Marienboom, Groesbeekseweg (juli 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hotel-Pension Mariënboom: Geschiedenis, Architect en Gebruikers

1911, Groesbeekseweg 428

Marienboom, Groesbeekseweg (juli 2024)
Marienboom, Groesbeekseweg (juli 2024)

Ditmar Jansen, eigenaar van het goed lopende hotel Mariënboom (tegenwoordig Oud-Mariënboom) laat in 1910-1911 een nieuw, groter pand bouwen als hotel-pension Mariënburg. De architect was Jan Baanders (Sr.), die later van invloed zou zijn op de Amsterdamse School. Nadat het jaren een hotel is geweest, was het onder andere in gebruik voor gerepatrieerde Indië-gangers en de Dienst Bescherming Bevolking. Ook heeft er een aantal jaren creatief centrum de Appel in gezeten.

Hotel-Pension Mariënboom

Bij de opening op  4-3-1911 adverteert Hotel-Restaurant “Mariënboom” dat de rolschaatsbaan “maandag” opengaat. (De Gelderlander 04-03-1911). Wanneer de voorzieningen precies zijn aangebracht is onbekend, maar in de jaren dertig beschikte het hotel tevens over een benzinepomp, een rolschaatsbaan, tennisbanen, een speeltuin, een boomgaard en zelfs een dierentuintje met onder andere wasberen.

Hotel-Pension “Mariënboom”.

Het Hotel Pension "Mariënboom", 1912 (RAN F13041)
Het Hotel Pension “Mariënboom”, 1912 (RAN F13041)

Het hotel-pension-restaurant “Mariënboom” van den heer Ditmar Jansen aan den Groesbeekschen weg, enkele minuten voorbij het Groenewoud, is aan ieder Nijmegenaar bekend. Vooral in de zomermaanden biedt “Mariënboom” met zijn prachtige lommerijken tuin en zijn sportvelden den wandelaars eene heerlijke gelegenheid om er een oogenblijk te vertoeven en een verfrissching te gebruiken. En ook als hotel-pension wordt “Mariënboom” zeer gewaardeerd.

Teneinde intusschen de inrichting te doen tegemoetkomen aan de eischen van den tegenwoordigen tijd op het gebied van hotelwezen en tevens de exploitatie op grooter voet te kunnen doen plaats hebben, besloot de heer Ditmar Jansen voor eenige maanden tot de stichting van een nieuw gebouw aan den zuidelijken hoek van den uitgestrekten tuin, waartoe de plannen ontworpen werden door den heer Jan Baanders, architect. Met de uitvoering der plannen werden belast de heeren Leenders en Cremers, aannemers te Berg-en-Dal. Thans is het gebouw voltooid en wij hebben gisteren de resultaten van het werk van genoemde heeren in ogenschouw genomen, resultaten, welke hun in alle opzichten tot eer strekken.

Het nieuwe “Mariënboom” maakt van den weg af gezien temidden van de weelderige natuur een alleraardigsten indruk door zijn frissche tinten en den levendigen stijl waarin het opgetrokken is. Het ligt op een heuveltje, waartoe breede, fraai beplante terrassen toegang geven. Betreden wij het gebouw dan komen wij allereerst in de groote restauratiezaal. Hier merkt men onmiddellijk op, dat het gebouw voorzien is van electrisch licht en centrale verwarming. Een mooi buffet en goed loopende biljarts trekken voorts de aandacht, alsmede de moderne wandbekleeding, met een cementsoort, welke het behangselpapier volkomen vervangt en de nadeelen van het laatste uit een oogpunt van hygiëne vermijdt. De restauratiezaal grenst aan een 14 meter lange serre met breed terras, van waaruit men een verrukkelijk uitzicht heeft op de prachtige omgeving. Door een andere breede deur komt men in de eetzaal, ook toegang gevend op een terras. Op deze verdieping is voorts nog de keuken- warmwatergeleiding- met bijkeuken, een mooie ontvangstzaal en kantoor.

De eerste etage bevat een zevental logeerkamers, keurig geïnstalleerd, o.m. met spiegelkasten, en in alle opzichten ingericht naar de eischen des tijds. De tweede etage telt eveneens zeven logeerkamers. Op elke verdieping zijn toiletten, koud- en warmwatergeleidingen, enz. Voorts heeft men op de 3e etage de appartementen van ’t personeel. Overal, van de beneden-zalen tot op de bovenste verdiepingen, is er in groote mate ruimte, licht en lucht, die drie onmisbare factoren voor wie prijs stelt op eene goede gezondheid.

Het sous-terrain, waarnaar men langs een breeden trap afdaalt en dat voorts verschillende uitgagen naar buiten heeft, is in hoofdzaak in beslag genomen door een groote rolschaatsbaan met geruischloozen cementvloer. Een muziek-podium, electrische lichtbollen enz. zullen, wanneer de rolschaatsensport hier over eenigen tijd ongetwijfeld druk beoefend zal worden, de baan wel tot een lustoord voor sportmenschen maken. Verder stippen wij in het sous-terrain aan: de stookplaats voor de centrale verwarming, sportkleedkamers, kleine magazijnen enz.

Achter het gebouw ligt de stal, waarvan het grootste deel is ingericht als auto-garage en koetshuis met paardenstal, het achterwaarts gelegen deel als koe- en varkensstal. Men zou denken zich hier in een klein hoekje van een modelboerderij te bevinden. Nog is er een praktische gelegenheid om in de garage kleine reparaties aan automobielen te verrichten.

Het oude gebouw “Mariënboom” wordt thans bestemd tot dépendance van het hotel.” (PGNC 29/1/1911)

Mariënboom in 2013 (foto Henk van Gaal via RAN DF3663)
Mariënboom in 2013 (foto Henk van Gaal via RAN DF3663)

Jan Baanders (Sr.)

De architect van Mariënboom is Jan Baanders (Sr., Amsterdam, 8 september 1884 – Laren, NH, 26 mei 1966)

Baanders heeft bouwkunde aan de Industrieschool in Amsterdam gestudeerd. Daar raakte hij tevens bevriend met Michiel de Klerk.

Mariënboom was het eerste zelfstandige werk van Baanders. Van 12 januari 1910 tot 2 augustus 1911 woonde hij in Nijmegen, in het ‘oude’ Mariënboom, Groesbeekseweg 424. Dan vertrekt hij weer naar Amsterdam.

Volgens wikipedia keert Baanders in 1915 weer terug naar Amsterdam. Dan gaat hij samenwerken met zijn broer Herman, die een succesvol architectenbureau heeft. Vanaf dat moment heet het bureau Architectenbureau H.A.J. en Jan Baanders. In dit bureau hebben meerdere architecten gewerkt, die later de “Amsterdamse School” zouden vormen, waaronder (tijdelijk) Michel de Klerk.

Vervolg: Gevonden gebruikers

Hieronder staan de tot nu toe gevonden gebruikers van het pand weergegeven.

Anna Karoline Liesenberg

Vanaf 1914 was Anna Karoline Liesenberg (Halberstadt 9 april 1884 – ‘s-Gravenhage 2 april 1941) exploitant van hotel Mariënboom. Zij was weduwe van Nicolaas Josephus Jergen, die voor een korte tijd directeur was geweest van Hotel du Soleil. In 1906 waren zij uit Nijmegen vertrokken. Jergen overlijdt op 17-12-11913 in Den Haag

Op 3-6-1924 vertrekt zij weer naar Den Haag, waar ze op 26-6-1925 hertrouwt met Willem Albert Jansen, handelaar in automobielen.

Wie tussen Liesenberg en Rubens eigenaar is, is nog niet bekend. in De Gelderlander 29/5/1926 adverteert Th. Looyschelder met Hotel “Mariënboom”

advertentie hotel Mariënboom Looyschelder De Gelderlander 29/5/1926
advertentie hotel Mariënboom Looyschelder De Gelderlander 29/5/1926

In 1928 wordt hier een van de eerste benzinepompen van Nijmegen geplaatst (Noviomagus).

Hotel Pension en Garage "Mariënboom", 1930 (F13679 RAN)
Hotel Pension en Garage “Mariënboom”, 1930 (F13679 RAN)

Israel/Theo Rubens en de Tweede Wereldoorlog

Rond de Tweede Wereldoorlog is Israel Rubens eigenaar van hotel Mariënboom. Omdat hij trouwt met een katholieke vrouw, had hij de voornaam Theo aangenomen. Zijn aangrijpende verhaal is te lezen op: Noviomagus https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Herinnering/Bombardement/09-09-08.htm: hij weet mede door zijn kookkunsten deportatie voor lange tijd te ontlopen. De Duitsers gebruikten Mariënbosch als hospitaal, waardoor Mariënboom druk bezocht werd door Duitse soldaten die kwamen eten en bier drinken. Bovendien was hij getrouwd met een niet-joodse, katholieke, vrouw Toos Decates.

Uiteindelijk wordt Mariënboom gevorderd als hospitaal voor Duitse officieren; Theo komt in 1944 wel in een concentratiekamp terecht, maar overleeft de oorlog.

Tijdens de gevechten rond Nijmegen is  Mariënboom onderkomen voor Engelse en Canadese soldaten.

Repatriëring Oud-Indiërs

Midden jaren 50 werden Nederlanders die uit Indonesië waren gerepatrieerd ondergebracht in hotel pension Mariënboom.

Dienst Bescherming Bevolking

Vanaf 1959 was Mariënboom in gebruik door de Dienst Bescherming Bevolking (BB). Deze dienst was in 1952 -tijdens de oorlog in Korea- opgericht. Tijdens de Koude Oorlog hield men rekening met een mogelijke aanval door de Sovjet Unie. Mariënboom was door de BB in gebruik als EHBO-post, brandweer een bewaking van atoomschuilkelders bij een kernoorlog. De BB gaf bovendien voorlichting over wat mensen moesten doen bij een aanval met een atoombom. Het pand was tot 1980 in gebruik als kantoor en oefenruimte voor de BB.

Een paar mooie foto zijn te zien bij het RAN over een EHBO-oefening van BB samen met het Rode Kruis, waar in totaal 400 mensen aan mee deden: F67948, F67935, F67931

Noviomagus noemt overigens het jaartal 1986. In ieder geval staat het pand december 1986 te koop (F20989).

Veilinghuis René van Baak

Mariënboom, 1989 (Ber van Haren via ZN35963 RAN CC0)
Mariënboom, 1989 (Ber van Haren via ZN35963 RAN CC0)

Van 1989 tot 2002 had Rene van Baak zijn veilinghuis in Villa Mariënboom (Noviomagus)

Op de foto F90744 uit 1988-1990 staat de ingang weergegeven, waarbij aan beide kanten van de ingang een kariatide (een vrouwenfiguur als pilaar) staan.

Creatief centrum de Appel

In 2011 kocht Vincent Paes, een baksteenfabrikant, het gebouw. Zijn vrouw Esther Appels begon hier creatief centrum de Appel, een plek voor bewustwording, yoga en meditatie. Rond 2020 werd het gebouw verkocht, (waarschijnlijk) om verbouwd te worden tot appartementen.

Gemeentelijk Monument

Het gebouw is sinds 1995 een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Gaaf bewaard pand van een ongewoon bouwtype, karakteristiek gelegen en van belang als voorbeeld van de ontwikkeling van een agrarische buurtschap tot landelijke stadswijk met woon- en recreatiefunctie.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nijmegen-oost.nl/berichten/boek-over-marienboom-haakt-aan-bij-de-wereldgeschiedenis

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=OudNijmegen/167/1661.html

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Herinnering/Bombardement/09-09-08.htm

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Baanders_Sr.

Bevolkingsregister

1900-1910 679 Bevolkingsregisters van de gemeente Nijmegen, inv.nr. 33188

1910-1920 679 Bevolkingsregisters van de gemeente Nijmegen, inv.nr. 33422

2 interessante artikelen over zijn invloed op de Amsterdamse school:

https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/228

https://archief.amsterdam/inventarissen/details/291/path/4

Grote Markt 22 naast de Kerkboog in 16e/17e eeuws uiterlijk, 1928 (A. Klitzsch & Co via F14553 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Grote Markt

Grote Markt 22 Nijmegen: 16e/17e Eeuwse Uiterlijk Verbouwing 1924

Grote Markt 22 naast de Kerkboog in 16e/17e eeuws uiterlijk, 1928 (A. Klitzsch & Co via F14553 RAN)
Grote Markt 22 naast de Kerkboog in 16e/17e eeuws uiterlijk, 1928 (A. Klitzsch & Co via F14553 RAN)

In 1924 laat de Nederlandse Hervormde Gemeente het pand naast de kerkboog verbouwen als kantoor. Daarbij laat ze het uiterlijk herstellen naar een 16e/17e eeuws uiterlijk.

