Boven de Kerkboog op de Grote Markt zijn een leeuw en twee opschriften aangebracht: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur” en “Beata Gens Cuius Dominus Spes Eius”. Wat betekenen deze opschriften?
Toen de Lakenhandel ten einde kwam, werd de Lakenhal verbouwd en opgesplitst, waarbij in 1542-1543 de doorgang van de Grote Markt naar de St Stevenskerk was vergroot. In 1605/1606 kwam daarbij een imposante bovenbouw, naar ontwerp van Thomas Singendonck.
In het midden van de Kerkboog werd boven de middenpijler van de boog een leeuw geplaatst, welke het Nijmeegse stadswapen vasthoudt. Aan weerszijden kwam een cartouche. Links staat een Romeins gezegde: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur”. Rechts: “Beata gens cuius dominus spes eius” Wat betekenen deze teksten?
Het is goed om te realiseren dat deze cartouches midden in de 80-jarige oorlog werden geplaatst.
Eendracht maakt macht
Op het linker cartouche staat de tekst: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur”. Vertaald is dit: “Door eensgezindheid groeit het kleine. Door tweedracht gaat het grote ten onder”.
Herkomst
Meestal wordt Homerus gezien als bedenker van de spreuk: in de Ilias schrijft hij “macht door eenheid”, maar dan in oud-Grieks. Degene die de Latijnse spreuk introduceerde was Gaius Sallustius Crispus (86-ca.35 v.Chr) in zijn boek Bellum Iugurthinum (De oorlog tegen Jugurtha). Daarin beschrijft hij hoe de Romeinen aanvankelijk door de Berberse koning Jugurtha worden verslagen. Maar door zich te verenigen, weten zij uiteindelijk Jugurtha gevangen te nemen.
1579: Eendracht maakt macht bij Unie van Utrecht
De spreuk Eendracht maakt Macht was erg populair in de Nederlanden. De eerste keer dat deze gevonden wordt, is in een spreekwoordenboek “Gemeene Duytsche Spreekwoorden” uit Kampen van 1550.
De Unie van Utrecht van 23-1-1579 gebruikte “Concordia res parvae crescunt” als haar devies: dit was het moment waarop zeven gewesten besloten een Unie te vormen. Van “eendracht” was op dat moment nauwelijks sprake. De eendracht moet daarom vooral gezien worden als tegen de gemeenschappelijke vijand, het machtige Spanje, dat oprukte. 15 dagen daarvoor hadden de zuidelijke gewesten de Unie van Atrecht gesloten, waarbij ze zich overgaven aan de Spaanse bevelhebber.
Wanneer in 1588 de Republiek der Verenigde Nederlanden (1588-1795) wordt uitgeroepen, is “Eendracht maakt macht” haar wapenspreuk en zal dat blijven tot in 1795.
Deze spreuk komt verder voor op bijvoorbeeld muntstukken.
“Beata Gens Cuius Dominus Spes Eius” is afkomstig uit een Psalm. Deze tekst staat in de Statenvertaling als Psalm 33 vertaald als: “Welgelukzalig is het volk welks God de HEERE is”; de psalm vervolgt de regel met “het volk dat Hij Zich ten erve verkoren heeft”. (In het Latijns Vulgaat is het Psalm 32).
Psalm 33 prijst Gods Almacht over de Schepping en Historie (wikipedia), oftewel: “Vermaning tot Gods lof, vanwege Zijn Goddelijke eigenschappen, raad, woord en werken, zo der schepping als der regering, inzonderheid der mensen, tot vernietiging van der goddelozen aanslagen en behoudenis Zijner gelovigen, die zich daarover verblijden en Hem daarom bidden.” (aantekening bij de Statenvertaling; in modern Nederlands geschreven naar de aantekening in de editie van 1657).
De volledige tekst van de Psalm is te vinden op de al genoemde link van de Statenvertaling. Een modern vertaalde versie is te vinden op De Nieuwe Psalm Berijming.
Opvallend is dat de plaquette Psalm 40 lijkt te noemen. Daar komt wel een regel voor “Beatus vir qui posuit Dominum confidentiam suam” (Welgelukzalig is de man, die den HEERE tot zijn vertrouwen stelt…” Statenvertaling). Het is mij nog niet duidelijk waar deze 40 vandaan komt.
Munten
“BEATA GENS CUIUS DOMINUS EIUS” komt ook voor op de munten van Nijmegen die tussen 1602 en 1605 geslagen zijn. Daarvóór was de muntslag van Nijmegen in 1594. In 1605 sloot zij weer, om in 1618-1620 weer tijdelijk open te gaan. Mogelijk werd de tekst ook in die laatste periode gebruikt. Daarna zou Nijmegen rond het einde van de 17e eeuw nog 2 keer voor korte tijd een eigen muntslag hebben (Bron: Nijmeegs Kopergeld, zoals oa vermeld op Noviomagus en duiten.nl).
Belvédere
Het opschrift komt ook terug bij het stadswapen van Nijmegen op de Belvédere. Deze was oorspronkelijk door Gerhard Gröninger gemaakt in 1646. Tegenwoordig hangt er een kopie van Henri Leeuw Jr. en Sr. (Noviomagus).
Leeuw met stadswapen
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
In het midden staat een leeuw met het Nijmeegs stadswapen. Op een aquarel uit 1730 is te zien dat op deze plaats al een beeld staat.
Mogelijk is bij de restauratie rond 1885 een nieuw beeld geplaatst: het tijdschrift “Architectura” maakt in juli 1900 een rondwandeling onder begeleiding van architect Weve. Over de Kerkboog schrijft zij onder andere over de pijler in het midden: “Deze pijler, door een kapittel bekroond, steekt buiten den eigenlijken boog en was wellicht bestemd tot dracht van een beeld. Nu is er een gebeeldhouwde leeuw op geplaatst, een schild dragende.” (De Gelderlander 27/7/1900)
De huidige leeuw is een kopie uit 1971, gemaakt door Giuseppe Roverso (wikipedia)
In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd, ook Boterwaag genoemd, in de Hollandse Renaissancestijl. Naast Waag was het gebouw in gebruik als Vleeshuis en als Hoofdwacht. In 1882 vond een belangrijke verbouwing plaats door stadsarchitect Weve.
Vooraf
In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd. Daarvoor was er een Vleeschhal of Vleijshuyss van ongeveer 1400: in 1412 is er een vermelding van huis aan de Kannnemarkt, achter uitkomende aan het nieuwe Vleeshuis.
Rond 1592 werd het wachthuis bij de Blauwe Steen afgebroken en naar het Vleijschuyss naast de Waag verplaatst.
1612: Bouw van de Waag
Een aquarel van Jan (Johannes) van Call (1656-1706) met talrijke deftige huizen en strafwerktuigen., zoals de Houten Ezel (een driehoekige balk met de scherpe kant naar boven, tussen twee hoge palen met aan een eind een ezelskop of paardenkop en aan het andere eind een staart, waarop militairen te paard plaats moeten nemen voor langere of kortere tijd als straf). Een ander strafwerktuig bij de Waag is de draaikooi/draaikast voor vrouwen: een soort ijzeren papegaaienkooi waarin vrouwen werden neer- en vastgezet aan de middenpaal, De kooi werd een kwartier of langer hard rondgedraaid, waarna de misdadigster gewoonlijk voor altijd werd verbannen uit de stad, 1675-1680 (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D135 RAN CC0)
Rond 1612 werden de Waag en het Vleeschhuis afgebroken, waarna de huidige Waag werd gebouwd naar een ontwerp van Cornelis Janssen van Delft. Dit gebeurde in de Hollandse Renaissancestijl, welke leek op dat van het Waaggebouw van Amsterdam welke een ontwerp van Hendrick de Keyser was.
In het rechter gedeelte zat de daadwerkelijke weegruimte. Karren konden door de de grote deuren aan de voor- en achterzijde rijden om hun vracht te laten wegen.
In deze nieuwe Waag was ook het vleeshuis ondergebracht, deze zat in het linkergedeelte. Het was zowel een slachthuis als vleesmarkt. Dit was tot 1797, toen slagers vlees in hun eigen winkel mochten verkopen.
Wat is een Waag?
In een Waag stond de weegschaal van de stad, en daarmee een belangrijk gebouw. Deze weegschaal werd gebruikt voor het wegen van handelsgoederen. Er was nog geen sprake van eenduidige maten en gewichten zoals we die tegenwoordig kennen: elke stad of regio had haar eigen eenheden. Daarnaast was deze weegschaal een van de weinige, zo niet de enige, waarmee grote gewichten konden gewogen. Deze weegschaal zorgde er dus voor dat er betrouwbaar kon worden gewogen in de plaatselijke meeteenheid, waardoor ook gesjoemel voorkomen werd. Daarnaast was het wegen van belang voor in innen van belastingen.
In de 19e eeuw had een waag geen belang meer door het invoeren van de standaardisatie in maten en gewichten en door de invoering van indirecte in plaats van directe belastingen.
Beeld van de ‘Groote Markt’, rond de jaren tachtig. Westwand van de markt met de Kerkboog en de St. Stevenskerk en -toren. Rechts, het Waaggebouw met de colonnade, de oostelijke zijgevel en het begin van de Kannenmarkt, 1878-1882 (F88944 RAN)
1882 Verbouwing van de Waag door architect Weve
De Waag op de Grote Markt, foto gedateerd 1890 (GN15040 RAN)
In 1886 vindt restauratie plaats door gemeenteearchitect Jan Jacob Weve. Daarbij vervangt hij de colonnade voor een dubbele statietrap. Hiervoor baseert hij zich op een tekening van Abrahem de Haen uit 1732 (annotatie van F88944).
