Augustijnenstraat 26, Juli 2019 (Google Streetview)
1953-1955 Augustijnenstraat 22-26 Centrum
In november 1953 ontwerpt architect Ad.P.F. Wijte uit Nijmegen een bouwplan voor een winkel met 2 bovenwoningen. Hierbij is de aanvrager M.J.E. van Meteren doorgehaald en vervangen door Kinderen de Mandt. In ieder geval opent Kodijko in 1955 en zal hier jarenlang blijven zitten.
De winkel
Bouwplan Winkel met 2 Bovenwoningen a/d Augustijnenstraat te Nijmegen herbouw (M.J.E. v Meteren doorgehaald, vervangen door:) Kinderen de Mandt (D12.418500), architect Ad.P.F. Wijte, datum tekening Nov 1953 (D12.418500)
Ook bij de ondertekening van de bouwtekening is bij “de aanvrager” M.J.E. v Meteren doorgehaald en vervangen door Kinderen de Mandt. Mede doordat Kodijko (zie hieronder) in 1955 de winkel betrekt, blijft het vooralsnog onduidelijk wie en vooral waarom de uiteindelijke opdrachtgever is.
De voorkant van de winkel bestaat uit een portiek met links en rechts een etalage. Achter de rechteretalage bevindt zich de opgang naar de woning. In het midden is de ingang naar de winkel. De eigenlijke winkel is traditioneel ingericht met toonbanken en daarachter kasten. Achter de winkel bevindt zich een kantoortje. In de kelder zit onder andere het magazijn, en zowel een ruimte voor kolen als de c.v. ketel.
Het aannemersbedrijf is van Heusden (D12.418501). D12.418499 noemt het plan “herbouw kinderen de Mandt (claim Houtstraat 31-31a)”. Nummer 26 is de winkel, nummer 22 en 24 de bovenwoningen.
M.J.E. van Meteren
Op de bouwtekening is M.J.E. van Meteren doorgehaald. Uit het Adresboek van 1959 en 1963 blijkt M.J.E. van Meteren te wonen op Augustijnenstraat 22.
Kodijko – Koninklijke Weverij Eindhoven
Begin mei opent Kodijko haar winkel op de Augustijnenstraat 26 (De Gelderlander 6/5/1955)
Het is niet bekend of en welke relatie de kinderen van de Mandt met dit bedrijf hadden: dus mogelijk hebben de kinderen de winkel meteen verkocht, slechts een korte tijd een zaak gehad, die daarna door de Koninklijke Weverij is voortgezet, mogelijk waren ze filiaalhouder van de Koninklijke of waren ze de verhuurder van het pand.
Een foto is te vinden uit 1961 is te vinden bij het RAN (Naast het opschrift is de winkel in de bovenste winkelrij te herkennen aan de dame met lichte jas voor de etalage; waarvoor ze meer oog heeft dan voor de optocht).
Kodijko Filiaal in Nijmegen sinds 1934
Openiningsadvertentie Kodijko op de Molenstraat (PGNC 30/10/1934)
Op 31-10-1934 opent Kodijko haar 7e filiaal in Nijmegen, op Molenstraat 22. “Deze firma, fabrikante van het vermaarde “Kodijko”- linnen, brengt uitsluitend het degelijke en fijne genre, hetwelk zij uit den aard der zaak, als “zelffabrikante”, zoo laag mogelijk zal aanbieden.” J.A. Haftink (voorheen ’t Modehuis) krijgt de leidiing over het filiaal (De Gelderlander 20/10/1934).
Oorlog
In maart 1945 blijkt Kodijko op de eerste etage van Molenstraat 63 te zitten (De Gelderlander 16/3/1945).
In een advertentie De Gelderlander 28/1/1952 blijkt Kodijko inmiddels naar van Welderenstraat 98 te zijn verhuisd.
De Koninklijke Weverij Eindhoven
Kodijko was de handelsnaam van NV Eindhovensche stoom- en handweverij v/h Van Dijk & Co. Het bedrijf produceert textiel, zoals, afgaande op de advertenties lakens en slopen, tafellakens, geborduurd bedlinnen, ontbijstellen, doeken en badgoed en daarnaast lingerie (Nijmeegsch dagblad, 19/7/1955). Zij heeft dan tevens filialen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Arnhem, Tilburg, Maastricht en Breda (Nijmeegsch dagblad 24/5/1955 en Trouw 23/12/1955). In deze advertentie noemt zij tevens dat haar scherpe prijzen mogelijk zijn door “’t Gaat regelrecht van eigen wevers naar de eigen “Kodijko” zaken.”
Historie
Het Eindhovense bedrijf bestond sinds 1903 onder deze naam, maar haar geschiedenis gaat terug tot 1852, wanneer Carolus Boromeus van Dijk de Van Dijk & Comp. opricht. Op het moment dat zij in 1918 het predicaat “Koninklijk” vanwege het leveren van damast, krijgt het bedrijf de handelsnaam Kodijko. Uiteindelijk wordt het bedrijf in 1971 overgenomen door Linnenweverijen v/h van Dijk & Zn uit Waalre, die toevallig dezelfde naam heeft (Textielindustrie in Eindhoven, wikipedia)
Vervolg
Kodijko komt in ieder geval in het Adresboek van 1971 nog voor.
Augustijnenstraat, rechts naast de trolleybus is slagerij van Kempen te zien, 8/7/1964 (Fotopersbureau de Gelderlander, auteursrechthouder J.F.M. Trum via F56272 RAN)
Op 25 januari 1956 heropent Slagerij van Kempen-van der Bilt haar winkel op de Augustijnenstraat 6. Het ontwerp was van architect J. Okhuysen, aannemer de heer van Heusden.Tegenwoordig zit Subway in deze winkel.
Vooraf
De Slagerij H.S. Van de Bilt op de Zeigelbaan 36, gedateerd 1900 (F2385 RAN)
Deze slagerij bestond al meer dan een halve eeuw: de ouders van mevrouw van Kempen-v.d. Belt hadden een slagerij op de Zeigelbaan geopend. Wanneer de Bilt zijn slagerij begint is nog niet geheel duidelijk: het eerst gevonden datum tot nu toe is het Adresboek van 1905; mogelijk is hij wat eerder begonnen.
Overgang van de slagerij naar van Kempen- van de Bilt (De Gelderlander 7/9/1932)
In 1932 wordt de zaak overgenomen door W. van Kempen-v.d. Bilt.
Deze winkel werd verwoest tijdens het bombardement van februari 1944. De heer van Kempen begon een dag daarna zijn slagerij in het bedrijf van zijn vader aan de Hertogstraat. Dit gebouw werd echter tijdens de bevrijding van Nijmegen eveneens verwoest. Daarop begon hij opnieuw in de van ’t Santstraat. Ook na de opening van de winkel op de Augustijnenstraat, zal de zaak op van ’t Santstraat blijven bestaan. (De Gelderlander 26/1/1956)
De winkel
Plan tot herbouwen van een winkel-woonhuis aan de Augustijnenstraat te Nijmegen, Opdrachtgever: De Weled. Heer W.A.H. van Kempen van ’s Santstraat, architect J.D.A. Okhuijsen, datum tekening 6-3-1954 (D12.420707)
Op 21-2-1955 vindt de aanbesteding plaats van de herbouw van een winkelpand met bovenwoning aan de Augustijnenstraat voor de heer W.H. v. Kempen. De laagste inschrijving is J.v.d Velden en Sleenhoff met f52.650. De begroting van de architect was f48.400. De gunning wordt in beraad gehouden.
Wanneer de slagerij in januari 1956 opent, blijkt H.J.G. van Heusden de aannemer te zijn. Bij de aanbesteding was hij met f53.495 de een na laagste inschrijving geweest. Het is nog niet bekend wat hiervan de reden is: of bijvoorbeeld de eisen zijn bijgesteld, dat de aannemer zijn prijs heeft verlaagd of dat het om een andere reden gaat.
Op de begane grond bestaat uit de slagerij. Aan de voorkant bevindt zich de winkel, met een geasfalteerde vloer. Achter in de winkel bevindt zich een koelcel en een kantoortje. En daarnaast een gang, die naar de worstkeuken en de werkplaats loopt. De worstkeuken bevindt zich achter het kantoor en de koelcel. Daarachter ligt weer een open plaats met opgang naar de woning. De werkplaats loopt door tot het einde van het perceel; hierin bevindt zich een rookkast.
Bij een verbouwing in 1966 is de worstkeuken de uitbeenderij en de vergrootte werkplaats is de worstenmakerij geworden (D12.459308). In ieder geval hebben er ook verbouwingen in 1974 en 2007 plaatsgevonden.
Huidig
Broodjeszaak Subway op Augustijnenstraat 6, juli 2019 (Google Streetview)
Momenteel zit Broodjeszaak Subway in deze winkel, in ieder geval al in mei 2016 (eerst gevonden foto Google Streetview)
In september/oktober 1954 ontwerpt architect Rodenburg 2 Bedrijfsruimten met 3 Bovenwoningen aan de Augustijnenstraat voor de Stichting St. Jozef scholen.…
Hoek Houtstraat Augustijnenstraat, 1960 ( Fa. H. ten Hoet, Nijmegen / L.R. Gerritsen via f64216 RAN CCBYSA)
In 1955 ontwerpt Okhuijsen het pand aan Plein 1944, op de hoek Houtstraat-Augustijnenstraat. De opdrachtgever is J. van Veggel sr., waarbij de aannemer de firma van der Velden en Sleenhof uit Wijchen is. Op de begane grond zijn 2 winkels: een grotere hoekwinkel en een kleinere aan de Augustijnenstraat. Deze winkels zijn bestemd voor verhuur, welke het makelaarskantoor A. Strijbosch en Th. Thunissen zal verzorgen. Boven de winkels komt 1 groot bovenhuis en 4 flats. (Nijmeegsch dagblad, 21-10-1955)
In het bijschrift van foto ZN35407noemt RAN de bouw van het woon-winkelpand van de Damesmodezaak Den Hartogh (Augustijnenstraat 1)
Vervolg
Er is nog niet onderzocht wat het vervolg is geweest. Jarenlang heeft hier het reisbureau NBBS reizen in gezeten. Bij de herinrichting van Plein 1944 is de kapsalon John Bertine naar dit pand verhuisd.
Hoek Houtstraat-Augustijnenstraat, september 2022 (Google Streetview)
Gemeentelijk monument
Het gebouw is een gemeentelijk monument met als waardering:
“Augustijnenstraat 1-9 maakt stedenbouwkundig onderdeel uit van het wederopbouwplan van de Nijmeegse binnenstad en is hier een expressie van. Stedenbouwkundige waarde vanwege de inpassing aan de kruising Plein 1944, Houtstraat en Augustijnenstraat. De Augustijnenstraatzijde met bakstenen gevel en balkons past in het horizontale stramien van deze zijde van de Augustijnenstraat waar op meerdere plekken balkons en loggia´s zijn te vinden. Typologie van een grote winkel op een hoekkavel met ingang op de hoek waarboven appartementen is bijzonder. Er is sprake van ontwerpkwaliteit van de gevels vanwege de goede afwisseling tussen open betonvlakken en gesloten baksteendelen, tussen kleuren, vanwege de aandachtige materialisering en detaillering door verschillende metselverbanden, gebruik van strips en staal. Het beeldbepalende karakter van het pand is onvervangbaar in relatie tot de context van de Nijmeegse binnenstad.”
