Het zogenoemde Doodgravershuisje bij Begraafplaats Daalseweg; gebouwd in 1880 (volgens De Gelderlander 12-7-1972; kerkhof werd ingezegend 24-6-1885), afgebroken juni/juli 1972 (Evert F. van der Grinten via F79170 RAN CC-BY-SA)
Aan de Daalseweg ligt een van de bekendste begraafplaatsen van Nijmegen, ontworpen door architect Weve. In 1885 vindt de inzegening plaats. Vanaf 1948 werd deze grotendeels buiten gebruik gesteld, inmiddels lag hij al midden in de stad. Op de begraafplaats zijn veel bekende Nijmegenaren en oorlogsslachtoffers begraven.
Begraafplaats Daalseweg
De kerkbesturen van de 4 Nijmeegse parochies verzochten B en W op 6-9-1884 om een nieuwe begraafplaats te mogen aanleggen. Daarvoor waren 2 percelen bouwland gekozen, welke buiten de bebouwde kom lagen. Dit was sinds de invoering van de Begraafwet van 10 april 1869 een voorschrift voor nieuwe begraafplaatsen geworden.
Gemeentearchitect Weve heeft de begraafplaats ontworpen. Het eerste ontwerp werd echter door bisschop Godschalk afgewezen, daar deze te ‘frivool’ was. Op 11 februari 1885 schrijft hij dat “Deze teekeningen met hare sierlijke gebouwen en veelvuldige beplantingen al te prachtig en te weelderig” zijn. “Eene kerkhof behoort geen lusthof, maar eene heilige godsdienst ademende plaats te wezen […] alsmede eene sterile of onvruchtbare plaats te zijn”. Ook geeft hij aan dat “de uitvoering […] daarenboven veel te kostbaar geacht wordt”.
Op 24 juni 1885 vindt de inzegening door Mgr. A. Godschalk, bisschop van ’s-Hertogenbosch, plaats. De dag daarop vindt de eerste begrafenis plaats.
Ontwerp Begraafplaats
Een groep doodgravers (suisses en kosters) bij de begraafplaats aan de Daalseweg; de bovenste rij, tweede van links: Jozef Schippersheijn; meest links op de hoek Rijn Schippersheijn; rechts op de hoek Jan van Wijk; links naast Van Wijk de suisse van de St. Petrus Canisiuskerk (Molenstraatkerk) Th. Janssen en P.van Oosterhout van de St. Dominicuskerk ; voor suisse Th. Janssen staat Stal, suisse van de St. Augustinuskerk en daarnaast links Geertsen van de St. Franciscuskerk aan de Doddendaal.
Het ontwerp bestaat uit een geometrisch patroon, waarbij twee grote paden een kruis vormen. Op het kruispunt van deze paden staat een sokkel met een kruis, welke uit 1868 dateert. Langs de twee paden staan rode beuken, die dateren uit de jaren van de aanleg. Deze bloedbeuken verwijzen naar het vergoten bloed van Christus. Parallel aan de dit kruis lopen de andere, rechte paden.
Rijksmonument 522945 begraafplaats, kruiswegstatie V (Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen), Daalseweg 198, 2010 (Henk van Gaal via DF833 RAN CC0)
Tegen de westmuur staan vijf neogotische staties van een onvoltooide kruisweg.
Van rechts naar links:
eerste statie: “I STATIE/ JESUS WORDT TER DOOD/ VEROORDEELD”;
tweede statie: “II STATIE/ JESUS NEEMT HET KRUIS/ OP ZIJNE SCHOUDERS” en in de plint: “IN MEMORIAM/ Fam. FELET”;
derde statie: “III STATIE/ JESUS VALT TEN EERSTEN/ MALE ONDER HET KRUIS”;
de vierde statie: “IV STATIE/ JESUS ONTMOET ZIJNE/ LIEVE MOEDER” en in de plint: “IN MEMORIAM/ Fam. HAMER”;
op de vijfde statie: “V STATIE/ SIMON v. CYRENE HELPT/ JESUS HET KRUIS DRAGEN” en in de plint: “IN MEMORIAM/ Fam. F.Th.J.H. Dobbelmann”.
Op het hekwerk staan twee korte teksten: ”Zalig zijn de dooden die in den heer sterven” en ”het is eene heilzame gedachte voor de overledenen te bidden”.
Begraven personen
Bijeenkomst bij het door Oscar Leeuw ontworpen graf van toonkunstenaar Petrus Wilhelmus Jacobus Heydt (13/10/1858 – 28/5/1928) op de Rooms Katholieke begraafplaats, foto gedateerd 1929 (Fotopersbureau Gelderdlander via
F52910 RAN, auteursrechthouder J.F.M. Trum CC-BY_SA)
In totaal zijn er op deze begraafplaats 25.000 personen begraven. Ook liggen 300 slachtoffers van het oorlogsbombardement hier begraven.
De begraafplaats is daarbij “hiërarchisch” van opzet: Langs de paden van het kruispunt liggen de personen uit de “hoogste” klassen begraven. Hier zijn familiegraven te vinden van ondermeer Van Nispen tot Sevenaer, Van Nispen tot Pannerden, Dobbelmann, Terwindt, Veerkamp, Smulders, Randag, Van Rosendael, Bahlmann, Vroom, Dreesmann en Jurgens. Daarnaast liggen er kunstenaars, architecten en andere bekende personen begraven: Weve zelf, Willem Bijlard, Gerard Bruning, Gerardus Buskens, Willem Heijdt, Bernardus Joannes Claase, Cornelis Adrianus Ivens, Henri Leeuw Sr., Oscar en Henri Leeuw, H.A. Euwens, H.M.E. Huijbers, Lidi van Mourik Broekman, Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden en J.R. van der Lans.
Nijmegenaren uit lagere “klassen” werden aan de randen begraven.
Ruiming van de begraafplaats?
In de loop der tijd vond uitbreiding plaats door aankoop van een naastgelegen terrein en door ruiling van een strook grond. Daarnaast werd een aula gebouwd. In 1937 had de begraafplaats een oppervlakte van 31.310 m2. Intussen was de begraafplaats al omringd door de bebouwing van de inmidddels gegroeide stad. De begraafplaats zou in 1940 al gesloten worden, maar bleef tijdens de bezetting in gebruik. Vanaf 1948 werd de begraafplaats grotendeels buiten gebruik gesteld: door de oorlog was de begraafplaats zwaar beschadigd en bovendien waren er geen uitbreidingsmogelijkheden. Veel graven werden geruimd. Alleen in de familiegraven met eeuwigdurend recht konden nog overledenen worden bijgezet. In dat jaar werd het kerkhof aan de Winkelsteegseweg in gebruik genomen.
De aula met beheerderswoning werd in 1972 afgebroken. In de jaren 70 was de begraafplaats sterk verwaarloosd en waren er plannen voor nieuwbouw. Hierop kwamen ‘Stichting ter Behartiging der Belangen van Nabestaanden van Overledenen’ en de nieuwe ‘Werkgroep ‘t (te) behouden kerkhof’ in actie en met succes. In 1994 werd bepaald dat de begraafplaats niet geruimd mocht worden en vanaf 1995 is de begraafplaats weer in gebruik. De stichting en werkgroep zijn verder gegaan als stichting In Paradisum.
Rijksmonument
Beeld van treurende vrouw in de grafkapel van Carolus B.E. Veerkamp (1850-1902), Juliana F.B. Veerkamp- Dees (1818-1891) en Elisabeth A.M. Veerkamp – Terwindt (1853-1904) op de begraafplaats Daalseweg, augustus 2000 (Nico van Hoorn via D855 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Het complex is een Rijksmonument. Het begraafplaats bestaat uit: de aanleg, het hekwerk en de muur, de kruiswegstaties en de grafmonumenten van Heukelum, Veerkamp, Smulders, Randag en van Rosendael. De genoemde onderdelen zijn bovendien afzonderlijk een Rijksmonument.
Vanwege de funerair-historische en genealogische waarde van de graftekens (op lokaal/regionaal niveau);
Vanwege het kenmerkende laat 19de-eeuwse karakter van de aanleg en de graftekens;
Vanwege de gevarieerde collectie bomen en heesters deels van hoge ouderdom en/of zeldzaamheid;
Als goede afspiegeling van de Nederlandse Rooms-Katholieke grafcultuur uit de laatste decennia van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw;
Als herinnering aan de slachtoffers van het bombardement van Nijmegen op 22 februari 1944 en aan de andere oorlogsslachtoffers die hier liggen begraven.”
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
De Maria Geboortekerk is in opdracht van de Dominicanen gebouwd. Dit gebeurde in 3 fases:
1893-1894: een hulpkerk
1900-1901: vergroting met het huidige middenschip en zijbeuken
1921: vervanging hulpkerk door een transept, koor met zijkapellen en een sacristie. Daarnaast een nieuwe voorgevel met traptorens.
Zowel van het hulpkerkje als de vergroting van 1900-1901 was Johannes Kaijser (1842-1917) de architect. De derde fase werd gebouwd door zijn zoon.
Dit stuk gaat vooral over de bouw van 1900-1901. Daarbij was deze kerk bedoeld als ‘tussenkerk’. De vergroting moet de hoofdbeuk of het zogenaamde langschip gaan vormen van de definitieve kerk. Dan zal er een transept met priesterkoor gebouwd worden. Daarnaast zal de voorgevel nog “versterkt” moeten worden, met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte.
Deze verbouwing vond uiteindelijk plaats in 1921, door de zoon van Kaijser. De toren is er echter niet gekomen.
