Café J.J. Peters & Slijterij geopend op 14/3/1952, het eerste bij de wederopbouw gereed gekomen woon-winkelpand aan de noordzijde van de Houtstraat. (nr. 60-62), 1958 (F92044 RAN CCO)
In maart 1952 opent J. Peters zijn nieuwe café op Houtstraat 62. Het was het pand dat gereedkwam aan de noordkant van de Houtstraat.
Zijn zaak op de Zeigelbaan was in 1944 verwoest en daarna had Peters een tocht door de stad gemaakt: de Waalkade, een woning aan de Graafseweg en daarna in de Stephanusstraat.
De architect was J.H. Fokker en de aannemer W. v.d. Water. “Het resultaat is een inrichting die aan haar doel volkomen beantwoord en waar de stamgasten zich thuis zullen voelen en waar de gaande en komende man op een prettige en goede ontvangs kan rekenen van ’t jonge echtpaar en de fam. Peters.”
Dezelfde dag opende de Gebr. Tromp eveneens hun zaak in de Houtstraat. (De Gelderlander 15/3/1952)
City Bar
Wanneer Jo Samson het café in 1957, krijgt ze een grote bekendheid onder de naam City Bar. Er komen veel soorten mensen en het café is een bekend “kantoor” voor kunstenaars, journalisten van de Gelderlander en politici. Ad Lansink schreef hierover in 2009 een prachtig stuk ter gelegenheid van de 75-ste verjaardag van Jo Samson.
De Blonde Pater
Houtstraat 62, Juli 2019 (Google Streetview)
In 1988 verkocht Jo Samson zijn café en werd het de Blonde Pater. Haar site begint met:
“In 1988 kochten Louis en ik café de City Bar aan de Houtstraat in Nijmegen van Jo Samson. Het was een donkerbruin cafeetje met 5 tafeltjes en een clientèle van journalisten en kunstenaars. We knapten het op met een likje lichte verf om het opener en toegankelijker te maken voor publiek overdag en doopten het om tot “de Blonde Pater”. We woonden boven de zaak en gebruikten ons eigen kleine keukentje om wat broodjes en hapjes te kunnen verkopen.”
Het is een “aandachtspand” op de gemeentelijke monumentenlijst
Maison Francois is de winkel in het smalle gebouw aan Bisschop Hamerstraat, links naast het grote pand op de hoek Bisschop Hamerstraat/In de Betouwstraat. Boven de winkel is “Francois” te lezen, 1959 (Fotopersbureau Gelderland via F11632 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In 1956 is begonnen met de herbouw van de panden al “Een van de laatste open plekken in deze sector van het stadscentrum.” Daarbij zullen 2 winkels worden gebouwd: 1 aan de Bisschop Hamerstraat en 1 aan In de Betouwstraat.
Dat van de Bisschop Hamerstraat betreft de herensalon en parfumeriezaak “Maison Francois” van Frans Heijmen. Deze had “aan het begin van de Graafseweg” gezeten en was verwoest in september 1944. Daarop had Heijmen zijn noodwinkel in de Bisschop Hamerstraat gehad.
Het ontwerp voor de nieuwbouw is van het architectenbureau D. en P. Benning. Het gebouw heeft een diepte van 28 meter en 3 verdiepingen. “Ter weerzijden van de ingang komen twee etalages en achter de winkel wordt de grote herensalon ingericht. Ter weerzijden van de ingang komen twee etalages en achter de winkel wordt de grote herensalon ingericht. De eerste etage wordt zodanig gebouwd, dat daarop in de toekomst nog een damessalon kan komen.” De aannemer is van Heusden. Bij de bouwtekening (D12. 424441) blijkt de opdrachtgever Vroom en Dreesmann Nijmegen N.V. te zijn.
In ieder geval zit Francois in 1988 nog steeds in het pand (zie foto hieronder).
De genoemde bouwtekening en de bovenstaande foto uit 1959 laat, vergeleken met de situatie in 1988 en de tegenwoordige situatie (zie hieronder) zien dat het gebouw in de loop der jaren aanmerkelijk is verbouwd.
Een foto van Bisschop Hamerstraat 2-8, 1/5/1988 (Anton van Roekel via F18215 RAN CCBYSA)
Bron:
De Gelderlander 19/5/1956
Bisschop Hamerstraat 4 augustus 2023 Google Streetview
Mariken op haar oude plaats op de Grote Markt, 1995 (Gemeente Nijmegen Afd. Reprografie via F62908 RAN CC0)
Het beeld van Mariken is een van de meest iconische gezichten van Nijmegen. Het werd gemaakt door Vera Tummers-van Hasselt en onthuld op 15 november 1957. Zij had in 1953 een uitvoering van het wagenspel gezien en zich afgevraagd waarom er geen beeld van Mariken was. Dit beeld kwam er, een geschenk van Vroom & Dreesmann.
Over het beeld
Iconischer dan dit krijg je eigenlijk niet: Mariken met op de achtergrond de St. Stevenskerk; Gezien richting westen met beeld van Mariken op de voorgrond.Trapgevels en Kerkboog, 1957 (dr. Jan Brinkhoff via D199 RAN CC0 Auteursrechthouder RAN)
Het beeld laat Mariken van Nieumeghen zien. Zij heeft 7 jaar een losbandig leven met Moenen, de duivel, in Antwerpen geleid en nu is ze terug in Nijmegen. Daar ziet zij het wagenspel “Masscheroen”. In dit stuk vraagt Masscheroen, een onderduivel, aan God waarom Hij de mensen vergeeft. Uit het stuk wordt het haar duidelijk dat iedereen vergeving kan krijgen van zijn zonden. Hierop krijgt Mariken berouw en het beeld laat juist het moment van haar inkeer zien.
