F30585 RAN) Molenstraat 94 architect Veugelers
De Winkel van A.J. van der Veer, winkelier in luxe artikelen, na de verbouwing, 1913 (F30585 RAN)
Advertentie Heropening A.J. van der Veer (PGNC 23/9/1913)
Advertentie Heropening A.J. van der Veer (PGNC 23/9/1913)

Het Vulpenhuis

Advertentie Vulpenhuis (De Gelderlander 29/10/1932)
Advertentie Vulpenhuis (De Gelderlander 29/10/1932)

Hoewel van der Veer regelmatig adverteert dat zijn specialiteit vulpenhouders (oa De Gelderlander 14/9/1922 zijn, is het na de verbouwing van 1931 Vulpenhuis. De architect van de verbouwing is ir. Deur.

Het Vulpenhuis.

In de Molenstraat 94 is heden heropend het magazijn van den heer A.J. v.d. Veer, bekend als Vulpenhuis, maar zeker zoo bezocht ook om de aan alle eischen voldoende voorraden van schrijf- en teekenbehoeften, van galanteriën en surprises, van het betere en toch niet duurdere genre.

De oude winkel bood zoo weinig gelegenheid tot opvallend étaleeren uit enorme voorraden. En in dit opzicht heeft een doelmatige verbouwing den heer A.J. v.d. Veer uit de impasse geholpen, dank zij ook de vernuftige oplossing, welke de architect, de heer Ir. Deur, daarvoor vond.

Stijl en practijk gingen hier hand aan hand.

De winkelpui past zich zoo fijntjes aan bij de er naast gelegen zaak van Geurts en Elinga. Meer van deze winkelgevels- in den innemenden vorm van tot rustig bezichtigen noodende winkels, zou het aspect van Nijmegen als winkelstand slechts kunnen bevorderen.

Hier is gebroken met de oude gewoonte, een of meerdere winkelramen aan straat en daarachter verkoopruimte.

Die oude lijn is te strak voor onzen tijd. De kooper moet tot rust en keuze komen voor binnen te gaan. Hij moet buiten, goed gesorteerd kunnen zien, wat er binnen is. Dit vergemakkelijkt den verkoop, vooral in een winkel als deze, waar de keuze van artikelen zoo buitengewoon groot is.

De architect ontwierp een reeks van étalagekassen, welke liggen als een miniatuur overdekte passage, waarlangs de cliënt al kijkende, vanzelf in de winkel loopt en koopt na in speciale kasten gevonden te hebben wat hij zocht.

De kasten met slechts een donkerblauwen achterwand zijn geheel van glas.

De gevel zelf bleef sober- maar in stijl met sprekende letters der firma boven het hoofdraam.

Op vernuftige, de sobere lijn van den gevel niet storende wijze, zijn de zonneschermen aangebracht- of liever bij niet gebruik weggewerkt.

Men kent de oude pui niet meer terug en bewondert den architect, die hier in betrekkelijk kleine ruimte vijf étalages wist te ontwerpen.

Ook het interieur is ruimer geworden door de aantrekking van twee lokalen die voorheen als bergplaats dienst deden. De stemmige grijze kleur domineert overal en geeft een rustigen indruk.

Met de ruimte is inderdaad gewoekerd, waarvoor den architect, ir. Deur, alle lof toekomt, niet minder aan den aannemer de heer Dekkers, die in betrekkelijk korten tijd deze verbouwing afleverde.

Noemen wij nog den schilder, de heer van Roessel en het electrotechnisch bureau Beukering die niet alleen de installatie verzorgde, doch ook de ornamenten leverde.” (De Gelderlander 7/11/1931)

Advertentie opheffing Vulpenhuis (De Gelderlander 18/9/1946)
Advertentie opheffing Vulpenhuis (De Gelderlander 18/9/1946)

Op 18-9-1946 verschijnt de advertentie dat het Vulpenhuis A.J. van der Veer is opgeheven.

