Het Holland Casino, Waalkade 68, 1989 (Ber van Haren via KN14693-24 CC0)
In 1989 ging het Holland Casino op de Waalkade open. Holland Casino’s wilde graag een casino in het oosten van het land, mede vanwege de Duitse markt; Nijmegen een eye-catcher voor de Waalkade. Wel ging een Romeinse muur verloren, wat tegenwoordig als drama wordt gezien.
Steevast komt het Holland Casino, “Het marmeren fort aan de Waalkade” voor in het rijtje voor de verkiezing van het lelijkste gebouw van Nijmegen; in 2024 bereikte het de tweede plaats. In 2024 heeft het casino haar huurcontract voor 5 jaar verlengd bij de eigenaar van het gebouw, Nedstede BV.
Het Holland Casino gaat op 10 augustus 1989 open. Het is dan het 8ste casino in Nederland.
Plannen voor een nieuw casino
De directie van Holland Casino’s besluit in 1983 dat er een nieuw casino moet komen in het oosten van het land. Op dat moment heeft ze 3 vestigingen: Scheveningen, Valkenburg en Zandvoort. Daarbij heeft ze de ambitie om in heel Nederland vestigingen te openen, waardoor vrijwel alle Nederlanders binnen 1 uur rijden afwonen van een locatie waar legaal kan worden gegokt. In Gelderland is Nijmegen het meest interessant.
Nijmegen: vernieuwing Waalkade
Reconstructiewerkzaamheden nabij de voormalige Zeilmakerij van Jaap Post, 3/7/1985 (Ber van Haren via KN14420-1 RAN CC0)
Mr. Casino: “De gemeente Nijmegen wil de wat verlopen en saaie Waalkade oppimpen tot een van de grootste trekpleisters in de regio, met winkels, ateliers, musea, cafés, restaurants, terrassen, twee parken en als klapstuk het casino. De vernieuwde Waalkade moet zo’n half miljoen mensen extra naar de Keizer Karelstad trekken.
Wat betreft de Duitse gasten: Holland Casino verwacht dat van de 350.000 jaarlijkse bezoekers in Nijmegen zo’n 30 procent uit Duitsland afkomstig zal zijn.”
Ook Arnhem heeft interesse in een casino (en later bovendien Renkum en Rheden):
Een casino trekt dagjesmensen aan, die geld besteden aan horeca en de middenstand
Het casino betaalt 1,50 gulden aan de gemeente. (Mr. Casino)
Mr. Casino, die de Telegraaf uit 1984 aanhaalt: ““In de keuze tussen Arnhem en Nijmegen, kreeg Nijmegen van de casinodirectie de voorkeur omdat daar meer Duitsers komen en Nijmegen bezig is haar stad voor toeristen aantrekkelijk te maken, waarbij een casino aanzienlijk kan helpen.”“
Eind 1984 kiest Holland Casino definitief voor Nijmegen.
Holland Casino
Holland Casino(voluit Holland Casino N.V., opgericht als de Nationale stichting tot exploitatie van casinospelen in Nederland) is de enige legale aanbieder van speelcasino’s in Nederland. Dat betekent bijvoorbeeld dat dit de enige speelgelegenheid is waarbij spellen als roulette en blackjack croupiers aanwezig zijn. In andere gelegenheden die casino worden genoemd staan alleen speelautomaten (en/of wordt bijvoorbeeld roulette eveneens via een automaat gespeeld). Holland Casino is eigendom van de Nederlandse Staat, waarbij staatssecretaris van Financiën optreedt als aandeelhouder.
In 1976 opende Holland Casino haar eerste vestiging in Zandvoort. Deze werd overigens in februari 2025 als oudste en kleinste casino gesloten. Momenteel (mei 2025) heeft Holland Casino 13 vestigingen. Met 1989 is Nijmegen qua ouderdom het 7e casino van Nederland. En met 4695 m² is Nijmegen qua oppervlakte het 10de casino.
Romeinse resten
Archeologische opgravingen, 8/10/1986 (Ber van Haren via KN14246-25 RAN CC0)
Voor de bouw van het casino moet een oude Romeinse muur gesloopt worden: deze sloop wordt als noodzakelijk gezien om te zorgen dat het casino een eigen, veilige parkeergarage krijgt. Goede parkeergelegenheid is zeer belangrijk voor het casino. Een deel van de muur is verwerkt in het casino.
Tegenwoordig wordt de sloop van deze muur gezien als een drama. Een direct gevolg was wel, dat Nijmegen de eerste stadsarcheoloog heeft aangesteld.
Verwerking van Romeinse resten in Holland Casino (augustus 2024)
Ontwerp Mans Hofhuis
De pilaren aan de voorgevel van het Holland Casino zijn bedekt met platen van rose graniet en bruine syeniet, 24/6/2007 (Jeroen van Lith via F9148 RAN CCBYSA)
De architect van het nieuwe casino is Mans Hofhuis (5-7-1942 Rotterdam – 22-4-2020 Maastricht). Wanneer het casino in augustus 1989 open gaat, heeft de bouw en inrichting 19,2 miljoen gulden gekost.
3 niveau’s
Hoog water Waalkade, 1995 (Jacques van Dinteren via DF5000 RAN CCBYSA)
Een van de uitdagingen was het omgaan met het feit dat de Waalkade kan overstromen. Daarom zijn er ingangen ontworpen:
De ingang aan de Waalkade, welke bij hoogwater niet meer te gebruiken is
Een tweede ingang boven de eerste, bereikbaar via een helling
Een derde ingang aan de achterzijde
Romeins thema
Als eerste casino van Nederland krijgt het casino een thema, naar het voorbeeld van de grote casino’s aan de Strip in Las Vegas. Het is een Romeins thema, welke bijvoorbeeld terugkomt in:
Romeinse zuilen in de hal
Grote Romeinse munten als omlijsting van de kassa’s
De bar krijgt een driehoekige kroonlijst, afgeleid van een Romeinse tempel
Naamgeving: de zaal met speelautomaten heeft Bingo Atrium, een ander deel heet Jackpot Empire. De eerste speelautomaat die bezoekers zien, is Circus Maximus: bezoekers kunnen hier gokken met 5 elektronisch bestuurde speelgoedpaarden
Een van de doelen van dit thema is om hiermee laagdrempeliger voor bezoekers te worden.
Vervolg
Stijgende bezoekersaantallen in de jaren 90
Interieur van het Holland Casino, 1990-1995 (Quinta Buma via F23177 RAN CCBYSA)
Tot 2002 stijgen de bezoekersaantallen:
Het eerste volle jaar, 1990, heeft het casino 302.757 bezoekers
1991: 362.798
1999: meer dan 500.000
2001: 541.000
Jaren 0: Concurrentie van Venlo (en Enschede)
In 2002 gaat echter de vestiging in Enschede open en in 2006 in Venlo. Veel klanten bezoeken vanaf 2002 de vestiging in Enschede; daarnaast vindt er dat jaar een verbouwing plaats en in het algemeen is er sprake van een slechte conjunctuur. Het bezoekersaantal in Nijmegen daalt onder de 500.000.
Het is echter de opening van de vestiging van Venlo in 2006 die een nog grotere impact heeft: vanwege de gunstiger ligging gaan veel Duitsers afkomstig uit het Ruhrgebied gaan vanaf dat moment naar Venlo in plaats van Nijmegen. Daarop voert het casino bezuinigingen door, zowel in het personeel als het aantal speeltafels. In 2019 is er weer sprake winst; het casino heeft dan 350.000 bezoekers.
Jaren 10: weer stijging, nadenken over toekomst aan de Waalkade
Holland Casino bij avond, Waalkade (maart 2024)
In september 2012 ontvangt het casino haar 10 miljoenste bezoeker; op 23 november 2018 verwelkomt het casino de 12 miljoenste bezoeker.
In 2019 denkt het casino na over haar toekomst aan de Waalkade, wanneer in 2024 haar contract zal aflopen. “Problemen zijn de slechte bereikbaarheid van de Waalkade en het gebrek aan parkeergelegenheid.” (Gelderlander, 15-8-2019). In een interview in augustus 2019 met Meneer Casino vertelt Arno Bongers: “Als ik dan vooruit kijk naar de toekomst, dan denk ik aan een Experience Zone, zoals in Utrecht. Die zou ik graag hebben, maar daarvoor hebben we de ruimte hier niet.
Dan kom ik op dit gebouw. Het is net verbouwd, we hebben een hele nieuwe bar, kom kijken! Toch blijft er nog wel wat te wensen over.
Zo zijn de plafonds te laag voor de nieuwste generatie speelautomaten met veel toeters en bellen. Speelautomaten worden steeds hoger.
De parkeergarage is aan de krappe kant. We hebben plek voor maximaal 60 auto’s.
We hebben een huurovereenkomst die loopt tot en met 2024. Dat biedt mogelijkheden. Bijvoorbeeld verhuizen naar de rand van de stad.
Steden worden steeds groener. Autorijden wordt er steeds lastiger. Kijk naar de schitterende, nieuwe casino’s die in Utrecht en Venlo worden gebouwd. Die komen aan de buitenkant van de stad. Goed bereikbaar.”
In februari 2021 citeert Casino Nieuws de woordvoerder van Holland Casino:
“We hebben geen concrete plannen om uit Nijmegen te vertrekken. We hebben ook afgelopen periode juist geïnvesteerd in deze vestiging. Zo hebben we recent o.a. buitenruimtes gemaakt waarin gasten even afstand kunnen nemen van het spel en deze gelegenheid aangegrepen om te zorgen dat er extra licht van buiten het casino naar binnen kan komen. Zo bouwen we verder aan het casino van de toekomst. Daarnaast hebben we in de herstructurering ook nieuwe plannen voor de vestiging gemaakt die op een later moment bekend zullen worden. De bereikbaarheid van onze Nijmeegse locatie is wel een steeds groter wordende zorg.”
Na corona en verlenging contract
Casino Waalkade (augustus 2024)
Daarbij kwamen de Covid-jaren. In 2023 kwamen er echter weer 264.000 bezoekers; de verwachting is echter dat het bezoekersaantal vóór 2019 niet meer gehaald zal worden.
In 2024 verlengt Holland Casino haar contract met 5 jaar, tot 2029.
De recreatieruimte in het Internaat voor Schipperskinderen, 16/8/1974 (Jan Cloosterman via F45919 RAN CCBYSA)
Schippersinternaat
In mei/juni 1955 wordt het nieuwe schippersinternaat aan de Mollenhutseweg in gebruik genomen. De kinderen zijn afkomstig van het internaat voor schipperskinderen St. Nicolaas aan de Babberichseweg in Zevenaar. Het internaat in Zevenaar werd bestuurd door de Broeders van Maastricht (officieel: Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van de H. Maagd). Het internaat in Zevenaar zal dan weer eigenlíjke functie van juvenaat (een school voor jongens die uiteindelijk frater willen worden) krijgen, omdat het juvenaat in Maastricht intussen aan haar capaciteit was geraakt.
Een aantal mooie foto’s zijn onder andere te vinden op:
De speelzalen in het St. Nicolaas Schippersinternaat voor Schipperskinderen, 1960, F45921 RAN
De slaapzaal in het internaat voor Schipperkinderen, 16/8/1974, F45922 RAN
Vooraf: oorsprong in Arnhem, vervolgens rondreis
Oorspronkelijk had het schippersinternaat vanaf 1939 in Arnhem gestaan: Daar hadden de Broeders aan de Roosendaalseweg “Insula Dei” geopend. Tijdens de oorlog hieven de Duitsers een jaar later het internaat in juni 1940 op, waarop het juvenaat in Zevenaar werd voortgezet. De Duitsers namen dit gebouw in 1942 echter ook in beslag. Daarop werden de jongens in het oude domicanenklooster in Rijkholt, in Zuid-Limburg, geplaatst. In augustus 1949 kwamen de jongens voorlopig weer terug in Zevenaar, waarbij gezocht werd naar een nieuwe locatie. De broeders hadden daarvoor Nijmegen gekozen, vanwege de gunstige locatie ten opzichte van de grote rivieren.