Wagenspel
Gezicht vanuit de Grote Markt richting Burchtstraat , met rechts het beeld van Mariken van Nieumeghen ; links de Barbershop; Chinees Restaurant Nanking en het Schaefer Hotel.
Het beeld van Mariken werd in 1957 ontworpen en gemaakt door de beeldhouwster Vera van Hasselt.
Het beeld stond aanvankelijk bij de terrassen tegenover de oude V&D, op een gedeelte dat toen nog verhoogd was (zoals zichtbaar op de foto).
Na de reconstructie van de Grote Markt verhuisde Mariken naar de huidige plaats tegenover de Kerkboog en kreeg een sokkel, 1977 (Jan Cloosterman via F14250 RAN CCBYSA)
Daarbij gaf men de opdracht aan Vera Tummers- van Hasselt, voor wie het haar eerste grote opdracht was. Van Hasselt had in 1953 de opvoering op de Grote Markt gezien van de Mariken. Dit toneelstuk werd uitgevoerd om de restauratie van de Sint Steventoren te vieren. Daarop maakte ze een klein beeldje van Mariken. En vroeg ze zich af: waarom is er geen beeld van Mariken op het plein? Te vergelijken met het Peerd van Ome Loeks in Groningen of Zoete Lieve Gerritje in Den Bosch. Ze liet het ontwerp aan Rudi Vroom, van Vroom & Dreesmann, die in de kunstcommissie zat, zien. Daarop gaf Vroom haar de opdracht om het beeld te maken. In 1957 kon het beeld worden onthuld.
Geschenk Vroom en Dreesmann N.V.
Het beeld is een geschenk van Vroom en Dreesmann N.V. aan de stad Nijmegen. KOS: “Het bedrijf wilde op deze wijze haar dank betuigen aan de gemeente ‘voor de zorg en de ontzaglijke moeite die men zich getroostte voor de wederopbouw van de gehavende stad en speciaal voor de objectiviteit en het vele werk dat men over heeft gehad voor het herstel van ons bedrijf’”. De grote winkel van Vroom en Dreesmann was tijdens het bombardement van februari 1944 volledig verwoest. In 1955 had zij haar nieuwe zaak aan de Grote Markt geopend (De Gelderlander 22/3/1955).
Verplaatsing
Mariken op haar nieuwe locatie: Op de voorgrond het beeld Mariken van Nieumeghen, gemaakt in 1957 door Vera Tummers – van Hasselt ; op de achtergrond de HEMA en de V&D, 2005 (Jacques van Dinteren via DF5107 RAN CCBYSA)
Oorspronkelijk stond het beeld aan de noordzijde van de Grote Markt, ter hoogte van de huidige terrassen. Dit gedeelte was op dat moment nog verhoogd.
In het voorjaar van 2001 is het beeld bij de reconstructie van het plein en haar omgeving verplaatst naar de huidige locatie. Kristianne Tummers, haar dochter vertelt in 2019 aan de Gelderlander: “Mijn moeder vond die plek niet ideaal.”
Bij de verplaatsing heeft Mariken een sokkel gekregen. Daarop staan 2 regels:
“Comt nu tot mi ende helpt mi beclaghen, God of die duvel, tes mi alleleens.”
Nadat ze niet bij haar tante in Nijmegen heeft mogen overnachten en is weggestuurd, is ze weer terug op weg naar het huis van haar oom Gijsbert, een priester. In wanhoop vraagt ze om hulp, om het even of het God of de duivel is. De duivel reageert op haar verzoek en verschijnt dan, waar hij zich voorstelt als Moenen.
Bosje bloemen
Mariken van Nieumeghen (15 november 2024)
Kristianne Tummers mocht als 2-jarige het beeld onthullen door het doek van het beeld te trekken. In ieder geval tot 2019 (de datum van het artikel in de Gelderlander) viert Kristianne Tummers op 15 november altijd de verjaardag van Mariken, de datum van de onthulling in 1957. Zij legt dan een bosje bloemen met wat groen uit de tuin. “”Mijn vader heeft me gevraagd om daar elk jaar bij stil te staan. Maar nooit chrysanten, want daar hield mijn moeder niet van.”” Bij de 60ste verjaardag van Mariken probeerde ze M&M’s uit te delen, maar dat was geen succes: ““Iedereen keek naar me of ik de daklozenkrant aan het verkopen was.”“
Val
Omdat tijdelijk plaats te maken voor het Glazen Huis en omdat het gerestaureerd moest worden, werd Mariken in december 2023 verplaatst. Daarbij viel ze uit een takel en raakte slechts licht beschadigd. Onder toeziend oog van onder andere Kristianne, de dochter van Vera van Hasselt en burgemeester Bruls werd in januari 2024 het beeld weer herplaatst.
De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.
St. Canisiussingel 19H
St Canisiussingel 19 H (oktober 2024)
St. Canisiussingel 19H is een Stadsdeelobject (overigens geen verdere omschrijving) van de 19e eeuwse stadsuitbreiding.
Mogelijk betreft 19H een hernummering: wanneer hier in 2014 Dé Woonnotaris.nl gevestigd is, heeft zij een bord met 19C hangen. Bij het hekwerk staat tevens een bord Poelmann van den Broek Advocaten (zie foto Google Streetview hieronder). Op de foto’s van juli 2016 zijn deze bedrijven nog aanwezig, op die van juli 2017 niet meer.
