Gebrs. Lampe: Rechts het pand van de Gebroeders Lampe, herkenbaar aan het ronde bord bovenop het gebouw de groentemarkt gezien in de richting van de Stikke Hezelstraat, links de gevels van Bahlmann en de HEMA, 1920-1925 (RAN ZN24878)
In 1919 ontwierp de architect Willem Hoffmann op de plaats waar voorheen een koperslagerij had gezeten de winkel voor de Gebroeders Lampe. Deze zaten slechts enkele jaren in dit pand. Vervolgens kwam hier Bata, die het ontwerp van het pand grotendeels intact heeft gelaten. Het gebouw is in 1967 gesloopt om plaats te maken voor de Raiffeisenbank.
Vooraf: Koperslagerij en Verlichtingsartikelen J.L.A. Goette
De winkel in huishoudelijke artikelen van J.L.A. Goette, Gedateerd 1898-1900, er is niet nagegaan of er een tussentijdse verbouwing heeft gevonden (Detail van Ernst Max Kiesel via F38655 RAN)
Voor Lampe zat op het adres Groote Markt 17 J.L.A. Goette, Koperslagerij en Verlichtingsartikelen (Adresboek 1918). Lees hier het artikel:
Personeelsadvertentie Gebr. Lampe (De Gelderlander 9/4/1921)
” Magazijnen Gebrs. Lampe.
Gebrs. Lampe hebben een vermaardheid in Nederland en bezitten in menige plaats van ons land prachtige, moderne ingerichte magazijnen. En Nijmegen heeft thans ook zijn Gebrs. Lampe-magazijn gekregen en wel op de Groote Markt, hoek Stikke Hezelstraat.
De architect, de heer Willem Hoffman, heeft van ‘teerst wat ouderwetsche winkelhuis een moderne modepaleis gemaakt, dat in zijn lichtende kleuren groote levendigheid geeft aan de oude Markt, welke door haar keurige winkelreeksen als tot een nieuw leven ontwaakt. Het magazijn Lampe ontsiert onze Groote Markt niet en biedt reeds vanaf de Burchtstraat een vrolijken en frisschen aanblik door zijn lenige lijnen en heldere tinten.
En reeds van verre vestigt het eenvoudige medaillevormige naambord, dat geheel in de stijl van het modehuis gehouden is en het goed doet in zijn hooge verhevenheid de aandacht op de firma, welke hier haar mode-artikelen voor dames en kinderen te koop en te kijk stelt. En binnen zien de magazijnen er al even keurig en fraai uit als buiten.
Treedt men den winkel binnen, dan wordt het oog gestreeld door de rustige, lichte witte tinten, welke aan den geheelen winkel een deftig uiterlijk geven. De costuum- en blousenkasten staan er bij de hand opgesteld; een gerieflijke paskamer en een practische cassa vergemakkelijken de taak der winkeljuffrouwen en der koopende cliëntèle.
Geslepen en matgehouden glasruiten laten een gematigd licht door, terwijl lichtkroontjes een getemperden glans van electrisch licht bij avond over den witten winkel uitschieten.
De vitrines, eenigzins lager gelegen dan de winkel, bieden ruimschoots gelegenheid om de nouveautés op het gebied van dames- en kinderkleeding in rijke verscheidenheid en in aangename afwisseling te doen bewonderen.
De étaleur kan hier wonderen doen van chic en elegance.
Langs een makkelijken, breeden en rijken trap komt men op de eerste verdieping.
Hier vindt men de costumes- en japonnenafdeeling en zijn tevens drie gezellige paskamertjes ingericht, waar de dames op haar gemak keuze kunnen doen uit de rijke sorteering kleedingstukken.
Een tweede verdieping is ook nog deels voor magazijn ingericht, bevat een ruim privé-kantoor, dat men beneden in kleiner omvang ook treft, en bood tevens gelegenheid tot de inrichting van de ateliers en van een ontspanningslokaal voor het personeel.
De zolderverdieping bevat ook nog groote bergruimten voor confectiegoederen, terwijl het sousterrein ook al benut bleek te zijn om de rijke voorraden goederen der firma een voorloopige plaats te bezorgen.
Met dezen winkel van Gebrs. Lampe is Nijmegen ongetwijfeld een modern magazijn rijker geworden.
De Nijmeegsche aannemer de heer M Koppings heeft de architectonische plannen van den heer J.W. Hoffmann zaakkundig uitgevoerd de heeren Gebr. Koning verzorgden fraai het schilderwerk, terwijl het stucadoorswerk van den heer H. Clemens zeker ook vermelding verdient.
De electrische licht-installatie is aangebracht door de firma Reuser-v. Alphen.” (De Gelderlander 9/4/1919)
1926: Wisburn en Liffmann
Lampe heeft hier slechts enkele jaren ingezeten. Op 24 april 1925 viert Lampe nog een jubileum (De heer W. Laagland is 25 jaar bij Lampe in dienst, De Gelderlander 18/4/1925).
In juli 1926 openen Wisburn en Liffmann hier echter hun tijdelijke vestiging tijdens de verbouwing van hun pand aan de Broerstraat (PGNC 6/7/1926). Bij de heropening van hun pand aan de Broerstraat 35-37 in maart 1927 verlaten zij weer het pand aan de Grote Markt (PGNC 29/3/1927). Daarna lijkt het een tijdlang leeg te staan.
1930: Bata
Links de Stikke Hezelstraat, en de Winkel van de Bata, 1939 (foto ir. J.G. Deur via F13997 RAN CC-BY-SA)
In januari 1930 vestigt Bata zich in het pand. Bata heeft haar schoenfabriek in Tjecho-Slowakije, waar op dat moment 12.000 arbeiders werken. Zij verkoopt daarbij haar schoenen in eigen winkels in Europa, waarbij Nijmegen de 11e winkel in Nederland is. De Bata hanteert een standaard type ontwerp voor haar winkels. Dit ontwerp is gemaakt door de Gebrs. Slee uit Rotterdam (De Gelderlander 17/1/1930). De verbouwing lijkt van binnen te hebben plaats gevonden: er is tot nu toe geen bouwvergunning gevonden.
Het PGNC bij de opening januari 1930 over de veranderingen:
“De meest grondige verandering is wel aangebracht met betrekking tot de verkoopruimte, gelijkvloersch gelegen, die vele malen grooter is geworden dan eerst het geval was; zij beslaat thans een oppervlakte van ongeveer 100M². De toekomstige koopers vinden dus ruimte te over om zich op hun gemak van nieuw schoeisel te kunnen voorzien; het aangename interieur en de gemakkelijke, moderne zetels, zullen het keus maken in deze zaak tot een waar genoegen doen zijn. Voor de dames is een aparte kousen-vitrine ingericht; men brengt immers zoo gaarne harmonie in kleur, tusschen schoeisel en kous? Voor de heeren der schepping is op dezelfde wijze gezorgd; zij kunnen hun keus doen uit een aparte sokken-vitrine.
Etalage-ruimte te over is er in de nieuwe zaak, zoodat men zich een goede voorstelling kan vormen van hetgeen binnen aanwezig moet zijn liefst zeven moderne vitrines, met smaakvol interieur, bevatten een keur-collectie van het fraaiste schoenwerk, dat ook des avond, door de vernuftig aangebracht verlichting, uitstekend tot zijn recht komt.”
Op dat moment is alleen de begane grond als verkoopruimte ingericht. De 2e en 3e verdiepingen doen dienst als magazijn. En mocht daar behoefte aan zijn, dan kan ook de 2e verdieping als verkoopruimte ingericht worden.
“Van de firma’s die aan het totstandkomen van de nieuwe zaak meewerkten, noemen wij in de eerste plaats de aannemersfirma Brandts, die de verbouwing voor haar rekening nam. Het schilderwerk werd verzorgd door de firma Bökkerink, terwijl de firma Heertjens haar zorgen besteedde aan de electrische verlichting. De markiezen tenslotte, worden geleverd en aangebracht door de firma Tesser.” (PGNC 17/1/1930)
Verbouwing 1939
Wel is er een verbouwing aan de voorgevel in 1939. Op de bouwtekening staat Bouwbureau Bata.
D12.404697 Plan tot het wegnemen van een vitrine (gewijzigde versie)
Uiteindelijk wordt het pand in 1967 afgebroken om plaats te maken voor de Raiffeisenbank (tegenwoordig Rabobank). De laatste gebruiker is de kunsthandel B. Pollman geweest.
Het pand van kunsthandel B. Pollmann, vlak voor de afbraak. Op die plek is de Raiffeisenbank gebouwd, 1967 (F86446 RAN)
Doopsgezinde Kerk, Architect Oswald, Waldeck Pyrmontsingel, 1986 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via KN12868-2 RAN CC0)
Tijden de oorlog werd de Doopsgezinde Kerk in 1944 verwoest. Daarop vond herbouw plaats aan de Waldeck Pyrmontsingel, waarvan F.M. Oswald de architect was. Vanwege teruglopend kerkbezoek wordt de kerk in 1989 verkocht.
De oorspronkelijk Doopsgezinde Kerk stond van 1727 tot 1944 op de Arminiaanse Plaats. In de Tweede Wereldoorlog werd zij verwoest.
Met het schadegeld werd begin jaren 50 een nieuwe kerk gebouwd. Architect Oswald bouwde deze in de stijl van de Delftse School. Oswald was zelf ook lid van de Doopsgezinde Kerk. “Het is een zogenaamde verdiepingskerk: de nevenruimten met onder andere een zondagsschool liggen op de begane grond en de kerkzaal is op de eerste etage. Het gebouw is om economische redenen zo ontworpen.” (Een sterke toren in het midden der stad, H.E. Wesselink 2018)
Stijl
De voormalige Doopsgezinde Kerk is “een zaalkerk met aangebouwde woning, opgetrokken in 1951-’52 naar ontwerp van F.M. Oswald in de stijl van de Delftse School” (Monumenten in Nederland: Gelderland).
Beschouwing uit 1954
Ingangsportaal van de voormalige doopsgezinde kerk op de hoek met de Stenenkruisstraat. Werd in opdracht van de Doopsgezinde Gemeente tussen 1951 en 1952 gebouwd naar een ontwerp van F.M. Oswald. Ze verving de in de oorlog verwoeste kerk in de binnenstad, 2013 (Henk van Gaal via F1520 RAN CCBYSA)
In 1954 plaatst de Gelderlander het volgende artikel:
“Doopsgezind Kerkje te Nijmegen
In het Katholiek Bouwblad wijdt B.J. Koldewey de volgende beschouwing aan de Doopsgezinde Kerk tegenover de Wedren:
“Bij de verschrikkelijke verwoesting van Nijmegens binnenstad viel in de oorlogsjaren ook de Doopsgezinde Kerk.
Voor zijn wederopbouw werd door de Gemeente aan de Waldeck Pyrmontsingel, nabij de Aula van de Universiteit, een terrein aangewezen aan de rand van een park. Een uiterst aantrekkelijke, vrije ligging ontstond, met aan de Zuidzijde van het gebouwtje fraai, hoog-opgaand geboomte.
