De (voormalige) Kweekschool voor onderwijzeressen. Links de Guyotstraat, ontworpen en gebouwd door N. van Eck, foto gedateerd 1905 (F14159)
In 1899 wordt de Kweekschool voor onderwijzeressen gebouwd. Architect en aannemer is Nicolaas van Eck. Rond 1936 is het gebouw in gebruik door de R.K. Kweekschool afdeling Onderwijzers. In 1958 wordt het gebouw tot 1983 een bibliotheek.
Begin van de kweekschool
Rond november 1898 besluit de Vergadering van aandeelhouders van de Vereeniging tot opleiding van Onderwijzeressen tot het bouwen van een eigen kweekschool. Op dat moment telt de school meer dan 50 leerlingen. Het gebouw zal verrijzen aan de Guyotstraat, hoek Groesbeeksche straat. H. van Eck, een aannemer, zal het gebouw ontwerpen en bouwen (PGNC 6/11/1898).
De school was in 1895 ontstaan en bestond op dat moment uit een tweejarige cursus. Op 1 januari 1899 was de opleiding in een kweekschool veranderd waarbij de cursus vier jaar duurde. Voorzitter J.A. Vissers in zijn toespraak bij de opening: “Het onderwijs is neutraal, maar zonder afbreuk te doen aan… het godsdienstig karakter, dat volgens de bedoeling van de wetgever “zooveel mogelijk” het onderwijs behoort te kenmerken”. (De Gelderlander 3/5/1899)
Kweekschool voor onderwijzeressen geopend in 1899
Het PGNC schrijft naar aanleiding van de opening:
“Op den hoek van de Groesbeeksche en Guyot-straten, den voorgevel uitkomend aan laatstgenoemde straat, is een ruim en welingericht schoolgebouw verrezen, dat bestemd is voor de Kweekschool voor Onderwijzeressen alhier, welk op 1 Januari 1898 geopend werd door “de Vereeniging tot opleiding van Onderwijzeressen te Nijmegen”.
Dit gebouw is wel een kijkje waard. Het bevat vier ruime, goed verlichte en geventileerde schoollokalen voor de vier klassen der school, benevens een flinke zaal voor het onderricht in de gymnastiek en daarboven een dito zaal, die voor het onderwijs in de natuurkundige vakken en het teekenen zal worden ingericht. Verder vindt men er flinke directeur- en docentenkamers, alsmede een geheel op zichzelf staande concierge-woning, wat met het oog op ziekten enz. bij schoolgebouwen een noodzakelijke vereischte is. De corridors zijn zoowel beneden als boven zeer ruim en ontvangen door breede ramen volop licht; de trappen zijn eveneens breed en gemakkelik, terwijl ook de overige onderdeelen van het gebouw naar de eischen van hygiëne en welstand ingericht zijn.
Het gebouw, dat ontworpen en gebouwd is door den heer N. van Eck, bouwkundige alhier, zal met den aanvang van den nieuwen cursus, 1 Mei aanst., in gebruik worden genomen. Vóór dien tijd zullen de ouders der leerlingen en andere belangstellenden in de gelegenheid worden gesteld, zich persoonlijk te overtuigen, hoe flink het Bestuur deze zaak heeft aangevat.
De Nijmeegsche Kweekschool voor Onderwijzeressen zal in het nieuwe gebouw op harer waardige wijze worden gehuisvest.” (PGNC 2/4/1899)
Nicolaas van Eck
Nicolaas van Eck is op 1 december 1856 geboren te Lexmond. Hij is getrouwd met Grietje Benthem (24-12-1858 Diever) Zij komen op 9 augustus 1880 in Nijmegen wonen. Zij zijn dan afkomstig uit Dwingelo. Van Eck heeft als beroep “timmerman” (Bevolkingsregister 1870).
In het Bevolkingsregister 1880 komt hij voor op Spaarbankstraat nr 5, waarbij zijn vorige huizing Houtstraat Wijk B nr 53 was. Zijn beroep is dan timmerman, wat op een later tijdstip door “het blauwe potlood” is vervanger door aannemer. (Bevolkingsregister 1880 en idem).
In de jaren 90 verhuist hij naar Ziekenstraat 50 (tegenwoordig Ziekerstraat), als “aannemer” (Bevolkingsregister 1890). In de jaren 0 verhuist hij naar Guyotstraat 7 (Bevolkingsregister 1900).
Vennootschap van Eck en Scheltema
Hij is enkele jaren een Vennootschap met Petrus Herman Scheltema, architect, aangegaan onder de firma Van Eck en Scheltema voor het uitoefenen van de beroepen aannemer, architect, metselaar, timmerman en mede verwante zaken. (PGNC 3/7/1887). Daarbij adverteren ze in De Gelderlander 17/10/1888 als Bouwkundige – en Ambachtsteekenschool met de cursus Rechtlijnig-, Machine- en Ornament- tekenen. Hun atelier is op de 2e Walstraat (De Gelderlander 17/10/1888). Op 1 februari 1892 wordt de vennootschap weer ontbonden. Van Eck zal het aannemersbedrijf voort zetten (Ziekenstraat no. 50 en werkplaats 2de Walstraat 115), Scheltema als architect (St. Annalaan 13 en voorlopig werkplaats 2de Walstraat 113). (PGNC 3/2/1892).
In november 1901 besluit de gemeente 1480 M² bouwterrein aan de Groesbeeksche Straat en Guyotstraat aan de heeren A. Wijers en N. v. Eck tegen f6.50 per M² te verkopen, kad. Nijmegen sectie B no. 2622. Voorwaarde is dat daarop respectievelijk vóór 1 mei 1903 en 1 mei 1905 aan iedere staat twee woonhuizen zijn gebouwd (PGNC 10/11/1901). Het is nog niet onderzocht of de Guyotstraat 7, welke in de jaren 0 het woonhuis van van Eck zou worden, een van deze huizen is.
Er is verder nog niet onderzocht welk werk van Eck heeft opgeleverd en tot wanneer hij aannemer is geweest. Op PGNC 1/1/1913 is er nog een nieuwjaarsadvertentie van N. van Eck, aannemer.