Vooraf: Groenten- en Fruitwinkel Pluim en kosterswoning

Het Vruchten en Groentenhuis Lent op Grote Markt 22: De Kerkboog en de westwand, 1905-1910 (F14323 RAN)
Het Vruchten en Groentenhuis Lent op Grote Markt 22: De Kerkboog en de westwand, 1905-1910 (F14323 RAN)

Verbouwing in opdracht Nederlands Hervormde Gemeente

Wanneer de Nederlands Hervormde Gemeente eigenaar geworden is van het gebouw is mij nog niet bekend. In ieder geval vindt in 1900 een kleine verbouwing aan de achterzijde plaats, waarbij de heren Kerkvoogden der Ned. Herv. Gemeente de opdrachtgever zijn. J. Knoops Jr., in deze “opzichter van de kerk”, is daarbij de adressant (D12.377989)

Kosterswoning

Vanaf 1899 komt het adres voor als woning van J.W. Schouten, koster bij de Ned Herv kerk Hij komt tot in het Adresboek van 1916 voor.

Waarschijnlijk hebben daarvoor de volgende personen gewoond, afgaande op de vermelding in de Adresboeken en de volgorde:

  • 1893 M.P. Appelboom, oud rijks ambtenaar bij de bel
  • 1893, 1895, 1896, 1898 F. Middendorp, zonder beroep

Daarnaast zijn de volgende personen gevonden in de Adresboeken:

  • 1901 E. v. Donselaar
  • 1909 G v.d. Kleij
  • 1913-1914 en 1915-1916 D.J. Kort, bakker

Groentenhandel J. Pluim

Voordat de voorkant aan de Grote Markt een kantoor werd, was het in gebruik als winkelruimte. Hiervan was J.M. Pluim de laatste winkelier.

  • 1892: J.A. Paijens, winkelier en aanlegger gas- en waterleidingen
  • 1893, 1895, 1896, 1898, 1899: H.M. v. Benthem, slager
  • 1901 tuinman, 1902, 1903 dan fruithandel, 1905 Th. Kort
Verhuizing Groenten en Fruithandel Pluijm van Grote Markt naar Molenstraat (PGNC 28/9/1923)
Verhuizing Groenten en Fruithandel Pluijm van Grote Markt naar Molenstraat (PGNC 28/9/1923)

Pluim zelf komt in de adresboeken voor de eerste keer voor in 1907 als schilder; vanaf 1910 is het “schilder, in groenten en fruit”. Vanaf 1912 tot en met 1922 staat hij vermeld als groentenhandel (Adresboeken 1907 schilder, 1908, 1909, 1910 schilder, in groenten en fruit, 1912 groentenhandel, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916, 1920, 1922 groentenkoopman)

In september 1923 verhuist hij naar Molenstraat 59.

Herstel naar 16e/17e eeuwse voorgevel

Bestaande Toestand: Plan tot het verbouwen van een winkelhuis tot kantoor met bovenwoning gelegen aan de Groote Markt No 22 te Nijmegen Kadastraal Bekend: Gem. Nijmegen, Sectie C, No 2609 (D12.377991)
Bestaande Toestand: Plan tot het verbouwen van een winkelhuis tot kantoor met bovenwoning gelegen aan de Groote Markt No 22 te Nijmegen Kadastraal Bekend: Gem. Nijmegen, Sectie C, No 2609 (D12.377991)
Nieuwe Toestand: Plan tot het verbouwen van een winkelhuis tot kantoor met bovenwoning gelegen aan de Groote Markt No 22 te Nijmegen Kadastraal Bekend: Gem. Nijmegen, Sectie C, No 2609 (D12.377991)
Nieuwe Toestand: Plan tot het verbouwen van een winkelhuis tot kantoor met bovenwoning gelegen aan de Groote Markt No 22 te Nijmegen Kadastraal Bekend: Gem. Nijmegen, Sectie C, No 2609 (D12.377991)

In 1924 laat de Ned. Herv. Gemeente het pand verbouwen naar een 16e/17e eeuws uiterlijk. Daarbij is de klokgevel vervangen door een trapgevel.

Bij de kerkboog krijgt het gebouw een ingang en raampje waar voor voorheen twee ramen zaten. Daarnaast komt in het andere booggedeelte een raam.

Vooraan, bij de Grote Markt waar oorspronkelijk de winkel zat, komt het doorgetrokken kantoor. Het andere deel van de kamer en gang dat achter de winkel lag, wordt wachtkamer, met de hierboven genoemde ingang.

Aan de kant van het St Stevenskerkhof lag de keuken, welke een vestibule wordt. Tevens wordt hier de trap naar toe verplaatst.

De belangrijkste wijziging voor de eerste verdieping is de ligging van het trapportaal.

Vervolg

In 1932 Pauw Witjes zijn naastgelegen horecazaken, waar tegenwoordig (juli 2024) alweer jarenlang Café Daen gevestigd is, eveneens verbouwen tot een 16e/17e eeuws uiterlijik.

Kerkboog opschriften en leeuw (juli 2024)
#Nijmegen, Centrum, Grote Markt, Kunstwerken

Kerkboog opschriften en leeuw: Historische betekenis en achtergrondverhaal

Kerkboog opschriften en leeuw (juli 2024)
Kerkboog opschriften en leeuw (juli 2024)

Boven de Kerkboog op de Grote Markt zijn een leeuw en twee opschriften aangebracht: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur” en “Beata Gens Cuius Dominus Spes Eius”. Wat betekenen deze opschriften?

Toen de Lakenhandel ten einde kwam, werd de Lakenhal verbouwd en opgesplitst, waarbij in 1542-1543 de doorgang van de Grote Markt naar de St Stevenskerk was vergroot. In 1605/1606 kwam daarbij een imposante bovenbouw, naar ontwerp van Thomas Singendonck.

In het midden van de Kerkboog werd boven de middenpijler van de boog een leeuw geplaatst, welke het Nijmeegse stadswapen vasthoudt. Aan weerszijden kwam een cartouche. Links staat een Romeins gezegde: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur”. Rechts: “Beata gens cuius dominus spes eius” Wat betekenen deze teksten?

Het is goed om te realiseren dat deze cartouches midden in de 80-jarige oorlog werden geplaatst.

Eendracht maakt macht

Op het linker cartouche staat de tekst: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur”. Vertaald is dit: “Door eensgezindheid groeit het kleine. Door tweedracht gaat het grote ten onder”.

Herkomst

Meestal wordt Homerus gezien als bedenker van de spreuk: in de Ilias schrijft hij “macht door eenheid”, maar dan in oud-Grieks. Degene die de Latijnse spreuk introduceerde was Gaius Sallustius Crispus (86-ca.35 v.Chr) in zijn boek Bellum Iugurthinum (De oorlog tegen Jugurtha). Daarin beschrijft hij hoe de Romeinen aanvankelijk door de Berberse koning Jugurtha worden verslagen. Maar door zich te verenigen, weten zij uiteindelijk Jugurtha gevangen te nemen.

1579: Eendracht maakt macht bij Unie van Utrecht

De spreuk Eendracht maakt Macht was erg populair in de Nederlanden. De eerste keer dat deze gevonden wordt, is in een spreekwoordenboek “Gemeene Duytsche Spreekwoorden” uit Kampen van 1550.

De Unie van Utrecht van 23-1-1579 gebruikte “Concordia res parvae crescunt” als haar devies: dit was het moment waarop zeven gewesten besloten een Unie te vormen. Van “eendracht” was op dat moment nauwelijks sprake. De eendracht moet daarom vooral gezien worden als tegen de gemeenschappelijke vijand, het machtige Spanje, dat oprukte. 15 dagen daarvoor hadden de zuidelijke gewesten de Unie van Atrecht gesloten, waarbij ze zich overgaven aan de Spaanse bevelhebber.

Wanneer in 1588 de Republiek der Verenigde Nederlanden (1588-1795) wordt uitgeroepen, is “Eendracht maakt macht” haar wapenspreuk en zal dat blijven tot in 1795.

Deze spreuk komt verder voor op bijvoorbeeld muntstukken.

(Overige) Bronnen en verder lezen:

https://historiek.net/herkomst-eendracht-maakt-macht/69247/: een belangrijke bron en interessant artikel, ook hoe deze spreuk elders wordt gebruikt.

https://overijssel.sgp.nl/actueel/nieuws/technology-base-twente

https://nl.wikipedia.org/wiki/Unie_van_Utrecht_(1579)

Psalm Prijs Gods Almacht

“Beata Gens Cuius Dominus Spes Eius” is afkomstig uit een Psalm. Deze tekst staat in de Statenvertaling als Psalm 33 vertaald als: “Welgelukzalig is het volk welks God de HEERE is”; de psalm vervolgt de regel met “het volk dat Hij Zich ten erve verkoren heeft”. (In het Latijns Vulgaat is het Psalm 32).

Psalm 33 prijst Gods Almacht over de Schepping en Historie (wikipedia), oftewel: “Vermaning tot Gods lof, vanwege Zijn Goddelijke eigenschappen, raad, woord en werken, zo der schepping als der regering, inzonderheid der mensen, tot vernietiging van der goddelozen aanslagen en behoudenis Zijner gelovigen, die zich daarover verblijden en Hem daarom bidden.” (aantekening bij de Statenvertaling; in modern Nederlands geschreven naar de aantekening in de editie van 1657).

De volledige tekst van de Psalm is te vinden op de al genoemde link van de Statenvertaling. Een modern vertaalde versie is te vinden op De Nieuwe Psalm Berijming.

Opvallend is dat de plaquette Psalm 40 lijkt te noemen. Daar komt wel een regel voor “Beatus vir qui posuit Dominum confidentiam suam” (Welgelukzalig is de man, die den HEERE tot zijn vertrouwen stelt…” Statenvertaling). Het is mij nog niet duidelijk waar deze 40 vandaan komt.

Munten

“BEATA GENS CUIUS DOMINUS EIUS” komt ook voor op de munten van Nijmegen die tussen 1602 en 1605 geslagen zijn. Daarvóór was de muntslag van Nijmegen in 1594. In 1605 sloot zij weer, om in 1618-1620 weer tijdelijk open te gaan. Mogelijk werd de tekst ook in die laatste periode gebruikt. Daarna zou Nijmegen rond het einde van de 17e eeuw nog 2 keer voor korte tijd een eigen muntslag hebben (Bron: Nijmeegs Kopergeld, zoals oa vermeld op Noviomagus en duiten.nl).

Belvédere

Het opschrift komt ook terug bij het stadswapen van Nijmegen op de Belvédere. Deze was oorspronkelijk door Gerhard Gröninger gemaakt in 1646. Tegenwoordig hangt er een kopie van Henri Leeuw Jr. en Sr. (Noviomagus).

Leeuw met stadswapen

Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)

In het midden staat een leeuw met het Nijmeegs stadswapen. Op een aquarel uit 1730 is te zien dat op deze plaats al een beeld staat.

Mogelijk is bij de restauratie rond 1885 een nieuw beeld geplaatst: het tijdschrift “Architectura” maakt in juli 1900 een rondwandeling onder begeleiding van architect Weve. Over de Kerkboog schrijft zij onder andere over de pijler in het midden: “Deze pijler, door een kapittel bekroond, steekt buiten den eigenlijken boog en was wellicht bestemd tot dracht van een beeld. Nu is er een gebeeldhouwde leeuw op geplaatst, een schild dragende.” (De Gelderlander 27/7/1900)

De huidige leeuw is een kopie uit 1971, gemaakt door Giuseppe Roverso (wikipedia)

Grote Markt met Kerkboog (juli 2024)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

Waag Grote Markt 1612: Bouw, functie en architectuur

Grote Markt

Grote Markt met Kerkboog (juli 2024)
Grote Markt met Waag (juli 2024)

In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd, ook Boterwaag genoemd, in de Hollandse Renaissancestijl. Naast Waag was het gebouw in gebruik als Vleeshuis en als Hoofdwacht. In 1882 vond een belangrijke verbouwing plaats door stadsarchitect Weve.

Vooraf

In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd. Daarvoor was er een Vleeschhal of Vleijshuyss van ongeveer 1400: in 1412 is er een vermelding van huis aan de Kannnemarkt, achter uitkomende aan het nieuwe Vleeshuis.

Rond 1592 werd het wachthuis bij de Blauwe Steen afgebroken en naar het Vleijschuyss naast de Waag verplaatst.