“Nijmegen, 23 Sept.
Men schrijf van hier aan de “Arnh. Ct.”:
De Boterwaag alhier, met wier restauratie men in 1885 aanving, is thans geheel afgewerkt in den stijl, waarin dit gebouw in 1612 werd opgetrokken. De onooglijke veranda, welke vóór dit gebouw stond toen een gedeelte daarvan nog als militaire hoofdwacht werd gebruikt, is verdwenen, en in plaats daarvan twee fraaie hooge trappen, uitloopende op een groot bordes, deel van zand- en deels van baksteen, met hardsteenen treden, aangebracht. De leuningen van deze trappen zijn versierd met vier zittende leeuwen, uit zandsteen gehouwen, die ieder een verschillend wapenschild tusschen de klauwen omklemd houden. Aan den oostelijken en westelijken gevel en in het front van het gebouw worden de wapenschilden van Nijmegen, gedekt met keizerlijke kroon, aangetroffen.
Het gerestaureerde gebouw maakt in de moderne omgeving van de Groote Markt een zeer schoon effect en wordt dan ook door stadgenoot en vreemdeling ten zeerste bewonderd. Engelschen en Duitschers namen reeds, toen het nog niet geheel was afgewerkt, schetsen daarvan. De kosten der restauratie bedroegen ruim f16000. Een woord van lof aan den heer J.J. Weve, gemeente-architect en den beeldhouwer H. Leeuw Sr., die de restauratie voorbereidde, en met zulk een schitterend gevolg ten uitvoer brachten, mag bij vermelding van het bovenstaande niet ontbreken.” (De Gelderlander 24/9/1887)
Rijksmonument
“Rechthoekig, van baksteen opgetrokken gebouw met verdieping en hoog zadeldak, afgesloten door topgevels met grote trappen. Gebouwd in 1612 in renaissancevormen, verwant aan de stijl van Hendrik de Keyser; de verdieping aanvankelijk ingericht als hoofdwacht.
Gerestaureerd in 1886, door Ir J.J. Weve, waarbij een 18e eeuwse galerij werd vervangen door een kopie van het oorspronkelijke bordes en de geveltop der westelijke dakkapel, alsmede de oostelijke dakkapel opnieuw werden opgetrokken.
Inwendig over de Vleeshal in het westelijke deel kruisribgewelven op drie zuilen. “
Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van Claes die Waele.
Lakenhal
Eind 14e eeuw werd aan de Grote Markt een 50 meter lange Lakenhal opgericht. De voorkant bestond uit een open galerij met een dichte achtergevel. De begane grond was bestemd voor kleine handelaren; op de eerste verdieping was de lakenhandel. De Stevenskerk was in de middeleeuwen alleen te bereiken via een kleine doorgang in het gewandhuis of lakenhal aan de Grote Markt. Ook de gebouwen van Grote Markt 19-21 en Grote Markt 22-25 (huidige huisnummers) maakten onderdeel uit van deze Lakenhal.
Zoals hierboven staat weergegeven, werd in 1542-1543 besloten de doorgang te verbreden.
Topgevel Kerkboog door Thomas Singendonck
Gevels Grote Markt met links de Kerboog (juli 2024)
In 1605 werd een nieuwe topgevel gebouwd, welke Thomas Singendonck had ontworpen in de stijl van Vredeman de Vries.
Stevenskerkhof: Achterzijde van de Kerkboog met een doorkijk op de Grote Markt, 1920-1925 (Uitg. A.A. van der Borg via F68124 RAN CCBYSA)
Twee jaar later werd aan de achterkant een spiltrap gebouwd.
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
Boven de Kerkboog op de Grote Markt zijn een leeuw en twee opschriften aangebracht: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur” en “Beata Gens Cuius Dominus Spes Eius”. Wat betekenen deze opschriften?
Chirurgijnskamer tijdens Open Monumentendag (september 2023)
Uitizcht op Grote Markt vanuit Chirugijnskamer, Open Monumentendag (september 2023)
In 1609 kwam de bovengebouw in gebruik van het chirurgijngsgilde. Deze gebruikte het gebouw als vergaderruimte en behandelkamer.
De chirurgijn was een medisch behandelaar. Zij behandelden uitwendige kwalen, zoals aderlating, verzorgen van wonden, bereiden van zalfjes, kruidenaftreksels en laxeermiddelen en het behandelen van botbreuken. Dit onder toezicht van een doktor. Doktoren hielden zich zelf bezig met het stellen van de diagnose en het behandelen van inwendige kwalen. De chirurgijns hadden geen universitaire opleiding gehouden, de doktoren wel.
Tussen 1656 en 1678 was het tevens de medische faculteit van de Kwartierlijke Academie van Nijmegen, waar hier colleges werden gegeven. Waarschijnlijk werden tevens lijken ontleed, waardoor de chirurgijnskamer ook wel “snijkamer” werd genoemd.
Hoewel in 1798 de gildes officieel waren opgeheven, bleven de chirurgijns de kamer nog lange tijd gebruiken. Tevens was het in gebruik door de krijgsraad en het trompetterkorps. Vanaf 1830 gebruikte de kunstenaar H. Wiertz de ruimte als tekenlokaal voor de vereniging “Oefening kweekt kunst”.
1880: Gemeente en restauratie
In 1880 ging de gemeente de ruimte gebruiken. Jan Jacob Weve voerde rond 1885 een restauratie uit.
Daarbij verwijderde Weve de zonnewijzer, die rond het eind van de 17e eeuw was aangebracht.
Stadswapen Nijmegen bij Kerkboog St. Stevenskerkhof (juni 2024)
Aan de achterkant kwam een gevelsteen met het wapen van Nijmegen, gemaakt door Henri Leeuw Sr.
Het jaartal 1606 verwijst naar de reeds genoemde verbouwing door Singendonck.
Vervolg
Wonderlijk genoeg, ondervond de kerkboog weinig schade bij het bombardement van februari 1944. Tussen 1955 een 1972 vond restauratie plaats. Vanaf dat moment was de verdieping in gebruik als woonruimte.
Kijk overigens ook naar de achterkant van de Kerkboog. Deze heeft onder andere een aantal beeldhouwwerken van kopjes.
En let op de oehoe voor het raam. Deze staat er sinds 2019 en is bedoeld om de duiven weg te houden (Indebuurt).
De achterkant van de Kerkboog heeft nog een aantal mooie kopjes. En let op de stenen oehoe voor het raam. Deze staat er sinds 2019 om de duiven af te schrikken (november 2024)
De top van de Kerkboog aan de achterkant met gemeentewapen (november 2024)
Een van de kopjes op de achterkant van de Kerkboog (november 2024)
De gerestaureerde gevels van “d’Oude Laeckenhal”, Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)
De Grote Markt 23 en 24 (huidige adres) maakten in de middeleeuwen onderdeel uit van de lakenhal. In de 16e eeuw werd deze hal opgedeeld in verschillende panden. In 1933 liet Pauw Witjes zijn twee horecapanden samenvoegen en deze -met veel bijval- restaureren naar 16e-17e eeuwse sfeer. Tegenwoordig zit alweer jarenlang Café Daen in het pand.
Vooraf
De ingang van het Hotel “De Koophandel” van de familie F.J.C. Angerhausen; het pand is gelegen naast de Kerkbogen aan de Grote Markt, 1920 (F14086 RAN)
Wanneer de familie de café’s van Grote Markt 23 en 24 openen is nog niet onderzocht. Wel is al gevonden dat J.W. Angerhausen rond 31-3-1903 vergunning krijgt tot de verkoop van sterke drank in het klein (De Gelderlander 1/4/1903 oftewel: het schenken van sterke drank).
Vermeldenswaard zijn de zittingen die de broers L. & H. Stegeman houden, zonen van het Staphorster Boertje. Tegenwoordig is het Staphorster Boertje een “normaal” farmaceutisch bedrijf, het Staphorster Boertje en zijn zonen waren kruidendokters.
De broers Stegeman houden een zitmiddag (De Gelderlander 8/5/1926)
Koop Grote Markt 23 en 24 door Witjes
RAN noemt de foto: Interieur van café Lakenhal, gedateerd 1927: dit zal de Koophandel zijn (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D187 RAN CC0)
Verkoop Grote Markt 23
Op 30-9-1925 verkoopt Johanna Frederica Angerhausen (zonder beroep) “het winkelhuis met erf gelegen aan de Groote Markt nummer 23 te Nijmegen Kadastraal bekend in sectie C nummer 2608 groot vijf en veertig centiare” aan Casparus Bernardus de Kleijn (Monteur).
Wanneer Paulus (Pauw) Johannes Witjes Hotel de Koophandel (nummer 23) koopt is mij nog onbekend, in ieder geval opent hij zijn zaak begin1927: eind januari 1937 viert hij zijn 10-jarig bestaan (De Gelderlander 30/1/1937). Daarbij blijkt hij een bergplaats te hebben voor maar liefst 3.000 fietsen (zie advertentie hieronder).
Advertentie Witjes Hotel de Koophandel (De Gelderlander 17/9/1927)
Advertentie Witjes Hotel De Koophandel (De Gelderlander 26/10/1927)
Verkoop Grote Markt 24
Op 20-12-1930 koopt Paulus Johannes Witjes nummer 24: “Het café, plaatselijk gemerkt 24, met erf aan de Groote Markt te Nijmegen, kadastraal bekend Gemeente Nijmegen, sectie C, nommer 2607, groot vijf en veertig centiaren” van Jan Aart Peeman voor 7500 gulden.
Verbouwing naar 16e/17e eeuws uiterlijk
In het midden de Kerkboog (ook wel Stevenspoortje genoemd).
