Bij Begijnenstraat 13

Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?


Wonen, werken, leven, oud en nieuw, natuur en gebouwd in Nijmegen
Bij Begijnenstraat 13

Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?



’t Meertje of ook wel Het Meer genoemd is een zogenaamde wetering: een meestal afgegraven watergang dat dient tot afwetering.
Het Meer is ontstaan als oude rivierloop van de Rijn tijdens het Saalien (of Saale-glaciaal): de een na laatste ijstijd, ongeveer 238 tot 126 duizend jaar geleden. Het ligt onder de Nijmeegse stuwwal in de Ooijpolder.
’t Meertje mondt uit in de Waal. Oorspronkelijk lag de uitmonding op de locatie van de Waalbrug. Maar door de bouw van deze brug is deze monding verplaatst naar het oosten, de huidige locatie. Ook is daarbij een grotere inham gegraven, waar woonboten liggen.
Sinds 2009 heet het officieel ’t Meertje.

’t Meertje is belangrijk als afwatering voor ondermeer de Duffelt en het achterliggende gebied. Ook is het belangrijk voor de afwatering van de stuwwal en het plateau van Groesbeek. Dit water komt via Kranenburg in ’t Meertje terecht en vervolgens in de waal.
(In omgekeerde volgorde) loopt ’s Meertje langs de stuwwal, parallel aan de Provinciale weg en komt langs Persingen. Bij Beek splitst de waterloop zich: 1 tak komt uit in het Wylermeer en loopt dan verder in Duitsland. Daar loopt het onder de naam Große Wässerung richting Kranenburg. Verschillende weteringen en beken komen hier op uit.
De oostelijke tak is bij Leuth de grens tussen Nederland en Duitsland. Deze loopt als Grenswetering verder, om in Duitsland Hauptwässerung te heten. Ook hier komen meerdere beken en weteringen op uit, vanuit de richting van Millingen en Mehr.
Dijkgraaf van Wijckweg 4, Nijmegen Ooyse Schependom

Een bijzonder gebouw bij ’t Meertje is het Hollandsch-Duitsch gemaal. Het werd in 1933 gebouwd om water of te voeren uit de Ooijpolder en de Duffelt via ’t Meertje in de Waal. Het is gebouwd in opdracht van het toenmalige Nederlandsche Waterschap Nijmegen-Duitse Grens en het Duitse Deichverband Kleve-Landesgrenze.
Het is een ontwerp van Marinus Jan Granpré Molière 1883-1972), samen met civiel ingenieur R. verLoren van Themaat. Het ontwerp is in de stijl van de Delftse School.
Op 23 januari 1934 werd het gemaal in werking gesteld, de officiële opening was op 2 februari 1934 (zie foto F52473 RAN).
Het Gemaal is een Rijksmonument met als waardering (zie deze link ook voor een uitgebreide beschrijving):
“- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld in exterieur van een zorgvuldig vormgegeven en functioneel opgezet gemaal uit 1933, waarbij opvalt dat de zichtbare bovenbouw in hoofdvorm en materiaalgebruik aansluit bij de landelijke architectuur en aldus de moderne techniek enigszins verhult. Het object is een goed voorbeeld van Delftse School-architectuur met hoogwaardige esthetische kwaliteiten. Het gemaal neemt als voorbeeld van industriarchitectuur een unieke plaats in binnen het oeuvre van ingenieur M.J. GranprMoliHij heeft voornamelijk woonhuizen, raadhuizen en kerken ontworpen. Na de recente aanpassingen in het kader van de dijkverbetering heeft het gemaal zijn functie alsmede de monumentale karakteristiek behouden. Wel is de installatie volledig vervangen door nieuwe motoren en pompen. – Van stedenbouwkundige waarde als essentieel onderdeel van het (inter)nationaal belangwekkende natuurontwikkelingsgebied “Gelderse Poort”. Het gemaal is van bijzondere betekenis vanwege de markante situering op een plek waar drie landschapstypen bij elkaar komen, namelijk de Waal met zijn uiterwaarden en dijken, de Nijmeegse stuwwal en de Ooypolder. Het gemaal accentueert door zijn functie en situering de karakteristieke eigenschappen van dit landschap en maakt deze herkenbaar.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke en technische ontwikkeling, in casu het controleren van de waterhuishouding in een aan de Waal en stuwwal grenzende polder; aanvankelijk alleen op natuurlijke wijze met een uitwateringssluis en sedert 1933 tevens op kunstmatige wijze met een toegevoegd gemaal.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Meer_(wetering)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hollandsch-Duitsch_gemaal
https://nl.wikipedia.org/wiki/Wetering_(watergang)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Saalien
Pal naast de Nijmeegse binnenstad ligt het prachtige natuurgebied van de Stadswaard en de Ooijpolder. Voor de aanleg van de…
De Ooypoort verbindt de Waalkade met de Stadswaard/Ooijpolder; de stad met de natuur. Het ontwerp is van Olaf Gipser uit…
Het gehucht de Tien Geboden ligt in de Ooijpolder, vlak bij de Oude Waal. Het bestaat naast 3 boerderijen uit…


Aanvankelijk bestond een groot stuk groen uit 360 bij 110 meter. Later werd er nog een stuk bijgevoegd tot het huidige Dorpspark Hees. Dit groen moest de grens tussen het oude, landelijke Hees en de nieuwe flats en laagbouw van Heseveld benadrukken. (Bron: Dorpsbelang Hees)
Hierboven staat een foto op het moment dat de flats al wel zijn gebouwd, maar het park nog uit landbouwgrond bestaat. Een mooie foto van het park in ontwikkeling eind jaren 60 is te vinden op F88649.