1894: Hulpkerk
De achterzijde van de Maria Geboortekerk, 1894 (F87883 RAN)
“De Inzegening der Bijkerk van Onze Lieve Vrouw te Nijmegen
Sinds geruimen tijd trekt de nieuwe bijkerk der Sint-Dominicusparochie de aandacht der talrijke wandelaars, die in deze zeldzaam schoone dagen langs het Hunerpark en de Singels genieten van de frissche lentelucht en het heerlijk natuurtafereel, dat zich dagelijks verder voor hun oog ontrolt. Inderdaad, het kerkgebouw is zulk een aandacht dubbel waard. Deels schilderachtig tusschen het groen verscholen, verheft het zijne hoogstijgende lijnen en streeft met een sierlijk, slank torentje ten hemel. Vooral van den Kerkhofweg gezien is de aanblik verrassend en bewijst, hoe dankbaar de XIV eeuwsche gothiek, in nationale grondstof uitgevoerd, zich leent voor onze kerkgebouwen. Het gedeelte, dat thans is afgeleverd, bestaat uit een achthoekig priesterkoor, twee achthoekig gesloten transepten en twee travées van de groote beuk. Eventueel kan dit middenschip met nog vijf travées worden verlengd en daarbij gesloten met een rijken voorgevel, door twee traptorens geflankeerd; de kerk zal den eene lengte hebben van 48 meters.
Treedt men het gebouw binnen, dan ontwaart men terstond, dat de decoratie zeer constructief is opgevat. Alle constructieve elementen, zooals colonnetten, pilasters, bogen, enz. zijn in schoonen baksteen gemetseld en gevoegd; terwijl de vlakken, welke geene constructieve functie hebben, witgepleisterd zijn. Dit rood en wit, gevoegd bij het zachtgroene licht, dat door het kathedraalglas naar binnenstroomt, geeft aan het geheel eene aangename, als het ware, kerkelijke tint. Het gewelf verheft zich tot eene hoogte van 15 meters, maar schijnt door de witte schildering nog hooger te streven; slechts enkele motieven daarvan zijn voorloopig sober in kleuren georneerd. Ieder bezoeker zal instemmen, dat de architect Kaiser uit Maastricht in de opvatting en uitvoering van zijn plan uitstekend geslaagd is, en tevens de nauwkeurige afwerking roemen van den heer W. van der Waarden, die als aannemer hier weder getoond heeft, waartoe Nijmegen in staat is.
Volgens afkondiging had hedenmorgen ten 9 ure de plechtige inzegening plaats van het nieuwe bedehuis; de plechtigheid werd verricht door den Weleerw. Pater A.P. van der Geest, pastoor der parochie, daarin bijgestaan door de geestelijken des kloosters. Tegen 10 ure zag men langs verschillende dreven de geloovigen samenkomen om het eerste H. Misoffer in het nieuwe heiligdom bij te wonen. De herder der parochie celebreerde, geassisteerd door de beide kapelaans, de Weleerw. Paters S. Grapel en H. van E.p. Na het Evangelie hield de Zeereerw. Pater J.V. de Groot, prior des kloosters, eene treffende toespraak tot de vergaderd menigte. Naar aanleiding van de woorden des psalms: In donum Domini ibinus, Wij zullen ingaan in het Huis des Heeren, verklaarde de gewijde redenaar, wat de Kerk is voor de Katholieken: zij is de woonstede Gods, zij is de zetel der zegeningen Gods. In weinige krachtige trekken schetste hij de verhevenheid van het Huis Gods tijdens het Oude Testament, om vervolgens langs Bethlehem en Nazareth te wijzen op den tempel van het Nieuwe Testament, die vooral hare grootheid ontleent aan het onbloedig Offer daar opgedragen, aan de tegenwoordigheid van Christus in het H. Sacrament. Dit verklaart de ware grootheid onzer christentempels, hetzij deze verborgen zijn in de catacomben, verscholen in schuren en zolders, of als heerlijke, prachtvolle kathedralen met hemelhooge spits luide aan de wereld verkonden den Emmanuel, den God met ons. Hierna zette de gevierde spreker uit een, dat de kerk de zetel is der zegeningen Gods, omdat de Verlosser der wereld, de Bron der genade, daar woont in de H. Eucheraristie, omdat de H.H. Sacramenten daar worden toegediend, omdat de mensch daar licht vindt in de duisternis, vrede in de onrust des gemoeds. Hartelijk wenschte hij den pastoor en de geloovigen geluk met dit nieuwe Huis Gods en bracht den edelmoedigen weldoeners zijn innigen dank. – Zooals men weet, is de bijkerk gebouwd van de giften, welke het katholiek Nijmegen vóór twee jaren, bij het zesde eeuwfeest van het Predikheeren-klooster, aan de Paters heeft aangeboden. Der kerk herinnert dus tevens aan den band, welke zes eeuwen van arbeid en strijd tusschen de kloosterlingen van Sint Dominicus en Nijmegen’s burgerij gelegd hebben.” (De Gelderlander 14/4/1894)
1900-1901: Lancet Style
Achterkant Maria Geboortekerk (door Havang (nl) – Eigen werk via Wiki commons CC0)
Waar zijn zoon Jules Kaijser met het voorportaal refereert naar de Franse vroeggotiek (reliwiki), lijkt Johannes Kaijser te refereren naar een vroegere periode: zoals in het krantenartikel staat weergegeven, is het gebouw geïnspireerd op de “lancet style”. Deze komt vooral voor in Engeland? Deze vorm is goed te zien aan de achterkant van het gebouw. De lancet style houdt in dat gebruik wordt gemaakt van spitsbogen en een verhoogde, slanke vensters, zonder maaswerk (joostdevree).
1901 Hulpkerk voor de Parochie van de H. Dominicus (D12.377927)
De Gelderlander schrijft bij de opening in 1901 een artikel. Vooralsnog weet ik (RE) nog niet waarom de kerk in dit artikel Onze-lieve-Vrouwekerk wordt genoemd:
“De Onze-lieve-Vrouwekerk te Nijmegen.
Tot niet geringe vreugde der katholieken die zich buiten de St.-Jorispoort gevestigd hebben, breekt weldra de langverbeide dag aan, waarop de nieuwe kerk haar deuren voor de geloovigen ontsluiten zal. Menigeen zal bij het binnentreden des heiligdoms verwonderd staan over het verrassend effect, dat de verbinding van den eersten bouw thans tot presbyterium bestemd, met het nieuwe gedeelte teweeg brengt. Er moest hier een niet te onderschatten moeilijkheid worden overwonnen, doch het vindingrijk genie van den bekwamen bouwmeester, den heer J. Kaiser, heeft glansrijk gezegevierd.
Schenken wij echter onze opmerkzaamheid den nieuwen aanbouw, die de hoofdbeuk of het zoogenaamde langschip zal vormen der definitieve kerk. Het plan immers bestaat om later een transept met priesterkoor, van grooter verhouding dan het thans bestaande, te bouwen en den voorgevel te versterken en te verfraaien met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte. Het nieuwe gedeelte is in zuiver dertiende-eeuwschen stijl (style Lancet) opgetrokken, in materialen grootendeels aan den vaderlandschen bodem ontleend. Vandaar is de kleurige baksteen, der roem onzer Waal-oevers, in allerlei verscheidenheid, op de meest sprekende punten gebezigd. Voor de handhaving van dit echt rationeel en traditioneel beginsel, kan men den architect niet anders dan lof toezwaaien.
Twee rijen slanke kolommen met sierlijke kapiteelen dragen het 10M. breede middenschip, dat krachtig omhoog streeft en zich ter hoogte van 22M., in stoute bogen, welft. De zijbeuken trekken de aandacht door hunne ruimte, welke vooral verkregen werd door de conterforten naar binnen te plaatsen. Deze laatste, als pilasters behandeld, breken tevens de muurvlakten, verhoogen door hunne rijke profileering het perspectief en bekoren het oog door hun wisselend spel van lijnen. Om de polychromie, die in zoovele kerken zwaar tegen de vochtigheid te kampen heeft, tot een klein gebied te beperken, d.w.z. gevoegd; slechts de gewelfvlakken zijn wit gepleisterd. Overigens is er, vooral buiten, niet naar versiering gezocht; de constructieve deelen van den bouw vormen de voornaamste ornamentatie. Blijkbaar is de architect van het denkbeeld uitgegaan, om een kerk te bouwen, die door soliede constructie, duurzame materialen en sobere versiering in de naaste toekomst geen zorg voor onderhoud of herstelling mag geven.
Met dit doel voor oogen is hij er tevens in geslaagd aan het geheele gebouw een werkelijk monumentaal karakter te geven.
Den heeren Gielen en Van der Pluim, de wakkere aannemers, wier namen reeds te Nijmegen gevestigd zijn, komt voor de uitvoering alle lof toe.
Moge het ondernemend Kerkbestuur der Sint-Dominicusparochie door de liefdadigheid der geloovigen weldra in staat gesteld worden om den bouw te voltooien; dit zal voorzeker de wensch en de bede zijn van alle geloovigen, die zich morgen (Vrijdag) naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk zullen begeven, wanneer het heiligdom door den zeereerw. Pastoor A.P. van der Geest plechtig wordt ingezegend.
De plechtige Mis wordt opgedragen om 10 uur, waaronder de predikatie gehouden wordt door den zeereerw. pater Van Hassel.” (De Gelderlander 5/7/1901)
Glas-in-lood ramen Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Dominicus Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Albertus Magnus door Jac Maris, 1948 Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Mariabeeld van Albert Meertens
Een Mariabeeld , geplaatst op het pleintje voor de Maria Geboortekerk, gemaakt in 1949 door Albert Meertens (14-12-1904 – 30-11-1971) uit Berg en Dal ; op de gevel van de kerk links het beeld Dominicus uit 1923 en rechts Albertus Magnus , gemaakt in 1948 door Jac Maris, 1949 (GN5272 RAN)
Beeld bij Maria Geboortekerk (september 2024)
Jezus zonder hand (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Inscriptie “aan Pastoor Dickmann 15 aug 1908-1948” (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Deze pagina verzamelt de artikelen die over de Dominicanenstraat zijn verschenen. Voormalig Klooster Dominicanessen Dominicanenstraat 6 Zie ook de herinnering…
Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen. Deze ging open in juli 1928. Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. In 1985 sloot het badhuis en werd het verbouwd tot theater.