Het geeft toegang tot het achtergelegen Sint-Stevenskerhof die weer toegang verschaft tot de Stevenskerk.
Start bouw: 1542 (architect Claes die Waele). Bouw gereed: 1545.
Verbouwing: 1605 (architect Hans Vredeman de Vries).
Bouwstijl: Gotische Renaissancestijl.
Links Vleeshouwerij Martens, en rechts Hotel “de Koophandel” (A. Klitzsch & Co. via F14553 RAN)
De bovenstaande foto geven de panden in 1928 weer. Het is ons nu te doen om de 2 rechter panden: Hotel de Koophandel van P.J. Witjes en daarnaast voor de helft zichtbaar De Kroon (en merk op dat het pand tussen de Kerkboog en de Koophandel intussen is verbouwd.
Nadat Witjes zowel de Koophandel als de Kroon had gekocht, liet hij de 2 panden weer samentrekken en deze verbouwen om het (weer) een 16e/17e eeuws uiterlijk te geven. Afgaande op het krantenartikel, heeft hij veel zelf gedaan. Daarbij kreeg hij adviezen van Oscar Leeuw en vooral J.L.A.A.M. van Rijckevorsel.
In d’Oude Laeckenhal gaat open (De Gelderlander 18/3/1932)
“In d’Oude Laeckenhal
Op de Markt
Nijmegen heeft geen Raadhuiskelder. In dit opzicht heeft onze stad andere plaatsen niet nagedaan.
Toch heeft zij een blijvende herinnering gekregen aan haar middeleeuwschen handel en verkeer, dat vroeger ook op de Markt samentrok.
Hedenavond wordt dan feestelijk geopend het Hotel-Café-Restaurant “In d’Oude Laeckenhal”, gelegen op de Groote Markt Nos. 23 en 24.
De eigenaar, de heer P.J. Witjes, met gezonde smaak voor het mooi en interessante, dat men bewonderen kan in de bouwwerken onzer vóórvaderen, had er een ruim offer voor over, om zijn beste panden, van ouds “De Koophandel” en de “De Kroon” te doen herstellen, in de stijl van de 16e en 17e eeuw, toen de fraaie lakenhal nog middelpunt was van Nijmeegschen handel en bedrijf.
“De Koophandel” en “De Kroon” waren vroeger twee ourderwetschen verkeers-koffiehuizen, welke zeer geëigend waren om te voldoen aan de eischen, welke de martkbezoekers reeds in de prille ochtenduren stellen, van zich wat te verfrisschen aan een kop koffie of iets anderszins.
Beide cafétjes waren voor eenige jaren in exploitatie bij de Dames Gez. Angerhausen en den heer Gerritsma.
De heer F.J. Witjes kocht “De Koophandel” en later “De Kroon” er bij. En eenmaal in het bezit van beide verlofhuizen, heeft hij ze tot één gemaakt.
Toen de verbouwing van het geheele pand op het tapijt kwam, stond de eigenaar voor de vraag: moet er een nieuw moderne gevel komen of zullen we de pui zoo restaureeren en het interieur zoo inrichten, dat het hier weer de herinnering oproept van vorige bestemming?
Het front van de Markt, van hoek Stikke Hezelstraat tot het hoekhuis Achter de Hoofdwacht, werd in de Middeleeuwen ingenomen door de Lakenhal der stad. De zaal der hal lag op de eerste verdieping en liep ook door de kamers, welke nu nog liggen boven de Kerkboog van St. Steven, welke indertijd als piѐce de milieu stond tusschen typische trapgevels der 16e eeuw, welke aan ons Marktplein zoo’n karakteristieke bekoring gaven.
Beide genoemde verkeerscafé’s, geheel ingericht op het gerief der Markthandelaren, droegen in den onderpui nog duidelijk de sporen van oude bestemming in de zware, hardstenen consoles, welke ’t geheel schragen.
Nu kan men er nog een hardsteenen buitenmuur zien van ongeveer een meter dikte.
In vroeger tijd waren onder de Lakenhal allerlei winkeltjes en taveerntjes ingericht met hun typische luifels.
En het tegenwoordige hotel-café-restaurant.
In de Oude Laeckenhal biedt in huidige gerestaureerde vorm een typisch beeld van hoe het er vroeger op de Markt moet hebben uitgezien.
De heer P. Witjes stond bij zijn restauratieplannen voor geen gemakkelijk werk, maar vond aangename aanmoediging bij het gemeentebestuur en de ambtenaren der gemeente, die hem bij de verbouwingen de ontheffing van gemeentelijke bouwverordeningen toestonden, als noodig waren om de Oude Laeckenhal weer in zijn historisch uiterlijk te kunnen restaureeren.
Dan kreeg de heer P.J. Witjes, die als bouwkundige met veel ambitie, veel zelf deed of liet doen, alle mogelijke voorlichting en medwerking van de heeren Oscar Leeuw en vooral ook van Jhr. Drs. J.L.A.A.M. van Rijckevorsel, lid der commissie tot verzekering eener goede bewaring van Gedenkstukken van Geschiedenis en kunst. Zelfs Dr. Kalff leider van de Ned. Ver. Van Monumentenzorg kwam eenige malen naar Nijmegen om van advies te dienen bij de restauratie van dezen historischen bouw.
Het hotel-café-restaurant in de Oude Laeckenhal is nu klaar.
De 16-eeuwsche trapgeveltjes, welke zich nu sierlijk aanpassen bij de restauratie naast de kerkboog, vormen met de Waag een artistiek historisch hoekje van stijl der Middeleeuwsche bouwmeesters.
Binnen ziet er het in de Oude Laeckenhal in al zijn eenvoud oud-Hollandsch gezellig uit. De oud-eikenhouten lambrizeeringen, de oude pullen en de kannen op de richels, de glas-in-lood ruitjes, de geschuurde tafels, de imitatie-olielampen, alles geven aan het binnenhuis de sfeer van het voor-eeuwsche.
In de Oude Laeckenhal heeft men dit voor op de Oude Raadskelders dat licht en lucht er voldoende kunnen binnendringen, ook al zijn de raampjes wat lager, de plafonds minder hoog dan in moderne zaken.
De heer P.J. Witjes heeft alles in den toon van soberheid en gastvrije gezelligheid gehouden.
De verdiepingen zijn eveneens gerestaureerd. Hier is het hotel voor de marktgasten ingericht en beschikt de waard over twintig kamers met vijftig bedden.
Vanavond is der feestelijke opening “In de Oude Laeckenhal” met zijn gezellig zitje onder de bogen en in de schilderachtige hoekjes.
Oud-Nijmegen herleeft hier, wat iedere rechtgeaarde Nijmegenaar, die nog aan traditie hecht, zal waardeeren.” (De Gelderlander 18/3/1932)
Opvallend genoeg staat iets meer dan een jaar later staat een advertentie dat de zaak te koop is, maar in de volgende jaren blijkt Pauw Witjes nog steeds de eigenaar te zijn (of mogelijk een familielid, dit is nog niet onderzocht).
In augustus van dat jaar is er een openlucht uitvoering van Mariken van Nieumeghen op de Grote Markt. De uitvoerenden gaan op de foto voor de ”Oude Laeckenhal van den heer Witjes” in De Gelderlander 18/8/1933. Een paar dagen later krijgt een figurant, Henk Kramer, een bloemenmand van de eigenaar van de “Oude Laeckenhal”, “wiens restaurant immers daadwerkelijk in het spel betrokken was.” (PGNC 21/8/1933). Eind december 1933 doet P. Witjes een nieuwsjaarsgroet (De Gelderlander 30/12/1933)
In d’Oude Laeckenhal te koop? (De Gelderlander 7/1/1933)
1934 Het Bierkelderke/d’Oude Raatskelder
Opening Bierkelderke (De Gelderlander 19/7/1934)
“…In dit opzicht vindt Oud-Nijmegen oogenblikkelijk een bijzondere beschermer in Dr. van Rijckevorsel, die ook de hand heeft gehad in de reconstructie van den middeleeuwsche kelder van de “d’Oude Laekenhal” bij den renaissance Waaggebouw op de Markt.
Het Koffiehuis “d’Oude Laekenhal” van den heer Pauw Witjes op de Groote Markt is in den lande algemeen bekend.
Dat heeft nu een aantrekkelijkheid meer gekregen, n.l. in de d’Oude Raatskelder of liever Laeckenhaldkelder.
Deze kelder uit de veertiende eeuw is hersteld en bewoonbaar gemaakt en karakteristiek ingericht met oud-Hollandsche meubels.
De oude nissen, waarin vroeger de lampen brandden, zijn bewaard gebleven en beeldenstandjes geworden.
De vroegere stookplaats is nu omgebouwd tot tapkast, waar frisch en best bier geschonken wordt.
Uit een lichtval van zwaar blokglas dringt het licht van de straat binnen- en onder die lichtval vindt men in de kelder nog een vroeger graf.
Het geheele kelderinterieur bleef in stijl en is hoewel kleiner, veel intiemer dan de grootere Raadskelders in ’s-Bosch, Utrecht, Maastricht enz. enz.
Van B. en W., van Commissaris van Politie, van de Inspecteur der Volksgezondheid mocht de heer Pauw Witjes alle mogelijke medewerking ondervinden.
In den kelder blijft verlof.
…
Oud Nijmegen is op de Markt een oude aantrekkelijkheid rijker geworden. Gisterenavond was het er al druk bij de opening. V.V.V. Nijmegen Vooruit was vertegenwoordigd. Veel studenten vonden er met Nijmegenaars een gezellig zitje.”