Augustijnenstraat vanaf Plein 1944: het 4e pand van links is Augustijnenstraat 19-23 (het lichte pand met de balkons waar de fiets geparkeerd staat), waarvan het Handwerkhuis en Cinderella de eerste winkels waren, 1967-1969 (Ber van Haaren, Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen via ZN35932 – B RAN CC0)
In september/oktober 1954 ontwerpt architect Rodenburg 2 Bedrijfsruimten met 3 Bovenwoningen aan de Augustijnenstraat voor de Stichting St. Jozef scholen. In 1955 betrekken Het Handwerkhuis en Maison Cinderella de winkels.
Plan Herbouw 2 Bedrijfsruimten met 3 Bovenwoningen a/d Augustijnenstraat te Nijmegen voor de Stichting St. Jozef Scholen, architect Rodenburg, datum tekening 4-10-1954 (D12.418399)
De begane grond bestaat uit 2 winkels, nummer 19 en 23. In het midden is een portiek, met ingangen naar de winkels en naar de bovenwoningen (21, 21a en 21b).
Augustijnenstraat 19 Het Handwerkhuis
In september 1955 opent “Het Handwerkhuis” haar winkel op de Augustijnenstraat 19-21. Hiervoor heeft ze bijna 23 jaar in de Van Welderenstraat gezeten. Het Nijmeegsch dagblad schrijft onder andere: “Talrijke zakenrelaties, collega’s en bekenden kwamen de eigenaar handen schudden. Het keurige pand, waarin o.m. een afdeling voor dameskleding et. Is gehuisvest, mag zeker een aanwinst genoemd worden voor de Augustijnenstraat.” (Nijmeegsch dagblad 10/9/1955). Het pand is gebouwd naar ontwerp van architect Rodenburg.
Advertentie heropening Het Handwerkhuis (De Gelderlander 8/9/1955)
1933 van Welderenstraat 23
Opening Het Handwerkhuis aan de Van Welderenstraat 23 (PGNC 4/5/1933)
“Het Handwerkhuis.
Hedenmiddag vond aan de van Welderenstraat 23, in het nieuwe complex winkelhuizen, dat daar verrezen is, de opening van bovengenoemde zaak plaats, welke gedreven wordt door de firma v. Delden en Teunissen, die alles in het werk zullen stellen, om de dames deskundig voor te lichten en te helpen bij al de verschillende moeilijkheden, die zich dikwijls voor kunnen doen. Wij zagen een collectie bijzonder mooie en fijne handwerken. De wol, in heel wat kleurtjes voorradig, harde en zachte tinten, geeft het geheel een warmen en gezelligen aanblik. Aan de zaak is ook een reparatie-afdeeling verbonden, van alle mogelijke handwerken. Ook kunnen de dames hier onderricht krijgen, niet alleen in fraaie maar ook in nuttige handwerken. Op het gebied van kerkborduurwerken of Paramenten, kan het “Handwerkhuis” alles leveren. Rest ons nog te memoreren, dat de etalagekasten en betimmering werden geleverd door de Meubelfabriek St. Joseph.” (PGNC 5/5/1933)
Wanneer de firma Bertels Herenmode haar winkel in november 1948 in de Van Welderenstraat 106a opent, blijkt zij 4,5 jaar te hebben ingewinkeld bij Het Handwerkhuis (Nijmeegsch Dagblad 11/11/1948)
Vervolg
In de adresboeken 1963, 1966, 1968 en 1971 staan advertenties van “De Silveren Kanderlaer” met huisnummer 19 (en in 1971 tevens 23). Mogelijk betreft het de zaak van H.W.J.M. van Delden, die zilversmid is. Hij adverteert in het Adresboek 1959 met “‘T Edel Ambacht” Edelsmid – Juwelier H. van Delden Jr.”.
Augustijnenstraat 23 Cinderella
Tot nu toe zijn er geen verdere berichten over Cinderella gevonden. Wel komt de dameskapsalon nog voor in de Adresboeken van 1966 en 1968.
Vervolg
Augustijnenstraat 19-23 in juli 2019, met op dat moment Ravaro Fashion en VyNails (Google Streetview)
Het is mij nog niet bekend hoe lang deze winkels hier uiteindelijk zullen zitten.
In 1969 vindt doorbraak van de 2 winkelruimtes plaats, althans volgens bouwtekening D12.472790.
Bijlage Adressen
Naam
Omschrijving
Adres
Jaar
Toelichting
Het Handwerkhuis
Augustijnenstraat 19
De Gelderlander 16/11/1956
Speciale aanbieding Japonnen in grote maten
E.H. Theunissen
mw.
Augustijnenstraat 21
1959
H. van Delden
winkelier
Augustijnenstraat 21
1959
H.W.J.M. van Delden
zilversmid
Augustijnenstraat 21
1959
in advertentie 1959: “‘T Edel Ambacht” Edelsmid – Juwelier H. van Delden Jr.
Augustijnenstraat 11-17, oorspronkelijk Apotheek Moeys, juli 2019 (Google Streetview)
In oktober 1953 heropent de bekende apotheek E.G. Moeys haar bedrijf aan de Augustijnenstraat. De apotheek op de Grote Markt, waar sinds 1833 was gevestigd, was tijdens de oorlog verloren gegaan. De architecten van het nieuwe pand zijn F.J. Cousin en Ir. Van Gendt, waarbij de aannemer Moolenaar’s Aan. Bedrijf te Nijmegen was (De Gelderlander 27/10/1953)E.G. Moeys zelf was in april 1944 overleden.
Moeys op Augustijnenstraat 17
Heropening Moeys Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 24/10/1953)
Het Nijmeegsch Dagblad schrijft over deze opening:
“Apotheek Moeys in een nieuw pand
Apothekers zijn stille werkers. Zonder enig gerucht is de apotheek E.G. Moeys N.V. Zaterdagavond aan de Grotestraat voorgoed op slot gedaan en Maandagmorgen om acht uur werd, alsof er niets bijzonders was gebeurd, het werk voortgezet aan de Augustijnenstraa 15. Grote hoeveelheden flesjes en voorraden medicamenten zijn tijdens het weekend overgebracht en gisteren kon men de recepten weer op de normale wijze klaarmaken.
Apotheek Moeys kan gerekend worden tot de oudste van de stad. In Maart 1833 werd de zaak op de Grote Markt gevestigd en tot 1944 heeft men er ongestoord gewerkt. Bij het bombardement in Februari werd het pand vrij ernstig beschadigd, doch kon worden hersteld. In de Septemberdagen viel het echter ten prooi aan de vlammen; het jaar daarop werd de dienst in een oud huis aan de Grotestraat hervat.
De grote en radicale verhuizing is evenwel niet geheim gebleven. Vele bloemstukken sierden de moderne winkelruimte. Wat de inrichitng betreft men heeft er de ruimte gekregen. De assistenten en voor de wachtenden staat er een brede bank.
Wat is voor een apotheker belangrijker dan een overzichtelijk geheel. Ook hierover heeft men geen klagen, noch in de winkel, noch in de spoelkeuken, het laboratorium en de voorraadkasten. Voor de nachtdienst is er voorts een grote kamer beschikbaar.” (Nijmeegsch dagblad, 27/10/1953)
Moeys op de Grote Markt
Een gedeelte van de zuidzijde van de Grote Markt, met v.l.n.r. de sigarenzaak van J. van Steensel; de Passage van Vroom en Dreesmann (met de 3 bogen); de apotheek / drogisterij van E.G. Moeijs, en de schoenenzaak van de Gebroeders Raemakers. Rechts de hoek met de Scheidemakersgas. Links de hoek met de Broerstraat, 1939 (Ir. J.G. Deur via F14009 RAN CCBYSA)
Over 2 generaties Apotheek Moeys en een blikje salmiakpastillen
Uit nieuwsgierigheid wat er over een blikje met het opschrift “Apotheek Moeys” (https://www.noviomagus.nl/Varia/Email/Moeys.htm) en “Salmiakpastillen” te vinden was, is dit onderzoekje begonnen. Uitsluitsel over de pastilles is niet gevonden, wel de nodige informatie over 2 generaties apotheek Moeys.
Gosuinus Philippus Guilielmus Moeys
Gosuinus Philippus Guilielmus Moeys of Moeijs (waarbij tevens zijn voornamen regelmatig op een andere wijze worden geschreven) komt in het Bevolkingsregister van 1850 voor als Gosuinus Philippus Wilhelmus Moeijs. Hij is in 1847 geboren. Hij woont dan in Hees, Wijk E, Nr. 57 2 (later vervangen door 78), Dorpstraat.
De vader van Moeys is in 1806 geboren in België en is gepensioneerd (“Gepens.”). Zijn moeder Dorothea Petronella Johanna van Heijst is in 1814 geboren in Waalwijk. Tussen 1850 en 1860 zullen zij verhuizen naar Wijk B 124, Achter den Hessenberg.
Zijn vader komt op 22 mei 1860 te overlijden. Na het overlijden verhuizen Moeijs en zijn moeder naar Wijk E, 78, deel 1, bl 105 id, dus waarschijnlijk naar hun laatste adres.
In het Bevolkingsregister 1860 komt hij voor als: Wijk E, deel 2, Heessche Kerkstraat Nr. 78 …. (onleesbaar). Opvallend daarbij is dat staat hij op 31 maart 1847 geboren. Op 21 januari 1868 vertrekt hij naar Amsterdam. In 1869 behaalt hij zijn kandidaatsexamen tot apotheker. Op 10 mei 1869 komt hij weer naar Nijmegen. Zijn beroep is dan ‘Apothecar’.
Grote Markt 6
Vlak daarna lijkt hij verhuisd te zijn naar Groote Markt, Wijk B nr. 6 om bij Barthelemi de Blaauw (`S Gravenhage, 24/9/1824, apothecar) in te gaan wonen. Zijn beroep is dan Apotheekbediende. (Waarbij nu geboortedatum 3 maart staat). Op dit adres zal Moeijs en later zijn zoon Emile jarenlang hun apotheek hebben.
De geschiedenis van het pand Grote Markt 6, “Het Huis met den Bril” staat weergegeven in De Gelderlander 9/2/1908, waarbij Blaauw “tal van jaren deze apotheek had bewoond”. Hij blijkt niet de eerste apotheker te zijn, rond 1828 is er sprake van de apotheker D. Pas.
Vestiging als apotheker
Ook in het militieregister van 1867 komt Moeijs voor als Apothekersbediende. In het Bevolkingsregister van 1870 staat hij vermeld als Apothecar. Op 27 juni 1870 vertrekt hij naar Helder (tegenwoordig Den Helder).
Om vervolgens op het oude adres Heessche Kerkstraat Nr. 78 op 30 september 1872 weer tijdelijk terug te keren. Op 14 oktober 1872 vertrekt hij tijdelijk naar Haarlem om op 28 juli 1873 op dit adres weer terug te keren. Vervolgens zal hij weer verhuizen naar Groote Markt 6. Op 11 april 1877 trouwt hij met Wilhelmina Louisa Krol (’s Hertogenbosch, 6 oktober 1851 (hier staat oorspronkelijk 1849, wat op een later tijdstip veranderd is). Zijn moeder woont dan tevens op dit adres, op een later tijdstip is Moeijs als ‘hoofd’ aangemerkt in plaats van de moeder.
Zijn zoon Henri George Louis wordt op 6-6-1878 geboren.
Op 22 maart 1878 krijgt hij een vergunning tot het verbouwen van zijn huis aan de Markt, wijk B nr. 6.
In het Bevolkingsregister van 1880 komt hij voor als Apothecair, Groote Markt Wijk B nr (moeilijk leesbaar, waarschijnlijk 33); Op een later tijdstip is bij opmerkingen ‘No 5’ geschreven. Zijn zoon Emile Gustaf wordt geboren op 16-8-1880.