1612: Bouw van de Waag

Een aquarel van Jan (Johannes) van Call (1656-1706) met talrijke deftige huizen en strafwerktuigen., zoals de Houten Ezel (een driehoekige balk met de scherpe kant naar boven, tussen twee hoge palen met aan een eind een ezelskop of paardenkop en aan het andere eind een staart, waarop militairen te paard plaats moeten nemen voor langere of kortere tijd als straf). Een ander strafwerktuig bij de Waag is de draaikooi/draaikast voor vrouwen: een soort ijzeren papegaaienkooi waarin vrouwen werden neer- en vastgezet aan de middenpaal, De kooi werd een kwartier of langer hard rondgedraaid, waarna de misdadigster gewoonlijk voor altijd werd verbannen uit de stad, 1675-1680 (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D135 RAN CC0)
Een aquarel van Jan (Johannes) van Call (1656-1706) met talrijke deftige huizen en strafwerktuigen., zoals de Houten Ezel (een driehoekige balk met de scherpe kant naar boven, tussen twee hoge palen met aan een eind een ezelskop of paardenkop en aan het andere eind een staart, waarop militairen te paard plaats moeten nemen voor langere of kortere tijd als straf). Een ander strafwerktuig bij de Waag is de draaikooi/draaikast voor vrouwen: een soort ijzeren papegaaienkooi waarin vrouwen werden neer- en vastgezet aan de middenpaal, De kooi werd een kwartier of langer hard rondgedraaid, waarna de misdadigster gewoonlijk voor altijd werd verbannen uit de stad, 1675-1680 (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D135 RAN CC0)

Rond 1612 werden de Waag en het Vleeschhuis afgebroken, waarna de huidige Waag werd gebouwd naar een ontwerp van Cornelis Janssen van Delft. Dit gebeurde in de Hollandse Renaissancestijl, welke leek op dat van het Waaggebouw van Amsterdam welke een ontwerp van Hendrick de Keyser was.

In het rechter gedeelte zat de daadwerkelijke weegruimte. Karren konden door de de grote deuren aan de voor- en achterzijde rijden om hun vracht te laten wegen.

In deze nieuwe Waag was ook het vleeshuis ondergebracht, deze zat in het linkergedeelte. Het was zowel een slachthuis als vleesmarkt. Dit was tot 1797, toen slagers vlees in hun eigen winkel mochten verkopen.

Wat is een Waag?

In een Waag stond de weegschaal van de stad, en daarmee een belangrijk gebouw. Deze weegschaal werd gebruikt voor het wegen van handelsgoederen. Er was nog geen sprake van eenduidige maten en gewichten zoals we die tegenwoordig kennen: elke stad of regio had haar eigen eenheden. Daarnaast was deze weegschaal een van de weinige, zo niet de enige, waarmee grote gewichten konden gewogen. Deze weegschaal zorgde er dus voor dat er betrouwbaar kon worden gewogen in de plaatselijke meeteenheid, waardoor ook gesjoemel voorkomen werd. Daarnaast was het wegen van belang voor in innen van belastingen.

In de 19e eeuw had een waag geen belang meer door het invoeren van de standaardisatie in maten en gewichten en door de invoering van indirecte in plaats van directe belastingen.

Beeld van de 'Groote Markt', rond de jaren tachtig. Westwand van de markt met de Kerkboog en de St. Stevenskerk en -toren. Rechts, het Waaggebouw met de colonnade, de oostelijke zijgevel en het begin van de Kannenmarkt, 1878-1882 (F88944 RAN)
Beeld van de ‘Groote Markt’, rond de jaren tachtig. Westwand van de markt met de Kerkboog en de St. Stevenskerk en -toren. Rechts, het Waaggebouw met de colonnade, de oostelijke zijgevel en het begin van de Kannenmarkt, 1878-1882 (F88944 RAN)

1882 Verbouwing van de Waag door architect Weve

De Waag op de Grote Markt, foto gedateerd 1890 (GN15040 RAN)
De Waag op de Grote Markt, foto gedateerd 1890 (GN15040 RAN)

In 1886 vindt restauratie plaats door gemeenteearchitect Jan Jacob Weve. Daarbij vervangt hij de colonnade voor een dubbele statietrap. Hiervoor baseert hij zich op een tekening van Abrahem de Haen uit 1732 (annotatie van F88944).

“Nijmegen, 23 Sept.

Men schrijf van hier aan de “Arnh. Ct.”:

De Boterwaag alhier, met wier restauratie men in 1885 aanving, is thans geheel afgewerkt in den stijl, waarin dit gebouw in 1612 werd opgetrokken. De onooglijke veranda, welke vóór dit gebouw stond toen een gedeelte daarvan nog als militaire hoofdwacht werd gebruikt, is verdwenen, en in plaats daarvan twee fraaie hooge trappen, uitloopende op een groot bordes, deel van zand- en deels van baksteen, met hardsteenen treden, aangebracht. De leuningen van deze trappen zijn versierd met vier zittende leeuwen, uit zandsteen gehouwen, die ieder een verschillend wapenschild tusschen de klauwen omklemd houden. Aan den oostelijken en westelijken gevel en in het front van het gebouw worden de wapenschilden van Nijmegen, gedekt met keizerlijke kroon, aangetroffen.

Het gerestaureerde gebouw maakt in de moderne omgeving van de Groote Markt een zeer schoon effect en wordt dan ook door stadgenoot en vreemdeling ten zeerste bewonderd. Engelschen en Duitschers namen reeds, toen het nog niet geheel was afgewerkt, schetsen daarvan. De kosten der restauratie bedroegen ruim f16000. Een woord van lof aan den heer J.J. Weve, gemeente-architect en den beeldhouwer H. Leeuw Sr., die de restauratie voorbereidde, en met zulk een schitterend gevolg ten uitvoer brachten, mag bij vermelding van het bovenstaande niet ontbreken.” (De Gelderlander 24/9/1887)

Rijksmonument

“Rechthoekig, van baksteen opgetrokken gebouw met verdieping en hoog zadeldak, afgesloten door topgevels met grote trappen. Gebouwd in 1612 in renaissancevormen, verwant aan de stijl van Hendrik de Keyser; de verdieping aanvankelijk ingericht als hoofdwacht.

Gerestaureerd in 1886, door Ir J.J. Weve, waarbij een 18e eeuwse galerij werd vervangen door een kopie van het oorspronkelijke bordes en de geveltop der westelijke dakkapel, alsmede de oostelijke dakkapel opnieuw werden opgetrokken.

Inwendig over de Vleeshal in het westelijke deel kruisribgewelven op drie zuilen. “

(Overige) Bronnen en verder lezen

Waag, wikipedia

De Boterwaag eertijds ook Vleijshuyss der stad en Hoofdwacht, De Gelderlander 18/10/1908

Hollandsche Spoorweg, Kannenmarkt

Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor…

Gevels Grote Markt met links de Kerboog (juli 2024)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

Kerkboog: op Grote Markt: Historische Lakenhal en Thomas Singendonck’s Gevelontwerp

Grote Markt met Kerkboog (juli 2024)
Grote Markt met Kerkboog (juli 2024)

Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van Claes die Waele.

Lakenhal

Eind 14e eeuw werd aan de Grote Markt een 50 meter lange Lakenhal opgericht. De voorkant bestond uit een open galerij met een dichte achtergevel. De begane grond was bestemd voor kleine handelaren; op de eerste verdieping was de lakenhandel. De Stevenskerk was in de middeleeuwen alleen te bereiken via een kleine doorgang in het gewandhuis of lakenhal aan de Grote Markt. Ook de gebouwen van Grote Markt 19-21 en Grote Markt 22-25 (huidige huisnummers) maakten onderdeel uit van deze Lakenhal.

Zoals hierboven staat weergegeven, werd in 1542-1543 besloten de doorgang te verbreden.

Topgevel Kerkboog door Thomas Singendonck

Gevels Grote Markt met links de Kerboog (juli 2024)
Gevels Grote Markt met links de Kerboog (juli 2024)

In 1605 werd een nieuwe topgevel gebouwd, welke Thomas Singendonck had ontworpen in de stijl van Vredeman de Vries.

Stevenskerkhof: Achterzijde van de Kerkboog met een doorkijk op de Grote Markt, 1920-1925 (Uitg. A.A. van der Borg via F68124 RAN CCBYSA)
Stevenskerkhof: Achterzijde van de Kerkboog met een doorkijk op de Grote Markt, 1920-1925 (Uitg. A.A. van der Borg via F68124 RAN CCBYSA)

Twee jaar later werd aan de achterkant een spiltrap gebouwd.

Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)

Wapen en spreuken Kerkboog

1609: Chirurgijnskamer

Chirurgijnskamer 202309
Chirurgijnskamer tijdens Open Monumentendag (september 2023)
Uitizcht op Grote Markt vanuit Chirugijnskamer 202309
Uitizcht op Grote Markt vanuit Chirugijnskamer, Open Monumentendag (september 2023)

In 1609 kwam de bovengebouw in gebruik van het chirurgijngsgilde. Deze gebruikte het gebouw als vergaderruimte en behandelkamer.

De chirurgijn was een medisch behandelaar. Zij behandelden uitwendige kwalen, zoals aderlating, verzorgen van wonden, bereiden van zalfjes, kruidenaftreksels en laxeermiddelen en het behandelen van botbreuken. Dit onder toezicht van een doktor. Doktoren hielden zich zelf bezig met het stellen van de diagnose en het behandelen van inwendige kwalen. De chirurgijns hadden geen universitaire opleiding gehouden, de doktoren wel.

Tussen  1656 en 1678 was het tevens de medische faculteit van de Kwartierlijke Academie van Nijmegen, waar hier colleges werden gegeven. Waarschijnlijk werden tevens lijken ontleed, waardoor de chirurgijnskamer ook wel “snijkamer” werd genoemd.

Hoewel in 1798 de gildes officieel waren opgeheven, bleven de chirurgijns de kamer nog lange tijd gebruiken. Tevens was het in gebruik door de krijgsraad en het trompetterkorps. Vanaf 1830 gebruikte de kunstenaar H. Wiertz de ruimte als tekenlokaal voor de vereniging “Oefening kweekt kunst”.

1880: Gemeente en restauratie

In 1880 ging de gemeente de ruimte gebruiken. Jan Jacob Weve voerde rond 1885 een restauratie uit.

Daarbij verwijderde Weve de zonnewijzer, die rond het eind van de 17e eeuw was aangebracht.

Stadswapen Nijmegen bij Kerkboog St. Stevenskerkhof (juni 2024)
Stadswapen Nijmegen bij Kerkboog St. Stevenskerkhof (juni 2024)

Aan de achterkant kwam een gevelsteen met het wapen van Nijmegen, gemaakt door Henri Leeuw Sr.

Het jaartal 1606 verwijst naar de reeds genoemde verbouwing door Singendonck.

Vervolg

Wonderlijk genoeg, ondervond de kerkboog weinig schade bij het bombardement van februari 1944. Tussen 1955 een 1972 vond restauratie plaats. Vanaf dat moment was de verdieping in gebruik als woonruimte.

Kijk overigens ook naar de achterkant van de Kerkboog. Deze heeft onder andere een aantal beeldhouwwerken van kopjes.

En let op de oehoe voor het raam. Deze staat er sinds 2019 en is bedoeld om de duiven weg te houden (Indebuurt).

De achterkant van de Kerkboog heeft nog een aantal mooie kopjes. En let op de stenen oehoe voor het raam. Deze staat er sinds 2019 om de duiven af te schrikken (november 2024)
De achterkant van de Kerkboog heeft nog een aantal mooie kopjes. En let op de stenen oehoe voor het raam. Deze staat er sinds 2019 om de duiven af te schrikken (november 2024)
De top van de Kerkboog aan de achterkant met gemeentewapen (november 2024)
De top van de Kerkboog aan de achterkant met gemeentewapen (november 2024)
Een van de kopjes op de achterkant van de Kerkboog (november 2024)
Een van de kopjes op de achterkant van de Kerkboog (november 2024)

(Overige) Bronnen en verder lezen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkboog

https://www.noviomagus.nl/Ansichtkaarten/Kerkboog/KerkboogCat.html, met veel oude foto’s

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Kerkboog

https://mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/de-chirurgijnskamer-in-nijmegen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Chirurgijn

De gerestaureerde gevels van "d'Oude Laeckenhal", Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Geen categorie, Grote Markt

Grote Markt 23 en 24: de jaren 30 restauratie naar 16e/17e eeuwse sfeer

Grote Markt 23 en 24

De gerestaureerde gevels van "d'Oude Laeckenhal", Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)
De gerestaureerde gevels van “d’Oude Laeckenhal”, Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)

De Grote Markt 23 en 24 (huidige adres) maakten in de middeleeuwen onderdeel uit van de lakenhal. In de 16e eeuw werd deze hal opgedeeld in verschillende panden. In 1933 liet Pauw Witjes zijn twee horecapanden samenvoegen en deze -met veel bijval- restaureren naar 16e-17e eeuwse sfeer. Tegenwoordig zit alweer jarenlang Café Daen in het pand.