(De Gelderlander 21/7/1934)
1952 Wijnhuis d’Aloude Laekenhal”
In 1952 verandert de Oude Laeckenhal in een wijnhuis. “Werkende Studenten zorgen voor de bediening en laten de gast de keus uit een grote verscheidenheid van wel tachtig wijnsoorten, waaruit hij een glas kan kiezen of waarvan hij meerdere flessen mee naar huis kan nemen. Ook andere dranken dan wijn worden er in het wijnhuis geschonken; de jenever wordt hier niet verkocht.” (De Gelderlander 2/5/1952)
1953 Taveerne In d’Oude Laeckenhal
Taveerne In d’Oude Laeckenhal (De Gelderlander 6/2/1953
Waarschijnlijk heeft het wijnhuis maar kort bestaan, want op 7 februari 1953 vindt de Heropening plaats van de “geheel verbouwde Hotel-Restaurant Taveerne In d’Oude Laeckenhal” met haar 15e eeuws bierkelderke. De specialiteit van het huis is kip aan ’t spit. (De Gelderlander 6/2/1953).
Waarschijnlijk opent zij in december van dat jaar op de eerste etage bovendien een Oud Hollands restaurant (De Gelderlander 18/12/1953)
De Gelderlander 22/8/1953
De Gelderlander 18/12/1953
Rijksmonument
Het is een Rijksmonument: “Pand, dat oudtijds deel uitmaakte van het Gewandhuis en de Lakenhal. Laat-middeleeuws pand met aan de voorzijde een trapgevel, waarvan het onderstuk in hardsteen uitgevoerd, met tracering, waarin wapenschild boven de deur. Het bovendeel dateert uit 1606. Zwaar gerestaureerd 1931-1932. Aan de achterzijde een puntgevel met vlechtingen.”
1995 Café Daen
Tegenwoordig (juni 2024) zit hier alweer jaren, sinds 1995, café Daen. Daarbij verwijst de “ae” naar de oorspronkelijke schrijfwijze van de Laeckenhal. Haar website geeft tevens de historie weer.
Latijnse School op St. Stevenskerkhof. Het is druk vanwege Monumentendag (september 2023)
Het St. Stevenskerkhof is een van de belangrijkste bezienswaardigheden van Nijmegen. Niet alleen vanwege de St Stevenskerk die er middenin staat, maar ook vanwege de omliggende gebouwen als de kerkboog, de Latijnse School en de kanunnikenhuisjes.
Van tijd tot tijd zal deze pagina worden aangevuld.
Bezienswaardigheden Sint Stevenskerkhof
St. Stevenskerkhof: De noordzijde van de St. Stevenskerk met daar tegenover de kanunnikenhuisjes vóór de restauratie, 1925 (Uitg Weenenk en Snel via F27425 RAN)
Stevenskerkhof (juni 2024)
Eigenlijk het hele kerkhof, in het bijzonder: ⦁ Sint Stevenskerk ⦁ Kanunnikenhuisjes ⦁ Latijnse school ⦁ Kerkboog
Kerkhof van Sint Stevenskerk
Het kerkhof ontleent zijn naam aan de Sint Stevenskerk. Feitelijk wordt een kerkhof de ruimte rond een christelijke kerk aangeduid. Net als de meeste andere kerken werd de ruimte van het St Stevenskerkhof gebruikt als gewijde begraafplaats.
In 1254 wordt de Hunisburg bestemd voor een nieuwe kerk en kerkhof.
De Sint Stevenskerk wordt gewijd in 1273. Daarvoor was de parochiekerk Sint Gertrudis in gebruik, met daarbij een kerkhof. Ook wanneer deze kerk in 1249 wordt afgebroken, blijft het kerkhof daarvan behouden. In 1450 wordt dit het “Alde Kerkhof” genoemd. Het is niet bekend wanneer men hier gestopt is met het begraven van overledenen.
Na de wijding van de Sint Stevenskerk wordt ook het kerkhof meteen in gebruik genomen. Rijke Nijmegenaren laten zich bij voorkeur in de kerk begraven. Het kerkhof is bereikbaar via en trappen en stegen (nu de Zuider- en Noorderkerktrappen) en een doorgang onder het Gewandhuis (nu de Kerkboog).
1591 Stevenskerk protestants, begraafplaats voor alle Nijmegenaren
Ook wanneer de Stevenskerk in 1591 protestants wordt, blijft het kerkhof stadsbegraafplaats, waar alle Nijmegenaren ongeacht hun geloof worden begraven.
Stevenskerkhof: De achterzijde van de panden van de Grote Markt, 1920 (F63556 RAN)
Stevenskerkhof achterkant Grote Markt (juni 2024)
Einde als begraafplaats
In de 19e eeuw kwam het verbod om doden binnen de stadsmuren te begraven. Allereerst vanaf 1810, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk, mochten doden niet meer binnen de stadsmuren worden begraven. Daarop besluit het stadsbestuur op 13 november 1810 om een algemene begraafplaats aan te leggen buiten de Hertogsteegpoort, wat de later de Stenenkruisstraat is. Dit terrein was onderdeel van de vestinggronden dat in 1808 door Lodewijk Napoleon aan de stad had gegeven. De eerste begrafenis op deze nieuwe plek vond op 20 mei 1811 plaats. (in Paradisum).
Ook de wet uit 1829 – de Fransen waren immers weer vertrokken- bepaalt dat steden met meer dan 1.000 inwoners hun begraafplaats buiten de wallen moet hebben. Wanneer men precies gestopt is om overledenen (ook?) op het Stevenskerkhof te begraven, is mij niet bekend: 1810, 1829 of mogelijk zelfs 1869 (de Begraafwet). In ieder geval werden in de loop van de 19e eeuw de graven rond de kerk werden geruimd, waarbij beenderen werden overgebracht naar het kerkhof op de Stenenkruisstraat.
Sint Stevenskerk
In het midden staat de Sint Stevenskerk, de grootste kerk van Nijmegen. De historie gaat terug tot 1273. Het grootste deel van de huidige kerk is gebouwd in de 15e en 16e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de kerk, waaronder de toren, zwaar beschadigd. In 1969 was het herstel afgerond.
Een prachtige en uitgebreide site over deze kerk is te vinden op de site van D.J. Dekker, daarom zal hier niet uitgebreid in worden gegaan op de Stevenskerk.
Een mooi overzicht van de aanwezige grafzerken is te vinden op Noviomagus.
En natuurlijk nog beter is de Stevenskerk zelf te bezoeken: Stevenkerk
Graf Catharine van Bourbon
Grafmonument Catharina van Bourbon in de Stevenskerk (september 2023)
Door een schenking van Catharina van Bourbon kon de Stevenskerk een kapittelkerk worden.
Catharina werd op een ereplaats begraven: in het koor, recht voor het hoofdaltaar. In 1512 liet haar zoon Karel het praalgraf plaatsen, recht boven haar tombe.
Op de foto zijn tevens grafstenen te zien: de rijken werden begraven in de kerk.
Hieronder is de grafkelder van Catharina van Bourbon weergegeven, met een replica van de grafkist. Een foto van de kelder vóór de restauratie is te vinden op F34495; de oorspronkelijke kist op F46031 en de geopende met het stoffelijk overschot van Catharina van Bourbon op F46032 RAN
Grafkeleder Catharina van Bourbon Stevenskerk; de kist is nagemaakt (september 2023)
Een tekening van de graftombe en grafkelder van Catharina van Bourbon. Uit de kroniek van Jan Willem van Druijnen (16-5-1790 – 21-4-1854), 1843 (F46033 RAN)
In de crypte staan een aantal rijen kraagstenen langs de wand. Deze zijn gemaakt voor de restauratie na de Tweede Wereldoorlog. De Rijksdienst voor Monumentenzorg keurde deze echter af: de kraagstenen zouden alleen uit bladmotieven hebben bestaan. (Bron: Stevenskerk). In de kerk zijn daarom nu ook weer de bladmotieven te zien.
Hertogin Catharina van Bourbon liet bij haar overlijden in 1469 een grote som geld in de vorm van tienden na. Dit was bestemd om Sint Stevenskerk te verheffen tot kapittelkerk. Daarbij werd een college van ongeveer dertig kanunniken gevormd, die in een rij woningen ten noorden van de Sint Steven kwamen wonen in de kanunnikenhuizen.
Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van…
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
De panden van de Grote Markt 19 tot en met 25 maakten onderdeel van de Lakenhal. Daarbij is vooral het vooraanzicht van de panden van 19-21 sterker gewijzigd dan dat van 23-25. Of beter: het vooraanzicht van nummers 23-25 is gerestaureerd om de gevels weer “middeleeuws” te laten uitzien.
Op de bovenstaande foto is een aquarel te zien waarbij de gevels rechts van de kerkboog nog trapgevels hebben. Merk daarbij op dat de panden links van de kerkboog geen middeleeuws uiterlijk meer hebben.
Panden aan de westzijde van de Grote Markt, 1900- 1910 (GN7 RAN)
Op de foto hierboven is vervolgens de situatie rond 1900-1910 weergegeven.
Grote Markt 19
Het is een Rijksmonument: “Laat-middeleeuws pand met aan de voorzijde een gevel met stucversieringen, karakter derde kwart 19e eeuw en aan de achterzijde een verminkte en gepleisterde puntgevel.” Tegenwoordig (juni 2024) zit hier Maoz.
Grote Markt 21
Het is een Rijksmonument: Laat-middeleeuws PAND met aan de Marktzijde een eenvoudige gepleisterde lijstgevel, 19e eeuw en aan de Kerkhofzijde een gepleisterde gevel met rookkanaal in de as en ingezwenkte top. In de zijgevel onder de Kerkboog dichtgezette vensters met houten kruiskozijnen.”
