Kelfkensbosch 10 (Kelfensbos 10, verwoest september 1944)
De Vleeshouwerij C.A. van der Waarden, bouwkundige W.J.H. van der Waarden , Kelfkensbos, foto 1910 (RAN F17566)
In oktober 1899 vestigt C.A. van der Waarden zijn slagerij op het Kelfkensbos. Daarvoor had hij op Hezelstraat gezeten. Tijdens Market Garden wordt ook de slagerij verwoest.
In oktober 1899 vraag C.A. van der Waarden een vergunning tot het oprichten van “eene slagerij, in het perceel aan het Kelfkensbosch, kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 3269” aan. (PGNC 25/10/1899) Daarvoor had hij op Hezelstraat 72 gezeten. (PGNC 29/3/1899)
Bij de opening
Bij de opening in november 1899 schrijft de Gelderlander:
“Gisteravond trok op het Kelfkensbosch de nieuw geopende, schitterend verlichte slagerij van den heer C.A. van der Waarden, die zijn zaak uit de Lange Hezelstraat daarheen verplaatst heeft, algemeen de aandacht. Het mag dan ook een model van een sierlijken en doelmatigen vleeschhouwerswinkel genoemd worden.
De bouwkundige en aannemer W.J.H. van der Waarden, die de verbouwing ontwierp en uitvoerde, heeft hier iets bijzonder fraais en degelijks geleverd. De pui is geheel uit verglaasde tegels en hardsteen opgetrokken en prijkt met een paar goed gebeitelde ossenkoppen, evenals het verder steenbouwwerk uitgevoerd door den heer H. Euwens. In de lijst moet nog een plaat van marmerglas met opschrift komen.
Ook van binnen is de winkel geheel met verglaasde tegels bekleed en voorzien van zware koperen uitstallings-inrichtingen van Bruns te Arnhem. Ondanks de stevigheid dier koperen haken en stangen bleken zij gisteravond, toen er eenige duizenden kilo’s vleesch aan hingen, tegen dat gewicht niet bestand en ontstond er een klein defect.
Zeer practisch is achter den winkel een ruime open plaats aangebracht, wat zeer bevordelijk is voor ventilatie en koelte, zoodat het vleesch gestadig frisch kan worden gehouden. Daartoe zijn ook de gaslichten hoog aangebracht, zoodat de warmte op het vleesch geen nadeeligen invloed kan uitoefenen. Kortom- en dit bewees vooral de uitstalling gisteravond- het is niet enkel een sierlijke winkel, maar er is vooral gezorgd voor deugdelijke waar.” (De Gelderlander 4/11/1899)
De in het artikel genoemde ossenkoppen zijn in de foto hierboven uiterst links- en rechtsboven te zien.
Gezien in de richting van de St.Jorisstraat, 1905 (Vivat via RAN, F18078)
Straatbeeld met de verwoestingen van de bevrijding, gezien in de richting van de St. Jorisstraat. Links, het grotendeels verwoeste pand van Slagerij C.A. van der Waarden, 9/1944 (Anna Huybers/ auteursrecht Andrew T. Woolley via RAN F14479)
Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden
Nijmegen, 15 november 1860 – Nijmegen, 25 september 1930)
Hij was naast aannemer/architect ook wethouder van Nijmegen.
Vooralsnog een lijst van werken afkomstig van Wikipedia:
1897-1897: Bloemerstraat 53 (winkelhuis, bovenwoning en werkplaats)
Op de hoek van de Kroonstraat en Parkweg staat een voormalige kruidenierswinkel. Daarbij is opvallend, dat de huidige opschriften noch voorkomen op de foto uit de jaren 1946-1947, noch de foto gedateerd 1980
1881, Parkweg 120-122-124 Het ontwerp van deze in 1881 gebouwde herenhuizen worden vaak toegeschreven aan Bert Brouwer. Rob Essers maakt op Noviomagus aannemelijk dat Brouwer niet de architect zal zijn geweest. Zie voor een uitgebreid artikel de hierbovenstaande link. Rijksmonument Parkweg 120-124 is een Rijksmonument; op deze site staat tevens een uitgebreide beschrijving. Met als…
Het gebouw staat bekend als het Belgisch Consulaat. Oorspronkelijk is het in 1887 gebouwd als huis en magazijn van zoutzieder J. van Roggen. Ook zullen veel mensen het herkennen vanwege de (vele) horeca-gelegenheden die in dit pand hebben gezeten.
Op de hoek van de Parkweg en Pijkestraat staat het beeld van de Gouden Engel. Beeldhouwer Fred van Teeseling liet zich inspireren door de Nijmeegse legende van de Gouden Engel uit 1600: het verhaal over een tragische liefde en over een engel van puur goud die ergens in de binnenstad van Nijmegen begraven zou moeten…
Samenkomst van Lange Hezelstraat en de Parkweg rechts; links de hoek met de Nieuwe Markt, 1899 (Uitg. Firma F.J. Kloosterman via F19208 RAN)
In 1899 lijkt de hoek van de Lange Hezelstraat en de Parkweg nog een woonhuis te zijn (F19208). Een aantal jaren later is het Café De Poort van Hees (F19190), zoals het café nog vele jaren, tot 2017, heeft geheten.
In 2017 kwamen er nieuwe uitbaters, zie het artikel van de Gelderlander.
Lange Hezelstraat met Poort van Hees op hoek Parkweg, 1900-1905 (Uitg. Nauta, Velsen via F19190 RAN)
Parkweg 18 20 22 (huidig) en ’t Hoogje
Panden tussen de Parkdwarsstraat en de Regulierstraat, je kijkt richting Eerste Walstraat
Links de huidige nummers 22, 20 en 18. Het rijtje lage huisjes werd “Het Hoogje” of “ABC” genoemd. De huisjes zijn in 1928/1930 gesloopt, 1890 (GN616 RAN)
Het Straatnamenregister:
“Het Hoogje
“A B C, ook wel „HET HOOGJE” genaamd, een rei kleine, lage huisjes, thans Parkweg 2 tot 16. Oorspronkelijk stonden deze huizen aan den weg die onder langs den Wal liep, en die den naam van Achter dan Wal droeg. Hun ligging geeft dus de hoogte aan welke die weg daar bereikte. (…)” (Van Schevichaven 1896, p. 1)
Het A.B.C. lag niet aan de Parkweg, maar aan de andere kant van de Regulierstraat aan de Eerste Walstraat.
“Parkweg. (…) Een groepje kleine huisjes aan het boveneinde van den Parkweg, hoek Regulierstraat, gesloopt in 1928, werd ‘Het Hoogje’ genoemd. Vóór deze huisjes lag een hooge stoep.” (Teunissen 1933)” (Straatnamenregister)
Parkweg 22, 20 en 18 en de “nieuwe” bebouwing, maart 2025 (Google Streetview)
Kronenburgersingel 231, september 2010, Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons
Op 17 februari 1897 koopt J.E. Meulenberg van de gemeente Nijmegen het perceel Kronenburgersingel hoek Stieltjesstraat te bebouwen met 3 woonhuizen Sectie B nr. 2487 groot 10a 36ca. (Bron: Notariële akte (koopakte) d.d. 17 februari 1897)
PGNC 21/2/1899: “Den 16. dezer heeft de onderhandsche aanbesteding plaats gehad van vier heerenhuizen alhier aan den Kronenburgersingel en Stieltjesstraat, door de architecten v.d. Pluijm en Gielen, voor rekening van den heer J.E. Meulenberg. Het werk is gegund aan den heer J.s Grandjean, aannemer alhier, voor de som van f40800.”
Het verschil tussen het in de koopakte genoemde aantal van 3 woonhuizen en de aanbesteding van 4 heerenhuizen wordt verklaard door de aankoop bij akte van 10 mei 1987 van een strook bouwterrein aan de Stieltjesstraat, te bebouwen – in vereeniging met een gedeelte van het aan den kooper bereids verkochte terrein bij akte van 17 februari 1897 – met één woonhuis, Sectie B nr. 2529 groot 93 centiaren, zijnde Stieltjesstraat 30.
De Meulenbergs hadden in 1897 de (huidige) nummers 223 en 225 laten bouwen, eveneens door v.d. Pluijm en Gielen.
Ontwerp voor vier Heerenhuizen aan de Kronenburgersingel en Stieltjesstraat te Nijmegen, De Architecten v.d. Pluijm en Gielen, Datum tekening Dec 1898 (D12.377831)De kant van de Stieltjesstraat: Ontwerp voor vier Heerenhuizen aan de Kronenburgersingel en Stieltjesstraat te Nijmegen, De Architecten v.d. Pluijm en Gielen, Datum tekening Dec 1898 (D12.377831)
Het hoekpand, Kronenburgersingel 231 is een Rijksmonument met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving van het pand weergegeven) :
“HERENHUIS uit 1898, ontworpen door de architecten Van de Pluijm & Gielen in Overgangsarchitectuur.
– Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van een herenhuis, gebouwd in de stadsuitleg van Nijmegen in een Overgangsarchitectuur, typerend voor een gedeelte van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. Deze architectuur bevat vernieuwende elementen, gecombineerd met de wat traditionelere invloeden van bijvoorbeeld de Neo-Renaissance. Dit pand heeft een ongewone vorm en wordt gekarakteriseerd en gedomineerd door de torenachtige opbouwen. Het pand is bijzonder in de combinatie van de gaaf bewaard gebleven interieurelementen en de zorgvuldige detaillering van het gaaf bewaard gebleven exterieur. Er is bovendien een sterke ensemblewaarde en een stijlovereenkomst met het hekwerk aan de straatzijden.
– Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van het vanuit rijkswege beschermde deel van de binnenstad van Nijmegen, vanwege de zeer markante en in de architectuur vertaalde hoekligging en vanwege de situering van het pand aan de rand van het Kronenburgerpark, alwaar het in combinatie met de aanwezige groenaanleg een schilderachtig geheel vormt.
– Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.“
Hoek Kronenburgersingel en Stieltjesstraat: gebeeldhouwde vogels (april 2025)
Gemeentelijk monument
Het blok als geheel is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Pand in overgangsstijl tussen neo-renaissance en nieuwere bouwkunst, van groot belang in de straatwand.” Kronenburgersingel 227 is samen met Stieltjesstraat 32 “gemeentelijk monument”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs, of ga verder met de bewoners:
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel. Hierop wordt Kronenburgersingel…
M. Leijzerscis krijgt in 1900 telefoon (nummer 734 PGNC 9/9/1900)
De inrichting van Mej. E. Steijns PGNC 7/3/1916
Naam
Omschr
Adres
Adresboek
M.J.F.B. Leijzers-Vis
Industrieel
Kronenburgersingel 29
1901, 1902, 1903
M.Th. Martens
Geb. van Blaricum
1909
Wed. Mr. B.J.H. v. Blaricum
Geb. M.Th. Eskens
1910
Mej. G.J.E. Steijns
Onder “Massage en heilgymnastiek”
1916
J.B.C.E.M. Jansen-Ficher
Afkomstig uit Arnhem; in 1930 wordt een keukenmeisje gevraagd
PGNC 22/3/1919, De Gelderlander 20/9/1930
Mej. F.H. Dorssers
Huishoudster
1926, 1928
Onbewoond
1934
W.J. Janssen
Varkenskoopman (1934); Nijm. Baconfabriek (1940)
1934, 1936, 1938, 1940
W.A. Janssen
bedrijfsleider (1938); in februari 1936 vertrek van een W.A. Jansen naar Arnhem (PGNC 22/2/1936); in augustus 1936 vestiging van een W.A. Janssen (PGNC 1/8/1936)
1938, 1940
Fa. W. Pruijn
Varkensexport; tevens adres Ubbergscheveldweg 1
1936
H.J. Janssen
Looncalculator
1948
A.F. Wijers
Brood- en banketbakker
1948
Mej. C.A. Wijers
1948
T.H.J. Wijers
Bakker
1948
T.H. Janssen
Koopman
1959
W.J. Janssen
Exporteur
1963
W. Janssen
1968
Gevonden gebruikers nummer 231
Zoals reeds weergegeven, staat in de bijlage de gebruikers weergegeven. Hieronder enkele speciale vermeldingen:
In de jaren 20 was het pand in gebruik door de Karmelieten. Dan vinden we ook Titus Brandsma (vooralsnog eenmalig) op dit adres.
Een verhuizing naar Indië in 1930 geeft een beeld van de inventaris van het pand:
Interieur Kronenburgersingel 231 PGNC 28/5/1930
Hermsen
Advertentie pension Hermsen (De Gelderlander 28/9/1931)
In ieder geval is het pand in 1931 een pension. In een andere advertentie adverteert Hermsen met: “Gemeub. Kamers met pension voor 2 Heeren of Dames of Echtpaar” (De Gelderlander 7/11/1931).
Mevrouw Hermsen is bovendien actief als propagandist voor de R.K.S.P. (De Gelderlander 22/6/1935)
1939: Te koop
Advertentie Kronenburgersingl 231 te koop (PGNC 18/2/1939)
In februari 1939 staat Kronenburgersingel 31 te koop, waarbij de veiling op 2 en 16 maart zal plaatsvinden (PGNC 18/2/1939)
Tweede Wereldoorlog
Inkwartiering (Deel bericht De Gelderlander 7/12/1944)
Kronenburgersingel 31 komt in december 1944 voor op een lijst waar de bewoners van openbare schuilgelegenheden ingekwartierd kunnen worden. Het adres biedt dan plaats voor 4 personen (De Gelderlander 7/12/1944)
In De Gelderlander 5/3/1945 staat een advertentie waarin H. Venhovens-Radt uit Cuijk een aantal personen zoekt, waaronder Mej. L. v. Heumen-Venhovens (De Gelderlander 5/3/1945)
Het hoekpand met de Stieltjesstraat, 15/5/1988 (Anton van Roekel via F18294 RAN CCBYSA)
Naam
Omschr
Adres
Adresboek
H.W. Boeree
Koopman (1902); huisknecht (1903)
Kronenburgersingel 31
1902, 1903
Oosting (E)
Geb. A.G. v. Holthe tot Echten
1902
Dr. F.A.M. Lemaire
Arts
1903
A. Beersman(s)
Onder “Modisten en kostuumnaaiers”; grossier
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
A.G.D. Erkens
Onder “Amerikaansche karpetschuiers”
1912-1913
Wed. K. Install
Geb. B. Becker
1922
Prof. Dr. T. Brandsma
(O. Carm.), Gewoon Hoogleraar R.K. Universiteit
1928
Carmel
1928
A.M. Pelgrim
R.K. geestelijke
1928
L.H.M. Denteneer
1928
Echtg. F.J. Terwischa van Scheltinga,
Geb. J.W.M. Coomans; Wanneer zij op de Kronenburgersingel gaat wonen, is zij afkomstig van Zwolle (PGNC 13/6/1931)
1932
Mej. A.C.A. v. Aernsbergen
1932
Jkhr. Th.W. Serraris
z.b., hij is dan afkomstig uit Groesbeek en hij “student” vertrekt in juni 1933 weer, naar Ginneken
PGNC 17/12/1932 en PGNC 10/6/1933
Mej. M. Meijer
boekhoudster
1932, 1934
W. Munting
Arts; per 1-10-1933 gevestigd als Arts homeopatisch geneesheer (PGNC 23/9/1933) met praktijk aan huis. Hij is dan afkomstig van Alphen aan de Rijn (PGNC 14/10/1933)
1934
A.A. Hermsen
pensionhouder
1934
Mej. J.P. Segers
Part. secretaresse
1934
W.F. v. Gelder
Winkelier
1936
J.H. Jansen
Winkelbediende
1936
J. Voncken
Student; hij is dan afkomstig van Wijlre (PGNC 24/10/1936)
H. Friedeberg
Jurist
1938
W.H.G. Giesen
Koopman; hij is dan afkomstig van Tilburg (PGNC 12/6/1937)
1938
H.E. Puplichuizen en gezin
Agent houthandel, vertrekt naar Amsterdam (PGNC 24/9/1938)
Wede. C. Deuling- v.d. Worp
Vertrekt naar Amsterdam (PGNC 1/8/1942)
A.F. Boelen
1948
J.B.J. van Sambeek
1948, 1951
Wed. P.J.M. van Sambeek
Geb. H.A. van den Berg
1951
J.A.J. van den Boogaard
Locale kracht P.T.T.
1951
F.J. Govaert
1959
J.A. Rammeloo
1959
H.C. van Gils
1959, 1963
A.W.A. Snoeks
1963
J.P. Rietveld
1963
B.W.S.
Onder “Copieerinrichtingen”
1966
J.F.E.M. Ahout
Hotelhouder
1968
M.N.J.A.M. van den Wildenberg
1968
Verdijk
Design. Studio grafische ontw. Zeefdruk offset en stencilwerk
Rechts Kronenburgersingel 221, gebouwd als spiegelbeeld van 215, maart 2025 (Google Streetview)
T. van de Poel, R. Eekelder
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen (raadsbesluit 21-9-1895 ) aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel te Nijmegen groot 3a 61ca, (ter breedte aan de Kronenburgersingel van 13 m.), deel uitmakend van perceel Sectie B nr 1927 (geheel groot 86a 64ca), gelegen ten N., van het reeds op 8 oktober 1895 door J.H. Meulenberg aangekochte gedeelte van dit perceel. Het gekochte te bebouwen met een dubbel woonhuis. (Bron: Notariële akte (koopakte) d.d. 19 november 1895 (waarin opgenomen een situatieschets).
Huisnummer 221 is gebouwd als spiegelbeeld van nummer 215.