Architect Oswald maakte van dit nieuw geval een zaalkerkje, een bovenkerk, waarin een goede honderd gelovigen hun plaats vinden. Daaronder ’n ruimte voor de Zondagsschool, voor bijeenkomsten in clubverband, voor vergaderingen, enz., te vergroten met de kerkeraadskamer (door het wegschuiven van een wand) als er een podium nodig is bij een concert of een declamatie-avond. Dan is er als aanbouw een kosterswoning en een traptorentje, welk laatste naar een balkon in de kerkzaal voert.
Met het oog de plattegronden doorlopend, met daarnaast de doorsnede, zie je hoe dat alles plezierig inééngesloten en verweven is. De gemeentezaal ligt 80 cm onder peil, waarin je vanuit de gang afdaalt langs een trapje van 5 treden, een wenteltrap voert je naar de eigenlijke kerkzaal met de vloer op 2,60 m plas P., terwijl doorklimmend tot 5 m plus P., het balkon bereikt wordt. Er is daarmee een knap, véélzijdig spel van ruimtebeelden ontstaan binnen een klein volume van 12x15x9½ m plus de open kap.
Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1521 RAN CCBYSA)
De kerkzaal met zijn blanke licht doet je denken aan een interieur van Vermeer van Delft of Pieter de Hoogh. Het is een grote kamer, besloten en rustig, met iets voornaams in de boventoon. Het is góéd in deze ruimte te verbljven. De bank groeperen de gelovigen rond de preekstoel. Het moet iets geven als van een vader die met zijn kinderen bijéén is, als de dominee daar bidt en spreekt vanaf de kansel, met Gods woord vóór zich in het grote Bijbelboek. Dwars wordt het kerkruim gebruikt, het spreekgestoelte tegen één van de lange wanden. ’t Is ongetwijfeld allereerst daarmee dat Oswald dat innige verband inleidt en stimuleert tussen hem die voorgaat en de vergaderden rondom hem.
Karakteristiek protestants werd hiermee dit kerkje, vertrouwelijk, geheel ingesteld op het gebed van een kleine groep, tot dit doel bijeen gekomen als in een gesloten familiekring.
Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1520 RAN CCBYSA)
“Dicht” zijn dan ook de wanden van dit kerkje met hun vensters, hoog-beginnend uit de vloer en sterk onderverdeeld door glasroeden, als was het gebouwde een 17e eeuws object. Toch zal zelfs de meest verliefde aanbidder van voorgespannen beton differdingers toegeven, dat er ondanks zoveel reminescenties aan weleer, zoveel anders aan dit kerkje te beleven valt, dat je tezelfder tijd beslist losmaakt van een oud-Nederlands herinneringsbeeld. Doen dat de materiaalkeuze, de met grote bepaaldheid gestelde kleuren, het blanke van het eikenhout der meubelen, de uitgewogen detaillering van het getimmerde, de stiel van het smeedwerk van trap en deur?
Het trappenhuis in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1522 RAN CCBYSA)
Een zwak punt aan dit kerkje is het “glazen”, achtkantige trappenhuis, van buiten af gezien. Het past niet goed in zijn verhouding van glas tot steen bij de maatvoering tussen vensteropening en muur die aan alle kanten voor de romp van het gebouwtje zelf werd aangehouden. Daarom wil er hier geen samenvoeging ontstaan. Inwendig echter is het desalniettemin een echt plezier om langs de wenteltrap omhoog te gaan tussen de draadglazen wanden aan de ene en de ronde zuil van schoon, ruig metselwerk aan de andere kant. Ook het tussen-lidje dat kerk en woning verbindt is in die zelfde zin onevenwichtig. Ook hier een loslaten van de schaal van het geheel, waardoor opnieuw eenheid achterwege blijft. Wel zeer te prijzen daarentegen is als detail het klokkentorentje, dat op de nok met een dartele zwierigheid, licht en speels, in juiste contrastwerking het zware volume van het dak, een fraaie bekroning geeft. Bijeengenomen, met dit kerkje van Oswald in Nijmegen zonder meer verrijkt met een bijou”.” (De Gelderlander 9/10/1954)
Vervolg
In 1989 verkoopt de Doopsgezinde gemeente de kerk vanwege het teruglopend kerkbezoek. Hierin vestigt zich vervolgens een praktijk voor fysiotherapie. (Nacht van de Ommetjes). De doopsgezinden trokken zelf in bij de Remonstrantse Gemeente in het kerkgebouw aan de Prof. Regoutstraat.
Gemeentelijk Monument
De Doopsgezinde kerk is een Gemeentelijk Monument met als waardering (tevens is hier een uitgebreide omschrijving te vinden): “De voormalige doopsgezinde kerk is van hoge cultuurhistorische waarde als uniek vroeg naoorlogs relict van de geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente in Nijmegen. Vooral door de karakteristieke opzet met twee bouwlagen is het kerkgebouw een typologisch herkenbare manifestatie van protestantse getuigenis. In historisch geografisch opzicht is het kerkgebouw een uiting van de stedelijke vernieuwingsdrang in de wederopbouwperiode; dat wil zeggen de omvorming van de gebombardeerde binnenstad tot een moderne city en, als gevolg daarvan, de herbouw van de verwoeste voorganger buiten het centrum. Binnen deze context reikt de cultuurhistorisch betekenis van de doopsgezinde kerk veel verder terug in de tijd dan 1951-1952, de jaren waarin het kerkgebouw is herbouwd. De voormalige doopsgezinde kerk is van belang voor de architectuurgeschiedenis als goed en vrijwel gaaf voorbeeld van traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur in de kerkbouw. De kenmerken van deze bouwstijl komen in het ontwerp duidelijk naar voren in de archetypische hoofdvorm, de ambachtelijke uitstraling van het gevelbeeld en het zorgvuldige materiaalgebruik. De Delftse School wordt in de ontwikkeling van de vroeg naoorlogse kerkarchitectuur in Nijmegen verder alleen nog vertegenwoordigd door de Dominicuskerk aan de Prof. Molkenboerstraat (C.Th. Nix , 1951). De stijlverwante Franciscuskerk (Kropholler 1949), Opstandingskerk (Feenstra 1949), Augustinuskerk (Pouderoyen 1951) en O.L. Vrouw van Fatimakerk (Van Veen 1956) zijn namelijk al gesloopt. Aan dit gegeven ontleent de voormalige doopsgezinde kerk op lokaal niveau architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde. Vanwege de genoemde ontwerpkwaliteiten en uniciteit is de doopsgezinde kerk van belang voor het oeuvre van architect F.M. Oswald. Door de markante situering in de uitloper van het Julianapark aan een kruising van wegen, manifesteert de vrijstaande doopsgezinde kerk zich als een stedenbouwkundig accent in het van rijkswege beschermde stadsgezicht. Het gebouw is sterk aanwezig in het stadsbeeld en daardoor van belang voor de oriëntatie in het stedelijk weefsel. De voormalige kerk en pastorie vormen een klein en gaaf ensemble rond een besloten voorplein, dat in belangrijke mate bijdraagt aan de voorname uitstraling van het gebouw.”
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Oorspronkelijk is het pand gebouwd als drukkerij van de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant. Ook fungeerde het nog als meubelwinkel.
Op 4-11-1984 werd het pand gekraakt. Aanvankelijk werd het daarbij Grote Karel genoemd, naar de eigenaar Karel. Een jaar later werd de naam veranderd naar de Grote Broek, verwijzend naar de straatnaam. De Grote Broek werd een belangrijk gebouw voor de Nijmeegse kraakbeweging.
In 2002 overleed Karel. Daarop werd het legalisatieproces gestart. De in 2005 vermoorde Louis Sévèke was daarbij vertegenwoordiger van de gebruikers van het pand. Het gebouw werd bezit van Gemeente Nijmegen, die het vervolgens verkocht aan woningstichting Standvast.
Nog steeds zijn er tal van politiek/culturele activiteiten te vinden, waarbij mogelijk de Klinker het meest bekende is. Zie ook site van de Grote Broek zelf.
J. van Berck, bouwkundige, bouwde in 1926 twee winkelhuizen met bovenwoningen. J.W. van Erfen en M.F. Verstegen, twee particulieren, waren de opdrachtgevers. Daarmee was het een onderdeel van de eerste stadsuitbreidingen, nadat de vestingstatus in 1874 was opgeheven.
Verstegen vestigde in het hoekpand een slagerij, die nog jarenlang in het pand heeft gezeten. Aan de Ziekerstraat was een werkplaats achterin de slagerij. Daarnaast had het nog een open plaats. Boven de winkels waren twee bovenwoningen van elk 2 lagen. Deze waren bereikbaar via de opgangen aan de Van Broeckhuysenstraat.
Beeldbepalend Pand
Op de Gemeentelijke Monumentenlijst zijn deze panden een “beeldbepalend pand” met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving te vinden, tevens bron):
“In redelijk gave staat overgeleverde woon-winkelpanden uit 1926. Vanwege de markante locatie aan de kruising is het gebouw met zorg ontworpen. Tegenwoordig is van een deel van het gebouw (nummers 56 en 169) het oorspronkelijke metselwerk geschilderd, hierdoor is de samenhang tussen dit deel en nummer 52 verloren gegaan. Desondanks neemt het pand nog altijd een karakteristieke plek in op de kruising.”
In 1907 gaf de rijksoverheid opdracht tot de bouw van een nieuw hoofdpostkantoor in Nijmegen. Van dit postkantoor was Rijksbouwmeester Cornelis Peters de architect.
Hertogplein met van der Stad en Brandweergarage, gezien vanuit de Gerard Noodtstraat, foto gedateerd 1955 (F27389 RAN)
Vooraf
Het uitgebrande pand van Van der Stad, op de hoek met de Van Broeckhuysenstraat, 1944 (F14519 RAN)
Zoals onderstaand artikel begint, was de ijzerhandel van der Stad op 2 oktober 1944 verwoest bij een bombardement
Bouw
“Belangrijke winkelbouw op de hoek Hertogstraat
Ijzerhandel Fa. v.d. Stad opent in Maart
Dan wordt deze reeds vanaf 1879 bestaande zaak, waarvan het in 1909 gebouwde pand op 2 Oct. 1944 door bombardement te gronde ging, nagenoeg op dezelfde plaats opnieuw geopend. Een reuze-complex van 7000 kubieke meter inhoud, 16 meter hoog en met een gevelbreedte van 35 meter. Half April l.l. werd met de bouw hiervan door Molenaar’s Aannemersbedrijf en onder R.G. Rodenburg als architect, beiden te Nijmegen, begonnen.