Het nieuwe gebouw van architect Siebers
De architect van het schippersinternaat was Alphons Siebers, op dat moment “uit Breda”, samen met van Dael. De bouwer fa. de Goede uit Soesterberg. De gebouwen bestaan uit een school, internaat, een broederklooster en een kapel. De inwijding vindt op 16 juli 1955 plaats. Vanaf juni zullen 22 broeders zich in Nijmegen vestigen, waarbij ze les zullen gaan geven aan 170 jongens; de capaciteit is 30 broeders en 200 jongens.
Het complex is gebouwd in een traditionele stijl, waarbij het interieur van de kapel ontworpen is in een zogenaamde basiliekstijl (Nijmeegsch dagblad 10-8-1954).
Het Nijmeegsch Dagblad neemt op 28-5-1955 een kijkje, wanneer het complex bijna gereed is: “Wij hebben het gebouw eens bekeken en allereerst zagen wij links voor het eigentijdse schoolgebouw met in zijn rechte hoek daarop aansluitend het gymnastieklokaal. Een verbindingsgang, waardoor de jongens van de school naar het internaat kunnen, is geprojecteerd. Op de gymzaal sluit het internaat aan met speelzalen, slaapzalen, etc. Dit geheel is onder een rechte hoek aaneengezet.
Centraal gelegen volgt dan de kapel, waarmede men op het ogenblik nog zeer druk bezig is, doch die nog niet gereed zal zijn wanneer de jongens komen. Voorlopig heeft men echter van de broeders van het pensionaat Jonkerbos toestemming gekregen om, zolang dit nodig is, van de kapel van dit pensionaat gebruik te maken.
De rechtervleugel, aansluitend op de kapel, wordt gevormd door het broederhuis, waar men thans ook nog met man en macht doend is alles klaar te krijgen. Hierin bevinden zich ook, aansluitend op de keuken, de refters der jongens.” (Nijmeegsch dagblad, 28-5-1955)
Lestijden
Er wordt lesgegeven aan jongens van 8 tot 12 jaar. Opvallend zijn de schooltijden: ook ’s avonds wordt er lesgegeven. Aangezien het de bedoeling is om de kinderen zo kort mogelijk van hun ouders weg te laten blijven, is het lesrooster aangepast. De kinderen krijgen daarom gedurende 8 maanden 3 keer per dag les: naast de reguliere ochtend en middag ook ’s avonds. Daardoor doen de jongens 4 jaar over de school, waar er normaal 6 jaar voor staan. “Het is er dus aanpakken geblazen, maar daarnaast wordt de pupillen voldoende vrijheid toegestaan opdat zij de vrijheid en zelfstandigheid van het water, die hen straks wacht, niet ontwennen” (De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 18-7-1955).
Architect Siebers
Alphons (voluit Peter Alphonsus Maria)Siebers (Amsterdam, 15 september 1893 – Ulvenhout, 15 mei 1978) was een architect en stedenbouwkundige. Hij vond zelf het uitbreidingsplan van Nijmegen (1930-1933) zijn belangrijkste werk. Dit was tevens zijn eerste grote stedenbouwkundige opdracht. Daardoor behoorde hij tot de (kleine) groep personen die zowel architect als stedenbouwkundige waren met de kennis en kunde om dergelijke omvangrijke plannen uit te werken.
Wikipedia: “Zijn werk wordt gekarakteriseerd door zowel traditionalisme als modernisme, terwijl zijn religieuze bouwwerken sterk zijn beïnvloed door de Bossche school”.
Daarnaast kennen wij Siebers in Nijmegen vooral van zijn wederopbouwplan en van de architectuur van:
Het vervolg is nog niet uitgebreid onderzocht. Hieronder staat in grote lijnen het vervolg weergegeven.
Vervolg Schippersinternaat
(Huidig adres: Burgemeester Daleslaan 23)
In juni 2010 sluit het internaat. Het was het laatste overgebleven internaat in Nijmegen (Omroep Gelderland). Het aantal kinderen was gedaald van 280 in de jaren 70 naar 51 in 2009. De kinderen verhuisden naar 10 woningen in Oosterhout, waar zoveel als mogelijk een thuissituatie is gecreëeerd (de Gelderlander).
Het klooster en internaat is tegenwoordig in gebruik als vergader- en trainingscentrum. In 1976 is het pand verbouwd door W.HW. Bijl (Noviomagus).
Vervolg school
Antoinette van Pinxterenlaan 4, augustus 2017 (Google Streetview)
De Waardestellende Quickscan Schoolgebouwen 1945-1968: “Samengesteld L-vormig gebouw met bakstenen gevels, kunststof en stalen ramen, betonnen fries en flauw hellend zadel- en schilddak met gesmoorde pannen. De langgerekte éénlaags onderwijsvleugel heeft een gang aan de noordzijde (in 1979 ingebouwd door nieuwbouw) en zeven leslokalen op het zuiden (na brand in 2002 iets uitgebouwd). Op de kop een tweelaags gedeelte met voormalige hoofdentree en personeelsvertrekken (bg) en een handenarbeidlokaal (verd.). Daarachter een (vernieuwd) tussenlid met kleedruimtes en een gymzaal met spaarvelden en muizetandlijst.”
De school is sinds 2015 een “Aandachtspand” met als waardering:
“Van groot cultuurhistorisch belang vanwege de belevings- en herinneringswaarde voor grote groepen (schippers) kinderen die hier zijn gevormd en onderwijs hebben genoten; als herinnering aan de verzuilde vroeg-naoorlogse samenleving en het werk van de broeders van het naastgelegen (voormalige) klooster; als toonbeeld van de verzorgingsstaat in opbouw waarin voorzieningen voor basisonderwijs gelijke tred moesten houden met de ongekende groei van de bevolking.
Van beperkt architectuurhistorisch belang als typologisch gangbaar voorbeeld van een gangschool, uitgevoerd in een sobere maar goed verzorgde traditionalistische architectuur van de gerenommeerde architect Siebers, die echter sterk is aangetast door (forse) uitbouwen aan beide flanken en door kunststof ramen.
Van stedenbouwkundig belang als onderdeel van een voormalig klooster in dezelfde architectuur, enigszins verscholen in de groene bosrijke zoom van het Goffertpark.”
Sander Dolstra schilderde deze lepelaar in de Molenpoort, bij de ingang van de Ziekerstraat. Op de Facebook pagina van de Molenpoort staat een kort filmpje van Sander Dolstra aan het werk met de muurschildering.
Symboliek
De Molenpoort gaat op haar Instagram in op de symboliek: “Die sluit namelijk perfect aan bij de veranderingen die in de Molenpoort op komst zijn.
De Eekhoorn: Staat voor flexibiliteit, aanpassingsvermogen en vindingrijkheid. Net als de eekhoorn, die vooruitdenkt en voedsel verzamelt voor de toekomst, bereiden wij ons voor op een nieuwe, bruisende toekomst voor de Molenpoort.
De Roze Lepelaar: Bekend om haar aanpassingsvermogen, vindt zij haar weg in diverse omgevingen. Dit symboliseert de transformatie van de Molenpoort van een overdekt winkelcentrum naar een levendig stadsdeel, vol nieuw leven en energie.”
Winkeltas: De lepelaar draagt winkeltassen, waarvan één met het logo van ons nieuwe project ‘FIER’. Dit benadrukt het commerciële aspect van de Molenpoort, dat behouden blijft in de nieuwe visie.
In de Achtergrond: Een afbeelding van de Molenpoort zoals het er voor 1879 uitzag, verwijst naar de historische stadspoort die hier ooit stond.
Op de theepot: deze vliegt uit een winkeltas met daarop het stadswapen van Nijmegen, een eerbetoon aan onze rijke geschiedenis.”
De Voorstadslaan is een zeer lange straat die tegenwoordig loopt vanaf de spoorbrug tot aan de Tweede Oude Heselaan. En het is een laan vol geschiedenis: van de Romeinse tijd naar het moment dat het in de 19e eeuw een van de eerste industriegebieden van Nijmegen werd en tevens villa’s werden neergezet. Bovendien kwamen er voor de oorlog andere woningen: veel zijn er gebouwd in rijtje van enkele woningen met op de hoek van de straat oorspronkelijk een winkel. De laatste jaren wordt er volop gebouwd in de omgevind van de Voorstadslaan, onder andere de nieuwbouw op het terrein van de voormalige Batava fabriek/ de gebouwen van de Technische Unie.
En: een van de mooiste momenten is het moment waarop de zon ondergaat, waarbij de zon loodrecht op laan staat en zorgt voor prachtige, lange schaduwen.
Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Voorstadslaan geschreven zijn. Zowel deze pagina als de artikelen zullen in de loop der tijd worden aangevuld.
Romeinse Tijd
Grafinventaris uit de Romeinse tijd, gevonden in Nijmegen (Voorstadslaan), 100 – 130 (Collectie Valkhof Museum objectnr Graf.Koster.2013.30 via Collectiegelderland.nl Publiek Domein)
Bij de Voorstadslaan zijn vondsten uit de Romeinse tijd opgegraven, zoals de inventaris op de bovenstaande afbeelding. Collectie Gelderland: “Inhoud van een Romeins crematiegraf uit het begin van de 2e eeuw na Chr. Het crematiegraf is gevonden op het terrein tussen de Voorstadslaan en de Sperwerstraat in Nijmegen; het Romeinse grafveld behorende bij de stad Ulpia Noviomagus. Het graf (graf 30) bestond uit een rechthoekige grafkuil met daarin een grote beker van geverfde waar waar de crematieresten in waren geborgen. Rondom deze beker waren de overige grafgiften geplaatst: een tera sigillatat bord, een kleinere beker, een kleine kookpot, een kruik en een glazen kom.”
Wandeling Craandijk
Villa Scotia. In dit pand woonden de grootouders van de bekende Nijmeegse boekhandelaar en antiquaar Olaf van Hoorn. In de tuin van deze villa verrees later het verzorgingstehuis Sonnehaert, 1920 (Th.A. Sanders via F5559 RAN)
“Dat de stad niet meer als vesting ten oorlog bereid behoeft te zijn, laat alom in den omtrek zijn’ invloed gevoelen. Nu kan zij den gordel harer huizen uitbreiden, zoover zij wil; nu kon in de onmiddellijke nabijheid van dit stuksken eener oude lunet een parkje worden aangelegd; nu kon die industriële wijk daar nevens den weg verrijzen; en de fabriekschoorsteenen mogen onbelemmerd hun rookwolken uitzenden, en vriendelijke villa’s worden gebouwd aan de laan van iepen, aan wier voet niet meer de sappeursbijl ligt.
Meer dan één weg leidt naar Hees en dwalen kunnen wij niet, als wij ons maar niet laten afleiden door den grintweg naar Weurt, die ter regterzijde afbuigt. Wij houden de Voorstadslaan beneden den Hunerberg, wiens zacht glooijende helling met bouwlanden zijn bedekt. Thans wisselt het zachte, frissche groen van het winterkoren af met de donkere vakken, waarin het zaad nog pas is uitgestrooid. Eerst later prijkt hier het landschap in zijn volle schoonheid, maar ook nu reeds ziet het er vrolijk en opwekkend uit. Aan den anderen kant ontbreken ook de akkers niet geheel, maar ’t zijn daar toch meer weilanden en boschjes, die wij in de uitgestrekte vlakte overzien.
Die groote bloemisterij en de daaraan grenzende villa liggen en de daaraan grenzende villa liggen nog binnen den voormaligen ‘verboden kring’ en zijn dus nog gansch nieuw, terwijl de volgende huizen en buitenverblijven ten deele reeds van tamelijk oude dagteekening zijn. Reeds sedert jaren was Hees vermaard om zijn talrijke lustplaatsen, deels door deftige ingezetenen bewoond, deels in den zomer door Nijmeegsche families betrokken, deels aan vreemdelingen verhuurd, en het gansche dorp heeft daardoor een vrolijk en welvarend voorkomen, gelijk het er een niet onbelangrijke uitgestrektheid aan dankt.