Vooraf

De ingang van het Hotel "De Koophandel" van de familie F.J.C. Angerhausen; het pand is gelegen naast de Kerkbogen aan de Grote Markt, 1920 (F14086 RAN)
De ingang van het Hotel “De Koophandel” van de familie F.J.C. Angerhausen; het pand is gelegen naast de Kerkbogen aan de Grote Markt, 1920 (F14086 RAN)

Wanneer de familie de café’s van Grote Markt 23 en 24 openen is nog niet onderzocht. Wel is al gevonden dat J.W. Angerhausen rond 31-3-1903 vergunning krijgt tot de verkoop van sterke drank in het klein (De Gelderlander 1/4/1903 oftewel: het schenken van sterke drank).

Vermeldenswaard zijn de zittingen die de broers L. & H. Stegeman houden, zonen van het Staphorster Boertje. Tegenwoordig is het Staphorster Boertje een “normaal” farmaceutisch bedrijf, het Staphorster Boertje en zijn zonen waren kruidendokters.

De broers Stegeman houden een zitmiddag (De Gelderlander 8/5/1926)
De broers Stegeman houden een zitmiddag (De Gelderlander 8/5/1926)

Koop Grote Markt 23 en 24 door Witjes

RAN noemt de foto: Interieur van café Lakenhal, gedateerd 1927: dit zal de Koophandel zijn (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D187 RAN CC0)
RAN noemt de foto: Interieur van café Lakenhal, gedateerd 1927: dit zal de Koophandel zijn (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D187 RAN CC0)

Verkoop Grote Markt 23

Op 30-9-1925 verkoopt Johanna Frederica Angerhausen (zonder beroep) “het winkelhuis met erf gelegen aan de Groote Markt nummer 23 te Nijmegen Kadastraal bekend in sectie C nummer 2608 groot vijf en veertig centiare” aan Casparus Bernardus de Kleijn (Monteur).

Wanneer Paulus (Pauw) Johannes Witjes Hotel de Koophandel (nummer 23) koopt is mij nog onbekend, in ieder geval opent hij zijn zaak begin1927: eind januari 1937 viert hij zijn 10-jarig bestaan (De Gelderlander 30/1/1937). Daarbij blijkt hij een bergplaats te hebben voor maar liefst 3.000 fietsen (zie advertentie hieronder).

Advertentie Witjes Hotel de Koophandel (De Gelderlander 17/9/1927)
Advertentie Witjes Hotel de Koophandel (De Gelderlander 17/9/1927)
Advertentie Witjes Hotel De Koophandel (De Gelderlander 26/10/1927)
Advertentie Witjes Hotel De Koophandel (De Gelderlander 26/10/1927)

Verkoop Grote Markt 24

Op 20-12-1930 koopt Paulus Johannes Witjes nummer 24: “Het café, plaatselijk gemerkt 24, met erf aan de Groote Markt te Nijmegen, kadastraal bekend Gemeente Nijmegen, sectie C, nommer 2607, groot vijf en veertig centiaren” van Jan Aart Peeman voor 7500 gulden.

Verbouwing naar 16e/17e eeuws uiterlijk

In het midden de Kerkboog (ook wel Stevenspoortje genoemd).
Het geeft toegang tot het achtergelegen Sint-Stevenskerhof die weer toegang verschaft tot de Stevenskerk.
Start bouw: 1542 (architect Claes die Waele). Bouw gereed: 1545.
Verbouwing: 1605 (architect Hans Vredeman de Vries).
Bouwstijl: Gotische Renaissancestijl.
Links Vleeshouwerij Martens, en rechts Hotel "de Koophandel" (A. Klitzsch & Co. via F14553 RAN)
In het midden de Kerkboog (ook wel Stevenspoortje genoemd). Het geeft toegang tot het achtergelegen Sint-Stevenskerhof die weer toegang verschaft tot de Stevenskerk. Start bouw: 1542 (architect Claes die Waele). Bouw gereed: 1545. Verbouwing: 1605 (architect Hans Vredeman de Vries). Bouwstijl: Gotische Renaissancestijl. Links Vleeshouwerij Martens, en rechts Hotel “de Koophandel” (A. Klitzsch & Co. via F14553 RAN)

De bovenstaande foto geven de panden in 1928 weer. Het is ons nu te doen om de 2 rechter panden: Hotel de Koophandel van P.J. Witjes en daarnaast voor de helft zichtbaar De Kroon (en merk op dat het pand tussen de Kerkboog en de Koophandel intussen is verbouwd.

Nadat Witjes zowel de Koophandel als de Kroon had gekocht, liet hij de 2 panden weer samentrekken en deze verbouwen om het (weer) een 16e/17e eeuws uiterlijk te geven. Afgaande op het krantenartikel, heeft hij veel zelf gedaan. Daarbij kreeg hij adviezen van Oscar Leeuw en vooral J.L.A.A.M. van Rijckevorsel.

In d'Oude Laeckenhal gaat open (De Gelderlander 18/3/1932)
In d’Oude Laeckenhal gaat open (De Gelderlander 18/3/1932)

In d’Oude Laeckenhal

Op de Markt

Nijmegen heeft geen Raadhuiskelder. In dit opzicht heeft onze stad andere plaatsen niet nagedaan.

Toch heeft zij een blijvende herinnering gekregen aan haar middeleeuwschen handel en verkeer, dat vroeger ook op de Markt samentrok.

Hedenavond wordt dan feestelijk geopend het Hotel-Café-Restaurant “In d’Oude Laeckenhal”, gelegen op de Groote Markt Nos. 23 en 24.

De eigenaar, de heer P.J. Witjes, met gezonde smaak voor het mooi en interessante, dat men bewonderen kan in de bouwwerken onzer vóórvaderen, had er een ruim offer voor over, om zijn beste panden, van ouds “De Koophandel” en de “De Kroon” te doen herstellen, in de stijl van de 16e en 17e eeuw, toen de fraaie lakenhal nog middelpunt was van Nijmeegschen handel en bedrijf.

“De Koophandel” en “De Kroon” waren vroeger twee ourderwetschen verkeers-koffiehuizen, welke zeer geëigend waren om te voldoen aan de eischen, welke de martkbezoekers reeds in de prille ochtenduren stellen, van zich wat te verfrisschen aan een kop koffie of iets anderszins.

Beide cafétjes waren voor eenige jaren in exploitatie bij de Dames Gez. Angerhausen en den heer Gerritsma.

De heer F.J. Witjes kocht “De Koophandel” en later “De Kroon” er bij. En eenmaal in het bezit van beide verlofhuizen, heeft hij ze tot één gemaakt.

Toen de verbouwing van het geheele pand op het tapijt kwam, stond de eigenaar voor de vraag: moet er een nieuw moderne gevel komen of zullen we de pui zoo restaureeren en het interieur zoo inrichten, dat het hier weer de herinnering oproept van vorige bestemming?

Het front van de Markt, van hoek Stikke Hezelstraat tot het hoekhuis Achter de Hoofdwacht, werd in de Middeleeuwen ingenomen door de Lakenhal der stad. De zaal der hal lag op de eerste verdieping en liep ook door de kamers, welke nu nog liggen boven de Kerkboog van St. Steven, welke indertijd als piѐce de milieu stond tusschen typische trapgevels der 16e eeuw, welke aan ons Marktplein zoo’n karakteristieke bekoring gaven.

Beide genoemde verkeerscafé’s, geheel ingericht op het gerief der Markthandelaren, droegen in den onderpui nog duidelijk de sporen van oude bestemming in de zware, hardstenen consoles, welke ’t geheel schragen.

Nu kan men er nog een hardsteenen buitenmuur zien van ongeveer een meter dikte.

In vroeger tijd waren onder de Lakenhal allerlei winkeltjes en taveerntjes ingericht met hun typische luifels.

En het tegenwoordige hotel-café-restaurant.

In de Oude Laeckenhal biedt in huidige gerestaureerde vorm een typisch beeld van hoe het er vroeger op de Markt moet hebben uitgezien.

De heer P. Witjes stond bij zijn restauratieplannen voor geen gemakkelijk werk, maar vond aangename aanmoediging bij het gemeentebestuur en de ambtenaren der gemeente, die hem bij de verbouwingen de ontheffing van gemeentelijke bouwverordeningen toestonden, als noodig waren om de Oude Laeckenhal weer in zijn historisch uiterlijk te kunnen restaureeren.

Dan kreeg de heer P.J. Witjes, die als bouwkundige met veel ambitie, veel zelf deed of liet doen, alle mogelijke voorlichting en medwerking van de heeren Oscar Leeuw en vooral ook van Jhr. Drs. J.L.A.A.M. van Rijckevorsel, lid der commissie tot verzekering eener goede bewaring van Gedenkstukken van Geschiedenis en kunst. Zelfs Dr. Kalff leider van de Ned. Ver. Van Monumentenzorg kwam eenige malen naar Nijmegen om van advies te dienen bij de restauratie van dezen historischen bouw.

Het hotel-café-restaurant in de Oude Laeckenhal is nu klaar.

De 16-eeuwsche trapgeveltjes, welke zich nu sierlijk aanpassen bij de restauratie naast de kerkboog, vormen met de Waag een artistiek historisch hoekje van stijl der Middeleeuwsche bouwmeesters.

Binnen ziet er het in de Oude Laeckenhal in al zijn eenvoud oud-Hollandsch gezellig uit. De oud-eikenhouten lambrizeeringen, de oude pullen en de kannen op de richels, de glas-in-lood ruitjes, de geschuurde tafels, de imitatie-olielampen, alles geven aan het binnenhuis de sfeer van het voor-eeuwsche.

In de Oude Laeckenhal heeft men dit voor op de Oude Raadskelders dat licht en lucht er voldoende kunnen binnendringen, ook al zijn de raampjes wat lager, de plafonds minder hoog dan in moderne zaken.

De heer P.J. Witjes heeft alles in den toon van soberheid en gastvrije gezelligheid gehouden.

De verdiepingen zijn eveneens gerestaureerd. Hier is het hotel voor de marktgasten ingericht en beschikt de waard over twintig kamers met vijftig bedden.

Vanavond is der feestelijke opening “In de Oude Laeckenhal” met zijn gezellig zitje onder de bogen en in de schilderachtige hoekjes.

Oud-Nijmegen herleeft hier, wat iedere rechtgeaarde Nijmegenaar, die nog aan traditie hecht, zal waardeeren.” (De Gelderlander 18/3/1932)

Opvallend genoeg staat iets meer dan een jaar later staat een advertentie dat de zaak te koop is, maar in de volgende jaren blijkt Pauw Witjes nog steeds de eigenaar te zijn (of mogelijk een familielid, dit is nog niet onderzocht).

In augustus van dat jaar is er een openlucht uitvoering van Mariken van Nieumeghen op de Grote Markt. De uitvoerenden gaan op de foto voor de ”Oude Laeckenhal van den heer Witjes” in De Gelderlander 18/8/1933. Een paar dagen later krijgt een figurant, Henk Kramer, een bloemenmand van de eigenaar van de “Oude Laeckenhal”, “wiens restaurant immers daadwerkelijk in het spel betrokken was.” (PGNC 21/8/1933). Eind december 1933 doet P. Witjes een nieuwsjaarsgroet (De Gelderlander 30/12/1933)

In d'Oude Laeckenhal te koop? (De Gelderlander 7/1/1933)
In d’Oude Laeckenhal te koop? (De Gelderlander 7/1/1933)

1934 Het Bierkelderke/d’Oude Raatskelder

Opening Bierkelderke (De Gelderlander 19/7/1934)
Opening Bierkelderke (De Gelderlander 19/7/1934)

“…In dit opzicht vindt Oud-Nijmegen oogenblikkelijk een bijzondere beschermer in Dr. van Rijckevorsel, die ook de hand heeft gehad in de reconstructie van den middeleeuwsche kelder van de “d’Oude Laekenhal” bij den renaissance Waaggebouw op de Markt.

Het Koffiehuis “d’Oude Laekenhal” van den heer Pauw Witjes op de Groote Markt is in den lande algemeen bekend.

Dat heeft nu een aantrekkelijkheid meer gekregen, n.l. in de d’Oude Raatskelder of liever Laeckenhaldkelder.

Deze kelder uit de veertiende eeuw is hersteld en bewoonbaar gemaakt en karakteristiek ingericht met oud-Hollandsche meubels.

De oude nissen, waarin vroeger de lampen brandden, zijn bewaard gebleven en beeldenstandjes geworden.

De vroegere stookplaats is nu omgebouwd tot tapkast, waar frisch en best bier geschonken wordt.