De eigenaren de Gebr. Hendriks zullen, gelijk zich laat indenken, de dag zegenen, waarop zij hun zaak, die als noodoplossing in de vroegere toonzaal van de Gasfabriek in de van Broeckhuysenstraat 25 en daarnaast in het magazijn in de Ziekerstraat en in meerdere pakhuizen her en der in de stad verspreid is ondergebracht, uit de veel te kleine ruimte kunnen verlossen en naar het gebouw, waar alles zoveel mogelijk bijeen is kunnen overbrengen.
Wij hebben de tekening van deze indrukwekkende reus gezien en de voorspoedige bouw in ogenschouw genomen.
Het wordt een strakke, imposante gevel, met een luifel van 1.20 m. boven h. totaal acht etalages. Het dak heeft een schuine kap met donker-blauwe pannen, terwijl de gevel in handvormsteen en met granieten omlijsting van de ramen worden uitgevoerd.
Onder het hele pand komt een magazijnkelder van 560 vierkante meter. De parterre bestaat uit een winkel in ijzerwaren en winkel in huishoudelijke artikelen, onderling met elkaar verbonden. Verder zijn daar de kantoren aan de achterzijde en daarnaast magazijnruimte. Op de eerste verdieping komen de monsterkamers en verder magazijnruimte, terwijl hier bovendien drie bovenhuizen komen.
Eenzelfde aantal bovenhuizen komt op de tweede verdieping, waar de Fa. van der Stad voor het overige gedeelte van de hier beschikbare ruimte weer magazijnruimte krijgt.
De derde verdieping tenslotte bevat de zolders van de bovenhuizen en voor het overige alweer magazijnruimte voor de fa. van der Stad, die hiervan blijkbaar nog al een en ander kan gebruiken.
Voor de stad en met name voor de omgeving van de Hertogstraat is het van het grootste belang dat de activiteit en het doorzettingsvermogen van de Gebr. Hendriks met een voltooide bouw worden bekroond.
Naast deze bouw zal een gang komen, nodig voor expiditie doeleinden van de fa. v.d. Stad; daarnaast worden nog enkele winkelhuizen gebouwd op de plaats waar zich thans de brandweerkazerne bevindt, die gaat verdwijnen. En naast deze huizen komt dan de doorgang, die de Hertogstraat met Mariënburg verbindt. Een weg, die via Mariënburg naar het Centrum-plein voert. Een belangrijke verandering, waardoor het centrum van de stad makkelijker binnen het bereik wordt gebracht van andere drukke stadswijken.” (De Gelderlander 3/11/1949)
Op 6-9-1898 wordt Wilhelmina gehuldigd tot Koningin der Nederlanden. Ter gelegenheid daarvan viert Nijmegen de Kroningsfeesten, waarbij het planten van…
Op Van Welderenstraat 75 bevindt zicht het voormalig eigen woonhuis annex werkplaats van Maurits. Het pand is gebouwd in neorenaissancestijl.
Het Gezin Maurits
Wilhelmus Johannes Maurits Bevolkingsregister 1880 (Invnr 33039 archiefnr 679 RAN)
Wanneer hij in zijn eigen ontworpen huis gaat wonen, is het adres Van Welderenstraat 41; Het “blauwe potlood” heeft op een later tijdstip “van Welderenstraat 25” bij de Aanmerkingen geschreven. Zijn beroep is “aannemer”. Hij is dan afkomstig van Bloemerstraat 77. Op 18-5-1888 is Maurits getrouwd met Adѐle Baumgartner (31-1-1865 Corcelles, Zwitserland).
Kinderen (op de kaart van het Bevolkingsregister 1880):
Carel Hendrik Reinier 21-7-1889 Nijmegen
Anna Bartholda 11-7-1890 Nijmegen
Daarnaast woont Carel Hendrik Reinier Maurits (13?-7-1825 Nijmegen), “verwant” en “weduwnaar” bij het gezin in.
Architect Wilhelmus Johannes Maurits ontwierp veel gebouwen in de eerste uitbreiding van Nijmegen. Deze vond plaats op terreinen waar voorheen vestingwerken hadden gestaan of de aanpalende terreinen. Veel van zijn gebouwen zijn een monument of maken in ieder geval onderdeel uit van een beschermd stadsdeel.
Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest, mede vanwege het feit dat er sprake is geweest van hernummeringen.
In ieder geval zit Aannemer J.J. de Groot er in 1934. In de Adresboeken 1963, 1968 en 1971 is het J.J. de Groot en Zoon.
Naam
Omschrijving
Adresboek
Opmerking
A Franken
z.b.
1898, 1899
H.O. Weijler
Gep. Stuurman geouv mar Ned. Indië
1902, 1903, 1905
M.J. Biederlack
1908, 1910-1911
W.C.M. Rahder
1909
C. v.d. Stad
Ijzerhandel, Hersteeg 114, particulier adres: van Welderenstraat 75; in 1926 is Stad, Kzn., Fa. C. v.d., (Gebr. Hendriks) nog wel op Hertogstraat 114, maar schijnbaar niet meer verbonden met C. v.d. Stad
In 1920 en 1922: Stad, Firma C. v.d. (W.B. Hendriks) Hersteeg 114; Ijzerwaren, Huishoudelijke Artikelen, Gereedschappen enz. Kachels, Haarden en Fornuizen; in 1924 Gebr. Hendriks
N.J. v.d. Stad
Musicus
1922, 1924, 1926, 1928, 1932
Wed. C. v.d. Stad
Geb. H.E. Dijkman
1932
Mevr. M.C. v.d. Stad
1932
Th.A. de Groot
Uitvoerder
1934
J.J. de Groot
Aannemer
1936, 1938, 1940
P.G. de Groot
Ingenieur
1936, 1938, 1940, 1948, 1963
In 1963 onder “Aannemers” J.J. de Groot & Zn.
N.V. Aannemings mij J.J. de Groot en Zn.
Utiliteitsbouw, verbouwingen
1966, 1968, 1971
Mogelijk al eerder
H.M. Klomp
In 1936 Journalist
1936, 1948, 1951
Mej. J.A.M. de Groot
Kantoorbediende
1948
Theunissen, echtg. J.F.W.
Geb A.P.H.M. de Groot
1948
Echt. W.A.T. Theunissen
Geb. M.H.J. van der Sponk
1963
Ten tijde van de lampenwinkel de Glazen Kater in de van Welderenstraat, had deze winkel hier haar werkplaats.
Het huidige horecabedrijf is naar deze “lampenfabriek” vernoemd: de Fabriek. Zie hiervoor ook het interview met Claire Kaal, de eigenaresse van de Fabriek op Indebuurt.nl.
Rijksmonument
Als Rijksmonument is het van architectonische waarde vanwege: “Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een herenhuis met ornamentiek beïnvloed door de neorenaissance. Het pand valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals het geavanceerde materiaalgebruik en de rijke ornamentiek. Karakteristiek zijn onder meer de ornamentiek in de voorgevel en de onderdelen in het interieur. Er is sprake van een ensemblewerking als onderdeel van de bebouwing langs de Van Welderenstraat, waarbinnen het pand behoort tot de omstreeks 1900 gangbare herenhuizen, welke samen met de oudere en latere typen en stijlen goed de ontwikkeling van de bouw van herenhuizen weergeven.” Daarnaast is het momument vanwege haar stedebouwkundige en cultuurhistorische waarde.
Augustijnenstraat vanaf Plein 1944: het 4e pand van links is Augustijnenstraat 19-23 (het lichte pand met de balkons waar de fiets geparkeerd staat), waarvan het Handwerkhuis en Cinderella de eerste winkels waren, 1967-1969 (Ber van Haaren, Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen via ZN35932 – B RAN CC0)
Deze pagina verzamelt artikelen over de Augustijnenstraat.
In 1992 stond het carillon aan de overkant van de straat; Augustijnenstraat gezien vanaf Plein 1944, links de Houtstraat, 1992 (Toon Opsteegh via F6118 RAN CCBYSA)
Vrijwel iedereen kent de pilaar op de hoek van de Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat. Jarenlang was deze behangen met lichtreclame van een grote verzekeringsmaatschappij. Het blijkt een schoorsteen te zijn, die hoort bij het grote complex aan deze hoek met op de begane grond winkels en daarboven woningen. De architecten waren Brouwer uit Arnhem en…
De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)
Augustijnenstraat, rechts naast de trolleybus is slagerij van Kempen te zien, 8/7/1964 (Fotopersbureau de Gelderlander, auteursrechthouder J.F.M. Trum via F56272 RAN)
Op 25 januari 1956 heropent Slagerij van Kempen-van der Bilt haar winkel op de Augustijnenstraat 6. Het ontwerp was van architect J. Okhuysen,. Tegenwoordig zit Subway in deze winkel.
In 1955 ontwerpt Okhuijsen het pand aan Plein 1944, op de hoek Houtstraat-Augustijnenstraat. De opdrachtgever is J. van Veggel sr., waarbij de aannemer de firma van der Velden en Sleenhof uit Wijchen is
Augustijnenstraat vanaf Plein 1944: het 4e pand van links is Augustijnenstraat 19-23 (het lichte pand met de balkons waar de fiets geparkeerd staat), waarvan het Handwerkhuis en Cinderella de eerste winkels waren, 1967-1969 (Ber van Haaren, Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen via ZN35932 – B RAN CC0)
In september/oktober 1954 ontwerpt architect Rodenburg 2 Bedrijfsruimten met 3 Bovenwoningen aan de Augustijnenstraat voor de Stichting St. Jozef scholen. In 1955 betrekken Het Handwerkhuis en Maison Cinderella de winkels.
In oktober 1953 heropent de bekende apotheek E.G. Moeys haar bedrijf aan de Augustijnenstraat. De apotheek op de Grote Markt, waar sinds 1833 was gevestigd, was tijdens de oorlog verloren gegaan. De architecten van het nieuwe pand zijn F.J. Cousin en Ir. Van Gendt, waarbij de aannemer Moolenaar’s Aan. Bedrijf te Nijmegen was
In 1954 ontwerpt architect Treur de herbouw van slijterij Cooymans. Zijn zaak aan de Stikke Hezelstraat was bij het bombardement van februari 1944 verwoest. Ook zijn nieuwe winkel aan de Burchtstraat ging tijdens de oorlog verloren.
Fotozaak Grijpink, links sanitair- en loodgietersbedrijf Bosmans, Augustijnenstraat, 1960-1965 (F86348 RAN CC0)
“Enorme belangstelling bij opening zaak van Grijpink
Onder belangstelling heeft Zaterdagmiddag de foto-, kino- en projectiehandel Grijpink N.V. de nieuwe zaak geopend aan de Augustijnenstraat 47, het eerste winkelpand van het indrukwekkende bouwblok tussen Augustijnenstraat-Stikke Hezelstraat en Houtstraat. Aan de openingsplechtigheid, verricht door de burgemeester van Nijmegen, ging een spannende race van een aantal mensen vooraf. Een vliegtuig, dat op een sleep met het tijdstip van de opening der nieuwe zaak aankondigde, had strooibiljetten uitgeworpen. De eerste drie personen, die zo’n strooibiljet aan de nieuwe zaak zouden brengen, kregen een prachtige camera. Het is allemaal goed gegaan in het drukke verkeer, deze race met auto’s en fietsen naar de nieuwe zaak van de N.V. Grijpink.