Villa “Leeuwenstein”, Voorstadslaan, 1900-1905 (F5560 RAN)
Langs den grooten weg vinden wij de tuinen en plantsoenen van Vredeburg, Leeuwenstein, Scotia Villa, Gerda, Rust en Vrede en nog eenige andere zomerhuizen en optrekjes, en aan de zijlanen en dwarswegen bespeuren wij nog meer boomgroepen en bloeijende heesters, die de plaats van heerenhuizingen aanwijzen, afgewisseld door akkers en moesgronden, burgerwoningen en boerenhofsteden. En dit alles behoort nog maar tot wat wij het eerste gedeelte van het dorp zouden kunnen noemen. Bij die prachtige zware linde, waar verschillende wegen zich splitsen, staan wij een oogenblik stil. Wij hebben er een fraai gezigt op de stad met haar spoorwegbrug. …”
Het Autoverhuurbedrijf Heijmans, Voorstadslaan 15, 24/12/1960 (Fotopersbureau Gelderland; Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F11420 RAN CCBYSA)
Heijmans Autoverhuur zat vanaf 1955 in de Voorstadslaan. Rond 2009 verhuist zij naar de Cargadoorweg: de gemeente heeft het pand gekocht om op deze plaats een parkeergarage en woontoren te realiseren. Anderhalf jaar daarvoor had de gemeente een aantal woningen op de hoek Eerste Oude “Heselaan-Voorstadslaan) gekocht en vervolgens gesloopt. Ook zal de weg aangepast gaan worden (De Gelderlander, 31-7-2009/update 30-3-2017)
Op de foto zie ik personenauto’s staan; zo lang ik mij kan herinneren (eind jaren 80) en ook -afgaande op haar site– is het bedrijf bekend van haar verhuur van personen- en bestelbussen.
Merk op de foto bovendien het industriespoor naar de Noord- en Oostkanaalhaven op, dat er in ieder geval nog in 2006 (F88657 RAN) nog lag. Tegenwoordig is hier een snelfietspad aangelegd. Op de Facebookpagina NijmegenToen blijkt, dat in 2013 het snelfietspad er inmiddels al ligt.
Vooroorlogse woningen met aansluitend, rechts, Autobedijf Heijmans uit 1955, nu volledig gesloopt. Rechts de HAT-wooneenheden op de hoek met de Waterhoenplaats, 1998 (Hans Giesbertz via F88397 RAN tevens Auteursrechthouder)
Woontoren Duet
Op deze plaats zal de woontoren Duet komen. November/december 2024 is de verwachting dat de bouw in 2026 zal beginnen. Met 120 meter zal het het hoogste gebouw van Nijmegen worden. Het telt 383 woningen, een combinatie van studenten, sociale huur en duurdere appartementen en tevens een parkeergarage. (De Gelderlander).
In oktober/november 2024 vonden voorbereidingen plaats, waaronder archeologisch onderzoek en het zoeken naar eventuele munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Daarbij is er opvallend genoeg niets gevonden; waarschijnlijk is er in de 19e eeuw al veel gegraven.
Een luchtfoto van de Papierfabriek “Gelderland” ; P.S. op dit terrein tussen de Oude Weurtseweg (boven) , de Krayenhofflaan (rechtsboven) , de Voorstadslaan (rechts onderin) en de Eerste Oude Heselaan (links onderin) worden in 1985 woningen gebouwd aan de Aalscholverplaats , de Meerkoetplaats , de Reigerplaats , de Uiverplaats en de Waterhoenplaats. Geheel rechts onderin woningen aan de Kop van de Weurtseweg, Voorstadslaan, 1932 (F58411 RAN)
Oprichting Papierfabriek Gelderland
Ernst Selleger, Carol Hoyer en J.P. Kortschilgen richtten de Papierfabriek Gelderland aan de Voorstadslaan op, welke in 1908 in productie. Het idee was echter ontstaan in Maastricht: Selleger en Hoyer waren twee oude studievrienden die elkaar toevallig in 1907 bij de kapper tegenkwamen. Daar ontstond het idee om samen met Kortschilgen een papierfabriek te beginnen. Selleger was een Zwitser die in Delft had gestudeerd. Hij is erg belangrijk geweest voor de Nederlandse papierindustrie vanwege zijn onderzoek naar papiervezels.
Ze kozen voor Nijmegen vanwege de goede spoor-, water- en scheepvaartverbindingen. Hun merk was de Ibis, omdat deze vogel tussen het papyrusriet leeft. Het logo komt overigens terug in de muurschildering die onlangs op de doorgang naar de Uiverplaats is aangebracht. In 1910, 1922 en 1929 kwam er in die jaren een extra papiermachine. Kortschilgen overleed in 1921, waarna zijn zoon Heinrich H.L. Kortschilgen hem zou opvolgen. Heinrich zou tot 1948 aan de fabriek verbonden blijven.
Daarna kwamen er moeilijke jaren vanwege de crisis in de jaren 30 en de Tweede Wereldoorlog.
Fabriek aan Maas-Waalkanaal
In 1955 werd een tweede fabriek geopend aan de Ambachtsweg, aan het Maas-Waalkanaal; in 1956 en 1962 nam de fabriek een 5e en 6e machine in gebruik. Daarnaast begon Gelderland in 1958 twee fabrieken in Indonesië, welke in 1963 echter werden genationaliseerd.
Einde Papierfabriek Voorstadslaan
Papierfabriek Gelderland fuseerde in 1963 met Papierfabriek Tielens: de nieuwe naam werd Gelderland-Tielens Papierfabrieken. In 1971 kwam een 7e papiermachine. Daarbij werd de productie met de 4 oude machines aan de Voorstadslaan stopgezet. Er werd in 1976 3 keer brand gesticht; de 3e brand zorgde ervoor dat de fabriek tot de grond toe afbrandde.
Vervolg
In 1970 was er sprake van een groot verlies:
De markt was verslechterd: internationaal was er sprake van een structurele overproductie
Voor de bouw van de nieuwe fabriek was een grote lening op de kapitaalmarkt nodig geweest
De papiermachine werd te laat geleverd en had in het begin veel problemen
Gebreken in de bedrijfsorganisatie en de leiding
Er volgde een reorganisatie. Dit leverde echter te weinig resultaat op en daarop werd het bedrijf overgenomen door Koninklijke Nederlandsche Papierfabriek N.V. uit Maastricht. In 1978 werd de naam veranderd in Koninklijke Nederlandsche Papierfabrieken N.V., vestiging Nijmegen en weer later KNP Nijmegen B.V.. De productie nam wel weer toe; echter niet genoeg zodat de 6e machine moest worden stopgezet.
Doordat ze in 1993 een belang had genomen in het Oostenrijkse bedrijf Leykam-Murztaler ontstond KNP-Leykam. Een nieuwe fusie volgde, met Bührmann-Tetterode en handelshuis VRG (Van Reekum-Gepacy Papier. De nieuwe naam was KNP-BT. Dit bedrijf werd in 1997 overgenomen door Sappi, waarbij Papierfabriek Gelderland verder ging als Sappi Nijmegen. Op haar beurt werd Sappi in 2008 overgenomen door het Amerikaanse Innoviopapers. In 2015 ging het bedrijf failliet.
Op het terrein van de Papierfabriek kwam nieuwbouw. Wel is de directeurswoning op de hoek van de Voorstadslaan-Krayenhofflaan blijven staan (zie hieronder).
Een mooie luchtfoto van de nieuwbouw is te vinden op F58423 RAN.
Mural Uiverplaats
Muurschildering Uiverplaats
Dosa (Sander Dolstra) en Moris (Maurice Broekhoff, 1971 Amsterdam) maakten in maart 2024 in de doorgang tussen de Voorstadslaan en Uiverplaats 2 murals: een met een ooievaar (uiver) en aan de andere kant een reiger. De laatste verwijst naar de Reigerplaats. De papierblaadjes verwijzen naar de papierfabriek. Op deze blaadjes is een ibis te zien: een verwijzing naar het logo van de betreffende fabriek. (Bronnen: instagram en LinkedIn).
Licht Gewelf
Licht Gewelf bij avond, Tamar Frank, Aalscholverplaats, augustus 2023
Bewoners ervaarden overlast bij de doorgang bij de Aalscholverplaats. Zij wilden met een kunstwerk de sfeer onder de poort verbeteren en tevens een mooie verbinding tussen de Voorstadslaan en het plein creëren. Tamar Frank maakt kunstwerken waarin licht de ervaring van ruimte doet veranderen. Voor de Aalscholverplaats maakte ze Licht Gewelf.
Dubbel woonhuis, gebouwd voor Laurens Jan ten Horn (1855-1919), eigenaar van de Patria Kinderwagenfabriek, foto gedateerd 1910-1915 (RAN F87828)
Willem Hoffmann ontwierp tussen 1908-1909 voor Laurens Jan ten Horn de eigenaar van de Patria Kinderwagenfabriek het dubbele woonhuis op de hoek van de Voorstadslaan en de Krayenhofflaan.
Ten Horn had in 1907 de kinderwagenfabriek overgenomen van zijn zwager Carel van Rosendael, welke aan de Nieuwe Haven stond. Daarvoor had ten Horn een winkel in ijzerwaren en huishoudelijke artikel in Wageningen gehad (Bijschrift F87831).
Gemeentelijk Monument
Dit is een Gemeentelijk Monument: “Twee villa’s onder één dak. Blokvormig gebouw van twee bouwlagen op onregelmatig grondplan dat aan de straatzijde de grondvorm suggereert van twee rechthoeken met een wigvormig verbindingsdeel. Uitgevoerd in kalkzandsteen met een band van gekleurde baksteen op de begane grond en een breed fries van hetzelfde materiaal langs de bovenzijde; pannengedekt. Beide blokken hebben aan de straatzijde een eigen tentdak van geringe diepte, dat verloopt in een breed dak over het achtergedeelte, met de nok parallel aan de straat. Beide panden hebben op de straat- en achterhoek twee erkers, afwisselend driezijdig en halfrond. Alle vensters met bovenlichten van acht ruiten, bij het rechter pand nog met persiennes. De voordeur van het linker pand rechts in de gevel; die van het rechter pand in het wigvormige tussengedeelte, dus links, iets terugliggend ten opzichte van een houten etage-erker in het gevelvlak. Bouwjaar: ca. 1920. Boeiend complex van forse verhoudingen, karakteristiek gelegen in een flauwe bocht op de hoek van twee straten en daardoor zeer beeldbepalend.”
De Nieuwe Haven (Waalhaven) met de lage loswal, tweede decennium. Links het bedrijfspand van de Patria kinderwagenfabriek, v/h C. van Rosendael & Co. Op de achtergrond, rechts, nog net zichtbaar, het gemeentelijk slachthuis, 1910-1915 (F88957 RAN)Het havenplantsoen in aanleg, gezien vanaf de Weurtseweg. Op de voorgrond de goederenspoorlijn naar het havengebied, rechts, de Voorstadslaan met de spoorwegovergang en het pand van steenkolen- en brandstoffenhandel J.J. Giesbertz NV. Op de achtergrond, achter de spoordijk in het midden, papierfabriek Schuller aan de Nieuwe Markt, links boven de oude havenkraan op de loswal van de Nieuwe Haven (Waalhaven), 1953 (Foto Grijpink via F88668 RAN CCBYSA)
Het Krayenhoffpark was al vroeg ingetekend, in 1879, in de plannen voor na de ontmanteling. Het werd vernoemd naar Cornelis Krayenhoff, waarvan het graf aanvankelijk was overgebracht naar dit park; de originele grafsteen is er nog te vinden. Daarnaast staan er een aantal bijzondere bomen.
De voormalige Batava Margarinefabriek met woningen, hoek Weurtseweg (1870/1975), 1969 (Evert F. van der Grinten via F78720 RAN, tevens Auteursrechthouder)
Op Noviomagus staat een uitgebreid artikel over de Batava fabriek.