Uit een lichtval van zwaar blokglas dringt het licht van de straat binnen- en onder die lichtval vindt men in de kelder nog een vroeger graf.

Het geheele kelderinterieur bleef in stijl en is hoewel kleiner, veel intiemer dan de grootere Raadskelders in ’s-Bosch, Utrecht, Maastricht enz. enz.

Van B. en W., van Commissaris van Politie, van de Inspecteur der Volksgezondheid mocht de heer Pauw Witjes alle mogelijke medewerking ondervinden.

In den kelder blijft verlof.

Oud Nijmegen is op de Markt een oude aantrekkelijkheid rijker geworden. Gisterenavond was het er al druk bij de opening. V.V.V. Nijmegen Vooruit was vertegenwoordigd. Veel studenten vonden er met Nijmegenaars een gezellig zitje.”

(De Gelderlander 21/7/1934)

1952 Wijnhuis d’Aloude Laekenhal”

In 1952 verandert de Oude Laeckenhal in een wijnhuis. “Werkende Studenten zorgen voor de bediening en laten de gast de keus uit een grote verscheidenheid van wel tachtig wijnsoorten, waaruit hij een glas kan kiezen of waarvan hij meerdere flessen mee naar huis kan nemen. Ook andere dranken dan wijn worden er in het wijnhuis geschonken; de jenever wordt hier niet verkocht.” (De Gelderlander 2/5/1952)

1953 Taveerne In d’Oude Laeckenhal

Taveerne In d'Oude Laeckenhal (De Gelderlander 6/2/1953)
Taveerne In d’Oude Laeckenhal (De Gelderlander 6/2/1953

Waarschijnlijk heeft het wijnhuis maar kort bestaan, want op 7 februari 1953 vindt de Heropening plaats van de “geheel verbouwde Hotel-Restaurant Taveerne In d’Oude Laeckenhal” met haar 15e eeuws bierkelderke. De specialiteit van het huis is kip aan ’t spit. (De Gelderlander 6/2/1953).

 
Waarschijnlijk opent zij in december van dat jaar op de eerste etage bovendien een Oud Hollands restaurant (De Gelderlander 18/12/1953)

De Gelderlander 22/8/1953
De Gelderlander 22/8/1953
De Gelderlander 18/12/1953
De Gelderlander 18/12/1953

Rijksmonument

Het is een Rijksmonument: “Pand, dat oudtijds deel uitmaakte van het Gewandhuis en de Lakenhal. Laat-middeleeuws pand met aan de voorzijde een trapgevel, waarvan het onderstuk in hardsteen uitgevoerd, met tracering, waarin wapenschild boven de deur. Het bovendeel dateert uit 1606. Zwaar gerestaureerd 1931-1932. Aan de achterzijde een puntgevel met vlechtingen.”

1995 Café Daen

Tegenwoordig (juni 2024) zit hier alweer jaren, sinds 1995, café Daen. Daarbij verwijst de “ae” naar de oorspronkelijke schrijfwijze van de Laeckenhal. Haar website geeft tevens de historie weer.

Hollandsche Spoorweg, Kannenmarkt

Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor…

Latijnse School op St. Stevenskerkhof. Het is druk vanwege Monumentendag (september 2023)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

St. Stevenskerkhof: geschiedenis en bezienswaardigheden

Latijnse School op St. Stevenskerkhof. Het is druk vanwege Monumentendag (september 2023)
Latijnse School op St. Stevenskerkhof. Het is druk vanwege Monumentendag (september 2023)

Het St. Stevenskerkhof is een van de belangrijkste bezienswaardigheden van Nijmegen. Niet alleen vanwege de St Stevenskerk die er middenin staat, maar ook vanwege de omliggende gebouwen als de kerkboog, de Latijnse School en de kanunnikenhuisjes.

Van tijd tot tijd zal deze pagina worden aangevuld.

Bezienswaardigheden Sint Stevenskerkhof

St. Stevenskerkhof: De noordzijde van de St. Stevenskerk met daar tegenover de kanunnikenhuisjes vóór de restauratie, 1925 (Uitg Weenenk en Snel via F27425 RAN)
St. Stevenskerkhof: De noordzijde van de St. Stevenskerk met daar tegenover de kanunnikenhuisjes vóór de restauratie, 1925 (Uitg Weenenk en Snel via F27425 RAN)
Stevenskerkhof (juni 2024)
Stevenskerkhof (juni 2024)

Eigenlijk het hele kerkhof, in het bijzonder:
⦁ Sint Stevenskerk
⦁ Kanunnikenhuisjes
⦁ Latijnse school
⦁ Kerkboog

Kerkhof van Sint Stevenskerk

Het kerkhof ontleent zijn naam aan de Sint Stevenskerk. Feitelijk wordt een kerkhof de ruimte rond een christelijke kerk aangeduid. Net als de meeste andere kerken werd de ruimte van het St Stevenskerkhof gebruikt als gewijde begraafplaats.

In 1254 wordt de Hunisburg bestemd voor een nieuwe kerk en kerkhof.

De Sint Stevenskerk wordt gewijd in 1273. Daarvoor was de parochiekerk Sint Gertrudis in gebruik, met daarbij een kerkhof. Ook wanneer deze kerk in 1249 wordt afgebroken, blijft het kerkhof daarvan behouden. In 1450 wordt dit het “Alde Kerkhof” genoemd. Het is niet bekend wanneer men hier gestopt is met het begraven van overledenen.

Na de wijding van de Sint Stevenskerk wordt ook het kerkhof meteen in gebruik genomen. Rijke Nijmegenaren laten zich bij voorkeur in de kerk begraven.
Het kerkhof is bereikbaar via en trappen en stegen (nu de Zuider- en Noorderkerktrappen) en een doorgang onder het Gewandhuis (nu de Kerkboog).

1591 Stevenskerk protestants, begraafplaats voor alle Nijmegenaren

Ook wanneer de Stevenskerk in 1591 protestants wordt, blijft het kerkhof stadsbegraafplaats, waar alle Nijmegenaren ongeacht hun geloof worden begraven.

Stevenskerkhof: De achterzijde van de panden van de Grote Markt, 1920 (F63556 RAN)
Stevenskerkhof: De achterzijde van de panden van de Grote Markt, 1920 (F63556 RAN)
Stevenskerkhof achterkant Grote Markt (juni 2024)
Stevenskerkhof achterkant Grote Markt (juni 2024)

Einde als begraafplaats

In de 19e eeuw kwam het verbod om doden binnen de stadsmuren te begraven. Allereerst vanaf 1810, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk, mochten doden niet meer binnen de stadsmuren worden begraven. Daarop besluit het stadsbestuur op 13 november 1810 om een algemene begraafplaats aan te leggen buiten de Hertogsteegpoort, wat de later de Stenenkruisstraat is. Dit terrein was onderdeel van de vestinggronden dat in 1808 door Lodewijk Napoleon aan de stad had gegeven. De eerste begrafenis op deze nieuwe plek vond op 20 mei 1811 plaats. (in Paradisum).

Ook de wet uit 1829 – de Fransen waren immers weer vertrokken- bepaalt dat steden met meer dan 1.000 inwoners hun begraafplaats buiten de wallen moet hebben. Wanneer men precies gestopt is om overledenen (ook?) op het Stevenskerkhof te begraven, is mij niet bekend: 1810, 1829 of mogelijk zelfs 1869 (de Begraafwet). In ieder geval werden in de loop van de 19e eeuw de graven rond de kerk werden geruimd, waarbij beenderen werden overgebracht naar het kerkhof op de Stenenkruisstraat.

Sint Stevenskerk

In het midden staat de Sint Stevenskerk, de grootste kerk van Nijmegen. De historie gaat terug tot 1273. Het grootste deel van de huidige kerk is gebouwd in de 15e en 16e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de kerk, waaronder de toren, zwaar beschadigd. In 1969 was het herstel afgerond.

Een prachtige en uitgebreide site over deze kerk is te vinden op de site van D.J. Dekker, daarom zal hier niet uitgebreid in worden gegaan op de Stevenskerk.

Een mooi overzicht van de aanwezige grafzerken is te vinden op Noviomagus.

En natuurlijk nog beter is de Stevenskerk zelf te bezoeken: Stevenkerk

Graf Catharine van Bourbon

Grafmonument Catharina van  Bourbon in de Stevenskerk (september 2023)
Grafmonument Catharina van Bourbon in de Stevenskerk (september 2023)

Door een schenking van Catharina van Bourbon kon de Stevenskerk een kapittelkerk worden.

Catharina werd op een ereplaats begraven: in het koor, recht voor het hoofdaltaar. In 1512 liet haar zoon Karel het praalgraf plaatsen, recht boven haar tombe.

Zie ook https://woneninnijmegen.blog/2024/07/22/kanunnikenhuizen-st-stevenskerkhof-geschiedenis-restauratie-en-betekenis/

Op de foto zijn tevens grafstenen te zien: de rijken werden begraven in de kerk.

Hieronder is de grafkelder van Catharina van Bourbon weergegeven, met een replica van de grafkist. Een foto van de kelder vóór de restauratie is te vinden op F34495; de oorspronkelijke kist op F46031 en de geopende met het stoffelijk overschot van Catharina van Bourbon op F46032 RAN

Grafkeleder Catharina van Bourbon Stevenskerk (september 2023)
Grafkeleder Catharina van Bourbon Stevenskerk; de kist is nagemaakt (september 2023)
Een tekening van de graftombe en grafkelder van Catharina van Bourbon. Uit de kroniek van Jan Willem van Druijnen (16-5-1790 - 21-4-1854), 1843 (F46033 RAN)
Een tekening van de graftombe en grafkelder van Catharina van Bourbon. Uit de kroniek van Jan Willem van Druijnen (16-5-1790 – 21-4-1854), 1843 (F46033 RAN)

In de crypte staan een aantal rijen kraagstenen langs de wand. Deze zijn gemaakt voor de restauratie na de Tweede Wereldoorlog. De Rijksdienst voor Monumentenzorg keurde deze echter af: de kraagstenen zouden alleen uit bladmotieven hebben bestaan. (Bron: Stevenskerk). In de kerk zijn daarom nu ook weer de bladmotieven te zien.

Kanunnikenhuizen

Kanunnikenhuisjes St Stevenskerkhof (juni 2024)

Kanunnikenhuizen St Stevenskerkhof: Geschiedenis, Restauratie en Betekenis

Hertogin Catharina van Bourbon liet bij haar overlijden in 1469 een grote som geld in de vorm van tienden na. Dit was bestemd om Sint Stevenskerk te verheffen tot kapittelkerk. Daarbij werd een college van ongeveer dertig kanunniken gevormd, die in een rij woningen ten noorden van de Sint Steven kwamen wonen in de kanunnikenhuizen.

Lees Meer

Oude Lakenhal/Kerkboog

Gevels Grote Markt met links de Kerboog (juli 2024)

Kerkboog: op Grote Markt: Historische Lakenhal en Thomas Singendonck’s Gevelontwerp

Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van…

Lees Meer

Overige gevels grenzend aan Grote Markt

Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)

De panden van de Grote Markt 19 tot en met 25 maakten onderdeel van de Lakenhal. Daarbij is vooral het vooraanzicht van de panden van 19-21 sterker gewijzigd dan dat van 23-25. Of beter: het vooraanzicht van nummers 23-25 is gerestaureerd om de gevels weer “middeleeuws” te laten uitzien.

Op de bovenstaande foto is een aquarel te zien waarbij de gevels rechts van de kerkboog nog trapgevels hebben. Merk daarbij op dat de panden links van de kerkboog geen middeleeuws uiterlijk meer hebben.

Panden aan de westzijde van de Grote Markt, 1900- 1910 (GN7 RAN)
Panden aan de westzijde van de Grote Markt, 1900- 1910 (GN7 RAN)

Op de foto hierboven is vervolgens de situatie rond 1900-1910 weergegeven.

Grote Markt 19

Het is een Rijksmonument: “Laat-middeleeuws pand met aan de voorzijde een gevel met stucversieringen, karakter derde kwart 19e eeuw en aan de achterzijde een verminkte en gepleisterde puntgevel.” Tegenwoordig (juni 2024) zit hier Maoz.

Grote Markt 21

Het is een Rijksmonument: Laat-middeleeuws PAND met aan de Marktzijde een eenvoudige gepleisterde lijstgevel, 19e eeuw en aan de Kerkhofzijde een gepleisterde gevel met rookkanaal in de as en ingezwenkte top. In de zijgevel onder de Kerkboog dichtgezette vensters met houten kruiskozijnen.”