Gemeentelijk Monument

Sinds 1988 is het pand een gemeentelijk monument. Als waardering: “

Winkel met bovenwoning.Smal bakstenen pand in drie bouwlagen. Op de begane grond bevindt zich over de volle breedte een winkelpui; daarboven driezijdige erker, gedeeltelijk gestuct; de tweede etage heeft een smeedijzeren balkonhek, en een brede balkondeur met bakstenen pilasters en natuurstenen kapitelen, die een lichtuitspringende risaliet vormen. Ter weerszijden is een hoog smal venster aangebracht. Zeer brede vlakke kroonlijst met een lijst van blokken onderde gootlijst. Klein zadeldak op het voorste deel van het platte dak, parallel aan de straat. Brede halfcirkelvormige dakkapel van baksteen met rond venster onder gestucte guirlande Bouwjaar: ca. 1900. Gaaf winkelpand in goede proporties.”

Molenstraat 94, tegenwoordig samengevoegd met nummer 96 als Xando, juli 2019 (Google Streetview)
Kantoor van Assurantie-Maatschappij tegen Brandschade en op het Leven 'De Nederlanden van 1845', ontworpen door architect H.P. Berlage en in 1945 tijdens oorlogshandelingen verwoest (F29582 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

De Nederlanden van 1845 architect Berlage

1912 Mariënburg Centrum, verwoest in Tweede Wereldoorlog

Kantoor van Assurantie-Maatschappij tegen Brandschade en op het Leven 'De Nederlanden van 1845', ontworpen door architect H.P. Berlage en in 1945 tijdens oorlogshandelingen verwoest (F29582 RAN)
Kantoor van Assurantie-Maatschappij tegen Brandschade en op het Leven ‘De Nederlanden van 1845’, ontworpen door architect H.P. Berlage en in 1945 tijdens oorlogshandelingen verwoest (F29582 RAN)

In april 1912 opent De Nederlanden van 1845 haar kantoor in Nijmegen. Dit pand aan de Mariënburg was het enige pand van Berlage in Nijmegen. In september 1944 werd het gebouw tijdens oorlogshandelingen verwoest.

De Nederlanden van 1845

A.J. Castein wordt agent voor de AMB De Gelderlander 7/8/1862

De Nederlanden is begonnen als De Assurantie Maatschappij tegen Brandschade (AMB). Deze is opgericht door Gerrit Jan Dercksen en Christiaan Marianus Henny, tevens neven van elkaar. Zij waren in Zutphen als agent voor de Nederlandse Maatschappij van Brandverzekering te Tiel (opgericht in 1833), waarbij zij om meer te kunnen verkopen op hun beurt subagenten hadden aangesteld.

Toen de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering in 1844 haar regels veranderde en deze subagenten wilde omzetten naar (onafhankelijke) agenten, richtten Dercksen en Henny daarop de AMB op. Deze zou in de loop der jaren flink groeien, zowel in aantal klanten als in agenten.

Om verzekeringscontracten van de Nederlandsche Handel-Maatschappij binnen te kunnen halen, richtten ze de herverzekeraar De Nederlanden van 1859 op. Toen deze splitsing in 1888 niet meer opwoog tegen de hogere administratiekosten, werden de bedrijven weer samengevoegd tot Maatschappij tegen Brandschade De Nederlanden van 1845.

In 1903 begon de Nederlanden ook met levensverzekeringen. Deze werd later in een aparte maatschappij ondergebracht. Daarbij werd bedrijfsverzekeraar Labor, de ongevallenverzekeraar Fatum en de transportverzekeringsmaatschappij Binnenlandsche Vaart Risico Sociëteit overgenomen. Door de uitbreiding met deze producten kon de Nederlanden de slogan ‘Alle Verzekeringen’ voeren.

Uiteindelijk zal ‘De Nederlanden van 1845’ in 1862 fuseren met de ‘Nationale-Levensverzekering-Bank’, welke in 1863 is opgericht in Rotterdam, tot de Nationale Nederlanden.