ingangen bij Oude Graafseweg ter hoogte Ligusterlaan en bij de Verbindingsweg, Heseveld


In het westelijke gedeelte van dit terrein stond Villa Dennendaal. Dit was sinds 1959 een opvangtehuis voor daklozen. In 1990 werd Villa Dennendaal gesloopt en vervangen door de huidige appartementencomplexen met puntdaken.
Daarbij verkreeg de gemeente Nijmegen in 1990 het bos. Dit bos toegankelijk via twee ingangen, 1 aan de Oude Graafseweg en 1 aan de Verbindingsweg. Beide ingangen hebben een poort zoals op bovenstaande foto weergegeven.
In een open gedeelte staat het beeld van Ruth die de vruchten van de aarde haalt. Dit is een werk van Theo Mulder uit 1964. Het beeld stond oorspronkelijk voor de vroegere IVO-Mavo aan de Archipelstraat.
In het Augustijnenbosje staat het beeld “Ruth, die de vruchten van het veld haalt”. Een gebukte vrouw, die schijnbaar bezig…
Elk jaar wordt in december de “Kerstlichtjestocht” gehouden. Zie voor haar site met een filmpje uit 2023:
https://www.cgkv-nijmegen.nl/kerstlichtjestocht-2024/

Prins Bernhardstraat Altrade

Aangezien het grenst aan de Wedren en zelf deels gebruikt wordt tijdens de Vierdaagse, verwijst een deel van de beelden naar dit wandelevenement.

![De uitstulping linksboven is Fort Kyk in de Pot met daarachter Fort Steene Kruys: NIMEGUE/ G.Brakel ; del 1714 ; [rechtsonder in kader] / Ville forte dans la province | de Gueldre, avec les nouvelles |Fortifications | de Monsieur Coehoorn, Plattegrond
Vesting Nijmegen;
Lamigue
Het leven van Zyne hoogheit Johan Willem Friso, prinse van Oranje en Nassau,…. Nevens de historie van den jongstleden oorlog: met de gronttekening der voornaamste steden en vestigiingen verykt/Isaac Lamiguel, Amsterdam: Bij Jaohannes Oosterwyk, 1716, 1714 (KPA-II-21 RAN)](https://woneninnijmegen.blog/wp-content/uploads/2024/03/nimegue-brakel-del-1714-kpa-ii-21.jpeg?w=825)
Het park bevindt op de begraafplaats van de Stenenkruisstraat. Voordat hier een begraafplaats werd aangelegd, was het eeuwenlang de locatie van Fort Kijk in de Pot: de uitstulping linksboven op de kaart geeft de lunet Kijk in de Pot aan, met daarachter de lunet Steenen Kruys. Alleen de straatnamen herinneren nog aan deze forten.
Deze lunetten waren rond 1700 aangelegd onder leiding van Menno van Coehoorn. De naam “Kijk in de pot”, of het verwant met namen als “Kijk in de Köken” zijn in meerdere plaatsen bekend voor een fort dat diende als uitzichtspunt om te zien of er een vijand aankwam. Deze lag zo hoog, dat men als het ware in de pot of keuken van de vijand zou kunnen kijken. Ook Deventer (16e eeuw) en Bergen op Zoom kenden een Kijk in de Pot. Waarbij die van Bergen op Zoom eveneens is aangelegd door van Coehoorn. Ook Banda, Tallinn, Danzig en Magdeburg hebben een fort met een dergelijke naam.

Tussen 1861 en 1862 werden de lunetten verbouwd tot Fort Kijk in de Pot als onderdeel van de 19e eeuwse verdedigingsring. Hiervan was P.L. Teeuwissen de aannemer.
Dit fort heeft slechts 20 a 30 jaar bestaan: in De wikipedia over Altrade noemt 1880 als het jaar van sloop, die over het Julianapark noemt 1894.
Alleen de straatnaam herinnert nog aan het fort.

Daarna kwam de locatie in gebruik als Algemene begraafplaats. Deze begraafplaats aan de Stenenkruisstraat was de eerste buiten de wallen.
In de 19e eeuw kwam het verbod om doden binnen de stadsmuren te begraven. Allereerst vanaf 1810, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk, mochten doden niet meer binnen de stadsmuren worden begraven. Daarop besluit het stadsbestuur p 13 november 1810 om een algemene begraafplaats aan te leggen buiten de Hertogsteegpoort, wat de later de Stenenkruisstraat is. Dit terrein was onderdeel van de vestinggronden dat in 1808 door Lodewijk Napoleon aan de stad had gegeven. De eerste begrafenis op deze nieuwe plek vond op 20 mei 1811 plaats. (in Pardisum https://stichtinginparadisum.nl/begraafplaatsen/stenenkruisstraat/).
Ook de wet uit 1829 – de Fransens waren immers weer vertrokken- bepaalt dat steden met meer dan 1.000 inwoners hun begraafplaats buiten de wallen moet hebben. Wanneer men precies gestopt is om overledenen (ook?) op het Stevenskerkhof te begraven, is mij niet bekend: 1810, 1829 of mogelijk zelfs 1869 (de Begraafwet). In ieder geval werden in de loop van de 19e eeuw de graven rond de kerk werden geruimd, waarbij beenderen werden overgebracht naar de Stenenkruisstraat.
Van links naar rechts een afzonderlijke locaties voor Joden, Protestanten en Rooms-Katholieken.


In eerste instantie lag de begraafplaats daadwerkelijk buiten de bebouwde kom. Het grensde daarbij aan de Wedren. Nijmegen groeide en om het kerkhof wel volop gebouwd. In 1905 werd de begraafplaats gesloten, waarop het daarna in verval raakte.