In oktober 2024 is 19C onderdeel van het linker pand 19A t/m C.
De wijziging van het Bestemmingsplan rond 2013: “St. Canisiussingel 21 is (samen met nr. 19h) in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Ook door de Gebr. Haspels gebouwd zijn de panden St. Canisiussingel 23, (25) 27, 32 (1910), 36 (1908) en Oranjesingel 39 (1911).”
Sint Canisiussingel 19H, in 2014 19C, juli 2014 (Google Streetview)
Moenen, beeld van Piet Killaars, van Wouttrappen (oktober 2024)
“Bij Mariken hoort haar belager, Moenen”. Het beeld van Moenen uit 1968 is een cadeau van het Nijmeegs Studenten Corps aan de stad Nijmegen ter gelegenheid van haar 40 jarig bestaan. Het is gemaakt door Piet Killaars.
In 1964 is de het drie dubbel feest in Nijmegen: Zowel de universiteit als het Nijmeegse Studentencorps Carolus Magnus bestaat 40 jaar; en daarnaast wordt het 35-jarige bestaand van sociëteit Roland gevierd.
Cadeau van Nijmeegs Studenten Corps
Het Nijmeegse Studentencorps gaf daarbij de Maastrichtse beeldhouwer Piet Killaars de opdracht om een monument voor de universiteitsstad te ontwerpen. Daarbij respecteerden ze volledig de vrijheid van de kunstenaar, die zelf het onderwerp mocht bepalen. Helaas weet ik niet hoe het Studentencorps bij deze Maastrichtse kunstenaar terecht is gekomen, zeker omdat hij de volledige vrijheid kreeg. “Zelden heeft de Maastrichtse beeldhouwer Piet Killaars zoveel plezier beleefd aan een opdracht”, schrijft De Tijd De Maasbode dan ook op 26 mei 1964.
“Bij Mariken hoort haar belager, Moenen”
Nadat hij een bezoek aan Nijmegen had gebracht, besloot hij de Mariken van Nieumeghen als uitgangspunt te nemen. Mede doordat het beeld in de buurt zou komen te staan van het beeld van Mariken, dat was vervaardigd door Vera van Hasselt. “Bij Mariken”, zo redeneerde beeldhouwer Killaars, “hoort haar belager, duivel Moenen””.
Mariken van Nieumeghen
De Nijmeegse en de Algemene Volksuniversiteit organiseerden een openlucht uitvoering van het mirakelspel Mariken van Nieumeghen door het toneelgezelschap Defresne en van Dalsum. In de hoofdrollen Mieke Hagens als Mariken, Albert van Dalsum als Moenen en in de verdere rollen Johan Fiolet, Marie Hamel, Kees van Iersel, Wim Fesseur, Ben Groenier, Raymond Oosthout, Henk Schaar en als regisseurs Albert van Dalsum en Henk Kramer. De uitvoeringen vonden plaats op 12, 13, 14 en 15 september 1935 (Fotopersbureau Gelderland via F67917 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
De “Mariken van Nieumeghen” is een zogenaamd mirakelspel. Kort samengevat verleidt de duivel Mariken met hem mee te gaan naar Antwerpen. Daar aangekomen wonen ze samen en leiden ze een losbandig leven. Mariken komt echter tot inkeer. Moenen probeert haar te vermoorden, maar dit mislukt. Uiteindelijk worden de zonden van Mariken vergeven.
Aan het begin van het stuk woont Mariken bij haar oom, priester Gijsbrecht, in de buurt van Nijmegen. Zij wordt op een dag naar de markt in Nijmegen gestuurd, om bij haar tante te blijven overnachten. De tante stuurt haar echter weg.
Gekrenkt en wanhopig gaat Mariken op weg naar huis. Zij bidt om hulp en in haar wanhoop maakt het haar niet uit of God of de duivel haar al komen helpen. De duivel hoort dit en verschijnt als “Moenen metter eender ooghe, Die wel bekent es met veel goede ghesellen”. Oftewel Moenen met het ene oog; de duivel wordt vaak afgebeeld met een gebrek, zoals een etterende oogbal.
En wat is de betekenis van de naam Moenen? Moen(en) is een volkse naam voor de duivel, vernoemd naar een in de middeleeuwen gewone jongensnaam Moen. Deze naam is waarschijnlijk een afgeleide van de naam Simo(e)n.
In ieder geval: “is de mans- én duivelnaam Moen(en) voor het dubbelzinnige personage van een duivel die zich achter een menselijk masker verbergt, wel zeer geschikt.” (Mariken van Nieumeghen)
Uit het zicht van Mariken
Killaars maakte vele voorstudies van zowel Moenen met als zonder Mariken en besloot uiteindelijk alleen Moenen weer te geven: een zittende figuur van de duivel, zittend op een zuiltje van 2 meter hoog, “meer horizontaal dan verticaal uitgewerkt”. Het beeld wordt uitgevoerd in Muschel-kalksteen en zal komen te staan bij de dan nog nieuw te bouwen bij het zuidportaal van de Stevenskerk. In de buurt van Mariken, maar wel uit het zicht. En met de rug gekeerd naar de kerk.
Overhandiging Maquette en daadwerkelijke plaatsing
Beeld Moenen Gerard van Woutrappen (januari 2020)
Tijdens de lustrumfeesten In juni 1964 wordt het beeld in maquettevorm overhandigd. Het is dan de bedoeling dat het eigenlijke beeld later dat jaar geplaatst zal worden. Uiteindelijk duurt het tot 1968 duurt voordat het beeld daadwerkelijk wordt geplaatst.