Beschrijving RAN: “Voormalige kweekschool voor onderwijzeressen; nu kantoor.”, 2013 (Henk van Gaal via DF3804 RAN). Merk daarbij de verandering van de middelste, onderste ruit op de begane grond op in vergelijking tot huidig
In het cursusjaar 1902-1903 had de school 50 leerlingen. (De Gelderlander 12/7/1903).
In 1931 vindt een verbouwing plaats om de zolder te veranderen in een tekenlokaal. Hierbij is Willem Hoffmann de architect (D12.39701).
Rond 1936 gaat de school over naar de R.K. Kweekschool Afd. Onderwijzers. Deze behoorde tot de R.K. Kweekschool op de Groesbeekscheweg 150, waar in 1937 de Afdeling Onderwijzeressen zit. (Adresboek 1936, PGNC 6/6/1936, De Gelderlander 30/4/1936, De Gelderlander 26/6/1937).
Bibliotheek
Waarschijnlijk gaat het gebouw in 1958 weer over naar de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen: in 1958 vindt een verbouwing van de toiletten voor de “Nut’s kleuterschool’. Architect is F.M. Oswald uit Berg en Dal (D12.430715). Daarnaast opent het Nut dat jaar een bibliotheek. Dit was zowel een volwassenen- als jeugdbibliotheek. Daarnaast verzorgde ze de (wisselende collectie in 3 bejaardenhuizen). Sinds 1960 heet het 1960 Stichting Algemene Nuts Openbare Bibliotheek Nijmegen. Het zal tot 1983 in gebruik als bibliotheek. Daarbij wordt haar naam een aantal malen gewijzigd als gevolg van fusies: vanaf 1966 Algemene Openbare bibliotheek, vanaf september 1974 Stichting Gemeenschappelijke Openbare Bibliotheek (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
In 1967 vindt een verbouwing plaats: het wijzigen van de ramen op de begane grond. (D12.464347). Hierbij worden de twee kleine ruitjes in het midden 1 ruit. Daarbij is opvallend dat in 2013 het middelste raam nog steeds uit 1 ruit bestaat, terwijl in 2023 hier zich weer 2 kleine ruiten bevinden.
Bij de verbouwing van 1983 is de opdrachtgever echter wel “Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen dep. Nijmegen” (oa D12.542578).
In 1992 worden er brandveiligheidsmaatregelen genomen, onder andere door het plaatsen van een brandtrap.
Gemeentelijk Monument
Het pand is een Gemeentelijk Monument. Met als tekst bij het besluit bij aanwijzing (tevens uitgebreide beschrijving):
“Goed voorbeeld van een eenvoudig maar zorgvuldig gedetailleerd schoolgebouw van rond de eeuwwisseling. Voorts van belang als onderdeel van het Beschermd Stadsbeeld 19de eeuwse Stadsuitleg. Goed bewaard gebleven.”
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
De villa Mussenhaghe aan de Groesbeekseweg is rond 1750 gebouwd als boerderij. Eind 19e eeuw is deze omgebouwd tot villa.
Het gebouw is sinds 1988 een gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing: “Landhuisje. Onderdeel van een uit twee gedeelten bestaand boerderij-woonhuis samen met Valkenburgseweg 1. Geheel gepleisterd en gewit blokvormig pand van éénbouwlaag met pannengedekt schilddak. Voorgevel drie-assig met gelijkvormige brede vensters en in het midden openslaande tuindeuren, alle met de oorspronkelijke persiennes. Middendeel geflankeerd door vlakke pilasters met verdiepte vakken. Bovendorpel vensters en deur licht gewelfd. Geprofileerde stuclijsten en stucornament als bovenbekroning. Gevel gedekt door geprofileerde lijst waarboven bekroning van metselwerk: hoog middengedeelte met dakvenster van twee gekoppelde rondboogramen, geflankeerd door pilasters. Gebogen bekroning met daarop een stucornament. Ter weerszijden lage gemetselde balustrade met hoekbekroningen. Dakkapel geflankeerd door voluutvormige ornamenten van stuc. In rechter zijgevel smalle voordeur met rechts daarvan raam met persiennes. Bouwtijd: ontstaan door toevoeging van een voorgevel ca. 1870-1875 aan een boerderij uit de 18de of het begin van de 19de eeuw. Karakteristiek en voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van een door verbouwing van boerenbedrijf tot landhuis geworden pand van goede verhoudingen en detaillering.”
Villa Mussenhaghe , op de hoek met de Valkenburgseweg (rechts).
De villa werd rond 1750 gebouwd als boerderij. Eind 19de eeuw is het omgebouwd tot villa.
Karakteristiek en voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van een door verbouwing van boerenbedrijf tot landhuis geworden pand van goede verhoudingen en detaillering.
Inmiddels heeft de villa een opknapbeurt gehad, Valkenburgseweg, 1986 (Gemeente Nijmegen, afd. Reprografie via KN12864-15 RAN CC0)
Ditmar Jansen, eigenaar van het goed lopende hotel Mariënboom (tegenwoordig Oud-Mariënboom) laat in 1910-1911 een nieuw, groter pand bouwen als hotel-pension Mariënburg. De architect was Jan Baanders (Sr.), die later van invloed zou zijn op de Amsterdamse School. Nadat het jaren een hotel is geweest, was het onder andere in gebruik voor gerepatrieerde Indië-gangers en de Dienst Bescherming Bevolking. Ook heeft er een aantal jaren creatief centrum de Appel in gezeten.
Hotel-Pension Mariënboom
Bij de opening op 4-3-1911 adverteert Hotel-Restaurant “Mariënboom” dat de rolschaatsbaan “maandag” opengaat. (De Gelderlander 04-03-1911). Wanneer de voorzieningen precies zijn aangebracht is onbekend, maar in de jaren dertig beschikte het hotel tevens over een benzinepomp, een rolschaatsbaan, tennisbanen, een speeltuin, een boomgaard en zelfs een dierentuintje met onder andere wasberen.
“Hotel-Pension “Mariënboom”.
