1953 Hoek Molenstraat – Plein 1944, gesloopt tijdens herinrichting Plein 1944 Centrum
In 1953 heeft architect Okhuijsen het nieuwe pand voor drogisterij Nickel en textielzaak Au bon marché ontworpen. Daarbij is opvallend, dat de panden op het kruispunt van Plein 1944/Broerstraat/Ziekerstaat/Molenstraat min of meer een eenheid lijkt te vormen door hun hoogte, indeling en licht overhangende daken, terwijl het 4 verschillende architecten betreft.
Nickel en Au Bon Marché, architect Okhuysen, 1953-1955 (JFM Trum via F42033 RAN CCBYSA)v
Vooraf
In de advertentie voor hout- en marmerschilders van De Gelderlander 9/3/1906 en het Adresboek 1940 heeft Firma Nickel het adres Molenstraat 16.
Bij de Opening
“Fraai pand op hoek Plein 1944 geopend
Onder grote belangstelling heeft hedenmorgen de officiële opening plaats gehad van de drogisterij-parfumerie firma F.W. Nickel en de textielzaak “Au bon marché”, twee bekende Nijmeegse zaken, die tezamen zijn ondergebracht in een pand op de hoek van de Molenstraat en het Plein 1944.
Het is zowel wat betref het uiterlijk als het interieur een zeer fraai pand geworden, zodat te begrijpen was, dat ook deze officiële opening een extra feestelijk karakter droeg. De firma Nickel is een oude Nijmeegse zaak, die reeds van 1840 af in de Molenstraat is gevestigd. Tijdens het fatale bombardement in 1944 ging de winkel in vlammen op, doch de eigenaar de heer C.H. Nicolaas, kreeg spoedig onderdak in “Au bon marché”. De kennismaking met deze zaak is blijkbaar goed bevallen, want sindsdien is er een zeer nauwe samenwerking gebleven, die zich manifesteert in het samen betrekken van een nieuw pand.
Tijdens de officiële opening heeft wethouder M.J. Duives hedenmorgen zijn vreugde uitgespoken over het gereedkomen van een zo fraaie zaak in het hart van de stad. De hoek van het Plein 1944 heeft hierdoor veel aan uiterlijk schoon gewonnen. Namens het gemeenstebestuur wenste de wethouder de Nicolaas zeer veel succes toe.
De architect, de heer J.D.A. Okhuysen, die hierna het woord voerde, prees de goede samenwerking tijdens het ontwerpen en de bouw van deze winkel. Ook hij bood zijn beste wensen toe.” (Nijmeegsch dagblad, 7-8-1953)
Vervolg
Er is niet precies nagegaan wat het vervolg van het pand is geweest. Bij het RAN is een foto uit 1975 waarbij de ramen van deze winkels zijn afgeschermd.
In ieder geval heeft hier jarenlang de Free Record Shop ingezeten.
Vergeleken met de foto uit 1954 zijn in ieder geval de onderste verdiepingen grondig verbouwd. Daarbij lijkt een deel van de bovenste verdieping donker te zijn geverfd -of had er geen schoonmaak plaats gevonden?- in ieder geval waren de bovenste 2 verdiepingen in 1954 licht gekleurd.
Op de 2e foto is het witte pleisterwerk(?) verwijderd. Let op het betonnen balkon aan de achterkant.
Hoek Broerstraat Plein 1944: Free Record Shop vlak voor sloop, 2010 (Nico van Hoorn via DF5461 RAN CCO)Voormalig pand waarin de Free Record Shop was gevestigd gezien vanaf Plein 1944, 2010 (Jan Eichelsheim via DF363 RAN CCBYSA)
Het Hotel Keizer Karel 1909 architect Maurits F17877
Het Hotel Keizer Karel is als uitbreiding van een villa gebouwd in 1893, tussen de toenmalige Graafsche Straat (nu Graafseweg) en Stationsstraat (nu Van Schaeck Mathonsingel). De aanleiding was de oprichting van een Kneipp Instituut, vooral (kortstondig) beroemd door haar warm- en koud water opgietingen. Architecten waren Knoops en Maurits.
In 1905 vond een verbouwing plaats naar ontwerp van architect Maurits, die tevens aannemer van de verbouwing was. Het gebouw werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest.
Vooraf: Bouw Villa Bert Brouwer
In 1886 was op de hoek van de Stationsweg (later de Van Schaeck Mathonsingel) en de Graafsche straat (nu: Graafseweg) een villa gebouwd naar ontwerp van Bert Brouwer (Noviomagus).