Gemeentelijk Monument
Nummer 221 is een gemeentelijk monument met als waardering:
“Voorbeeld van laat-negentiende-eeuwse huizenbouw, vooral van betekenis in samenhang met de overige huizen in de straatwand”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs, of ga verder met de bewoners:
Op 17 februari 1897 koopt J.E. Meulenberg van de gemeente Nijmegen het perceel Kronenburgersingel hoek Stieltjesstraat te bebouwen met 3…
Bijlage: Gevonden gebruikers
Op 20 en 21 april zal de veiling van de inboedel plaats vinden (PGNC 17/4/1920)
Naam
Omschr
Adresboek
D. v. ’t Lindenhout
Papierfabrikant
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
H.J.P. v. Alfen
Leeraar H. en M.O.; in oktober 1909 vertrekt hij naar Maastricht (PGNC 21/10/1909)
1908, 1909
B. Nachenius
Benjamin Nachenius Benjaminszoon, weduwnaar van A.C. Pronck) overlijdt op 31-10-1915 (PGNC 2/11/1915); afgaande op O.G. Roelofs was A.C. Pronck zijn eerste vrouw
1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
Wed. B. Nachenius
Geb. O.G. Roelofs
1915-1916
H. Lezer
Koopman; in ieder geval woont H. Lezer in december 1918 op dit adres (overlijdensadvertentie Betsy van Zand PGNC 13/12/1918)
1916
E.A. Geidel
Dekenstikster
1922
R.I. v. Gelder
Arts; huidarts met praktijk aan huis; hij vestigt zich rond oktober 1920 (PGNC 9/10/1920)
Kronenburgersingel 217 en 219, september 2013 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons) Jacobus H. Meulenberg (24/8/1855), Kronenburgersingel 17, Bevolkingsregister 1890
Op 8 oktober 1895 verkoopt de Gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel: groot circa 10a 65ca, (ter breedte aan de Kronenburgersingel van 28 m.) deel uitmakend van perceel Sectie B nr. 1927 (geheel groot 86a 64ca), en wel dat gedeelte van perceel 1927 grenzende aan en gelegen ten Noorden van het gedeelte van gemeld perceel 1927 reeds verkocht aan dokter Mertens bij akte van 20 september 1895. De huisnummers 215, 217 en 219 zijn later via de nalatenschap van J.H. Meulenberg in de nalatenschap van zijn (enige) dochter, Maria Hendrina Meulenberg, terecht gekomen.
Kronenburgersingel 217 is van 1896 tot 1903 bewoond geweest door J.H. Meulenberg.
Daarnaast heeft de jongste dochter van J.E. Meulenberg, Mathilda Maria Francisca (1896-1976) op Kronenburgersingel 27 gewoond heeft. Zie bovenstaande overlijdensadvertentie van haar man Jos Arntz d.d. 11-11-1918. Een droevige affaire: zij waren pas getrouwd op 6-8-1918. Zij hebben daar dus maar heel kort gewoond. Volgens het adresboek 1920 was zij toen alweer bij haar vader op Kronenburgersingel 6 ingetrokken.
Detail: ondertekening van een bericht in De Gelderlander 9/1/1901
In 1901 is Meulenberg onder-voorzitter van De Commissie tot Steun van Werkloozen. Buurman J.J. Hoogenboom is lid van de commissie. Maar daarnaast ook N. van Haaren van Kronenburgersingel 7.
In 1968 ontwerpt architectenbureau Benning de wijziging van de voorgevels, waarbij de panden dan nog de adressen Kronenburgersingel 15, 17 en 19 hebben (D12.470658).
Gemeentelijk Monument
Kronenburgersingel 215, 217 en 219 (en 221) zijn gemeentelijke monumenten met als waardering:
nummer 215:
“Voorbeeld van laat-negentiende-eeuwse huizenbouw, vooral van betekenis in samenhang met de overige huizen in de straatwand.”
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel. Hierop wordt Kronenburgersingel…
Bijlage: Bewoners
Gebruikers Kronenburgersingel 215
(Deel) van inventaris te koop (De Gelderlander 25/10/1922)
(Deel) van inventaris te koop (De Gelderlander 28/10/1922)
Rond 1931 staat mevrouw S. de Jong regelmatig in advertenties als verkooppunt van loten ten bate van de “Joodsche invalide” (De Gelderlander 16/10/1930, De Gelderlander 2/1/1931, De Gelderlander 18/7/1932)
Kronenburgersingel 15
Naam
Omschr
Adresboek
J.J. Hoogenboom
S.S.; hij kondigt in PGNC 16/9/1902 zijn vertrek aan
1898, 1899, 1901, 1902
B.J.G.W. Beumer
Techniker
1903
B.J. Beumer Jr.
Techniker; Internationaal Technisch Bureau; Hij kondigt zijn vertrek in december 1905 aan in PGNC 29/11/1905
1905
S.M. Beckeringh
1907
H.E. Antink
Gep. Rijksontvanger; Hij vertrekt naar Rheden (PGNC 18/10/1911)
1908, 1909, 1910
J.J. v. Beuningen
Gep. Inspecteur S.S.; dienstbode gevraagd in PGNC 25/9/1912
1912-1913
Y. v. Nooten
1915-1916
Mej. M.E. Jong
1926
Mej. P.C. Mom
1926, 1928
H.S. de Jong
Reiziger
1928
S.H. de Jong
Koopman; H.S. de Jong “koopman” vestigt zich in september 1932 vanuit Eindhoven; in november 1932 vertrek S.H. de Jong en zijn vrouw naar Den Haag (PGNC 12/11/1932)
1932; PGNC 10/9/1932
R. de Graaff en vrouw
z.b., afkomstig uit Groesbeek
PGNC 7/2/1931
H.J.E.M. Tervooren
Procuratiehouder
1934, 1936, 1938, 1940
B.J. Moonen
Afd. chef electr. bedrijf; in 1963 filiaalhouder; in 1968 bedrijfsleider
1948, 1963, 1968
Wed. G.L. Pilger
Geb. W.J.M. Berger
1951, 1955, 1959
H.A. Gudde
1963, 1966, 1968, 1971
Tolhuisen geb Cusiel W
1968
Gebruikers Kronenburgersingel 217
Een bekende bewoner in de jaren 50 en 60 is Dr. L.J. Rogier, Vaderlandse en algemene geschiedenis der nieuwere tijden; zie ook de foto bij het RAN.
Ambt. ter Secretarie van Ubbergen; in februari 1915 gevestigd, hij is dan afkomstig uit Ubbergen (PGNC 14/2/1915)
1915-1916, 1916
Mej. A.Th. de Bruin
Apothekeres
1922
Herder & Geertsma, N.V., aann. En Beton-Mij v.h. de
1934
A.A. v. Leeuwen
Correspondent
1934
Woningvereeniging Zuid Nederland
Advertentie De Gelderlander 21/12/1932; 1934
Th. Baalman
Zonder beroep; Hij komt in februari 1939 hier te wonen, hij is dan afkomstig uit Groningen (PGNC 25/2/1939); Hij overlijdt op 3-2-1941 op 75-jarige leeftijd (De Gelderlander 4/2/1941)
1940
Mej. E.Th.M. v. Romondt
Onderwijzeres, Th. Baalman was haar oom (De Gelderlander 4/2/1941)
In 1890 ontwerpt architect Maurits dit complex van 4 woningen.
Gemeentelijk Monument
Ingang Oranjesingel 9 (oktober 2024)
Het complex is sinds 1988 een Gemeentelijk Monument, met als tekst bij aanwijzing: “Complex van vier woningen. Als 1 blok ontworpen gebouw met drie bouwlagen van baksteen en geschilderde banden en blokken. Gedekt met zadeldaken met verschillende bedekking. In de gevel zijn vier risalieten aangebracht, die eindigen in een getrapte topgevel, met zadeldaken loodrecht op de gevel.Op de eerste etage hebben de eerste en de derde risaliet een houten erker op natuurstenen consoles: die bij nr. 7 is gewijzigd, die van nr. 3 heeft nog de oorspronkelijke bedaking, ver uitstekend op houten sporen. Ramen op de begane grond zijn laag, met boogvormige bovendorpel. Op de eerste etage zijn rechte kozijnen met daarboven boogvormige velden waarin afwisselend decoratieve tegelpanelen en cementen ornament. Ramen op de tweede verdieping hebben segmentbogen boven rechte kozijnen. Op de hoek links bevindt zich een overhoeks geplaatst torenachtig element, overkragend vanaf de eerste verdieping, eindigend in een houten dakkapel tegen een torenspits. De dakkapellen hebben een uitstekend leien dak naast de topgevels; bij nr.3 en 7 bevinden zich later toegevoegde brede dakkapellen. Voordeuren met gepleisterde omlijsting; bovenlichten met balusters; frontons. Bouwjaar 1890. Architect: W.J. Maurits. Interessant voorbeeld van als 1 geheel ontworpen straatwand die meerdere woningen bevat. Van groot belang voor het straatbeeld van de singel.”
Oranjesingel 3
Het Bureau voor Werkende Studenten, 5 maart 1951, Oranjesingel 3 (GN5541 RAN)
Hieronder staan de tot nu gevonden gebruikers weergegeven. Er is echter wel een slag om de arm nodig, aangezien er veranderingen in huisnummer kunnen zijn geweest:
Advertentie Rotterdamsche Hypotheek Bank, met als adres F.J.A. van Vollenhoven, Oranjesingel 3 (PGNC 26/2/1901)
Oranjesingel 3 (Bron: Google Streetview, September 2022)
Tegen een grote rij huizen staat nog kleine gebouwtje: Oranjesingel 1. Wat is dat kleine gebouwtje nu eigenlijk? (Spoiler alert: een berging)
Ook op de bouwtekening van 1926 was het pand al aangeduid als “schuur”: Zie de tekening hieronder. https://app4.nijmegen.nl/DGD2/BouwArchief/Documenten/0268200000033636?zaakDossierId=B12.005512 Dit is het bouwarchief van Oranjesingel 3, het grote huis ernaast van welke het de berging was. Ook komt dit gebouwtje voor op een bouwtekening van 1909 ten aanzien van de aanleg van riolering, er wordt dan niet bij vermeld wat het is.