Het Hotel Pension “Mariënboom”, 1912 (RAN F13041)
Het hotel-pension-restaurant “Mariënboom” van den heer Ditmar Jansen aan den Groesbeekschen weg, enkele minuten voorbij het Groenewoud, is aan ieder Nijmegenaar bekend. Vooral in de zomermaanden biedt “Mariënboom” met zijn prachtige lommerijken tuin en zijn sportvelden den wandelaars eene heerlijke gelegenheid om er een oogenblijk te vertoeven en een verfrissching te gebruiken. En ook als hotel-pension wordt “Mariënboom” zeer gewaardeerd.
Teneinde intusschen de inrichting te doen tegemoetkomen aan de eischen van den tegenwoordigen tijd op het gebied van hotelwezen en tevens de exploitatie op grooter voet te kunnen doen plaats hebben, besloot de heer Ditmar Jansen voor eenige maanden tot de stichting van een nieuw gebouw aan den zuidelijken hoek van den uitgestrekten tuin, waartoe de plannen ontworpen werden door den heer Jan Baanders, architect. Met de uitvoering der plannen werden belast de heeren Leenders en Cremers, aannemers te Berg-en-Dal. Thans is het gebouw voltooid en wij hebben gisteren de resultaten van het werk van genoemde heeren in ogenschouw genomen, resultaten, welke hun in alle opzichten tot eer strekken.
Het nieuwe “Mariënboom” maakt van den weg af gezien temidden van de weelderige natuur een alleraardigsten indruk door zijn frissche tinten en den levendigen stijl waarin het opgetrokken is. Het ligt op een heuveltje, waartoe breede, fraai beplante terrassen toegang geven. Betreden wij het gebouw dan komen wij allereerst in de groote restauratiezaal. Hier merkt men onmiddellijk op, dat het gebouw voorzien is van electrisch licht en centrale verwarming. Een mooi buffet en goed loopende biljarts trekken voorts de aandacht, alsmede de moderne wandbekleeding, met een cementsoort, welke het behangselpapier volkomen vervangt en de nadeelen van het laatste uit een oogpunt van hygiëne vermijdt. De restauratiezaal grenst aan een 14 meter lange serre met breed terras, van waaruit men een verrukkelijk uitzicht heeft op de prachtige omgeving. Door een andere breede deur komt men in de eetzaal, ook toegang gevend op een terras. Op deze verdieping is voorts nog de keuken- warmwatergeleiding- met bijkeuken, een mooie ontvangstzaal en kantoor.
De eerste etage bevat een zevental logeerkamers, keurig geïnstalleerd, o.m. met spiegelkasten, en in alle opzichten ingericht naar de eischen des tijds. De tweede etage telt eveneens zeven logeerkamers. Op elke verdieping zijn toiletten, koud- en warmwatergeleidingen, enz. Voorts heeft men op de 3e etage de appartementen van ’t personeel. Overal, van de beneden-zalen tot op de bovenste verdiepingen, is er in groote mate ruimte, licht en lucht, die drie onmisbare factoren voor wie prijs stelt op eene goede gezondheid.
Het sous-terrain, waarnaar men langs een breeden trap afdaalt en dat voorts verschillende uitgagen naar buiten heeft, is in hoofdzaak in beslag genomen door een groote rolschaatsbaan met geruischloozen cementvloer. Een muziek-podium, electrische lichtbollen enz. zullen, wanneer de rolschaatsensport hier over eenigen tijd ongetwijfeld druk beoefend zal worden, de baan wel tot een lustoord voor sportmenschen maken. Verder stippen wij in het sous-terrain aan: de stookplaats voor de centrale verwarming, sportkleedkamers, kleine magazijnen enz.
Achter het gebouw ligt de stal, waarvan het grootste deel is ingericht als auto-garage en koetshuis met paardenstal, het achterwaarts gelegen deel als koe- en varkensstal. Men zou denken zich hier in een klein hoekje van een modelboerderij te bevinden. Nog is er een praktische gelegenheid om in de garage kleine reparaties aan automobielen te verrichten.
Het oude gebouw “Mariënboom” wordt thans bestemd tot dépendance van het hotel.” (PGNC 29/1/1911)
Mariënboom in 2013 (foto Henk van Gaal via RAN DF3663)
Jan Baanders (Sr.)
De architect van Mariënboom is Jan Baanders (Sr., Amsterdam, 8 september 1884 – Laren, NH, 26 mei 1966)
Baanders heeft bouwkunde aan de Industrieschool in Amsterdam gestudeerd. Daar raakte hij tevens bevriend met Michiel de Klerk.
Mariënboom was het eerste zelfstandige werk van Baanders. Van 12 januari 1910 tot 2 augustus 1911 woonde hij in Nijmegen, in het ‘oude’ Mariënboom, Groesbeekseweg 424. Dan vertrekt hij weer naar Amsterdam.
Volgens wikipedia keert Baanders in 1915 weer terug naar Amsterdam. Dan gaat hij samenwerken met zijn broer Herman, die een succesvol architectenbureau heeft. Vanaf dat moment heet het bureau Architectenbureau H.A.J. en Jan Baanders. In dit bureau hebben meerdere architecten gewerkt, die later de “Amsterdamse School” zouden vormen, waaronder (tijdelijk) Michel de Klerk.
Vervolg: Gevonden gebruikers
Hieronder staan de tot nu toe gevonden gebruikers van het pand weergegeven.
Anna Karoline Liesenberg
Vanaf 1914 was Anna Karoline Liesenberg (Halberstadt 9 april 1884 – ‘s-Gravenhage 2 april 1941) exploitant van hotel Mariënboom. Zij was weduwe van Nicolaas Josephus Jergen, die voor een korte tijd directeur was geweest van Hotel du Soleil. In 1906 waren zij uit Nijmegen vertrokken. Jergen overlijdt op 17-12-11913 in Den Haag
Op 3-6-1924 vertrekt zij weer naar Den Haag, waar ze op 26-6-1925 hertrouwt met Willem Albert Jansen, handelaar in automobielen.
Wie tussen Liesenberg en Rubens eigenaar is, is nog niet bekend. in De Gelderlander 29/5/1926 adverteert Th. Looyschelder met Hotel “Mariënboom”
advertentie hotel Mariënboom Looyschelder De Gelderlander 29/5/1926
In 1928 wordt hier een van de eerste benzinepompen van Nijmegen geplaatst (Noviomagus).