Fabriek Batava Margarine (afgebroken 1974/1975), 2972 (Evert F. van der Grinten via F78885 RAN tevens Auteursrechthouder)De voormalige margarinefabriek Batava, gesloopt in 1974; op die plaats is het magazijn van de Technische Unie gebouwd (27-06-1974), 1974 (Jan Cloosterman via F29247 RAN CCBYSA)
Technische Unie
Links de Technische Unie, rechts het overgebleven gedeelte van de Batava fabriek. Daarvoor het Krayenhoffpark, links de Voorstadslaan en rechts de Weurtseweg, die nog niet verlegd, 18 maart 1985 (Wim Michels via KN14450-26 RAN CC0)
Nieuwbouw
Nieuwbouw Voorstadslaan (april 2025)
De Technische Unie is inmiddels afgebroken. Op deze plaats wordt momenteel de nieuwbouw gerealiseerd van appartementen als het project Boterfabriek (zie haar eigen site).
Op de hoek van de Voorstadslaan met de Biezenstraat ligt de voormalige Verenigde borstelfabriek. Deze was in 1919 begonnen, met electrisch aangedreven machines. De fabriek was daarvoor in de Broerstraat gevestigd geweest en maakt borstels en kwasten.
Krayenhofflaan 14, september 2022 (Google Streetview)
Is momenteel een Aandachtspand
Voorstadslaan 51-53
De woningen van Voorstadslaan 51-53 zijn momenteel Aandachtspanden op de Gemeentelijke Monumentenlijst.
Een foto uit 1980 is te vinden op F10067. Dan staan de voortuinen nog niet vol met planten, maar eigenlijk zijn de tuinen een van de grote charmes van deze huizen.
Minibieb Voorstadslaan (augustus 2024)
Vóór deze panden staat een van de mooiste minibiebs van Nijmegen, de derde versie:
De eerste, eigenlijk de allermooiste, is gestolen.
De tweede is vervangen, waarschijnlijk omdat er te veel onderhoud nodig was
De derde, huidige, is in de vorm van een oude koelkast
Voorstadslaan 55: oa café de Voorstad
Voormalig cafe de Voorstad, Voorstadslaan (augustus 2023)
Een leuk artikel over dit voormalige café de Voorstad is te lezen in de Wester uit 2018 (een herpublicatie van 2013).
Prima Villa
Voorstadslaan 57
Prima Villa Voorstadslaan, augustus 2023 (Google Streetview)
“Prima Villa” betekent eerste villa, verwijzend naar de eerste bebouwing buiten de voormalige vestigingwerken van Nijmegen die men tegenkwam als men van Nijmegen naar Hees ging. Het is gebouwd in 1878. Over dit Rijksmonument is al het nodige geschreven op Noviomagus: https://www.noviomagus.nl/Monumenten/monument_0188.html
Rijksmonument
De woning is een Rijksmonument met als waardering:
” VILLA uit 1878 met rijk uitgevoerd INTERIEUR en HEK.
– Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een wit gepleisterde blokvormige villa met stijlinvloeden van het neoclassicisme. Het exterieur is qua hoofdvorm en gevelindeling goed bewaard gebleven. Op onderdelen zijn er ook wijzigingen doorgevoerd, zoals de sloop van het balkon aan de voorzijde en de vernieuwing van de serre aan de achterzijde. Bijzonder waardevol is het goeddeels intact gebleven interieur. Zeldzaamheidswaarde hebben de geschilderde plafonds in de vertrekken op de verdieping. – Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied tussen het centrum van Nijmegen en het voormalige dorp Hees. Getuige de naam “prima villa” maakte onderhavig pand onderdeel uit van de eerste bebouwing buiten de voormalige vestingwerken van Nijmegen in de richting van Hees ten tijde van de ontmanteling.”
Voorstadslaan 238
Voorstadslaan 238, augustus 2023 (Google Streetview)
Voorstadslaan 238 is een Gemeentelijk Monument: “Villa. Blokvormig pand van twee bouwlagen met pannengedekt tentdak. De gevels zijn gepleisterd, op een brede ornamentale baksteenfries langs de gootrand na. Gootlijst kwartcirkelvormig uitgekraagd. Voorgevel verdeeld in twee assen: de rechter helft bestaande uit een houten erker met balkon en dubbele balkondeuren; in de linker helft twee dicht naast elkaar geplaatste ramen, op de begane grond gekoppeld onder een vlakke ontlastingsboog. Alle ramen met glas-in-lood in de bovenlichten. De voordeur in de linker zijgevel. Zeer opvallende dakkapel met drie ramen, waarvan het pannendak een verlenging vormt van de nok van het hoofddak. Bouwtijd: ca. 1900-1915. Eenvoudig buitenhuis van fraaie verhoudigen, van belang als voorbeeld van de overgang van historiserende naar meer functionele, sobere villabouw.”
Nijmeegsche Machinefabriek
De Nijmeegsche Machinefabriek, 1915-1920 (F10053 RAN)
Vooraf: overname door de N.T.M.
De Nijmeegse Tramweg Maatschappij (N.T.M.) had in 1897 de machinefabriek van de erven van van Westrhenen overgenomen. welke op het Waalplein stond. Inmiddels had dit bedrijf al 40 jaar bestaan. Vanaf dat moment heet het bedrijf de NTM Nijmeegsche Machinefabriek, IJzer en Metaalgieterij.
In de zomer van 1899 bouwt N.T.M. een nieuwe fabriek aan de Voorstadslaan. Deze bestaat uit een ijzergieterij, kantoren, magazijnen en een aansluiting aan de tramlijn naar Neerbosch. Daarbij heeft de fabriek een herstelplaats voor rollend materieel. Niet alleen voor het materieel van de NTM zelf, maar ook voor de Stoomtram Maas & Waal. Daarnaast maakte ze zelf tramrijtuigen, goederenwagons en wissels voor meerdere tramwegmaatschappijen in Nederland (gemeentetramnijmegen.nl).
In de eerste jaren behaalt het bedrijf goede resultaten.
1918 Verkoop tot opheffing 1939
Op 15 juli 1918 wordt de fabriek verkocht aan Wed. J. Numan’s blikfabrieken. De machinefabriek en ijzergieterij wordt daarin een aparte N.V.: N.V. Nijmeegsche IJzergieterij en Machinefabriek. Tot 1933 vonden er uitbreidingen plaats. “De N.V. Nijmeegsche IJzergieterij en Machinefabriek wordt als gevolg van de beurskrach ambtelijk opgeheven.” (Nijg).
1947: Hernieuwde inschrijving
In 1947 vindt er een hernieuwde inschrijving van de Nijmeegsche IJzergieterij N.V. in de Kamer van Koophandel plaats. Hierbij staat H.G.Th. Salemink ingeschreven als eigenaar en toekomstig directeur en D.A. Salemink als procuratiehouder. De laatste wordt in 1962 benoemd tot mede-directeur. In 1968 treedt J. Thoonsen in dienst bij de Nijmeegsche IJzergieterij N.V.. Hij is op het moment dat de NIJG haar site heeft geschreven de huidige directeur, dus in ieder geval al jarenlang werkzaam bij het bedrijf. In 1972 wordt de N.V. omgezet in een B.V..
In 1981 neemt de ijzergieterij haar nieuwe fabriek aan de Lindenhoutseweg in gebruik: “Na verschillende uitbreidingen bleek voortzetten van het bedrijf daar (aan de Voorstadslaan) niet meer houdbaar, mede wegens overlast” (Numaga)
1981 Sloop gieterij Voorstadslaan
In 1981 werd begonnen met de sloop van de ijzergieterij. De Wester: “‘In 1981 begonnen ze met de sloop van die ijzergieterij,’ gaat Bernard verder. ‘Dat ging niet zo vlot. Het gaf veel stof- en lawaaioverlast. De grond was sterk verontreinigd met allerlei stoffen en zware metalen zoals lood. De schoonmaak heeft een vermogen gekost, miljoenen. Daarna lag het terrein braak en zijn er opgravingen geweest. Dat vond ik toentertijd erg interessant om te volgen. Er was begreep ik niet genoeg tijd en geld om het écht goed te doen.’” (De Wester). Vanaf 1984 werd begonnen met de nieuwbouw, de huidige Boomvalk-, Torenuil- en Scholeksterstraat (noviomagus).
Vervolg NIJG
In 1989 neemt J. Thoonsen de aandelen van de heer D. Salemink en de Fam. Martens over. In 1990 en 1991 volgen er uitbreidingen. Ook koopt NIJG in 1997 een 2e gieterij in Frankrijk aan, welke in 2007 weer wordt afgestoten. Momenteel (augustus 2024) bestaat NIJG nog steeds, zie haar site.
Modderlaantje
Aan beide kanten van de ijzergieterij liep vroeger een laantje. Het waren naamloze straten, waarbij de linker het Modderlaantje werd genoemd. Ze hoorden bij de Voorstadslaan en hadden huisnummers 73 t/m 113 en 149 t/m 161, vandaar dat deze ontbreken in de huidige nummering van de straat. Aan de Modderlaantje stonden kleine arbeidswoningen, waarvan de meeste bewoners bij de ijzergieterij werkten. Tegenwoordig is hier de Scholeksterstraat (De Wester).
Op de hoek tussen de Voorstadslaan en de Biezendwarsstraat zit het huidige (augustus 2024) café de Wijck. Voorheen zat hier de Gruyter, welke in de jaren 70 failliet ging.
De Wester: “Sylvia kan nog moeiteloos de vele winkels in de straat voor de geest halen. ‘Waar nu Wijck zit, had je eerst de Gruyter. Een winkel met veel koper. Het rook er altijd naar versgemalen koffie en er stonden veel koekjestrommels.” (https://dewester.info/voorstadslaan/)
In 1930 opent de bakkerij van J.H. Francissen op Niersstraat 2, op de hoek van de Biezendwarsstraat en Voorstadslaan. Het pand is een ontwerp van architect W. Th. Reynen. Vanaf dat moment is het altijd een bakkerij gebleven.
Het Park Leeuwenstein was vroeger de tuin van Villa Leeuwenstein. Het lijkt wat verborgen te liggen door de bebouwing van de Marialaan en de Bosduifstraat. Dat het park mogelijk wat onbekend is, is onterecht: er staan veel verschillende bomen, waaronder bijzondere soorten.
De Rijks Tuinbouw & Winterschool, Voorstadslaan, 1920 (F5542 RAN)
Villa Welgelegen/Villa Carré
Villa Carré, Voorstadslaan, 1910 (F5532 RAN)
Rond 1860 werd in de buurt van de hoek Voorstadslaan en Schependomlaan de Villa Welgelegen gebouwd (Bron: Noviomagus). Op 21/9/1870 koopt Conraad van Erpers Rooijaards de villa Welgegelen van Cornelis van Sonsbeek: ““Het buitenverblijf, genaamd “Welgelegen” te Hees, gemeente Nijmegen gelegen, bestaande ene(?) heerenhuis, koetshuis en stal, erf en tuin, voorkomende op den perceelsgewijze kadastralen legger van Neerbosch in Sectie B Nommers 58(?) huis en erf, groot vier aren drie en dertig centiaren/43 tuin, groot een hectare negen aren zeven en zestig centiaren.” Hij betaalt hiervoor 16.000 gulden. Van Erpers Rooijaard is dan “zonder beroep”.
Het jaar daarvoor, op 1 september 1869, had de verkoper Cornelis van Sonsbeek de villa gekocht. (Actenr 1386, Archiefnr 440, Inventarisnr 67).
De familie Rooyaards woonde hier 40 jaar (Noviomagus. Daarna woonde er een gepensioneerd kolonel Roloff (Noviomagus en Hees bij Nijmegen.).