Vanaf ongeveer 1900 onstonden in Nederland badhuizen: hier konden mensen tegen een (geringe) vergoeding een bad of “stortbad” (een soort douche) nemen. In deze periode was er meer aandacht gekomen voor het belang van hygiëne, gezondheid en levensstijl. De meeste badhuizen werden gebouwd in wijken met arbeiderswoningen, die meestal waren gebouwd zonder sanitair. De wekelijkse wasbeurt vond dan meestal plaats in een wasteil, waarbij een gezin zich achter elkaar in hetzelfde water waste en waarbij het water steeds een beetje grijzer werd.
Badhuis voor nieuwe woonwijk en Spoorbuurt
Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen welke in juli 1928 open ging. Tussen 1926 en 1930 ontstond in deze buurt een nieuwe woonwijk. Het badhuis was dan ook bedoeld voor de bewoners van deze nieuwe wijk en voor die van de Spoorbuurt, welke in 1925 gereed was gekomen.
Het gebouw was symmetrisch opgezet, met een gescheiden mannen- en vrouwenvleugel. Daarnaast had het een beheerderswoning op de bovenverdieping van het voorgebouw.
Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken, in een stijl met invloeden van de Amsterdamse School. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. Naast onderstaande is een omschrijving te vinden op de Rijksmonumentenlijst.
Bij de opening in 1928
Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen
De Gelderlander schrijft bij de opening:
“Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat – hoek Daalscheweg.
De inrichting.
Op een kruispunt van wegen werd het vierde, openbare badhuis gebouwd.
Het mocht niet te veel uit den band der omgeving springen, te midden van de nieuwstad van middenstandswoningbouw en volkshuisvesting der woningbouwcomplexen van Sant- en Koolemans Beijnenstraat.
Er spreekt zekers welstand uit dezen geheelen woonwijk en deze ligt ook in het nieuwe badhuis uitgedrukt.
Aan het pleintje komt de sobere, breed den hoek afdekkende voorgevel goed voor. Geen onnoodige tooi, maar sobere lijn siert den effen gevel, waarin alleen het gesmeed ijzeren opschrift van badhuis, dat bij avond op bijzondere wijze kan verlicht worden, op de bijzondere bestemming van dat gebouw wijst. Groen omringt den bouw en boomen zullen het achterhuis na verloop van tijd deels aan het oog onttrekken.
Binnen speelde gerief en hygiëne de hoofdrol.
Wat aan andere badhuizen te verbeteren viel is hier gebeurd.
De praktijk was hier een uitstekende raadgeefster.
Na binnenkomst door hoofdtoegang komt men in een kleine hall, vanwaar men dadelijk het controle-kantoortje van den badmeester nadert- deze geeft hier ook de baddoeken uit, welke hij in voorraad heeft, in een kamertje vlak naast de controle.
Mocht het druk loopen en dus alle beschikbare badgelegenheden bezet, dan vinden de bezoekenden ieder voor hun afdeeling twee prettig ingerichte wachtkamers- zalen zullen wij maar niet zeggen, wijl de ruimten daarvoor te gezellig zijn en toch modern geïnstalleerd.
Hier valt al dadelijk op, dat de bouwmeesters ook gezocht hebben naar harmonie en kleuren, naast die in lijn.
Van donkerrood en leiblauw en groen loopen de kleuren over in rose en lichtblauw en wit. In de vloerbedekking tot lambrizeering en verdere muurbedekking vindt met dezelfde kleurentoon.
En het is werkelijk een fraaie verbetering dat men hier de muren niet betegeld heeft, maar voorzien van rose en blauwige terrazzo wanden, op duurzame wijze smaakvol en vakkundig uitgevoerd door de Nijmeegsche Terrazzowerken Union, van den heer d’Agnolo.
Dan krijgt men de kern van het gebouw: de badhallen.
Het is een frissche, ruime zaal, met licht dak en zonneglas, dat het daglicht in vollen glans doorlaat.
Beide afdeelingen, zoo voor dames als heeren, zijn op gelijke wijze geïnstalleerd.
De badcellen zijn -geheel van elkaar gescheiden, met tot de afdekking doorgetrokken wanden, zijn hygiënisch en tegelijk voor het gemak der badenden ingericht en natuurlijk voorzien van warm- en koudwaterleiding en verder van het gerief, dat men in een model ingerichte volksbadkamer mag verwachten.
De douches zijn af- en steeds goed verwarmd, wijl in iedere afdeeling een kleine radiator der centrale verwarming is aangebracht. Voor zeepbakjes, kleerenkapstok, spiegeltjes, bankje, electrisch licht, doelmatige celafsluiting en waterafvoer, voor tijdklokken, voor alles is uitstekend gezorgd. En wat een heele verbetering mag genoemd worden, is dit, dat de damp niet in de cellen blijft hangen, maar onmiddellijk kan wegtrekken langs de tochtramen in het glazen dak. Deze ramen kunnen van binnen de badhallen heel makkelijk even geopend worden als dat noodig blijkt te zijn.
In de badkamers zijn hier de kuipbaden geheel in granito ingebouwd- wat voor de schoonmaak zeer bevorderlijk is.
De lichtkap is afgezet met celo-tex- een Amerikaansche product van riet- dat geen vocht aanneemt en voorkomt, dat de zoldering er onooglijk gaat uitzien.
De electrische lichtleiding is waterdicht- kan dus niet gaan roesten.
Eenige hygiënisch ingerichte W.C.’s zijn aangebracht.
In het sousterrein, ruim en luchtig, staat de centrale verwarming; twee verwarmingsketels van groot vermogen staan er opgesteld en daarnaast liggen twee groote bowls voor de watervoorziening. Het systeem van stoomverwarming wordt hier toegepast. Bovendien is het badhuis voorzien van eigen waschinrichting voor de benoodigde badhanddoeken, waarvoor een doelmatige electrische waschinstallatie is aangeschaft.
Hoe ingewikkeld het buizennet in een goed geoutilleerde badinrichting is, kan men hier eens goed waarnemen. Dit technische onderdeel, dat van veel beteekenis is, bleek volkomen in orde. Hier in den kelder kan de koud- en warmwater toe- en afvoer geheel genormaliseerd worden. In den kelder is ook de groote kolenbergplaats.
De badhuisbouwmeesters in onze stad houden van nieuwigheden en zoeken steeds het betere en zullen ook in de toekomst niet stilstaan, wanneer er correcties aan badhuizen kunnen worden aangebracht.
Dit vierde badhuis is alweer doelmatiger en prettiger ingericht dan de vorige- ook in dit opzicht toont Nijmegen vooruitgang en een voorbeeld te zijn voor andere plaatsen in soberen, practischen, degelijken bouw.
De directie van Gemeentewerken heeft eer van haar ontwerp, dat vakkundig is uitgevoerd door de Nijmeegsche aannemersfirma W.H. Hoes.
De warm- en koudwaterinstallatie benevens centrale verwarming is aangelegd door de N.V.G.W. Leentvaar’s metaalhandel, St. Annastraat. Het stucadoorwerk werd verzorgd door de firma C.J. Clemens, de electrische installatiedoor de firma H.W. Gest; het verfwerk door de firma H.J. Vrijaldenhoven; het lood- en zinkwerk door de firma W. Engelaar en het gesmeed hekwerk door de firma Gebrs. Jansen.
Om het badhuis ontwierp de afdeeling gemeente-plantsoenen een frissche groen- en plantversiering.
De Woningvereeniging Nijmegen, waaraan door het gemeentebestuur de exploitatie van dit model-badhuis werd overgedragen, zal ongetwijfeld de vele gebruikers van dit badhuis weten te gerieven.
De heer G.M. Bregonje is portier van dit badhuis, dat in een behoefte voorziet.
Heden en morgen is de badinrichting kosteloos te bezichtigen. Maandag wordt zij geopend.” (De Gelderlander 7/7/1928)
Tarieven
Tarieven Badhuis (PGNC 7/7/1928)
In juli 1928 plaatsen “Eenige bewoners, candidaat-baders” een ingezonden brief dat de prijzen van het badhuis te hoog zijn: “Een stortabad à f 0,15 en een kuipbad à f 0,30 is toch wel wat erg aan den hoogen kant, als men tenminste niet alleen voor zich zelf heeft te zorgen en er de weelde op na durft te houden van een middalmatig gezin om van een groot gezien nog niet te spreken. Een gezin van 5 personen zou nu aan ’t badhuis moeten uitgeven b.v. 3 stort + 2 kuipbaden = f 1,05 per week.” Daarbij lijken de goedkope dagen niet aan te sluiten bij de gebruikers: “De 1e helft der week toch is bestemd voor hen voor wie ’t bezwaarlijk is dan te baden, terwijl de 2e helft is gereserveerd voor hun die evengoed in ’t begin der week van ’t badhuis gebruik kunnen maken. Het waarom zullen wij niet nader uiteen behoeven te zetten.” (PGNC 9/7/1928)
In 1930: “In het badhuis aan de Kolemans-Beijnenstraat is in het afgeloopen jaar het gebruik der baden zoowel voor volwassenen als voor kinderen wederom belangrijk toegenomen. Het exploitatie-tekort bedroeg f 2.957,45 (PGNC 25/8/1931)
In het jaar 1931 was het gebruik van het badhuis aan de Koolemans Beijnenstraat wat verminderd, terwijl de overige juist qua bezoekersaantal waren gegroeid. Daarnaast steeg het exploitatie-tekort van f 2.057, 45 in 1930 naar f 3.006,40 in 1931. (Overigens kampten alle badhuizen met een tekort.) (PGNC 25/8/1932)
In 1935 is het bezoek ten opzichte van het jaar ervoor met 2.000 afgenomen. (PGNC 15/1/1936). Op 4-4-1936 worden de tarieven verlaagd, waarbij een 5 dagen per week een stortbad 7,5 cent kost. Eind 1936 blijkt dat “… zoowel wat het meerdere bezoek als wat het verkrijgen van betere financieele resultaten betreft, niet aan de gestelde verwachting beantwoordt.” “Nu het badhuis aan de Nieuwe Markstraat is gelsoten, ligt het in de verwachting dat de terugslag, welke het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat ondervond door de vestiging van het Sportfondsenbad, niet verder op het financiele resultaat van invloed zal zijn, daar speciaal de Vrijdagen en Zaterdagen zich weer in een druk bezoek aan dit badhuis mogen verheugen.” (De Gelderlander 14/12/1937)
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
De laatste jaren van het Badhuis
Begin jaren 80 is het Badhuisvolgens de Wijkkrant een “van de meest geheimzinnige gebouwen in Oost”. De meeste mensen hebben inmiddels een douche of bad. Het eigendom is nog steeds in handen van de gemeente, waarbij woningbouwvereniging “Nijmegen” het pand beheert.