Hotel Pension en Garage “Mariënboom”, 1930 (F13679 RAN)
Israel/Theo Rubens en de Tweede Wereldoorlog
Rond de Tweede Wereldoorlog is Israel Rubens eigenaar van hotel Mariënboom. Omdat hij trouwt met een katholieke vrouw, had hij de voornaam Theo aangenomen. Zijn aangrijpende verhaal is te lezen op: Noviomagus https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Herinnering/Bombardement/09-09-08.htm: hij weet mede door zijn kookkunsten deportatie voor lange tijd te ontlopen. De Duitsers gebruikten Mariënbosch als hospitaal, waardoor Mariënboom druk bezocht werd door Duitse soldaten die kwamen eten en bier drinken. Bovendien was hij getrouwd met een niet-joodse, katholieke, vrouw Toos Decates.
Uiteindelijk wordt Mariënboom gevorderd als hospitaal voor Duitse officieren; Theo komt in 1944 wel in een concentratiekamp terecht, maar overleeft de oorlog.
Tijdens de gevechten rond Nijmegen is Mariënboom onderkomen voor Engelse en Canadese soldaten.
Repatriëring Oud-Indiërs
Midden jaren 50 werden Nederlanders die uit Indonesië waren gerepatrieerd ondergebracht in hotel pension Mariënboom.
Dienst Bescherming Bevolking
Vanaf 1959 was Mariënboom in gebruik door de Dienst Bescherming Bevolking (BB). Deze dienst was in 1952 -tijdens de oorlog in Korea- opgericht. Tijdens de Koude Oorlog hield men rekening met een mogelijke aanval door de Sovjet Unie. Mariënboom was door de BB in gebruik als EHBO-post, brandweer een bewaking van atoomschuilkelders bij een kernoorlog. De BB gaf bovendien voorlichting over wat mensen moesten doen bij een aanval met een atoombom. Het pand was tot 1980 in gebruik als kantoor en oefenruimte voor de BB.
Een paar mooie foto zijn te zien bij het RAN over een EHBO-oefening van BB samen met het Rode Kruis, waar in totaal 400 mensen aan mee deden: F67948, F67935, F67931
Noviomagus noemt overigens het jaartal 1986. In ieder geval staat het pand december 1986 te koop (F20989).
Veilinghuis René van Baak
Mariënboom, 1989 (Ber van Haren via ZN35963 RAN CC0)
Van 1989 tot 2002 had Rene van Baak zijn veilinghuis in Villa Mariënboom (Noviomagus)
Op de foto F90744 uit 1988-1990 staat de ingang weergegeven, waarbij aan beide kanten van de ingang een kariatide (een vrouwenfiguur als pilaar) staan.
Creatief centrum de Appel
In 2011 kocht Vincent Paes, een baksteenfabrikant, het gebouw. Zijn vrouw Esther Appels begon hier creatief centrum de Appel, een plek voor bewustwording, yoga en meditatie. Rond 2020 werd het gebouw verkocht, (waarschijnlijk) om verbouwd te worden tot appartementen.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 1995 een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Gaaf bewaard pand van een ongewoon bouwtype, karakteristiek gelegen en van belang als voorbeeld van de ontwikkeling van een agrarische buurtschap tot landelijke stadswijk met woon- en recreatiefunctie.”
1899 Kook- en Huishoudschool, Groesbeekseweg 15 Galgenveld
De voorgevel van de Kook en Huishoudschool – wat tevens boven de ingang staat geschreven, architect Semmelink, 1899 (F58731 RAN)
In januari 1899 gaat de kook- en huishoudschool aan de Groesbeeksche straat open. Het ontwerp was van architect Semmelink. In 1893 hadden een aantal vooraanstaande Nijmeegse vrouwen het initiatief genomen tot de oprichting van een kookschool. Dit naar aanleiding van een lezing van freule Jeltje de Bosch Kemper.
Jeltje de Bosch Kemper
Jeltje de Bosch Kemper (Amsterdam, 28 april 1836 – 16 februari 1916) zette zich in voor de verbetering van de maatschappelijke positie van vrouwen. Een van haar initiatieven was de oprichting van de Amsterdamse huishoudschool in 1891. Deze was bedoeld voor huisvrouwen en voor degenen die later professioneel in de huishouding of het huishoudonderwijs zouden gaan werken.
De lezing
Op 14 december gaf ze een lezing “De Opleiding van de Vrouw voor de Huishoud- en Kookkunst” in de zaal van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen.
Zij gaf daarin het belang van de huishoud- en kookkunst voor vrouwen aan , vooral bij de minder welvarende standen. Om met die kennis het huiselijk geluk te kunnen bevorderen. Daarbij noemt ze ook hoe in België, Schotland en Engeland heeft geprobeerd huishoud- en kookonderwijs onderdeel te laten zijn van lager onderwijs.
Daarna geeft zij aan hoe een cursus kan worden opgezet, waarbij met geringe middelen en bescheiden schaal het onderwijs al kan worden vormgegeven. (PGNC 13/12/1893 en PGNC 16/12/1893)
Het Begin
Een kookles in 1910 op de Groesbeekseweg (F58720 RAN)
Aanvankelijk was de school begonnen in een klein gebouw “De Eenigheid”, lokalen van de voormalige Bank van Leening dat door de gemeente was afgestaan. De Eenigheid was een gas, waar nu het noorden van Plein 1944 ligt. Op 1 september 1894 ging de school van start. Daarbij konden de volgende curssusen worden gevolgd: de Damescursus, de Dienstbodecursus en de Volkslessen.
Omdat de school erg vochtig was, vestigde zij zich in een gehuurd huis aan de van Berchenstraat 21. Hierbij was tevens plaats voor een klein aantal internen. Vanwege de toename van het aantal leerlingen voldeed ook dit gebouw niet meer; herhaaldelijke verzoeken tot opname van interne leerlingen moesten worden afgewezen. (De Gelderlander 8/1/1899).