In 1925 vond de ruiming plaats van het noordelijk deel en in 1926 van het zuidelijk deel. Het middelste, protestante, deel bleef gehandhaafd. Hier lagen veel welgestelde Nijmegenaren. Rondom deze begraafplaats werd een hek geplaatst. Daarnaast zijn er nog 2 zerken in het Julianapark.
Op 20 mei 1926 vond de opening van het park plaats, hoewel de daadwerkelijke aanleg nog feitelijk moest beginnen: in 1927 het noordelijk deel en in 1928 het zuidelijk deel. Daarbij werd het park vernoemd naar de (toenmalige) prinses Juliana.
Tijdens de Tweede Oorlog was de officiële naam “Centrumpark”.
In de jaren 50 moest een deel van het park in het noordoosten plaats maken voor de Doopsgezinde kerk. Een deel van het park is in gebruik als hondenuitlaatplaats, speeltuin en skatepark.
In het park zijn veel beelden te zien, waarvan een deel verwijst naar de Vierdaagse. Een deel van het park wordt dan gebruikt als onderdeel van het start- en finishterrein en een fietsenstalling.
Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start) en meisje (de finish) voor, waarbij het meisje bloemen in haar handen heeft.
Lees Meer1989
Het Japans wandelmomument is een sculptuur dat aangeboden is door de Japan Walking Association. De sculptuur bestaat uit 2 opstaande…
Lees Meer2007 Julianapark
Deze plaquette is een gedenksteen voor de Vierdaagse van 2006. Niet alleen voor de 2 overleden wandelaars, “voor ‘allen die tijdens of ten gevolge van deelname aan de Vierdaagse’ gestorven zijn” Het ligt sinds 2007 in de buurt van de Wedren, bij het beeld van het Vierdaagsemonument.
Lees Meer





Het Julianapark kent een aantal bijzondere bomen:
Meer hierover is te vinden op monumental trees.




Julianapark, wikipedia
Altrade, wikipedia
Voerweg Centrum

De bomen zijn een geschenk van het “We do remember” National Comittee, namens de provincie Ontario aan de gemeente Nijmegen. Het esdoornblad ofwel ‘maple leaf’ is het nationale symbool van Canada.
Dit monument is op 5 mei 1980 onthuld. Op 7 mei 1945 vond de Duitse capitulatie plaats, dus 35 jaar na “V-E Day”: Victory in Europe Day. De bomen zijn een herinnering aan deze dag en het verblijf van het 1ste Canadese Leger in Nijmegen.
Ik (RE) vermoed dat de schenking van de Provincie Ontario afkomstig is, omdat het 1ste Canadese Leger daar haar basis heeft.

Op het bordje staat: ““These forty sugar maple trees are presented on behalf of the Province of Ontario Canada. To the City of Nijmegen by the “We do remember” National Committee on the occasion of the thirty-fifth anniversary of V-E Day 1945-1980”
Op het bordje staat dat er 40 geschonken zijn. Er blijken echter 32 esdoorns te staan (Zie ook Monumental trees). Wat de reden is van de ontbrekende acht bomen, is mij niet bekend: of er daadwerkelijk 32 in plaats van 40 zijn geplant of dat 8 van deze 40 bomen in de loop der jaren verloren zijn gegaan.

Ze waren zichzelf al het Cinderalla Army (Assepoesterleger) gaan noemen: het 1ste Canadese Leger. Waar sinds de invasie in Normandië al talloze zware gevechten hadden plaats gevonden, was de rol van dit leger tot dan toe beperkt gebleven: bij de geallieerde opmars was hun rol vooral het bewaken van de linkerflank geweest. Met beperkte toewijzing van munitie en brandstof kregen ze vooral de weinig aansprekende opdracht om havensteden te zuiveren van Duitsers. Wat overigens niet betekende dat er zwaar werd gevochten om de Franse havensteden en de opening van de Schelde.
Het offensief stokte bij Market Garden. De brug bij Arnhem werd niet veroverd, Nijmegen wel. Vanaf dat moment was Nijmegen frontstad.
De Canadezen kregen de taak om van december 1944 tot februari 1945 de taak de frontlinie te bewaken. Dat betekende dat ze meer dan 360 kilometer moesten bewaken: van Duinkerken aan de Noordzeekust tot ten zuiden van Nijmegen. Ondertussen begonnen de voorbereidingen voor een groot voorjaarsoffensief.

Dit offensief ging in op 8 februari van start. De Canadezen trokken vanuit de omgeving van Nijmegen naar het zuidoosten om de corridor tussen Rijn en Maas vrij te maken. Het 9de Amerikaanse leger zou optrekken naar het noordoosten, waarbij de legers elkaar bij Wesel zouden gaan ontmoeten. Voor de Canadezen betekende dit de strijd om het Reichswald, de Siegfriedlinie te doorbreken om vervolgens de verdediging van de Duitsers van het Hochwald te verslaan en daarna het gebied tot aan de Rijn veilig te stellen.

Het eerste obstakel was de Ooijpolder. Op 6 februari hadden de Duitsers de dijk in de buurt bij Erlecom opgeblazen, waardoor de polder ondergelopen was. De 3e Canadese Divisie, die bij de Schelde met ondergelopen land veel ervaring had opgedaan, kreeg opdracht dit gebied, onder zware omstandigheden, te veroveren. Op 8 en 9 februari veroverden zij Kekerdom, Leuth en Millingen aan de Rijn. Daarna volgde de zware slag om het Reichswald, waar de Canadezen samen met de Britten vochten. Op 21 februari vond de doorbraak plaats. Een volgende slag vond plaats bij de Schlieffen-Stellung oftewel ‘Hochwald Layback’, welke 2 weken duurden. Niet alleen vanwege tegenstand, maar vooral vanwege slechte weer- en terreinomstandigheden.
Intussen hadden de Amerikanen onder de naam Operation Grenade hun opmars eindelijk kunnen beginnen.
Op 23 maart vindt de volgende fase plaats: Operation Plunder, waarbij de geallieerden tussen Rees en Wesel de Rijn oversteken. Daarmee begon de eindfase van de oorlog en werd ook Nederland weer front.