Rond 1900 had Vleeschouwouwerij H.A. Martens & Zn hier haar winkel (zie de foto hierboven). Tegenwoordig is het houtsnijwerk “Slagerij” weer zichtbaar gemaakt door het verwijderen van een bord. Zie ook Noviomagus (tevens bron).

Tegenwoordig (juni 2024) zit hier De Bruijn Lunchen op de Markt.

Grote Markt 23/24

De gerestaureerde gevels van “d’Oude Laeckenhal”, Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)

Grote Markt 23 en 24: de jaren 30 restauratie naar 16e/17e eeuwse sfeer

De Grote Markt 23 en 24 (huidige adres) maakten in de middeleeuwen onderdeel uit van de lakenhal. In de 16e eeuw werd deze hal opgedeeld in verschillende panden. In 1933 liet Pauw Witjes zijn twee horecapanden samenvoegen en deze -met veel bijval- restaureren naar 16e-17e eeuwse sfeer. Tegenwoordig zit alweer jarenlang Café Daen in het…

Lees Meer

Grote Markt 25

Het is een Rijksmonument: “Laat-middeleeuws PAND, dat oudtijds deel uitmaakte van de Lakenhal en het Gewandhuis. De trapgevel aan de voorzijde is in de 19e eeuw genormaliseerd en met een rechte lijst afgedekt. Hardstenen onderpui met boven de deur een tracering, waarin twee wapenschildjes, omstreeks 1545.”

Achter de Hoofdwacht 1

Het is een Rijksmonument: Laat-middeleeuws PAND, waarvan de voorgevel in het laatste kwart der 19e eeuw vernieuwd is in neo-gotische trant. Aan de achterzijde de oorspronkelijke, thans verminkte ongepleisterde puntgevel.”

Achter de Hoofdwacht 3

Het is een Rijksmonument: “Laat-middeleeuws pand met in de 19e eeuw gepleisterde en gewijzigde voorgevel. Gepolychromeerde gevelsteen: De Blaauwe Hand, 1797. Curieuze winkelpui uit het derde kwart 19e eeuw. Uithangbord. De achtergevel heeft een houten onderpui, waarschijnlijk 17e eeuw.” Hier is al jarenlang het bekende Café In de Blauwe Hand gevestigd.

Afsluitpaal De Gehelmde Wachter, Ben van Pinxteren

1977

Afsluitpaal De Gehelmde Wachter, Ben van Pinxteren, 1977, Stevenskerkhof (juni 2024)
Afsluitpaal De Gehelmde Wachter, Ben van Pinxteren, 1977, Stevenskerkhof (juni 2024)

“De Gehelmde Wachter” van Ben van Pinxteren is een van de afsluitpaaltjes die in 1977 werden geplaatst. het stelt een man met een zwaard en helm voor, een herinnering aan het feit dat de bovenverdieping van de Waag in gebruik was door de burgerwacht en het stadsgarnizoen.

Bron: Kunst op Straat

Latijnse School

Het Zuiderportaal van de St. Stevenskerk met links de Latijnse School, Weenenk en Snel, 1930 (F33959 RAN)
Het Zuiderportaal van de St. Stevenskerk met links de Latijnse School, Weenenk en Snel, 1930 (F33959 RAN)

De Latijnse School is het oudste schoolgebouw van Nijmegen. Deze is in de jaren 1544-1545 gebouwd naar ontwerp van Herman van Herengrave. Hij zal later ook het stadhuis ontwerpen.

De Latijnse School wordt ook vaak “Apostolische school” genoemd. Dit is een verwijzing naar het feit dat de voorloper uit 1310 tevens de functie van pastorie van de Sint Stevenskerk had. Deze kerk stond onder het patronaat van de Keulse Apostelkerk, voordat de Stevenskerk zelf een kapittelkerk werd. Eind 14e eeuw was deze school onder het Nijmeegs stadsbestuur gekomen, omdat Nijmegen zich zorgen maakten over de kwaliteit van het onderwijs (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). In 1544 werd het vervallen gebouw vervangen door het huidige.

Wat is een Latijnse School?

Latijnse School op St. Stevenskerkhof. Het is druk vanwege Monumentendag (september 2023)
Latijnse School op St. Stevenskerkhof. Het is druk vanwege Monumentendag (september 2023)

In de middeleeuwen bestonden slechts 2 schooltypen: de lagere school en de Latijnse School. De Latijnse school bereidde jongens voor op een religieus leven of een universitaire studie. Deze jongens waren afkomstig uit de sociaal-ecomisch hogere en middenklassen. De lessen waren grotendeels in het Latijn, mede omdat voor een vervolgstudie een goede kennnis van deze taal nodig was.

De meeste jongens waren 9 jaar als ze naar de Latijnse School gingen. Zij gingen naar 4 klassen waarvoor elk een half jaar nodig was, gevolgd door een afsluitend jaar. De leerling bleef net zo lang in de klas totdat hij de stof kende. Voor een vervolgstudie ging de leerling daarna na het klooster of universiteit.

Vanaf 1215 waren de seculiere kapittels- wat de Sint Stevenskerk was- verplicht een school op na te houden. De school stond dan ook onder verantwoordelijkheid van de kerk.

In de loop van de 14e eeuw namen stadsbesturen, waaronder in Nijmegen, de financiële lasten van de school op zich. Daarbij kregen ze zeggenschap over de reglementen en benoemden zij de rector.

16e eeuw: Behoefte aan hoogopgeleide mensen

In de 16e eeuw kwam er in Nijmegen een grote behoefte aan hoog opgeleide mensen voor functies als bestuurder, doctoren en juristen. Belangrijke vakken waren moderne talen, Latijn, retorica, Frans en wiskunde.

1842: Gymnasium

Deur Latijnse School Stevenskerkhof (juni 2024)
Deur Latijnse School Stevenskerkhof (juni 2024)

In 1838 was een onderwijshervorming doorgevoerd, waardoor het schooltype gymnasium ontstond. Net als in veel andere plaatsen in de loop der jaren, vormde Nijmegen in 1842 haar Latijnse school om tot een gymnasium.

Het Latijn was nog steeds belangrijk, maar er ook meer aandacht voor vakken als moderne talen, wiskunde en natuurkunde.

Vervolg

In 1881 verhuisde het Gymnasium naar nieuwbouw aan de Kronenburgersingel:

In de Latijnse school kwam muziekschool. Daarna kwam er een politiebureau, het Gemeentelijk Arbeidsbeurs en de Armenraad in het gebouw. In de jaren ’60 vond een grote renovatie plaats.

Kunstwerken

Beeld van Paulus, Latijnse School Stevenskerkhof (juni 2024)
Beeld van Paulus, met zwaard als attribuut en rechts het stadswapen, Latijnse School Stevenskerkhof (juni 2024)
De apostel Andreas met een Andreaskruis als attribuut, Latijnse School Andreas Stevenskerkhof (juni 2024)
De apostel Andreas met een Andreaskruis als attribuut, Latijnse School Andreas Stevenskerkhof (juni 2024)

De beelden van de 12 apostelen herinneren nog aan de “Apostolische school”. Op de natuurstenen lijst zijn in latijn de 10 geboden te zien. Boven de hoofdingang is het stadswapen geplaatst.

Rijksmonument

Het gebouw is een Rijksmonument. De tekst bij aanwijzing: “Apostolische of Latijnsche School. Langgerekt, rechthoekig gebouw met verdieping en half zadeldak, aan de westzijde afgesloten door een trapgevel, gebouwd 1544-1545 door Herman van Herengrave in vroege renaissancevormen. Gerestaureerd omstreeks 1965. Natuurstenen gotisch poortje, waarboven stadswapen in ezelsrugboog-omlijsting. Natuurstenen plint. De vensters van de benedenverdieping worden omvat door korfboognissen met driepastraceringen; hierboven een renaissancefries, onderbroken door gebeeldhouwde consoles, waarop thans vernieuwde apostelbeelden. De vensters van de verdieping worden omlijst door korfboognissen met renaissancebanderolles in de boogvelden. Kroonlijst met renaissancefries en gebeeldhouwde consoles. De zijtrapgevel bezit een rijke ornamentatie in renaissancetrant.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Latijnse_School

https://www.noviomagus.nl/Ansichtkaarten/Latijnschool/LatijnCat.html met veel foto’s

https://nl.wikipedia.org/wiki/Latijnse_school

https://historiek.net/latijnse-school-geschiedenis/90230/

Scholentocht, Open Monumentendag Nijmegen 2020

Afgravingen

In 1882 werd een deel van de Hundisburg afgegraven, waaronder het westelijk deel van het kerkhof. Dit was onder andere om de Oude Haven te dempen. Daardoor komt het Stevenskerkhof op de huidige hoogte te liggen. Daarbij werd het terrein om de kerk met keitjes bestraat.

Bombardement 1944 en nieuwbouw


Tijdens het bombardement van 1944 werden de panden aan de zuidwestelijke zijde volledig verwoest.

Na de oorlog werden huizen ten westen en noorden van de kerk afgebroken, ook de kanunnikenhuisjes.
In de jaren 70 en 80 kwam hier nieuwbouw voor in de plaats.
Ook kwamen er na de oorlog 2 nieuwe doorgangen:
⦁ Rond 1944-1946: bij Achter de Hoofdwacht, door sloop van een aantal panden
⦁ 1965: bij de Stikke Hezelstraat, door sloop van 2 smalle huizen en een gebouw aan de Sint Stevenskerkhof zelf
⦁ 1981: bij de bouw van de Petrus Canisisusschool


Oorlogsmonument voor de burgerslachtoffers van Mari Andriessen

Oorlogsmonument bombardement Stevenskerkhof (juni 2024)
Oorlogsmonument bombardement Stevenskerkhof (juni 2024)

Monument voor de burgerslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog uit 1959. De maker is de Haarlemse beeldhouwer Mari Andriessen.

Het beeld stelt een vliegende engel voor, welke een overleden kind met zich mee voert. Het beeld is gemaakt ter nagedachtenis aan alle burgerslachtoffers.

Het onderschrift:

“Ter nagedachtenis

Aan de Nijmeegse Burgers

Voor en na de bevrijding van hun stad

Als weerloze slachtoffers van het oorlogsgeweld

Uit het leven gerukt

1940-1945.”

Oorspronkelijk was het de bedoeling om dit beeld op Plein 1944 te plaatsen. Het monument dat daar al stond voor de gevallen soldaten van Jac. Maris zou verhuizen naar het Valkhof. Dat ging echter niet door. Daarop kwam het beeld van de engel terecht op een plantsoen in de Stikke Hezelstraat. Zie voor een foto uit 1975 F34078 RAN.

Burgemeester Hustinx onthulde het beeld op 169-1959, bij de 15e viering van de bevrijding. Een foto daarvan is te vinden op F55300 RAN.

Eind jaren 70 is het verplaatst naar de huidige locatie van het St Stevenskerkhof.

Bron: Kunst op Straat

Lusemert oftewel Luizenmarkt

De Luizenmarkt op het St. Stevenskerkhof, 1922 (F33566 RAN)
De Luizenmarkt op het St. Stevenskerkhof, 1922 (F33566 RAN)

Tegenwoordig zijn er nog maar 2 handelaren over die ’s maandags op de Grote Markt staan, maar jarenlang was het een begrip in Nijmegen: de luizenmarkt oftewel lusemerkt. Deze vond in ieder geval sinds 1913, met korte onderbrekingen, plaats bij het St. Stevenskerkhof (VN17136).

De locatie zal te maken hebben met de Benedenstad, waar vroeger veel lompen werden verhandeld. Nijmegen Toen op Facebook: “Het is daarom niet verwonderlijk dat elke maandagmorgen aan de voet van de St. Stevenstoren de Lusemert gehouden werd”. In 2013 “vecht ze voor haar voortbestaan” en daarbij: “Nog steeds stalt iedere maandagochtend de vaste groep verkopers haar waar uit over de kleedjes en marktkraampjes rond de St. Stevenskerk. Oud gereedschap, spiegels, boeken, gloeilampen, koffiezetapparaten en wekkers. Dagjesmensen en vaste klanten gaan op zoek naar bruikbare prullaria voor in de woon- of slaapkamer.”