Op 7 januari 1899 opent het pand aan de Groesbeeksetraat. Het RAN noemt de bouwstijl: “eclectisch (met Art Nouveau elementen)”
Daarbij, of twee jaar later, gaat de school naast kook- ook huishoudonderwijs geven en lesgeven aan weesmeisjes: Het Huis van de Geschiedenis noemt 2 jaar later, het krantenartikel bij de opening noemt de school al voor kook- en huishoudonderwijs en geeft aan dat er al strijk- en mangelkamers zijn. Ook zijn er leden van het weeshuis bij de opening aanwezig, waarbij niet geheel duidelijk is in welke aard: “van het weeshuis tegenwoordig, dien van de verschillende leeraressen, die achtereenvolgens aan de school waren werkzaam geweest.”
In 1910 vindt een verbouwing plaats.
Nijverheidsonderwijs en verder
De kook- en huishoudschool, architect Semmelink, foto 1915 (A.T. van Hooijdonk via F14218 RAN)
Vanaf april 1920 viel de school onder het Nijverheidsonderwijs. Het pand nr. 17 werd bij de school opgetrokken. De opleiding kostuumnaaien begon 2 jaar later. Vanaf 1930 werd er begonnen met de primaire opleiding, een voorbereidende cursus welke een vervolg was op de lagere school.
In 1936 was er een grote verbouwing: de minister van onderwijs vond 2 neutrale huishoudscholen in Nijmegen te veel. Daarop ging de school samen met “De Haard”.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist de directrice vele malen -19 keer- te voorkomen dat de school werd gevorderd. Op 24 maart 1945 vond de verhuizing plaats naar Oranjesingel 3. Op 13 juni 1951 werd een nieuwe school geopend.
Er is nog niet verder onderzocht wat de functie van het gebouw aan de Groesbeekseweg vervolgens is geweest. In ieder geval is het gebouw in 1999 vervangen door appartementen.
Huishoudschool 1903: nummer 17 is op dat moment in aanbouw, architect Semmelink (G. van Heuven via F14209 RAN)
Artikel PGNC 1899
Het PGNC schrijft bij de opening in 1899:
“Nijmegen, 7 januari.
Aan de Groesbeeksche straat, te midden eener geheel nieuwe, moderne buurt, welker fraaie huizen in enkele jaren als het ware bij tientallen uit den grond zijn verreezen, trekt sinds eenigen tijd een flink gebouw met een zeer karakteristieken gevel de aandacht. Boven de entrée staat op een smaakvol schild de bestemming vermeld: Kook- en Huishoudschool. Het zeer actieve bestuur deze instelling van practisch nut heeft niet gerust, voor het een eigen huis had. Met krachtigen financieelen steun van verschillende ingezetenen kwam dit gebouw tot stand, om, naar wij hopen, tal van jaren een aangenaam tehuis te zijn voor jonge dames, die zich met ernst toerusten voor de haar wachtende schoone taak, om als bedreven huisvrouwen den scepter te voeren in de echtelijke woning of om elders, waar haar hulp vereischt wordt, nuttig te kunnen zijn.
Het gebouw links is de eerste Nijmeegse huishoudschool ook wel kookschool genoemd, gedateerd 1905 – zal echter eerder zijn aangezien nr 17 nog niet gebouwd is/in aanbouw is (Vivat Amsterdam via F13712 RAN)
De heer Semmelink, onze kundige bouwmeester, heeft met zijn practischen zin een uitstekend gebouw geleverd, dat zeker aan alle rechtmatigen eischen voldoet. De gevel, opgetrokken van rooden baksteen, afgewisseld met zand- en hardsten, wij zeiden het reeds, maakt een goeden indruk. In de boogvormige entrée geven drie deuren toegang tot het gebouw; de hoofddeur leidt naar een ruimen, breeden corridor, terwijl een zijdeur links naar de theoriezaal en een rechts maar de volkskeuken voert. De beneden-rechter vleugel van het gebouw wordt ingenomen door twee groote keukens van talrijke fornuizen en andere keuken-utensiliën volgens de laatste vinding. Links, achter de reeds genoemde theoriezaal, de toegang naar het sousterrain en daarachter ruime, aan den tuin uitkomende strijk- en mangelkamers. De eerste etage bevat een groote huiskamer, een dito eetkamer, een bestuurs-kamer, een directrice-kamer, benevens flinke slaapkamers; de tweede etage slaapkamers, badkamer, bergkamer enz. Alles ruim, luchtig en vroolijk en, hoewel niet met luxe, toch zeer degelijk en gezellig gemeubileerd. In het sousterrain bevinden zich de provisiekamer, van waaruit een lift langs de keukens naar de eetkamer voert; verder bergplaatsen van allerlei aard. Doordat het sousterrain ook een ingang heeft aan de voorzijde, kan alle provisie, brandstof enz. direct op de daarvoor bestemde plaatsen worden bezorgd. Ook heeft men daarlangs toegang tot den grooten tuin achter het gebouw gelegen, waarin later een proef-moestuin zal worden aangelegd. Het geheel is met zorg afgewerkt en van allerhande gemakken voorzien.
De bouw werd aangenomen door de heeren Heijmerink en Nollen, aannemers alhier, die het gebouw tot tevredenheid van het bestuur hebben opgeleverd en wier lof zeker de bezoekers van heden zullen verkondigen.
Heden middag te 2 ure had de plechtige opening van het gebouw plaats. Een talrijke schare dames en eenige heeren waren hierbij tegenwoordig. Onder de aanwezigen bevond zich ook jonkvrouw Jeltje de Bosch Kemper, die destijds door het houden van eene lezing hier ten stede den eersten stoot heeft gegeven tot de oprichting van eenen kook- en huishoudschool, en de luit.-kolonel Grevers, kommandant der Koloniale Reserve. Door de presidente van het bestuur, mevr. Schönhard-Krecke, werd een hartelijke openingsrede gehouden, waarin dank gebracht werd aan het Gemeentebestuur voor de bereidwilligheid, waarmede dit destijds kosteloos het lokaal in de Eenigheid had afgestaan; aan freule de Bosch Kemper voor het initiatief in zake stichting van huishoudscholen; aan den luit.-kolonel Grevers en ook diens voorganger luit.-kolonel Notten voor hunne belangstelling in de zaak; aan den architect, den heer Semmelink, en de aannemers van het nieuwe gebouw, kortom aan nog vele anderen, die zich verdienstelijk hadden gemaakt jegens de inrichting, en last not least, aan de aftredende directeur, mejuffrouw van Dijk, voor haar flink bestuur, dat der school ten zegen is geweest. In korte trekken schetste mevr. Schönhard de geschiedenis der school, welke in weinige jaren zulk een hooge vlucht heeft genomen en tot welker voortdurenden bloei spreekster, zeker uit naam van allen, de hartelijke wenschen uitsprak.