In het Bevolkingsregister van 1890 staat Moeys op het adres aanvankelijk Markt Wijk B no 5; dit is op een later tijdstip veranderd naar Groote Markt 6. Zijn oudste zoon Henri George Louis vertrekt op 17-10-1898 naar Utrecht. In 1915 blijkt Henri in ieder geval weer in Nijmegen te wonen; hij is dan arts. De moeder van Moeijs overlijdt op 2-3-1900.
“Ik bezocht dezer dagen de herbouwde apotheek van Collega Moeijs in mijne woonplaats en verklaar gaarne dat ik met genoegen waarnam, hoe alles naar de eischen des tijds is ingericht. De ruimte is niet groot maar van alles is voor eene goede organisatie partij getrokken. Voor eene goede bewaring der geneesmiddelen, een der eerste vereischten in eene apotheek, is de meeste zorg gedragen. Aanbeveling verdient vooral eene hermetisch gesloten kalkkast onder de werktafel, van deuren die met zink bekleed zijn en doorboorde ijzeren platen voorzien, om geneesmiddelen, die voor vochtig worden vatbaar zijn, droog te houden of te drogen.
Deze apotheek kan werkelijk als model dienen voor de nieuwe apotheken, met welker levering Collega M. zich belast.” (Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 27, 1890-1891, no 5, 31-05-1890)
Zijn zoon Emile Gustaaf, geboren 16 augustus 1880, vertrekt op 5 oktober 1900 naar Utrecht. Daarbij is opvallend dat zijn Kerkgenootschap op een later tijdstip gewijzigd is van RK naar ‘geene’.
Op 16/2/1899 koopt Moeijs “Een heerenhuis met erf met tuin aan de Franckenstraat hoek Regentessestraat”, Sectie B nr 2589, zijn nieuwe woning: Regentessestraat 2.
Op 1 mei 1914 koopt Moeys een huis met erf aan de Scheidemakersgas (nummers 52,54 en 56, Wijk C 1609
In het Bevolkingsregister 1910 is bij Wilhelmina Krol het kerkgenootschap ‘N.H.’ vervangen door ‘geen’. Op een later tijdstip is de geboortedatum gewijzigd van 1851 naar 1849. Moeijs en zijn vrouw zijn dan de enigen die wonen op de Regentessestraat.
Henri George Louis komt op 10-12-1910 terug uit Utrecht en is dan arts. Hij vestigt zich op Paulstraat 12, later vervangen door van Welderenstraat 95 (op 1/1 21 vervangen?). Hij trouwt op 14-4-1913 met Cornelie Marie Blume (geboren 6-1-1886 te Tegal). Op 20-1- 1914 wordt hun zoon Pierre Henri geboren. En op 20-10-1918 wordt Emile Jan geboren. Aangezien de focus op de apotheek ligt, zal hij niet langer worden gevolgd.
Tot zijn overlijden heeft hij een vorm van bedrijf/praktijk op de Franckenstraat aangehouden en daarbij zijn groothandel/inrichting van apotheken. Zo zijn er tot in ieder geval 12-12-1930 (de laatste door mij (RE) gevonden) aankondigingen openingstijden van de apotheek Firma G PH G Moeys op de Mr. Franckenstraat 11.
Hij laat bij zijn overlijden 3 panden na:
Taxatie
Huis met erf
Franckenstraat
Sectie B nr 2589
10000
Huis met erf
Groote Markt
Wijk C nr 1637
8000
Pakhuis met erf
Scheidemakersgas
Sectie C 1609
4000
De Franckenstraat is hetzelfde pand als de Regentessestraat.
Op 18/12/1915 komen Wilhelmina Louise Krol, Henri George Louis Moeijs en Emile Gustaaf Moeijs overeen dat Wilhelmina de onroerende goederen verkrijgt, waarbij ze haar zonen elk 7333,33 (elk 1/3 van de waarde van de panden) heeft uitgekeerd. Wilhelmina benoemt dezelfde dag Emile Gustaaf tot haar enig erfgenaam van alle onroerende goederen, indien hij daarbij de waarde van de onroerende goederen zal inbrengen.
De praktijk
Afgaande op (kranten) berichten, vergunningen en advertenties, lijkt de praktijk van Moeys te bestaan uit:
De apotheek zelf
Een groothandel/ bedrijf voor inrichting van apotheken
Een werkplaats
Andere activiteiten
Moeijs adverteert regelmatig in kranten als het PGNC en daarnaast in het vakblad Pharmaceutisch Weekblad. Een andere bron voor zijn praktijk is de ‘Receptentaxe’. Hoewel niet naar volledigheid is getracht -en advertenties waarschijnlijk sowieso geen volledig beeld zullen geven, geven dergelijke bronnen wel een indruk waaruit de praktijk in ieder geval bestond.
In de Bijlage praktijk van Moeijs staan de gevonden activiteiten weergegeven, veelal in vorm van advertenties.
Ivorine
In 1889 ontwikkelt Moeys zijn eigen merk Ivorine: tandpoeder, tandpasta en mondwater:
Wanneer het aantal advertenties een indicatie zijn voor de voornaamste activiteiten, dan lijkt ‘Ivorine’ zijn voornaamste ‘eigen’ product te zijn geweest. De Laatste die ik (RE) gevonden heb in vrijwel onveranderde advertentie is van PGNC 24/6/1915; in deze periode zijn -afgaande op het zoeken op ‘Ivorine’ in het Regionaal Archief- ongeveer 100 advertenties in het PGNC verschenen.
Ivorine werd, gezien gepubliceerde advertenties op meerdere plaatsen in Nederland verkocht. Onder andere: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 27-08-1890,Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant, 28-03-1891, De Maasbode, 24-03-189, Arnhemsche courant, 20-07-1891
Bovendien wint Ivorine een gouden medaille op de wereldtentoonstelling in Chicago in 1894 (De Gelderlander 24/1/1894).
Overige activiteiten
Buiten zijn praktijk, heeft Moeijs tevens een bureau voor “Chemisch en Microscopisch Onderzoek”. Afgaande op krantenberichten, wordt hij in ieder geval gevraagd voor de beoordeling van drinkwater en melk. (PGNC 10-9-1892, PGNC 21-11-1899)
Daarnaast is Moeys vanaf de oprichting in 1902 tot 14-8-1913 bestuurslid van vereniging “het Groene Kruis”. Zijn zoon Henri volgt hem daarbij op. (PGNC, 9-4-1913)
Emile Gustaaf Moeijs
(Geboren op 16 augustus 1880 te Nijmegen, Overleden op 4 april 1944 te Nijmegen)
Emile Gustaaf is op 9-7-1904 teruggekeerd uit Utrecht en gaat wonen op de Groote Markt 6, zijn beroep is dan ‘Apotheker’. Zoals hierboven weergegeven, lijkt Emile Gustaaf in 1904 (of daaromtrent) de apotheek te hebben overgenomen, of in ieder geval is hij vanaf dat moment betrokken.
Hij is op 6-9-1904 getrouwd met Margaretha Petronella la Verge (geboren 14-8-1881 te Schiedam). Op 20-11-1909 krijgen zij een zoon, vernoemd naar de grootvader: Gosuinius Philippus Guilhelmus. Gosiunus zal tevens apotheker worden te Rotterdam. Hij zal echter al op 29-jarige leeftijd (28-12-1938) komen te overlijden (PGNC 29-12-1938). Op 29-9-1916 wordt de tweeling Wilhelmina Louisa en Sophia Margaretha geboren.
Op 27-10-1905 krijgt Moeijs vergunning tot een plaatsen van een benzinemotor voor het drijven van een zaagmachine, in perceel Scheidemakersgas No. 41a, kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, No. 4450 (De Gelderlander 28/10/1905).
In het boek ‘Homeopathie in de praktijk’ uit 1905 staat E.G. Moeijs als apotheek in Nijmegen, welke (ook) homeopathische geneesmiddelen verkoopt. Ook in de gevonden boeken van 1917, 1921 en 1924 staat een dergelijke vermelding. Daarbij verkoopt hij ook ‘Ivorine tandmiddelen’.
In 1908 laat de firma E.G. Moeys & Co. een 7PK. Electromotor plaatsen door de firma L.A. Moll, installatie-bureau voor Siemens & Halske (Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant, 10-04-1908)
6-4-1909 krijgt Emile Gustaaf vergunning tot uitbreiding van “zijne inrichting voor houtbewerking in het perceel aan de Scheidemakersgas No. 41a, kadastraal bekend Nijmegen, sectie C No. 4450, door het plaatsen van een electro-motor (PGNC, 11-4-1909)
In de Personalia van het Pharmaceutisch Weekblad komt Emile een aantal keren voor:
Inschrijving als apotheek-houdend geneeskundige, Groote Markt 6 (no 8, 22-2-1913)
Ingeschreven als apotheker: E.G. Moeys, fa. G. PH. G. Moeys, Franckenstraat 11 (no 46, 11-11-1916)
Afgevoerd als apotheker: E.G. Moeys, fa. G. PH. G. Moeys, Franckenstraat 11 (verandering van provisor): dus waarschijnlijk was de inschrijving van Emile van 1916 die van provisor, oftewel als beheerder van een apotheek (no 22, 01-06-1918)
In 1913 tekent Emile Gustaaf, dan apotheker, samen met Herman de Vrij, apothekersassistent, een overeenkomst dat laatstgenoemde gaat werken voor Naamloze Vennootschap Chemicaliënhandel G.D. de Vos & Co te Soerabaja. Emile Gustaaf heeft daarbij mondeling verklaard lasthebber van deze firma te zijn (in 1915 wordt de functie van Moeijs schriftelijk bekrachtigd).
Juni 1914 (PGNC 24-6-1914) vraagt Emiel Gustaaf een vergunning aan voor de oprichting van “eene door elektriciteit gedreven inrichting tot het bereiden van pharmaceutische preparaten en het bewerken van hout, in het perceel aan de Scheidemakersgas No. 54, kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 1609.” Deze vergunning krijgt hij in augustus (PGCN, 8-8-1914)
In een adressenlijst van 1916 blijkt het pand aan de Scheidemakersgas nummers 52 t/m 56 dienst te doen als “fabriek” van de Firma E.G. Moeys & Co met als producten: “pharm. praep en tabletten”. Het “kantoor” is gevestigd op Markt 6 (Chemisch weekblad. Orgaan van de nederlandsche chemische vereeniqinq No. 43. 2 October 1916. 13e Jrg)
Aantal gevonden advertenties
Krant/datum
Wat
PGNC 8/4/1922
Nestlé’s Yoghurtine Pastilles
spijsvertering
PGNC, 25-04-1908
Citronal Pillen
Jicht, podagra, rheumatiek, suikerziekte, zwaalijvigheid, gal- en nierstenen
PGNC, 12-08-1922
Hebe Essence
Bereidt zelf limonade en likeur
Wilhelmina Krol en erfenis
Op 17-12-1923 sluit Wilhelmina Krol met de Weduwenbeurs der Classis van Nijmegen een lening met hypotheek van 9000 gulden af.
Op 2-1-1930 stelt Wilhelmina Krol haarzelf op eigen verzoek onder curatele. Op 27/3/1930 vindt een beschrijving van het bezit van Wilhelmina Krol plaats. De 3 panden zijn nog haar eigendom. Haar enige schuld is de 9000 gulden aan de Weduwenbeurs. Daarnaast bezit ze nog de nodige waardepapieren.
Op 17/3/1931 koopt Emile Gustaaf het pand aan de Scheidemakersgas nr’s 52a, 54 en 56 voor 12.000 gulden van Wilhelmina Krol. Emile Gustaaf woont dan zelf op de Reestraat 23.