Kneippsche Anstalt : De Kneippsche Inrichting van dr. Banning
In oktober 1892 blijkt dat dr. Banning een Kneipp Instituut -of Kneippsche Anstalt ”op het fraaiste en voor dat dol het best gelegen punt onzer stad, het Keizer Karelsplein namelijk, in de nabijheid dus van tram- en spoorweg, en omgeven door de schoonste en uitgestrektste wandelwegen, die Nijmegen voor de vestiging van een dergelijke inrichting zoo eigenaardig geschikt maken, is reeds een groot gebouw met ruime terrein gekocht, om naar de aanwijzingen van dr. Banning te worden gereed gemaakt.”
Dr. Banning had een tijd in Wörishofen doorgebracht, om den “beroemden esculaap in zijn eigen huis gade te slaan, zijn methode van nabij te onderzoeken en zich tevens te overtuigen van de vele soms aan het wonderbare grenzende genezingen.” Daarop besloot hij medewerking te verlenen aan de oprichting van een Instituut in Nijmegen. Een der gediplomeerde helpers van pastoor Kneipp zal aan de inrichting komen te werken om de voorgeschreven gietingen uit te voeren. Voor de dames is een helpster gevonden.
Kneipp en het Kneipp instituut
Sebastian Anton Kneipp (1821-1897) ontdekte de volgens hem genezende kracht van koud water nadat hij van een ernstige longaandoening genezen was doordat hij baden had genomen in de Donau. (Daarbij had hij nog niet gehoord ban het werk van Priesnitz).In 1880 opende hij zijn instituus in Wörishofen. Aan dit instituut waren tevens echte artsen verbonden. In 1881 wordt Kneipp gewijdt als pastoor van deze plaats.
Al gauw verschenen er Kneipp verenigingen en zijn boeken behaalden miljoenenoplagen.
Kneipp therapie
Kneipp beval aan regelmatig blootsvoets door bedauwd gras of sneeuw te lopen of door koud water te wandelen. Zijn systeem werkt tevens met warm water en kruiden en tevens benadrukt hij het belang van frisse lucht en zonneschijn. Kneipp wordt gezien als een van de eerste beoefenaars van natuurgeneeswijze.
Een van de onderdelen van een kuuroord is de “Wassertretstelle”, Dit is een soort ondiep voetenbad met een metalen hekje, waar de patiënt overheen wandelt.
Een belangrijke behandeling is die afwisseling van warm en koud water. Dit gebeurt door het nemen van warme en koude baden, of door middel van opgietingen.
Kwakzalverij?
Hoe kijkt en keek de reguliere geneestkunst tegen de Kneipp Instituten aan?
De Vereniging tegen Kwakzalverij plaatst in de jaren 90 van de 19e eeuw een aantal reacties, vooral naar aanleiding van de populariteit van de Kneipp Instituten en vanwege het overlijden van Kneipp. Daarbij maakt zij onderscheid tussen het werk van Kneipp zelf en degenen die er een “handeltje” van gemaakt hebben.
Kneipp wordt gezien als iemand die ter goeder trouw handelde (en daarom door de betreffende vereniging geen “kwakzalver” wordt genoemd). De vereniging gaat in een aantal artikelen daarbij in dat vóór de wetenschappelijke benadering de geneeskunde leerde van datgene van wat werkte. In een aantal artikelen benadrukt zij juist de verworvenheid van de wetenschappelijke benadering van de geneeskunde: om te kunnen verklaren wat een aandoening inhoudt en waarom en hoe een geneesmiddel effect heeft op deze aandoening. Het gevaar van een Kneipp Instituut kan zijn, dat aandoeningen niet op de juiste manier worden onderkent. (Zie Maandblad tegen de Kwakzalverij, 1897)
De Stichting tegen Kwakzalverij in haar encyclopedie over de watertherapie: “Er is na een eeuw nog maar weinig bekend over de effectiviteit van Kneipps therapie. Natuurlijk kan een bad ontspannend werken, en een behandeling met koud water eventueel afgewisseld met warm water kan worden opgevat als een algemene prikkeltherapie.” (En tekent daarbij aan dat de vele effecten zoals Geneeswijzen in Nederland uit 1993 deze beschrijft “weinig geruststellend” zijn.)
De verbouwing tot hotel
Het gebouw zal dusdanig worden vergroot, dat het voldoet aan de eisen van een familie-hotel. In oktober hebben reeds een aantal patienten aangemeld (PGNC 19/10/1892)
Vanwege de aanvragen gaat de inrichting gaat zelfs eerder open dan verwacht, nog voor de verbouwing. In de villa zijn de benodigde veranderingen aangebracht, zodat de inrichting vanaf 1 november open gaat. Daarbij wordt verwacht dat de 2 vleugels in het voorjaar gereed zullen zijn. (PGNC 30/10/1892)
In november wordt G.J. Derksen benoemd tot directeur. Hij was voorheen directeur-gérant van Hotel Place-Royale (PGNC 13/11/1892).