Rond 1900 had Vleeschouwouwerij H.A. Martens & Zn hier haar winkel (zie de foto hierboven). Tegenwoordig is het houtsnijwerk “Slagerij” weer zichtbaar gemaakt door het verwijderen van een bord. Zie ook Noviomagus (tevens bron).
Tegenwoordig (juni 2024) zit hier De Bruijn Lunchen op de Markt.
Grote Markt 23/24
De gerestaureerde gevels van “d’Oude Laeckenhal”, Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)
De Grote Markt 23 en 24 (huidige adres) maakten in de middeleeuwen onderdeel uit van de lakenhal. In de 16e eeuw werd deze hal opgedeeld in verschillende panden. In 1933 liet Pauw Witjes zijn twee horecapanden samenvoegen en deze -met veel bijval- restaureren naar 16e-17e eeuwse sfeer. Tegenwoordig zit alweer jarenlang Café Daen in het…
Het is een Rijksmonument: “Laat-middeleeuws PAND, dat oudtijds deel uitmaakte van de Lakenhal en het Gewandhuis. De trapgevel aan de voorzijde is in de 19e eeuw genormaliseerd en met een rechte lijst afgedekt. Hardstenen onderpui met boven de deur een tracering, waarin twee wapenschildjes, omstreeks 1545.”
Achter de Hoofdwacht 1
Het is een Rijksmonument: Laat-middeleeuws PAND, waarvan de voorgevel in het laatste kwart der 19e eeuw vernieuwd is in neo-gotische trant. Aan de achterzijde de oorspronkelijke, thans verminkte ongepleisterde puntgevel.”
Achter de Hoofdwacht 3
Het is een Rijksmonument: “Laat-middeleeuws pand met in de 19e eeuw gepleisterde en gewijzigde voorgevel. Gepolychromeerde gevelsteen: De Blaauwe Hand, 1797. Curieuze winkelpui uit het derde kwart 19e eeuw. Uithangbord. De achtergevel heeft een houten onderpui, waarschijnlijk 17e eeuw.” Hier is al jarenlang het bekende Café In de Blauwe Hand gevestigd.
Afsluitpaal De Gehelmde Wachter, Ben van Pinxteren
1977
Afsluitpaal De Gehelmde Wachter, Ben van Pinxteren, 1977, Stevenskerkhof (juni 2024)
“De Gehelmde Wachter” van Ben van Pinxteren is een van de afsluitpaaltjes die in 1977 werden geplaatst. het stelt een man met een zwaard en helm voor, een herinnering aan het feit dat de bovenverdieping van de Waag in gebruik was door de burgerwacht en het stadsgarnizoen.
Het Zuiderportaal van de St. Stevenskerk met links de Latijnse School, Weenenk en Snel, 1930 (F33959 RAN)
De Latijnse School is het oudste schoolgebouw van Nijmegen. Deze is in de jaren 1544-1545 gebouwd naar ontwerp van Herman van Herengrave. Hij zal later ook het stadhuis ontwerpen.
De Latijnse School wordt ook vaak “Apostolische school” genoemd. Dit is een verwijzing naar het feit dat de voorloper uit 1310 tevens de functie van pastorie van de Sint Stevenskerk had. Deze kerk stond onder het patronaat van de Keulse Apostelkerk, voordat de Stevenskerk zelf een kapittelkerk werd. Eind 14e eeuw was deze school onder het Nijmeegs stadsbestuur gekomen, omdat Nijmegen zich zorgen maakten over de kwaliteit van het onderwijs (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). In 1544 werd het vervallen gebouw vervangen door het huidige.
Wat is een Latijnse School?
Latijnse School op St. Stevenskerkhof. Het is druk vanwege Monumentendag (september 2023)
In de middeleeuwen bestonden slechts 2 schooltypen: de lagere school en de Latijnse School. De Latijnse school bereidde jongens voor op een religieus leven of een universitaire studie. Deze jongens waren afkomstig uit de sociaal-ecomisch hogere en middenklassen. De lessen waren grotendeels in het Latijn, mede omdat voor een vervolgstudie een goede kennnis van deze taal nodig was.
De meeste jongens waren 9 jaar als ze naar de Latijnse School gingen. Zij gingen naar 4 klassen waarvoor elk een half jaar nodig was, gevolgd door een afsluitend jaar. De leerling bleef net zo lang in de klas totdat hij de stof kende. Voor een vervolgstudie ging de leerling daarna na het klooster of universiteit.
Vanaf 1215 waren de seculiere kapittels- wat de Sint Stevenskerk was- verplicht een school op na te houden. De school stond dan ook onder verantwoordelijkheid van de kerk.
In de loop van de 14e eeuw namen stadsbesturen, waaronder in Nijmegen, de financiële lasten van de school op zich. Daarbij kregen ze zeggenschap over de reglementen en benoemden zij de rector.
16e eeuw: Behoefte aan hoogopgeleide mensen
In de 16e eeuw kwam er in Nijmegen een grote behoefte aan hoog opgeleide mensen voor functies als bestuurder, doctoren en juristen. Belangrijke vakken waren moderne talen, Latijn, retorica, Frans en wiskunde.
1842: Gymnasium
Deur Latijnse School Stevenskerkhof (juni 2024)
In 1838 was een onderwijshervorming doorgevoerd, waardoor het schooltype gymnasium ontstond. Net als in veel andere plaatsen in de loop der jaren, vormde Nijmegen in 1842 haar Latijnse school om tot een gymnasium.
Het Latijn was nog steeds belangrijk, maar er ook meer aandacht voor vakken als moderne talen, wiskunde en natuurkunde.
Vervolg
In 1881 verhuisde het Gymnasium naar nieuwbouw aan de Kronenburgersingel:
In de Latijnse school kwam muziekschool. Daarna kwam er een politiebureau, het Gemeentelijk Arbeidsbeurs en de Armenraad in het gebouw. In de jaren ’60 vond een grote renovatie plaats.
Kunstwerken
Beeld van Paulus, met zwaard als attribuut en rechts het stadswapen, Latijnse School Stevenskerkhof (juni 2024)
De apostel Andreas met een Andreaskruis als attribuut, Latijnse School Andreas Stevenskerkhof (juni 2024)
De beelden van de 12 apostelen herinneren nog aan de “Apostolische school”. Op de natuurstenen lijst zijn in latijn de 10 geboden te zien. Boven de hoofdingang is het stadswapen geplaatst.
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument. De tekst bij aanwijzing: “Apostolische of Latijnsche School. Langgerekt, rechthoekig gebouw met verdieping en half zadeldak, aan de westzijde afgesloten door een trapgevel, gebouwd 1544-1545 door Herman van Herengrave in vroege renaissancevormen. Gerestaureerd omstreeks 1965. Natuurstenen gotisch poortje, waarboven stadswapen in ezelsrugboog-omlijsting. Natuurstenen plint. De vensters van de benedenverdieping worden omvat door korfboognissen met driepastraceringen; hierboven een renaissancefries, onderbroken door gebeeldhouwde consoles, waarop thans vernieuwde apostelbeelden. De vensters van de verdieping worden omlijst door korfboognissen met renaissancebanderolles in de boogvelden. Kroonlijst met renaissancefries en gebeeldhouwde consoles. De zijtrapgevel bezit een rijke ornamentatie in renaissancetrant.”
In 1882 werd een deel van de Hundisburg afgegraven, waaronder het westelijk deel van het kerkhof. Dit was onder andere om de Oude Haven te dempen. Daardoor komt het Stevenskerkhof op de huidige hoogte te liggen. Daarbij werd het terrein om de kerk met keitjes bestraat.
Bombardement 1944 en nieuwbouw
Tijdens het bombardement van 1944 werden de panden aan de zuidwestelijke zijde volledig verwoest.
Na de oorlog werden huizen ten westen en noorden van de kerk afgebroken, ook de kanunnikenhuisjes. In de jaren 70 en 80 kwam hier nieuwbouw voor in de plaats. Ook kwamen er na de oorlog 2 nieuwe doorgangen: ⦁ Rond 1944-1946: bij Achter de Hoofdwacht, door sloop van een aantal panden ⦁ 1965: bij de Stikke Hezelstraat, door sloop van 2 smalle huizen en een gebouw aan de Sint Stevenskerkhof zelf ⦁ 1981: bij de bouw van de Petrus Canisisusschool
Oorlogsmonument voor de burgerslachtoffers van Mari Andriessen
Monument voor de burgerslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog uit 1959. De maker is de Haarlemse beeldhouwer Mari Andriessen.
Het beeld stelt een vliegende engel voor, welke een overleden kind met zich mee voert. Het beeld is gemaakt ter nagedachtenis aan alle burgerslachtoffers.
Het onderschrift:
“Ter nagedachtenis
Aan de Nijmeegse Burgers
Voor en na de bevrijding van hun stad
Als weerloze slachtoffers van het oorlogsgeweld
Uit het leven gerukt
1940-1945.”
Oorspronkelijk was het de bedoeling om dit beeld op Plein 1944 te plaatsen. Het monument dat daar al stond voor de gevallen soldaten van Jac. Maris zou verhuizen naar het Valkhof. Dat ging echter niet door. Daarop kwam het beeld van de engel terecht op een plantsoen in de Stikke Hezelstraat. Zie voor een foto uit 1975 F34078 RAN.
Burgemeester Hustinx onthulde het beeld op 169-1959, bij de 15e viering van de bevrijding. Een foto daarvan is te vinden op F55300 RAN.
Eind jaren 70 is het verplaatst naar de huidige locatie van het St Stevenskerkhof.