De Canadezen kregen de opdracht de Duitsers uit het oosten en noorden van Nederland te verdrijven.
Het belang van oosten en noorden van Nederland was het beschermen van de linkerflank van de hoofdopmars en de bevoorradingsroute van de geallieerden. Daarnaast zouden de Duitsers hun V1- en V2- raketten niet meer vanuit Nederland kunnen lanceren. En om te voorkomen dat de Duitsers konden ontsnappen uit (west-) Nederland. Deze opmars was niet zozeer bedoeld om de eigen bevolking te bevrijden.
De opmars liep aanvankelijk naar het oosten van Nijmegen, zo’n 50 kilometer. Daarvan. Begin april 1945 trok het Canadese leger, dus uiteindelijk met een bocht, de Achterhoek in. Half april bereikte het Canadese en Poolse leger het noorden van Nederland, waaronder de Afsluitdijk. De Duitsers in West-Nederland konden niet meer ontsnappen.
Bij de Grebbelinie stokt de aanval: in het westen bevonden zich 120.000 Duitsers. Te zwak en een te groot samenraapsel voor een uitbraakpoging, maar aan de andere kant een groot aantal soldaten. Hitler had bevolen om tot de laatste man stand te houden. De Duitsers zetten daarbij de Wieringermeerpolder onder water om luchtlandingen te voorkomen. De grond werd te drassig geacht voor een aanval. Daarnaast was het gebied te dicht bevolkt om de eigen vuurkracht optimaal in te zetten. Eind april waren de gevechten in Nederland sowieso wat geluwd en het wachten was daarom op het einde van de oorlog.

Wanneer de oorlog voorbij is, wachten veel Canadese soldaten in Nijmegen op hun repatriëring. In deze periode worden vaak dansavonden georganiseerd, die soms uitmonden in meer dan dansen. Een mooi verhaal is te vinden op: https://mijngelderland.nl/inhoud/specials/getuigen-van-de-oorlog/een-canadese-soldaat-als-vader

Op de Canadese Erebegraafplaats (Zevenheuvelenweg, Groesbeek) liggen de meeste Canadese soldaten begraven, die tijdens Operation Veritable gesneuveld zijn. Hierbij kwamen meer dan 5.000 Canadese soldaten om het leven. Op een gedenkteken staan meer dan 1.000 namen van Canadesen, Britten en Zuid-Afrikanen die gesneuveld zijn vanaf de invasie van Normandië en waarvan de lichamen nooit gevonden zijn.
Een ander monument dat mede voor de Canadezen is opgericht is bij Klein Amerika, welke herinnert aan het feit dat de Canadese troepen eind 1944 de frontlinie hebben bewaakt.
Het kanon in het Hunnerpark is een Duits 3.8 pantserkanon (PanzerAbwehrKanone), oftewel antitankkanon. Dit is een van de kanonnen die…
De Belvedère is gebouwd als verdedigingstoren. Vanaf 1646 kreeg het de functie van speelhuis voor de welgestelden van Nijmegen. Ondanks…
De voetbrug in het Hunnerpark verbindt het restant van de wallen met de Belvedère. Deze brug is ontworpen door stadsarchitect…

De bevrijding van Oost- en Noord-Nederland, Christ Klep, 21 april 2020
https://legionmagazine.com/the-cinderella-campaign/
https://nl.wikipedia.org/wiki/1e_Leger_(Canada)
https://oorlogsgravenstichting.nl/monumenten/groesbeek-monument-langs-klein-amerika
Verder lezen:
http://bevrijdingsbos.nl/060_0001.htm geeft de achtergronden weer van Canadese soldaten die in Groningen zijn gesneuveld. Een aantal keren wordt Nijmegen en omgeving expliciet genoemd. Ook zullen veel soldaten in de omgeving zijn geweest, zonder dat Nijmegen wordt genoemd.
Biezen/Waterkwartier

De Kauwstraat bestaat pas sinds 1987 als naam (Straatnamenregister). Eind 2024 is de straat opnieuw ingericht.
Op Noviomagus (en dan vooral reactie 4 en 5) is te lezen dat de Kauwstraat aanvankelijke een modderpaadje was de Krayenhofflaan naar de Eerste Oude Heselaan (huidige naam). Een van de opvallende aan de Kauwstraat is de “Crisiskapper” op de hoek met de Krayenhofflaan. Op Noviomagus zijn tevens foto’s van 2005 van de straat te zien.
Voordat de Kauwstraat een straat werd, was het een speelveldje.