Bij de plaatsing schrijft De tijd: dagblad voor Nederland (10-7-1968): “Bij gelegenheid van het inmiddels overleden Nijmeegsch Studenten Corps hebben de studenten als “goede ghesellen” het beeld van Moenen geschonken aan de stad die hun gastvrijheid verschaft. Na vier jaar heeft Moenen eind vorige maand eindelijk zijn plaatsje bij de Sint Stevenskerk ingenomen. Daar zit hij met zijn lippen de uitnodiging “Comt drincken, ghesellen!”
Een foto van de maquette is te vinden op F45638 RAN. Killaars aan het werk is te zien op een foto uit 1966 F21319. En een foto van het beeld in 1968 staat weergegeven op F45625.
Het Nijmeegs Studenten Corps
Waarschijnlijk was de aanleiding van het uitstel de opheffing van het Nijmeegs Studenten Corps Carolus Magnus (niet te verwarren met de huidige studentenvereniging).
Het overkoepelend orgaan N.S.C.
Het Corps was in 1924 bij het ontstaan van de universiteit opgericht. Na de oorlog fungeerde het N.S.C. als een overkoepelend orgaan voor alle studentenorganisaties en studenten werden automatisch lid van dit Corps. Onder dit N.S.C. vielen ook twee studentenverenigingen: de S.S.N. Roland (die aanvankelijk los van het Corps was opgericht in 1928; de huidige N.S.V. Carolus Magnus ziet dit zelf als de geboorte van haar vereniging) voor de mannelijke studenten en de S.V.N de Meisjes voor de vrouwelijke (opgericht in 1929).
Opheffing N.S.C.
Eind jaren 50 was het aantal studenten en daarmee het aantal gebouwen en verenigingen dat onder het Corps viel sterk gestegen. Sommige studenten hadden geen affiniteit met het Corps en weigerden het verplichte tientje te betalen. De grootste sociëteit, Roland, manifesteerde zich als “de” vertegenwoordiging van mannelijke studenten. Begin jaren 60 werden 3 afzonderlijke disputen erkend; Roland exploiteerde hij eigen sociëteit, terwijl het N.S.C. zelf er geen meer exploiteerde. Het definitieve einde kwam bij de oprichting van de (linkse) landelijke Studentenvakbeweging, welke een Nijmeegs initiatief was, met Unie van Studenten Nijmegen als plaatselijke afdeling in 1963 als belangbehartiger van de Nijmeegse studenten. In het studiejaar 1965-1966 werd het Nijmeegs Studenten Corps omgevormd tot de Unie van Studenten Nijmegen, waardoor de N.S.C. ten einde was gekomen.
Piet Killlaars
Het beeld is gemaakt door beeldhouwer Piet Wilhelmus Killaars (Tegelen, 17 oktober 1922 – Maastricht, 8 februari 2015). In 1939 ging hij werken bij de nieuwe kunstnijverheidsafdeling van het keramische bedrijf Russell Tiglia in Tegelen. Daarnaast volgde hij teken- en beeldhouwlessen. In 1941 ging hij studeren aan de Middelbare Kunstnijverheidsschool (het latere Academie Beeldende Kunsten Maastricht) bij Charles Vos. Tot 1943, het jaar waarin hij onderdook. Na de oorlog maakte hij aanvankelijk studiereizen, onder andere naar het buitenland. Daarna vervolgt hij de beeldhouwopleiding aan de Jan van Eyck Academie bij Oscar Jespers, waar hij in 1953 afstudeerde.
Naast beeldhouwer was hij docent:
1967-1970: docent ruimtelijke vormgeving aan de Academie voor Beeldende en Bouwende Kunsten in Tilburg
1970-1986: docent beeldhouwen aan de Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten in Maastricht.
Over het werk van Piet Killaars
Kunst op Straat: “Zijn beelden zijn te typeren als gestileerd abstract. Belangrijke thema’s in zijn werk zijn beweging, energie en groei.”
Wikipedia: “Het werk van Killaars wordt gekenmerkt door de zogenaamde figuratieve geometrie, die teruggrijpt op de onbetwijfelbare wetmatigheden in de natuur.” Wikipedia toont daarbij een aantal foto’s van zijn werk. Hoewel ik geen expert ben, lijkt zijn werk voor 1970 van dat van Moenen, abstraherend, maar het figuratieve nog steeds te herkennen is. In zijn latere werk lijkt het werk abstracter te worden, meer gericht op de genoemde beweging.
Walk of Wisdom
Tot slot is vermeldenswaard dat de Walk of Wisdom begint bij het beeld Mariken en eindigt bij dat van Moenen. Dit is een “moderne pelgrimsroute geïnspireerd door de natuur” van 136 kilometer rondom Nijmegen
Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van…
Het prachtige kerkhof ligt wat ingeklemd, wat vergeten tussen de Graafseweg en de Hatertseveldweg in. De aula en het hekwerk uit 1920-1921 zijn ontworpen door architect Weve. Links van de aula staat een bijzonder monument ter herdenking aan de slachtoffers van het bombardement van februari 1944, waarvan velen aanvankelijk in een massagraf op deze begraafplaats kwamen te liggen.
De aanleg van de begraafplaats in 1881 was een vervanging voor die van de op dat moment omliggende dorpen Hatert, Hees en Neerbosch. Net als andere begraafplaatsen in Nijmegen is de begraafplaats aan de Graafseweg inmiddels omringd door stedelijke bebouwing. De moderne drukte van de Graafseweg is weinig in overeenstemming met de rust en vree die je bij de ligging van een kerkhof verwacht. Ingeklemd tussen de Hatertseveldweg/spoorlijn en de Graafseweg is het bovendien voor veel mensen een onbekend kerkhof.