In mei 1981 is het badhuis het enige in Nijmegen dat nog open is. Dan is het badhuis alleen nog op zaterdag open, waar ongeveer 50 mensen een douche of bad komen nemen: “Bezoekers zijn zowel jongeren, gastarbeiders als ouderen uit de buurt, die thuis nog geen douche of bad hebben.” Het beheer is in handen door een “aantal jongeren, die boven het badhuis wonen en de zaak schoonhouden.” En douche kost 70 cent, een (lig)bad 1 gulden. Een stukje zeep 30 cent. De directeur van woningbouwvereniging Nijmegen, de heer Lieber, is dan al voor sluiting en herbestemming: het gebouw wordt te weinig gebruikt en de (energie) kosten zijn erg hoog. Het zou beter zijn om mensen te laten douchen in het Sportfondsenbad. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1981)
Het artikel “Zaterdag – Dus in Bad” van Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982 geeft een mooie inkijk in de laatste dagen van het badhuis aan de Daalseweg: nog steeds is zaterdag de “topdag”: het is dan namelijk de enige dag dat het badhuis nog open is. Daarbij ben je direct aan de beurt. “Toch is het aantal bezoekers ook weer niet zo laag dat het aan te bevelen is om het badhuis te sluiten.”
Op dat moment is er het idee om de 8 uur dat het badhuis op zaterdag open is te verlagen naar 4 uur en de andere 4 uur gebruiken om een avond in de week open te gaan. Zo kunnen studenten ’s avonds na het sporten het badhuis bezoeken. De Woningvereniging is positief over het voorstel en wachten op het antwoord van de gemeente. “Omdat de Woningvereniging gelijk voorstelde het badhuis aan de Tulpstraat te sluiten en daardoor echt wel een duit in het zakje doet om de verliezen zo klein mogelijk te laten zijn vond ze dat wel gek. Ze hebben daarom het badhuis aan de Tulpstraat maar gesloten.” De Wijkkrant ziet het somber in: Nijmegen is op dat moment “plat zak”. “En dat houdt ook voor het badhuis een risico in. Ook het badhuis is één van die vele Nijmeegse instellingen die hopen het laatst aan de beurt te zijn.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982)
1985: Sluiting Badhuis en verbouwing tot theater
In 1985 werd het badhuis gesloten. Daarop verbouwden E.A. Hulstein en P. van Hontem tussen 1987 en 1988 het pand tot theater. Het exterieur bleef vrijwel geheel intact. De feitelijke badruimte werd verbouwd tot theaterzaal. De beheerderswoning werd het kantoor van het theater. Het dak van glasplaten van het achterste gedeelte kreeg een zinken dak.
Tussen 2002 en 2022 kwam Jeugdtheater Kwatta in het pand. In 2023 nam Theatergroep de Horde het pand in een gebruik: zij ontwikkelt en vertoont jeugdpodiumkunsten.
Rijksmonument
Het gebouw is sinds 2002 een Rijksmonument, met als waardering:
“Van architectuurhistorische waarde als een goed en vrij gaaf voorbeeld van een groot badhuis in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse School. Het badhuis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen en een bijzonder materiaalgebruik en ornamentering. Het badhuis heeft bovendien architectuurhistorische waarde omdat het als bouwtype zeldzaam is geworden.
Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een in dezelfde periode tot stand gekomen woonwijk en vanwege de markante ligging op een wigvormig terrein aan een plein waar vijf wegen samenkomen.
Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een historische ontwikkeling nl. het van gemeentewege oprichten van openbare badhuizen in uitbreidingswijken.”
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923 (Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)
Veel Nijmegenaren zullen dit gebouw kennen als de plaats waar ze hun eerste danspassen hebben geoefend bij Danscentrum Vermeulen. Daarvoor was het gebouw in gebruik bij het Jeugdhuis de Wedren. Oorspronkelijk is het pand echter gebouwd als “Kerkzaal” van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Het gebouw bestaat uit een grote zaal voor predikdiensten en grote vergaderingen. En daarnaast kleinere lokalen voor verenigingen en is er ene woning voor de godsdienstonderwijzer.
De eerste-steenlegging
Eerste steen hoek Bijleveldsingel (oktober 2025)
In januari 1923 besluit heeft het bestuur van de Vereeniging voor Evangeliatie “in samenwerking met een daartoe opgericht comité uit de Ned. Herv. Gemeente alhier besloten grond aan te koopen voor een te stichten kerkzaal aan den Bijleveldsingel. Het plan is deze zaal nog dit jaar te bouwen.” (PGNC 30/1/1923)
De “eerste-steenlegging” vond daadwerkelijk dat jaar plaats: op 12 September 1923. Daarbij werd een gedenksteen geplaatst door een dochtertje van ds. Posthumus Meijjes en een zoontje van ds. van Selms.
Bij deze plechtigheid namen een aantal personen het woord, onder andere: “de heer van Valkenburg, ds. Couvée, die indertijd den stoot had gegeven voor de oprichting van het dit gebouw, ds. Posthumus Meijjes als wijkpredikant en ds. van Selms als voorzitter der Evangelisatie-vereeniging.” (PGNC 13/9/1923)
Bij de opening
“De Kerkzaal aan den Bijleveldsingel.
Aan den Bijleveldsingel, hoek Hendrik Hoogersstraat, is verrezen een Kerkzaal van de Vereeniging voor Evangelisatie alhier. Het gebouw ligt daar op een fraai punt en zal, wanneer het uitwendig geheel voltooid zal zijn, daar wel een vriendelijken indruk maken. Inwendig is men met den bouw gereed gekomen en Vrijdagavond a.s zal de opening plaats hebben met een feestelijk samenzijn, waarin ds. Couvée en ds. van Selms het woord zullen voeren en een zangkoor zich zal doen hooren. De eerste godsdienstoefening wordt a.s. Zondag om 10 uur geleid door ds. Pothumus Meyjes; het zal, gelijk alle kerkdiensten, in het nieuw gebouw te houden, zijn een Lithurgische dienst.
De totstandkoming van deze Kerkzaal en de wijze waarop zij, met enorme offervaardigheid van velen, is geschied, is een verheugende uiting van protestantsch leven in onze stad. Zij is de bekroning van het streven, sinds vele jaren, van de Vereeniging voor Evangelisatie naar een eigen centraal gebouw. Bij den penningmeester, den heer Haspels, kwam op een inderdaad goeden dag een gift van f 2,50 binnen “voor een nieuwe Kerkzaal” en dit was feitelijk het begin van het grootse werk, dat met vereende krachten en met zoo verblijdend resultaat tot het einddoel heeft geleid. Nadien werd het bestuur geregeld verheugd met vrijwillige giften voor genoemd doel. Toen in 1908 de godsdienstoefeningen niet meer, zooals voordien het gebruik was, konden plaats vinden in de Harmoniezaal, werd besloten tot stichting van een eigen Kerkzaa. Van dat ogenblik af vermeerderden de bijdragen: ze beliepen van 1908-1920 f 1200 en in 1920, nadat de magere oorlogsjaren achter den rug waren, alleen f 12.000. Thans is het totaal der vrijwillige giften gestegen tot f 55.000, zoodat nog slechts een bedrag van f 25.000, verkregen door een 4 pct. Obligatieleening, noodig was om de kosten van den bouw, verwarming en meubileering, zijnde f 80.000, bijeen te krijgen.
Er werd een commissie benoemd, bestaande uit de heeren D.J. Haspels, J.J. Kok en D. Monshouwer, die de plannen voor het te stichten gebouw ontwierp en toezicht hield op den bouw, welke op zeer te loven wijze is verricht door den heer W.J.G. Knoops, aannemer alhier, die zich ’t vertrouwen, door de commissie in hem gesteld, in alle opzichten heeft waardig gemaakt. De eerste steen-legging geschiedde op 12 September 1923 door Harry Posthumus Meyes en Karel van Selms en thans is de Kerkzaal gereed voor hare bestemming, de versterking van het protestantsch geloofsleven te Nijmegen.
Wie door den hoofdingang op den hoek van den Bijleveldsingel en de Hendrik Hoogerstraat het gebouw binnentreedt, wordt in de royale vestibule reeds dadelijk getroffen door de frisschen tinten, den overvloed van licht en de gerieflijken, welke deze “Kerkzaal” zoo gunstig onderscheiden van de meesten kerken van ouden datum. Men vindt er o.a. garderobes en toiletten. In de zaal zelve wordt die prettige indruk nog versterkt. Wat den bezoeker het eerst opvalt is het woord uit Genesis 32: 26 “Ik zal u niet laten gaan, tenzij dat gij mij zegent”, dat in fraaie letters boven het spreekgestoelte is aangebracht. En tegelijkertijd komt een gevoel van warmte over hem door het kleurige en gezellige van ’t interieur met de tegel-lambrizeering, het mooie schilderwerk, glas-in-lood vensters en al hetgeen verder er toe bijdraagt dat hier binnentreedt zich aanstonds thuis en op zijn gemak gevoelt.
De Kerkzaal bestaat uit een hoofd- en twee nevenzalen, die evenwel kunnen worden vereenigd tot één groote zaal, welke dan 900 personen kan bevatten. Van elke plaats af heeft men uitzicht op het spreekgestoelte, waarboven de orgel- en koor-galerij gelegen is. Aan de overzijde van het spreekgestoelte bevindt zich, boven den ingang van de zaal, eene tribune, plaats biedende voor nog 40 personen. Het spreekgestoelte kan naar behoefte worden vergroot. Voorts is eene inrichting aangebracht voor het projecteeren van lichtbeelden.