De Luizenmarkt op het St. Stevenskerkhof, 1922 (F33566 RAN)
Tegenwoordig zijn er nog maar 2 handelaren over die ’s maandags op de Grote Markt staan, maar jarenlang was het een begrip in Nijmegen: de luizenmarkt oftewel lusemerkt. Deze vond in ieder geval sinds 1913, met korte onderbrekingen, plaats bij het St. Stevenskerkhof (VN17136).
De locatie zal te maken hebben met de Benedenstad, waar vroeger veel lompen werden verhandeld. Nijmegen Toen op Facebook: “Het is daarom niet verwonderlijk dat elke maandagmorgen aan de voet van de St. Stevenstoren de Lusemert gehouden werd”. In 2013 “vecht ze voor haar voortbestaan” en daarbij: “Nog steeds stalt iedere maandagochtend de vaste groep verkopers haar waar uit over de kleedjes en marktkraampjes rond de St. Stevenskerk. Oud gereedschap, spiegels, boeken, gloeilampen, koffiezetapparaten en wekkers. Dagjesmensen en vaste klanten gaan op zoek naar bruikbare prullaria voor in de woon- of slaapkamer.”
Een leuk interview met Hent, een van de laatste verkopers van de Lusemert staat op Nijmegen-Oost
In ieder geval sinds 1913 vond de uitdragersmarkt, in Nijmegen algemeen bekend als de luizenmarkt, of op zijn Nimweegs luusemert, met korte onderbrekingen tot op heden plaats aan de voet van de Sint Stevenstoren. Op de achtergrond de Latijnse School, 1945-1955 (1945-1955 Auteursrecht: J.F.M. Trum via VN17136 RAN CCBYSA)
Vergroening
Vergroening Stevenskerkhof (juni 2024)
Beelden en andere kunstvoorwerpen
Gedicht Victor Vroomkoning Stevenskerkhof (juni 2024)
Het Raadsel van Nijmegen, plaquette van Oscar Goedhart, Stevenskerkhof (juni 2024)
Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden, (waarschijnlijk) door aannemer/architect Grandjean (oa in de beschrijving op Rijksmonumenten; ik heb de bouwtekening nog niet ingezien). Vanaf januari 1903 heeft het aanneemkantoor van goederen tijdelijk op Kannenmarkt no. 11 gezeten (PGNC 22/1/1903).
In een advertentie van PGNC 21/10/1890 wordt echter Kannenmarkt No. 12 genoemd (zie hierboven): “Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij vervoer van goederen: De Maatschappij belast zich van af 15 October e.k. met het vervoer van Bestelgoederen, Geld en Geldswaren naar alle plaatsen in Nederland, gelegen aan de lijnen der Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij”.
De Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij (ook geschreven als HIJSM of HSM) was op 8 augustus 1837 in Amsterdam opgericht. Het was de eerste in Nederland opgerichte spoorwegmaatschappij. De eerste lijn, van Amsterdam naar Haarlem was op 20 september 1839 opengesteld.
Nijmegen-Kleve
Ten aanzien van Nijmegen had zij op 1 juli 1886 de exploitatie van de lijn Nijmegen-Kleve overgenomen. Deze lijn was opgericht door de Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij (NSM) in 1863, wat de eerste treinverbinding van Nijmegen was. De exploitatie daarvan was in handen van Rheinische Eisenbahn-Gesellschaft (en in 1886 kort door Preußische Staatseisenbahnen en in eigen handen).
Wikipedia: “De HIJSM kwam gaandeweg in het bezit van een meerderheidsaandeel in de NSM en bij overeenkomst van 25 maart 1907 kreeg de HIJSM het recht om het Nederlandse gedeelte van de lijn te kopen, waarvan zij in 1923 gebruik maakte. Hierop had Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij geen bestaansrecht meer en zij ging op 1 juli 1923 in liquidatie.”
Verbouwing 1913/1914?
Reisbureau en Beslelkantoor Kannemarkt No te Nijmegen, H Y S M, De ondertekening van D12.384121 is op 28-11-1913 (D12.384122)
Reisbureau en Beslelkantoor Kannemarkt No te Nijmegen, H Y S M, (D12.384122)
In het bouwdossier is een bouwtekening van november 1913 gevonden. Het is onduidelijk of deze verbouwing daadwerkelijk heeft plaats gevonden. Let op de loketten, de “etalage” in het midden, wat in ieder geval tegenwoordig een groot raam is.
Op 1 november 1917 wordt het reisbureau en bestelkantoor opgeheven als gevolg van de “fusie”. In 1917 richtte de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij samen met de Maatschappij tot Exploitatie van de Staatsspoorwegen de belangenmaatschap Nederlandse Spoorwegen (NS) op. Dit zou uiteindelijk leiden tot een fusie tot de Nederlandse Spoorwegen (NS).
Als gevolg van de sluiting brengt R.T. Slagtman & Zn. haar kantoor over naar Kannenmarkt No. 11: “Het afhalen, verzenden en bezorgen van alle soorten Goederen wordt op denzelfden voet voortgezet, zoowel voor Spoor als Boot- Douane-formaliteiten- Verhuizingen”. (artikel en advertentie in PGNC 27/10/1917).
Ook Van Gend & Loos adverteert naar aanleiding van de sluiting. Ook daar is het mogelijk goederen af te halen: “orders voor het, van wege de Spoorweg-Maatschappijen ambtshalve, afhalen van Bestel, Ijl- en Vrachtgoederen”. Daarbij schrijft zij over het aannemen van goederen: “behalve door het station, slechts worden aangenomen door de Factorij Van Gend & Loos, H. Colignon & Cie., Kannenmarkt No. 9”. (PGNC 3/11/1917)
Vervolg Slagtman
Er is niet uitgebreid gezocht naar het vervolg van Slagtman.
Op 15-7-1931 verhuist het bedrijf naar Mariënburg 23-24 (PGNC 10/7/1931).
Op 2-6-1933 staat een advertentie dat op 8 juni een Buitengewone Algemeene Vergadering van Aandeelhouders wordt gehouden. (De Gelderlander 2/6/1933). Heeft het faillissement van H.R.J. Slagtman, koopman er iets mee te maken? (De Gelderlander 8/8/1933) In ieder geval staat in De Gelderlander 26/1/1934 een advertentie: “Voor verhuizingen Slagtman & Co. N.V. Onder Directie van J. Hunink” Waarbij het adres nog adres Marienburg 23-24 is.
Vervolg Kannenmarkt 6
De H.IJ.M.S is tot 1929 eigenaar geweest van het pand, welke zij waarschijnlijk heeft verhuurd.
In 1918 is er waarschijnlijk een bouwvergunning afgegeven (archiefnummer 1335, inventarisnummer 15877).
Rijwielreparatie Kersten
Rijwielen Kersten Kannenmarkt (De Gelderlander 19/4/1919)
De eerste nieuwe gebruiker van het pand lijkt rijwielwinkel Jan Kersten te zijn. De tot nu toe eerst gevonden advertentie is van De Gelderlander 19/4/1919.
Aurora
Rijwielen Aurora Kannenmarkt 6 (De Gelderlander 16/4/1921)
In De Gelderlander 14/7/1920 is er nog een advertentie van Kersten gevonden. Daarna is de eerstgevonden advertentie die van Ind. Handelsonderneming “Auroro”, eveneens in rijwielen. Of dit een andere naam voor de zaak van Kersten is of een nieuwe onderneming, is nog niet duidelijk. In ieder geval op De Gelderlander 27/5/1922 nog een advertentie van Aurora.
W. Janssen & Zn.
W. Janssen Groenten en Fruit (De Gelderlander 3/5/1924)
De volgende gebruiker die bekend is, is W. Janssen & Zn., een groente en fruithandel. De eerstgevonden advertentie is uit De Gelderlander 3/5/1924.
J. Groenen
Advertentie J. Groenen voor klei aardappelen, Kannenmarkt 6 (De Gelderlander 3/11/1928)
Op 20-10-1928 opent J.P. Groenen zijn groentezaak: “een keurig ingerichte zaak in groenten, aardappelen, comestibles, binnen- en buitenlandsch fruit enz.” Daarvoor heeft Groenen zijn winkel van binnen en buiten laten schilderen (De Gelderlander 20/10/1928).
Hij koopt hij het pand van de N.V. Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij op 2-5-1929 (verwijzing actenummer 425, archiefnummer 1202, inventarisnummer 23 met dank aan het RAN voor het scannen van de acte).
“J.P. Groenen, Groente- en fruith.” komt op dit adres voor in de Adresboeken van 1934, 1936, 1938, 1940. In 1948, 1951 is het “grossier levensmiddelen”.
Ready Puddingfabriek
Onder andere in De Gelderlander 31/12/1940 en De Gelderlander 1/12/1941 verschijnen er tevens advertenties van de “Ready Puddingfabriek” op dit adres. De eerstgevonden advertentie van Ready is van De Gelderlander 20/7/1938, maar het is onbekend of de Karrenmarkt 6 toen al de locatie was.
Verkoop aan gemeente?
In November 1956 blijkt J.P. Groenen overeenstemming te hebben bereikt over de verkoop een winkel met twee bovenwoningen, gelegen aan de Kannenmarkt 6 aan de gemeente. De gemeente heeft plannen tot uitbreiding van het Waaggebouw, “met het oog waarop ook de drie belendende panden reeds zijn aangekocht.” De heer Groenen wil dit perceel verkopen voor f11.500,-. (De Gelderlander 14/11/1956)
Of de verkoop is daadwerkelijk heeft plaatsgevonden is niet bekend. In ieder geval is er geen sprake van een uitbreiding van het Waaggebouw geweest en bestaat het pand nog steeds.