Berlage en de Nederlanden van 1845

Links het Kegelhuis met daarnaast het bankgebouw van de Nationale Bankvereeniging. Rechts het pand van de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845 van de architect H.P. Berlage en rechts daarvan het bankgebouw van de Geldersche Crediet Vereeniging uit 1918. Op de achtergrond panden op de hoek van de Staringstraat en de Van Broeckhuysenstraat, 1925-1930 (L66093 RAN) architect Berlage
Links het Kegelhuis met daarnaast het bankgebouw van de Nationale Bankvereeniging. Rechts het pand van de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845 van de architect H.P. Berlage en rechts daarvan het bankgebouw van de Geldersche Crediet Vereeniging uit 1918. Op de achtergrond panden op de hoek van de Staringstraat en de Van Broeckhuysenstraat, 1925-1930 (L66093 RAN)

Over Berlage zelf zijn al veel artikelen en boeken geschreven. Daarom hierbij een verwijzing naar Wikipedia.

In het kader van het Nijmegen gebouw is interessant om stil te staan bij Berlage als huisarchitect van De Nederlanden.

In 1897 liet de AMB haar hoofdkantoor aan het Kerkplein in Den Haag bouwen door architect Berlage. De Zoon Henny, Carel Henny, was inmiddels directeur geworden, waarbij hij een moderne administratievorm invoerde. Daarnaast was hij een belangrijke supporter voor Berlage.

Berlage ontwierp verschillende kantoren in Amsterdam (Muntplein) en Den Haag. Ook ontwierp Berlage de villa voor Henny zelf. Toen het kantoor op het Kerkplein te klein werd, ontwierp Berlage de uitbreiding van een extra verdieping. Nadat het gebouw weer te klein was geworden, verhuisde de maatschappij in 1927 naar de Groenhovenstraat, welke tevens door Berlage was ontworpen. Wikipedia: “Mede dankzij De Nederlanden kon Berlage uitgroeien tot de eerste moderne architect van Nederland.”

Een ander gevonden werk is op de hoek Wittevrouwensingel-Nachtegaalstraat in Utrecht. Dit is tevens het enige gebouw van Berlage in deze stad. Het werd in 1930 gebouwd. Op de eerste verdieping lagen bovendien de zalen van sociëteit Tivoli.

Bij de opening

Het linkergebouw op de Marienburg is nog net te zien: dit is de Nederlanden van 1845. Detail van Luchtfoto van het stadscentrum met linksboven de Petrus Canisiuskerk aan de Molenstraat, links de Marienburgkapel en het Arsenaal op het Marienburg en rechtsboven de St. Dominicuskerk, 1935 (F58061 RAN)
Het linkergebouw op de Marienburg is nog net te zien: dit is de Nederlanden van 1845. Detail van Luchtfoto van het stadscentrum met linksboven de Petrus Canisiuskerk aan de Molenstraat, links de Marienburgkapel en het Arsenaal op het Marienburg en rechtsboven de St. Dominicuskerk, 1935 (F58061 RAN)

Het PGNC schrijft in mei 1912 een artikel over het nieuwe gebouw. Daarbij noemt ze het gebouw “gewoontjes”. Aangezien ik geen expert ben: mogelijk heeft de reis van Berlage naar Amerika in 1911 invloed gehad, waarbij hij onder de indruk was van het werk van Frank Lloyd Wright.

”De Nederlanden van 1845”.