Later op de middag hebben de drie gelukkigen het geschenk in ontvangst kunnen nemen. Een klein jongetje, dat o zo hard geloopen had, maar als vierde aankwam, kreeg, omdat hij zo zijn best had gedaan, ook een camera, waarmede hij de koning te rijk was.
In de met tachtig bloemstukken versierde zaak heeft burgemeester Hustinx (na wat vertraging te hebben gehad vanwege het eveneens vertraagde bloemencorso) de openingstoespraak gehouden, waarin hij getuigde van de grote waardering van het gemeentebestuur voor de grote ondernemingsgeest van de heren Grijpink, die tal van jaren niet alleen op zakelijk terrein gebleken is. Zich richtend tot de heer Nico Grijpink, zeide de burgermeester, dat hem op ander dan zakelijk terein misschien teleurstellingen niet bespaard zijn gebleven, doch evenmin als hij op commercieel terrein een bewonderingswaardige activiteit aan de dag blijft leggen, hoopte de burgemeester, dat de heer Grijpink zijn activiteit op sociaal, charitatief en ander terrein eveneens zal blijven voortzetten. De zaak is onder een N.V. gebracht, waarvan de heer N. Grijpink directeur is, tewijl met de bedrijfsleiding is belast de heer P. Spring in ’t Veld, welks fotohandel “Phocus” in het nieuwe bedrijf is opgelost.
Meer dan 25-jarige vriendschap, aldus de heer N. Grijpink, in zijn inleidende toespraak, heeft tot deze samenwerking geleid. Dank bracht spr. aan zijn vader, de heer Grijpink Sr. en zijn schoonvader, de heer v.d. Werf, de commissarissen van de nieuwe N.V., aan de heren van Berkel, de aannemers van het grote bouwblok en architect Rodenburg, die de binnenhuis-architectuur heeft verzorgd.
Honderden belangstellenden hebben in de loop van de middag de nieuwe zaak bezichtigd waarin gelijkvloers de verkoopruimte voor foto-artikelen en in de benedenruimte een miniatuur bioscoopzaal is ingericht voor het demonstreren van de film- en projectie-apparaten.
De zaak is een prachtige aanwinst voor het stadscentrum.
Na het bloemencorso, defileerden de Nijmeegse oorlogsinvaliden voor de heer Nico Grijpink, die, zoals bekend, voorzitter is van het Jano-comité, dat telkenjare autotochten voor de oorlogsinvaliden organiseert.” (De Gelderlander 19/9/1955)
In Juli 1929 opent C. en A. haar winkel in Nijmegen, in wat dan de Lange Burchtstraat heet. In november 2025 zit zij nog steeds in dit pand.
In januari 1929 blijkt C. en A. vier winkelhuizen te hebben aangekocht:
“Een belangrijke verkoop van panden aan de L. Burchtstraat.
De bekende firma C. en A. Brenninkmeijer, die in vele steden des lands hare zaken in heerenkleeding gevestigd heeft en reeds sinds geruimen tijd naar geschikte panden uitzag om zich ook alhier te vestigen, heeft van de familie Mulder een gedeelte van de panden, behoorende tot het Hotel “Boggia” alhier aangekocht. Het zijn de vier winkelhuizen aan de L. Burchtstraat, gemerkt nos. 35,37.39 en 41, met uitgang in de Stockumstraat. Ze zullen worden geamoveerd om daarop een modern gebouw te kunnen bouwen.
Het Hotel “Boggia” dat het gebouw no. 43 aan de Burchtstraat met de daarbij behoorende garage en de daarachter gelegen panden uitkomend aan Hoogstraatje en Ridderstraat behoudt, zal daarin de zaak op dezelfde wijze als voorheen voortzetten.
Deze verkoop is geschied door bemiddeling van den heer N.S. Verbeek, makelaar, alhier.
Wij hebben op verzoek van partijen niet vroeger van deze zaak melding gemaakt, omdat zij eerst gisteren definitief haar beslag heeft gekregen.” (PGNC 29/1/1929)
Advertentie Aanbesteding C & A (De Gelderlander 27/3/1929)
Vervolgens vindt op 8 april de aanbesteding plaats door K. Sickler, architect te Amsterdam, voor “Het afbreken van de bestaande panden, o.a. op het daardoor verkregen terrein het opnieuw bouwen van een gebouw o.a. plaatselijk genummerd Lange Burchtstraat 35-37-39-41 en Stokkumstraat 5-13-15, kad. bekend onder Sectie C. No. 312-311-6447-6448, 348 en ten deels 6446 te Nijmegen.” Bestektekeningen zijn te verkrijgen bij de N.V. Wed. J. Arend & Zoon, Singel 22-24 te Amsterdam.
Opdrachtgever is de N.V. Algemeene Confectiehandel van C. & A. Brenninkmeijer te Amsterdam.
Bij de Opening
Straatbeeld Lange Burchtstraat (de huidige Burchtstraat), eerste helft jaren dertig, gezien vanuit Kelfkensbos. Het laatste pand rechts is de C&A, 1932-1933(Uitg. Weenenk & Snel, Den Haag via F88025 RAN)
Zie ook F12997 RAN, een foto uit 1932, dan nog met grote ruiten. En met de slogan: “C&A is toch voordeeliger”.
En F15507 RAN, een foto uit 1959, waar de C&A rechts te zien is.
“Opening filiaal fa. C. en A. Brenninkmeyer.
Ontzaggelijke belangstelling.
Onder ontzaggelijke belangstelling van de zijde van het publiek, heeft hedenmiddag de opening plaats gevonden van de zaak der firma Brenninkmeyer in de Burchtstraat, een feit dat, we zouden haast zeggen, den 27sten September tot een historischen datum voor Nijmegen gemaakt heeft.
Reeds lang vóór de opening toch, die op 3 uur bepaald was, groepten honderden voor het gebouw samen, wier aantal echter spoedig tot een waren menschenmenigte was aangegroeid. Op het trottoir stonden de belangstellenden dicht opeen gepakt om toch maar het eerst den blik te kunnen werpen op wat zoo lang voor het oog verborgen was geweest: slechts met de uiterste moeite kon de politie erin slagen de trambaan vrij te houden, en het verkeer doorgang te verleenen, daar in dit deel der Burchtstraat vele honderden nieuwsgierigen samendrongen. Zelden zal dan ook in Nijmegen een zaak geopend zijn onder zoo overweldigende belangstelling van het publiek.
Even voor het tijdstip van de opening waren wij in de gelegenheid een uiteraard vluchtigen blik te werpen op het inwendige van het gebouw en wij kunnen onzen indruk niet beter weergeven dan door de woorden: grootsch, kostbaar en toch sober. En wat bij het binnenkomen onmiddellijk treft is de groote ruimte, want alle lokaliteiten zijn groot van afmetingen en zijn zalen gelijk.
Daar is in de eerste plaats de ruime entrée die leidt naar de winkelruimte gelijkvloersch, waar men links vindt het z.g. kindervak, recht voor het kinderleggoed en achterin het z.g. groote vak, met de costuum-afdeeling; hier zijn ook een aantal paskamers ondergebracht.
Een breede, indrukwekkende trappenopgang, vervaardigd van kostbaar mahonie-hout, maar desondanks een eenvoudigen indruk makend, leidt naar de tweede verdieping, die bijna het evenbeeld is van de eerste, even groot van afmetingen. Hier zijn o.a. de manterafdeeling en de kinderafdeeling ondergebracht.
Op de derde verdieping zullen de ateliers en zalen voor het personeel worden ingericht: gereed was men hiermede nog niet. Want terwijl beneden het publiek reeds begon binnen te stroomen, was het boven nog een chaos van velerlei bouwmaterialen, die hier nog verwerkt moesten worden. Men zal hier echter zijn tijd over kunnen doen, de verkoop toch, kan reeds een aanvang nemen.
In de winkelzalen zijn de pilaren zonder uitzondering aan alle zijden bekleed met spiegelglas, hetgeen den schitterenden indruk van het geheel nog verhoogd.
Hoewel niet voor ’t publiek toegankelijk, mogen we toch een zeer belangrijke lokaliteit in het gebouw niet vergeten en dat is de enorme, bijna onafzienbare kelder, die zich onder het geheele pand uitstrekt en één groote ruimte vormt, die geheel met goederenvoorraden gevuld is.
Een apart onderdeel van den winkel vormen als het ware de talrijke luxuees ingerichte etalages geheel met teak-hout betimmerd, terwijl hieraan door een staf van bekwame etaleurs de uiterste zorg werd besteed. Zij leggen met hun werk alle eer in; men zal met genoegen zijn blikken hierover laten weiden.
We mogen hier wel constateren dat Nijmegen met de vestiging van dezen winkel van C. en A. -welk een bekendheid verwierven zich deze beide letters- een fraaie, moderne en groote winkelzaak rijker is geworden, die niet zal nalaten het aanzien van onze stad als zaken-centrum te verhoogen en die zeker zal bijdragen tot verfraaiing van dit deel der Burchtstraat.
C. en A. opent met dezen winkel haar achtste zaak in dit jaar; want reeds werden in 1929 ook in het buitenland een zevental filialen gesticht. Zoo o.a. één in Maagdenburg, anderhalf maal zoo groot als het filiaal te Nijmegen, maar dat desondanks in 71 dagen gereed kwam. Toch zal menigeen reeds respect hebben voor de Amerikaansche wijze van bouwen die hier gevolgd is, maar die groot oponthoud ondervond door het feit dat aan de voorzijde van het pand geen materialen mochten worden aangevoerd. De aanvoer geschiedde door het smalle Stockumstraatje, dat dit voor snel werken niet bevorderlijk was spreekt van zelf.
De man volgens wiens plannen dit gebouw werd opgetrokken, was de architect K. Sicker uit Amsterdam; hij heeft voldoening van zijn werk, waarmee hij zich een meester toonde.
Van de firma’s die aan de totstandkoming medewerkten en hiermede een mooi stuk arbeid hebben verricht, noemen wij in de eerste plaats de aannemersfirma v.d. Wal en Woudenberg uit Utrecht-Vlaardingen.
Aannemer van het stucadoorwerk was de firma gebrs. v.d. Bol te Utrecht; het schilderwerk werd verzorgd door P. Zanen te Alblasserdam, terwijl de Utrechtsche Loodgieterscombinatie het lood- en zinkwerk voor haar rekening nam. Het behangsel en linoleum werden geleverd door de firma Wolting te Amsterdam, het glas in lood door Lenoble te Haarlem, terwijl tenslotte de firma Merx en Beerboom alhier de centrale verwarming aanlegde.