Na deze rede werd door eenige leerlingen een openings-cantate, woorden van mej. J.A. Kosters (?), zeer verdienstelijk gezongen, werd der dichteres een krans aangeboden en sprak jonkvr. De Bosch Kemper nog een hartelijk wederwoord. Hierop werd eene tournée gemaakt door de verschillende zalen van het fraaie gebouw en daarmede was de inwijding afgeloopen. Moge zij, om de woorden freule de Bosch Kemper hier nog eens te herhalen, gedijen tot in lengte van dagen!” (PGNC 8/1/1899)
Voormalige Kook- en Huishoudschool, Groesbeekseweg 15 en 17, augustus 2023 (Google Streetview)
Groesbeekseweg 23 Hoek Guyotstraat, Architect Claase, augustus 2023 (Google Streetview)
In juli 1897 besluit de gemeente tot de verkoop van een perceel bouwterrein, “905m² aan de Groesbeeksche straat, hoek Guyotstraat, voor f6 per m².” (De Gelderlander 19/7/1897).
Op 4 september besteedt Claase de bouw van twee woonhuizen aan. Dit gebeurt in opdracht van de heer Burgers, eigenaar van Hotel Burgers (voorheen Hotel Faaze) in de Molenstraat. (De Gelderlander 1/9/1897 en PGNC 8/9/1897).
Ontwerp voor de bouw van twee woonhuizen a/d Groesbeekschestraat hoek Guyotstraat, architect Claase, datum dossier 1-1-1897 (D12.377719)
Uit een ingezonden brief in PGNC 8/9/1897 van de aannemer J.H. Leenders blijkt dat het werk is gegund aan J.B. Smits. Terrwijl J.H. Leenders (zegt) de laatste inschrijving te hebben gehad. Vervolgens blijkt dat de bouw van vier (in plaats van 2) huizen onderhands is aanbesteed aan Smits. Uit deze brief lijkt bovendien dat het de eerste aanbesteding van Claase in Nijmegen is: “…zal het dan wel een spoorslag zijn om, wanneer de heer Claase een tweede wek zal uitbesteeden,…”
In zover het digitaal bouwarchief openbaar gemaakt is, zijn er geen veranderingen aan het gebouw gebracht behalve de aanleg van riolering. Claase vinden we in ieder geval in 1905 weer terug in de Guyotstraat: “Het bouwen van een Beneden- en Bovenhuis op een terrein aan de Guyotstraat. De gemeente Nijmegen heeft het gebouw bestempeld als een “stadsbeeldbepalend object”.
Klooster en kweekschool voor meisjes, architect Joseph Seelen (Uit Katholieke Illustratie via RAN F9292)
Op 1 mei 1923 vond de inwijding plaats van het klooster en kweekschool voor meisjes aan de Groesbeekseweg plaats. Dit klooster en deze school was van de orde Filles de la Sagesse (Dochters der Wijsheid). Het was een orde die oorspronkelijk afkomstig uit Frankrijk. Vanwege religieuze moeilijkheden aldaar was Nijmegen een van de plaatsen waar deze zusters zich vestigden, in de Lange Hezelstraat. Een jaar na de opening in 1923 vond uitbreiding plaats met een meisjesschool voor L.O. en M.U.L.O.
Op het einde van dit artikel staat een uitgebreid verslag van de opening op 1-5-1923 weergegeven.
Uitbreiding
Rond 3 september 1923 vindt de aanbesteding van “de bouw van een Klooster en Kapel aan de Groesbeekschen weg voor de Congregatie der Eerwaarde Zusters ‘Filles de la Sagesse’ te Nijmegen plaats. Deze is onderhands opgedragen aan de firma Hofman & Arts, voor het bedrag van f 197.290,-.
Daarnaast is de bouw van een Lagere en U.L.O.-school aan den Groesbeeschen weg eveneens opgedragen aan de firma Hofman & Arts, die met f 55.6700,- de laagste inschrijving hadden. (PGNC 3/9/1923).
Ook hier is Jos. Seelen de architect.
Seelen, Jozef
Dat de Filles de la Sagesse bij Jozef Seelen (18-10-1871 Venlo -16-10-1951 Heerlen) uitkwam, is niet vreemd: Schimmert, de hoofdvestiging van deze orde in Nederland, ligt op ongeveer 15 kilometer van Heerlen.
Jozeph Seelen werd in 1900 de eerste gemeente-architect van Heerlen. Bovendien had hij zijn eigen bureau. Op 1913 stopte hij als gemeente architect. Heerlen vertelt: ““Seelen had goede contacten met verscheidene religieuze ordes in Heerlen die hem de nodige opdrachten bezorgden. In deze tijd heeft hij ook veel projecten buiten de gemeente- en provinciegrenzen gerealiseerd. Hij bleef altijd gevestigd in Heerlen. Volgens de nazaten van Seelen nam zijn oudste zoon Henk regelmatig het schrijfwerk op de tekeningen voor zijn rekening omdat hij een prachtig handschrift had. Samen ging hij met zijn zoon Henk Seelen op de fiets naar de werklocaties, ook ver buiten Heerlen. Henk noteerde daar de aanwijzingen van zijn vader bij de werktekeningen. Daarna kon dit verder verwerkt worden in het kantoor.”
“Heden werd de nieuwe R.K. Kweekschool plechtig ingewijd door den hoogeerw. heer Deken C.A. Van Son.