Hoewel de acte ontbreekt, vindt op 11/4/1931 royement plaats van de lening van de Weduwenbeurs.
Emile Gustaaf zal het pand aan de Scheidemakersgas verkopen aan Vroom en Dreesmann voor 19.000 gulden.
In 1931 vraagt Moeys tevens vergunning aan voor “een inrichting voor het bereiden van tablet artikelen”, Adres: Grote Markt 6 en Scheidemakersgas 74. Het laatste adres is de achterkant van het pand Grote Markt 6.
Wilhelmina Krol zal zelf nog een lening van 13.000 gulden laten verstrekken aan Johannes Gerhardus Langenhof.
Wilhelmina Krol overlijdt op 28-10-1931.
Aangezien Emile Gustaaf heeft besloten geen gebruik te maken van de mogelijkheid het onroerend goed over te nemen tegen inbreng van de waarde daarvan, besluiten de broers het pand Regentessestraat 2 te veilen (acte van 14-1-1932). Voorwaarde daarbij is, dat er de eerste 50 jaar geen apotheek op dit wordt gevestigd. Gezien de bepaling dat de kamer die als apotheek in gebruik is op 1 maart zal worden overgedragen, blijkt dat het pand tot deze tijd als apotheek in gebruik is gebleven.
De aannemer Hermanus Wilhelmus Delgeyer zal het pand namens Henricus Johannes Josephus van de Herd, ‘particulier’, Hobbemastraat 27, kopen voor 12.050 gulden (acte van 17-3-1932).
Op 24-3-1932 gaan de broers over op de verdeling van de erfenis, die naast Groote Markt 6 ter waarde van 22.000 gulden 36.000 gulden aan leningen en waardepapieren betreft. Emile Gustaaf krijgt daarbij de Groote Markt 6. De aandelen in de Coöperatieve Apothekers Vereeniging De Onderlinge Pharmaceutische Groothandel laten ze daarbij onverdeeld.
Het Regionaal Archief heeft een foto van Apotheek Moeys rond 1935: “1935-1938, Gevels zuidzijde: van links naar rechts de Passage, de dameshandwerkwinkel van E. van Buren, Apotheek Moeys en de Schoenhandel van de Gebr. Raemakers” (Bron: Regionaal Archief Nijmegen) https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=6-1&index=0&imgid=13941865&id=219256
Scheiding, trouwen en overlijden
Op 12-4-1937 (uitspraak rechtbank 25-3) scheiden Margarethe la Verge en Emile Moeys. Op 1-5-1937 trouwt Emile met Elisabeth van Santen, 35 jaar en apothekers-assistente.
In/rond september 1937 wordt de handelsnaam E.G. Moeys & Co. gewijzigd in de N.V. Apotheek E.G. Moeys (No 1342).
Op 1-7-1941 verschijnen 2 opvallende berichten in de Gelderlander: het bericht dat op 26-6-1941 Emile Gustaaf Moeys, wonend op Grote Markt 6 failliet is verklaard. Daaronder heeft de N.V. Apotheek E.G. Moeys een bericht laten plaatsen dat dit faillissement niets te maken heeft met de N.V. Apotheek E.G. Moeys, en dat deze apotheek haar bedrijf op gewone wijze voortzet in de Grote Markt no. 6 (De Gelderlander 1-7-1941). In de PGNC 18/11/1942 staat vervolgens het bericht dat het faillissement is geëindigd.
Emile Gustaaf overlijdt op 2-4-1944 te Nijmegen
Vervolg
In 1944 wordt het pand Grote Markt verwoest, zie reactie 3:
“Reactie 3: Rob Essers, 06-04-2017: De apotheek is niet bij het bombardement, maar bij de bevrijding van Nijmegen in september 1944 verwoest. Op archieffoto RAN F65459 is te zien dat de panden Groote Markt 1 t/m 8 nog onbeschadigd zijn. De apotheek van E.G. Moeijs lag naast de schoenwinkel van de Gebr. Raemaekers (Groote Markt 7, op de hoek van de Scheidemakersgas); zie ook foto GN11080.”
Na de verwoesting van Grote Markt 6 in 1944 is de apotheek ‘tijdelijk’ in Grotestraat 17 gaan zitten.
In de Gelderlander van 11/12/1947 wordt een apothekersassistente gezocht voor Apotheek E.G. Moeys, Grotestraat 17. In het adresboek van 1948 en 1951 staat dat Elisabeth van Santen woont in de Grotestraat 17.
Vanaf 26-10-1953 is de apotheek verhuisd naar Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 26/10/1953)
Daarbij woont volgens het adresboek van 1955 Elisabeth van Santen op nummer 15. Daarbij is P. Rentmeester meeverhuisd: deze woonde volgens het adresboek van 1951 tevens in de Grotestraat 17 en in het adresboek van 1955 eveneens op nummer 15 (de derde bewoner en eerst voorkomende in 1955 is J. Hellenthal).
In het adresboek van 1959 is de apotheek gevestigd op nummer 17. Elisabeth woont op nummer 11 (en op 13 T.W. Enzerink, wed. B. Hellenthal en op 15 J. Hellenthal), hoewel ook nummer 15 gevonden wordt voor dat jaar.
Ook in het Nuha-Adresboek 1968 is het adres van de N.V. E.G. Moeys Augustijnenstraat 17. Bij het adresboek van 1971 staat nog steeds deze N.V., maar nu tevens met F.J. Beynon, Apotheker.
Ook in een personeelsadvertentie voor Apothekersassistente van 4-4-1969 staat bij deze N.V. F.J. Beinon.
F.J. Beynon
De eerste gevonden vermelding van F.J. Beynon is in 1954: voor een opleiding tot Apothker-assistente kan men zich onder andere aanmelden bij F.J. Beynon, Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 7/8/1954)
In het Adresboek van 1959 komt hij voor als Apotheker en woont op Timorstraat 10. Idem in 1963 en 1966. Ook in 1966 is er in het Adresboek een vermelding van Beynon bij Apotheek Moeys(N.V. Moeys F.J. Beynon, Augustijnenstraat 17). Waarschijnlijk blijft hij in de Timorstraat wonen, want ook het Adresboek van 1968 vermeldt dit adres; in 1971 komt hij voor op Grootstalselaan 66.
Tot slot
Een aantal vragen heb ik (RE) nog niet kunnen beantwoorden:
Wie maakte er deel uit van “E.G. Moeys en Co.”? Of was de “Co.” slechts een betekenisloze toevoeging?
Waarom is de N.V. Moeys in 1941 niet failliet gegaan; wie maakte daar onderdeel van uit? En waarom is Emile wel als persoon failliet gegaan en de N.V. niet? Waarschijnlijk heeft Elisabeth van Santen de apotheek na de dood van Moeys voort kunnen zetten?
En waar het allemaal mee begon: maakte Moeys zelf salmiakpastilles of was het doosje bedoeld om losse salmiakpastilles in te scheppen?
Juli 2019, met op dat moment You Mobile op Augustijnenstraat 40 (Google Streetview)
In 1954 ontwerpt architect Treur de herbouw van slijterij Cooymans. Zijn zaak aan de Stikke Hezelstraat was bij het bombardement van februari 1944 verwoest. Ook zijn nieuwe winkel aan de Burchtstraat ging tijdens de oorlog verloren.
Herbouw van een winkel met bovenwoning aan de Augustijnenstraat te Nijmegen voor mevr. M. Cooymans- van Osch te Nijmegen, getekend J. Rootinck (?), bur arch G.B. Treur, 8-3-1954 (D12.415314)
In 1954 ontwerpt architect Treur de herbouw van slijterij Cooymans. Daarbij is opvallend dat de opdrachtgever zijn vrouw, M Cooymans- van Osch, is. Links is de winkel gepland, rechts van de ingang een kantoor. Het achterste gedeelte, ongeveer 1/3 van de oppervlakte is gepland als magazijn (D12.415313).
J. Cooymans heropent op 1 maart 1955 zijn slijterij – wijn – en gedistilleerdhandel- in de Augustijnenstraat. Zijn winkel in de Stikke Hezelstraat was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Daarna, “een jaar later bij de bevrijding vernielde het oorlogsgeweld zijn zaak op de Burchtstraat” (De Gelderlander 2/3/1955). Daarna had hij bij de firma Hilckmann ingewinkeld, wat zo gastvrij ging, dat er van Hil-co werd gesproken. Om vervolgens zijn noodwinkel te hebben op Wintersoord. Een foto van deze noodwinkel is te vinden op GN6660
In maart 1955 opent hij zijn “fraaie, hypermoderne, maar gezellige zaak in de Augustijnenstraat”. De zaak is gebouwd door architect Treur en het aannemersbedrijf Gebr’s Dekkers. De mahoniehouten betimmering was aangebracht door de meubelfabriek Linders.
In het laatst gevonden Adresboek 1971 is op de Augustijnenstraat 1971 nog steeds slijterij Oporto.
De Gelderlander 6/10/1955
1937 Stikke Hezelstraat
Het 4e pand met het uithangbord “Slijterij” is Oporto: Blik op de hoek Augustijnenstraat Stikke Hezelstraat met nog net zichtbaar de Augustinuskerk; op de hoek drukkerij en binderij Richelle en slijterij Oporto. De foto lijkt genomen op een zondagmorgen voor aanvang van de mis in de kerk, 9/1941 (GN11038 RAN)
In 1937 had J. Cooymans zijn wijnhandel en slijterij “Oporto” geopend aan de Stikke Hezelstraat 11:
“…eigenaar de heer J. Cooymans, een naam die al reeds van oudsher een goeden klank heeft. De bekende goede vooraanstaande merken, Hulskamp, Lucas Bols, Wijnand Fockinck, J.G. Cooymans en Zoon en ook de buitenlandsche merken, we vinden ze allen in de donkerrood mahoniehouten gebeitste kasten en de met smaak gevulde etalage.
De firma “Oporto” vestigt er speciaal de aandacht op dat alle gedestilleerd, óók per maatje, verkrijgbaar is. In minerale wateren zagen wij ook verschillende fabrikaten van naam.
De betimmering van het interieur werd uitgevoerd door de firma Sipman te Arnhem, terwijl het Electro-technisch Bureau Geertsen, Stikke Hezelstraat 11, voor de verlichtingsinstallatie zorg droeg.
Wij verwijzen nog naar de advertentie van gisteravond, waarin “Oporto” ter kennismaking voor iedere kooper een verrassing heeft”. (PGNC 18/11/1937)
Advertentie Oporto (PGNC 23/12/1937)
J.W.A. Cooymans
Het krantenartikel bij de opening van 1937 noemt J. Cooymans “een naam die al reeds van oudsher een goeden klank heeft”. Hij blijkt familie te zijn van de bekende, van oorsprong Bossche distilleerderij familie Cooijmans.
Hoewel de kaart van het Bevolkingsregister nog niet is gevonden, betreft het vrijwel zeker Jan Willem Antoon Cooijmans/ Cooymans.
Uit het dienstbodenregister blijkt een Jan Willem Antoon geboren te zijn op 16 februari 1900. Vervolgens is de geboorteacte van deze J.W.A. gevonden (acte no 163). Hij is daarbij geboren als tweeling met Willem Jan Marie (actie no 162). Zijn vader is Gerardus Johannes Alphonsus Maria Cooymans, dan 36 jaar en “likeurstoker”. Zijn moeder is Antoinetta Bernardina Josephina Bergé. De woning is op de Postelstraat.
Hij trouwt op 28-jarige leeftijd op 13-7-1928 met Mathilda Francisca Adriana van Osch (26 jaar). Hij is “reiziger”, beiden zijn geboren en afkomstig uit ’s Hertogenbosch. Bij het huwelijk is zijn vader inmiddels overleden en blijkt zijn moeder 60 jaar te zijn.