Boven elken vleugel van de Kerkzaal zijn op de eerste verdieping twee zalen voor vergaderingen e.d. aangebracht, die eveneens tot één groote zaal kunnen worden samengevoegd. Een dezer vier zalen zal doorloopend in gebruik zijn bij de Chr. Jongemannen-Vereeniging. De toegang naar de boven-zalen zoomede naar de woning van den Evangelist, den heer J.C. van Gaalen, uit Gasselt, is in de vestibule.
De tweede toegangsdeur tot het gebouw is aan den rechterkant op den Bijleveldsingel. Hierdoor komt men in een bergplaats voor rijwielen, vervolgens in de leskamer voor het houden van catechisatie en, na een tuintje te zijn overgewandeld, in de achter het spreekgestoelte gelegen kamer voor het bestuur, waar de opgangen zijn naar dit gestoelte, de orgel- en zanggalerij en de daaraan verbonden Koorkamer met ruimte voor 40 zangers.
In het sousterrain bevinden zich een brandvrije archiefkamer, een kelder en de meters voor de gasverwarming. In alle zalen zijn n.l. groote gaskachels geplaatst, daar deze wijze van verwarming het voordeeligste werd bevonden en ook doeltreffender bleek te zijn dan centrale verwarming in verband met de behoefte om in elke lokaal apart te kunnen stoken. Onder den vloer van de groote zaal is er ruimte voor het opbergen van stoelen op de manier als dit in “De Vereeniging” onder het amphitheater geschiedt.
Bij den bouw is gerekend op een minimum van onderhoud. Er zit aan de ramen geen stukje hout, de drempels en trappen zijn van graniet, kortom, behoudens de vloeren en de verf op de muren kan men zeggen, dat het gebouw menschelijkerwijs gesproken niet te verslijten is. Het geheel getuigt dan ook van den praktischen zin van de ontwerpers van het bouwplan, die daarbij toch op zeer gelukkige wijze hebben voldaan aan de eischen van aesthetica.
Ook bij de godsdienstoefeningen zal in dit gebouw worden gebroken met de zoo vaak bekritiseerde wijze van collecteeren, in vrijwel alle kerken thans nog in zwang. Er zal n.l. worden gecollecteerd met een klein zakje, dat de kerkganger zelf doorgeeft aan die naast hem zit. Tenslotte vermelden wij nog, dat de volgende firma’s aan den bouw hebben medegewerkt: schilderwerk firma Frowein en Mom, electrische verlichting fa. L.A. Moll, verwarmingsinrichting fa.. Leentvaar, hardsteen fa. Godschalk, gebrand glas fa. Bilderbeek. Zij allen hebben keurig werk geleverd.” (PGNC 6/3/1924)
Een mooie foto van binnen uit 1959 is te zien op GN9729 RAN: “Zondagsschool in het Centraalgebouw voor Christelijke Belangen, in dit gebouw waar ook catechisatie werd gegeven, was ook de jeugdsoos Tetra gevestigd en had het Christelijk Nederlands Jongerenverbond er zijn vaste stek. Het gebouw werd ook wel jeugdhuis de Wedren genoemd. Nu in gebruik als danscentrum Vermeulen”
Een foto uit 1981 als Jeugdhuis de Wedren is te zien op F20141 RAN.
Wedren, op de achtergrond rechts de Wilhelminasingel en links de Waldeck-Pyrmontsingel, 1895-1900 (B. de Graaf via RAN F1903)
De Wedren is oorspronkelijk aangelegd als renbaan voor paardenraces, waar het ook haar naam aan dankt. In 1881 was deze aanmerkelijk groter dan wat tegenwoordig de Wedren heet. Tegenwoordig is het een parkeerplaats. Bij de Vierdaagse is het in gebruik als start- en finishplaats.
In 1881 verkrijgt Bert Brouwer een deel van het oud vestingsterrein in erfpacht: “Aan den heer L. A. Brouwer werd ten zuiden der stad 13 H.A. grond ad f 4,- per cA. en 3 H.A. in erfpacht ad/ 100,- ’s jaars afgestaan mits hij op het gereserveerde militaire terrein eene renbaan en eene buiten-societeit met terrein van vermaak aan den weg naar Groesbeek daarstelle. Voorts dat de verschillende bebouwing met villa’s en woonhuizen volgens kleurteekening plaats hebbe.” (Gemeenteverslag 1881). Op 2 Juni 1892 werd door de Arrondissementsrechtbank te Arnhem de erfpacht van een gedeelte der in 1881 aan wijlen L. A. Brouwer uitgegeven terreinen vestinggrond aan den Groesbeekschen weg (vroeger Wielrijdersbaan) weer ontbonden verklaard.
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
Op de bovenstaande kaart staat de Sociëteit de Vereeniging aan het Keizer Karelplein weergegeven. Daarboven ligt de wielerbaan en links daarvan de Renbaan. De Renbaan grenst aan de Oranjesingel en loopt door tot de Berg-en-Dalschestraat. Merk ook de grens van de militaire gronden bij de renbaan op.
Op 3 maart 1882 schrijft de Gelderlander dat “Door de ‘Nijmeegsche Bouwmaatschappij’, onder directie van den heer Bert Brouwer, is de aanleg aanbesteed van de groote internationale wedrenbaan; de aannemers, de heeren C. Eijkelen en W.J. Weijers alhier, zijn reeds met een groot aantal werklieden begonnen het terrein te slechten. De baan komt voor het grootste gedeelte te liggen op het door den Staat gereserveerde voormalige vestingterrein, ten zuiden en oosten der stad.
Zoo men zegt, zou de eerst groote wedren reeds in Junij a.s. gehouden worden.” (De Gelderlander 3/3/1882). Achteraan dit artikel staan de verslagen van de 3 paardenraces in 1882 en 1883 weergegeven.
Vervolg
Ruiters aan de Wedren, 1910 (F55882 RAN)
Eind 19e eeuw wordt het terrein gebruikt voor tentoonstellingen en feestelijkheden, zoals de Landbouwfeesten in 1893 (PGNC 6/7/1893). Op een later tijdstip werd het terrein ook gebruikt als exercitieterrein (PGNC 6/1/1939). In 1910 kreeg het de naam Julianaplein. In de Tweede Wereldoorlog werd het samen met het Julianapark hernoemd tot Centrumpark, wat op 19-9-1944 weer ongedaan werd gemaakt.
In 1955 werd de Prins Hendrikstraat door de Wedren aangelegd. In de loop der jaren werd het gebied steeds verkleind door bebouwing.
Overigens is de naam “Wedren” pas sinds 2011 officieel vastgesteld.
De Wedren als parkeerplaats; vanaf de Wedren staat rechts de voormalige meisjes Hogere Burgerschool (HBS) aan de Bijleveldsingel, 1978 (Gemeente Nijmegen via KN11197 RAN CC0)
Vierdaagse
Een burgergroep defileert tijdens de (eerste) vlaggenparade op de Wedren op de maandagavond voor de 28e Vierdaagse, 25/7/1938 (Fotobureau Gazendam via F40933 Publiek Domein Auteursrechthouder: KNBLO-NL)
De Wedren is bovendien de start- en finishplaats voor de wandelaars van de Nijmeegse Vierdaagse. Daarbij wordt ook een deel van het Julianaplein en het Julianapark gebruikt. Van 1938 tot 1950 werd hier tevens de Vlaggenparade, als opening van de Vierdaagse, gehouden.
Gladiolen bij het Vierdaagsemonument op het finishterrein op de vierde dag van de 91e Vierdaagse, 20/7/2007 (Kees Stunnenberg via DF1124 RAN tevens Auteursrechthouder)
Voordat de huidige schouwburg werd gebouwd, stond op dit terrein de concertzaal van Sociëteit de Vereeniging. In 1881 verkrijgt Lambertus Augustus (Bert) Brouwer een terrein om een renbaan en een sociëteit op te richten.
Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start)…
Bijlage: de paardenraces
De eerste race van 1882
En die wedstrijd kwam er inderdaad: op 15 juni 1882. In de tussentijd verschijnen nog een aantal aankondigingen:
De Nederlandse Harddraverij- en Renvereeniging looft een prijs van f2000 uit, mits de leden van deze vereniging vrije toegang hebben (PGNC 28/3/1882)
Verpachting de buffetten: Geïnteresseerden kunnen een prijsopgave doen voor 1 van de 3 buffetten, of voor alle 3 tezamen bij Bert Brouwer. Alle kosten zullen voor rekening van de pachter komen (PGNC 26/5/1882)
Aankondigingen van het programma. Daarbij vallen een aantal zaken op:
De Stad Nijmegen en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen stellen gezamenlijk een van de prijzen beschikbaar
Er zullen die dag extra treinen rijden (PGNC 9/5/1882)
Een voorbeschouwing: “Daar een wedren aan de toeschouwers meestal meer belang inboezemt als zij iets van de mededingende paarden weten, hoop ik tegelijkertijd dat het mij moge gelukken de algemeene belangstelling in de wedrennen te Nijmegen mogen verhoogen.” Hierna worden de deelnemende paarden besproken. (PGNC 7/6/1882)
Helaas regende het die dag. Dat weerhield duizenden bezoekers echter niet om de paarderennen te bezoeken:
“Nijmegen, 15. Juni.
De met zoveel verlangen te gemoet geziene, met zooveel zorg voorbereide Wedrennen en Harddraverijen, waaraan schatten ten koste waren gelegd om ze zoo luisterlijk mogelijk te maken, hebben heden alhier plaats gehad, ongelukkig echter onder geheel andere omstandigheden als door alle Nijmegen en door duizenden landgenooten en vreemdelingen gewenscht werd. Het weder dat in de laatste dagen steeds ongustig was en op alle toebereidselen, versieringen enz. nadeelig werkte, was in den afgeloopen nacht en den vroegen morgen weder zeer onstuimig, later iets minder, doch met bijna voortdurenden regen. Reeds vroeg stroomden desniettegenstaanden van alle kanten met de verschillende treinen en allerlei rijtuigen duizende bezoekers naar de stad, zoodat een ongekende drukte heerschte. Op de markt was rondom de groote gaslantaarn een rijke en smaakvolle versiering van groen en bloemen aangebracht. Ook de gaspyramide bij het Keizer-Karelplein was kwistig met bloemen getooid. Den heer J.J. Sormani, gediplomeerd bloemist alhier, komt hiervan de eer toe, en ware het weêr gunstiger geweest, zeker waren deze versieringen nog veel beter uitgekomen. Ook waren op den Stationsweg en den weg naar de renbaan en rondom het Keizer-Karelplein palen met vlaggen geplaatst, aan elkander verbonden door guirlanden van groen, wat echter veel minder van goeden smaak getuigde. Verder trekt de algemeene aandacht de versiering van de Plantenbeurs in het Hôtel der Wed. Bronkhorst en van het Café van den heer Hamerslag op de Markt.