Een leuk interview met Hent, een van de laatste verkopers van de Lusemert staat op Nijmegen-Oost

In ieder geval sinds 1913 vond de uitdragersmarkt, in Nijmegen algemeen bekend als de luizenmarkt, of op zijn Nimweegs luusemert, met korte onderbrekingen tot op heden plaats aan de voet van de Sint Stevenstoren. Op de achtergrond de Latijnse School, 1945-1955 (1945-1955 Auteursrecht: J.F.M. Trum via VN17136 RAN CCBYSA)
In ieder geval sinds 1913 vond de uitdragersmarkt, in Nijmegen algemeen bekend als de luizenmarkt, of op zijn Nimweegs luusemert, met korte onderbrekingen tot op heden plaats aan de voet van de Sint Stevenstoren. Op de achtergrond de Latijnse School, 1945-1955 (1945-1955 Auteursrecht: J.F.M. Trum via VN17136 RAN CCBYSA)

Vergroening

Vergroening Stevenskerkhof (juni 2024)
Vergroening Stevenskerkhof (juni 2024)

Beelden en andere kunstvoorwerpen

Gedicht Victor Vroomkoning Stevenskerkhof (juni 2024)
Gedicht Victor Vroomkoning Stevenskerkhof (juni 2024)
Het Raadsel van Nijmegen, plaquette van Oscar Goedhart, Stevenskerkhof (juni 2024)
Het Raadsel van Nijmegen, plaquette van Oscar Goedhart, Stevenskerkhof (juni 2024)

(Overige) Bronnen en verder lezen

Begraven in Nijmegen Kees Leseman http://home.kpn.nl/lesem000/nmbegraf.html niet meer beschikbaar?
https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Stadsbegraafplaats_St._Stevenskerkhof
https://muizenest.nl/2023/09/05/st-stevenskerkhof-kerkboog-en-st-stevenstoren/
https://indebuurt.nl/nijmegen/genieten-van/mysteries/geen-begraafplaats-te-bekennen-hier-komt-de-straatnaam-st-stevenskerkhof-vandaan~135852/
https://www.noviomagus.nl/Ansichtkaarten/straten/Sintstevenskerkhof/SintstevensCat.html

Bisonbaai (januari 2023)
#Nijmegen, Beek, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen, Ubbergen

Bisonbaai: geschiedenis, waterrecreatie en natuurpracht

Bisonbaai bomen januari 2023
Bisonbaai bomen (foto januari 2023)

Een van de bekendste badplaatsen in de omgeving van Nijmegen is de Bisonbaai of Bizonbaai. Het is een voormalig zandwingat in de Ooijpolder, vlak bij de Waal. Daarnaast is het een geliefd wandelgebied, waarbij het met de Stadswaard/Ooijpolder en Groenlanden een groot groen lint vormt. Waarbij deze vervolgens weer aansluit op de Millingerwaard.

De Bisonbaai is gemiddeld 5 meter diep, waarbij het waterpeil afhankelijk van het peil in de Waal. Op sommige plaatsen is de het meer echter meer dan 15 meter diep. (Zwemwaterprofiel Bisonbaai)

Om een rondje te kunnen wandelen, is in 2005 een houten brug aangelegd, welke in 2020 is vernieuwd.

De Bisonbaai staat mede bekend om zijn naaktstrandgedeelte. En om Oortjeshekken, een café-restaurant dat tegenover de Bisonbaai ligt.

Oortjeshekken (januari 2023)
Oortjeshekken (januari 2023)

Onduidelijkheid over naam Bisonbaai

Er bestaat geen zekerheid waar de naam Bisonbaai vandaan komt. De Gelderlander heeft een leuk artikel over de mogelijke herkomst gepubliceerd.

De door mij (en Rob Essers zoals op de Gelderlander en Noviomagus staat weergegeven) eerstgevonden vermelding is wanneer De Gelderlander 24/7/1936 schrijft over een kanotocht door een aantal Nijmegenaren:  ‘Eerst bij de inham, die de canoërs ‘Bizonbaai’ noemen, wenden wij het stuur en zakken we met een flinke snelheid weer de Waal af.’

Baggeren

De Bisonbaai is ontstaan door klei, zand en grindwinning (register zwemwater).

Op een kaart van 1956 zoals te zien op Reactie 5 is te zien dat op dat moment de Bisonbaai veel kleiner was dan het meer wat wij tegenwoordig kennen. In de jaren 50 is zand afgegraven om de Groenlanden-noord op te hogen. Dan heet het nog niet afgegraven deel “Sophia’s Kamp” (Noviomagus). Daarbij is nog tevens een open verbinding met de Waal te zien, ook op de kaart van 1966.

Het genoemde artikel uit de Gelderlander haalt Ton Basten uit Ooij aan, die vertelt dat hij als machinist op de baggermolen heeft gewerkt. Deze heette Cato en niet De Bison, zoals in veel artikelen te lezen is.

In ieder geval zijn in 1949 N.V. Grint Mij „Noviomagum” en N.V. Bagger- en Aannemingsbedrijf „Dara” eigenaren van Cato (Rb. Rotterdam, 19-1-1949).

Het krantenartikel van 8 juni 1957 (zie hieronder) noemt dat “geruime tijd geleden is onder Erlecom, nauwelijks vier kilometer van deze stad, een grote baggermaatschappij aan de arbeid gegaan en langzamerhand is er een diep meer ontstaan, dat de naam Bisonbaai heeft gekregen.”

Waarschijnlijk moest rond 1957 de naam Bisonbaai nog uitgelegd worden, want ook een artikel in het Nijmeegsch dagblad van 8-7-1957 noemt: “Bij de Bisonbaai, het grote meer nabij Erlecom”. (Een “veehouder” had een politieagent gevraagd bezoekers tegen te houden zijn land te betreden, omdat een paar dagen daarvoor bezoekers een landbouwwerktuig zouden hebben vernield. Daarnaast sluiten sommige bezoekers het hek niet, zodat zijn vee kan weglopen. En bezoekers lopen niet alleen op het smalle pad, maar soms met zessen naast elkaar wat onnodig schade aan het gras oplevert. “Bovendien lieten zij daar allerlei rommel achter”).  Een artikel van het Nijmeegsch dagblad op  19-6-1957 over zwemgelegenheden in de omgeving heeft het echter slechts over “de Bisonbaai”.

Waterrecreatie

De Bisonbaai staat bekend als een van de meren om te gaan zwemmen of te zonnen.

In 1957 openen de heren Kunst en Wijns -waarschijnlijk voor korte tijd- een school voor waterskiën. Daarbij zijn er plannen om hier een watersportcentrum te vestigen, waarbij ook boten kunnen worden verhuurd. (Nijmeegsch dagblad, 22-5-1957). Een maand later (8-6-1957) schrijft het Nijmeegsch dagblad echter al dat de plannen voor een jachthaven weer van de baan zijn: Rijkswaterstaat de baggerconcessie heeft verleend, op voorwaarde dat de maatschappij na het beëindigen van de werkzaamheden de baai afsluit van de rivier.

Gratis zwemmen

In 1961 wordt er nog steeds gezwommen, gezeild en met motorbootjes gevaren, waarbij de Bisonbaai een open verbinding met “enkele kilometers verder op stromende” Waal heeft. Er zijn echter strubbelingen ontstaan: baron van Randwijk liet tegen “een kleine vergoeding” bezoekers toe op zijn terrein. Gemeente Ubbergen had echter een verordening uitgevaardigd, waarbij het verboden was in de Bisonbaai te zwemmen, zolang de eigenaar geen vergunning had om een zwembad te exploiteren. Van Randwijk wilde geen vergunning aanvragen “omdat hij er geen behoefte aan heeft zwembadexploitant te worden” en daarop konden mensen gratis terecht.

De Bisonbaai was een zware concurrent van het “Wylerbad”, welke met gemeentegeld was opgeknapt. De politie had het jaar ervoor, in 1960 een bekeuring uitgeschreven aan een zwemmer, om op die manier een rechtszaak mogelijk te maken die de rechtmatig van de verordening zou ondersteunen. De kantonrechter had de student een boete van 11 gulden gegeven met de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. Een jaar later, tijdens de behandeling van het hoger beroep, zegt de politieman dat er nog geregeld wordt gezwommen en dat de politie er niet tegen optreedt “die eraan toevoegde dat de Burgemeester van Ubbergen van mening was dat men met de tijd mee moest gaan en het zwemmen moest toestaan.” (Zeeuwsch Dagblad, 9-8-1961)

Verkoop?

In 1966 heeft de eigenaar G.R.A. van Randwijk plannen om het recreatiegebied “Bisonbaai” te verkopen. Daarbij verschijnt een advertentie in de Frankfurter Allgemeine, Dit leidt tot Kamervragen: is het wenselijk dat het gebied aan buitenlanders (“Duitsers zijn met name genoemd”) te verkopen? Kan het niet beter verkocht worden aan Nederlanders, desnoods met overheidsbijdrage of met een financiële deelname in de exploitatie? (Trouw, 21-4-1966). De uitkomst van deze eventuele verkoop is mij nog niet bekend. Van Randwijk zegt geen weet van deze advertentie te hebben gehad en dat hij niet zo snel de grond aan Duitsers zou willen verkopen (oa De Volkskrant en De Telegraaf 21-4-1966).

Naakt zwemmen

Schijnbaar lopen de verkoopplannen uiteindelijk op niets uit, want in 1976 is van Randwijk nog steeds eigenaar. (Nieuwsblad van het Noorden, 11-6-1976) Dan verschijnt er een artikel waaruit blijkt dat naaktzwemmers last hebben van toegenomen agressie. Zelf heeft van Randwijk geen bezwaar tegen naaktzwemmen.

Diersoorten

Galloway runderen Bisonbaai (januari 2023)
Galloway runderen Bisonbaai; na veel regen of hoogwater zijn delen van de Bisonbaai drassig (januari 2023)

De Bisonbaai maakt onderdeel uit van het natuurontwikkelingsgebied de Gelderse Poort. “Staatsbosbeheer “De Gelderse Poort” heeft aangegeven dat de Bisonbaai niet gezien moet worden als recreatieplas, maar als natuurgebied. De Bisonbaai is ook dusdanig ingericht. Het is wel toegestaan om overal op eigen risico te zwemmen. Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 41 hectare.” (Register zwemwater).

In het gebied zijn galloway runderen en konikpaarden uitgezet. Omroep Gelderland heeft een mooi artikel geschreven, waarin Jeroen Helmer van ARK Natuurontwikkeling vertelt over deze dieren.

Bij het water zijn watervogels als brilduiker, nonnetje en grote zaagbek te zien. Vooral in de winter zijn hier veel ganzen te zien: brandgans, grauwe gans en kolgans. Daarnaast noemt Birdingplaces (tevens bron) een aantal andere bijzondere vogelsoorten.

Daarnaast komt de bever en de vlindersoort koninginnepage voor.

Hollandsche Spoorweg Maatschappij
#Nijmegen, Benedenstad, Centrum, Gebouw van de dag

Hollandsche Spoorweg, Kannenmarkt

Hollandsche Spoorweg Maatschappij
Hollandsche Spoorweg Maatschappij (juni 2024)

Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden, (waarschijnlijk) door aannemer/architect Grandjean (oa in de beschrijving op Rijksmonumenten; ik heb de bouwtekening nog niet ingezien). Vanaf januari 1903 heeft het aanneemkantoor van goederen tijdelijk op Kannenmarkt no. 11 gezeten (PGNC 22/1/1903).

Advertentie Opening Bestelkantoor Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij Kannenmarkt PGNC 21/10/1890
Advertentie Opening Bestelkantoor Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij Kannenmarkt PGNC 21/10/1890

In een advertentie van PGNC 21/10/1890 wordt echter Kannenmarkt No. 12 genoemd (zie hierboven): “Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij vervoer van goederen: De Maatschappij belast zich van af 15 October e.k. met het vervoer van Bestelgoederen, Geld en Geldswaren naar alle plaatsen in Nederland, gelegen aan de lijnen der Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij”.

Advertentie Opening Bestelkantoor Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij (PGNC 27/1/1904)
Advertentie Opening Bestelkantoor Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij (PGNC 27/1/1904)
Advertentie Reisbureau Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij (PGNC 27/1/1904)
Advertentie Reisbureau Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij (PGNC 27/1/1904)

Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij

De Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij (ook geschreven als HIJSM of HSM) was op 8 augustus 1837 in Amsterdam opgericht. Het was de eerste in Nederland opgerichte spoorwegmaatschappij. De eerste lijn, van Amsterdam naar Haarlem was op 20 september 1839 opengesteld.

Nijmegen-Kleve

Ten aanzien van Nijmegen had zij op 1 juli 1886 de exploitatie van de lijn Nijmegen-Kleve overgenomen. Deze lijn was opgericht door de Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij (NSM) in 1863, wat de eerste treinverbinding van Nijmegen was. De exploitatie daarvan was in handen van Rheinische Eisenbahn-Gesellschaft (en in 1886 kort door Preußische Staatseisenbahnen en in eigen handen).

Wikipedia: “De HIJSM kwam gaandeweg in het bezit van een meerderheidsaandeel in de NSM en bij overeenkomst van 25 maart 1907 kreeg de HIJSM het recht om het Nederlandse gedeelte van de lijn te kopen, waarvan zij in 1923 gebruik maakte. Hierop had Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij geen bestaansrecht meer en zij ging op 1 juli 1923 in liquidatie.”