Waarschijnlijk vestigt J.W.A. Cooymans zich daarna in Oosterbeek (Molenweg 27a/29) tussen 25 en 31 juli 1928. Hij is dan afkomstig uit ’s-Hertogenbosch. Zijn beroep is vertegenwoordiger. Op 4-12-1937 vertrekt deze J.W.A. naar Nijmegen.
Behalve het openingsartikel, komt J.W.A. in de Adresboeken van 1938 en 1940 voor op de Stikke Hezelstraat 11 als “vertegenwoordiger”.
In de gevonden adresboeken 1948, 1951 en 1955 woont J.W.A. op Groesbeekseweg 318 met als beroep “slijter”. In 1966 Jan Willem Passtraat 117. In 1968 Van Schaeck Mathonsingel 71; uit het Adresboek 1971 blijkt “Cooijmans, geb v Osch MFA” op de vSMathonstr 71 te wonen. “MFA” zijn de initialen van zijn vrouw Mathilda van Osch.
Cooymans, “een naam die al reeds van oudsher een goeden klank heeft”
De naam Cooymans is dat van de bekende distilleerderij Cooymans.
J.W.A. is geboren op de Postelstraat in ‘s-Hertogenbosch. Dit is de straat waar voorvader Johannes Gerardus rond 1825 zijn bakkerij was begonnen. In 1900 staat J.G. Cooymans & Zoon nog in deze straat (het is mij onbekend of dit een en dezelfde was). Vanwege de behoefte aan uitbreiding wordt de fabriek in 1903 naar de Koninginnelaan verplaatst. De winkel verhuist naar de Schapenmarkt. Op het moment dat J.W.A. geboren wordt leiden 3 broers het bedrijf: in 1895 heeft zn opa Adrianus zijn vader Gerardus gevraagd om de fabriek te helpen leiden; 3 jaar later komen daar de broers François en Hubert bij. In 1893 stapt Hubert vanwege de moeizame samenwerking in 1903 uit het bedrijf en begint voor zichzelf. Dit bedrijf loopt zo goed, dat de twee andere broers zich niet zelfstandig kunnen handhaven. In 1910 worden de 2 bedrijven samengevoegd, waarbij Hubert de enige eigenaar is. De twee broers komen in dienst als vertegenwoordiger.
(Bron: Bossche Encyclopedie Cooijmans drankfabriek, en tevens mooi artikel over deze fabriek)
Het is mij onbekend of J.W.A. “vertegenwoordiger” was voor Cooymans en of de slijterij nog verband hield met de fabriek Cooymans.
Kock Bril Shop gebouwd als Opticien Sellink, Augustijnenstraat 36-38 in juli 2019 (Google Streetview)
In 1955 vindt de opening plaats van opticien Sellink op de Augustijnenstraat 36-38. De architect was van der Kloot. De zaak van zijn vader was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Waar zijn vader de nadruk op uurwerken had gelegd, lag de focus van zijn zoon op optische hulpmiddelen. Ook tegenwoordig is het pand nog in gebruik door een opticien.
Vooraf
Hendrik Christiaan Selling is op 5-10-1880 geboren in Winterswijk. Hij vestigt zich op 28-1-1907 in de Hertogstraat, hij is dan afkomstig van Lochem. Zijn beroep is “horlogemaker”. Hij neemt daarbij de zaak van de Firma A. Waalewijn over.
Eerst gevonden advertentie Sellink (PGNC 17/3/1907)
Hij trouwt op 31-1-1908 met Hendrika Wilhelmina Haarman (9-11-1884 te Hees) (Bevolkingsregister 1900).
Ze krijgen 2 kinderen:
Gerard Johan Hendrik Christiaan, 14-6-1910
Wilhelmina Johanna Christina, 5-5-1914
Uit het Bevolkingsregister 1910 blijkt zijn broer, Gerard Frederik van 10-4-1917 tot 12-8-1918 bij hem in te wonen.
Tussen januari en mei 1910 verhuist hij naar de Korte Hezelstraat 19, waar hij zijn zaak tot het bombardement zal houden (De Gelderlander 1/1/1910 en De Gelderlander 1/5/1910)
Stikke Hezelstraat 17-19
In advertenties komen regelmatig de nummers 17 en 19 voor: het is onbekend of dit onmiddellijk het geval was of dat Sellink in de loop der tijd een pand heeft aangetrokken. Bovendien vindt naamsverandering plaats van “Korte Hezelstraat” naar “Stikke Hezelstraat”.
Heropening Sellink na verbouwing 1921 (PGNC 25/11/1921)
In 1921 vindt een uitbreiding plaats (PGNC 25/11/1921). En daarnaast een kleine verbouwing in 1928, waarbij de winkel slechts 2 dagen gesloten is (De Gelderlander 5/11/1928). In 1934 raakt ook de zoon bij de zaak betrokken (het artikel bij de heropening in 1955), waarbij het nog onduidelijk is of dit al dan niet als mede-eigenaar is. Bij het betrokken raken van de zoon komt er ook een optische afdeling.
Noodwinkel
Het pand wordt tijdens het bombardement van Februari 1944 verwoest. Op 11-8-1950 overlijdt Hendrik Christiaan (Bron: Openarchieven; hoewel de originele acte nog niet is ingezien, blijkt zijn vrouw in het adresboek van 1951 weduwe).
Het artikel bij de heropening in 1955 noemt dat “Sellink” na het februaribombardement van 1944 in Winterwijk en Kesteren werkzaam is geweest, Waarschijnlijk wordt daarmee de zoon bedoeld: “maar in geen van beide plaatsen werd het een succes. In 1951 kwam hij dan ook weer naar Nijmegen om een zaak te openen aan de Sophiaweg.” Waarschijnlijk betrof de Sophiaweg het woonadres: Sellink adverteert als “Ged(iplomeerd) Opticiën op Wintersoord 3.
Advertentie Sellink noodwinkel op Wintersoord (De Gelderlander 4/7/1952)
Herbouw
Plan voor herbouw van een winkelpand met bovenwoning, voor de heer G. Sellink, aan de Augustijnenstraat, architect A. van der Kloot, datum dossier 23-12-1953 (D12.415301)
De linker deur is de opgang naar boven. De benedenverdieping bestaat vrijwel geheel uit de winkel zelf, met aan de linkerkant emballageruimte. In de kelder bevindt zich onder andere een magazijn en de werkplaats.
De belangrijkste verandering die zich uiterlijk heeft voorgedaan is de verdwijning van het portiek. Wanneer de bouwtekening/foto ZN35363 met het huidige situatie wordt vergeleken: aanvankelijk lag de winkel wat dieper, met de ingang schuin op de hoek. Op de hoek bevindt zich een zuil. Tegenwoordig komen de etalages vrijwel tot aan de stoeprand, met de ingang rechts van het midden.
De Gelderlander plaatst bij de opening op de Augustijnenstraat 36-38 het volgende artikel:
“Aan de Augustijnenstraat
Nieuwe zaak opticien Sellink geopend
Zaterdagmiddag opende de heer Sellink aan de Augustijnenstraat zijn nieuwe zaak in optische instrumenten en horloges, die nu na elf jaar weer een definitieve vestiging in Nijmegen heeft gekregen. De heer Sellink is namelijk na het verwoesten van zijn pand tijdens het Februaribombardement van 1944 in Winterwijk en Kesteren werkzaam geweest, maar in geen van beide plaatsen werd het een succes. In 1951 kwam hij dan ook weer naar Nijmegen om een zaak te openen aan de Sophiaweg.
Architect A. v.d. Kloot en aannemer Dekkers hebben nu in de beste samenwerking een bijzonder sfeervol pand opgetrokken, dat geheel aangepast is aan de artikelen, die er te koop zijn. Een nieuwigheidje is, dat de werkkamer zonder scheiding met de winkel verbonden is, door middel van een estrade, waar zich twee automatische slijpapparaten bevinden voor precisiewerk. Elk van deze automaten vervangt één man personeel. Er is ook gedacht aan een showroom. Bij de opening was deze weliswaar nog niet in gereedheid gebracht, maar binnenkort zal ook dit onderdeel van de zaak in gebruik genomen worden.
De heer Sellink Sr. opende al in 1907 een zaak, die zich vooral bewoog op het gebied der uurwerken. Zijn zoon bracht in 1934 de optische afdeling er in en deze is nu van plan om in de nieuwe zaak de nadruk te leggen op deze afdeling. Men zal nu zelf kunnen zien hoe zijn brillenglas geslepen wordt. Een nieuwe parel aan het firmament van de Augustijnenstraat kunnen we het pand van de heer Sellink noemen.” (De Gelderlander 22/2/1955)
Vervolg
In de loop van de jaren 70 wordt het de Kock Bril shop: H.G.J. Kock laat in 1976 de winkel verbouwen naar ontwerp van architect L. de Bruin (D12.501676). Het betreft dan het grotendeels verdwijnen van het portiek: de etalages komen tot vrijwel de stoep en de ingang wordt recht op de straatkant gezet, waarbij de pilaar nog wel blijft staan. Ook vindt in 1995 nog een verbouwing plaats (vanwege privacy worden deze bouwtekeningen niet opgenomen).
De Kock Bril Shop zit anno februari 2024 nog steeds op deze locatie: “De familie Kock is al sinds de jaren ’50 een bekend gezicht, in brillen en later ook in contactlenzen, in Nijmegen. Robert Kock is de 3e generatie opticiens, heeft zijn optiekopleiding in Rotterdam en de optometrieopleiding in Utrecht gevolgd.”
In 1930 waren Vroom &; Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd.
Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma’s Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)
In 1895 opent manufacturenzaak “De Zon” van Vroom & Dreesmann haar bescheiden zaak op de Grote Markt. Een 2e zaak volgt in 1900, welke door overnames van omliggende panden zal uitgroeien tot een gigantische, prachtige winkel.
De meeste mensen denken aan de vooroorlogse, prachtige winkel van Vroom & Dreesmann aan het werk van Oscar Leeuw. Hij zal echter later pas betrokken raken, onder andere door de bouw van de passage van Vroom en Dreesmann. En de verbouwingen in de jaren 30, waarbij onder andere Bahlmann bij de winkel wordt getrokken. Helaas zal het pand tijdens het bombardement van februari 1944 verloren gaan. Daarover later meer.
Eerst terug naar een bescheiden manufacturenzaak aan de Grote Markt.
De Zon
Een tekening van het voormalige Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann, 1905 (F13371 RAN)
Maar het verhaal begint bij een nieuwjaarsbezoek op Nieuwjaar 1894.
De zwagers Dreesmann en Vroom hadden op dat moment reeds een aantal geopend in het westen van het land. Bij deze en volgende openingen betrokken zij steeds familieleden.
Aanvankelijk waren Vroom en Dreesmann van plan geweest om H.J. Vroom met zijn compagnon Joh. Bär de zaak in Nijmegen te laten openen. H.J. Vroom stortte echter in en bleek niet langer dan 3 maanden te leven te hebben. Vroom en Dreesmann konden bovendien Bär niet missen in Amsterdam.
kiespijn
Daarop werd aan Nicolaus Dreesmann bij zijn nieuwsjaarbezoek van 1894 door Antoon voorgesteld om de nieuwe zaak in Nijmegen te beginnen. Nicolaus en zijn vrouw wilden aanvankelijk niet: hij was directeur van de zaak aan de Weesperstraat in Amsterdam, waar hij en zijn vrouw zich bovendien thuis voelden. Antoon werd boos, wees op de ongezonde situatie van de Weesperstraat en dat hij in Nijmegen al gauw het dubbele zou kunnen verdienen dan in de huidige winkel. Een leuke anecdote is dat een kiespijn van Antoon weer kwam opspelen, mogelijk vanwege zijn boosheid. Toen hij zich even terug moest trekken, gingen Nicolaus en zijn overleggen. Uiteindelijk stemt Nicolaus toe. Ook op een later moment wist Vroom Nicolaus nog verder te overtuigen.