Bouwtekening 1926
Ook bij de verbouwing van 1977 was het gebouwtje een berging.
Dit pand kwam een aantal malen voorbij op Twitter en op Facebook:
Twitter: Hans van Meteren had al uitgevonden dat het een berging is geweest bij de verbouwing van 1977. Daarbij noemde een persoon in een reactie dat dit de personeelsingang was. De combinatie van “berging” en “personeelsingang” is natuurlijk mogelijk, aangezien dit deel met de spreekkamer in verbinding stond
Facebook (Nijmegen Toen en Nu), Thea Kersten: “In dat enorme huis heb ik een aantal jaren gewerkt bij een notaris….in de 70 jaren…de benedenverdieping en op de 3de verdieping…enorme trappenhuis…prachtig!…maar niet in dat kleine opberghuis. Ik denk dat daar de kachel instond voor cv”, Het betreft hier notaris Hoge.
Op Facebook “Nijmegen toen en nu” wordt het door iemand genoemd als : “het was een slaapkamer grenzend aan de andere kamer en deels opslaghok voor de klusjesmannen”
Joris Ivens Monument op Joris Ivens plein (juli 2023)
Het Joris Ivensplein is vernoemd naar de filmmaker Joris Ivens, met op het plein het Joris Ivens monument . Vroeger lag hier Parkzicht/restaurant Terminus. Een plaquette herinnert aan het overlijden van de verzetsstrijder Jan van Hoof. (De directe omgeving) van het plein staat ook bekend om de prositutie.
Het Joris Ivensplein is vernoemd naar de filmmaker Joris Ivens (George Henri Anton (Joris) Ivens (Nijmegen, 18 november 1898 – Parijs, 28 juni 1989).
Vooraf: Korenbeurs en Veemarkthallen/Parkzicht en Terminus
Het pleintje links met het ijzeren beeld met een ‘uitgeknipte’ cirkel is het Joris Ivensplein. Het plein is in de jaren 80 ontworpen.
Nadat de stadswallen werden gesloopt, kwam er een markt in het gebied tussen wat nu Kronenburgerpark is en de Oude Haven. Om het onderscheid te maken met de Grote Markt, werd deze markt in 1881 de Nieuwe Markt genoemd. Vanaf 1882 stond hier het gebouw van de Korenbeurs, welke in 1923 werd gesloten.
Op deze plaats kwamen de Veemarkthallen, die in 1939 geopend werden. Op de plek waar het Joris Ivensplein ligt, lag het voorgebouw van de Veemarkthallen, met onder andere de graanbeurs en een café-restaurant onder de naam Parkzicht. Veel Nijmegenaren zullen het gebouw nog kennen als restaurant Terminus, vernoemd naar tramremise. Lees het artikel over de Veemarkthallen en haar vervolg:
Cafe Restaurant Terminus, met op de achtergrond de Veemarkthallen, gezien vanuit de Parkweg. Gebouwd in 1938. Rechts de Nieuwe Markt, 1938 (F19205 RAN)
Waar nu het Joris Ivens plein ligt, lag vroeger het gebouw dat veel Nijmegenaren nog het best zullen kennen als café restaurant Terminus. Oorspronkelijk heette het Parkzicht en was het gebouwd als gebouw voor de veemarkthallen, die daarachter lagen en waar de straatnaam “Veemarkt” nog aan herinnerd.
Plaquette Jan van Hoof Ivensplein (september 2024)
Jan van Hoof (07-08-1922 en gesneuveld op 19-09-1944). Hij raakte betrokken bij het studentenverzet. Als lid van de Geheime Dienst Nederland maakte hij voor Market Garden maandenlang tekeningen van de omgeving van de Waalbrug, waaronder de locatie van de explosieven.
“Redder der Waalbrug”(?)
Mijn Gelderland: “Er is geen hard bewijs, maar men gaat ervan uit dat Van Hoof op 18 september explosieven onschadelijk maakte die aan de Waalbrug waren aangebracht door de Duitsers. Volgens het rapport, uitgebracht in 1951 door een commissie, ingesteld door het Ministerie van Oorlog, was een deel van de springladingen nog intact toen de Britten de brug innamen. Niettemin gaf men Van Hoof het voordeel van de twijfel, omdat de Duitsers wel degelijk springladingen hadden hersteld na sabotage, echter hij kan volgens het oordeel van deze commissie niet als redder van de brug worden aangemerkt. Tevens vermoedde de commissie dat de Duitsers de brug niet wilden vernielen, omdat ze deze nodig hadden voor een eventueel tegenoffensief”
Overlijden bij Nieuwe Markt
Op 19 september geeft Jan van Hoof tekeningen af over Duitse versterkingen bij de Waalbrug. Hij vertrekt die middag met een Britse verkenningswagen van de Royal Engineers om hen door de binnenstad te gidsen. Op de Nieuwe Markt wordt wagen, waarin lance-sergeant W.T. Berry en guardsman A. Shaw zitten, in brand geschoten. Jan van Hoof wordt van de wagen geslingerd. Daarop wordt hij door de Duitsers mishandeld en om het leven gebracht.
Zie voor het verhaal van Jan van Hoof wikipedia (tevens bron) en het uitgebreide artikel op Noviomagus.
Het bijschrift bij GN10006 vertelt dat Jan van Hoof 4 keer is begraven:
een noodgraf in het Kronenburgerpark
op Rustoord,
een herbegrafenis met militaire eer op de R.K. Begraafplaats Daalseweg
in 1971: na ruiming van een gedeelte van deze begraafplaats, op de gemeentelijke begraafplaats Vredehof aan de Weg door Jonkerbosch.
Zoals onder andere Noviomagus vertelt, is de steen een aantal malen verplaatst. Daarbij is in de loop der jaren de oorspronkelijke plaquette vervangen door een identieke nieuwe.
In een artikel van de Gelderlander uit 2017 vertelt een ooggetuige dat hij Jan van Hoof heeft zien sterven. De tegel ligt net op de verkeerde plek.
Onthulling gedenkteken voor Jan van Hoof op de Nieuwe Markt voor Terminus en Veemarkthallen. Tekst op de gedenksteen: ‘Hier viel Jan van Hoof Redder der Waalbrug 19-9-1944’. Rechts op de foto Vader van Hoof, verder v.r.n.l. zijn echtgenote (in witte overjas), twee dochters en een zoon, 1945, (F71036 RAN)
Prostitutie
In 1970 begon de prostitutie aan de Nieuwe Markt en de Lange Hezelstraat (Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad, 6-8-1971); waarschijnlijk wordt met de Lange Hezelstraat het stuk bedoeld dat tegenover het huidige Joris Ivensplein ligt. Daarvoor waren een aantal huizen opgekocht. “Grootste trekpleister is het groene en rode neonlicht dat soms drie prostituées tegelijk verlicht achter een groot raam van een huis, dat vroeger meisjesstudenten onderdak verschafte.” Vooral op de zomeravonden is het ’s avond druk, wanneer vrouwen op de stoep staan. In 1971 is de vraag voor hoe lang, aangezien in de reconstructieplannen van de Benedenstad de Nieuwe Markt zal moeten verdwijnen.
Bovendien was vanaf de jaren 70 de tippelzone in het Kronenburgerpark. In de loop van de jaren 80 veranderde dit, doordat prostituanten in hun auto bleven zitten en een rondje gingen rijden van Stieltjesstraat, Vredestraat en Kronenburgersingel.
In 1983 wordt bekend dat de prostitutie zal moeten verdwijnen, omdat deze bij de renovatie van de Benedenstad middenin een woonwijk is terecht gekomen. De nieuwe locatie zal nu de Nieuwe Marktstraat worden, waar 50 prostituees zullen komen te werken. Dit tot ontsteltenis van de school die aan dezelfde straat ligt. (De Telegraaf, 30-6-1983)
De exploitanten spannen ondertussen een kort geding aan, omdat “ten oosten van de Nieuwe Markt in de Nijmeegse Benedenstad een woonerf met een parkeervergunningensysteem is aangelegd”. (Het Parool, 10-1-1984)
Welke straat hiermee precies bedoeld wordt, is nog niet geheel duidelijk: de Gravendal/Karthuizerhof of het afsluiten van het noordelijk gedeelte van de Nieuwe Markt? In ieder geval kunnen klanten geen rondje meer rijden. En wanneer “ze tenslotte toch een keus hebben gemaakt, vinden ze bij terugkomst van hun bezoek een bon op de voorruit.” Uiteindelijk wordt de huidige locatie aan de Nieuwe Markt de enige locatie waar nog raamprostitutie is toegestaan. Het aantal kamers is intussen sterk verminderd: waar het er voorheen 70, in 2018 zijn er nog maar 14 kamers. (De Gelderlander)
Nadat de tippelzone in de Stieltjesstraat en Vredestraat heeft gezeten, komt er in 1993 een afwerkplek in de Nieuwe Marktstraat. In 2000 komt hier de tippelzone. Het doel van de loods is het beperken van overlast en het zorg bieden aan prostituees.