Aula en hekwerk Weve
De aula van de begraafplaats aan de Graafseweg, een ontwerp van architect Weve (november 2024)
In 1920-1921 vond er een belangrijke verandering aan de begraafplaats plaats: bij de uitbreiding van de begraafplaats ontwierp gemeente-architect Weve de aula in expressionistische stijl (wikipedia) en het hekwerk, dat nog steeds te zien is.
Op de Rijksmonumentenlijst staat hiervan een uitgebreide beschrijving.
Rijksmonument
Hekwerk Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
De aula en het hekwerk zijn een Rijksmonument, met als waardering:
“- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed en gaaf bewaard gebleven voorbeeld in in- en exterieur van een begraafplaatsaula in expressionistische bouwtrant met rijk siermetselwerk. Het object heeft enige architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde vanwege de combinatie van genoemd bouwtype en -stijl. Het gebouw met flankerende hekken is van belang voor het oeuvre van de toenmalige Nijmeegse stadsarchitect J.J. Weve.
– Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied, waarin het object een beeldbepalende rol speelt vanwege de situering direct aan een belangrijke invalsweg van Nijmegen. Het gebouw markeert de achterliggende begraafplaats.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, in casu een gebouw bij een algemene begraafplaats waarin de nabestaanden bijeenkomen voor het ter aarde bestellen van een dode.”
Monument slachtoffers bombardement
Monument slachtoffers bombardement februari 1944 (november 2024)
Links naast de ingang ligt het monument voor de slachtoffers van het bombardement van februari 1944. Dit was de belangrijkste locatie waar slachtoffers van het bombardement in eerste instantie in een massagraf werden begraven: ongeveer 500 van de 800 slachtoffers. Op 26 februari vond de massabegrafenis plaats: vanuit de rouwbijeenkomst in de Vereeniging ging een lange stoet op weg naar de begraafplaats. Tienduizenden Nijmegenaren liepen mee.
Voor het graven van het graf waren mensen verplicht ter werk gesteld. Na de begrafenis bleef het graf nog twee weken open -de vrieskou maakte dit mogelijk- zodat nabestaanden in de kisten konden kijken, op zoek naar hun dierbaren.
Ook slachtoffers uit de tijd dat Nijmegen frontstad was, zijn hier begraven. Later zijn veel mensen in overleg met de nabestaanden herbegraven.
Monument Remy Kruytzer met gedicht ter Balkt
Steen “ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van het bombardement en ander oorlogsgeweld”, Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
Op 19 februari 2005 vond de onthulling van het monument plaats, ontworpen door Remy Kruytzer. In het midden van het heuveltje staat een gescheurde gedenksteen. H.H. ter Balkt schreef het gedicht “Na de luchtaanval” dat daarop te lezen is: “Het verdriet stortte neer op de stad,/hartuithakkend verdriet om het hart/en de ziel en de tijd van de stad; vuur/sprak in tongen over de zeven honderden/en tegen de verslagenen na de bijlslag:/”Nu is jullie tijd niet meer bij jullie”./Leeg vlogen de Drakenwagens verder/van onze vrienden; rouwend grijs en geel/na de luchtaanval, viel het licht neer,/ voorgoed uitgedoofd leek ‘t, verstomden.” Daarvoor staat er een kleinere steen met het opschrift: “ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van het bombardement en ander oorlogsgeweld”.
2e Massagraf
Bij zijn onderzoek kwam Bart Janssen er achter dat er op de begraafplaats 2 massagraven zijn: de 2e werd waarschijnlijk aangelegd omdat het eerste inmiddels vol was. Waarschijnlijk betreft het vooral Nijmegenaren die in de tijd dat Nijmegen frontstad was om het leven zijn gekomen. Wie hier precies in liggen is niet bekend.
Waar vroeger Sportfondsenbad Oost was verkoeling bracht, ligt er nu het Truus Mast park voor vergroening van de wijk van Altrade. Bij haar opening in 1937 was het het eerste overdekte zwembad van Nijmegen. Na de sloop van deze zweminrichting kwam hier het Truus Mastpark, vernoemd naar de 15-jarige kassière die was omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Sportfondsenbad
Het Sportfondsenbad., van Beethovenstraat 6, 1938 (F15026 RAN)
Het Sportfondsenbad Oost ging open op 20 februari 1937, het eerste overdekte zwembad van Nijmegen. Daarvoor waren Nijmegenaren aangewezen op het Waalbad, een openluchtbad in de Waal.
In de jaren twintig werd al regelmatig gesproken over een overdekt bad, zonder resultaat. In de jaren dertig ging de discussie vooral over de vervanging van het versleten Waalbad. Dit zou een openluchtzwembad binnen de stad moeten zijn. Buiten de stad waren al wel andere zwemmogelijkheden.
Doordat de gemeente geen initiatief nam, richtten een aantal mensen de N.V. Sportfondsenbad Nijmegen op. Deze had tot doel een overdekt zwembad te realiseren door het bedrag door een grote groep mensen bij elkaar te laten sparen. Dit was een constructie naar Amsterdams voorbeeld. Daarop stelde de gemeente zich garant voor rente en aflossing van de lening, waardoor de bouw in 1936 kon beginnen.