Het Architectuur Centrum Nijmegen benoemde de Kauwstraat 2021 (datum van de pagina) nog tot 1 van de 13 “Gevonden ruimtes”: “Braakliggende tussenruimtes of locaties die een herontwikkeling verdienen”.
Hiervan was de Kauwstraat 1 van de 3 “Buurtverbinders”: “Vlak achter het spoor, verscholen tussen een meubelzaak en visserswinkel, ligt de Kauwstraat. Hier ligt een strook van enkele meters diep, ingeklemd tussen graffiti wanden en trottoir. Grassen, bloemen, bijen en klimop gedijen hier goed. Buurtverbinder?”
Een van de opvallende zaken is de hondenuitlaatplaats. Voor lag deze vlak in de buurt, aan de Tunnelweg. Vanwege vergroening, met onder andere als doel het tegengaan van hittestress, is hier een “echt” parkje aangelegd, waarbij wadi’s zijn aangelegd voor de opvang van water.
Daarnaast is de weg van de Kauwstraat versmald: net als in de Krayenhofflaan is hier een groenstrook aangelegd voor de vergroening van de wijk. (Wel zijn zijn nu voor de aanleg van de hondenuitlaatplaats de struiken gerooid; deze waren mogelijk vanwege sociale veiligheid in de loop der jaren al ver terug gesnoeid (eigen observatie).
Wel krijgt de Kauwstraat, doordat de Krayenhofflaan een fietsstraat is geworden en er langs Vissers Meubelen een verbindingsweg met de Tunnelweg is gekomen, een grotere verkeersfunctie.


Let ook op “The Imker”, op muur bij de Greenwheels parkeerplaats.
Bekendmakingen van de gemeente Nijmegen
Hoewel Biezen de officiële naam is, noemen veel Nijmegenaren de wijk het Waterkwartier. Het is een van oudst bewoonde gedeelten…
Tijdens het bombardement op 22 februari 1944 was de Krayenhofflaan een van de hardst getroffen straten. Buurtbewoners namen het initiatief…
Het Krayenhoffpark was al vroeg ingetekend, in 1879, in de plannen voor na de ontmanteling. Het werd vernoemd naar Cornelis…

Voor de aanleg van de brug Ooypoort lag de verbinding in de Ooijpolder, bij het oude station.
In de loop der tijd zullen hier artikelen over de Stadswaard en Ooijpolder worden toegevoegd.
De Ooypoort verbindt de Waalkade met de Stadswaard/Ooijpolder; de stad met de natuur. Het ontwerp is van Olaf Gipser uit 2013.
Lees Meer

Het water onder de Ooypoort dat in de Waal uitkomt en waar aan de andere kant woonboten, wordt ’t Meertje genoemd. Oorspronkelijk was ’t Meertje de loop van de Rijn (de Waal bestond nog niet als dusdanig). Vanuit Duitsland liep het onder de stuwwal door en kwam oorspronkelijk uit ter hoogte van de huidige Waalbrug.
Bij de aanleg van de Waalbrug is de uitmonding van ’t Meertje verlegd naar de huidige ligging. Daarbij is een wat grotere inham gegraven, waar nu woonboten liggen. Sinds 2009 heet het water officieel ’t Meertje.
Tegenwoordig is ’t Meertje de afwatering van onder andere de Duffelt en de Ooijpolder via het Hollandsch-Duitsch gemaal.
Bron:
Het Meer (wetering), Wikipedia

Sinds 2005 valt de “Stadswaard” onder het beheer van Staatsbosbeheer. Daarbij was de grond van boeren gekocht of geruild met grond dat achter de dijken ligt. De grond was daarbij in gebruik als weidegrond: vrijwel jaarlijks overstroomt dit gebied, zodat het voor andere landbouwtoepassingen sowieso niet geschikt is.
Vanaf dat moment mag het gebied verwilderen. Daarbij zijn Galloway runderen en Konikspaarden uitgezet om het gebied te begrazen (ik weet niet of vanaf 2005 meteen deze rassen zijn ingezet).
Het gebied is tot stand gekomen in een samenwerking tussen provincie Gelderland, de gemeente Nijmegen, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is daarbij verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en ecologie van de rivier
De Stadswaard wordt gezien als een “voorportaal” van de Ooijpolder door Nijmegenaren. En dat is ook een bewuste keuze van het beheer geweest: daarmee wordt de druk op “andere, ecologisch meer waardevolle natuurgebieden in de Ooijpolder” vermindert. (Duurzame kleiwinning)
Naast wandelgebied is de Stadswaard ook in gebruik door haar Waalstrandjes, waar mensen op mooie dagen zonnebaden. Daardoor is ook een deel van het strandgebied afgezet voor de grote grazers. Ook voor 2005 waren deze stadsstrandjes overigens in gebruik, al dan niet officieel.

In 2016 en 2017 werd in de Stadswaard een nevengeul van 1 kilometer afgegraven, zodat de oude hoogdynamische rivierdynamiek terugkeert (Duurzame kleiwinning). Deze kreeg de naam ’t Zeumke, vernoemd naar een oude waterloop. De opening vond 17 november 2017 plaats.
Een deel van de afgegraven klei is gebruikt om een vluchtplaats voor hoogwater voor grote grazers bij de Vlietberg aan te leggen.

’t Zeumplankje is de brug over de uitgegraven nevengeul van de Waal. Het was een ontwerp van ipv Delft: “de voetgangersbrug, die zich karakteriseert als natuurlijke eenvoud: in essentie is het een betonnen plank op nonchalant geplaatste palen. Met landschappelijke charme, uiteraard.” Een brug zonder “poespas”, zodat alle aandacht naar het water en het landschap gaat. Daarbij koos ipv Delft voor een ruwe afwerking van de betonpalen, de houtnerven van de bekisting zijn nog op de randen te zien en het brugdek is alleen opgeruwd om slippen te voorkomen. Ook lijken de palen lukraak geplaatst te zijn.
Overstromingen
Bij het ontwerp is rekening gehouden dat het gebied periodiek overstroomt: het brugdek is licht gebold aan de bovenzijde. Hierdoor kan het water makkelijker passeren als het water stijgt en eveneens wanneer het water later weer zakt. Daarbij heeft de brug geen opstaande randen of goten, zodat water en vuil zich daar verzamelen. Door de materiaalkeuze en ontwerp is de brug vrijwel onderhoudsvrij en zal naar verwachting 80 jaar meegaan.