Deze feestdag voor de Eerw. Zusters Dochters der Wijsheid, wird begonnen met God.
Om negen uur droeg de hoogeerw. heer Deken C.A. van Son een plechtige H. Mis op aan het hoofdaltaar der St. Antoniuskerk aan den Groesbeekschen weg. De eerw. Zusters en de leerlingen der R.K. Meisjeskweekschool woonden met talrijke andere belangstellenden het H. Misoffer bij, waaronder de gregoriaansche misgezangen door de jong dames-kweekelingen op stichtende wijze gezongen werden.
Omstreeks tien uur vingen de plechtige inzegeningen van het kweekschoolgebouw door den hoogeerw. heer Deken aan, die geassisteerd werd door den zeereerw. pater Preller(?) O.P., rector van de eerw. Zusters Dochters der Wijsheid.
Tijdens deze plechtige inzegening volgde een stoet van zusters en kweekelingen de officianten.
In de groote studiezaal hadden zich intusschen de genoodigden vereenigd, die zoo groot in aantal waren dat zij de ruime zaal grootendeels vulden.
Onder de aanwezigen merkten wij zoowel geestelijke als burgelijke autoriteiten, en wel bijna alle zeereerw. heeren Pastoors van de parochies der stad, de zeereerw. heer Goortz uit ’s-Bosch, inspecteur van het Bijzonder Onderwijs en vertegenwoordiger van Z.D.H. Mgr. Arn. Diepen, de zeereerw. paters Dominicanen Kothmann O.P., prior en Tummers O.P., en de heeren mr. Troyen, rijksinspecteur J.O., ds. W.F. Smits, distr. Schoolopz. L.O., H. Vrancken, wethouder van onderwijs, W.H. Peters, dir. Rijkskweekschool. Seelen, architect van de R.K. Kweekschool, enz.
De hoogeerw. heer Denken C.A. van Son, opende de rij van sprekers en verklaarde de H. Mis van dank vanmorgen opgedragen en de plechtige inwijding thans verricht te hebben, om daardoor een hoog bewijs van waardeering te geven voor het vele en goede werk door de eerw. Zusters Dochters der Wijsheid, hier ter stede verricht in het belang van het bijzonder onderwijs.
Jaren lang hebben deze al in stilte en verborgen gewerkte in haar eenvoudig onderwijshuis aan de Lange Hezelstraat. Het was noodzakelijk dat de eerw. Zusters uitzagen naar nieuwe gebouwen, welke meer beantwoordden aan de nieuwe eischen des tijds aan onderwijsinrichtingen gesteld. Men wachtte het gunstige tijdstip af en hierop kwam nu dit mooie onderwijsgebouw tot stand, dat getuigt van durf en ondernemingszin en een eereplaats zal innemen onder de tempels der wetenschap welke de universiteitsstad Nijmegen bezit.
PGNC 2/2/1922
In voortdurend vertrouwen op God bleef men voortgaan op den ingeslagen weg- en dat vertrouwen is niet ijdel voor hen, die werken voor Gods eer.
Spr. vermaande de eerw. zusters op God te blijven vertrouwen, opdat het haar gegeven mocht zijn nog vele jaren zich met den zelfden ijver en even groote opoffering te mogen blijven toeleggen op de hooge taak: van vorming van katholieke leerkrachten voor de jeugd.
De hoogeerw. heer Deken wees op de verantwoordelijke maar tevens heerlijke taak, welke er ligt in de vorming van leeraressen, en welk een ontzaggelijke kracht ten goede er uitgaat van onderwijzeressen, die den leerlingen goed voorgaan en de leerlingen, vooral ook in deugd opvoeden.
Naast de vergankelijke wetenschappen wordt hun immers ook ’t hoogste doel geleerd: op aarde God te dienen en hiernamaals eeuwig gelukkig te kunnen zijn.
Spr. sprak den wensch uit, dat het werk der eerw. zusters steeds voorspoedig zou gedijen, en op haar arbeid immer zou mogen rusten de sympathie der menschen- opdat haar zegenrijk werk zou mogen voortgaan tot in lengte van jaren en tallooze meisjes hier gevormd zouden mogen worden tot uitstekende onderwijzeressen, die haar beste krachten zouden geven aan het onderwijs der katholieke en de kinderen opvoeden tot sieraden der maatschappij.
Mr. Trijen, inspecteur l.o., verklaarde gaarne naar Nijmegen te zijn gekomen, om hier bij deze plechtige opening van de nieuwe bijz. kweekschool blijken van belangstelling te kunnen geven.
Terecht is voor deze plechtige inwijding gekozen den dag van één Mei: het symbool van ontwikkeling, van nieuw leven, nieuwe bloei, van durf, moed en zelfvertrouwen en vertrouwen in den toekomst.
Het bestuur van deze kweekschool, die het werk klein begon, heeft het voortgezet en nu voltooid- en gaf blijk van groot vertrouwen en goed doorzicht.
Spr. verheugde zich er over, dat tevens door de gelijkstelling van het Bijzonder en het Openbaar Onderwijs ook door stichting mogelijk was geworden- al zijn ook hier alle financieele moeilijkheden niet opgeheven.
Maar in volle Gods vertrouwen werd dit stichtingswerk gedaan, indachtig de woorden van de psalmist: ‘Indien de Heer het huis niet bouwt, dan werken degenen, die het huis gebouwd hebben, tevergeefs”.
Moge dan deze kweekschool welke in een ruim, doelmatig schoon gebouw, een schitterende toekomst tegemoet gaan, moge het aantal leerlingen steeds toenemen onder de uitstekende leiding van de docenten, welke zich wijden aan de wetenschappelijke vorming en godsdienstige opvoeding van de leerlingen.
Spr. wees op de mooie roeping van onderwijzers- en hoopte, dat de leerlingen steeds indachtig zouden blijven de geest van offervaardigheid, hulpvaardigheid, welke haar docenten bezielde.
Moge deze geest spreken uit de geheele instelling en moge deze rijk en nuttig werken voor het nageslacht.