Op 4 januari 1893 vindt de aanbesteding plaats van “het bouwen van twee Vleugels enz. aan het bestaande Hoofdgebouw aan het Keizer Karelsplein”. De architecten zijn Knoops en Maurits, waarbij de Directie van het Hôtel Keizel Karel de opdrachtgever is. Daarbij wordt de aanbesteding gegund aan Fr. Buskens. Hij was met f59.945 de laagste inschrijver. (PGNC 22/12/1892 en 8/1/1893)
Hotel Keizer Karel
Hotel Keizer Karel: RAN dateert deze foto op 1905; aangezien het Gelderlander noemt dat er een verdieping bij is gekomen, is de foto in ieder genomen vóór de verbouwing (International Trading Company via F17874 RAN)
In augustus 1893 is het hotel gereed.
De lengte van de voorgevel en aan de Graafsche Straat is elk 23 meter, de vleugel aan de Stationsweg 32 meter. Het hotel heeft 60 slaapkamers. De Kneipp Inrichting beslaat de gehele linker vleugel (oftewel de vleugel aan de Graafsche Straat).( PGNC 2/4/1893)
De Gelderlander schrijft in augustus:
“Nijmegen, 2 Aug.
Het Keizer-Karel hôtel waarop Scheveningn en de badplaatsen in het Rijnland trotsch mochten zijn, wordt deze dagen geopend en trekt reeds nu dagelijks een drom van belangstellende bezoekers, waaronder ook wij ons bevonden.
Het hôtel voldoet aan de hoogste een laatste eischen des tijds; het interne is wat het confortable, het ruime, het luchtige en lichte, de geruischlooze bediening en al wat men in onzen dagen in de voornaamste hotels van binnen- en buitenland verwachten mag, onberispelijk en zal zelfs de verwachting van menigeen overtreffen.
Niet alleen is het kolossale gebouw met zijn 170 ramen, met zijne fraaie, imposante en tevens ornamentieke façade en zijne drie andere even sierlijke en vrij liggende gevels een sieraad onzer stad, doch het inwendige spant nog de kroon boven het sierlijke aspect.
Zelfs de elementen hebben medegewerkt om hier een gebouw te schichten, dat zich zoo gunstig mogelijk onderscheidt. Uitgebouwd in een exceptioneel droog seizoen, waarin geen drop regen viel, is alles zoo kurkdroog alsof het hotel er al een jaar of 10 gestaan had. Pas gepleisterde muren voelen aan als karton. Voeg hierbij de centrale verwarming en de spouwmuren, dan behoeft niet gezegd te worden, dat men hier heeft een continuatie niet alleen van gezonde ligging, maar ook van goede constructie.
Een gelukkig toeval heeft gewild dat de architecten Knoops en Maurits en de aannemer de heer Buskens, voorgelicht door personen die door jarenlange ondervinding het karakter, om zoo te zeggen van een hotel door en door kennen, er in geslaagd zijn hier als het ware een kunstig uurwerk te vervaardigen dat met de zeer groote ruimte gewoekerd hebbende, dezelfde geriefelijkheden aanbiedt als een hotel van driemaal dezelfde grootte.
Wij zagen in de directiekamer het electrische controle-toestel, dat ieder verzuim door het dienstdoend personeel gepleegd aanstonds verraadt, alsmede het toestel dat ingeval van brandgevaar of vermoeden van brand, aanstonds in iedere kamer en elke localiteit van het geheele hôtel een alarmschel in beweging brengt, die elkeen wekt voordat er nog eenig imminent gevaar bestaat, terwijl trouwens 6 brandkranen op de onderscheidene verdiepingen, waarmede iedere localiteit dadelijk te bereiken is, een brand in den oorsprong kunnen blusschen.
Wij spraken van het comfort in dit hotel. Niet alleen in de bel-étage, maar op alle verdiepingen vindt men een appartemen “offices” getiteld, waar alle geriefelijkheden direct te bekomen zijn, zonder dat andere logé’s last hebben van het aandragen van een of ander. Ook vindt men er een badkamer voor degenen, die gezond van harte, de Kneipssche inrichting aan het hôtel verbonden niet als geneesmethode behoeven.
Wanneer men van uit de groote eetzaal met de estrade, voor festiviteiten, toneeluitvoeringen en dergelijke compleet ingericht, een oog slaat in de reeks van elkander opvolgende appartementen, dan waant men zich te zijn in een passage of galerij, die zelfs het oog van hem, die in het buitenland veel verkeerd heeft, verrassend aandoet.
Bij deze eetzaal sluit zich op een andere étage in deze zeer moderne inrichting de andere eetzaal aan voor besloten gezelschap, zoomede de biljartzaal met een van spiegelglas voorzien en op tentoonstellingen bekroond biljart.