Op 6 april 1895 opent “De Zon” haar deuren op de Grote Markt 11 en 12 in Nijmegen. De winkel heeft 2 etalages met in het midden een deur.
Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), foto gedateerd 1910 (F14224)
Bahlmann en de opening op Groote Markt 2
Magazijn de Zon van Vroom en Dreesmann op Grote Markt 2. Rechts C.J.R. Geurts Koloniale Waren en tabaksartikelen op Grote Markt 3. Beiden zullen deel gaan uitmaken van de Passage van Vroom en Dreesmann, foto gedateerd 1910
Uitbreiding van Vroom & Dreesmann is op dat moment lastig. Rechts van haar zit grote concurrent Bahlmann. En niet alleen dat: op nummer 10 zat de juwelier Bielen. Deze had zijn pand van de heer Holthaus gekocht. En aangezien Holthaus chef was bij Bahlmann, was bij de verkoop het beding vastgelegd dat er de eerste 25 jaar geen manufacturenzaak in het pand gevestigd zou mogen zijn. Deze bepaling had Holthaus voor meer panden op de Groote Markt laten vastleggen.
Daarop besluit Vroom en Dreesmann om het pand van Groote Markt 2 aan te kopen, waar voorheen Canta zat: In 1900 opent ze hier haar 2e winkel, waar de mantel- en stoffenzaak wordt gevestigd.
Vieweg
Advertentie van magazijn De Zon met afbeeldingen van beide zaken op de grote Markt: links Grote Markt 2 (het voormalige pand van de Gebrs. Canta) en rechts Grote Markt 12, 1911 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D165 RAN CC0)
In 1905 neemt Vroom en Dreesmann het “woonhuis” van Vieweg op de Grote Markt over, welke in de verbouwing van 1907 bij de winkel wordt getrokken (Vijftig jaar Vroom en Dreesmann). Ook op de bovenstaande afbeelding is te zien hoe de Zon met het pand van Vieweg is vergroot. Wél lijkt de ingang van Vieweg zijn oorspronkelijke vorm te hebben behouden, maar deze afwijking kan ook een andere reden hebben.
Wanneer de gehele drukkerij van Vieweg tussen 1907 en 1916 bij “De Zon” wordt getrokken is niet geheel duidelijk: op onderstaande afbeelding staat “De Zon” op een foto welke door het RAN op 1910 is gedateerd. Links daarvan Drukkerij Vieweg. Daarbij is opvallend dat het krantenartikel van de verbouwing uit 1916 (zie hieronder) ook Vieweg noemt, terwijl het pand waarschijnlijk tussen 1910 en 1916 bij De Zon is getrokken. Mogelijk heeft Vieweg nog haar ingang tot haar drukkerij aan de Scheidemakersgas, die in 1916 alsnog bij Vroom en Dreesmann wordt betrokken.
In ieder geval zal in 1916 het gehele terrein van Vieweg onderdeel uitmaken van de grote verbouwing.
Verdere overnames
Wanneer het beding in 1913 op het huis van Bielen is afgelopen, ruilt Vroom & Dreesmann Groote Markt 2 met het huis van Bielen. (Waarbij Oscar Leeuw de verbouwing voor Bielen ontwerpt).
Ook waren er in die jaren andere overnames: De Tijdingzaal van de Nijmeegsche Courant, de poppenwinkel van de fa. Engel en huizen in de Scheidemakersgas.
Op onderstaande foto staat rechts de juwelierszaak Bielen en links daarvan de Speelgoedwinkel van Engel. Let op het pand rechts: dit is verbouwde de Zon van Vroom en Dreesmann (waar “Manufacturen” nog te zien, met daarbij de ingang die nog in de stijl van de oude drukkerij Vieweg is.
Deze werden tijdens verbouwing tussen 1907 en 1916 bij de winkel gevoegd (Vijftig jaar Vroom en Dreesmann- welke overigens 1917 als jaartal noemt). “We hadden nu een mooi complex en konden wij aan de oprichting van een groot modern magazijn denken”. (Wordings-Geschiedenis)
Winkels aan de Grote Markt. Rechts de juwelierszaak Bielen en links daarvan de Speelgoedwinkel van Engel. Deze winkels zullen bij de verbouwing van 1916 bij de winkel van Vroom en Dreesmann worden gevoegd. Let op het pand rechts: dit is verbouwde de Zon van Vroom en Dreesmann (waar “Manufacturen” nog te zien, met daarbij de ingang die nog in de stijl van de oude drukkerij Vieweg is. Foto gedateerd 1900-1910 (F9245 RAN)
Nicolaus Dreesmann
Er is al veel geschreven over de winkelketen Vroom & Dreesmann. Daarom wordt verwezen naar de links hieronder.
Nicolaus Rudolph Alexander Dreesmann (Haselünne 11-7-1867– Nijmegen 2-8-1939) wordt aangesteld als directeur van Nijmegen. Hij was de jongere broer van Anton Dreesmann. Beiden zijn ze geboren in het Duitse Haselünne (in Niedersachsen, iets meer dan 40 kilometer ten oosten van Emmen)
De voorgevel van het pand van Vroom & Dreesmann na de verbouwing in 1916, Grote Markt, architect Welsing, 4/1916 (F13374 RAN)
Februari 1916 opent de nieuwe Vroom & Dreesmann onder grote belangstelling. De winkel heeft 1 groot front gekregen en heeft een oppervlakte van 1800 vierkante meter. Het gebouw is ontworpen door architect Welsing.
Architect Welsing
Willem Gerhardus Welsing, (Arnhem, 14 december 1858 – aldaar, 1 januari 1942) is bekend als huis-architect van de Gruyter en voor zijn werk voor Vroom en Dreesmann. Hij is in Arnhem geboren, waar zijn vader timmerman was. Na zijn bouwkundige opleiding in Duitsland werd hij chef de bureau bij het architectenbureau van Salm.
In 1891 vestigt hij zich als particulier architect in Amsterdam; in 1896 verhuist hij naar Arnhem. Hier werd hij de vaste architect van het Elisabeth-gasthuis. In 1906 ontwierp hij de winkel voor de Gruyter in de Bovenbeekstraat in Arnhem. Hierna werd hij de huisarchitect van de Gruyter, welke hij tot 1925 zou blijven. Ook de voormalige winkel op Mariaplein 6 in Nijmegen uit 1919 is van zijn hand.
Hij ontwierp voor de Gruyter ook fabrieken en villa’s voor de familie in Den Bosch.
Hendrick de Keyser: “Welsing maakte als architect een ontwikkeling door die karakteristiek is voor de kunstenaars van zijn generatie. Aanvankelijk bouwde hij in neorenaissance stijl. Vanaf 1900 onderging hij de invloed van Berlage en De Bazel. Zijn winkels zijn vaak vormgegeven in art deco stijl, waarbij veelvuldig gebruik is gemaakt van bouwkeramiek van de Porceleyne Flesch in Delft.”
Het PGNC wijdt een uitgebreid artikel aan de opening:
“In de Nieuwe Magazijnen van de Firma Vroom & Dreesmann.
Er is een tijd geweest- wij ouderen kunnen ons dat nog best herinneren- dat de ontvangst van een “Boekje” van de “Bon Marché” of de “Louvre” en later van de “Printemps” een evenementje was bij het begin van voorjaars- of najaarsseizoen in menig kleinsteedsch huisgezin. Die aardige, geïllustreerde prijscourantjes, met hun tot begeeren en bestellen opwekkenden inhoud- ze brachten als het ware een vleugje mee van de grootstadsche lucht van ’t eenige Parijs, die bron van de mode; ze gingen van hand tot hand; elk huisgenoot deed er zijn keuze uit en weldra werd een uitgebreide order in de bijgevoegde enveloppe met klaargemaakt adres naar Parijs verzonden. Dan kwam er veertien dagen later onder rembours- kwade tongen beweerden wel eens dat er bij de plaatselijke winkeliers zóó vlug niet betaald werd- een groot pakket, gewikkeld in een soort geteerd, zwart pakpapier en begon de vreugde van ’t uitpakken. Het was een St. Nicolaasfeest in miniatuur! En wie het eenmaal uit Parijs bracht- de illusie van elken Hollander- die richtte aanstonds zijn schreden naar die reuzenmagazijnen die men reeds lang van de afbeeldingen kende en waarvan men heimelijk trotsch was een klant te zijn. Thuisgekomen vertelde men er wonderen van: je werd er binnen een uur tijds van top tot teen in ’t nieuw gestoken- je kwam er binnen als een provinciaaltje en je stapte er uit als een geacheveerde Parisienne of Parisien!
Hoe lang ligt de tijd dat we genoten van dat tooversprookje- waarover Zola in zijn “Au Bonheur de Dames” waarvoor hij de Parijsche “Printemps” als voorbeeld gekozen had, zoo boeiend heeft geschreven- al achter ons. Nà Parijs kwamen andere groote steden belangstelling voor hare wereld-magazijnen vragen. Met name werd Berlijn al spoedig dergelijke inrichtingen rijk en de ondernemende Tietz met zijn bekende over heel Duitschland verspreide “Warenhäuser” bleef voor het reizend publiek geen vreemde meer. En ook in ons land is door ondernemende mannen dat voorbeeld gevolgd. Maar daarmee verdween tegelijk de geheimzinnige charme, die de Parijsche boekjes bij ons wekten. Die boekjes werden steeds zeldzamer en bleven tenslotte heelemaal uit. Wij konden nu in ’t eigen land terecht, ja wij raakten aan de grootheid in eigen omgeving gewend en we stapten alsof we nooit anders gekend hadden als geroutineerde bezoekers die wereld-bazaars binnen. Wat eerst nog bij de hoofdstad behoorde waaide zelfs ons vooruitstrevend Nijmegen allengs binnen!
Onwillekeurig kwam deze herinnering bij ons op, toen we hedenmorgen de groote nieuwe magazijnen bezochten, die de bekende Firma Vroom & Dreesmann in onze stad aan het historische Marktplein heeft gesticht en die morgen, Zaterdagmiddag om 2 uur, met allen luister voor het publiek zullen worden opengesteld. Het is wel geen Warenhaus à la Tietz, dat de Firma hier stichtte. Zij houdt bescheiden vast aan den ouderwetschen naam van Manufacturen-Magazijn met daaraan verbonden Tapijtzaak, Beddenfabriek en Behangerij- doch het zou, zoowel in- als uitwendig, gerust een “Warenhuis” genoemd mogen worden.
De Vroom & Dreesmann in 1925, gezien vanaf de Kerkboog in de richting van de Korte Burchtstraat; rechts het pand van Vroom & Dreesmann, daarnaast de Kledingzaak van Van Dijk & Witte (63552 RAN)
Allereerst het uiterlijk. De even sierlijke als voorname gevel verfraait ons oude plein. Al steekt hij ook boven de omgeving uit, hij drukt die net neer- integendeel- het komt ons voor dat het hardsteenen uiterlijk van den rechterbuurman er b.v. beter door tot zijn recht komt dan voorheen. Het pand heeft een breedt van 65 meter en is gelijkvloers geheel als winkel ingericht. Achter spiegelruiten van groote afmetingen rust het oog op etalage-kasten van smaakvolle betimmering- die naar willekeur grooter en kleiner gemaakt kunnen worden en die bovendien zijn afgesloten door gebogen spiegelglas in de portiek- terwijl in het midden de ingang is aangebracht ter breedte van 5 Meter, die door middel van vier breede doordraaiende deuren toegang geeft tot een ruim tochtportaal. Dat is alles grootsch opgevat. Het front, rustende op sokkels van Beiersch graniet, is opgetrokken in Bremer zandsteen, verlevendigd door de toepassing van handvorm baksteen, waardoor het aanzien frisch en vroolijk werd. De ornamentatie is gelukkig van vorm en niet overdreven en het hier en daar aangebracht verguld zet aan het geheel een zekere bekoring bij. Het oog wordt onwillekeurig geboeid door deze combinatie van lijn en kleur; er is niets schreeuwends in en toch trekt het gebouw dadelijk aller aandacht.