Villa Carré
Daarna kocht de beroemde circusdirecteur Oscar Carré het landgoed. Hij zou er zijn laatste levensjaren doorbrengen, om in 1911 te overlijden. Daarna bleef zijn vrouw Elisa Maud Adams samen met zijn dochter Wilhelmina tot 1919 in de villa wonen. De bronnen zijn niet tot nu toe niet eenduidig of Carré zelf of zijn nabestaanden de Villa “Carré” hebben genoemd.
Huize Insulinde
Bouwtekening van Huize Insulinde, gebouwd op de plek van de voormalige villa Welgelegen. Deze villa werd rond 1860 gebouwd voor de oud kolonel Rooijaards. In 1900 werd het pand aangekocht door circuseigenaar Oscar Carré, die de villa omdoopte in Villa Carré. In 1931 verwierf de Stichting Verblijf Oud-Indisch Militairen het pand en werd het Huize Insulinde tot in 1973 de sloop volgde, 1930-1940 (F63555 RAN)
In 1918 was de ‘Stichting Verblijf van de Oud-Indische Militairen’ de villa aan. De stichting had als doel het “oprichten en het exploiteeren van een verblijf voor den Oud-Indische Militair, tevens een Doorgangs- tevens Kosthuis, waarin gevestigd een Arbeidsbeurs en een Voorschotbank, daarmede hoofdzakelijk beoogde van een algemeen maatschappelijk belang.” De oprichter was Arie van Boxtel (1876-1954). Hij was als 13-jarige het Indische ingegaan en was op dat moment onderluitenant. (IndischHistorisch.nl). Aanvankelijk opende de Stichting het voormalige Hotel de Doelen op de Varkensmarkt. Er was voor Nijmegen gekozen, omdat hier het opleidingscentrum van de KNIL was. Daarbij was de Varkensmarkt geschikt, omdat deze niet al te ver van de kazerne af lag. Hier ving de stichting gerepatrieerde en gepensioneerde KNIL-militairen en hun gezinnen op. Veel oud-soldaten en lagere officieren hadden slechts een beperkt pensioen opgebouwd. Voor vrijgezellen of degenen die invalide waren geraakt was Huize Bronbeek opgericht. Deze bood echter plaats voor militairen met hun gezin.
In 1931 werd Huize Insulinde na een verbouwing geopend. Daarbij kreeg de villa de naam Huize Insulinde. Er was plaats voor vijfenvijftig inwoners. Duizenden bewoners hebben hier kortere of langere tijd gewoond.
Na de oorlog en de Indonesische onafhankelijkheid kwamen ook burgers in Insulinde terecht. In de loop der jaren kwamen steeds meer “gewone” burgers in het Huis terecht: er kwamen immers geen repatrianten meer en er was sprake van vergrijzing. In 1969 ging Insulinde op in de Stichting bejaardenhuizen Nijmegen.
1970: Bejaardencomplex
In 1970 werd de gesloopt en op deze plek kwam het bejaardencomplex Insulinde. Daarbij waren de laatste bewoners van Insulinde ondergebracht in Nieuw Maldenborgh in Hatert. Het hek rond de tuin bleef echter behouden en hier is ook de naam Insulinde te lezen.
Pascal koopt van Verdonck in 1904 twee stukken grond aan de Voorstadslaan. Hij laat daarop een villa ontwerpen door de architect Hoffmann: Villa Rica. het gebouw stamt ui 1904.
De “nieuwe” Dikke Boom van Hees is op 21 november 2003 geplant. Dat is precies 100 jaar nadat de oude Dikke Boom van Hees door blikseminslag was omgegaan.
Villa Gerda staat te koop (De Gelderlander 20/7/1902)
Een van de villa’s die Craandijk noemt is Villa Gerda. Rond 1875 had C.B. Hiebendaal (1830-1902) Villa Gerda laten bouwen. Hiebendaal was burgemeester van Horssen geweest. Zowel zijn geboren dochter, geboren in 1867 als zijn moeder, die in 1872 was overleden heetten Geertruida. Mogelijk is de villa vernoemd naar een van beide. Hiebendaal overlijdt in 1902; in dat jaar komt de villa te koop te staan. De buurman, fruitkweker M.G.F. Verdonck, koopt deze villa. Hij wil op deze grond een villapark ontwikkelen. (Bron: https://dewester.info/westerarchief/de%20Wester%202014%202%20laag.pdf)
Villa Scotia
In het Adresboek 1895 wonen
Weduwe C.H d Villeneuve geboren M.L. Pringle, zonder beroep
V.H. de Villeneuve, zonder beroep
In Villa Scotia, welke dan het adres Voorstadslaan 100 heeft. Daarnaast woont Weduwe V.W. de Villeneuve, geboren C.L. Serres in Villa “Rust en vrede”, Voorstadslaan 93.
In juli 1910 staat de Buitenplaats Rust en Vrede te koop (De Gelderlander 24/7/1910)
Villa Vredenburg
Rob Essers heeft al een uitgebreid artikel geschreven, vanaf pagina 5.
Villa Vredenburg te koop (De Gelderlander 1/5/1879)
In mei 1879 staat de Villa Vredenburg te koop.
Advertentie Hofstede Vredenburg voor verkoop van haver (PGNC 5/8/1888)
Het is mij nog onbekend of met de Hofstede Vredenburg de Villa Vredenburg wordt bedoeld: Weduwe Nielen wil haver verkopen.
Voor de “erven van den heer S.W. den Hertoch” staat op PGNC 27/11/1898 villa Vredenburg te koop.
Villa Rust en Vrede
Aangeboden: Villa Rust en Vrede welke zal moeten worden gesloopt (PGNC 4/8/1912)
Weduwe V.W. de Villeneuve, geboren C.L. Serres komt in het Adresboek 1895 voor op Villa “Rust en vrede”, Voorstadslaan 93 (zie tevens Villa Scotia hierboven). Op 2 oktober 1895 zal echter de inboedel verkocht worden “ten sterfhuize van mevr. de wed. de Villeneuve” (PGNC 29/9/1895); waarschijnlijk wordt ook de villa verkocht, maar deze advertentie is nog niet gevonden.
In ieder geval krijgt augustus 1896 Jhr. M.A. van Andringa de Kempenaer op dit adres een telefoonaansluiting (De Gelderlander 2/8/1896)
In 1901 en 1902 woont jhr M.A. v. Andringa de Kempenaer op dit adres (Adresboek 1901,1902).
In 1912 staat de villa Rust en Vrede te koop, met als voorwaarde dat deze binnen 6 weken wordt afgebroken.
Voorstadslaan in de sneeuw ’s avonds (januari 2026)Voorstadslaan in de sneeuw ’s avonds (januari 2026)
Herinneringen
Heeft u herinneringen aan de Voorstadslaan? Of andere informatie die u graag wil delen? Laat dan hieronder uw reactie achter.
Een blauwe ruithoek staand op betonnen zuilen met daarop glazen piramides: het politiebureau van Nijmegen. Deze is gebouwd als het hoofdgebouw voor het regionale korps Gelderland-Zuid. Het is in 1994 ontworpen door Jeanne Dekkers. In de volksmond kreeg het de bijnaam ‘Wiebertje’. In 1998 is het opgeleverd.
Bovenop deze ruithoek staan glazen piramides. Naast daglicht symboliseren deze “de plaats waar de lucht een verbinding aangaat met de aarde. Het gebouw is met zijn stevige verschijning in zilver en blauw een duidelijk boegbeeld voor de politie”. Ook de kleur blauw is bepalend: Het blauw van de politie, “meer blauw op straat” en de gedachte van een blauwe pet op een sokkel.
Een van de redenen om dit gebouw in de vorm van de driehoek te bouwen was de beschikbare ruimte, afgegrensd door station, spoor en de watercentrale. En daarnaast moest het gebouw in de Spoorkuil komen. Deze heeft ze in haar ‘waarde gelaten’ door het gebouw op poten te zetten. In een Trouw interview in 1998 vertelt Dekkers over haar werkwijze: ‘Dromen en landen. Ieder project opnieuw ondergaat de architecte Jeanne Dekkers (1953) dit ritueel. “Mijn gebouwen landen op een plek, gaan daar een dialoog aan met de omgeving, maar behouden ook een zekere zelfstandigheid. Vaak zorg ik voor een ondergrond die de plek definieert en als sokkel voor het gebouw dient. Op die plek kan het gebouw vervolgens eigenzinnig en eigentijds zijn.”
Vertrek van de Mariënburg
Het voormalige politiebureau op de Mari:enburg, 27/4/1995 (Ger Loeffen via F37949 RAN)
In 1994 is het politiebureau verhuisd van de Mariënburg naar deze locatie. Dit was onderdeel van het plan Centrum2000, waarbij het oude politiebureau is verbouwd tot huisvesting voor het Archief, de Bibliotheek Gelderland Zuid en het Centrum Werk en Inkomen (CWI).
Ontstaan Spoorkuil
Politiebureau vanaf de Snelbinder
De Spoorkuil is ontstaan tijdens de aanleg van het spoorviaduct, waarbij op deze plek het zand hiervoor werd afgegraven. Het station zelf staat op de Hoedberg.
De bouw van het politiebureau en de daarnaast staande appartementen zijn de eerste resultaten van de vernieuwing van de stationsomgeving. De appartementen zijn in 1991 opgeleverd en staan op de plek van de in 1981 afgebrande HBS.
Gepland vertrek
De politie zal uit het pand vertrekken. In 2019 kocht ze het pand van Pro Persona op de Tarweweg aan. Door een reorganisatie was het het bureau aan de Stieltjesstraat te groot geworden: waar voorheen 500 mensen werkten, waren dat er na de reorganisatie nog maar 200. .Bij de reorganisatie was de politie Nijmegen opgedeeld in een team Zuid en Noord. Noord werkt vanuit de Stieltjesstraat, Zuid vanuit de Muntweg. Sinds 2019 was het bureau in de weekenden al gesloten
In 2012 hadden onderdelen van de politie het voormalige Marechaussee pand aan de Coehoornstraat, na een verbouwing, in gebruik genomen. Dit pand is in 2023 gesloopt om plaats te maken voor een geheel nieuw pand. De verwachting is dat deze in 2025 gereed is. Eind juni 2024 was er een inloopavond voor de presentatie van de plannen.
Wanneer de politie in het Pro Persona pand zal kunnen intrekken, zal een deel van de bezetting van de Coehoornstraat verhuizen naar dit kantoor. Het is de bedoeling dat het blauwe kantoor verkocht wordt.
Jeanne Dekkers
Jeannne Dekkers is in 1953 geboren in Venlo. In 1978 behaalde ze het diploma aan de Technische Hogeschool Eindhoven. Daarna ging ze werken bij EGM Archticten, waarvan zij in 1988 lid van de directie werd. In 1998 richt ze haar eigen bureau Jeanne Dekkers Architectuur in Delft op. In 2010 is ze benoemd tot hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven.
Projecten Jeanne Dekkers
Naast het politiebureau ontwierp Jeanne Dekkers onder andere ook het Voorzieningenhart in Oosterhout in 2004 en een boomkwekerij in Cuijk in 2008.
Belangrijke projecten zijn verder:
Brandweerkazerne Apeldoorn
Limburgs Museum (2000)
Minkema College te Woerden (2003)
WZI, Dienst Werk, Zorg en Inkomen te Eindhoven (2004)
OZW, Opleidingsinstituut voor Zorg en Welzijn van de Vrije Universiteit te Amsterdam (2006).
Monument in Politiebureau
In het bureau hangt een monument ter herinnering aan vier politiefunctionarissen die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdeel waren van het verzet. Zij werden op 6 juni 1944 in de duinen bij Overveen gefusilleerd. De namen van de slachtoffers luiden: W. Beerman; B. Hendriks; A. Marcusse en H. Oolbekkink.
Dit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een oud stuk Nijmegen, dat de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, vol van gemeentelijke en rijksmonumenten. Toch zullen veel Nijmegenaren het ook kennen van de (vroegere) uitgaangsgelegenheden.
Deze pagina verzamelt artikelen over de historie en bezienswaardigheden van de St. Antoniusplaats en zal in de loop der tijd worden aangevuld.