Het Sportfondsenbad in Nijmegen-Oost, jaren 30 (KN11564-30 RAN)
Het bijzondere aan het zwembad is, dat het schuifdak open kan. Hierdoor werd het binnenbad op zomerse dagen een buitenbad. Aanvankelijk was ook sprake van een permanent openluchtbad, maar deze plannen werden vooralsnog uitgesteld. Een mooi verhaal over de geschiedenis van dit zwembad is te vinden op Noviomagus, geschreven door Jaap Mooi, die het zwembad van 1968-2000 leidde.
Oorlog
Zoals Jaap Mooi vertelt, was het zwembad in gebruik door Duitse soldaten en onderduikers. Zo vertelt hij hoe onderduikers boven het plafond zaten, terwijl enkele meters onder hen de Duitsers aan het zwemmen waren.
Ook werd het in de oorlog gebruikt als schuilkelder.
Na de oorlog
Wethouder Th. Peters van sportzaken biedt de acht miljoenste zwemmer in het Sportfondsenbad te Nijmegen een cheque aan, 8/10/1969 (Fotopersbureau Gelderland via F52209 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Het zwembad was niet alleen een plek waar mensen leerden zwemmen; het was ook een belangrijke ontmoetingsplek.
In 1969 kreeg Sportfondsenbad Oost haar buitenbad. Daarbij was het watertemperatuur een aantal jaren 25°, het hele jaar door. De oliecrisis in 1973 maakte hier een eind aan.
Waarom sloop?
Afgeschreven gebouw
Wanneer het bad in 2013 sluit, is het gebouw inmiddels op. November 2004 heeft de Nijmeegse Stadskrant een interview met Heino Jacobs, directeur van NV Sportfondsen Nijmegen. De laatste renovatie was gebeurd in 1997. Daarbij was “direct duidelijk dat daarmee de leeftijd van het gebouw amper een jaar of tien kon worden opgerekt.” De buurtbewoners willen op dat moment zelf het zwembad graag behouden. De gemeente dacht aanvankelijk een nieuw buitenbad in de Waalsprong te bouwen, maar een onderzoek uit 2000 toonde aan dat het Sportfondsenbad een goed bezocht zwembad was en dat daarom een zweminrichting in Nijmegen Oost moest worden behouden.
Nieuwbouw in de Beethovenstraat geen goed idee
Het buitenbad van het Sportfondsenbad, 1970 (Fotopersbureau Gelderland via F16640 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Jacobs vindt sloop en nieuwbouw op dezelfde plaats dan geen goed idee: “De bezoekersstroom wordt onderbroken, je zit met je personeel, en het ligt midden in een woonwijk. Nu al zorgt de slechte parkeergelegenheid voor veel overlast in de buurt, terwijl de transporten van chloor door de woonwijk niet vrij zijn van gevaar.” De buurtvereniging Mozart ziet op dat moment het binnenbad het liefst behouden: veel bewoners maken er gebruik van en het heeft een sterke sociale functie. Daarbij zou het buitenbad een speelgelegenheid voor kinderen moeten worden, vanwege het gebrek aan speelruimte in de buurt. Het buitenbad is sinds dat jaar niet meer in gebruik geweest vanwege een kapot waterfilter.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Buurtpark
Aanvankelijk heeft de gemeente het idee om een basisschool op de plaats van het zwembad te bouwen. In juli 2009 gaat de gemeente echter mee met het verzoek van de buurt, om in de plaats daarvan een park aan te leggen. (De Gelderlander).
Erica Terpstra bad
Het Erica Terpstra Sportfondsenbad, Kwakkenbergweg 25, 2013 (Jan Eichelsheim via DF2228 RAN CCBYSA)
Op 12-8-2013 wordt het nieuwe Erica Terpstra Bad aan de Kwakkenbergweg 25 geopend. Mooier, groter en beter toegankelijk dan het oude zwembad en daarnaast is het duurzaam en energiezuinig. De officiële opening werd verricht door Erica Terpstra zelf, samen met burgemeester Bruls. Zij deden dit, door een portret van Terpstra te onthullen (Henk Baron, met foto’s). In 2012 had Terpstra tevens de eerste paal voor de nieuwe zweminrichting in de grond geslagen (De Gelderlander).
Truus Mastpark
Kunstwerk Truus Mastpark (september 2024)
Het park op de plaats van het Sportfondsenbad is vernoemd naar Truus Mast.
Truus Mast (10-8-1929 Nijmegen) overleed op 10-11-1944 op 15-jarige leeftijd. Op die dag trof een granaat een Amerikaans legervoertuig, waarbij een aantal soldaten om het leven kwam. Jaap Mooi noemt daarbij dat het ging om een aantal legertrucks, waar munitie was opgeslagen. Geallieerde soldaten maakten vaak gebruik van het zwembad en was daarom vaak een doelwit voor beschietingen. Een van de granaatscherven trof Truus, die in haar kassahokje van het Sportfondsenbad aan het werk was. Zij staat symbool voor alle Nijmeegse slachtoffers.
Wanneer Erica Terpstra in 2012 de eerste paal slaat voor het nieuwe zwembad, is op dat moment nog sprake van De Groene Parel als naam voor het park. Jaap Mooi nam in 2012 het initiatief om het park na haar te vernoemen, welke werd overgenomen door de gemeenteraad. (Bron: Oorlogsdodennijmegen.nl). Hij woonde als kind van 7 jaar tegenover het zwembad en had daardoor de oorlog rondom Sportfondsenbad Oost volop meegemaakt. Daarnaast was hij van 1968 tot 2000 leidinggevende in het Sportfondsenbad. De dag dat Truus Mast overleed, was hij gaan kijken en heeft daar die dag de overleden soldaten gezien.