Dee zeereerw. heer Rector Goortz uit Den Bosch, inspecteur van het Bijz. Onderwijs, achtte het een aangename taak zijn gelukwenschen bij die der vorige sprekers te mogen voegen. Deze dag is dan een ware jubeldag voor de stichting. Wanneer men van nabij weet, wat de inspanning en zorg het kost een kweekschool op te richen, in stand te houden en tot bloei te brengen, dan begrijpt men nog meer de beteekenis van een dag als deze.
Spr. betuigt zijn hooge waardering voor het werken en streven van de E. Z. Dochters der Wijsheid, die nog juist op tijd haar kweekschool in wezen hadden weten te brengen. Daartoe behoorde energie en doorzicht- Spr. zou de zusters, naast dochters van de Wijsheid, ook dochters van de Kracht en van de Voorzienigheid willen noemen. Zij zijn de zusters van den durf en de daad- en mogen thans op dezen dag verheugd zijn.
Haar werk werd ook rijkelijk gezegend door God, die zich in edelmoedigheid nimmer laat overtreffen.
Als inspecteur van het bijzonder onderwijs wees spr. er op, dat er thans in het bisdom Den Bosch vele kweekscholen zijn voor onderwijzeressen. En hij stelde zich de vraag of deze, de dertiende in de rij, wel noodig was? Was er inderdaad behoefte aan? De practijk bewees haar bestaansrecht. Voornamelijk waar het hier betrof een externaat, waaraan voor Nijmegen en omstreken groote behoefte bleek te bestaan. Katholiek Nijmegen kan de eerw. zusters dan ook dankbaar zijn. Vele leerlingen uit Nijmegen en omgeving ondervinden thans niet de moeilijkheden, welke er gelegen zijn in het bezoeken van een internaat.
Als vertegenwoordiger van Mgr. Arn. Diepen, die reeds de eerw. zusters blijken van zijn gelukwensch had doen toekomen verklaarde spr. nog uitdrukkelijk de eerw. zusters namens Mgr. te moeten huldigen bij de totstandkoming van deezen nieuwe kweekschoolbouw. Mgr. had onder diens vroegere inspectie reeds ondervonden, welk nuttig werk de eerw. zusters stichtten onder de kinderen uit het Bossche diocees en hoe de eerw. zusters tegemoetkomend waren geweest toen werd verzocht mede te voorzien in het tekort aan opleidingsonderricht voor toekomstige katholieke onderwijzers in ons bisdom.
De eerw. Zusters warden toen direct bereid gevonden eenige parallelklassen in te richten voor jongenskweekscholen.
Namens Mgr. Arn. Diepen bracht spr. daarvoor de zusters nog oprechten dank.
Spr. wees vervolgens op de groote betekenis van de katholieke leekenonderwijzeres op de opvoeding van de rijpere vrouwelijke jeugd op de Mulo-scholen en herinnerde aan practische voorbeelden, hoe het stichtende voorbeeld van de leekenonderwijzeres nog van groote opvoedende kracht bleek voor de leerlingen. De echt godsdienstige opleiding der leerlingen kan door de dame-onderwijzeres zoo herlijk bevorderd worden. Spr. hoopt dan ook dat van deze R.K. Kweekschool voor onderwijzeressen vele uitstekende onderwijskrachten zouden komen ten dienste van ons bijzonder onderwijs.
De heer H. Vrancken, wethouder van onderwijs, sprak woorden van waardeering namens het gemeentebestuur, dat in de opening van deze nieuwe kweekschool een teeken van toenemende bloei van het onderwijs in deze gemeente zag.
Spr. herinnerde nog eens aan de school aan de Lange Hezelstraat met de primitieve inrichting en middelen en vergeleek daarmede het grootsche gebouw, voor welks oprichting te dezer stede het gemeentebestuur dankbaar is.
Spr. hoopte, dat de nieuwe groote uitbreidingsplannen in de naaste toekomst ook verwezenlijkt zouden woren en wenschte de instelling den grootst mogelijken bloei en groei toe.
De eerw. pater A. H. Preller O.P. dankte namens de eerw. Zusters voor alle woorden van waardering en hulde, door geestelijke en wereldlijke autoriteiten aan haar instelling gewijd.
Spreker wees op het ijveren en streven der Zusters, die inderdaad Zusters van de Voorzienigheid zouden genoemd mogen worden, om tot deze huidige uitbreiding van de kweekschool te komen. De Voorzienigheid heeft ten slotte ook hier alles ten goede geleid.
De eerw. Zusters kwamen jaren geleden naar Nijmegen en namen een Bijzondere Bewaarschool op zich- een school welke eenigzins achteruitgaand was.
Het aantal leerlingen breidde zich steeds uit en in 1920 kwam men tot de instelling van de Kweekschool, dank zij niet weinig den sympathieken steun van den heer ds. Smits, den districts-schoolopziener.
Naast God hebben de eerw. Zusters dan ook veel aan den heer Smits te danken voor de totstandkoming van deze kweekschool.
Volgens dankte pater Preller den hoogeerw. heer Deken, die als president van het St. Josefsschoolbestuur zozeer ijvert voor het bijzonder onderwijs, de zeereerw. heer Goortz, wien spreker tegelijk verzocht den welgemeenden dank over te brengen aan Mgr. Arn. Diepen.
Spr. dankte den Rijksinspecteur van het L.O. den distr.-schoolopziener, den wethouder Vrancken en verdere leden van het college van B. en W. in wier welwillende belangstelling spreker de nieuwe R.K. Kweekschool voortdurend aanbeval. Spr. dankte de ouders der leerlingen en rekende op voortdurende samenwerking tusschen de bestuurderen en docenten der kweekschool.
Spr. dankte de oud-leerlingen der school voor haar belangstelling en wees er op dat er in Nijmegen wel bijna geen bijzondere Katholieke meisjesschool zal zijn, waar niet een of meerdere onderwijzeressen oud-leerlingen dezer R.K. kweekschool als doccalen (?) werkzaam zouden zijn.
Spr. dankt ten slotte allen die belangstelling getoond hadden.
Het H. Hart-beeld werde door den eerw. Pater Preller O.P. plechtig geintromiseerd.
Een beschrijving der school volgt morgen.” (De Gelderlander 1/5/1923)