Joris Ivensplein
Het plein wat op dat moment in aanleg is, word vernoemd naar Joris Ivens. De gemeenteraad van Nijmegen neemt in een bijzondere vergadering op 4-10-1988 het officiële besluit, in aanwezigheid van Ivens zelf en zijn vrouw Marceline Loridan. Wel komt Ivens in juni 1989, nog voor het plein in gebruik is.
In 1990 maakte Bas Maters het monument voor de filmmaker Joris Ivensplein op het Joris Ivensplein. Het lijkt alsof het ronde gat is uitgesneden en aan luik is vastgemaakt. Dat heeft te maken met dat Ivens een filmmaker was: het verwijst naar het oog van een camera. Het openstaande gat onderaan kan als een deur…
Joris Ivensplein met op voorgrond eethuis/café en op achtergrond Joris Ivens monument, september 2023
Ook staat er op het plein een horecapaviljoen met een groot overhangend dak, oorspronkelijk een chinees. Dit is ontworpen door Bas Maters en de architect J. Wienbelt en geopend in 1993.
Het Joris Ivensplein nu
Vooral ’s avonds is er regelmatig sprake van overlast van straatprostitutie, alcohol- en drugsoverlast, rondscheurende auto’s en hangjongeren.
Inmiddels heeft de gemeente een aantal maatregelen genomen als het plaatsen van camera’s met meer mogelijkheden, het inzetten van coaches en jongeren die ingezet worden als “sleutelfiguren”. Bewoners maken een wekelijkse wandeling door het Kronenburgerpark en het Joris Ivensplein.
Daarbij heeft de gemeente de twee horecazaken gesloten, omdat deze een grote rol speelden in het aantrekken van overlastgevers. In juli 2024 heeft de gemeente het paviljoen gekocht. Dan is nog niet duidelijk wat ermee gaat gebeuren: sloop of eerst een tijdelijke invulling (De Gelderlander)
Nimmarama
Nimmarama op Joris Ivensplein (juli 2025)
In juli 2025 is het project Nimmarama in het paviljoen geopend “Nimmarama laat Nijmegen zien door de ogen van haar eigen inwoners. Iedereen mag meedoen – van amateurfotograaf tot professional. Nimmarama projecteert oprechte beelden, van vroeger en van vandaag, en laat zo zien hoe Nijmegenaren de stad echt beleven.”. Zie hun website: https://www.nimmarama.nl/
Muurreclame Harpol Nieuwe Marktstraat,
1993 (RAN foto Toon Opsteegh CCBYSA)
Op de hoek van de Nieuwe Marktstraat is een muurschildering te zien van een collega van 3 verschillende reclameschilderingen die hier ooit hebben gezeten.
Let aan het einde van het blok ook nog even op de schildering boven de voormalige kapperij Vos. In 2006 is deze schildering aangebracht door Ger van Zetten en Sarah Wilson. Het betreft een mengeling van 3 reclameschilderingen die hier ooit hebben gezeten. Er is gekozen om de schildering te behouden zoals die op dat moment was, oftewel voor een restauratie.
Initiatief kapper Vos
Muurschildering Nieuwe Marktstraat (oktober 2022)
Kapper de Vos nam het initiatief tot de restauratie. Het liefst had hij iets anders gezien: “Ik vind het jammer dat het zo’n ratjetoe is. Liever had ik gewild dat er was gekozen voor één reclame en die was opgeknapt, zodat die eruit zou zien zoals die was. Maar het is beter dan het was.”
Harpol, Brasso, Solo en Koster
De muur met reclameschilderingen Nieuwe Marktstraat, 1920-1930 (E.F. van der Grinten via F78365 CCBYSA)
Hierin zijn 4 namen verwerkt:
Harpol (Moderne Hygiene Harpol reinigt en ontsmet uw toilet)
Solo (margarine)
Brasso (zilverpoets)
Koster, de naam van de schilder van de laatste schildering
Op onderstaande foto’s zijn (een deel van de) afzonderlijke reclames te zien.
Brasso
Zoals de Gelderlander het al zegt: “in de linkerbovenhoek een schemering van Brasso”.
Op bovenstaande foto uit 1915-1920 is de reclame van Brasso goed te zien. Daarboven en onder staan een aantal andere reclames:
Brasso is een merk polijstmiddel voor metaal, oftewel koperpoets. Het is bedoeld om aanslag van messing, koper, chroom en roestvrij staal te verwijderen. De naam zal afgeleid zijn van het engelse woord voor messing: “brass”. In het engels wordt de term “metal polish” voor “koperpoets” gebruikt; dus niet iets als “copper polish”
Reckitt and Sons
Brasso werd in of rond 1905 in Groot-Brittannië geïntroduceerd door Reckitt and Sons, een grote fabrikant van huishoudelijke middelen, opgericht in Hull. Haar agent, W. H. Slack, ontdekte het gebruik van een dergelijk middel in Australië, toen hij op bezoek was bij de Australische tak van dit bedrijf. Vervolgens ging Brasso in 1905 bij Reckitt and Sons in productie, waarvoor ze een nieuwe fabriek had laten bouwen.
wikipedia: “in eerste instantie verkocht aan de spoorwegen, ziekenhuizen en aan grote winkels.”
Brasso is nog steeds te koop.
Brasso in Nijmegen
Het is mij (RE) nog onbekend wie de oorspronkelijke Brasso muurschildering heeft laten plaatsen. Wel waren Reckitt’s Zakje Blauw als Brasso merken van dezelfde fabrikant.
(Het is niet waarschijnlijk dat het 1 grote advertentie van L.A. Moll was: mogelijk Brasso als metaalpoetsmiddel nog wel, maar het Zakje Blauw was bedoeld om de was witter te laten lijken).
Gevonden advertenties
Advertentie Poetsartikelen Drogisterij Keizer Karel (De Gelderlander 6/3/1908)
De op dit moment eerstgevonden advertentie in Nijmegen is in De Gelderlander 6/3/1908: dan verkoopt Drogisterij “Keizer Karel” in de Lange Burchtstraat 17 dit product.
Hieronder is een lijst weergegeven van gevonden advertenties voor Brasso. Er is echter niet naar volledigheid gestreefd; mogelijk betrof het een andere winkelier of heeft (de Nederlandse agent van) Brasso zelf laten aanbrengen. Welk lijkt het beeld te zijn dat Brasso oorsponkelijk werd verkocht door drogisterijen. Toen de levensmiddelenwinkeliers opkwamen, vinden we vanaf dat moment ook daar advertenties van het poetsmiddel.
Firma F.J. van Pelt, drogisterij, Lagemarkt 47 en Kort Hezelstraat 28 (PGNC 22/12/1909, PGNC 22/2/1912)
Wed. W.H.M. v. Crimpen, Molenstraat 52 (De Gelderlander 6/7/1913); Van Crimpen’s
“Het Goedkoope Warenhuis, Broerstraat 8-10; als “Extra Reclame” (De Gelderlander 19/9/1915)
Drogisterij, Molenstraat 52 (en Hamburgerstraat 28 Doetinchem; De Geld]erlander 9/8/1919)
Th. Hendriks Pz., St. Annastraat 58/60 (PGNC 5/1/1918)
J.J. Hofman J.R, drogist, Elst (De Gelderlander 3/5/1919)
Drogisterij “De Nieuwe Gaper”, D. Katje, Ganzenheuvel 33 (De Gelderlander 4/10/1919)
Firma H.M. v. Haaren, Levensmiddelen, winkels in Nijmegen: Molenstraat, Smidstraat, Daalscheweg, Burghardt v.d. Berghstraat en Marialaan en in 30 andere plaatsen. Brasso: links onder, 15 cent (De Gelderlander 22/5/1920 Brasso: links onder, 15 cent)
Henri v.d. Velden & Co., Hezelstraat 84b, De Gelderlander 10/10/1922
Albert Heijn, levensmiddelen, Lange Burchtstraat 27 en Burghardt v.d. Berghstraat 54 (De Gelderlander 22/3/1923, 13 cent)
Muurreclame Harpol Nieuwe Marktstraat,
1993 (RAN foto Toon Opsteegh CCBYSA)
Op de foto uit 1993 blijkt alleen de Harpol reclame nog goed leesbaar te zijn. Aan de andere kant zijn tegenwoordig de overig muurschilderingen op het pand verdwenen.
In de Limburger uit 1956 is de volgende advertentie gevonden:
“Nieuw! HARPOL reinigt en ontsmet Uw toilet!
Het naarste werkje wordt nu voor u gedaan!
Wat is Harpol? Het nieuwe, zelfwerkende reinigingsmiddel in poedervorm voor Uw toiletpot. Ruikt aangenaam. Speciaal gemaakt om U dat naarste van alle werkjes uit handen te nemen!” (De nieuwe Limburger 27-09-1956).
Net als Brasso en Reckitt’s Zakje Blauw is Harpol een merk van Reckitt’s (Reckitts N.V. in de Bilt). Het merk Harpic werd geïntroduceerd in 1932 en is vernoemd naar haar uitvinder Harry Pickup. Sinds wanneer en waarom het merk in Nederland Harpol heet is mij niet bekend, maar mogelijk omdat de 2e lettergreep iets te veel associatie met een toilet oproept.