Naast de naamgeving, had hij zich hard gemaakt dat de plaquette die in 1994 in het zwembad was onthuld, behouden bleef. Daarvan is een kunstwerk gemaakt waarop de naam van het park staat en uitleg geeft over haar naam.
De Grote Kat, Ooijse Bandijk 10-18 (augustus 2025)
Boerderij de Grote Kat is volgens haar muurankers gebouwd in 1820. Daarvoor stond op deze plaats een andere boerderij, die gedeeltelijk weggeslagen is bij de ijsgang in dat jaar. Aanvankelijk maakte de Grote Kat en de (ook nu nog) naastgelegen boerderij onderdeel uit van 1 complex, waarbij de naastgelegen boerderij aanvankelijk een schuur was. De naam “De Grote Kat” werd gebruikt om onderscheid te maken met de oudere boerderij “De Kat” (nu Ooijse Bandijk 18).
De Grote Kat in oktober 2024, waar een renovatie aan de gang was
Van der Wedden
In 1832 was de Grote Kat eigendom van Gerrit Hendrik van der Wedden, een grootgrondbezitter uit Nijmegen. In 1873 zou hij zijn steenfabriek de Brienenswaard vestigen, bij de meeste mensen bekend onder de naam de Vlietberg. Daarnaast liet hij de (aanvankelijk) 10 arbeiderswoningen bouwen, waaraan dit gebied de naam Tien Geboden te danken heeft.
Familie Kroes
De leiding van de boerderij werd echter uitgevoerd door Paulus Kroes. Voor 1868 was het gehele bedrijf in handen van de familie Kroes, die tot in de jaren negentig van de twintigste eeuw haar boerenbedrijf uitoefende. In 1868 werd de schuur (nu Ooyse Bandijk 14) verbouwd tot zelfstandige boerderij. Tevens heeft de Grote Kat in de 19e eeuw als herberg gediend.
De Grote Kat is in 1920 gesplitst in 2 boerderijen.
1995 Hoogwater
Een mooie foto van de Grote Kat bij het hoogwater van 1995 is te zien op F5160 RAN: “Door het extreme hoge water werden de bewoners van de Ooijpolder verplicht te evacueren en patrouilleerde de politie om plundering te voorkomen.”
Gemeentelijk monument
De Grote Kat (oktober 2024)
De boerderij is een gemeentelijk monument. De gemeente Berg en Dal geeft de volgende omschrijving: “Aan de dijk gelegen pand met een twee bouwlagen tellend onderkelderd en wit gepleisterd voorhuis onder een rietgedekt schilddak. Symmetrisch ingedeelde voorgevel. Het één bouwlaag tellende bedrijfsgedeelte heeft een hoog opgaand rietgedekt wolfdak met in de zijgevels een onderrand van pannen. Aan de dijkzijde bevindt zich een inspringende afgesloten poort. Vroegere functies: boerderij en herberg”
Balans, sculptuur van Jan Samsom op rotonde Daalseweg (september 2024)
In het kader van de 1% regeling bij de aanleg van de rotonde en de reconstructie van de Daalseweg kreeg Jan Samsom in 1993 de opdracht voor een kunstwerk. Hij koos daarbij om een relatie te leggen met het theater Teneeter in het Badhuis, gelegen aan het plein. Daarbij kwam hij uit bij Mariken van Niemeghen: Mariken is een bekend icoon Nijmegen en een belangrijk toneelstuk in de ontwikkeling van het Nederlands theater. Daarbij is het lot van de mens, de keuzes/de strijd tussen goed een kwaad een belangrijk thema in het theater.
Marieken en Moenen: Balans en strijd tussen goed en kwaad
Medaillon van Moenen met op de achtergrond het Badhuis, rotonde Daalseweg (september 2024)
Jan Samsom schrijft op zijn site: “Sculptuur voor het voormalige badhuis Daalseweg. Het badhuis is tegenwoordig theater. Marike en Moenen spelen een hoofdrol in de balans tussen goed en kwaad”.
De sculptuur verbeeldt de strijd/balans tussen goed en kwaad. Bovenop liggen twee buizen met aan beide kanten een glazen medaillon. Op de ene staat Mariken, het goede en op de ander Moenen, het kwade. Ze lijken elkaar in evenwicht te houden. Deze buizen staan op verticale platen: wit aan de kant van Mariken, het goede; en een zwarte aan de kant van kwade, de kant van Moenen.
Projectie?
Dorsoduro merkt daarbij op dat Mariken en Moenen zo geplaatst zijn dat bij voldoende daglicht Mariken door het zonlicht even geprojecteerd wordt op het witte vlak. Daarbij zal Moenen nooit op “zijn” vlak kunnen worden gespiegeld. Het is zijn vermoeden, maar sowieso verwijs ik graag zijn site, met bovendien een mooie foto van die projectie.
Jan Samsom
Het beeld is gemaakt door Jan Samsom (Woerdense Verlaat, 13 maart 1954. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Utrecht. Daarna volgde hij de opleiding allound timmerman aan de Centrum Vakopleiding Volwassenen en de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. Een van docenten was Bas Maters. Sinds 1984 is hij werkzaam in Utrecht. Jan Samsom schrijft op site over zijn werk: “De begrippen kunst en ruimte vormen de vaste bestanddelen van mijn werkzaamheden.
Bij mijn kunstprojecten gaat het met name om beeldende kunst met ruimte zowel als vertrekpunt en als materiaal.