Verbouwing 1913/1914?

Reisbureau en Beslelkantoor Kannemarkt No  te Nijmegen, H Y S M, De ondertekening van D12.384121 is op 28-11-1913 (D12.384122)
Reisbureau en Beslelkantoor Kannemarkt No  te Nijmegen, H Y S M, De ondertekening van D12.384121 is op 28-11-1913 (D12.384122)
Reisbureau en Beslelkantoor Kannemarkt No  te Nijmegen, H Y S M, (D12.384122)
Reisbureau en Beslelkantoor Kannemarkt No te Nijmegen, H Y S M, (D12.384122)

In het bouwdossier is een bouwtekening van november 1913 gevonden. Het is onduidelijk of deze verbouwing daadwerkelijk heeft plaats gevonden. Let op de loketten, de “etalage” in het midden, wat in ieder geval tegenwoordig een groot raam is.

Opheffing 1917

Advertentie opheffing kantoor Hollansche Ijzeren Spoorweg Maatschappij (PGNC 27/10/1917)
Advertentie opheffing kantoor Hollansche Ijzeren Spoorweg Maatschappij (PGNC 27/10/1917)

Op 1 november 1917 wordt het reisbureau en bestelkantoor opgeheven als gevolg van de “fusie”. In 1917 richtte de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij samen met de Maatschappij tot Exploitatie van de Staatsspoorwegen de belangenmaatschap Nederlandse Spoorwegen (NS) op. Dit zou uiteindelijk leiden tot een fusie tot de Nederlandse Spoorwegen (NS).

Als gevolg van de sluiting brengt R.T. Slagtman & Zn. haar kantoor over naar Kannenmarkt No. 11: “Het afhalen, verzenden en bezorgen van alle soorten Goederen wordt op denzelfden voet voortgezet, zoowel voor Spoor als Boot- Douane-formaliteiten- Verhuizingen”. (artikel en advertentie in PGNC 27/10/1917).

Ook Van Gend & Loos adverteert naar aanleiding van de sluiting. Ook daar is het mogelijk goederen af te halen: “orders voor het, van wege de Spoorweg-Maatschappijen ambtshalve, afhalen van Bestel, Ijl- en Vrachtgoederen”. Daarbij schrijft zij over het aannemen van goederen: “behalve door het station, slechts worden aangenomen door de Factorij Van Gend & Loos, H. Colignon & Cie., Kannenmarkt No. 9”.  (PGNC 3/11/1917)

Vervolg Slagtman

Er is niet uitgebreid gezocht naar het vervolg van Slagtman.

Op 15-7-1931 verhuist het bedrijf naar Mariënburg 23-24 (PGNC 10/7/1931).

Op 2-6-1933 staat een advertentie dat op 8 juni een Buitengewone Algemeene Vergadering van Aandeelhouders wordt gehouden. (De Gelderlander 2/6/1933). Heeft het faillissement van H.R.J. Slagtman, koopman er iets mee te maken? (De Gelderlander 8/8/1933) In ieder geval staat in De Gelderlander 26/1/1934 een advertentie: “Voor verhuizingen Slagtman & Co. N.V. Onder Directie van J. Hunink” Waarbij het adres nog adres Marienburg 23-24 is.

Vervolg Kannenmarkt 6

De H.IJ.M.S is tot 1929 eigenaar geweest van het pand, welke zij waarschijnlijk heeft verhuurd.

In 1918 is er waarschijnlijk een bouwvergunning afgegeven (archiefnummer 1335, inventarisnummer 15877).

Rijwielreparatie Kersten

Rijwielen Kersten Kannenmarkt (De Gelderlander 19/4/1919)
Rijwielen Kersten Kannenmarkt (De Gelderlander 19/4/1919)

De eerste nieuwe gebruiker van het pand lijkt rijwielwinkel Jan Kersten te zijn. De tot nu toe eerst gevonden advertentie is van De Gelderlander 19/4/1919.

Aurora

Rijwielen Aurora Kannenmarkt 6 (De Gelderlander 16/4/1921)
Rijwielen Aurora Kannenmarkt 6 (De Gelderlander 16/4/1921)

In De Gelderlander 14/7/1920 is er nog een advertentie van Kersten gevonden. Daarna is de eerstgevonden advertentie die van Ind. Handelsonderneming “Auroro”, eveneens in rijwielen. Of dit een andere naam voor de zaak van Kersten is of een nieuwe onderneming, is nog niet duidelijk. In ieder geval op De Gelderlander 27/5/1922 nog een advertentie van Aurora.

W. Janssen & Zn.

W. Janssen Groenten en Fruit (De Gelderlander 3/5/1924)
W. Janssen Groenten en Fruit (De Gelderlander 3/5/1924)

De volgende gebruiker die bekend is, is W. Janssen & Zn., een groente en fruithandel. De eerstgevonden advertentie is uit De Gelderlander 3/5/1924.

J. Groenen

Advertentie J. Groenen voor klei aardappelen, Kannenmarkt 6 (De Gelderlander 3/11/1928)
Advertentie J. Groenen voor klei aardappelen, Kannenmarkt 6 (De Gelderlander 3/11/1928)

 Op 20-10-1928 opent J.P. Groenen zijn groentezaak: “een keurig ingerichte zaak in groenten, aardappelen, comestibles, binnen- en buitenlandsch fruit enz.” Daarvoor heeft Groenen zijn winkel van binnen en buiten laten schilderen (De Gelderlander 20/10/1928).

Hij koopt hij het pand van de N.V. Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij op 2-5-1929 (verwijzing actenummer 425, archiefnummer 1202, inventarisnummer 23 met dank aan het RAN voor het scannen van de acte).

“J.P. Groenen, Groente- en fruith.” komt op dit adres voor in de Adresboeken van  1934, 1936, 1938, 1940. In 1948, 1951 is het “grossier levensmiddelen”.

Ready Puddingfabriek

Onder andere in De Gelderlander 31/12/1940 en De Gelderlander 1/12/1941 verschijnen er tevens advertenties van de “Ready Puddingfabriek” op dit adres. De eerstgevonden advertentie van Ready is van De Gelderlander 20/7/1938, maar het is onbekend of de Karrenmarkt 6 toen al de locatie was.

Verkoop aan gemeente?

In November 1956 blijkt J.P. Groenen overeenstemming te hebben bereikt over de verkoop een winkel met twee bovenwoningen, gelegen aan de Kannenmarkt 6 aan de gemeente. De gemeente heeft plannen tot uitbreiding van het Waaggebouw, “met het oog waarop ook de drie belendende panden reeds zijn aangekocht.” De heer Groenen wil dit perceel verkopen voor f11.500,-. (De Gelderlander 14/11/1956)

Of de verkoop is daadwerkelijk heeft plaatsgevonden is niet bekend. In ieder geval is er geen sprake van een uitbreiding van het Waaggebouw geweest en bestaat het pand nog steeds.

Keurentjes

Advertentie Keurentjes in Adresboek 1968
Advertentie Keurentjes in Adresboek 1968

De eerstgevonden vermelding van Keurentjes is in het Adresboek van 1959. Dan komen “E.T., rijw.m.” (rijwielmonteur) en “M. rijw. handelaar” op dit adres voor. In ieder geval komt er in het Adresboek 1971 nog een E.T. Keurentjes en elders “Keurentjes en Zn. M.” voor op Kannenmarkt 6.

Vervolg

Er is nog niet uitputtende onderzocht wat het vervolg is geweest.

Kunstcentrum

In ieder geval zat in de loop van de jaren 80 een kunstcentrum, onder andere is bij het RAN een affiche te vinden voor de aankondiging van de tentoonstelling van de gouaches van Anton Coppens, van 10 tot 18 november 1984.

Ook heeft het Architectuur Centrum Nijmegen een tijdlang gebruik gemaakt van het pand.

Bairro Alto

Inmiddels zit al weer jarenlang Koffiebar Bairro Alto op deze locatie.

Korenmarkt

Waar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Het was een van de…

(Overige) Bronnen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Maatschappij_tot_Exploitatie_van_Staatsspoorwegen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nijmeegsche_Spoorwegmaatschappij

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hollandsche_IJzeren_Spoorweg-Maatschappij

Smederij Pepergas met een beeldje van Mariken (juni 2024)
#Nijmegen, Benedenstad, Gebouw van de dag

Geschiedenis van Smederij in de Pepergas

Smederij Pepergas met een beeldje van Mariken (juni 2024)
Smederij Pepergas met een beeldje van Mariken (juni 2024)

Al jarenlang hangt in de Pepergas een bordje met foto en onderschrift dat in Pepergas 22 een smederij was gevestigd. Ik was benieuwd wat er over deze smederij was te vinden.

L.J. Brinkman

Sinds wanneer er een smid was op Pepergas 22-24 is mij nog niet bekend. In ieder geval was L.J. Brinkman (als persoon of als firma) de gehele 2e helft van de 19e eeuw smid.

De eerstgevonden vermelding is uit 1838: Verbetering van de smederij, Aanvrager: L. Brinkman, Pepergas (inventarisnummer 23045).

De eerstgevonden advertentie is van L.J. Brinkman, Meester Smid in de Pepergas van september 1851 (PGNC 27/9/1851): “dat hij thans ruim voorzien is van een fraai assortiment der nieuwmodische haarden en kagchels, tegen zeer billijke en vaste prijzen”.

Wanneer hij telefoon krijgt (nummer 250), dan is hij In 1909 nog steeds smid op Pepergas 22. J.L. Brinkman en Zoon woont dan als particulier adres Groote straat 45. (PGNC 4/4/1909)

wed. A. Peters-Seegers

22-7 en 5-8-1915 zal de veiling plaats vinden van een “Huis waarin Smeederij en twee Bovenwoningen met Erf aan de Pepergas te Nijmegen gelegen, plaatselijk gemerkt nos. 22 en 24, groot 44 centiaren”. (De Gelderlander 11/7/1915). Dit pand zal voor f885 worden verkocht aan de wed. A. Peters-Seegers, sleepersbedrijf hier te stede uitoefenend (De Gelderlander 7/8/1915)

In juni 1929 biedt wed. A. Peters-Seegers het pand, “smederij met pakhuis en bovenwoning, gelegen aan de Peperstraat Nos. 22-24, groot 44 cA., verhuurd voor f5,50 per week” weer ter veiling aan, samen met een aantal andere gebouwen. De veiling zal op 27 juni en 11 juli gehouden worden (PGNC 15/6/1929).

Smederij(?)

De laatste huizen in de Pepergas even zijde, wachtend op afbraak, voordat de gas eindigt in de Grotestraat, 20/12/1949 (Commissariaat van Politie Nijmegen Afd. Fotografie via F31771 CC0)
De laatste huizen in de Pepergas even zijde, wachtend op afbraak, voordat de gas eindigt in de Grotestraat, 20/12/1949 (Commissariaat van Politie Nijmegen Afd. Fotografie via F31771 CC0)
Links is de smederij te zien: Schilderachtige "stikke" verbindingsstraat tussen de Grotestraat en de Korenmarkt, hier gezien in de richting van de Korenmarkt. Vermoedelijk werd er voornamelijk peper verkocht. Stond ongunstig bekend vanwege de vele daar woonachtige publieke vrouwen, 1930 (dr. Jan Brinkhoff via D5291 RAN)
Links is de smederij te zien: Schilderachtige “stikke” verbindingsstraat tussen de Grotestraat en de Korenmarkt, hier gezien in de richting van de Korenmarkt. Vermoedelijk werd er voornamelijk peper verkocht. Stond ongunstig bekend vanwege de vele daar woonachtige publieke vrouwen, 1930 (dr. Jan Brinkhoff via D5291 RAN)

Opvallend is dat in alle tot nu gevonden adresboeken vanaf 1922 (mogelijk eerder, 1922, 1924, 1926,1932, 1934, 1936, 1938, 1940, 1948 en 1951) Pepergas 22 “werkplaats” wordt genoemd. In 1955 komt het voor als “smederij”. In hoeverre het pand doorlopend een smederij is geweest – in 1929 wordt het bij de verkoop nog zo genoemd- is nog niet bekend. Wel beschrijven de foto’s rond de jaren 50 het pand als “Smederij” en hangt er ook een bordje.

Bij het RAN zijn een aantal mooie foto’s te vinden van het “Verhaal van de smid”, waaronder F53866.

Broerstraat 41

In 1954 opent het 25ste filiaal van Het Zuivelhuis op Broerstraat 48. Haar winkel, eveneens in de Broerstraat, was tijdens…

Korenmarkt

Waar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Het was een van de…