Het kantoor en pompstation van het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf en links daarvan de Ambachtsschool; op de voorgrond de rails van de kolentram die cokes aanvoerde van de Waalkade naar de gasfabriek, Nieuwe Marktstraat 10-12, 1936 (F46605 RAN)
In 1879 opent het gemeentelijk waterleidingbedrijf aan de Nieuwe Marktstraat. Na een grote verbouwing herinnert nog weinig aan het oorspronkelijke gebouw. In 1984 wordt het nieuwe pompstation opgeleverd, dat tot 2016 dienst doet. Momenteel (2025) heeft Doornroosje en Gemeente Nijmegen het plan om hier de nieuwe locatie voor poppodium Merleyn te bouwen.
Zowel het witte gebouw als het lage gebouw met grijze tegels hebben te maken met de waterwinning van Nijmegen. Het witte gebouw van het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf is oorspronkelijk gebouwd in 1879. Het complex bestaat uit een pompstation met kantoren, magazijnen en een opzichterwoning.
1875: De wens van een gemeentelijk waterwinbedrijf
Pompstation van de Openbare Nutsbedrijven, Nieuwe Marktstraat 8, 1920 (F29000 RAN)
In 1875 werd begonnen met het onderzoek naar de wenselijkheid van een gemeentelijk waterwinbedrijf. Een van de onderzoekers was J. Paijens, directeur van de Gemeentelijke Gasfabriek. De eerste drinkwaterleidingbedrijven waren Amsterdam (1853) en Den Helder (1856).
In de bovenstad was er een gebrek aan pompen. Daarnaast was de kwaliteit van het grondwater slecht door verontreiniging, veroorzaakt doordat mensen dicht op elkaar gepakt woonden en mestvaalten die vlak bij de putten lagen. Een van de gevolgen daarvan waren cholera-epidemieën. Daarnaast hoorde een waterleidingbedrijf bij een moderne gemeente.
Na de eerste 2 In de periode 1870-1880 zouden naast Nijmegen Den Haag, Leiden en Rotterdam een drinkwaterleidingbedrijf krijgen. Vanaf 1880 zou het aantal waterleidingbedrijven in Nederland toenemen.
1879: Eerste pompstation en uitbreidingen
In 1879 werd het waterleidingbedrijf aan de Nieuwe Marktstraat geopend. Een logische plek, aangezien het op een laag punt van de stad lag, maar bovendien dicht bij het afzetgebied.
Het witte gebouw aan de Nieuwe Marktstraat is het eerste pompstation. Nadat het gebouw in 1928 aan de Ambachtsschool was afgestaan, is deze verhoogd met een verdieping en flink verbouwd.
Riolering
In 1885 werd begonnen met de aanleg van een rioleringsstelsel. Daarbij werden waterpompen weggehaald een poelen gedempt. Tegelijkertijd verdwenen de waterpompen uit het straatbeeld en werden poelen gedempt.
Na 1879 vonden een aantal uitbreidingen plaats. Jarenlang herinnerde een tegeltableau ‘1909’ bij het grijze gebouw aan de eerste uitbreiding: een pompgebouw. Daarmee had Nijmegen een primeur in Nederland, doordat de pompen elektrisch werden aangedreven. Dit gebouw was tevens een waterzuiveringsinstallatie.
1984 Nieuw pompstation met waterzuiveringsinstallatie
In 1984 werd het nieuwe pompstation in gebruik genomen. Deze had bovendien een zuiveringsinstallatie.
Herkomst Water
Oorspronkelijk werd het water opgepompt onder het Kronenburgerpark.
In de wijk Kwakkenberg stond een waterreservoir, dat zorgde voor druk op de leiding. Daardoor was de bouw van een watertoren niet nodig.
Vanaf 1915 werd het water tevens opgepompt uit Heumensoord. Aanvankelijk als proefstation en vanaf 1937 als productiebedrijf, waarbij een leiding rechtstreeks naar deze watercentrale liep.
2016 Einde Waterwinning Nieuwe Marktstraat
Watercentrale Nieuwe Marktstraat
Een foto van het pompstation uit 1990 is te zien op F60568 RAN.
In 2016 is de waterwinning aan de Nieuwe Marktstraat gestopt. Volgens de Europese Regelgeving zou de verontreiniging in de buurt van de het Kronenburgpark gesaneerd moeten worden. Tot dan toe waren deze verontreinigingen met beschermende maatregelen tijdens de winning tegengehouden. Aangezien sanering te duur werd geacht, besloot Vitens tot de sluiting van de waterwinning aan de nieuwe Marktstraat. De waterwinning werd overgenomen door het bedrijf Fikkersdries uit Driel.
2020 – nu: Poppodium Merleyn (?)
Rond 2010 (“al negen jaar” in het artikel van de Gelderlander uit 2021; in 2023 noemt Doornroosje zelf “15 jaar”) is Doornroosje op zoek naar een nieuwe locatie voor Merleyn, aangezien het pand aan de Hertogstraat verouderd is. Daarbij is het huidige pand “lastig te exploiteren is vanwege geluidsoverlast. Isolatie is geen optie, aangezien de steunbalken door buurpanden lopen.” (vpt)
Op zoek naar locatie
Daarom ging Doornroosje op zoek naar een nieuwe locatie. Doornroosje: “Met een capaciteit van 200 bezoekers is het de perfecte plek om opkomend (inter)nationaal talent een podium te geven, experimentele genres te programmeren en nieuwe dance-concepten te laten pionieren.”
In januari 2020 kocht de gemeente Nijmegen het oude waterpompstation aan om dit nieuwe poppodium te kunnen bouwen; naast de Nieuwe Markstraat waren 17 andere locaties bekeken. “Bij deze zoektocht is het van belang om te weten dat het realiseren van een zogenaamde ‘box-in-box’ constructie essentieel is om de directe geluidsoverlast naar de belendingen te voorkomen.” (Gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Stationsomgeving – 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium), 28 februari 2023)
Dit terrein ligt bovendien op een steenworp afstand van Doornroosje zelf. In januari 2020 wordt er nog van uit gegaan dat de nieuwbouw in begin 2022 gereed kan zijn.
Vrees voor Geluidsoverlast
Bewoners van omliggende panden zijn niet blij met het voornemen. “De Vereniging van Eigenaren (VvE) van een nabijgelegen appartementencomplex is hier niet blij mee. Zij vrezen onder andere geluidsoverlast. Tegenover de Stentor laten zij weten een beroep bij de Raad van State te overwegen. Bewoners voelen zich volgens de krant ‘slecht betrokken bij de plannen’. Een sentiment dat ondersteund wordt door verschillende Nijmeegse raadsleden.” (entertainmentbusiness). “De gemeente en Doornroosje willen de mogelijke problemen ondervangen met een plan over vaste routes en een calamiteitennummer – iets waar de omwonenden geen vertrouwen in lijken hebben. “Ze zeggen wel te gaan handhaven op overlast, maar dat heeft geen zin. Dan is het te laat, ik ben dan al wakker gemaakt.” Ook Vesteda, verhuurder van een aantal panden aan de Nieuwe Markstraat, is niet overtuigd.
In 2023 keurt de gemeente het bestemmingsplan goed. Wel is dan nog de mogelijkheid om bezwaar te maken bij de Raad van State.
De ambachtsschool was de eerste technische school van Nijmegen, door de gemeente opgericht. Door de opkomst van de industrie was er in Nijmegen een grote behoefte aan technisch personeel ontstaan.
Op het stationsplein kwam in 2014 de nieuwe locatie van Doornroosje. Het gebouw is zo open mogelijk vormgegeven. Daarnaast kent het een aantal innovaties: een “doos in doos” om geluidsoverlast te voorkomen en een draailift voor vrachtwagens. Tevens zit in het gebouw een fietstransferium en een studentenflat.
Een blauwe ruithoek staand op betonnen zuilen met daarop glazen piramides: het politiebureau van Nijmegen. Deze is gebouwd als het hoofdgebouw voor het regionale korps Gelderland-Zuid. Het is in 1994 ontworpen door Jeanne Dekkers. In de volksmond kreeg het de bijnaam ‘Wiebertje’. In 1998 is het opgeleverd.
Bart van Hove, 1902, huidige locatie: Bisschop Hamerstraat 21 Nijmegen
Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902 (F53878 RAN)
In de Bisschop Hamerstraat, aan het Keizer Karelplein, staat het standbeeld van Bisschop Ferdinand Hamer. Hij werd in 1900 als missionaris in China tijdens de Bokseropstand vermoord.
Wie was Bisschop Hamer?
Ferdinandus Hubertus Hamer (Nijmegen, 21 augustus 1840 – To Tsjeng (huidige Togtoh, Binnen-Mongolië), 25 juli 1900) was een Nederlandse missionaris.
Hamer werd geboren in de Molenstraat, op het (in ieder geval huidige) huisnummer 122. Hij was de zoon van kruidenier Henricus Hamer en Aleida van Aernsbergen, als 8ste van 10 kinderen. Aan zijn geboortehuis hangt een plaquette, ontworpen door Bernard Fokkinga.