Keurentjes
Advertentie Keurentjes in Adresboek 1968
De eerstgevonden vermelding van Keurentjes is in het Adresboek van 1959. Dan komen “E.T., rijw.m.” (rijwielmonteur) en “M. rijw. handelaar” op dit adres voor. In ieder geval komt er in het Adresboek 1971 nog een E.T. Keurentjes en elders “Keurentjes en Zn. M.” voor op Kannenmarkt 6.
Vervolg
Er is nog niet uitputtende onderzocht wat het vervolg is geweest.
Kunstcentrum
In ieder geval zat in de loop van de jaren 80 een kunstcentrum, onder andere is bij het RAN een affiche te vinden voor de aankondiging van de tentoonstelling van de gouaches van Anton Coppens, van 10 tot 18 november 1984.
Ook heeft het Architectuur Centrum Nijmegen een tijdlang gebruik gemaakt van het pand.
Bairro Alto
Inmiddels zit al weer jarenlang Koffiebar Bairro Alto op deze locatie.
Westzijde van de Groote Markt rond de eeuwwisseling. In het midden de Kerkboog met de naastgelegen Vleeschhouwerij van H.M. van Benthem, geheel links de winkel in huishoudelijke artikelen van J.L.A. Goette. Op de achtergrond de Stevenskerk en -toren op het St. Stevenskerkhof, 1898-1902 (F25452 RAN)
In 1883 opent J.LA. Goette zijn nieuwe winkel aan de Grote Markt 17, naar ontwerp van architecten Giesing en Semmelink. Hij zal hier tot 1918 zijn winkel hebben.
Joannes Alphonsus Lambertus Goette: koperslager en winkelier
Overname door Joannes Goette (PGNC 30/4/1882)
In April 1882 doet Petrus Goette (zie Bijlage) zijn zaak in lampen, koper en blikwerken over aan zijn zoon Joannes, J.L.A. Goette (PGNC 30/4/1882). Hij zal 38 jaar de winkel voort zetten.
Zoon Joannes wordt bij het vertrek van Petrus “hoofd” op Groote Markt No 23. Het “blauwe potlood” heeft bij Aanmerkingen “No 17” geschreven. (Bevolkingsregister 1880)
Joannes In 1890 is Joannes “Koperslager en Winkelier”, met als adres Grootemarkt D No 17.
Hij trouwt met Johanna Valeria Elisabeth Bruning (16-3-1857 Woerden). Kinderen:
Gijsberdina Mathilda Maria (28-9-1887 Nijmegen) zij verhuist in de jaren 90 “I Bl 387”
Maria Petronella Valeria (9-8-1889 Nijmegen), zij overlijdt op 27-2-1890
Maria Valeria Arnoldina (12-11-1891 Nijmegen)
Joannes George Maria (27-6-1893 Nijmegen), hij overlijdt op 27-6-1894
Joannes Hendrik Maria (12-7-1894 Nijmegen), hij overlijdt op 6-3-1895
Detail: de winkel in huishoudelijke artikelen van J.L.A. Goette: Westzijde van de Groote Markt rond de eeuwwisseling. In het midden de Kerkboog met de naastgelegen Vleeschhouwerij van H.M. van Benthem, . Op de achtergrond de Stevenskerk en -toren op het St. Stevenskerkhof,1898-1902 (F25452 RAN)
Op 30-1-1883 vindt aanbesteding plaats van het “Afbreken en weder Opbouwen van twee Winkelhuizen aan de Groote Markt” door de architecten Giesing en Semmelink (PGNC 17/1/1883).
Het is nog onduidelijk in hoeverre de twee af te breken winkelhuizen de oude winkel van Goette is.
Aankondiging opening Goette Grote Markt 17 (De Gelderlander 26/10/1883)
Het PGNC schrijft:
“…Ook gisteren avond werd de Markt weder een schoon magazijn rijker, namelijk dat van den heer J.L.A. Goette, fabrikant in koper- en blikwerk en huishoudelijke artikelen. Naar de plannen van de heeren Giesing en Semmelink met veel smaak gebouwd, mag het met recht een sieraad voor de Markt genoemd worden, wat zeker nog meer het geval zal zijn, wanneer ook de andere helft van het gebouw zal voltooid zijn. Het is ons steeds aangenaam op dergelijke nieuwe inrichtingen te mogen wijzen en daardoor eene hulde te brengen aan den ondernemingsgeest van wakkere stadgenooten.” (PGNC 28/10/1883).
Vervolg
Goette is in het Bevolkingsregister 1900 eveneens “koperslager en winkelier” op Groote Markt 17. Hij zal 38 jaar winkelier zijn. Midden 1918 liquideert hij de zaak: hij houdt uitverkoop en de inventaris wordt verkocht.
Daarbij kondigt hij de verhuizing naar Bijleveldsingel 12 aan. Lang zal hij daar niet wonen: hij overlijdt op 14-1-1919 (Bevolkingsregister 1910). Maria overlijdt op 11-4-1919.
Uitverkoop Goette ivm liquidatie (PGNC 15/5/1918)
Verkoop inventaris Goette (PGNC 27/7/1918)
Verhuisbericht Goette (PGNC 31/7/1918)
De Gebr. Lampe zullen het pand overnemen en verbouwen. Uiteindelijk zal het gebouw in 1967 gesloopt worden om plaats te maken voor de Raiffeisenbank.
Advertentie koperslager Goette De Gelderlander 21/9/1862
Wanneer P.A. Goette met zijn zaak begonnen is, is nog niet bekend. De door mij eerstgevonden advertentie is uit De Gelderlander 4/10/1857 voor “moderateur-lampen”als “Fabrikant Lampist” . Daarnaast adverteert hij regelmatig olie (zie hiernaast)
Advertentie Goette moderateur lampen De Gelderlander 4/10/1857
.
Petrus Antonius Goëtte (3-10-1822 ’s Hertogenbosch) komt op 6-3-1851 naar Nijmegen naar Groote Markt Wijk D. No. 45. Hij is dan “koperslager”. Hij trouwt op 1-5-1851 met Maria Jansen (1830 Nijmegen). Zij hebben 2 kinderen:
Gijsbertina Maria Petronella (24-6-1852 Nijmegen)
Johannes Alphonsus Lambertus (24-10-1853 Nijmegen)
Ook in 1860 is hij “koperslager”. Joannes vertrekt op 30-12-1863 naar Oudenbosch (Bevolkingsregister 1860).
In 1870 is hij eveneens “koperslager”. Boven Wijk D. No. 45 staat er 23: het is onduidelijk of dit een verhuizing of de aanduiding van het huisnummer is. (Bevolkingsregister 1870).
Gijsberdina trouwt op 28-5-1879 en vertrekt vervolgens op 5-7-1879 naar Amsterdam.
Joannes staat in het Bevolkingsregister van 1870 weer op dit adres, zonder dat er een melding wanneer of van waar hij teruggekomen is. Mogelijk heeft dit te maken met de oproep voor de militiie van 1873.
Op 20 januari 1884 overlijdt Maria (geschreven als Janssen). Het “blauwe potlood” heeft de geboortedatum van Petrus veranderd naar (waarschijnlijk) 3 oct. Hij verhuist naar Ridderstraat Wijk C Nr 6, hij is afkomstig van Markt D 23. Het “blauwe potlood” heeft bij Aanmerkingen Nr 11 geschreven. (Bevolkingsregister 1880)
Hoek kruispunt Tweede Walstraat en Ziekerstraat met voormalige de Papaver (oktober 2024)
Op de hoek van de Ziekerstraat en Tweede Walstraat heeft meer dan 70 jaar de Drogisterij de Papaver gezeten. Zij opende haar deuren in 1927 en is in 2000 gesloten. Nog steeds herinnert de schildering “De Papaver” aan deze drogisterij.
Vooraf: Kapsalon van Raaij
Advertentie voor de Dameskapsalon van Raaij (De Gelderlander 22/12/1926)
Voordat de Papaver zich vestigt, zat Kapsalon P. van Raaij-Nass in het pand. Deze kapperszaak zat hier vanaf ongeveer 1918: PGNC 15/7/1926 noemt bij de opening van de Papaver 1918; er is een advertentie in PGNC 19/5/1916 dat P. van Raaj, Ziekenstraat 163 een “nette aank. bediende” vraagt.
“Een Kapperszaak.
De heer P. van Raaij, die reeds eenigen tijd zijne Kapperszaak en scheersalon overbracht naar het ruime pand Verl. Ziekenstraat 165, vlak bij de v. Welderenstraat, is door omstandigheden eerst heden met de inwendige inrichting daarvoor gereed gekomen. Een fraai eikenhouten toilettafel voor drie plaatsen kwam de nette inrichting completeeren, zoodat de heer van Raaij thans zijn cliëntèle naar den eisch bedienen kan. Voor deze buurt is deze nette inrichting een aanwinst.” (PGNC 29/7/1920)
In 1927 is de zaak verhuisd naar de St. Annastraat no. 221 (PGNC 4/5/1927). Daarbij is opvallend dat de kapsalon pas een jaar daarvoor intern verbouwd is, om naast de herensalon een dameskapsalon te openen (PGNC 15/7/1926).