Op het veerooster zijn stapvlakken in de vorm van wilgenbladeren gemaakt. Deze dragen zowel bij aan de functionaliteit van de brug als de uitstraling.
Ook is de naam van de brug uitgesneden.
Naam ’t Zeumplankje
De naam is bedacht door de 7-jarige Sebastian Sap, die de brug in 2017 ook mocht openen.
https://www.gelderlander.nl/nijmegen/brug-t-zeumplankje-in-stadswaard-is-geopend~a7605178/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Ooyse_Schependom
https://web.archive.org/web/20161110171927/http://www.stadswaard.nl/gebied/
https://web.archive.org/web/20170922011634/http://stadswaard.nl/
https://www.samenwerkenaanriviernatuur.nl/overzicht-projecten/waal/stadswaard+nijmegen/default.aspx


Vanaf 2012 zijn er permanent konikspaarden in het gebied uitgezet. Van 1982-1998 was het een reservaat voor przewalskipaarden. Deze zijn naar Mongolië vervoerd, om de paarden in hun oorspronkelijke gebied weer opnieuw te introduceren.
De konik komt oorspronkelijk voor in Polen en Wit-Rusland. Konik (konjiek) betekent in het Pools “paardje” en het is zogenaamd halfwild paard.
Net als wilde paarden zijn koniks klein en hebben ze een zogenaamde “wildkleur”, waardoor hun kleur valer lijkt dan dat deze daadwerkelijk is.
Ze hebben geen verzorging nodig en bovendien kunnen ze (in principe) het gehele jaar buiten blijven. Dit zijn belangrijke redenen dat ze worden ingezet in de begrazing van natuurgebieden.
Feitelijk houden de koniks niet van warmte: ze hebben een vetlaag, daarop een dikke leren huid en tot slot een weelderige vacht. Voor een konik is de ideale temperatuur rond de 4 graden boven nul.
Daarnaast zijn ze vrij van ziekten die “normale” paarden kunnen hebben, iets waarvoor ze speciaal zijn gefokt. Hun karakter is gewillig, rustig en sober.
In 2013 zijn er een aantal konikpaarden naar Bulgarije verplaatst, zodat het aantal paarden op ongeveer 140 te houden.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Ooijpolder
https://nl.wikipedia.org/wiki/Konik
https://www.gelderlander.nl/nijmegen/grote-grazers-voelen-zich-kiplekker-in-polder~a7e9572c/