De Wedrennen duurden van 12 tot 4 ure. Het weder was tamelijk goed, afgewisseld door enkele regenbuien. De verschillende wedloopen waren prachtig om te zien en alles liep zonder ongelukken af.” (PGNC 16/6/1882) Op 17 juni doet het PGNC vervolgens verslag van de festiviteiten.
Race september 1882
Op 30 september 1882 zal de 2e wedrennen plaatsvinden. 5 september verschijnt de weergave van circulaire in het PGNC: de rennen komen voor rekening van Bert Brouwer, die “de financieele uitkomst geheel voor zijne rekening neemt, waarlijk geen geringe risico, als men bedenkt dat behalve kosten van in orde making en afrastering van het terrein, renten van kapitaal, muziek enz. ad. p.m. f4000, aan prijzen wordt uitgeleefd de belangrijke som van f850, iets wat noodig is om de eigenaaren der beroemde renpaarden te bewegen zich weder op de Nijmeegsche renbaan te komen meten.” Brouwer heeft zich voorbehouden uiterlijk 21 september te beslissen of de rennen doorgaan en stelt zich “afhankelijk van de medewerking van Nijmeegs ingezetenen, in de eerste plaats van hen, die er direct belang bij hebben dat er door dit Volksfeest eenige duizende vreemdelingen binnen onze stad worden vereenigd.”
Daarop hebben enkele (rijke) Nijmegenaren een commissie opgericht om Brouwer prijzengeld aan te bieden. Nijmegenaren kunnen een vrijwillige bijdrage leveren. (PGNC 5/9/1882)
1883
De volgende races zijn op 19 mei 1883. Het PGNC geeft dan de berichtgeving van andere kranten door; het lijkt haar en/of de kranten zelf daarbij net zo veel om Nijmegen zelf als de paardenracen te gaan:
“Nijmegen, 21 Mei.
De verslaggever van het Handelsblad over de Wedloopen te Nijmegen schrijft o.a. dat de tribune geheel ledeig was en de vijftig rijtuigen, met een paar honderd menschen, niet in staat waren aan de middenterreinen een gezellig aanzien te geven. Ieder die bij de wedrennen tegenwoordig was, en zij waren bij duizenden te tellen, zal overtuigd zijn dat hier minstens genomen bij dien verslaggever aan eene vergissing moet gedacht worden. Ook zijne voorspelling dat men tot de ontdekking zal komen dat Nijmegen toch eigenlijk niet de plaats is voor dergelijke feesten, daar zijn uitmiddelpuntige ligging het voor de groote steeden te moeielijk bereikbaar maakt (wat geeszins het geval is) hopen wij dat niet moge uitkomen.
De Amsterdammer denkt er geheel anders over en eindigt zijn verslag als volgt:
“Indien de bewoners van ons vaderland eindelijk eens open oogen krijgen voor het natuurschoon dat het land hunner geboorte aanbiedt, laten zij eens bij gelegenheid een wedren komen bijwonen te Nijmegen; de paardenliefhebber zal aldaar zeker zijn hart kunnen ophalen, maar ook zij die gevoel hebben voor lieflijke natuurtooneelen, voor bosch, berg, heuvel en dal, zullen de herinnering met zich mededragen aan een rein en zuiver genot, dat men zoo zelden smaakt in de vlakke beemden van Holland.”
Ook uit het Utrechtsch Dagblad laten wij hier met genoegen een gedeelte van het verslag der wedrennen volgen: ‘Het fatum, dat op de Nijmeegsche wedrennen in 1882 drukte, heeft ze in het voorjaar van 1883 verlaten; het weder, dat in de laatste dagen vooral voor de renbaan uitnemend was, bleef ons heden getrouw. Het was prachtig, vooral voor paarden. Feestelingen waren van alle zijden toegestroomd langs de talrijke verkeerswegen, die op het aloude Noviomagum uitloopen, waar al die gasten welkom waren en hartelijk werden ontvangen, al was de stad niet versierd en waren slechts hier en daar vlaggen uitgestoken. Evenals ten vorige jaren schitterde de prachtige, nieuwe wijk rondom het vorstelijke Keizers-Karelsplein, dat sedert door een fraaien aanleg een geheel ander aanzien heeft gekregen, nu weder in al haar vroolijke schoonheid en wekte de bewondering van allen, die zich naar het nabijgelegen prachtige renperk begaven, hetwelk thans van lieverlede tot een der uitmuntendste renbanen is geworden. Met de oude stad uit een Neurenberger speeldoos op den achtergrond en omzoomd door de fraaie nieuw-modische villa’s en deftige huizen, welke door de heer Bert Brouwer in de plaats der oude vestingwallen deed verrijzen, was ten 1 ure de menschenmassa rondom de baan verzameld, luidde de klok voor den eersten wedstrijd en spitsten allen de aandacht op het bord, dat aanwees, wie ten strijde bereid waren en wie reeds vooraf den moed hadden verloren.” (PGNC 22/5/1883)
Franciscus van Broeckhuijsen was een aannemer, die daarnaast ook zelf panden heeft ontwikkeld. Waaronder een aantal panden aan de Dominicanenstraat, op de percelen naast zijn eigen huis.
Een lezer schreef: “Heb je toevallig meer informatie over de F van Broeckhuijsen. Ik weet verder niet heel veel over deze architect alleen dat hij naar mijn mening 3 mooie werken heeft geleverd.
Uit de tot nu toe gevonden gegevens lijkt van Broeckhuijsen vooral aannemer te zijn geweest. Wel zijn inmiddels een aantal bouwtekeningen gevonden, waarbij van Broeckhuijsen (waarschijnlijk) de architect is geweest: zijn naam staat althans op de tekening.
Deze pagina zal in de loop der tijd worden aangevuld, waarbij gefocust zal worden op de panden die van Broeckhuijsen zelf heeft ontworpen.
Franciscus van Broeckhuijsen
Franciscus van Broeckhuijsen Dominicanenstraat 153 (Bevolkingsregister 1910)
Franciscus van Broeckhuijsen is geboren op 2-7-1854 te Winssen. Zijn ouders zijn Michiel Franciscus van Broeckhuijsen, zonder beroep en Petronella Croonen (OpenArchieven)
Op basis van de bouwtekening D12.377958 (voor Dominicanenstraat 137, zie hieronder) blijkt van Broeckhuijsen in ieder geval in 1901 al op de hoek van de Dominicanenstraat en de van Nispenstraat te wonen. Ter rechterzijde is er alleen een verwijzing naar het “R.K. Kerkhoff”.
Op 19 juli krijgt Broeckhuijsen een voorwaardelijke hinderwetvergunning voor: “ 19 Juli, voorwaardeliik aan F. van Broeckhuijsen, ten behoeve zijner timmerinricbting in het perceel Dominicanenstraat no. 153, kad. bek. Hatert, sectie A, no. 3874” (Gemeenteverslag 1910) … “eene door elektriciteit gedreven inrichting voor houtbewerking” (PGNC 23/7/1910)
Het gezin bestaat dan uit:
Franciscus van Broeckhuijsen (2-7-1854 Winssen – 13-3-1917), zijn beroep is dan “timmerman”
Antonetta Bernulij (11-5-1852 Druten), zijn vrouw
Petronella Helena (20-4-1887), dochter. Zij komt op 28-7-1900 naar Nijmegen vanuit Vlijmen en zal op 18-6-1919 vertrekken naar Druten
Egilius Petrus (2-6-1888), zoon. Hij heeft als beroep “timmerman” en trouwt op 29-7-1919
Dominicanenstraat
Van Broeckhuijsen zal in de beginjaren van 1900 een aantal panden bouwen op de nog lege ruimte tussen de panden van Lamers en zijn eigen huis op Domicanenstraat 153:
Dominicanenstraat 137
Dominicanenstraat 141
Dominicanenstraat 143-147a
Daarbij lijkt in ieder geval voor nummer 137 een “eigenaar” in de vorm van bakkerij Bernards; Domicanenstraat 139 is niet door van Broeckhuijsen uitgevoerd. Mogelijk zijn de nummers 141 en 143-147a voor eigen rekening gebouwd.
Dominicanenstraat 137 Bakkerij Bernards
Bouw van een winkel bakkerij en woonhuis Dominicanenstraat 137 (D12.377958)
Op 2-2-1900 heeft de gemeente het verzoek ontvangen voor de “vergunning tot het oprichten van eene bakkerij op het perceel aan de Domicanenstraat, kadastraal bekend Hatert, Sectie B, no. 23?6”.
De eigenaar is dan J.A. Bernards, de “uitvoerder” F. van Broeckhuijsen.
De deur links is de opgang naar een bovenwoning (zie hieronder). Daarnaast bevindt zich de winkel van de bakkerij, met de ingang in het midden. De winkel beslaat slechts een klein deel van de oppervlakte. Daarachter bevindt zich het woongedeelte en een open plaats.
Weer daar achter is de feitelijke bakkerij met bakkerij oven en tenslotte een kleine tuin.
Bouw van een winkel bakkerij en woonhuis, Dominicanenstraat 137, Eigenaar J.A. Bernards, uitvoerder F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 26-1-1900 (D12.377958)
In het Adresboek van 1901 komt J.A. Bernards, broodbakker, voor op Dominicanenstraat 137. Afgaande op het Bevolkingsregister van 1910 had Bernards een groot gezin. Daarbij blijkt uit bouwtekening dat D12.377958 zowel de begane grond als de eerste verdieping een keuken heeft: was de bovenwoning in gebruik door een (deel)gezin van Bernards?