De St. Anthoniusplaats is in de loop der tijd op verschillende manieren geschreven. Voor de leesbaarheid is de huidige naam, St. Anthoniusplaats, aangehouden.
Belangrijkste Bezienswaardigheden van de St. Anthoniusplaats:
Eigenlijk het plein als geheel als oud stukje van Nijmegen, in het bijzonder:
Het huidige Huize Bethlehem, naar ontwerp van Charles Estourgie
Cellenbroedershuis
St. Anthoniusplaats 1
St Anthoniusplaats 1, 1935 (F1220 RAN)
Het RAN noemt in het bijschrift: “Woonpand uit eind 18e eeuw. In 1866 werd het na gedeeltelijke afbraak herbouwd in eclectische stijl; het pleisterwerk is typerend voor die tijd. Het merendeel van de tijd werd het pand inderdaad gebruikt om in te wonen”.
Rijksmonument
Het pand op de hoek van de Ridderstraat en is een Rijksmonument: ”Pand, waarin natuurstenen deuromlijsting, eind 18e eeuw met Ionische pilasters en guirlande-reliëf, afkomstig van het huis Ridderstraat 4. Gesneden dubbele deur. “
(Tot nu toe) gevonden gebruikers
Van Clarenbeek
Het PGNC 17/8/1897 noemt de heer van Clarenbeek als de bewoner van het pand. Uit het Adresboek van 1898 en 1899 staat R.H.A.B. v. Clarenbeek er als bewoner. in september 1908 vertrekt de familie van Clarenbeek naar België (PGNC 13/9/1908).
Aannemer en grinthandelaar G.W. van Hezewijk
In 1909 woont aannemer en grinthandelaar G.W. van Hezewijk er (Adresboek 1909). De op dit moment laatst gevonden vermelding is het Adresboek 1934.
Op hetzelfde adres komt in de Adresboeken 1926, 1928, 1932 het bedrijf Fa. van Hezewijk en Swets, baggerondern., grint- en zandh. voor. Dit bedrijf is in het Adresboek van 1934 niet meer gevonden.
In 1932 komt ook eenmalig Grindhandel “Noviomagum”, dir. G.B.A. Dols voor.
Verschillende bewoners rond 1940
Dan lijkt het gebouw een aantal jaren gebruikt te worden door verschillende (tijdelijke?) bewoners. Zo komen in 1940 een aantal vermeldingen in het Adresboek voor:
A.J. Terburg, fabrieksarbeider;
J. Coppes;
J.B. de Graaf, timmerman;
G. Kolenbrander;
Mevr. B.M. Meeuwsen;
P.H. Romans
A. Gerrits
In het Adresboek 1948 staat Th.C. van de Velde, kleermaker, op dit adres.
In 1955 is het J.M. van Krevel en in 1959 J.J. van Dommelen, typograaf en de weduwe van A.J. Terburg, geboren G. van der Lienden.
In 1963 is het een “Bedrijfsruimte Confectiefabriek”.
Documentatiecentrum De Feeks
In 1986 betrok het documentatiecentrum De Feeks het pand tot 2011 (Bijschrift F1220).
Roze Huis
In 2012 ging de benedenverdieping over op de Stichting Roze Huis. Zij kocht in 2019 het pand. (Bijschrift F1220). Momenteel (juli 202) is het pand nog steeds in gebruik als Roze Huis: “Het Roze Huis is de vaste thuisbasis van COC Regio Nijmegen, Dito! en enkele andere partijen. Het betreft het voormalige pand van vrouwendocumentatiecentrum De Feeks, waarin de emancipatoire traditie onverminderd wordt doorgezet.
Het pand is te vinden op St. Anthoniusplaats 1, in het centrum van Nijmegen. In het pand bevindt zich een grote zaal (max 80 mensen), alsmede een vergaderruimte en een kantoor. De activiteiten van COC Regio Nijmegen en Dito! vinden met name in dit pand plaats. Ook zullen er kleinere culturele activiteiten en ontmoetingsactiviteiten voor allerlei groepen, kwetsbaar en minder kwetsbaar, hier gehouden worden.”
St. Anthoniusplaats 2, 3 en 4
De panden op St. Anthoniusplaats 2, 3 en 4 is een gemeentelijk monument: “Geheel gepleisterd en van blokkenindeling voorzien bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt schilddak. Op de begane grond afwisseling van drie deuren (d) en vier raamkozijnen (r): d, r, r, d, d, r, r. Op de etage vijf raamkozijnen. Alle omlijstingen geprofileerd en van afgeronde bovenhoeken voorzien. Kroonlijst ontbreekt. Karakteristiek voorbeeld van zeer eenvoudige negentiende-eeuwse volkswoningen, van belang voor het pleintje. Bouwjaar: ca. 1865.”
St. Anthoniusplaats 5-6
Het is sinds 1988 een gemeentelijk monument. Met als aanwijzing: “Bedrijfswoning met bovenwoning. Bakstenen pand in twee bouwlagen met plat dak. Op de begane grond links is een toegangsdeur voor de woning; rechts gekoppeld de toegangsdeur voor het bedrijf en een brede werkplaatsdeur. Kozijnen rechtgesloten met bovenlichten; in het metselwerk erboven terugliggende segmentbogen met gestucte sluitstenen; de bogen zijn verbonden door een gestucte band. Op de etage bevinden zich twee vensters van overeenkomstige vorm met de openingen beneden. Vlakke kroonlijst. Bouwjaar: ca. 1895. Een van de weinige nog aanwezige panden die verbinding wonen en bedrijf tot uitdrukking brengen. Van groot belang voor het pleintje.”
In PGNC 15/12/1889 is een advertentie gevonden waarin namens de familie Herold onder andere de “stalling” op St. Anthoniusplaats No. 5 in de verkoop staat.
Gevonden bewoners St. Anthoniusplaats 5
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerking
B. v.d. Wildenberg
Modiste
1893
Wed. v.d. Wildenberg, geb. H. de Croon, zond ber woont op nummer 3 in 1893
In oktober 1931 vertekt G. v. Kouwen env r. naar Sambeek, St. Ludovicusgest (PGNC 31/10/1931). Op dit moment is nog onduidelijk of zij tussen 1916 en 1931 steeds op Anthoniusplaats 5 gewoond hebben
P.J. Wijnen
Smid
1908
P.J. Orth
Timmerman
1924
C.C. Hartman
Bankwerker
1926
C.W. van Kouwen en C.B. Turken
De Gelderlander 7/4/1932
Geboorte Wouter Waltherus; vertrokken met G. v. Kouwen?
Kleermaker Robbers op Antoniusplein 14 (PGNC 16/1/1918)
Het is sinds 1987 een Gemeentelijk Monument. Met als aanwijzing: “Bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt schild aan de voorzijde van het platte dak. Onregelmatig in gedeelde benedenetage met links een doorgang; rechts daarvan een raamkozijn. Op de etage vier rechthoekige vensters. Stucbanden in de gevel; segmentboognissen boven deur- en raamopeningen. Bouwjaar: 1898. Eenvoudige panden, van belang voor het plein.”
Th.J. van Asten
Theodorus Johannes van Asten laat eind jaren 90 van de 19e eeuw zijn woning verbouwen. Dat heeft eerst nogal wat voeten in de aarde, zie het artikel op Noviomagus. Een eerste steen “1898” met daarboven een onleesbare tekst herinnert aan de verbouwing.
Verkoop woningen nav overlijden van Asten (De Gelderlander 22/5/1910)
In 1910 vindt de veiling plaats van de panden waarvan Th. J. van Asten eigenaar was. Naast het winkelhuis in de Kroonstraat blijkt hij het Benedenhuis met 2 bovenhuizen 7a en 7b te bezitten; daarbij heeft hij zelf op nummer 7b gewoond.
Daarnaast was hij eigenaar van 6 woningen, naast St. Anthoniusplaats 6 Ottengas Nos. 17, 17a en 19.
St. Anthoniusplaats 9: Cellenbroedershuis
Blik op het Cellenbroederenhuis de Ellendige en Gevoegde Broederschappen, één van de oudste panden van de stad. In de vleugel met de trapgevel ligt de regentenkamer waar de regenten van deze in 1591 door Prins Maurits gefundeerde instelling van Weldadigheid maandelijks vergaderen, 1900-1925 (dr. Jan Brinkhoff via D17 RAN CC0)
Een aantal sites over de historie van het pand en aanverwante zaken:
De ingang van het klooster Bethlehem van de zusters Dominicanessen van het Allerheiligste Sacrament. De zusters verleenden kraamzorg aan arme gezinnen in de Benedenstad. Nadat de zusters het pand verlieten werd er een hospice in gevestigd, 1936 (GN10792 RAN)
In de jaren 20 kochten de Dominicanessen van het Allerheiligst Sacrement de villa op deze plek aan. Deze was onder andere bewoond geweest door Dirk Reinhard Johan baron van Lynden, tussen 1820 en 1837 burgemeester van Nijmegen. Ook was het van 1865 tot (ongeveer) 1899 de Hogere Burgerschool, totdat deze verhuisde naar nieuwbouw aan de Kronenburgersingel.
Zij lieten het gebouw vervolgens verbouwen en vergroten door architect Charles Estourgie. Daarbij kreeg het klooster de naam Huize Bethlehem. De zusters verleenden kraamzorg aan arme gezinnen in de Benedenstad. Ook dit klooster had te maken met het gebrek aan aanwas van nieuwe kloosterlingen en vergrijzing: In 2001 verliet de laatste zuster het klooster.
Daarop werd het huis ingericht als een hospice. Daarbij is de kapel een stiltecentrum geworden. In 2012 schenken de Paters Dominicanen Huize Bethlehem aan de de stichting Vrienden van hospice Bethlehem, met als voorwaarde dat het gebouw nog minimaal 10 jaar in gebruik blijft als hospice (De Gelderlander 23-12-2012).
Sluiting?
Kalorama heeft besloten om op 1 januari 2025 te stoppen met het verlenen van zorg van mensen in hun laatste levensfase bij hospice Bethlehem. De financiële situatie van Kalorama is al langere tijd niet goed. Daarbij is de huur van Bethlehem hoog en is er veel onderhoud aan het pand nodig. Bovendien zijn volgens Kalorama de tarieven te laag voor deze vorm van zorg.
In augustus 2024 is een petitie gestart door de Cliëntenraad om ervoor te zorgen dat Kalorama meer tijd geeft om een nieuwe zorgaanbieder voor het hospice te vinden.
De tuin van het klooster Bethlehem van de zusters Dominicanessen van het Allerheiligst Sacrament gefotografeerd in de richting van de Waal. De zusters verleenden kraamzorg aan arme gezinnen in de Benedenstad. Nadat de zusters het pand verlieten werd er een hospice in gevestigd, 1936 (GN10794 RAN)
Appartementen Bezembindersgas
De appartementen zijn groepswoningen van Talis. Voorheen stond hier een magazijn en garage van Teeseling. Een foto uit 1970 is te vinden op F66597
St. Anthoniusplaats 12-14 en Duivengas 11
De letters “Bordeaux” aan de top van de gevel maakt al duidelijk wat het pand ooit geweest is: een wijnpakhuis.
Let op de gevelsteen “Man rolt ton” uit 1947 van Ed van Teeseling. Op de gevelsteen staat het jaar 1859. Ook een advertentie uit 1948 noemt dit jaar. De sluitsteen boven de deur noemt echter het jaar 1871.
Over dit gebouw is al veel te vinden op Gemeentelijke Monumentenlijst en Noviomagus (tevens bronnen van deze paragraaf).
Vennootschap Roos & Hütschler
Eerstgevonden vermelding van Hutschler op St. Antonius (PGNC 3/5/1854)
In het artikel van Noviomagus (tevens RAN F52317, waarin het jaar 1910 staat als jaar van vervaardiging) staat een advertentie van Roos & Hütschler weergegeven waarin “anno 1821” wordt genoemd.