Tot slot moge hier nog een overzicht van de totstandkoming van het gebouw volgen:
11 Mei 1929. Telefonische opdracht gegeven door den Architect.
11 Mei. Aangevangen met het sloopen der perceelen Lange Burchtstraat 35037039041 en Stockumstraat 13-15.
14 Juli. Inmiddels begonnen met het ontgraven der achterterreinen voor den kelder, welke onder het geheele gebouw komt met een oppervlak van 1000 vierk. Meter en 3.10 M. diepte onder den beganen grond.
12 Juni. Om des middags 1 uur de eerste steen gelegd der keldermuren.
15 Juni. Bovengenoemde gebouwen zijn gesloopt tot den beganen grond.
22 Juni. Aangevangen met het storten der gewapend-beton kolommen in den kelder.
5 Juli. Begonnen met het sorten van 1000 vierk. M. grooten gewapend-betonvloer op den beganen grond.
18 Juli. Begonnen met het stellen der ijzeren kolommen.
20 Juli. Leggen der balklaag 1e verdieping.
25 Juli. Leggen der balklaag 2e verdieping.
5 Augustus. Aanvang stucadoorswerk.
6 Augustus. De helft van het gebouw (noodbedekking) is waterdicht.
14 Augustus. Stellen der kapspanten.
21 Augustus. Tweede helft van het gebouw (noodbedekking) is waterdicht.
13 September. Keldervloer en wanden gereed en in gebruik genomen en pl.m. 6000 karren met uitgegraven grond vervoerd.
24 September. Inzetten spiegelglas in étalages.
25 September. Stucadoorswerk gereed.
27 September. Opening der zaak.
Bij de opening der zaak op hedenmiddag, had het inwendige van den winkel een bij uitstek feestelijk aanzien, door de talrijke bloemstukken, die van vele zijden ter felicitatie gezonden waren. In den loop van den middag kwamen nog vele schriftelijke gelukwenschen en telegrammen binnen.” (PGNC 27/9/1929)
Metselwerk C&A, Burchtstraat (november 2025)
Clemens & August Brenninkmeijer
C&A is vernoemd naar de broers Clemens & August Brenninkmerijer. Zij waren zogenaamde textielteuten (of todden of tuötten) uit Mettingen, Westfalen. In 1841 openden zij een opslag in Sneek, zodat ze minder vaak naar Westfalen hoefden te reizen. Ook openden zij in 1841 een winkel in confectiekleding aan de Oosterdijk in Sneek. Daarna volgde uitbreiding: in 1881 in Leeuwarden en in 1893 een winkel in Amsterdam. Daarna zouden vele winkels volgen. Ook opende C&A in 1911 haar eerste buitenlandse winkel i Duitsland. (Wikipedia).
Kasper Sickler
Kasper Sickler (Blitar, 16-11-1877 – Amsterdam, 01-07-1945) was de huisarchitect van C&A. Daarnaast was hij de Daarbij was hij huisarchitect van het Protestants Weduwen- en Wezenfonds in Amsterdam.
Hij “was destijds ook de vaste architect van kledingwinkelketen C&A. Hij ontwierp diverse nieuwe C&A-panden in den lande en leidde in 1930 de verbouwing van het door Berlage ontworpen complex aan het Damrak, dat later door brand verloren ging.” https://amsterdamopdekaart.nl/1850-1940/Tweede_Hugo_de_Grootstraat/3-17
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval in 1975 Burchtstraat 65 bij de winkel getrokken. “traat 67 was gevestigd. Onder de binnenplaats van nr. 65 kwam een roltrapput te zitten. Op begane grondniveau en de eerste verdieping werden de gehele rechter zijgevel en achtergevel verwijderd, zodat er samen met nr. 67 een grote winkelruimte ontstond. Ook de balklagen van deze verdiepingen werden geheel vernieuwd.” (Gemeentelijke Monumentenlijst)
Beeldbepalend
“Het pand is vanwege de voorgevel beeldbepalend in het rijksbeschermde Stadsgezicht.” Daarnaast is de kelder van nummer 65 “bouwhistorische waarde vanwege de hoge kelder met tongewelf uit de late middeleeuwen. De bescherming heeft betrekking op de bouwhistorische verwachting van de kelder. De overige verdiepingen vallen buiten de bescherming.”
Het Arsenaal, de Mariënburgkapel, de Israëlische begraafplaats en het kruitmagazijn, Mariënburg 95 (huidig),1880 (Gerard Korfmacher via F46123 RAN)
Het Arsenaal op de Mariënburg is gebouwd tussen 1820 en 1824 als artillerie- of tuighuis. Daarna heeft het meerdere functies gehad, waaronder het gemeentearchief van Nijmegen. Tegenwoordig heeft een functie voor horeca en cultuur. Opvallend is de sluitsteen: een herinnering aan het bezoek van Willem I.
Mariënburgklooster en bouw
Het staat op de plek van het voormalige kloostercomplex Mariënburg, waar ook de nog bestaande Mariënburgkapel deel van uitmaakte. Nadat het klooster in 1591 was opgeheven nadat Maurits Nijmegen had ingenomen, werd het kloostergedeelte verbouwd tot woonruimtes. Vanaf 1683 was het Munthuis hier gevestigd. In 1778 verkocht de staat het gebouw voor particuliere bewoning. In 1808 kocht de staat echter het gebouw weer terug, zodat deze gedeeltelijk gesloopt kon worden. Vervolgens werd een artillerie- of tuighuis gebouwd. Dit gebouw kwam in 1824 gereed. Het arsenaal was tot 1908 onderdeel van de Mariënburgkazerne.
Archief en andere functies
Op 10 maart 1909 werd het gebouw eigendom van de gemeente Nijmegen, die het gebruikte voor een stadwerkplaats. In 1938 verhuisde deze werkplaats. Vervolgens was het bedoeling om hier het gemeentearchief in te vestigen. Door de Tweede Oorlog ging dit plan niet door. Na de oorlog kwam de stadswerkplaats weer terug: haar pand aan de Dominicanenstraat was zwaar beschadigd geraakt. Ook werk het een werkplaats voor het politiebureau, die tegenover het Arsenaal lag. Vanaf 1968 zat hier tevens het bureau gevonden voorwerpen en rijwielen. In 1978 werd het Arsenaal na een verbouwing in gebruik genomen als gemeentearchief, welke op dat moment in de Mariënburgkapel had gezeten.
Horeca en Cultuur
Doorbraak Arsenaal met zicht op Moenenstraat (november 2025)
Het archief verhuisde in 2001 echter naar de nieuwbouw aan de Mariënburg, de huidige locatie. Daar maakt het met de naastgelegen bibliotheek en de Lux onderdeel uit van het “cultureel kwartier”. De gemeente had in 1999 al besloten dat het Arsenaal een gedeeltelijk commerciële en een gedeeltelijk culturele bestemming moest krijgen.
In 2003 vestigde zich aan de ene kant het horecabedrijf het Vlaams Arsenaal. Aan de andere kant kwamen een aantal culturele instellingen, verenigd in vereniging Het Arsenaal. In het midden van het pand werd een grote doorgang gemaakt als verbinding met de Moenenstraat met de Marikenstraat.
In het Arsenaal is tegenwoordig (november 2025) Arsenaal 1824 gevestigd.
Het Arsenaal is een Rijksmonument.
Sluitsteen: herinnering bezoek Koning Willem I
Sluitsteen bij Arsenaal: herinnering aan Willem I (mei 2024)
Deze sluitsteen hangt boven de (doorgebroken) toegangspoort tot het Arsenaal en is een herinnering aan Koning Willem I, die het gebouw in 1824 bezocht. Het Arsenaal is rond 1820 gebouwd en is een Rijksmonument.
Van Schevichaven over dit bezoek: “Op 11 October kwam Z.M. Willem I hier nogmaals, bezichtigde het nog niet voltooide fort aan de Waal, waaraan hij ter eere van den ontwerper den naam van Kraijenhoff gaf, inspecteerde weder de wallen en de Sterreschans op den Hunnerberg, alsook het nieuw arsenaal op Mariënburg. Z.M. logeerde ten huize van luit.-generaal baron Van Kraijenhoff, de tegenwoordige St. Josefsschool aan het Bosch; gaf audiëntie en vertrok den volgenden dag naar Maastricht.” (PGNC 15/5/1895)
Bezoek Frederik der Nederlanden in juli 1824
Het krantenartikel over het bezoek van Willem I is nog niet gevonden, wel dat van Prins Frederik der Nederlander, de tweede zoon van Koning Willem I (en de broer van de latere koning Willem II). “Door zijn vader, koning Willem I, werd hij daarna benoemd tot ‘grand-maître de l’artillerie’ en bezocht in die functie jaarlijks de vestingen in het Nederland en België.” (wikipedia)
Bezoek Prins Frederik der Nederlanden aan Nijmegen (PGNC 27/7/1824)
Een krantenartikel over een bezoek in 1818 is te lezen in PGNC 21/8/1818.
Voormalige Rotterdamsche Bankvereeniging en Cinemarienburg, tegenwoordig Humphrey’s (november 2025)
Rond het begin van de 20ste eeuw ontstond bij de Mariënburg het financiële centrum van Nijmegen. Een van de banken die zich er vestigden was de Rotterdamsche Bankvereening. Het huidige beeld van de voorgevel van het gebouw is voornamelijk afkomstig van de verbouwing tot bank van de Rotterdamsche Bankvereeniging door architect Deur.
W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank
Ontwerp voor het maken van een huisriool voor een perceel aan het Marienburgplein te Nijmegen. Dorlas en Semmelink, architecten en aannemers, Datum Bouwdossier 8-8-1911 (D12.382055)
De eerstgevonden bouwtekening is uit 1911 voor de aanleg van het riool (“perceel aan het Marienburgplein D12.382055). Het gebouw bestaat dan uit 2 verdiepingen. Met op de begane grond elk 1 kantoor, met daarboven een bovenwoning. En dan heeft pand als bank natuurlijk een kelder met de zeer belangrijke kluis.
“W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank.
Het Mariënburg wordt meer en meer een der centra van ’t Nijmeegsch handelsverkeer. De Nederlandsche Bank deed er haar nieuwe gebouw optrekken, de kantoren van „de Nederlanden van 1845” naderen hun voltooiing en thans kunnen wij eenige bijzonderheden mededeelen aangaande het nieuwe gebouw der W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank, dat naast eerstgenoemd pand verrezen is en met den in dezelfde kleur gehouden gevel daarbij goed aanpast.
De W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank, welke onder directie van de heeren W. E. P. Monhemius en J. N. Krudop verscheidene jaren gevestigd was in het perceel Oude Stadsgracht 12, heeft de uitbreiding harer zaken op hoogst gelukkige wijze bekroond door het betrekken van dit nieuwe gebouw, dat aan alle eischen van het moderne handelswezen voldoet. De voorgevel is opgetrokken in Romaanschen stijl, vooral tot uiting komend in den monumentalen hoofdingang en de loggia’s met massieve pilasters aan de boven-verdieping. Is men het gebouw binnengedreden, dan geeft de eerste deur rechts toegang tot het vertrek voor het publiek bestemd.