De Assurantie-Maatschappij tegen Brandschade en op het Leven “De Nederlandsche van 1845” heeft voor haar kantoor alhier op Mariënburg (waaraan thans naast den heer W.A. van Laer ook de heer A.H. Koning uit Groningen als directeur verbonden is ) een eigen gebouw gesticht. Door niemand minder dan den bekenden Amsterdamschen architect, den heer H.P. Berlage Nzn., zijn de plannen voor dezen bouw gemaakt en het werk is ook onder zijn oppertoezicht uitgevoerd. Het is een gewaagde zaak voor leeken, om het werk van mannen, die in hun vak zóó grooten naam hebben als Berlage, te beoordeelen, en wij willen ons dan ook van kritiek onthouden, al scharen wij ons aan de zijde van hen, die aan den gevel van een zóó groot gebouw als dit gaarne een meer monumentaal karakter zouden hebben gezien. Zonder voor opschik te willen pleiten, komt ons dit ”uiterlijk” van den zetel eener zoo gewichtige maatschappij wat erg ”gewoontjes” voor. De knappe bouwmeester zal zijn arbeid echter wel weten te motiveeren, ook dient daarbij o.a. met den wensch van den opdrachtgever rekening te worden gehouden. Ons blijft echter de hoop over, dat de heer Berlage nog eens gelegenheid moge hebben hier zijn talent op breeder schaal te ontplooien.

Tot zoover wat het uitwendige van het gebouw betreft. Voor het inwendige hebben wij niets dan lof. Een stijlvol interieur toch paart zich aan groote praktische bruikaarheid en dit geldt zoowel de drie winkels met bovenwoningen als de kantoren der Maatschappij zelve.

Een massieve eikenhouten trap leidt naar de kantoren, welke zich in het midden van het kolossale pand op de eerste verdieping bevinden. Allereerst komt men hier in de lokaliteit voor het publiek, onmiddellijk correspondeerend op het ruime kantoor der ambtenaren. Alles spreekt hier van degelijkheid en zin voor het praktische, terwijl ook met de eischen van hygiëne in alle opzichten is rekening gehouden. In dit kantoor bevindt zich een kluis, waar de papieren en bescheiden der firma tegen brand en inbraak beveiligd zijn. Het bureau der directie grenst onmiddellijk aan het kantoor van de ambtenaren. Ook dit is zeer comfortabel en stijlvol ingericht tot in de kleinste bijzonderheden. De directie der “Nederlandsche van 1845” heeft dan ook alle reden om over hare nieuwe, aan moderne eischen beantwoordende kantoren voldaan te zijn.

De eigenlijk bureaux liggen temidden van een complex winkelhuizen en bovenwoningen, welke door de “Nederlanden van 1845”zijn gebouwd met goed vertrouwen op de toekomst van ’t Mariënburg als handelswijk onzer stad. Een drietal winkels van groote afmetingen zullen, wanneer ze verhuurd zijn, ongetwijfeld een aanwinst zijn voor het plein en van de bovenwoningen, welke zoowel mèt den betreffenden winkel als afzonderlijk kunnen worden verhuurd- ze bezitten aparte ingangen-, kan wederom worden getuigd, dat ze groot, comfortabel en uit ruime beurs gebouwd zijn. De directie van het kantoor Nijmegen der “Nederlandsche van 1845” kan dan ook met dezen nieuwen zetel wel worden gelukgewenscht.

Nog worde vermeldt, dat in den toren van het gebouw een electrisch uurwerk zal worden aangebracht met des avonds verlichte wijzerplaat, zulks ten gerieve van het publiek en dat door dit wel op prijs zal worden gesteld.” (PGNC 4/5/1912)

Lees tevens de pagina op Noviomagus over dit gebouw.

Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Nederlanden_van_1845_(bedrijf)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_Petrus_Berlage

https://nl.wikipedia.org/wiki/Algemeene_Maatschappij_van_Levensverzekering_en_Lijfrente

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkplein_(Den_Haag)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Algemeene_Maatschappij_van_Levensverzekering_en_Lijfrente

Bijbank Nederlandsche Bank

De bijbank van de Nederlandsche bank aan de Mariënburg, welke later de spaarbank werd. Architect Salm ontwierp het gebouw in…

Middenstandsbank

In 1938 betrekt de Nederlandsche Middenstandsbank haar kantoor op de van Welderenstraat. Daarvoor laat ze het Effectenkantoor van Leeuwenberg samen…

De voormalige groenten- en fruithandel Peters-Gerrits, Augustus 2023 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Groentezaak Peters-Gerrits architect Kuipers