De publieke ruimte is mijn werkterrein bij uitstek. Naast de ontwikkeling en uitvoering van eigen projecten ben ik als adviseur en planontwikkelaar verbonden aan diverse overheidsinstellingen.“
Toen de oude Basisschool de Klokkenberg niet meer voldeed, werd Architectenbureau Brique gevraagd voor het ontwerp van een nieuw schoolgebouw. Het was daarbij belangrijk dat het een gebouw compact was. Maar vooral: dat kinderen de mogelijkheid hebben zelfstandig te kunnen werken, in een veilige, vertrouwde omgeving.
Oude school voldeed niet meer
De christelijke basisschool De Klokkenberg, gebouwd in 1970 , die van 1848 tot 1971 op de Muchterstraat was gevestigd, 1977 (Jan Cloosterman via F34361 RAN CCBYSA)
Sinds 1970 was de Christelijke basisschool de Klokkenberg gevestigd op de hoek Ubbergseveldweg/Kopseweg. Het bestaande gebouw voldeed echter niet meer aan de huidige eisen voor een schoolgebouw. Het was daarbij niet goed te verbouwen, zodat het zou voldoen aan de tegenwoordige tijd. Daarom wilde het bestuur een nieuw gebouw neerzetten.
Een leuk artikel over de sloop is te vinden op Omroep Gelderland: “Leerlingen De Klokkenberg Nijmegen mogen eigen school slopen”
Uitgangspunten onderwijs de Klokkenberg
School Klokkenberg (december 2024)
“Met plezier wijzer worden” is de missie van de Klokkenberg: zij is van mening dat “kinderen sneller leren in een prettige omgeving, op een plek waar ze het echt naar hun zin hebben en waar ze zich veilig voelen.” Zij heeft daarom als school 3 speerpunten:
Kwaliteit van ons onderwijs, waarbij kinderen regelmatig zelfstandig moeten werken.
Klein en fijn Met ongeveer 220 kinderen kent iedereen iedereen elkaar. Hierdoor voelen kinderen zich gezien in een veilige en vertrouwde omgeving, om zo de wereld te kunnen ontdekken
Alles onder 1 dak Naast de school is een kinderopvang, voorschoolse opvang, tussenschoolse opvang en naschoolse opvang in het gebouw.
Uitgangspunten
Voor het ontwerp werd Brique aangetrokken. Daarbij was het uitgangspunt: “Schoolgebouwen moeten geborgenheid bieden en van daaruit leerlingen stimuleren de wereld te ontdekken en zich te ontwikkelen. In ons ontwerp voor deze nieuwbouw van basisschool ‘De Klokkenberg’ in Nijmegen geven we op bijzondere wijze vorm aan deze veilige én uitdagende plek. Het nieuwe gebouw huisvest de basisschool, een BSO en een kinderdagverblijf.” (Brique)
Daarbij was er behoefte aan een compact gebouw met duurzame uitstraling. Ook was het belangrijk dat het ontwerp rekening hield met dat kinderen de mogelijkheid hebben om zelfstandig kunnen werken. Een van de uitgangspunten van de school is dat kinderen meer plezier en geloof in eigen kunnen hebben wanneer ze leren zelfstandig te werken.
Uiterlijk
Basisschool de Klokkenberg (december 2024)
Het ontwerp bestaat uit 2 bouwlagen. Het zijn 2 ellipsen die door een entree en een gemeenschappelijke hal met elkaar verbonden zijn. De ronde vormen zijn uitnodigend bedoeld. Het binnengaan van het gebouw moet voelen als een omarming.
Gangen ontbreken: de lokalen komen uit op de entree en aula op de begane grond. En de lokalen op de verdieping komen uit op het leerplein. Op het leerplein en op een aantal andere plekken kunnen leerlingen zelfstandig werken, met de leraar op afstand.
Bij het ontwerp is rekening gehouden met eventueel veranderde eisen in de toekomst door ervoor te zorgen dat de constructie relatief eenvoudig kan worden aangepast. Dit wordt bereikt door grote overspanningen en weinig kolommen of dragende muren.
Het ontwerp was afkomstig van Roos Bendien, Nataly Wierenga, Vincka Struben, Richard Teeling.
De officiële opening vond op 1 september 2017 plaats. De leraren hadden het gebouw vanaf 18 augustus al in gebruik genomen.
Waardering: 3e plaats Publieksprijs Nijmeegse Architectuurprijs 2017
Brique werd 3e bij de Publieksprijs van de Nijmeegse Architercuurtprijs 2017. Hierbij kreeg ze 10% van de stemmen. Het juryrapport:
“Wie voor de school stopt wordt onmiddellijk getroffen door de fraaie sculpturale lijnen. Wat een ‘bold statement’ in deze chique omgeving, waar de Romeinen doorheen marcheerden. En bij het binnentreden voel je overduidelijk dat deze fraaie school erg fijn is voor de gebruikers. De juryleden hadden maar wat graag hun schooltijd doorgebracht in een gebouw als dit. De jury roemt het metselwerk, het is bijzonder knap hoe hieraan plasticiteit is meegegeven. De opgave was erg lastig, gezien de tegenslagen, de lange aanloop en ook de weerstand uit de buurt. Het is knap dat de kwaliteit hier op het oog niet onder geleden heeft, integendeel. Heldere, lichte klaslokalen, fijne, mooie werkplekken en een bieb om jaloers op te zijn. De jury mist wel de échte symbiose tussen architectuur en onderwijs. De architectuur en het programma versterken elkaar niet duidelijk, er is geen zichtbare samensmelting. Het is niet precies duidelijk hoe de vormgeving van het interieur en de onderwijsopvattingen hand in hand gaan”