Familie Bernards, Dominicanenstraat 137, Bevolkingsregister 1910
In een advertentie van 1924 is het nog “Electr. Brood- en Beschuitbakkerij J. A. Bernards” (De Gelderlander 30/1/1924); in 1932 woont J.A. Bernards inmiddels op Hobbemastraat 28 en komt L.J.G. Bernards, bakker, voor op de Domincianenstraat. In De Gelderlander 26/7/1946 (advertentie voor de aankondiging van de vakantie voor bakkers) is het L. Bernards.
Dominicanenstraat 141
Bouwen van benedenwoning en bovenwoning, Dominicanenstraat 141, eigenaar F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 29-6-1900 (D12.377956)
Dominicanenstraat 143-147A
Bouw 2 boven- en 2 benedenwoningen, Dominicanenstraat 143-147a (huidig), F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 24-03-1903 (D12.378472)
Het blijkt dan om de percelen Sectie A No 2399 en 2400 te gaan (D12.382135)
“Op 24 maart 1903 werd aan F. van Broeckhuijsen vergunning verleend voor de 2 Boven- en 2 Benedenwoningen in de Dominicanenstraat” (huisnummers 143 t/m 147A) (Rob Essers op Noviomagus).
Postkantoor
1899 Dorpsstraat 16/18 Hees
Op Noviomagus.nl staat de bouwtekening weergegeven van de “Dorpsstraat 16/18” in Hees, welke in 1899 is gebouwd. Hetzij direct gebouwd als postkantoor, hetzij dat het pand al spoedig in gebruik is genomen als postkantoor. Op Noviomagus staat veel informatie over dit gebouw met daarbij een aantal foto’s.
Groesbeeksedwarsweg 175-183
Op de bouwtekening staat F. van Broeckhuijsen weergegeven. (D12.378526, Datum bouwdossier 14-7-1903, datum tevens in verso weergegeven op de tekening).
Bij de aanleg van de huisriolering (D12.383214, datum bouwdossier 12-11-1912) staat op bouwtekening “De Eigenaar F. van Broeckhuijsen” weergegeven. Het betreft “Gemeente Hatert, Sectie A 3266-3267-3268-3269-3460-3461-3462”
Daarnaast zijn een aantal vermeldingen gevonden, waarbij nog niet duidelijk is welke panden het betreft en welke rol van Broekhuijsen heeft gehad:
Aanvraag Bouwvergunning voor Dommer v. Poldersveldtweg- 4 Arbeiderswoningen (Gemeenteverslag 1901)
St. Geertruidastraat. 1 Met pakh en werkpl. (Gemeenteverslag 1902)
In april 1902 heeft van Broeckhuijsen de Bloemkwekerij “Koninginnelaan” gelegen onder Nijmegen en Hees aan de Voorstadslaan groot 54.84 A” voor f6400 gekocht (PGNC 23/4/1902). Waarschijnlijk/mogelijk relateert deze koop aan de bouw van de woningen op Voorstadslaan 51-53
Deze pagina verzamelt de artikelen die over de Dominicanenstraat zijn verschenen.
Vanaf de Berg en Dalseweg in de richting van de Daalseweg. Rechts de St. Canisius MAVO in het voormalige St. Vincentiusklooster, dat later plaats maakte voor het appartementencomplex de Dominicaan, 1987 (Anton van Roekel via F67261 RAN CCBYSA)
Tegenwoordig zit hier sinds 1994 de Vrouwenschool. De geschiedenis van het klooster en de Vrouwenschool is te lezen op haar site.
Achterzijde van het St. Vincentiusklooster met de kapel en de tuin van de Dominicanessen van de Congregatie van de Heilige Catharina van Siena uit 1904 van architect W.J.H. van der Waarden (Nijmegen, 15/11/1860 – Nijmegen, 25/09/1930), Dominicanenstraat, 1929-1931 (Brinio via F89865 RAN)
Dominicanenstraat 1
Vanaf (ongeveer) 1972 zat de SP jarenlang op Dominicanenstraat 1. Zie voor haar geschiedenis de site van de SP. En een interview met Hans van Hooft Sr. op Nijmegen-Oost; en een interview met Sr. en Jr. op Binnenlands Bestuur.
In dit gebouw zat in ieder geval in jaren 70 de PTT, zie de foto uit 1977 op F17188 RAN. Tegenwoordig (oktober 2024) is het gebouw deels in gebruik door Studentenhuisvesting, deels door Kinderopvang KION.
Franciscus van Broeckhuijsen was een aannemer, die daarnaast ook zelf panden heeft ontwikkeld. Waaronder een aantal panden aan de Dominicanenstraat, op de percelen naast zijn eigen huis.
Kruidenierswinkel op de hoek van de Daalseweg (rechts) en de Dominicanenstraat (links), 1934-1938 (F88027 RAN)
Een mooie foto van Rijwielzaak van Sloos (eigenaar A.T. Evers) uit 1979 is te vinden op F16247 RAN.
Dominicanenstraat 42
… voor het bouwen van een Woonhuis met boven Woningen Heer W.(?) G. Berkhof, Dominicanenstraat 42, datum bouwdossier 1-1-1897 (D12.377704)
De bouw tekening van Dominicanenstraat 42 heeft als datum bouwdossier bouwdossier 1-1-1897. De opdrachtgever is W.G. Berkhof(f).
Helaas is de naam van de uitvoerder niet goed te lezen:
10 dubbele woningen
Op 3-9-1897 vindt de aanbesteding plaats van 10 dubbele woonhuizen aan de Dominicanenstraat door de bouwkundige M. Louman, Hugo de Grootstraat 63. De laagste inschrijving was f 30725 door J.C. Kropman (PGNC 5/9/1897).
Momenteel is nog onbekend welke woningen dit zijn.
Marinus Louman
Marinus Louman is geboren op 16-1-1861 in Zwolle. Hij vestigt zich op 8-9-1894 vanuit Roermond op Hugo de Grootstraat 63. Zijn beroep is dan “Teekenaar”.
In het Adresboek 1895 en 1896 komt hij voor als tekenaar op Groote straat 92. In het Adresboek 1898, 1899 als bouwkundige op de Hugo de Grootstraat. Ook staat hij in 1899 onder de kop “architecten” en in 1901, 1902 onder “architecten en bouwkundigen”, in 1903 “architecten, bouwkundigen en teekenaars”.
In 1901, 1902 is zijn adres Hugo de Grootstraat 77 (wat mogelijk een hernummering is geweest); in 1903, 1905 Vondelstraat 64.
Hij is getrouwd met Johanna Sophia Loman (9-3-1862 Tiel); in de De Gelderlander 13-5-1896 en De Gelderlander 19-5-1896 staat het bericht dat ze in ondertrouw zijn gegaan. (Dan als L. Louman, maar dat zal een zetfout zijn). Als beroep staat “bouwkundige”. Zij vestigt zich op 3-7-1896 vanuit Tiel.
In De Gelderlander 1/4/1940 is een “Keurig Bovenhuis” te huur. “Suites, 4 slaapkamers, keuken, kelder, berging, voor- en achterbalcon. F27.50 per maand – Bevragen: Museum Kamstraat 60, Nijmegen”.
Pater Brugmanstraat 47
Naam
Beroep
Adresboek
S. Figee
Adj. ingen. S.S.
1916, 1918
A.A. v.d. Kallen
Directeur, Hoofdredacteur van “de Gelderlander”
1920
J.F.M. Banens
1922, 1926, 1928
Mej. J.L.C.M. Dooren
Verpleegster
1932, 1934
L.E. Verspoor
1948, 1951
J.P.E. van den Bongard
Maatsch. werkster
1959
In PGNC 25/2/1919 staat “een Heerenhuis, hoek Pater Brugmanstraat 47” te koop. “Te bevragen: Barbarossatr. 85”. Dit is dan het adres van W.H. Thunnissen (Adresboek 1920). Of dit betekent dat Thunnissen de voorgaande jaren eigenaar van het pand is gebleven en het huis/de huizen verhuurde of dat hij slechts het adres voor inlichtingen is, is niet bekend.
In de Gelderlander 15/6/1932 adverteert Mevr. Margry, Pater Brugmanstraat 47 met “Voor Dames en Families, Logies met ontbijt”. Waarschijnlijk was in ieder geval op dat moment het pand een pension, waar mej. J.L.C.M. Dooren woonde.
Gevel Pater Brugmanstraat: Ontwerp voor het bouwen van twee Heerenhuizen- een Onder en Bovenhuis en een Bovenhuis waaronder Bergplaats, datum tekening mei 1915 (D12.384932)
Voormalige De Gruyter, Mariaplein-hoek Berg en Dalseweg (september 2024)
Het gebouw is ontworpen door architect Willem Gerhardus Welsing, (Arnhem, 14 december 1858 – aldaar, 1 januari 1942). Zie voor een beschrijving van Welsing wikipedia.
In 1906 had architect Welsing zijn eerste winkel gebouwd voor de Gruyter aan de Bovenbeekstraat in Arnhem. Het pand is tegenwoordig Rijksmonument. Daarna werd hij huis-architect, waarbij hij de nodige winkelsk, fabrieken en huizen voor de familie de Gruyter zou ontwerpen. (https://www.hendrickdekeyser.nl/architecten/willem-g-welsing)
“De WINKELWONING is gebouwd in 1919 in opdracht van de firma P. de Gruyter & Zn. door W.G. Welsing in een stijl die invloeden vertoont van Art Deco. De Arnhemse architect Welsing ontwierp in 1906 in Arnhem zijn eerste winkelpand voor het kruideniersbedrijf De Gruyter. Daarna werd hij de huisarchitect van De Gruyter.