1950 Molukkenstraat 2-4, Borneostraat 23 Galgenveld

De voormalige groenten- en fruithandel Peters-Gerrits, Augustus 2023 (Google Streetview)
De voormalige groenten- en fruithandel Peters-Gerrits, Augustus 2023 (Google Streetview)

De Firma Peters-Gerrits had vanaf de jaren 20 haar handel in groenten, fruit en comestibles aan de Bloemerstraat 129, totdat deze bij het bombardement van februari 1944 werd verwoest. In 1944 opende ze haar nieuwe winkel, naar ontwerp van architect Kuipers, op de hoek van Molukkenstraat en Borneostraat.

Vooraf: Bloemerstraat 129

De Gelderlander 31/12/1927

Het eerst gevonden Adresboek is uit 1920: “Peters-Gerrits, Th., Bloemerstraat 129. Handel in Groenten, Fruit, Aardappelen, Comestibles enz,”. In ieder geval staat het adres in PGNC 8/12/1917 te koop als onderdeel van Bloemerstraat 129 tot en met 143.

Peters-Gerrits zal totdat de winkel tijdens het bombardement van februari 1944 hier de winkel hebben.

Herbouw hoek Borneostraat-Molukkenstraat

1950 Molukkenstraat 2

Herbouwplan van een winkel + bovenwoningen aan de Molukkenweg, architect L.D. Kuipers, datum tekening september 1949 (D12.410120 Detail).
Herbouwplan van een winkel + bovenwoningen aan de Molukkenweg, architect L.D. Kuipers, datum tekening september 1949 (D12.410120 Detail).

Op D12.410122 is Peters de aanvrager. Rechts, met de grote ramen, is de winkel. Daarnaast is de opgang naar de bovenwoning. Hieromheen is de benedenwoning gebouwd.

Hierachter staan aan de Molukkenstraat de appartementen die Kuipers ontworpen heeft en aan de Borneostraat de bij de appartementen behorende garages. Op D12.410120 heeft Kuipers deze flats op de plattegrond al ingetekend als “later te bouwen flats”.

Firma Peters Gerrits in Borneostraat herbouwd

Op 22 Februari ging bij het bombardement de groenten- en fruitzaak van de Firma Peters Gerrits op de hoek Bloemerstraat-Doddendaal ten gronde. In de Javastraat werd het bedrijf voortgezet in afwachting van de dag, waarop weer kon worden herbouwd. Die dag brak eindelijk aan en de bekroning mag op heden met de voltooide bouw van een prachtige nieuwe groentenzaak in de Borneostraat, hoek Molukkenstraat worden begroet.

Onder architectuur van de heer L.D. Kuipers te Nijmegen brachten de Aannemers Gebr. Smits, eveneens te Nijmegen, een even verzorgd als practisch ingericht winkelpand tot stand met een goede en voldoende opslagruimte.

De nieuwe zaak is goed geoutilleerd. Dank zij een nieuwe vinding, waardoor stof wordt vermeden bij het wegen van aardappelen, kan de grootst mogelijke hygiëne worden betracht.” (De Gelderlander 12/8/1950)

In ieder geval komt Peters Gerrits nog voor in het Adresboek 1971.

L.D. Kuipers, architect Nijmegen

Architect Lieuwe Dirk (L.D.) Kuipers heeft veel woonblokken, al dan niet met winkels er onder, ontworpen. We komen hem dan…

Balistraat 9 en 11, links nummer 9 en links daarvan de Borneostraat, September 2022 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Dubbel woonhuis Balistraat 9 en 11 architect Reijnen

1924 Balistraat 9 en 11 Galgenveld

Balistraat 9 en 11, links nummer 9 en links daarvan de Borneostraat, September 2022 (Google Streetview)
Balistraat 9 en 11, links nummer 9 en links daarvan de Borneostraat, September 2022 (Google Streetview)

In 1924 wordt een bouwvergunning aangevraagd voor het bouwen van een dubbel woonhuis. Hiervan is W.Th. Reijnen de architect. De eigenaar is Th.W. Peters, die zelf op Balistraat 11 gaat wonen. Een mooie luchtfoto uit 1949 is te vinden op F58316.