In een gevonden advertentie van 1854 staat de Ridderstraat vermeld; het is mij nog onduidelijk of de St. Anthoniusplaats 12 vóór 1902 in gebruik is genomen.
Roos & Hütschler
Op 1 januari 1902 richten Johan Zeno Hütschler en Elias Roos Jr. de Vennootschap onder Koophandel Roos & Hütschler op, met het doel het drijven van handel in wijn. Zij laten daarbij hun afzonderlijke zaken “E. Roos & Zoon” en “firma J.Z. Hütschler & Co.” samengaan. “Waar elk voor zichzelf sinds tal van jaren den smaak wist te treffen eener talrijke clientѐle, zal dit met vereende krachten zeker nog beter gaan.” (PGNC 3/1/1902)
Wijnhandel Roos & Hütschler, St. Antoniusplein 14 (De Gelderlander 3/1/1902)
Er verschijnen ook advertenties van Wijnhandel Roos & Hütschler met naast Nijmegen adressen in Bergen op Zoom en Traben a/d Mosel (PGNC 6/9/1910)
In PGNC 10/9/1912 wordt nummer 12 als adres genoemd. In ieder geval is er nog een advertentie gevonden in PGNC 12/1/1925.
In januari 1929 viert de firma dat de kelderknecht H. Visscher 50 jaar in dienst is (PGNC 2/1/1929). Hij krijgt later dat jaar tevens een koninklijke onderscheiding Orde van Oranje Nassau in Brons (De Gelderlander 30/8/1929).
Elias Roos overlijdt in mei 1929. Hij blijkt naast firmant van Roos & Hutschler ook lid te zijn geweest van het College van Regenten van het Oud-Burgeren-Gasthuis en bestuurslid van de Hulpbank. Een van de sprekers tijdens de begrafenis is de oudste knecht de heer Visscher. (PGNC 17/5/1929)
Roos & Hütschler in Arnhem (PGNC 9/2/1931)
Wanneer Roos & Hutschler uit Nijmegen exact is vertrokken, is nog niet achterhaald. Uit de advertentie hiernaast blijkt, dat ze rond 1931 niet meer aanwezig te zijn in Nijmegen, maar in ieder geval nog wel in Arnhem. Roos & Hutschler komt nog wel voor in het adresboek van 1932: waarschijnlijk is ze eind 1931 vertrokken, zodat de wijziging niet meer kon worden opgenomen in het Adresboek.
Waarschijnlijk de wijnkelder op St. Anthoniusplaats 13: het RAN noemt dit “Het interieur in de kelder van Elias Broekkamps’ Wijnhandel” uit 1926. Op dat moment zat Roos & Hütschler nog op dit adres (F12189)
Broekkamp’s Wijnhandel
Wijnhandel Broekkamp St. Anthoniusplaats (PGNC 15/11/1941)
In november 1941 brengt Broekkamp’s Wijnhandel haar bedrijf over naar St. Anthoniusplaats 11-12-13. Voorheen zat deze wijnhandel op de Graafseweg 243, waarbij deze Wijnhandel-Kelderbedrijf Trianon werd genoemd. Waarschijnlijk was Constant Mathijs Loui(s) Broekkamp op dat moment nog de eigenaar (oa Adresboek 1940 en De Gelderlander 23/5/1940).
In 1948 blijkt Elias H. Broekkamp in de tussenliggende jaren de zaak over te hebben genomen: hij is in het Adresboek 1948 de enige wijnhandelaar Broekkamp (hij woont zelf op St. Annastraat 57).
Een foto uit 1951 met de wijnhandel van Elias Broekkamp is te vinden op GN3131 RAN.
Jo’s Kelder
St. Anthoniusplaats 12-13 in 1971: woonhuizen en Bar Dancing Jo’s Kelders ; boven de ingang het relief “Man, die een ton rolt “, gemaakt in 1951 door Ed van Teeseling i.o.v. wijnhandelaar Elias Broekkamp, 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F26237 RAN CCBYSA)
Op een later tijdstip komen hier de bekende uitgaangsgelegendheden Jo’s Kelders en later Old Cave.
De nauwe ingang van de Sint Anthoniusplaats met een vrachtwagen van drankengroothandel van Teeseling, die daar opslagplaats had in de kelders waar in 1967 de discotheek Jo’s Kelders het levenslicht zag; op de achtergrond de Eiermarkt , 1958-1967 (Gemeentepolitie Nijmegen via F18563 RAN CC0)
St. Anthoniusplaats 15-16
Het huis aan de St. Anthoniusplaats 15-16 is oorspronkelijk gebouwd in het tweede kwart van de 16e eeuw. Rond 1985 is het echter vrijwel volledig herbouwd. Kenmerkend is de gepleisterde trapgevel
Het gebouw is een Rijksmonument: “Belangrijk, waarschijnlijk 15e eeuws pand met aan voor- en achterzijde trapgevels, alsmede een brandgevel met trappen op het midden van het pand. De achterste twee trapgevels hebben hun gotische ezelsrugafdekkingen behouden.”
Op St. Anthoniusplaats 15 bevond zich een openbare schuilkelder (PGNC 8/11/1940).
Thread trough time Aaron Li-Hill hoek Industrieweg Vlietstraat (juli 2024)
De Canadese kunstenaar Aaron Li-Hill maakte de muurschildering Thread trough time op de flat op de hoek van de Industrieweg en de Vlietstraat, een herinnering aan het industriele verleden van Nijmegen. Op 8 juli 2024 vond de onthulling plaats.
Op het schilderij is de Nyma watertoren te zien en witte lijnen, die waarschijnlijk verwijzen naar de draden (threads) van viscose die daar gemaakt werden.
Op Instagram is te zien hoe Li-Hill aan het werk is.
Aaron Li-Hill
Li-Hill is geboren in 1986. Hij studeerde aan de Ontario College of Art and Design University. Op zijn website staat onder andere:
“his works range from smaller multiples to enormous murals that explore industrialization, scientific breakthrough, “man versus nature” and information saturation.”
Hertogin Catharina van Bourbon liet bij haar overlijden in 1469 een grote som geld in de vorm van tienden na. Dit was bestemd om Sint Stevenskerk te verheffen tot kapittelkerk. Daarbij werd een college van ongeveer dertig kanunniken gevormd, die in een rij woningen ten noorden van de Sint Steven kwamen wonen in de kanunnikenhuizen.
Eerdere poging
In 1461 was door pastoor Johannes Vijgh al een poging gedaan: tussen 1429 en 1456 was er een grote verbouwing geweest, waarbij de kerk tevens was uitgebreid. Dit was mede gedaan om de status ervan te verhogen: men hoopte om een kapittelkerk te mogen worden. Hij stuurde een brief naar de paus, aangezien de paus degene is die als enig kan beslissen of een kerk een kapittelkerk mag worden. Het antwoord op dat moment was echter negatief.
De schenking van Catharina van Bourbon, bidden voor het zielenheil
Grafkeleder Catharina van Bourbon Stevenskerk; de kist is nagemaakt (september 2023)
In 1475 gaf Paus Sixtus IV goedkeuring. Pastoor Vijgh werd daarbij de eerste deken van het kapittel. Het was niet ongebruikelijk dat edelen bij hun testament een som geld nalieten in de vorm van geld, maar vaak door middel van de schenking van tienden. Daarbij werd dan vaak bepaald dat er een altaar wordt opgericht, er gebeden wordt voor hun zielenheil of beide. Tienden zijn terugkerende belastingopbrengsten, bijvoorbeeld uit landerijen. Catharina werd op een ereplaats begraven: in het koor, recht voor het hoofdaltaar. In 1512 liet haar zoon Karel het praalgraf plaatsen, recht boven haar tombe. Dit praalgraf staat nog steeds in de kerk.
Wat is een kapittelkerk?
Een kapittelkerk is een kerk waaraan een kapittel oftewel “college” van kanunniken verbonden is, zonder dat het een bisschopszetel heeft. Een kanunnik heeft géén priesterwijiding ondergaan. “Een kanunnik is een kapittelheer, een van de leden van een kapittel. Een kapittel is een gemeenschap van clerici verbonden aan een kathedraal of een kapittelkerk. Hun voornaamste taak is het publiekelijk en waardig vieren van de liturgie van de Kerk.” (KRO NCRV). Daarnaast verrichten ze adminstratieve taken.
Naast het zingen van de Hoogmis is een andere belangrijke activiteit het lezen van de “canonieke getijden” (horae canonicae):
De lauden (‘lofzangen’) of de metten (laudes matutinae) : oorspronkelij middernacht, maar deze verschoven geleidelijk naar de vroege ochtend
De prieme het eerste uur (hora prima, ook primetijd) van de dag.
De terts (ook tierce, tiercetijd of tertstijd) vond op het derde uur (hora tertia) van de dag.
De sexten: oorspronkelijk het zesde (hora sexta, ook sextijd) van de dag gelezen, maar deze verschoof vanwege de vervroeging van het middagmaal in de middeleeuwen geleidelijk naar het vierde uur
Het “negende uur” (hora nona): oorspronkelijk eindigde het middagmaal (het noenmaal) halverwege de middag. Geleidelijk verschoof dit maal naar het begin van de middag van de dag (vandaar dat noen of het Engelse noon 12 uur betekent)
De vesper (ook vespertijd): oorspronkelijk vond deze plaat in het laatste uur van de dag en vóór het eerste uur van de schemer (hora vespera). Geleidelijk verschoof deze naar het midden van de middag.
De compli (ook completorium, complete, complie of complietijd): het eerste uur van de nacht
De bewoners van de huisjes waren daarbij zogenaamde seculiere kanunniken: in tegenstelling tot de “reguliere kanunniken” leefden zijn niet in kloosters. Meestal leefden zij, net als in Nijmegen, in de directe omgeving van de kerk waaraan zij verbonden waren.
Willem van Berchen
Een van de beroemdste kanunniken van de Sint Steven was overigens Willem van Berchen (ca. 1417-ca. 1481), schrijver van de Gelderse Kroniek.
Na de reductie van Nijmegen in 1591
De noordzijde van de St. Stevenskerk met daar tegenover de kanunnikenhuisjes vóór de restauratie, 1925, Uitg. Weenenk & Snel via F27425 RAN)
Vanaf 1591 kwam Nijmegen in protestante handen en werd de Sint Stevenskerk protestants. De kanunniken werden meestal verbannen, omdat zij doorgingen met het openlijk uitdragen van de verboden katholieke godsdienst.
Daarmee begonnen de huizen te vervallen. In de loop der tijd werden veel huizen verbouwd, waarbij ze vaak in gebruik waren als pakhuis. In twee huizen waren in het begin van de twintigste eeuw een paardenstal gevestigd.
Hoe sterk deze vóór de restauratie verbouwd waren, is tevens te zien op F39783 uit 1955.
Sloop en herbouw
De kanunniken huizen hadden het bombardement van 1944 overleefd. Eind jaren 60 werd besloten tot restauratie. Het was echter niet meer hoe de huizen er oorspronkelijk hadden uitgezien. Daarom werd besloten tot sloop en herbouw in een zogenaamde historiserende stijl. In 1970 kwamen de huizen gereed, waarbij de huizen aan de achterkant, in Achter de Smidstraat, een redelijk betrouwbare weergave biedt hoe de huizen er oorspronkelijk moeten hebben uitgezien.
De villa Mussenhaghe aan de Groesbeekseweg is rond 1750 gebouwd als boerderij. Eind 19e eeuw is deze omgebouwd tot villa.