En nu het inwendige- dat men den gevel gelijken tred houdt. Komt men door een der deuren van den ingang het tochtportaal binnen, van waaruit men de magazijnen betreedt, dan staat men in een Hal, die eene oppervlakte heeft van ongeveer 1800 vierkante Meters. Geen kleinigheid! Doch men bedenke dat het nieuwe pand werd gebouwd op de reeds vrij aanzienlijke oppervlakte van het oude magazijn der Firma, op die van de huizen van de Firma C.A. Vieweg & Zn. en G.J. Bielen, die beide tot in de bocht van de Scheidemakersgas doorliepen, op die van het Speelgoedmagazijn der Firma Engel en de Scheidemakersgas werd aangekocht en genivelleerd. Daardoor werd niet alleen een vierkant pand verkregen, doch aanstonds in de Scheidemakersgas een toegang voor de Expeditie-afdeeling, die beneden onmiddellijk aan het magazijn grenst en een ruime tweede toegang voor het in ontvangst nemen van de aangevoerde goederen.
Deze Hal is de eigenlijke winkel, die helder verlicht wordt door een drietal boogvormige bovenramen, elk groot 100 vierk. M., die op een afstand van 7 M. van elkaar zijn aangebracht. Daardoor valt- aangenaam getemperd door glas in lood in teere kleuren- een profusie van licht naar binnen, zoodat zelfs in de uiterste hoeken geen donker plekje te ontdekken is. Het voorste gedeelte van dit onafzienbare lokaal is ingericht met stands voor de verschillende kleinere artikelen. Iedere stand is eene afdeeling op zichzelf. In fraaie vitrines van teakhout met gebogen glas en onder de glazen deksels der toonbanken liggen van alles de laatste snufjes geëtaleerd en vriendelijke winkeljuffrouwen, keurig in ’t zwart, zijn elk van hare specialiteit uitstekend op de hoogte. Breede paden zijn tusschen de verschillende stands opengehouden, zoodat men zich overal gemakkelijk beweegt. Op verschillende punten zijn kassen geplaatst- want, het is bekend, bij de Firma Vroom & Dreesmann wordt aan de gezonde conditie “contant betalen” allas “boter bij de visch” krachtig de hand gehouden. Wandelt men hier rond, dan heeft men geen oogen genoeg om de veelheid der geboden artikelen te bewonderen. Het lijkt een hoekje van eene tentooonstelling. Vervolgt men het middenpad, dan ontwaart men in het midden van de zaal een klaterende fontein, in een omgeving van groen en sierplanten, die een vroolijk effect in deze omgeving maakt. Het tweede gedeelte van de Hal is ingericht voor de Dames-Confectie. Men loopt er tusschen onafzienbare rijen kasten met mantels, robes, blouses enz. door, overal een zitje vindend om op zijn gemak een keuze te doen. Vier smaakvol ingerichte paskamers zijn hier ter beschikking der cliëntèle. Een reuzenklok, tegen den achterwand aangebracht, herinnert er bescheidenlijk aan, dat “tijd geld is”- misschien niet geheel en al ten onrechte, daar wij wel eens hebben hooren verluiden dat dames altijd erg langzaam in haar keuze zijn. Maar die ondeugende opmerking is heusch van ons zelf, niet van de Firma, die er integendeel steeds op uit is haren bezoeksters de keuze zoo aangenaam mogelijk te maken. Tegen de beide lange wanden van de zaal zijn van voor tot achter kasten aangebracht; voor de courante manufacturen en stoffen aan de eene zijde, voor witte goederen, vitrage en gordijnstoffen aan de andere zijde. Wel is het het een heele wandeling- ongeveer 60 Meter- als men daar eens langs patrouilleeren wil, doch een dankbare tocht tevens, daar men hier stellig iets van zijn gading vindt. Waar men hier ook komt, nergens wordt de indruk van soliede voornaamheid verbroken door iets, dat uit den toon valt. De kleuren van verfwerk en betimmering zijn stemmig gekozen, zoodat niets aan het geëtaleerde afbreuk doet. De vloer is bedekt met een effen Walton linoleum, zoodat zelfs bij druk bezoek het loopen geen hinderlijk leven maakt en prachtige bronzen electrische lampen zijn overal aangebracht. Bij avond is het effect van het geheel zoo mogelijk nog schitterender, dan overdag.
In het voorgedeelte van de Hal is een keurige liftkoker aangebracht, waarin onophoudelijk een Sigler-personen-lift, die acht personen kan vervoeren, op en neer gat. Een beleefde gegalonneerde lift-boy bedient met vaardigheid dit voertuig, dat ten dienste is van alle bezoekers, die niet van de prachtige breede trappen gebruik wenschen te maken, welke naar de eerste étage voeren. Deze geheele verdieping, bestemd voor de afdeling Bedden, Slaapkamer-inrichtingen, tapijten, karpetten, linoleum, zeilen, tafelkleeden, gordijnen, enz., waarvan de Firma een specialiteit heeft gemaakt, is van dezelfde afmeting als de beneden-lokaliteit, met dien verstande, dat de lichtkokers, die door nette belustraden omgeven zijn, in den vloer zijn gespaard. Aan de voorzijde en langs een der zijwanden vindt men hier een lange rij modelkamers ingericht, waar men èn bij een goed- èn bij een spaarzaam-gevulde beurs een keuze kan doen en o.a., als iets nieuws, een etalage in salon- en andere wiegen, om elke moeder naar een nieuwe baby te doen verlangen. Meer naar de achterzijde is de tapijt-afdeeling, met eene uiterst practische inrichting om karpetten te etaleeren voor de bezoekers. Onafzienbaar zijn hier de rijen van rollen linoleum en vloerzeil, die, geduldig als soldaten, naast elkaar in het gelid staan. Op deze verdieping bevindt zich ook een kantoor en het smaakvol gemeubeld privé-kantoor van den heer Dreesmann.
Vormen deze beide groote verkooplokalen het gedeelte, dat door het publiek gezien wordt, het oog des verslaggevers dringt verder door. En al vreezen wij bijna te veel van den lezer te vergen, toch moeten wij nog even iets vertellen van de vele andere afdeelingen, die deze reuzenbouw bergt en waar de eigenaar ons met rechtvaardigen trots rondleidde. We stappen dus maar weer in de lift, die ons dadelijk in den kelder brengt, die onder het geheele pand doorloopt. Daar bevindt zich de voorraadschuur, die ons eerlijk gezegd een weinig overweldigd heeft. Op onafzienbare rijen van rekken, waar tusschendoor groote en kleine gangen voeren, ligt hier, netjes geordend en verpakt, alles wat tot aanvulling van den voorraad in de magazijnen noodig is en door groote zendingen van buitenaf dagelijks wordt aangevuld. Men zou zoo zeggen als leek: driemaal meer dan noodig is om heel Nijmegen van top tot teen in het nieuw te steken: om den inhoud van alle linnenkasten te vernieuwen; om alle woningen van nieuwe kleeden of vloerbedekking te voorzien; om alle kamers opnieuw te behangen! En welk een orde heerscht er in dit goederendorp. In de duisternis zou men er den weg vinden! Midden door de ruimte loopt een breed pad, dat voert naar den uitgang in de bocht naar de Scheidemakersgas, waardoor de nieuwe voorraad binnenkomt. Daar is ook een afzonderlijk lokaal voor berging van de wagentjes, de emballage enz. In dit onderaardsche gedeelte vindt men ook de inrichting voor de centrale verwarming, die het geheele gebouw in den winter op de gewenschte temperatuur houdt, den kolenkelder en andere bergplaatsen meer.
Met de goederenlift, die aan de achterzijde van het gebouw is aangebracht en tot in den nok opvoert, gaan we weer naar boven. We passeeren eerst een ruime knipkamer en eene geheel electrisch ingerichte strijkinrichting, die achter de gelijkvloersche Hal zijn aangebracht; dan nemen wij even een kijkje in de uitgebreide behangerij, de naaikamer voor gordijnen en het daaraan verbonden schaftlokaal, die achter het magazijn op de eerste étage zijn gelegen en dan landen we aan op de tweede verdieping, die ter bewoning van het uitgebreide interne personeel bestemd is. Het heerenpersoneel heeft zijn keurig gemeubelde slaapkamers aan de achterzijde van het gebouw, de dames resideeren aan de voorzijde, met uitzicht op de Markt. Deze inrichting gelijkt op een groot hôtel. Alles is hier nieuw en naar de strengste eischen der hygiëne ingericht. Tusschen deze beide afdeelingen in liggen de conversatiezaal en de eetzaal- twee ruime in elkaar loopende vertrekken, die in de manufacturenwereld den eigenaardige naam van “Partiekamers” dragen. Toen we deze bezochten, werd uit de aangrenzende groote keuken een keurig middagmaal opgedragen voor de dames en heeren van de eerste ploeg, die gezellig als in een restauratie om een lange tafel bijeenzaten. Onvermeld mag hier niet blijven, dat er tegen brandgevaar voor deze en ook voor de hooger gelegen étages, waar ook vele slaapkamers gelegen zijn, de meest doeltreffende maatregelen genomen zijn, zoodat een ieder zoo nodig een veilig heenkomen zoeken kan. De binnenbouw is trouwens in hoofdzaak geheel in ijzerconstructie uitgevoerd en van alle zijden van het gebouw bestaat gelegenheid langs veilige wegen twee van elkaar verwijderde brandvrije trappen van gewapend beton te bereiken. Zoo komt men van het dak tot aan de straat veilig in een brandvrije ruimte naar beneden; alle daarop uitkomende deuren zijn in ijzerconstructie en voorzien van zelf dichtslaande scharnieren. Op iedere étage zijn daarenboven brandkranen aangebracht: de plafonds zijn met onbrandbare Eternietplaten bedekt en zelfs op het platte dak zijn rondom de luchtkokers voor de veiligheid ijzeren leuningen aangebracht. Met de grootste zorg is alles in ’t belang van de veiligheid der bewoners gedaan, wat gedaan kon worden.
Dat door het geheele gebouw op doelmatige wijze hygiënische inrichtingen verspreid zijn, ten gebruike van het publiek en het personeel; dat de electrische verlichting overal even practisch en naar de nieuwste constructie werd aangebracht- kortom, dat niets werd verzuimd wat reinheid, orde en gemak in deze inrichting kan bevorderen, zullen we wel niet in het bijzonder hoeven te vertellen. Trouwens als men bedenkt dat de inwendige inrichting van het geheele gebouw- wij bedoelen daarmee alles wat niet direct den bouw doch de exploitatie der zaak betreft- alléé reeds één ton gouds kost, dan krijgt men een denkbeeld, van wat er aan eene onderneming als deze verbonden is!