De Graspieperhof met het Orion gebouw ligt op het terrein van de voormalige verbandwattenfabriek Brocades. Lees hier het artikel:
In 1915 opent de Nederlandsche Verbandwattenfabriek aan de Voorstadslaan. In 1932 vindt een fusie plaats met voorheen Brocades. De meeste…
In 2002 had Hartmann haar activiteiten in Nijmegen gestopt en verkocht ze de grond en de, inmiddels al voor een deel gesloopte, panden aan een projectontwikkelaar. Het lukte hem niet een passende herontwikkeling te bedenken, waarop hij de grond in 2008 aan Giesbers-Wijchen verkocht. Deze ging in nauwe samenwerking met haar “afnemers” SSHN, Portaal, Talis aan de slag voor de ontwikkeling van het project. (In oktober 2008 verschijnt een bericht in de Gelderlander dat SSHN op dat moment een haalbaarheidsonderzoek uitvoert; Bouwenenwonen schrijft in haar artikel van januari 2009 dat Portaal 36 toekomstige appartementen heeft gekocht.)
In totaal ging het bij de herontwikkeling van het Hartmann-terrein om 310 woningen. Naast de hierboven genoemde instellingen, bestond het uit 5 eengezinswoningen voor particuliere koop. Geesink Weusink Architecten was zowel de ontwerper het stedenbouwkundig plan als de architect van dit complex. In juni 2010 werd gestart met de bouw, waarbij deze in juli 2012 werd opgeleverd. De bouwsom bedroeg 32 miljoen euro. Op de site van Giesbers staat een mooie brochure over de totstandkoming van project:
https://giesberswijchen.nl/wp-content/uploads/gw_brochure_sperwerstr_101011_0.pdf en daarnaast een fotoreportage https://www.slideshare.net/slideshow/giesberswijchen-onderhanden-projecten-6851122/6851122 over de bouw van dit project (sheets 2 t/m 6 tevens bron; ook mooie foto’s van hun andere bouwprojecten).
In 2012 kwam het nieuwe complex van Stichting Studentenhuisvesting Nijmegen (SSHN) gereed. Het bestaat uit 231 zelfstandige eenheden voor studenten. 222 daarvan zijn ongeveer 28 m² groot en 9 zijn bestemd voor 2-persoons huishoudens. “Waar ligt het complex? De kamers van dit complex liggen aan de Sperwerstraat en Graspieperhof. Met de fiets ben je binnen vijf minuten in het centrum van Nijmegen. Lekker dichtbij dus! Naar de onderwijsinstellingen is het ongeveer tien minuten fietsen.” (SSHN) Orion maakt onderdeel uit van plan van SSHN om voor 2015 1.250 nieuwe studenteneenheden op te leveren. (Voxweb)
Meteen of vlak na de oplevering heeft Orion al zonnepanelen (Gelderlander)
In 2015 schrijft de ANS: “Op de plek waar vroeger een fabriek stond waar Tonny heeft gewerkt, is in 2012 SSHN-complex Orion verrezen. Anneloes (23) vindt het een fijn complex om in te wonen. Over de buurt is ze minder te spreken: ‘Inbraken en fietsdiefstallen komen vaak voor.’ Het is dus niet voor niets dat Gemeente Nijmegen deze wijk nog steeds als aandachtsgebied beschouwt.”
De ZZG Zorggroep een complex voor ouderen bouwen: Terra.Dit gebouw heeft drie verdiepingen met in totaal 27 appartementen. Op de bovenste verdieping zijn een aantal appartementen voor eventuele partners, die dan toch in de buurt kunnen wonen. “Het sociale karakter van het Waterkwartier is voelbaar in Terra. Iedereen kent elkaar, is recht door zee en heeft het hart op de tong. In Terra heerst een huiselijke sfeer met ouderwetse gezelligheid. In de buurt van Terra vindt u enkele winkels en andere voorzieningen, zoals een supermarkt, restaurants en cafés.”
De eerste bewoners van Terra woonden daarvoor op Sonnehaerd. Op het moment van oplevering van Orion is SSHN al in gesprek met de eigenaar van Sonnehaerd, ZZG Zorggroep, om het pand in ieder geval tot 20220 te huren: voor ouderen was het gebouw niet meer geschikt, maar voor studenten juist een prima gebouw. (Voxweb). SSHN zal Sonnehaerd daarbij daadwerkelijk betrekken, goed voor 160 kamers.
In de binnentuin van het Graspieperhof bevindt zich een zogenaamde Wadi. Bij neerslag kan het water in deze straat hiernaar afstromen. Bij hevige neerslag kan deze wadi, omdat het een geïsoleerd watersysteem is, wel overlopen. Het water loopt dan via de straat naar het reguliere riool.
Maar wat is een Wadi nu eigenlijk?
Het doel van een Wadi is dat hemelwater in de bodem of oppervlakte wordt opgenomen. En dus niet dat het schoon regenwater wordt afgevoerd door riolering. Op die manier draag het bij tot het op peil blijven van grondwater. En daarnaast hoeft schoon water niet door de rioolzuiveringsinstallatie.
De Wadi is een groene plek waar het water uit de omgeving naar toe wordt geleid. Meestal is het, zoals ook bij deze wadi, een laaggelegen grasveld. Daaronder ligt een speciaal ‘infiltratiepakket’. Dit infiltratiepakket kan bijvoorbeeld bestaan uit grind, een waterdoorlatende steen, of tank. Van hieruit kan het vervolgens opgenomen worden (‘infiltreren’) door de bodem of het oppervlaktewater.
Het hemelwater wordt naar deze wadi toe geleid, waarna het in de bodem kan worden opgenomen. Als de wadi goed werkt, staat deze na een regenbui binnen enkele uren alweer droog.
Bij deze wadi bevindt zich het kunstwerk de Afsluiter van Carla Dijs:
2012, Graspieperhof In 2012 konden toekomstige bewoners van de 5 nieuwe appartementsgebouwen op het oude Hartmann-terrein bijdragen aan het nieuwe…
Lees verderhttps://www.climatescan.org/projects/17152/detail
Biodivercity
Hoewel Biezen de officiële naam is, noemen veel Nijmegenaren de wijk het Waterkwartier. Het is een van oudst bewoonde gedeelten…
Op deze locatie stond tot 2014 de school de Aquamarijn, welke in de jaren 70 was gebouwd. Bij de verplaatsing…
Aan de Voorstadslaan 175 t/m 207 staat een rij woningen, allen gebouwd door J. Th. Weisscher. Behalve 175 zijn zij…

Het Florapark is een erg afwisselend park: een dierenweide, uitkijkplek, bosje, volkstuinen, trimbaan. Het park is aangelegd op een uitloper van de stuwwal. Het ligt deels in en deels op de helling van de Wolfskuil of de ‘Kuul’. Het hoogteverschil tussen het hoogste en laagste punt is 12 meter.

Het park ligt aan de Floraweg. Deze weg is zelf vernoemd naar twee bloemisten.
In 1994 had de gemeente plannen om de Graafseweg te verbreden, waarbij een aantal huizen aan de Looimolenweg zouden moeten verdwijnen. Bewoners, en met name de direct betrokkenen, richtten daarop een actiegroep op. Van daaruit ontstond het plan voor het Florapark en is de Stichting Florapark opgericht.
Het park is een samentrekking van een stuk grond van de bewoner/gebruiker van de Looimolen, Henk Amelink en een stuk achtertuin van Villa de Wolfskuyl.
Op Noviomagus staat een mooie foto uit 1949.



Floraweg 51
De dierenboerderij is vernoemd naar Kobus Hendriks (Nijmegen 16 juni 1946 – Nijmegen 5 juli 1986). Op de plek waar nu de kinderboerderij staat, stond vroeger een gebouwtje dat “het groene gebouwtje” werd genoemd, sinds de jaren 60 het eerste wijkgebouw. Na sloop verhuisden de activiteiten mee naar de oude pastorie. In ieder geval was Hendriks in dit gebouw de beheerder; het is mij (RE) niet duidelijk of hij ook al beheerder was van het groene gebouwtje.

In dit Mariakapelletje hangen bewoners van de Wolfskuil een foto, bidprentjes of ander aandenken van hun overleden dierbaren op. Voor veel wijkbewoners een plek om even stil te staan. Foto’s variërend van baby’s tot ouderen. Van ‘serieuze’ portretten tot foto’s van de overledenen op een blije feest- of vakantiefoto.