1927 Drogisterij de Papaver
De Papaver Het kruispunt Tweede Walstraat en Ziekerstraat , met op de hoek Drogisterij De Papaver, gezien in de richting van het Mariënburg, 1984 (Ber van Haren via kn13381-38 RAN CC0)
In 1927 opent H. Vermeulen zijn drogisterij de Papaver. Bij de opening:
“Drogisterij “De Papaver”
Advertentie de Papaver (PGNC 14/5/1927)
In het perceel Ziekerstraat 165 hoek 2e Walstraat heeft heden de heer H. Vermeulen geopend de Drogisterij “De Papaver”. Frisch en kleurrijk als de bloem, welker naam zij draagt, is de nieuwe zaak. Het pand waarin tot voor kort de kapsalon van den heer P. van Raaij gevestigd was, is door de firma Olthof en van Benthem verbouwd. De firma Alex Pino te Rotterdam heeft voor een keurig winkelinterieur gezorgd. Het is uitgevoerd in Slavonisch eikenhout. De achtergrond van de stofvrije etalagekasten is van grijs laken, wat een fraai effect teweegbrengt. Vermelding verdient voorts een electrisch verlichte vitrine aan den voorkant van een der toonbanken. In de etalages vindt men drogisterij- en bijbehoorende artikelen te kust en te keur. Het geheel maakt een uitstekenden indruk. Het schilderwerk is uitgevoerd door de firma Andries Koster, de electrische verlichting door de firma Jean Jacobs, het kunstsmeedwerk door de firma Meijers-Ruiten.” (PGNC 13/5/1927)
1937 Verbouwing etalage ruimte
Verbouwing etalage ruimte (PGNC 2/3/1937)
In 1937 verbouwt de “Papaver” haar etalage ruimte:
“De bekende drogisterij “De Papaver” aan de Verlengde Ziekerstraat-hoek Walstraat, heeft inwendig een doeltreffende verandering ondergaan. De étalages zijn geheel omgebouwd en dieper gemaakt. De achterwanden van glas zijn nu geheel dicht gemaakt met wanden van fijn hout. De étaleur heeft nu ook alle gelegenheid daarvoor passende artikelen op te hangen aan den étalagewand.
De wanden zijn- dank zij een bijzondere constructie- nu makkelijk uitneembaar en kunnen naar gelang vorm en kleur der te exposeeren artikelen, ook een andere wandbekleding krijgen.
De achterzijde der wanden kan nu ook beter benut worden voor binnen-expositie van direct noodige artikelen.
Het geheel is uitgewerkt en uitgevoerd naar de adviezen van den heer Jannesse, terwijl de firma Ikalyn ( A. Keil), Bloemerstraat 99, de veel zorg vereischende betimmeringen op smaakvolle wijze uitvoerde.
“De Papaver” staat er nu weer als in een nieuwe binnentooi, welke de aantrekkelijkheid van den winkel verhoogt.” (De Gelderlander 5/3/1937)
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
1953 Interne verbouwing
Heropening van drogisterij De Papaver, 1953 (J.F.M. Trum via F56440 RAN CCBYSA)
Ook in 1953 vindt een interne verbouwing plaats. Bij de heropening adverteert De Papaver met “Ons nieuw interieur geeft een gemakkelijk overzicht in de verschillende afdelingen. Komt U zelf overtuigen!”
Vervolg
Noviomagus noemt dat de drogisterij eind 2000 uit het pand verdwenen is. Daar is tevens een foto te zien rond die tijd/begin jaren 0.
Momenteel (oktober 2024) zit Coef Men in het pand, een kledingwinkel voor mannen, sinds 2014. Dit was hun eerste winkel; momenteel heeft de zaak in 5 andere plaatsen vestigingen: Arnhem, Utrecht, Eindhoven, Leiden en in de Mall of the Netherlands in Leidschendam.
Aan de Molenstraatkerk hangt een zogenaamd Christusmonogram: ☧. Het is een ontwerp van Jan Vaes.
Christusmonogram
Het kruis staat voor X (Chi) en daarnaast de P (Rho). Dit is een afkorting voor ΧΡΙΣΤΟΣ (Christus); een andere interpretatie van het Christusmonogram is dat het staat voor het Latijnse Christus Rex (Christus (is) Koning).
Het monogram is bovendien een verwijzing naar het oudere wagenwiel.
Alfa en Omega
Daarnaast zijn de letters Alfa (Α) en Omega (ω) toegevoegd.
Alfa en Omega (Grieks: “το ‘Α’ και το ‘Ω'”) is een uitdrukking uit het christendom die de almacht van God symboliseert. Alfa en Omega zijn de eerste en de laatste letter van het klassieke (Ionische) Griekse alfabet.
In Openbaring zeggen God (in 1:8 en 21:6) en Jezus Christus (in 22:13): “Ik ben de Alfa en de Omega.” En Openbaring 2:8 noemt Jezus “de Eerste en de Laatste”.
Ook de gevel van de Mariakapel is door Vaes ontworpen (KOS).
Daarbij is interessant wat Universiteit Tilburg over een ander werk van Vaes vertelt: “Het muur reliëf is een voorbeeld van de ‘wandkunst’ (ook muurschilderingen en mozaïeken) die populair werd in de periode van wederopbouw in Nederland. Deze relatie tussen kunst en architectuur in de openbare ruimte werd beschouwd als een metafoor voor verbinding: tussen mens en omgeving, maar ook tussen het aardse en het hemelse.”
Jan Vaes
Johannes Cornelis (Jan) Vaes (7-4-1927 Den Bosch – 30-5-1994 Breda)
Jan Vaes maakt samen met Frans Verhaak in 1955 Apostelfiguren voor het Schippersinternaat aan de Weg door Jonkerbos. Zie De Gelderlander 4/3/1955 voor een afbeelding (en Katholiek bouwblad, jrg 22, 1954-1955, no. 13, 26-03-1955).
Een afbeelding van hem als lid van de Kunstvereniging de Zuiderkring is te zien op 19610280 Stadsarchief Breda. Hiervan was hij in 1953 een van de mede-oprichters.
Hij was vooral actief in ‘s-Hertogenbosch en Breda.
Gevonden werken Jan Vaes
Kapitelen en gevelkruis, kerk, Philippine, 1954; de kerk is mede-ontworpen door architect Siebers, die ook Molenstraatkerk heeft ontworpen (Katholiek bouwblad, jrg 21, 1953-1954, no. 26, 25-09-1954)
Hoofdaltaar, St. Barbarakerk, Breda, (ongeveer 1958); zijn vrouw Willy Vaes maakte het doek voor de achterwand van bisschopszetel (de Stem, 29-12-1958 en 8-1- 1959)
Binnenplaats Sint Maartenschool, Rijnauwenstraat Breda, 1976
Ook maakte hij de koppen voor de Reinaert optocht in Hulst in 1956, die Willy Vaes beschilderde (De Stem, 23-8-1956 met foto van de koppen in wording). Daarvoor maakt hij voor de optocht van 1961 nog eens 50 koppen (De Stem, 17-6-1961).
Vaes deed mee aan groepstentoonstellingen in het Van Abbemuseum (1957 Eindhoven) en het Stedelijk Museum (1958 Amsterdam). Daarnaast had hij onder ander solo presentaties in galerie Nieuw Perspectief in Amsterdam en Galerie Grafiker in Haarlem (NRC 3-6-1-994).
Daarnaast was Vaes docent modelboetseren aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch.
Jan Vaes overlijdt op 3-6-1994 op 67-jarige leeftijd. De dag voor zijn overlijden had burgermeester Nijpels van Breda een tentoonstelling van 15 kunstenaars in en om het huis van Vaes geopend, waaraan Vaes zelf ook meedeed.
Een van de 10 panelen met portretten van overledenen van het bombardement februari 1944 Emaushof (mei 2024)
Sinds september 2019 staan op 10 panelen de 800 mensen die gestorven zijn bij het bombardement van 22 februari 1944. Waar mogelijk is een portretfoto van de overledene, met daarbij de naam, geboorte- en overlijdensdatum.
Het initiatief kwam voort uit een tijdelijke tentoonstelling van panelen op Plein 1944, waar de 800 portretten hingen. Dit maakte diepe indrukking. Daarop wilde Nijmeegse 4&5 mei-comité, de werkgroep Oorlogsdoden Nijmegen, onderzoeker Bart Janssen en oud-journalist Rob Jaspers (Brandgrens-24) een permanente plek voor deze panelen.
De gemeenteraad steunde het initiatief. VerheesPlus Reclame maakte de panelen opnieuw voor een vriendenprijs: het was niet mogelijk om de oude te verwijderen zonder dat ze zwaar beschadigd waren geraakt. Aannemer van Tienen hing ze gratis op.
In een interview is Rob Jaspers blij met de locatie, om bezoekers van het stadhuis de panelen vanaf de hoofdingang onmiddellijk zien hangen. Daarnaast hangen de panelen op de locatie waar de school heeft gestaan, waar veel slachtoffers zijn gevallen. Het Gilde komt daarnaast tijdens hun rondleidingen langs deze plek.
Emaushof met 3 van de 10 panelen van overledenen door het bombardement van 1944 (mei 2024)
Lichtherinneringen
Tijdens de herdenking van het feit dat het bombardement 80 jaar geleden is, waren op een aantal plekken lichtherinneringen aangebracht. Een daarvan was de Emaushof. Met geprojecteerde foto’s en stemmen die fragmenten voorlazen werd deze smalle nog een meer indrukwekkende plek dan het al is.
Herinneringswand
Deze panelen is overigens niet de enige herinneringswand:
binnen in het stadhuis, bij de entree de Schommel, is een vitrine te zien. Op een golvende wand staan de namen en geboortedata van 763 Nijmegenaren. Op de vloer voor de wand liggen steentjes. Dit zijn dezelfde als gebruikt voor de Schommel van Henk Visch. De onthulling was in 2001 (https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/2357/nijmegen-herinneringswand)
Hier is tevens een drieluik te zien met foto’s van 24 tijdens het bombardement omgekomen kinderen.