Een keurig, stijlvol interieur doet hier het oogen aangenaam aan. Door de gedeeltelijk matgelazen ruiten stroomt het daglicht naar binnen en des avonds neemt de lichtbron der electrische centrale hier de taak van de natuur over. Een portière leidt naar het bureau der directie, dat ook een keurigen indruk maakt. Hier sieren o.a. groote foto’s van de kluis en de bij de vervaardiging daarvan gebezigde pantserstangen de muren.
Achter in den corridor, waar toiletgelegenheden niet ontbreken, bevindt zich de trap welke naar den kluiskelder voert. Ook hier heeft men het zeer comfortabel weten te maken. In de hoeken zijn kleine kamertjes aangebracht voor hen die zich met het hoogst aangename werk van couponknippen plegen te occupeeren. Electrische schellen verbinden deze kamertjes met de kantoren boven. Het voornaamste van den kelder is evenwel de kluis, waarbij de nieuwste vindingen op dit gebied in toepassing zijn gebracht.
De kluis zelf is gebouwd met dikke betonmuren, dus een op zichzelf reeds zeer hard materiaal. Ter meerdere beveiliging is in het beton nog een netwerk van zware compound panterstangen opgesteld en wel in drie rijen, zoodat bij inbraakpogingen de werktuigen steeds stuiten op dit speciaal voor dit doel gefabriceerd materiaal en een doorbreken van den kluismuur wel tot de onmogelijkheden gerekend kan worden. Zoowel de vloer en zolder alsook de staande wander der kluis zijn van deze bescherming voorzien. Met deze reeds zeer groote zekerheid stelde de directie zich nog niet tevreden. Zij wilde zich dagelijks van den onbeschadigden toestand van de kluiswanden kunnen overtuigen en daartoe werd rondom de kluis een z.g. controlegang ontworpen. De kluis staat dus langs alle wanden vrij en de minste beschadiging der kluiswanden door inbrekers wordt bij de dagelijksche inspectie direct opgemerkt.
Natuurlijk mogen ook de ingangen tot de kluis geen zwak punt vormen, daar deze nu als het ware de aangewezen punten zijn voor inbrekers om hunne krachten te beproeven. Een zware kluisdeur en een kleinere nooddeur in dezelfde massieve constructie zorgen hier, dat alle gevaar is afgewend. De blanke kanten van deur en raam sluiten zuiver in elkander, terwijl zware massieve rondstaalschoten de deur gesloten houden. Dit sluitwerk wordt weder vastgezet door een prima kwaliteit sleutelslot alsmede door een geheimslot, dat alleen geopend kan worden indien men met de gestelde combinatie bekend is. Daar deze combinatie elk oogenblik veranderd kan worden en een verscheidenheid van 100 milioen combinaties bereikt is, kan deze afsluiting ook alleszins voldoende geacht worden.
Ter bescherming ten aanvullen met den acetyleen- en zuurstofbrander zijn in deze zwaar gepantserde legeeringen aangebracht, welke de eigenschap bezitten bij bewerking met den brander giftige gassen te ontwikkelen, ontploffingen te veroorzaken, waardoor de branders defect raken en meer dergelijke zaken, die den inbreker minder aangenaam zullen zijn, daar zij gewoonlijk van rust en stilte houden. Zou de inbreker evenwel niettegenstaande deze verrassingen toch verder willen „werken”, dan zouden de zware giftige gassen hem alras noodzaken het veld te ruimen indien hij prijs op zijn leven stelt. De deur heeft dus niet alleen een defensief maar ook een offensief karakter.
Na opening der massieve kluisdeur treden we den burcht van pantserstaal binnen en zien tegen den achterwand der kluis een safeblok opgesteld, waarin de klanten der Bank tegen billijke vergoeding hunne waarden kunnen bergen. Een dergelijk safeblok bevat verschillende loketten in diverse afmetingen. Elk loket is afgesloten met een stalen deurtje, welk laatste door een speciaal slot, dat onder controle van den huurder en de Bank geopend moet worden, tegen opening door onbevoegden is voorzien. Een gedeelte der loketten is voorzien van sloten, welke verwisselbaar zijn met de andere sloten der installatie, waardoor fraude met sleutels voorkomen is, terwijl een ander gedeelte voorzien is van combinatiesluitingen, die door den huurder op een willekeurig woord ingesteld kunnen worden.
De directie der W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank biedt met deze nieuwe kluis haar cliënteele een zekerheid, die gewaarborgd wordt door de jongste toepassingen der wetenschap en vindingen der techniek. Beter waarborgen zullen bezwaarlijk gevonden kunnen worden. Deze kluisinrichting doet dan ook haar, zoowel als de N. V. Lips’ brandkasten- en slotenfabrieken te Dordrecht alle eer aan.
In een gedeelte van het gebouw zijn de kantoren gevestigd der Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen 1807. Boven de kantoren zijn twee woningen gebouwd, zeer comfortabel ingerichte bovenhuizen, welke reeds verhuurd zijn.
Architecten van het gebouw zijn de heeren Dorlas en Semmelink alhier, onder wier leiding der plannen tevens zijn uitgevoerd. In beide opzichten, zonwel wat het ontwerp als de uitvoering betreft, hebben zij alle eer met hun werk ingelegd.
Blijkens eene advertentie in dit nummer clientèle en verdere belangstellenden uitgenodigd het nieuwe bankgebouw met kluis te bezichtigen.” (PGNC 23/2/1912)
Verbouwing 1918/1919 voor Nationale Bankvereeniging
Vanuit de Van Broeckhuysenstraat via het Mariënburg, in de richting van de Mariënburgsestraat, rechts de Nationale Bankvereeniging en Hotel Café “De Karseboom” met kegelbaan, 1926 (F29714 RAN)
1 juli 1918 (“heden”, dus mogelijk de dag ervoor) opent de Nationale Bankvereeniging in het pand. Dan is het haar 65tste vestiging sinds haar oprichting in 1916. Deze bank was opgezet door Rotterdamsche Bankvereeniging die tevens grootaandeelhouder van deze bank was. In 1929 werd de Nationale Bankvereeniging geintegreerd in de Rotterdamsche Bankvereeniging. (wikipedia)
Bijzonder is, dat vanaf dat moment een aantal verbouwingen zullen plaatsvinden, terwijl de bank geopend blijft. (PGNC 1/7/1918)
Nationale Bankvereeniging Bestaande Toestand in februari 1929 (D12.393768)
In januari 1919 is de verbouwing voltooid, waarbij de kantoren zijn samengevoegd. Opvallend is vooral de grote uitbreiding van het kantoor voor 20 beambten in de voormalige tuin, de ruime entrée en de effectenhal. De architect is de “huis-architect” H.F. Mertens:
Verbouwing Perceel Marienburg 64-65-66 te Nijmegen tot Kantoor der Nationale Bankvereeniging , datum Bouwdossier 25-6-1918 (D12.385395)
Architect H.F. Mertens
Hermann Friedrich Mertens (Batavia, 15 augustus 1885 – Loosdrecht, 27 januari 1960) was een Nederlandse architect. Hij studeerde aan de Technische Hogeschool Delft. Hij werkte aanvankelijk onder andere als meubelontwerper en een korte tijd in Nederlands-Indië. Hij was adjunct-directeur gemeentewerken in Arnhem. Daarnaast was hij in dienst voor het ontwerpen van bankgebouwen voor de Nationale Bankvereniging. Uiteindelijk vestigt hij zich in 1922 als zelfstandig architect in Bilthoven.
Belangrijke ontwerpen van hem zijn:
Betondorp, Amsterdam
Toenmalige Unilever hoofdkantoor, Rotterdam
Sanatorium Zonnegloren, Soestduinen
Watertorens Soest, Stadskanaal, Oude-Pekela en Bilthoven.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Mertens aangesteld als supervisor van de wederopbouw van de Rotterdamse binnenstad (Wikipedia).
Advertentie van de Nationale Bankvereeniging (PGNC 20/7/1918)
Rotterdamsche Bankvereeniging
Gebouw van de vroegere Rotterdamsche Bankvereeniging, Mariënburg 60, 1979 (Fotopersbureau Gelderland via F29589 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
De Rotterdamsche Bankvereeniging (Rova) was de benaming van de Rotterdamsche Bank tussen 1911 en 1947. Het was een van de voorlopers van de AMRO Bank, welke een fusie was van de Rotterdamsche met de Amsterdamsche Bank. En daarmee een voorloper van de ABN AMRO.
In 1929 vroeg de Rotterdamsche Bankvereeniging aan architect Deur om een ontwerp te maken. Daarbij zijn er in het Digitaal Archief 2 ontwerpen: waarschijnlijk is het eerste plan nooit uitgevoerd en het “Gewijzigd ontwerp” wel. Uit de plattegrond van de bouwtekening (zie hieronder) wordt duidelijk dat het pand met ongeveer 1/3 is vergroot: het linkergedeelte met onder andere het portiek.
Bij de Opening
“Het nieuwe gebouw van de Rotterdamsche Bankvereeniging.
De nieuwe kantoren en de kluisinrichting der Rotterdamsche Bankvereeniging aan het Mariënburgplein te Nijmegen, met den bouw waarvan eenigen tijd gemoeid was, zijn thans gereed.
Hoewel de voorgevel van de vroegere Nationale Bankvereeniging nog in zeer goeden toestand verkeerde, heeft de directie niet geschroomd tot slooping van dien gevel over te gaan ten einde een behoorlijk bouwkunstig geheel te verkrijgen.
De nieuwe gevel, met de heldere kleur van den daarin verwerkten metselsteen en de hooge met donker geglasuurde Deester pannen gedekte kap, vormt een goeden achtergrond voor de, het plein overheerschende kapel.
Gewijzigd plan Rotterdamsche Bankvereening architect Deur (D12.395205)
De architect ir. J.G. Deur, te Nijmegen, zag zich voor de moeilijkheid geplaatst de vroeger zeer verbrokkeld aandoende pleinwand te sluiten. Hij vond een zeer goede oplossing door het aanbrengen van een gootlijst juist midden tusschen de op zeer verschillende hoogten liggende kroonlijsten der belendende perceelen, waardoor een trapsgewijs omhoog springen van de bouwdeelen van den pleinwand werd verkregen.
De raamvorm, de betrekkelijke geslotenheid van den gevel en het ontbreken van alle overbodige versiering helpen tenslotte een massieven, degelijken indruk vestigen.
Gewijzigd plan Uitbreidingsplan aan het Mariënburg, december 1929 IRr. J. George Deur (D12.395204)
Het inwendige van het gebouw voldoet aan de eischen die men aan een modern bankgebouw kan stellen.
Aan de bestaande kluisinrichting, die in verband met de expansie van het bedrijf dringend om uitbreiding vroeg, werd een andere bestemming gegeven. Onder het nieuwe gedeelte werd een geheel naar de eischen des tijds ingerichte Lips kluisinrichting ingebouwd, met de noodige accommodatie-ruimten en annexen ten gerieve van het beleggend publiek.