In het geheel zijn thans aan de zaak der Firma Vroom en Dreesmann verbonden 50 mannelijke en vrouwelijke bedienden intern en 30 extern; verder 15 behangers en 12 magazijnknechts, terwijl aan de knipperij, de electrische strijkinrichting en aan het atelier voor het veranderen van dames-confectie nog een 40-tal naaisters werk vinden. Als chef treedt sedert vele jaren op de heer A.A. Verweijen, die een hechte steun voor de Firma is.
Eene aansporing om deze nieuwe Magazijnen te gaan bezichtigen kan o.i. overbodig worden geacht. In ruimen getale zal men zeker van de gelegenheid gebruik maken, die daarvoor van morgen, Zaterdagmiddag af, door de Firma wordt geboden. Het is waarlijk dubbel de moeite waard!
De eigenaars van de Firma Vroom & Dreesmann en hun onvermoeide firmant de heer N. Dreesmann alhier hebben met de stichting van deze inrichting een doorslaand bewijs van ondernemingszin en durf gegeven. Dat zij in eene stad van 60.000 zielen een Manufacturen-magazijn stichtten van die afmeting en- naar wij van bevoegde zijde vernamen bestaat er in ons land op dit gebied geen grooter- getuigt er wel van, dat zij- uitstekende kooplieden als zij zijn- in Nijmegen’s toekomst groot vertrouwen stellen.
Wij wenschen hun en ook Nijmegen toe dat zij zich daarin niet bedrogen zullen zien en dat voor beiden nog een schoone toekomst is weggelegd.
Ontwerper van den geheelen bouw is de heer W.J. Welsing, architect te Arnhem, die zich daarmee als een man van kennis en smaak heeft doen kennen. Het werk is uitgevoerd door de heeren W.J.H. van der Waarden en J.J. de Groot, van wie de laatste met de dagelijksche hoofdleiding is belast geweest. Hij maakt het door zijn tact en nauwgezetheid mogelijk, dat de zaken der Firma tijdens de verbouwing, die bijna twee jaar duurde, ongestoord konden voortgaan en het belangrijke werk onder en boven den grond zonder ongelukken werd uitgevoerd. De groote moeilijkheden, die in deze veelbewogen tijden de aanvoer van materialen uit het buitenland met zich meebracht, werden op schitterende wijze overwonnen. Zij eischten heel wat overleg.
Aan den bouw werkten mede de volgende firma’s: H.F. Euwens, zandsteen en hardsteenwerken; L.A. Moll, electrische installatie; J.H. Smits, gas- en waterleiding; sanitaire goederen; E. v. Bilderbeek, glas iin lood; L. van Haaren, stucadoorwerken; J.Th. v.d. Waarden, terrasso en betonwerken; gebrs. Koning, schilderwerk; S. Reichgeld, smidswerken; firma van Ommeren (voorh. Thijs Plet) spiegelglas; firma Wed. v. Crimpen, spiegelglas; aleen alhier; verder: Edema van der Tuuck, leeraar aan de Academie van Beeldende Kunsten te Rotterdam; P.G. Duchâteau en Zonen, te Rotterdam, brons en koperwerken; De Nederl. Linoleumfabriek te Krommenie, vloerbedekking; firma J.J. Bouvy te Dordrecht, alle sloten. Allen hebben de Nijmeegsche en Nederlandsche industrie eer aangedaan.
Ook mag niet onvermeld blijven, dat gedurende al dien tijd ruim honderd handwerkslieden hier geregeld werk vonden- waarlijk een buitenkansje in dezen oorlogstijd!” (PGNC 19/2/1916)
Vervolg
In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd.
Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma’s Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)
Zoals gezegd denken veel mensen bij de vooroorlogse, prachtige winkel van Vroom & Dreesmann aan het werk van Oscar Leeuw. Hij raakt echter pas op een later moment betrokken, onder andere door de bouw van de passage van Vroom en Dreesmann. En de verbouwingen in de jaren 30, waarbij onder andere Bahlmann bij de winkel wordt getrokken. Zie het volgende artikel:
1953 Huidig Augustijnenstraat 33-35a (oud: Augustijnenstraat 33-34) Centrum
Augustijnenstraat 33 en 34 cafetaria Apendans en Drogisterij Gouden Hert (F86347 RAN)
In oktober 1953 opent mej. R. Donders de drogisterij het “Gouden Hert” op de Augustijnenstraat. Zij was assistentie bij de apotheker Plet op de Stikke Hezelstraat, totdat deze tijdens het bombardement van februari 1944 werd verwoest. Zij geeft architect van der Kloot opdracht tot het bouwen twee winkelhuizen met bovenwoningen aan de Augustijnenstraat. De rechter winkel zal ze zelf betrekken, de andere winkel zal het bekende cafetaria de Apendans worden.
Plan voor twee Winkelhuizen met Bovenwoningen aan de Augstijnenstraat te Nijmegen, “Accoord” stempels van 12-1951, datum dossier 2-12-1952 (D12.413170)
De Apendans
De Apendans, Foto 1955-1963 Augstijenstraat 33 (Foto Grijpijnk via F39495 RAN CCBYSA)
Het eerste bedrijf dat opengaat is “De Apendans” op de Augustijnenstraat 33. Op 17 juli 1953 openen de firmanenten G. van Leeuwen en A. Hamer hier hun cafetaria. Een paar dagen daarvoor heeft A.Hamer de sluiting van zijn cafetaria aan de Daalseweg 58 aangekondigd (De Gelderlander 13/7/1953).
Advertentie opening de Apendans (De Gelderlander 15/7/1953)
De Opening van Het Gouden Hert
Advertentie opening het Gouden Hert op de Augustijnenstraat 35 (Nijmeegsch dagblad 24/10/1953)
“Drogisterij ‘Het Gouden Hert’
Herrezen op Augustijnenstraat
Op de Augustijnenstraat hing gistermiddag de vlag uit en daar was wel reden toe. Alweer een herbouw was voltooid. Om drie uur ging de winkeldeur open van het nieuwe pand op no. 34, waarin de Drogisterij ‘Het Gouden Hert’ is gevestigd. De bezoekers, die de nieuwe zaak in ogenschouw kwamen nemen, werden verrast door de prettige entree en door de aanblik welke de drogisterij hun bood. ‘Het gouden hert’ mag een moderne drogisterij genoemd worden wat de inrichting betreft, de sfeer is evenwel zo ouderwetsch-gezellig als maar mogelijk is. En dit is van groot belang, temeer omdat het hier een meer dan een halve eeuw bestaande Nijmeegsche zaak betreft, die in het hart van de burgerij een plaats inneemt. Vroeger was het namelijk de apotheker van Pelt, die deze zaak dreef. Na zijn dood zette mej. R. Donders, apoth. ass., de zaak als drogisterij voort. Het bedrijf was gevestigd op de Stikke Hezelstraat, waar het bij de ramp van Februari 1944 in vlammen opging. Ook voor mej. Donders begon toen, evenals voor alle getroffenen, een zware tijd. Ze had been rust voordat ‘Het gouden hert’ weer op de rechte plaats zat, namelijk in het hartje van de stad. De Augustijnenstraat is er nu goed mee, met dit mooie winkelpand naast cafétaria ‘De Apendans’. Architect van der Kloot die de plannen ontwierp, de aannemers Gebr. Sutmuller, allen te Nijmegen, hebben eer van hun werk.” (De Gelderlander 28/10/1953)
Augustijnen 39-41 in juli 2019 (Google Streetview)
Architect B.J. Meerman ontwerpt in 1951 het pand voor Herman Geertsen op de Augustijnenstraat. Een mooie foto uit 1954 is te vinden bij het RAN: F12337
“Herman Geertsen op de Augustijnenstraat
Wethouder Duives heeft gistemorgen namens het gemeentebestuur de opening verricht van de nieuwe zaak van de heer Herman Geertsen aan de Augustijnenstraat. Wethouder Duives, in het bijzonder belast met de Wederopbouw, verricht een dergelijke handeling graag, want, zoals hij ons later vertelde, iedere opening van een nieuwe zaak brengt ons dichter bij het doel: de aan-eensluiting van de nieuwe binnenstad. Als we het zo kunnen volhouden, dan staat de binnenstad er over 3 jaar, is de mening van Wethouder Duives en eerst dan zal het grote doel bereikt zijn.
Het derde pand, met openstaande deur, is dat van Geertsen: Links de Augustijnenstraat en rechts de Stikke Hezelstraat , met op de hoek de Drukkerij en Boekbinderij Richelle en rechts daarvan o.a. de panden van Herman Geertsen en de Slijterij Oporto ; geheel links de Augustinuskerk, 1/9/1941 (F34009 RAN)
Op 22 Februari 1944 ging ook de zaak van de heer Geertsen ten onder en ook hij moest een lange lijdensweg afleggen voor eindelijk de definitieve bestemming werd gevonden. Eerst inwinkelen, zoals dat heet en daarna onderdak in het bouwvallige en door vele palen gestutte pand aan de Stikke Hezelstraat. En nu in een bijzonder fraai pand, 10 meter lang en 10 meter diep. Een ongekende weelde, na het zoveel jaren te hebben moeten stellen met een bouwvallige keet, waarin het bovendien niet zonder gevaren was.
Een dag van grote voldoening ook, daar de zaak van de heer Geertsen 25 jaar bestaat. In de 2 ruime etages en in de grot, in lichte kleuren gehouden winkelruimte, heeft de heer Geertsen nu volop de gelegenheid zijn artikelen te laten zien; het zijn er zeer vele op electrisch-, radio- en verlichtingsgebied. In de winkel is een demonstratie-keuken ingericht, zodat men de verschillende artikelen ook in werking kan zien. Er is ook een demonstratie-kast van neonbuizen. Voor de kleurbepaling heeft een dergelijke demonstratiekast grote waarde. Achter de winkel is een kantoor en een tekenkamer ingericht, alsmede een winkelmagazijn met verbinding aan de werkplaats. In de werkplaats dringt het daglicht op royale wijze binnen en ook wat dit betreft zal de heer Geertsen en zijn personeel de luxe niet kennen.
Architect B.J. Meerman ontwierp het plan voor dit fraaie en royale pand, dat hoewel 10 meter breed en 10 meter diep, geen enkele kolom heeft en de Gebrs. Smits, Aannemers van Bouw- en Betonwerken, gaven het plan van architect Meerman gestalte en wel zodanig, dat het pand een niet geringe aanwinst mag worden genoemd voor ons herrijzende stadscentrum!
Een felicitatie waard!” (De Gelderlander 24/12/1952)
Augustijnenstraat 34-41
Eigenaar: (Herm. Geertsen doorgehaald en vervolgens handgeschreven:) Laarman Radio-techn. Bureau Stikke Hezelstraat 4, Winkel-Werkplaats-Magazijn-Garage-Woning en Aparte Bovenwoning a/dd Augustijnenstraat, architect B.J. Meerman, mei 1951 (D12.413127)
Meerman tekent de bouwtekeningen mei 1951, waarna uitwerkingen volgen. Opvallend is dat op D12.413127 Geertsen is doorgehaald en vervangen door Laarman. Ook op de overige bouwtekeningen staat “Laarman”.
Links en rechts van de winkel zitten opgangen naar boven. De ingang van de winkel is in het midden, tussen 2 etalages. De winkel beslaat Het eerste gedeelte van de begane grond bestaat uit de winkel zelf. Daarachter bevinden zich het privé-kantoor en het kantoor van de boekhouders met rechts een doorgang. Het achterste gedeelte is niet geheel duidelijk: links is een magazijn gepland met daarop handgeschreven “kantoor”. Terwijl op de plaats van de werkplaats handgeschreven “kantoor” en “winkel” staat.
In de kelder bevindt zich onder andere het magazijn, de garage en een berging voor rijwielen, ladders en “buis”.