Ontwerp voor het bouwen van een dubbel woonhuis op een terrein aan de Balistraat
, architect Reijnen, Juli 1924 (D12.388331)
Ontwerp voor het bouwen van een dubbel woonhuis op een terrein aan de Balistraat , architect Reijnen, Juli 1924 (D12.388331)

Balistraat 9

De eerstgevonden bewoner is A.J. Dijker, gepensioneerd officier en machinist, in de Adresboeken van 1926 en 1928.

Vanaf 1936 tot en met 1963 wordt M.A.A. Loosen en familieleden Looser gevonden op dit adres (mogelijk woonde hij eerder dan 1936 en langer dan 1963 hier). M.A.A. komt eerst voor als procuratiehouder, vanaf 1955 is hij onderdirecteur van een bouwbedrijf.

Balistraat 11

Balistraat 11 lijkt vanaf het begin – in ieder geval vanaf augustus 1925- tot 1940  door de familie Peters te zijn bewoond.

De eerste gevonden melding is van De Gelderlander 1/8/1925 van Th. Peters, een advertentie van R.K. Hoofdaktecursus en Cursus ter opleiding van ’t Godsdienstdiploma. Peters is hoofd van de R.K. Jongensschool voor U.L.O aan de Schoolstraat 6 (De Gelderlander 9/6/1926, De Gelderlander 29/6/1929). Deze school is onderdeel van de Stichting St. Jozefscholen.

Catharina Anna Margeretha Peters geb. Janssen overlijdt op 8-1-1939 op 61-jarige leeftijd (De Gelderlander 9/1/1939). De ondertekenaar is Th.W. Peters. A.J.M. Peters vertrekt rond 6-1-1940 naar Oisterwijk (PGNC 6/1/1940).

De laatst gevonden Peters is Harry Peters, die op 20-7-1940 in ondertrouw gaat met Gré Grol (De Gelderlander 20/7/1940).

Oktober 1941 komt L.M. Zegers, hoofdonderwijzer, en zijn gezin op Balistraat 11 te wonen. Hij is hoofdonderwijzer (PGNC 25/10/1941). Wanneer Zegers in 1952 benoemd wordt tot voorzitter van de commissie die in Arnhem het hoofdakte-examen afneemt, is hij inspecteur van het lager onderwijs in de inspectie Arnhem (De Gelderlander 12/3/1952). In 1958 ontvangt hij de pauselijke onderscheiding in de ridderorde St. Gregorius de Grote, zie de foto GN3200 https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=2-1&id=266574

Het laatst gevonden adresboek tot nu toe is 1963; dan woont Zegers nog steeds op nummer 11.

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

Bijlage gevonden adressen

A.J. Dijkergep. off, machinistBalistraat 91926, 1928
M.A.A. Loosenprocuratiehouder; in 1955: onder-directeur bouwbedrijf; in 1963: onderdirecteurBalistraat 91936, 1938, 1940, 1955, 1963
R.G. GarretsenBalistraat 91936, 1938, 1940
W.M.M. Loosenbur. ambt. Bureau huisvestingBalistraat 91955
P.C.T. Loosenkant. Bed.Balistraat 91959
NaamomschrijvingAdresJaren
Wed. Th.J. Janssengeb. A.G.E. van KeekenBalistraat 111926
Th.W. Petersonderwijzer; in 1936 geen onderwijzer meer?Balistraat 111926, 1928, 1934, 1936, 1938, 1940
mej. L.T.P. ZegersBalistraat 111948, 1951
M.F.A. ZegersBalistraat 111951
J.H.L. Zegersin 1963: juristBalistraat 111955, 1959, 1963
L.M. Zegersrijksinsp. LO.; in 1963: geen functie achter zijn naamBalistraat 111959, 1963