Hij gaat naar het kleinseminarie van de Jezuïeten. Daar wordt hij echter niet geschikt gevonden om tot deze orde toe treden. Vervolgens gaat hij naar het grootseminarie Rijsenburg bij Driebergen. In augustus 1864 ontvangt hij zijn priesterwijding.
Daarbij sluit Hamer zich aan bij de Scheutisten (of eigenlijk: de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria/ Congregatio Immaculati Cordis Mariae), een congregatie van missionarissen. Scheut verwijst naar de plaats waar de congregatie is opgericht, vlakbij Brussel (tegenwoordig is Scheut een onderdeel uit van Anderlecht).
Hamer had in 1864 de Vlaamse priester Theophiel Verbist (1823-1868) ontmoet, toen deze in Rijsenburg kwam spreken. Verbist had in 1862 de congregatie van Scheut gesticht, welke in 1865 wordt belast met de missie van de Chinese provincie Binnen-Mongolië (de Chinese provincie die van het zuiden tot aan het noord-oosten van het huidige Mongolië grenst).
In augustus 1865 vertrekt Hamer met de eerste groep naar Binnen-Mongolië. Naast Hamer 4 Belgen: naast Verbist de scheutisten Vranckx en Van Segveldt en de knecht Paul Splingaerd. Hamer is 25, de overige 3 missionarissen van “middelbare leeftijd” (Knippenberg).
De Missie in Binnen-Mongolië
Beeld bisschop Hamer (april 2023)
In december 1865 komen zij aan in Xiwantsi, een katholiek dorp. Daar nemen ze de missie over van de Franse Lazaristen, die de naam O.-L.-V. ten Pijnbomen krijgt. De missie richt zich niet zozeer op de Mongolen, maar op de Chinese boeren die naar dit gebied getrokken waren om de onrust en slechte economische omstandigheden te ontvluchten. Van Segveldt wordt pastoor van dit gebied. In januari 1866 zendt algemeen-overste en pro-vicaris Verbist Hamer samen met een chinese priester naar oostelijk missiegebied, om daar het gebied te verkennen en een missie te stichten.
Het was voor de missionarissen wennen om in dit gebied te leven: een ander taal en gewoontes, een ander klimaat (extreem koude en lange winters en hete, korte zomers) en andere kleding en eten. Vooral de oudere missionarissen pasten zich weinig aan, Hamer is daar beter toe in staat. Segvelt overlijdt aan vlektyfus. Daarna overlijdt Verbist, mogelijk aan dezelfde ziekte.
Hamer werd in 1869 benoemd tot waarnemend vicaris; daarvoor was Antoon Smoordenburg dat tijdelijk geweest. In 1871 komt Bax aan als de nieuwe vicaris; op 1874 wordt hij als eerste Scheutist tot bisschop benoemd.
De Scheutisten verwerft landbouwgronden, welke zij ter beschikking stelt aan de zeer arme boeren, mits zij zich bekeren.
Benoeming tot Apostolisch vicaris Gansu en Tititulair Bisschop Themithus
Rome breidt in 1878 het missiegebied van de Scheutisten uit tot de huidige Chinese provincies Gansu, Qinghai en Sinkiang (feitelijk het gehele noord-westen van China). Feitelijk was dit een slecht moment: daarvoor was er een moslim-opstand geweest met vele doden tot gevolg. Bovendien was China met Rusland op dat moment in oorlog. De regering had onderkoning Zuo aangesteld om met harde hand op te treden, om zo de rust te herstellen.
Hamer wordt daarbij op 21-6-1878 benoemd tot apostolisch vicaris van Gansu: een vicaris is een soort bisschop over een (missie) gebied dat nog niet als bisdom is vastgesteld. En tevens als titulair bisschop van Tremithus: een bisschop zonder eigen bisdom.
De missie was geen groot succes: het gebied was te groot met te weinig mensen; de Chinese overheid werkte tegen en Hamer kreeg onvoldoende steun van de Europeanen in Peking. Wel was Hamer steun en toeverlaat voor zijn mensen.
1889 Apostolisch vicaris Ordos
In 1883 wordt het missiegebied opgesplitst in drie bisdommen. Op 15-2-1889 wordt hij benoemd tot apostolisch vicaris van zuid-west Mongolië, Ordos, een zeer groot woestijngebied tussen de grote bocht van de Gele Rivier en de westelijke uitlopers van de Chinese Muur. Hij volgt daarbij Alfons de Vos op, die op 21-7-1888 was overleden. De Vos was minder succesvol geweest: hij had schulden gemaakt en er waren de nodige conflicten. Omdat Hamer de eenheid onder paters zou kunnen herstellen en goed met geld kon omgaan, was hij tot opvolger benoemd.
1890 onthaald in Nijmegen, conflict in België
Bezoek van bisschop-martelaar Ferdinand Hamer t.g.v. het feest van St. Dominicus; in het midden: Ferdinand Hamer, links Pius vsan der Geest o.p. rechts Franciscus Heijs o.p., achter hem v.l.n.r. Henri Hamer, kapelaan Hyacinthus van Erp o.p. pater Cajetanus, kapelaan Grapel en pater Suermondt beiden o.p., 1890 (F65276 RAN)
Vanwege gezondheidsproblemen, een maagzweer die niet in China behandeld kan worden, maakt hij echter eerst een reis naar Europa. In 1890 wordt hij in Nijmegen groots onthaald, waar hij een half jaar zal verblijven.
In België heeft hij met de algemeen overste van de congregatie een conflict over het te voeren beleid: overste van Aertselaer had ingestemd met het verzoek van koning Leopold II om missionarissen naar de Congo te sturen. Bovendien was er sprake van een tekort aan instroom van nieuwe Scheutisten, waardoor Hamer waarschijnlijk zonder nieuwe missionarissen naar China zou moeten terugkeren.
Buiten medeweten van Hamer, wordt vervolgens Alfons Bermijn tot missieprovinciaal benoemd. Dat betekende tevens, dat een groot gedeelte van het missiegeld bij Bermijn terecht kwam. Hamer komt steeds meer geïsoleerd te staan en in 1892 dient hij zijn ontslag in aan Rome. 3 jaar later bereikt hem het antwoord van Rome: het ontslag is geweigerd.
Spanning loopt verder op
In China loopt de spanning steeds verder op, enerzijds ten aanzien van de westerse landen in het algemeen. Westerse landen zetten China steeds meer onder druk om concessies af te dwingen.
Daarnaast was er de weerstand tegenover de missie. In hoeverre deze weerstand gevoed werd door de algemene teneur over het westen is onderwerp van discussie. Behalve dat missionarissen waren binnengekomen via de met geweld afgedwongen opengestelde havens en andere verdragen, speelden aspecten een rol:
Gevoel van superioriteit, zowel bij de missionarissen als bij de chinese elite: de missionarissen wilden “beschaving” brengen; de chinese elite vond de westerse denkbeelden barbaars en vond het confusianisme ver verheven boven het christendom
Wrok, dat zich uitte in de vorm van de verspreiding van pamfletten tegen de christenen en missionarissen, waarin het christelijk geloof op een verwrongen manier werd weergegeven en de missionarissen van allerlei abjecte misdrijven werden beschuldigd.
De houding van de missionarissen: onbeschoft gedrag en een agressieve houding bij meer zakelijke aspecten; zo wil Bermijn afdwingen dat er grote stukken land aan de missie worden afgestaan, die bewerkt kunnen worden door bekeerde boeren. Maar het kon ook zakelijke conflicten tussen christelijke en niet-christelijke Chinezen betreffen.
Daarnaast is er in 1876-1881 een grote hongersnood in het noorden van China, waarbij 10 miljoen mensen omkomen.
De Boksers
In 1900 zou de Bokseropstand uitbreken waarbij veel westerlingen, in het bijzonder zendelingen en missionarissen waaronder Hamer, de dood zouden vinden.
Directe aanleiding: Natuurrampen, sociale onrust en vooral de westerse inmenging
In 1898 heeft Noord-China te maken met een aantal natuurrampen: waaronder overstromingen van de Gele Rivier en droogtes, die de Boksers toeschreven aan het westen en de Chinese missionarissen. Daarnaast waren de Chinezen in het noord-oosten na de afloop van de -verloren- eerste Chinees-Japanse oorlog (1894-1895) in 1895 bang voor een toenemende invloed van buitenlandse mogendheden.
Duitsland gebruikte de moord op 2 katholieke missionarissen in 1897 in de provincie Shandong (in het oosten van China) als voorwendsel om de Jiaozhou Baai in deze provincie te bezetten. Dit leidde uiteindelijk tot een concessie die zou gelden voor 99 jaar. Daarop volgden ook andere mogendheden om concessies af te laten dwingen.
In 1898 had keizer Guangxu tussen juni en september de allerlei edicten laten uitgaan, die het land moesten hervormen (”100 Dagen van Hervorming”). Na de mislukking daarvan nam keizerin Cixi de regering weer op haar.
De Boksers
De “Vuisten der Gerechtigheid en Eensgezindheid” was een van de geheime genootschappen die ontstonden uit onvrede over de slechte sociaal-economische situatie en sociale onrust. Het waren half politiek-half religieuze organisaties van verarmde boeren. Omdat de aanhangers vechtsporten beoefenden, kregen ze de naam “Boksers”. Het genootschap richtte zich zowel tegen het westen, maar aanvankelijk ook tegen de zwakke Chinese keizerlíjke regering, die niets kon uitrichten tegen deze inmenging. Daarbij kregen de Boksers in het geheim bescherming van de gouverneur van Shandong.