Het gebouw is sinds 1988 een gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing: “Landhuisje. Onderdeel van een uit twee gedeelten bestaand boerderij-woonhuis samen met Valkenburgseweg 1. Geheel gepleisterd en gewit blokvormig pand van éénbouwlaag met pannengedekt schilddak. Voorgevel drie-assig met gelijkvormige brede vensters en in het midden openslaande tuindeuren, alle met de oorspronkelijke persiennes. Middendeel geflankeerd door vlakke pilasters met verdiepte vakken. Bovendorpel vensters en deur licht gewelfd. Geprofileerde stuclijsten en stucornament als bovenbekroning. Gevel gedekt door geprofileerde lijst waarboven bekroning van metselwerk: hoog middengedeelte met dakvenster van twee gekoppelde rondboogramen, geflankeerd door pilasters. Gebogen bekroning met daarop een stucornament. Ter weerszijden lage gemetselde balustrade met hoekbekroningen. Dakkapel geflankeerd door voluutvormige ornamenten van stuc. In rechter zijgevel smalle voordeur met rechts daarvan raam met persiennes. Bouwtijd: ontstaan door toevoeging van een voorgevel ca. 1870-1875 aan een boerderij uit de 18de of het begin van de 19de eeuw. Karakteristiek en voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van een door verbouwing van boerenbedrijf tot landhuis geworden pand van goede verhoudingen en detaillering.”
Villa Mussenhaghe , op de hoek met de Valkenburgseweg (rechts).
De villa werd rond 1750 gebouwd als boerderij. Eind 19de eeuw is het omgebouwd tot villa.
Karakteristiek en voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van een door verbouwing van boerenbedrijf tot landhuis geworden pand van goede verhoudingen en detaillering.
Inmiddels heeft de villa een opknapbeurt gehad, Valkenburgseweg, 1986 (Gemeente Nijmegen, afd. Reprografie via KN12864-15 RAN CC0)
Ditmar Jansen, eigenaar van het goed lopende hotel Mariënboom (tegenwoordig Oud-Mariënboom) laat in 1910-1911 een nieuw, groter pand bouwen als hotel-pension Mariënburg. De architect was Jan Baanders (Sr.), die later van invloed zou zijn op de Amsterdamse School. Nadat het jaren een hotel is geweest, was het onder andere in gebruik voor gerepatrieerde Indië-gangers en de Dienst Bescherming Bevolking. Ook heeft er een aantal jaren creatief centrum de Appel in gezeten.
Hotel-Pension Mariënboom
Bij de opening op 4-3-1911 adverteert Hotel-Restaurant “Mariënboom” dat de rolschaatsbaan “maandag” opengaat. (De Gelderlander 04-03-1911). Wanneer de voorzieningen precies zijn aangebracht is onbekend, maar in de jaren dertig beschikte het hotel tevens over een benzinepomp, een rolschaatsbaan, tennisbanen, een speeltuin, een boomgaard en zelfs een dierentuintje met onder andere wasberen.
“Hotel-Pension “Mariënboom”.
Het Hotel Pension “Mariënboom”, 1912 (RAN F13041)
Het hotel-pension-restaurant “Mariënboom” van den heer Ditmar Jansen aan den Groesbeekschen weg, enkele minuten voorbij het Groenewoud, is aan ieder Nijmegenaar bekend. Vooral in de zomermaanden biedt “Mariënboom” met zijn prachtige lommerijken tuin en zijn sportvelden den wandelaars eene heerlijke gelegenheid om er een oogenblijk te vertoeven en een verfrissching te gebruiken. En ook als hotel-pension wordt “Mariënboom” zeer gewaardeerd.
Teneinde intusschen de inrichting te doen tegemoetkomen aan de eischen van den tegenwoordigen tijd op het gebied van hotelwezen en tevens de exploitatie op grooter voet te kunnen doen plaats hebben, besloot de heer Ditmar Jansen voor eenige maanden tot de stichting van een nieuw gebouw aan den zuidelijken hoek van den uitgestrekten tuin, waartoe de plannen ontworpen werden door den heer Jan Baanders, architect. Met de uitvoering der plannen werden belast de heeren Leenders en Cremers, aannemers te Berg-en-Dal. Thans is het gebouw voltooid en wij hebben gisteren de resultaten van het werk van genoemde heeren in ogenschouw genomen, resultaten, welke hun in alle opzichten tot eer strekken.
Het nieuwe “Mariënboom” maakt van den weg af gezien temidden van de weelderige natuur een alleraardigsten indruk door zijn frissche tinten en den levendigen stijl waarin het opgetrokken is. Het ligt op een heuveltje, waartoe breede, fraai beplante terrassen toegang geven. Betreden wij het gebouw dan komen wij allereerst in de groote restauratiezaal. Hier merkt men onmiddellijk op, dat het gebouw voorzien is van electrisch licht en centrale verwarming. Een mooi buffet en goed loopende biljarts trekken voorts de aandacht, alsmede de moderne wandbekleeding, met een cementsoort, welke het behangselpapier volkomen vervangt en de nadeelen van het laatste uit een oogpunt van hygiëne vermijdt. De restauratiezaal grenst aan een 14 meter lange serre met breed terras, van waaruit men een verrukkelijk uitzicht heeft op de prachtige omgeving. Door een andere breede deur komt men in de eetzaal, ook toegang gevend op een terras. Op deze verdieping is voorts nog de keuken- warmwatergeleiding- met bijkeuken, een mooie ontvangstzaal en kantoor.
De eerste etage bevat een zevental logeerkamers, keurig geïnstalleerd, o.m. met spiegelkasten, en in alle opzichten ingericht naar de eischen des tijds. De tweede etage telt eveneens zeven logeerkamers. Op elke verdieping zijn toiletten, koud- en warmwatergeleidingen, enz. Voorts heeft men op de 3e etage de appartementen van ’t personeel. Overal, van de beneden-zalen tot op de bovenste verdiepingen, is er in groote mate ruimte, licht en lucht, die drie onmisbare factoren voor wie prijs stelt op eene goede gezondheid.
Het sous-terrain, waarnaar men langs een breeden trap afdaalt en dat voorts verschillende uitgagen naar buiten heeft, is in hoofdzaak in beslag genomen door een groote rolschaatsbaan met geruischloozen cementvloer. Een muziek-podium, electrische lichtbollen enz. zullen, wanneer de rolschaatsensport hier over eenigen tijd ongetwijfeld druk beoefend zal worden, de baan wel tot een lustoord voor sportmenschen maken. Verder stippen wij in het sous-terrain aan: de stookplaats voor de centrale verwarming, sportkleedkamers, kleine magazijnen enz.
Achter het gebouw ligt de stal, waarvan het grootste deel is ingericht als auto-garage en koetshuis met paardenstal, het achterwaarts gelegen deel als koe- en varkensstal. Men zou denken zich hier in een klein hoekje van een modelboerderij te bevinden. Nog is er een praktische gelegenheid om in de garage kleine reparaties aan automobielen te verrichten.
Het oude gebouw “Mariënboom” wordt thans bestemd tot dépendance van het hotel.” (PGNC 29/1/1911)
Mariënboom in 2013 (foto Henk van Gaal via RAN DF3663)
Jan Baanders (Sr.)
De architect van Mariënboom is Jan Baanders (Sr., Amsterdam, 8 september 1884 – Laren, NH, 26 mei 1966)
Baanders heeft bouwkunde aan de Industrieschool in Amsterdam gestudeerd. Daar raakte hij tevens bevriend met Michiel de Klerk.
Mariënboom was het eerste zelfstandige werk van Baanders. Van 12 januari 1910 tot 2 augustus 1911 woonde hij in Nijmegen, in het ‘oude’ Mariënboom, Groesbeekseweg 424. Dan vertrekt hij weer naar Amsterdam.
Volgens wikipedia keert Baanders in 1915 weer terug naar Amsterdam. Dan gaat hij samenwerken met zijn broer Herman, die een succesvol architectenbureau heeft. Vanaf dat moment heet het bureau Architectenbureau H.A.J. en Jan Baanders. In dit bureau hebben meerdere architecten gewerkt, die later de “Amsterdamse School” zouden vormen, waaronder (tijdelijk) Michel de Klerk.
Vervolg: Gevonden gebruikers
Hieronder staan de tot nu toe gevonden gebruikers van het pand weergegeven.
Anna Karoline Liesenberg
Vanaf 1914 was Anna Karoline Liesenberg (Halberstadt 9 april 1884 – ‘s-Gravenhage 2 april 1941) exploitant van hotel Mariënboom. Zij was weduwe van Nicolaas Josephus Jergen, die voor een korte tijd directeur was geweest van Hotel du Soleil. In 1906 waren zij uit Nijmegen vertrokken. Jergen overlijdt op 17-12-11913 in Den Haag
Op 3-6-1924 vertrekt zij weer naar Den Haag, waar ze op 26-6-1925 hertrouwt met Willem Albert Jansen, handelaar in automobielen.
Wie tussen Liesenberg en Rubens eigenaar is, is nog niet bekend. in De Gelderlander 29/5/1926 adverteert Th. Looyschelder met Hotel “Mariënboom”
advertentie hotel Mariënboom Looyschelder De Gelderlander 29/5/1926
In 1928 wordt hier een van de eerste benzinepompen van Nijmegen geplaatst (Noviomagus).
Hotel Pension en Garage “Mariënboom”, 1930 (F13679 RAN)
Israel/Theo Rubens en de Tweede Wereldoorlog
Rond de Tweede Wereldoorlog is Israel Rubens eigenaar van hotel Mariënboom. Omdat hij trouwt met een katholieke vrouw, had hij de voornaam Theo aangenomen. Zijn aangrijpende verhaal is te lezen op: Noviomagus https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Herinnering/Bombardement/09-09-08.htm: hij weet mede door zijn kookkunsten deportatie voor lange tijd te ontlopen. De Duitsers gebruikten Mariënbosch als hospitaal, waardoor Mariënboom druk bezocht werd door Duitse soldaten die kwamen eten en bier drinken. Bovendien was hij getrouwd met een niet-joodse, katholieke, vrouw Toos Decates.
Uiteindelijk wordt Mariënboom gevorderd als hospitaal voor Duitse officieren; Theo komt in 1944 wel in een concentratiekamp terecht, maar overleeft de oorlog.
Tijdens de gevechten rond Nijmegen is Mariënboom onderkomen voor Engelse en Canadese soldaten.
Repatriëring Oud-Indiërs
Midden jaren 50 werden Nederlanders die uit Indonesië waren gerepatrieerd ondergebracht in hotel pension Mariënboom.
Dienst Bescherming Bevolking
Vanaf 1959 was Mariënboom in gebruik door de Dienst Bescherming Bevolking (BB). Deze dienst was in 1952 -tijdens de oorlog in Korea- opgericht. Tijdens de Koude Oorlog hield men rekening met een mogelijke aanval door de Sovjet Unie. Mariënboom was door de BB in gebruik als EHBO-post, brandweer een bewaking van atoomschuilkelders bij een kernoorlog. De BB gaf bovendien voorlichting over wat mensen moesten doen bij een aanval met een atoombom. Het pand was tot 1980 in gebruik als kantoor en oefenruimte voor de BB.
Een paar mooie foto zijn te zien bij het RAN over een EHBO-oefening van BB samen met het Rode Kruis, waar in totaal 400 mensen aan mee deden: F67948, F67935, F67931
Noviomagus noemt overigens het jaartal 1986. In ieder geval staat het pand december 1986 te koop (F20989).
Veilinghuis René van Baak
Mariënboom, 1989 (Ber van Haren via ZN35963 RAN CC0)
Van 1989 tot 2002 had Rene van Baak zijn veilinghuis in Villa Mariënboom (Noviomagus)
Op de foto F90744 uit 1988-1990 staat de ingang weergegeven, waarbij aan beide kanten van de ingang een kariatide (een vrouwenfiguur als pilaar) staan.
Creatief centrum de Appel
In 2011 kocht Vincent Paes, een baksteenfabrikant, het gebouw. Zijn vrouw Esther Appels begon hier creatief centrum de Appel, een plek voor bewustwording, yoga en meditatie. Rond 2020 werd het gebouw verkocht, (waarschijnlijk) om verbouwd te worden tot appartementen.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 1995 een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Gaaf bewaard pand van een ongewoon bouwtype, karakteristiek gelegen en van belang als voorbeeld van de ontwikkeling van een agrarische buurtschap tot landelijke stadswijk met woon- en recreatiefunctie.”