Ten dienste van het bankbedrijf werd een ruime, fraai ingerichte en overzichtelijke kassahal geprojecteerd, waarvan een doelmatig afgescheiden gedeelte voor de effectencliëntèle is gereserveerd. Een rustig gehouden leeskamer, flinke spreek- en wachtkamer met telefoon, benevens rijwielbergplaats zijn voor de relaties beschikbaar.
Aannemer van het werk was de firma H. van Gemert en Zonen te Nijmegen; de stalen ramen werden geleverd door de firma de Vries en Robbé te Gorinchem; het kunstsmeedwerk werd vervaardigd door den heer H. Winkelman b.i. te Amsterdam en het glas in lood door de firma Bilderbeek te Nijmegen.
De natuursteenwerken waren van de Rotterdamsche Steenhouwerij te Rotterdam en van de firma Rengers te Nijmegen; de gewapend betonwerken van de N.V. Nederland te Nijmegen.
De schilderwerken werden verzorgd door de Gebr. Koning, de stoffeering en meubileering door de firma’s Draper van den Broek en M. Jansen, de parketvloeren door de firma M. Drukker en de electrische installatie door de firma Jean Jacobs, allen te Nijmegen, terwijl een geheel in staal uitgevoerd archief werd geleverd door de N.V. Martens Brandkastenfabriek te Doetinchem.
Opzichter was de heer W. van der Waart alhier.” (PGNC 15/2/1930)
Vooraanzicht van Café De Foyer en bioscoop Cinemariënburg, Mariënburg, 27/4/1995 (Ger Loeffen via F36781 RAN CCBYSA)
Het vervolg is nog niet geheel onderzocht.
Vanaf 1984 zat filmhuis Cinemariënburg hier in het pand: zoals op de foto uit 1995 hierboven te zien is deze in 1974 begonnen en vierde het in 1994 haar 20-jarig jubileum. De achterbouw is gesloopt en vervangen door nieuwbouw. In ieder zit in 2023 Humphrey’s in het pand.
Voormalige Rotterdamsche Bankvereeniging en Cinemarienburg, in november 2025 Humphrey’s; de achterbouw is vervangen door nieuwbouw (november 2025)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een gemeentelijk monument met als tekst bij aanwijzing (tevens is hier een uitgebreide beschrijving te vinden:
“WAARDERING Architectuurhistorische waarde Mariënburg 59-60-61 is een goed voorbeeld van een bankgebouw in de expressieve architectuur van rond 1930, die gezien kan worden als een de regionale variant op de Amsterdamse Schoolstijl. Het gebouw is van architectuurhistorisch belang vanwege zijn de expressief vormgegeven voorgevel en kap met de bijzondere en gaaf bewaard gebleven detaillering in de trant van de Amsterdamse School. In het interieur zijn onder meer van belang de centrale bankhal met het pseudo-gewelf en de monumentale keldertrap alsmede de sierbetegeling en de smeedijzeren hekwerken en in iets mindere mate de betegelde keldervloeren en de Lipskluizen. Het object heeft architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van de Nijmeegse architect J.G. Deur (1892-1964), landelijk bekend als restauratiearchitect en ontwerper van vele kloosters en kerken. Na aanvankelijk gewerkt te hebben in de trant van de regionale Amsterdamse School werd Deur, zoals veel van zijn collega’s, in de loop van de dertiger jaren van de 20ste eeuw een fervent aanhanger van de ideologie van Delftse School. Mariënburg 59-60-61 is vergelijkbaar met zijn ontwerp voor het Jozefklooster aan de uit 1930.
Stedenbouwkundige waarde Het pand heeft een situationele waarde vanwege de ligging in een markante reeks historische gebouwen die in de oorspronkelijke rooilijn aan de oostzijde van het Mariënburg liggen. Het pand vormt binnen deze monumentale gebogen gevelwand door zijn expressief vormgegeven bouwmassa en verschijningsvorm een sterk beeldbepalend element.
Cultuurhistorische waarde Het object heeft cultuurhistorische waarde vanwege de verschijningsvorm en de voormalige functie, die een uitdrukking vormen van een maatschappelijke ontwikkeling namelijk de concentratie van bankgebouwen rondom het Mariënburg in het begin van de 20ste eeuw, waardoor dit plein het financiële hart van Nijmegen werd.”
Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
De Broerstraat is de belangrijkste winkelstraat van Nijmegen.Het dankt haar naam aan de middeleeuwse Dominicuskerk, oftewel de Broer- of Broederenkerk. Rond 1900 werd de Broerstraat een van de belangrijkste winkelstraten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de straat vrijwel volledig verwoest. In de jaren 50 vond de wederopbouw plaats.
Op deze pagina staan de reeds verschenen blogs weergegeven die over de Broerstraat in heden en verleden gaan. Eerst een korte geschiedenis.
Voor de oorlog
Dominicuskerk
Broerstraat met Dominicuskerk/Broederenkerk, ongeveer 1900-1910 (Uitg. A.A. van der Borg via F18091 RAN CCBYSA)
De Broerstraat is vernoemd naar de Predikbroeders, oftewel de Dominicanen.
6 Dominicanen kregen in 1293 de beschikking over een kapel van Tilman Werenbertsz, heer van Ubbergen, aan de tegenwoordige Broerstraat. Rond 1373 lieten zij een kerk, de Broer-/Broederen- of Sint Dominicuskerk bouwen.
Van katholiek naar protestants en weer katholiek
Sinds 1579 -de Tachtigjarige Oorlog- was de kerk voornamelijk protestants. In 1794 vatte de kerk vlam door de beschieting door de Fransen, waarbij de toren instortte. Uiteindelijk gaf koning Lodewijk Napoleon Bonaparte de kerk in 1808 weer terug aan de katholieken en kwam ze bij de Dominicanen terug. In 1810 kon er voor het eerst weer een katholieke dienst worden gehouden. Tussen 1830 en 1833 vond een restauratie plaats, waarbij de kerk in 1833 opnieuw werd ingewijd.
Neogotiek
Van 1864 tot 1885 werd de St. Dominicuskerk hersteld en uitgebreid in neogotische stijl. In 1866 kreeg de kerk een uitbreiding in de vorm van een zijbeuk, zodat het een driebeukige kerk werd. In 1877 volgde een gedeeltelijke vernieuwing van de gewelven. In 1885 kreeg de kerk een nieuwe voorgevel met haar karakteristieke toren. De architect was P.J.H. Cuypers.
Verwoesting
De kerk en het naastgelegen klooster raakte gedeeltelijk verwoest tijdens de gevechten rond Market Garden.
De Dominicanessen besloten om in de nieuwbouw van de wijk Galgenveld een nieuw kerkgebouw met parochiecomplex (pastorie, school en parochiehuis) te bouwen. Ook was er een klooster voorzien, die echter niet is gerealiseerd.
De kerk en het klooster zouden nog 6 jaar als ruïne blijven bestaan. Er was herstel mogelijk. Toch werd er in 1950 besloten tot sloop, welke in 1951 daadwerkelijk plaats vond.
Het Sint Canisiushotel annex restaurant en café dat op 28 september 1904 geopend werd. Het gebouw gebouwd op de fundamenten van het uit de middeleeuwen stammende geboortehuis van Petrus Canisius was een spraakmakend ontwerp van Oscar Leeuw; zijn broer Henri maakte de wandschilderingen in het gebouw. Door het bombardement van 22 februari 1944 ging dit prachtige pand verloren, Broerstraat 36 (oud) 28/9/1904 (GN11374 RAN)
Op de hoek met de toenmalige Beynumgas stond het geboortehuis van Petrus Canisius.
Winkelstraat
Broerstraat gezien vanuit de Korte Molenstraat; rechts de Gruitberg, 1900 (Vivat Amsterdam via F15084 RAN)
Na de afbraak van de stadsmuren werd de Broerstraat samen met de Burchtstraat de belangrijkste winkelstraat. Deze liep wat kronkelig en het betrof veelal kleinere, locale winkels. Bij de kruising met de Burchtstraat was er sprake van een vernauwing.
Oorlog
De Broerstraat is een van de straten die tijdens de oorlog het zwaarst getroffen is door het bombardement van februari 1944 en daarnaast door de gevechten rond Market Garden in september 1944. De kerk raakte beschadigd. Er werd besloten deze niet opnieuw op te bouwen, maar een nieuwe Dominicuskerk naar de wijk Galgenveld te verplaatsen.
Bij de wederopbouw is de straat iets verbreed, om deze beter geschikt te maken voor auto. Wel is het vooroorlogse, iets gebogen verloop van de straat aangehouden. Veel bedrijven zijn (vrijwel) op dezelfde teruggekeerd als van voor de oorlog, hoewel een aantal percelen zijn samengevoegd. Bij het wederopbouwplan maakt de straat onderdeel uit van het commerciële hart van het plan: de winkelloop Broerstraat – Burchtstraat en Plein 1944.
De voorgevels van de straat zijn volledig gesloten, op de doorgang van ‘t Kerkegasje na. De gedachte hierachter was dat de bevoorrading van de winkels vanuit de achterkant, die uitkomen op expeditiehoven, zouden plaatsvinden. Zo zou het winkelend publiek geen hinder ondervinden van de bevoorrading.
Verscheidenheid en eenheid in wederopbouwarchitectuur
De supervisor, W.J. Gerretsen pakte de panden pandsgewijs aan, waarbij steeds verschillende architecten betrokken waren. Daardoor zijn er verschillen in kleuren, vormen en materiaal. Door rekening te houden met het ritme en de continuïteit van de gevelwand, ontstaat er wel een soort eenheid. De detaillering is vaak te vinden in toevoegingen als mozaïeken, reliëfs en balkons. De stijl van de panden varieert van traditionalistisch tot modernistisch tot een mengvorm daarvan. Veruit de grootste in de Broerstraat is de voormalige Vroom en Dreesmann. Daarnaast zijn de er grote winkels op de hoek met Plein 1944.
Broerstraat belangrijkste winkelstraat
De Broerstraat werd de belangrijkste winkelstraat van Nijmegen. In de jaren 60 werd de Broerstraat de eerste straat van het centrum die voor auto’s werd afgesloten. Aanvankelijk kwamen er volop vitrines en bloembakken midden in de straat te staan. Een mooie foto is te vinden op Noviomagus.
In het Centrum 2000 plan bleef de Broerstraat haar belangrijke rol houden: de aanleg van de Marikenstraat had als doel om bij het winkelen een vierkant te kunnen lopen van Broerstraat, Burchtstraat en dan terug via het Koningsplein.
De laatste jaren is er in zijn algemeenheid een grotere waardering voor de wederopbouwarchitectuur. In de loop der jaren is aanvankelijk veel is vertimmerd, zodat veel van de oorspronkelijk open architectuur verloren is gegaan. Mijn persoonlijke indruk is dat de huidige winkeliers de laatste jaren juist weer meer naar de openheid van het oorspronkelijke werk lijken te streven.