Het beeld van moeder met kind is gemaakt door Ed van Teeseling. Hij maakte ook het reliëf van Sint Thomas van Villanova op de gesloopte Villanovakerk.
In maart 2020 werd er brand gesticht in de kapel: foto’s waren van de muur gerukt en in een hoek gegooid. Gelukkig kon een deel gespaard blijven. Buurtbewoners waren verontwaardigd en gezamenlijk hebben ze de kapel weer opgeknapt.
Verder lezen kan op: https://dewester.info/brandstichting-maria-kapel-wolfskuil/


Op het uitzichtspunt bevindt zich een beeld van een mannetje met verrekijker en aktetas. Het is een beeld van Erik Buijs uit 1999.
Buijs werd door Gemeente Nijmegen gevraagd een beeld te ontwerpen voor het Florapark. Bewoners van het hoger gelegen gedeelte van de Wolfskuil waren nauw betrokken bij de totstandkoming van het park en het beeld, terwijl het park vooral ook bedoeld was voor het benedengedeelte van de wijk (welke zeker op dat moment nog zeer stenig was). “Om de beide bewonersgroepen met elkaar te verbinden ontwierp Buijs een spion. Deze kijkt met zijn verrekijker de wijk in en controleert het reilen en zeilen. In beide lenzen van de verrekijker zitten lampjes. ’s Avonds als het donker wordt gaan deze aan. Je ziet dan het silhouet van een mannetje met twee oplichtende ogen.” (Kunst op Straat)

Dirk Erik Buijs (3-11-1970 Rhenen) is een beeldhouwer van figuratieve beelden. Zijn vader is de kunstenaar Hedda Buijs. Hij groeide op in Echteld en studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda en de Hogeschool voor Kunsten in Arnhem.
Hij is vooral bekend om zijn mensfiguren, welke zijn gegoten in beton, brons en aluminium. Hij noemt zichzelf beeldenmaker in plaats van beeldhouwer: hij maakt zijn beelden uit klei of was, of uit piepschuim gesneden. “Bij gebrek aan betere beeldmiddelen kies ik uiteindelijk toch altijd weer voor figuratieve beelden. Hiermee kan ik het beste mijn visie op een gegeven plek of opdracht weergeven. Mijn beelden hebben vrijwel dezelfde karaktereigenschappen als hun maker: vol zelfspot met een kritische houding naar hun omgeving. Mijn beelden zijn geen illustraties van een verhaal, het verhaal begint juist bij die beelden” (wikipedia, met tevens een overzicht van zijn werk)
Zie de website van Erik Buijs.

Op het terrein staan de Looimolen en het Sfeerhuys.

Een erg mooi stukje is het Lindelaantje, zie ook de foto bovenaan. Deze loopt achter de villa de Wolfskuyl langs.

Het pand is in 1913 gebouwd als Villa de Wolfskuyl. Hiervan was C. de Groot uit Hilversum de architect. “De Groot liet zich bij dit ontwerp inspireren door invloeden uit de Engelse en Duitse landhuisarchitectuur.” (Rijksmonumenten) De eerste steen werd op 17 april 1913 gelegd door W.H. Hoijer.
Tussen 1933 en 1941 was het gebouw in gebruik door de Kanunnikessen van het Heilig Graf. Architect Charles Estourgie ontwierp rond 1935 een kapel tegen de linker zijgevel.
In 1948 kwamen de broeders van Oudenbosch die er tot 1989 bleven.

Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering:
VILLA uit 1913, ontworpen door architect C. de Groot onder invloed van de Engelse en Duitse landhuisarchitectuur en rond 1935 voorzien van een KAPEL door Ch. Estourgie.
– Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een grote villa, ontworpen aan één van de uitvalswegen van Nijmegen. De villa is zowel wat betreft exterieur als wat betreft het interieur gaaf bewaard gebleven en is gebouwd in een bouwstijl die onder invloed stond van de landhuisarchitectuur in Engeland en Duitsland. Opvallend is het zeer rijk gedetailleerde baksteenwerk en de forse kap met overstek. Het gaaf bewaard gebleven interieur versterkt de architectuurhistorische waarde. De in stijl aangebouwde kapel geeft tevens een cultuurhistorische meerwaarde. Zowel het woonhuis als de kapel vertolken een representatieve rol binnen het oeuvre van architecten C. de Groot en Ch. Estourgie.
– Van stedenbouwkundige waarde als oorspronkelijk onderdeel van de bebouwing aan deze uitvalsweg van Nijmegen en vanwege de opvallende situering in een parkachtige open omgeving, bekend onder de naam Wolfskuyl.
– Van cultuurhistorische waarde vanwege de aan het pand zichtbare functiewisseling die rond 1935 heeft plaats gevonden toen het in gebruik werd genomen als kloostergebouw voor de Kanunnikessen van het Heilig Graf. Hiermee verwijst het gebouw naar het rijke kloosterleven dat Nijmegen in die tijd kenmerkte. Tevens cultuurhistorische waarde als oorspronkelijke huisvesting voor een nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in nieuw aangelegde straten rond de oude stad.”


“De boomlaag bevat vooral zomereik, gemengd met robinia en een ondergroei van hulst, klimop en braam. Het bosje is onderdeel van een groene lint tussen de Graafse- en de Oude Graafseweg en daarmee van belang voor verspreiding van flora en fauna door het gebied.” (IntoNijmegen)
Elk jaar vindt in mei de Dag van het Florapark en in december een kerstmarkt plaats. Zie voor aankondigingen terugblikken de Facebook pagina van Vrienden van het Florapark.
Straatnamen Register Nijmegen https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/D.html en
https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/F.html#Florapark








Een groot deel van de wijk is gebouwd in de jaren 10 en 20 volgens de “Tuindorp” gedachte. Dat pakt…
Het Augustijnenbos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en…
Niet heel groot, wel leuk: het groen op de talud van het spoor in de Wolfskuil. Daarbij heb je uitzicht…