Begin van de opstand
De Boksers begonnen in 1899 met het vernielen van buitenlandse eigendommen zoals spoor- en telegraaflijnen en met het aanvallen en vermoorden van missionarissen en Chinese christenen. Aanvankelijk in Shandong, waarna het verspreidde over Noord-Chinese vlakte en vervolgens over andere delen van China.
Vervolg
De uitgebreide bespreking van de houding ten opzichte van het westen, missionarissen en de Bokseropstand was vooral bedoeld om inzicht te verkrijgen in wat de oorzaak waren van het vermoorden van bisschop Hamer.
Om kort te gaan over het vervolg van de Bokseropstand: deze zou aanvankelijk nog krachtiger worden doordat het samen ging met delen van het Keizerlijk Leger. De diplomatenwijken in de steden Tianjin en Peking werden belegerd. Uiteindelijk was de moord op de Duitse gezant in Peking de aanleiding om een internationale “interventiemacht” te sturen: op 14 juli 1900 werden de opstandelingen bij Tianjin verslagen, op 14 augustus bij Peking.
1900 Overlijden
De lont in het kruitvat bij de missie van Ordos is een actie van de groep van Bermijn: op 8-5-1900 verdrijft de “Ijzeren Brigade”, de groep van Bermijn, samen met een groep christenen een aantal Chinese boeren van hun land. Hierbij vallen tevens een aantal doden. Dit wekt de boosheid van de bevolking en stimuleert de aanhang voor de Boksers in dit gebied. Het gebeurt vlakbij Ershisiqingdi, waar Hamer in 1900 zijn bisschopszetel naar toe had verplaatst.
Hamer ziet het gevaar dat de bevolking wraak zal willen nemen en beveelt 6 naaste medewerkers om te vluchten. Zelf blijft hij met ongeveer 1.000 Chinese christenen. Hamer wil na 35 jaar de missie niet in de steek laten, ook al weet hij dat hij bij een aanval van de Boksers waarschijnlijk de dood zal vinden.
Voor de Boksers is dit inderdaad de aanleiding om zich ook in de Ordos tegen de missie te keren. De eerste aanval weten de christenen af te slaan. De volgende, waarbij de Boksers steun krijgen van een Chinese generaal en zijn scherpschutters, niet meer. De bewoners worden gedood, behalve meisjes die verkocht worden. Hamer zelf wordt na zijn gevangenneming dagenlang gemarteld en vervolgens levend verbrand op 23-7-1900.
Het beeld van Bisschop Hamer door Bart van Hove
Onthulling van het standbeeld van Bisschop Hamer, gemaakt door Bart van Hove in 1902, 1902 (F53878 RAN)
De dood van Hamer maakt grote indruk op de katholieken in Nijmegen en de rest van Nederland. De Scheutisten nemen het initiatief voor de oprichting van een standbeeld, waarbij door de Nijmeegse bevolking een comité wordt opgericht.
Naast de herdenking van hun medebroeder hadden de Scheutisten ook belang bij het standbeeld: op dat moment had de congregatie moeite om nieuwe seminaristen te vinden. Hamer als martelaar leverde veel aandacht op. Vanuit het hele land stromen giften binnen, waaronder van de koninklijke familie.
Ontwerp van Hove: moment afscheid Bisschop Hamer
Rond begin maart 1902 keurt de commissie het ontwerp van van Hove goed. Dan is inmiddels meer dan 10.000 gulden opgehaald, terwijl de kosten ongeveer 12.000 gulden zullen bedragen.
“Met name was de heer jhr. Victor de Stuers vol lof voor de opvatting van den kunstenaar, die voor zijn voorstelling het plechtig moment gekozen heeft, waarop de bisschop-martelaar afscheid nam van zijn trouwe medehelpers, die hij, in het belang van hunner veiligheid heenzond, terwijl hij zelf besloot te blijven, als een trouw herder, die zijn schapen in nood niet verlaat, maar zijn leven geeft voor zijn kudde.
Overeenkomstig die opvatting is Mgr. Hamer afgebeeld in kalme, vastberaden houding, met de rechterhand zijn bisschoppelijk kruis aan de borst drukkend, de linkerhand licht vooruitgestoken in het gebaar van vastbesloten, kalme berusting, waamee hij de woorden uitspreekt: “ik blijf, gij gaat.”
Die woorden zullen tegen het voetstuk gebeiteld worden ter plaatse, waar dit gesierd is met den palm van het martelaarschap.
Daar het beeld in de open lucht moet komen te staan en dus van alle zijden een sierlijk silhouet behoort te bieden, was het vraagstuk der kleeding van groot belang.
De gewone toog, die Mgr. Hamer in het dagelijksch leven droeg, zou een wel wat poovere vertooning maken voor een standbeeld.
Daarom heeft de beeldhouwer den bisschop afgebeeld, bekleed met de cappa magna, die hem statige plooien van de schouders daalt en zelfs van achter nog een weinig afhangt over de verhooging, waarop het eigenlijke beeld zich zal verheffenen waartegen aan de voorzijde tusschen lauwertakken het bisschoppelijk wapen is aangebracht.
Doordat beide handen zijn opgeheven, worden gelukkige motieven voor de drapeering ook aan de voorzijde van het beeld verkregen. Het hoofd is met de bisschoppelijke baret bedekt.” (De Gelderlander 5/3/1902)
Eerstesteenlegging en onthulling
Op 9-9-1902 vindt de eerstesteenlegging plaats. Deze zou echter eerder hebben plaats gevonden, maar juist op die dag overleed G.A. Hamer, de broer van de bisschop (De Gelderlander 10/9/1902)
Op 28-9-1902 onthult bisschop Wilhelmus van de Ven het standbeeld, welke is ontworpen door Bart van Hove. Het verslag van de onthulling is te lezen in De Gelderlander 30/9/1902.
Op de voorzijde van de sokkel staat de inscriptie:
“DE NEDERLANDSCHE MARTELAREN VAN CHIN. MONGOLIË GEHULDIGD DOOR HET VADERLAND 28 SEPTEMBER 1902
Z.D.H. MGR. FERDINANDUS HAMER BISSCHOP VAN TREMITE APOST. VIC. VAN Z.W. MONGOLIË GEB. 21 AUG. 1840 TE NIJMEGEN † 25 JULI 1900 BIJ TÓ TSJÉNG“
Bart van Hove
De beeldhouwer Bart van Hove in zijn atelier met rechts vooraan een ontwerp voor het beeld van Bisschop Hamer, gefotografeerd door voorheen toegeschreven aan Sigmund Löw / Mogelijk Henri Jan Bordes – Amsterdam in 1903 [Rijksmuseum object RP-F-00-2590 , Publiek domein, Wikimedia)
Bartholomeus Johannes Wilhelmus Maria (Bart) van Hove (Den Haag, 18 maart 1850 – Amsterdam, 10 februari 1914) was Nederlandse beeldhouwer. Hij was vooral bekend vanwege zijn bustes en standbeelden.
Hij volgde zijn opleiding aan de Haagse Tekenacademie en daarna van van 1870 tot 1874 aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Vervolgens had hij tot 1878 les van P.J. Cavelier in Parijs, waarvoor hij een Koninklijke subsidie had gekregen. Hij maakt in 1881 een studiereis naar Italië.
In 1883 gaat hij in Amsterdam wonen. Daar werkt hij op verzoek van Pierre Cuypers mee aan decoratief beeldhouwwerk voor het Rijksmuseum. Als zelfstandig kunstenaar maakte hij vooral bustes en standbeelden.
Van 1949 tot 1999 stond het standbeeld van Ferdinand Hamer aan de andere kant van het Keizer Karelplein, op het middenplantsoen van de Van Schaeck Mathonsingel: in 1949 was het beeld verplaatst om niet verloren te staan bij de noodwinkels.
Rijksmonument
Het beeld is een Rijksmonument met als waardering:
“Het standbeeld werd in 2002 als rijksmonument in het Monumentenregister opgenomen, het is “van kunsthistorische waarde als gaaf en goed voorbeeld van een standbeeld uit omstreeks 1900. Het beeld valt op vanwege de idealistische heroïsche gestalte, vanwege de toepassing van portretreliëfs en vanwege de vormgeving van de sokkel met rijke, maar strenge decoratie; van stedenbouwkundige waarde vanwege de huidige ligging aan het keizer Karelplein, waar het aan de kop van het plantsoen een grote beeldbepalende waarde heeft. Voorheen had het beeld een soortgelijke plaatsing aan de Bisschop Hamerstraat; van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming van het monument binnen de geschiedenis van de Rooms-Katholieke missie.”
Raymakers had in juli een lijst opgesteld van de aanwezige missionarissen: De Gelderlander 17/7/1900: “In de hachelijke omstandigheden, waarin thans de missiën in het verre oosten verkeeren, is het niet van belang ontbloot, de lijst te geven der Nederl. Missionarissen van Scheut, daar werkzaam.”
In november 1900 blijken de gezellen van Ramakers naar Nederland te zijn teruggekeerd (De Gelderlander 18/11/1900).