Broerstraat Vooraf: parfumerie-kraam L.F. Vosveld van Boeckholt heeft in oktober 1880 en 1881 -waarschijnlijk tijdens de najaarskermis- zijn standplaats van…
Zaadhandel Lahey en Fliervoet architect van Veen en Braam
Gezien vanuit de Molenstraat ,links Boekhandel Kloosterman, rechts schoenenwinkel Van Haren op de hoek met de Pauwelstraat en daarachter Zaadhandel Lahey & Fliervoet, Broerstraat, 23/10/1950 (F12976 RAN)
“Zaadhandel Lahey en Fliervoet in Broerstaat herbouwd
Binnenkort is het alweer twee jaar geleden dat de eerste pionier in de Broerstraat, de fa. van der Borg, zijn bouw gedeeltelijk voltooid zag. Goed voorbeeld deed goed volgen en al moest de pionier dan ook geruime tijd een eilandbetaan leiden, thans mag wel worden gezegd dat het hek gelukkig van de dam is en het ene pand na het andere weer successievelijk in de Nijmeegse Kalverstraat wordt opgericht.
De zaadhandel van de firma Lahey en Fliervoet, vóór de stadsbrand in de Houtstraat gevestigd, is gistermiddag in de Broerstraat no. 45 heropend. In een fraai modern pand dat onder het architectenbureau van Veen en Braam te Nijmegen tot stand kwam, en door het aannemersbedrijf van Gebr. Sutmuller, eveneens alhier, werd uitgevoerd.
Opvallend is de verzorgde stijl van dit winkelpand, dat zijn plaats in deze omgeving met ere inneemt.
De pui bestaat uit een combinatie van vert de Suède marmer met Java teakhout en doet, evenals de winkel met zijn rustige verlichting en mooie betimmering warm aan. Achter de ruime winkel bevindt zich het kantoor en een apart pakhuis voor fijn tuinzaad. De pakhuisruimte voor het bewaren van de zaden in uitgebreide sortering is beneden, in de kelderruimte, waar de centrale verwarming speciaal voor lage temperaturen is ingericht.
Het was niet zonder reden dat de mede-firmant de heer Chr. Lahey gistermiddag bij de opening van de nieuwe zaak, waarin tal van bloemstukken prijkten, een waarderend woord sprak tot de architect, de aannemer en tot allen die aan de bouw hebben meegewerkt.” (De Gelderlander 28/10/1950)
Verbouwing Neijboer, architect Verburgh
1891 Broerstraat 29-31 (bij opening)
“Wijst de voortdurende uitbreiding onzer buitenwijken, waar steeds nieuwe sierlijke villa’s en practisch ingerichte woonhuizen verrijzen, op de snelle toeneming der bevolking, niet minder geven de vele nieuwe magazijnen en vooral de verbouwing van een aantal reeds lang bestaande winkelhuizen het bewijs van den bloei en den vooruitgang onzer stad, waardoor tegenwoordig eene wandeling in de hoofdstraten vooral bij avond voor velen een groote aantrekkelijkheid heeft. Bijna dagelijks kan men b.v. in de Burchtstraat, de Broerstraat, de Hezelstraat, op de Markt enz. nieuwe of meer naar de eischen des tijds ingerichte magazijnen waarnemen, die van de vindingrijkheid en ondernemingsgeest onze neringdoende ingezetenen getuigen. Zoo werd weder gisteren avond door den heer F.J.S.H. Neijboer, Broerstraat 39 en 31, zijn door den heer C. Verburgh Jr. alhier tot een dubbel winkelhuis verbouwde van ouds gunstig bekende Heeren-Kleedingmagazijn op nieuw geopend. De eene zijde behoudt hare vroegere bestemming, terwijl de andere zijde tot Heeren Hoeden-Magazijn is ingericht. De sierlijke etalage met de prachtige verlichting trekken de aandacht van elken voorbijganger. Vooral in het Hoeden-Magazijn zijn de nieuwste modellen in alle genres te zien. Ongetwijfeld zal de heer Neijboer zich bij zijne nieuwe inrichting in een toenemend debiet mogen verheugen.” (PGNC 1/11/1891)
Chicago-Bioscope
1912 Broerstraat 40 (verwoest)
Zaal van de medio 1912 geopende en door het bombardement van 22 februari 1944 verwoeste bioscoop Chicago, Broerstraat 40, 1912-22/2/1944 (GN11189 RAN)
“Chicago-Bioscope.
Wij hebben wederom niets dan goeds te melden over de filmseries welke den bezoekers van de steeds gezellig gevulde zaal der Chicago-Bioscope worden geboden. “De Voddenraper van Parijs” was het driedeelig hoofdnummer van het programma van Vrijdag en Zaterdag. Spel, enscenering en opname waren perfect.
Een kleurenopname van Eclair van de bekende Willy was allerleukst terwijl de extra van Selig “de Stuurman der Bessie Harder” een prachtfilm was. Ook de overige nummers “deden” het goed.
Zondag en gisteren zagen we “Tersicore” een drie-acter, waarin de Spaansche danseres Tersicore eerst de liefde verstoort eener prinses doch later de verloofden weer tot elkaar brengt. Een tweedeelige Engelsch-Indische opname “de Wijze Olifant” gaf bewonderenswaardig werk te zien. “Tuilerieën van Parijs”, “Jong-Italië”, “Léonce” enz. waren verder alle uitstekende beelden.
Heden gaat ook een nieuw programma tot en met Dinsdag. Als hoofdnummer “Zigeuner’s Minnestrijd”, een film in meerdere deelen en waarin een groot stierengevecht moet voorkomen: De roep over deze film is uitmuntend, zoodat we iets moois verwachten mogen. Ook het overige programma pakt door aantrekkelijke titels.
De verbouwing nadert haar voltooiing. Men heeft reeds het bijzondere projectiedoek van de schutting verwijdert om het op het tooneel te monteeren en behelpt zich thans op een soort wit doek. Het beeld is wel iets minder helder voor een nauwkeurig opmerker, doch Vrijdag a.s. zal reeds de geheele schutting verdwenen zijn. Het euvel is dus van voorbijgaanden aard, als het al een euvel zijn mocht. Op de verbouwing komen wij nader terug.” (PGNC 24/9/1913)
Het interieur in de Chicago Bioscoop, Broerstraat, 1932 (F15285)
De projector met bijbehorende apparatuur van het Chicago Theater, Broerstraat, 1942 (GN11241 RAN)
Tijdens het bombardement werd ook de Chicago Bioscoop verwoest. Bij de wederopbouw werd de Carolus Bioscoop haar opvolger:
Het was lange tijd een van de trotste gebouwen van Nijmegen: de Carolus Bioscoop. Geopend in 1954, was het een van de belangrijkste voorbeelden van de Nijmeegse wederopbouw. De architect was Henri van Vreeswijk, bekend om zijn akoestische kennis.
Maison de Nouveauté’s
Verbouwing Maison de Nouveauté’s (De Gelderlander 20/3/1930)
“Uitbreiding Maison de Nouveauté’s
De modern winkelpuien maken een straat aantrekkelijker, voor het koopend en wandelend publiek.
En waar drukte is, is handel.
Om nu aan die aantrekkelijkheid mede te werken heeft Maison de Nouveauté’s haar pand aan de Broerstraat 12 van een geheel gemoderniseerden voorgevel voorzien. De styleering van de enkele meters dieper geworden entree verhoogt den modernen aanblik der Broerstraat, waar reeds verschillende architekten van naam hun ideeën tot uiting brachten. Bij dezen verbouw is weelderig met kathedraal glas gewerkt, het aspekt van den winkel werd hierdoor niet geschaad. Een diffuus, doch helder door Zeiss-lampen verkregen licht verhoogt vooral des avonds de aantrekkelijkheid der etalages, die wat ekspositie aangaat op artistiek peil staan. De symmetrische lijn der etalages brengt voornaamheid in den bouw en zal de dames imponeeren.
Voile en zijden stoffen, waarvan Maison de Nouveauté’s een pracht-kollektie in voorraad houdt, zijn hier de specialité’s van het huis.” (De Gelderlander 20/3/1930)
Magazijn Meuwese van Gerve architect van Gils
1919, Broerstraat 64
Overname Gebr Hamer door Meuwese van Gerve, Broerstraat 64 (PGNC 24/3/1919)
“Magazijn Meuwese- van Gerve.
Hedenavond heeft de opening plaats van het magazijn der N.V. Industrie- en Handels-Maatschappij M. Meuwese-van Gerve, dat gevestigd is in het pand waarin jaren lang de Gebr. Hamer hun zaak in koloniale- en grutterswaren hebben gedreven. Is er in den aard van het bedrijf dus weinig gewijzigd, al heeft het een groote uitbreiding verkregen doordat veel meer andere artikelen worden verkocht- in zijn uiterlijk herinnert niets aan de vroegere zaak. Het pand is geheel verbouwd en het winkelhuis doet denken aan de zoo vaak reeds gememoreerde Phoenix die, uit haar asch verrezen, door een ieder met bewondering wordt aangestaard.
Het is dan ook een juweeltje, zoowel uit- en inwendig, het nieuwe magazijn van de firma Meuwese-van Gerven. Uit alles spreekt het streven van deze maatschappij om het nuttige en het artistieke hand naar hand te doen gaan. Door het fraaie interieur der zaak zoowel als door de keurige verpakkingen en reclame-artikelen waarmede de firma naar buiten spreekt, ontwikkelt zij ongetwijfeld den schoonheidszin van het publiek. Daarbij zal dit aanstonds waardeeren, dat er nog een andere factor is, die met de genoemde samengaat: de bevordering van zindelijkheid en hygiëne. Want met één oogopslag constateert de bezoeker, dat in dezen winkel met zijn rijkdom van marmer, tegels, wit-cement muren, vloeren van ingelegde steen, koper, zink en glas verontreiniging van de waren haast eene onmogelijkheid is en deze dan ook op de beste wijze worden verzorgd.
Het lijkt ons onnoodig tot in bijzonderheden te wijzen op al hetgeen op dezen winkel zijn stempel van artisticiteit drukt. Wie er binnentreedt ontwaart onmiddellijk, dat hier een kunstenaar het ontwerp heeft geleverd. Niemand minder dan de dezer dagen overleden beroemde architect Jac. van Gils is dan ook bouwmeester van de winkels der firma Meuwese-van Gerve, waarvan deze nieuwe wel spoedig door velen zal worden bewonderd.
En wat betreft de groote verscheidenheid van artikelen, welke in deze zaak voorhanden zijn, een blik op eene advertentie elders in dit nummer geeft antwoord op alle vragen te dien aanzien.
Voor de Broerstraat is het nieuwe magazijn stellig een aanwinst.” (PGNC 25/10/1919).
In 1919 is er een verbouwing, waarbij de winkel tijdelijk is gevestigd in Houtstraat 2.