Van 1915 tot 1925 werkte het architectenbureau van Welsing alleen maar voor De Gruyter. Het meest opvallende aan het pand en typerend voor de verschillende vestigingen van De Gruyter is het gebruik van de blauw en goud geglazuurde tegels in de omlijsting van deuren, vensters, pui en borstweringen. De tegels werden volgens een bepaald procedé vervaardigd in Frankrijk. In het interieur is achter een wand van gipsplaten het figuratieve tegeltableau op de achterwand van de winkel bewaard gebleven.” (Rijksmonumentenlijst, met een uitgebreide beschrijving)
In Nijmegen kennen we Welsing in ieder geval nog van:
Hoewel de geschiedenis van dit gebouw nog niet uitputtend is onderzocht, is er in ieder geval in 1937 sprake van een verbouwing:
“Verbouwing Firma de Gruyter aan het Mariaplein
Het interieur van het filiaal der fa. P. de Gruyter aan het Mariaplein heeft een grondige vernieuwing ondergaan. Nieuwe vloeren zijn aangelegd, nieuwe koperen voorraadbakken aangebracht, nieuwe toonbanken geplaatst, kortom het oude is niet meer te herkennen. Ongetwijfeld heeft de firma door deze vernieuwing haar belangen en die harer cliënt1ele een goeden dienst bewezen.
Vooral de omwonende huismoeders raden wij aan deze verandering eens gauw te gaan bewonderen.
De verbouwing geschiedde door de fa. de Groot, v. Welderenstraat, terwijl de fa. Vreeman, v. Welderenstraat, zorgde voor de electrische installatie.” (De Gelderlander 4/11/1937)
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering:
Links de Gruyter: Vanaf het Mariaplein zien we een tram op de Berg en Dalseweg en links op de hoek het winkelpand van kruidenier de Gruyter ; rechts begint de Dominicanenstraat, 1925-1935 (F93205 RAN)
“WINKELWONING uit 1919 in opdracht van de firma P. de Gruyter & Zn. door W.G. Welsing.
Van architectuurhistorische waarde als een in exterieur goed en gaaf voorbeeld van een winkelwoning met Art Deco-invloeden met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een bijzondere hoofdvorm, een rijke ornamentatie en bijzonder materiaalgebruik. De winkelwoning is bovendien van belang als onderdeel van het oeuvre van architect W.G. Welsing, die in de periode 1915-1925 alleen voor De Gruyter bouwde.
Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging aan het stervormige Mariaplein, een belangrijk stedenbouwkundig onderdeel van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan dat werd uitgevoerd na de afbraak van de vestingwerken en is gebaseerd op de ontwerpen van Bert Brouwer. Het pand ligt binnen het beschermde stadsgezicht.
Van cultuurhistorische waarde vanwege het uiterlijk en de bestemming, welke verbonden is met een economische en culturele ontwikkeling nl. de bouw van De Gruyter kruidenierszaken door heel Nederland door één architectenbureau, dat daarbij overal een herkenbare stijl hanteerde met onder andere een gevelbekleding van geglazuurde tegels.”
Waar vroeger Sportfondsenbad Oost was verkoeling bracht, ligt er nu het Truus Mast park voor vergroening van de wijk van Altrade. Bij haar opening in 1937 was het het eerste overdekte zwembad van Nijmegen. Na de sloop van deze zweminrichting kwam hier het Truus Mastpark, vernoemd naar de 15-jarige kassière die was omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Sportfondsenbad
Het Sportfondsenbad., van Beethovenstraat 6, 1938 (F15026 RAN)
Het Sportfondsenbad Oost ging open op 20 februari 1937, het eerste overdekte zwembad van Nijmegen. Daarvoor waren Nijmegenaren aangewezen op het Waalbad, een openluchtbad in de Waal.
In de jaren twintig werd al regelmatig gesproken over een overdekt bad, zonder resultaat. In de jaren dertig ging de discussie vooral over de vervanging van het versleten Waalbad. Dit zou een openluchtzwembad binnen de stad moeten zijn. Buiten de stad waren al wel andere zwemmogelijkheden.
Doordat de gemeente geen initiatief nam, richtten een aantal mensen de N.V. Sportfondsenbad Nijmegen op. Deze had tot doel een overdekt zwembad te realiseren door het bedrag door een grote groep mensen bij elkaar te laten sparen. Dit was een constructie naar Amsterdams voorbeeld. Daarop stelde de gemeente zich garant voor rente en aflossing van de lening, waardoor de bouw in 1936 kon beginnen.
Het Sportfondsenbad in Nijmegen-Oost, jaren 30 (KN11564-30 RAN)
Het bijzondere aan het zwembad is, dat het schuifdak open kan. Hierdoor werd het binnenbad op zomerse dagen een buitenbad. Aanvankelijk was ook sprake van een permanent openluchtbad, maar deze plannen werden vooralsnog uitgesteld. Een mooi verhaal over de geschiedenis van dit zwembad is te vinden op Noviomagus, geschreven door Jaap Mooi, die het zwembad van 1968-2000 leidde.
Oorlog
Zoals Jaap Mooi vertelt, was het zwembad in gebruik door Duitse soldaten en onderduikers. Zo vertelt hij hoe onderduikers boven het plafond zaten, terwijl enkele meters onder hen de Duitsers aan het zwemmen waren.
Ook werd het in de oorlog gebruikt als schuilkelder.
Na de oorlog
Wethouder Th. Peters van sportzaken biedt de acht miljoenste zwemmer in het Sportfondsenbad te Nijmegen een cheque aan, 8/10/1969 (Fotopersbureau Gelderland via F52209 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Het zwembad was niet alleen een plek waar mensen leerden zwemmen; het was ook een belangrijke ontmoetingsplek.
In 1969 kreeg Sportfondsenbad Oost haar buitenbad. Daarbij was het watertemperatuur een aantal jaren 25°, het hele jaar door. De oliecrisis in 1973 maakte hier een eind aan.
Waarom sloop?
Afgeschreven gebouw
Wanneer het bad in 2013 sluit, is het gebouw inmiddels op. November 2004 heeft de Nijmeegse Stadskrant een interview met Heino Jacobs, directeur van NV Sportfondsen Nijmegen. De laatste renovatie was gebeurd in 1997. Daarbij was “direct duidelijk dat daarmee de leeftijd van het gebouw amper een jaar of tien kon worden opgerekt.” De buurtbewoners willen op dat moment zelf het zwembad graag behouden. De gemeente dacht aanvankelijk een nieuw buitenbad in de Waalsprong te bouwen, maar een onderzoek uit 2000 toonde aan dat het Sportfondsenbad een goed bezocht zwembad was en dat daarom een zweminrichting in Nijmegen Oost moest worden behouden.
Nieuwbouw in de Beethovenstraat geen goed idee
Het buitenbad van het Sportfondsenbad, 1970 (Fotopersbureau Gelderland via F16640 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Jacobs vindt sloop en nieuwbouw op dezelfde plaats dan geen goed idee: “De bezoekersstroom wordt onderbroken, je zit met je personeel, en het ligt midden in een woonwijk. Nu al zorgt de slechte parkeergelegenheid voor veel overlast in de buurt, terwijl de transporten van chloor door de woonwijk niet vrij zijn van gevaar.” De buurtvereniging Mozart ziet op dat moment het binnenbad het liefst behouden: veel bewoners maken er gebruik van en het heeft een sterke sociale functie. Daarbij zou het buitenbad een speelgelegenheid voor kinderen moeten worden, vanwege het gebrek aan speelruimte in de buurt. Het buitenbad is sinds dat jaar niet meer in gebruik geweest vanwege een kapot waterfilter.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Buurtpark
Aanvankelijk heeft de gemeente het idee om een basisschool op de plaats van het zwembad te bouwen. In juli 2009 gaat de gemeente echter mee met het verzoek van de buurt, om in de plaats daarvan een park aan te leggen. (De Gelderlander).
Erica Terpstra bad
Het Erica Terpstra Sportfondsenbad, Kwakkenbergweg 25, 2013 (Jan Eichelsheim via DF2228 RAN CCBYSA)
Op 12-8-2013 wordt het nieuwe Erica Terpstra Bad aan de Kwakkenbergweg 25 geopend. Mooier, groter en beter toegankelijk dan het oude zwembad en daarnaast is het duurzaam en energiezuinig. De officiële opening werd verricht door Erica Terpstra zelf, samen met burgemeester Bruls. Zij deden dit, door een portret van Terpstra te onthullen (Henk Baron, met foto’s). In 2012 had Terpstra tevens de eerste paal voor de nieuwe zweminrichting in de grond geslagen (De Gelderlander).
Truus Mastpark
Kunstwerk Truus Mastpark (september 2024)
Het park op de plaats van het Sportfondsenbad is vernoemd naar Truus Mast.
Truus Mast (10-8-1929 Nijmegen) overleed op 10-11-1944 op 15-jarige leeftijd. Op die dag trof een granaat een Amerikaans legervoertuig, waarbij een aantal soldaten om het leven kwam. Jaap Mooi noemt daarbij dat het ging om een aantal legertrucks, waar munitie was opgeslagen. Geallieerde soldaten maakten vaak gebruik van het zwembad en was daarom vaak een doelwit voor beschietingen. Een van de granaatscherven trof Truus, die in haar kassahokje van het Sportfondsenbad aan het werk was. Zij staat symbool voor alle Nijmeegse slachtoffers.
Wanneer Erica Terpstra in 2012 de eerste paal slaat voor het nieuwe zwembad, is op dat moment nog sprake van De Groene Parel als naam voor het park. Jaap Mooi nam in 2012 het initiatief om het park na haar te vernoemen, welke werd overgenomen door de gemeenteraad. (Bron: Oorlogsdodennijmegen.nl). Hij woonde als kind van 7 jaar tegenover het zwembad en had daardoor de oorlog rondom Sportfondsenbad Oost volop meegemaakt. Daarnaast was hij van 1968 tot 2000 leidinggevende in het Sportfondsenbad. De dag dat Truus Mast overleed, was hij gaan kijken en heeft daar die dag de overleden soldaten gezien.
Naast de naamgeving, had hij zich hard gemaakt dat de plaquette die in 1994 in het zwembad was onthuld, behouden bleef. Daarvan is een kunstwerk gemaakt waarop de naam van het park staat en uitleg geeft over haar naam.