De meubileering dezer zalen, ook van de andere appartementen die wij de gelegenheid hadden in ogenschouw te nemen, is chique en fijn. Onze aandacht trok vooral een men mag wel zeggen vorstelijk gestoffeerd salon met appendenties, waar wij onder het ameublement uit één stijl onze attentie voelden getrokken door stoelleuningen die in een kader van émail verschillende episodes uit de novellen van Walter Scott: Ivanhoe, Old Mortality, the Maid of Perth enz. in herinnering roepen. Wij zouden haast zeggen naar alle windstreken, doch vooral van de warande aan den Stationsweg en het terras aan het plein, heeft men een kostelijk vergezicht en tevens een vue op al het mouvement die de nabijheid van het station en de verschillende stoomtramwegen, waarvan onmiddellijk gebruik te maken is, aanbieden.
Ook is de generale bediening van het hôtel door den heer Dercksen, die zich als gérant reeds een gevestigde naam verworven heeft, ligt een waarborg dat de vele vreemdelingen, die in het Keizer-Karel hotel hun intrek zullen nemen, deze beschrijving geenzins als overdreven zullen beschouwen, slechts al een matte schets van hetgeen men door eigen aanschouwing en verblijf zal waardeeren.” (De Gelderlander 3/8/1893)
Verbouwing Hotel Keizer Karel door architect Maurits
1905
Het Hotel Keizer Karel 1909 architect Maurits (F17877 RAN)
In 1905 vindt een verbouwing plaats. Daarbij is het hotel vergroot, doordat er een verdieping bovenop is gebouwd. Hierbij was eveneens Maurits de architect.
De Gelderlander schrijft hierover:
“Hotel “Keizer Karel”.
Op vriendelijke uitnoodiging, namen wij gisteren een kijkje in het hotel “Keizer Karel”, dat door toevoeging van een nieuwe verdieping weer aanmerkelijk is vergroot en tevens inwendig een ware herschepoing heeft ondergaan, zoodat het thans met de meest grootsteedsche inrichtingen van dien aard kan wedijveren.
Al bij het betreden der nieuwe vestibule treft ons de gelukkige verandering. Een kleurig Smyrna-tapijt op den wit marmeren vloer, sierlijke serre-meubelen van rooskleurige bamboe maken hier al aanstonds een vriendelijken indruk. Rechts van deze vorstelijke voorhalle zijn een paar conversatie- of leessalons ingericht, deftig en heel modern gemeubeld in eikenhout, met donkerblauw leer gestoffeerd, dat keurig harmoniëert met het rustig effen blauwe behangsel. De tweede dezer zalen, die met een breed balkonvenster uitzicht geeft op het terrras, is bestemd voor degenen, die bij het lezen niet wenschen gehinderd te worden door sigarenrook.
De vroegere leeszaal, aan de achterzijde gelegen, is thans, van een viertal fraaie en doelmatige schrijfbureau’s voorzien, uitsluitend tot schrijfzaal ingericht, waar de gasten rustig hun correspondentie kunnen afdoen.
Verder heeft men in dezen vleugel een ruime restauratiezaal met aangrenzende ontvangstzaal, in onmiddelijke verbinding met een afzonderlijk vertrek voor buffet, en vervolgens de bekende gezellige en deftige feestzaal, met haar erkersgewijs uitgebouwd tooneel, geflankeerd door twee kleedkamers, een voor dames en een voor heeren. Langs de restauratie- en ontvangstzalen strekken zich serrevormig uitgebouwde ontbijt- en lunchzalen uit, uitkomend op een open veranda, die onmiddellijk toegang geeft tot het terras.
Een bezoek aan de keuken met aangrenzende vertrekken voor vaat- en glaswerk, provisiekamers met ijskasten voor ’t bewaren van vleesch en visch, de linnenkamers en den welvoorzienen, kolossalen wijnkelder overtuigden ons dat ook op meer stoffelijk gebied de goede smaak hier alleszins bevrediging vindt.
Links van de vestibule heeft men eerst een deftig-gezelligen salon, uitkomende op de veranda, en verder een reeks logeerkamers, afgewisseld met kleine salons.
Op de twee bovenverdiepingen heeft men telkens boven de vestibule een ruime, rijk gemeubileerde zaal met prachtig uitzicht op het Keizer-Karelplein; die van de eerste verdieping diende tijdens het verblijf der Koningin in 1895 tot eetzaal voor Hare Majesteiten. En verder worden de beide vleugels geheel ingenomen door logeerkamers, in ’t geheel 65 (?) in getal, waarvan 54 voorzien van balkons, die een vrij uitzicht bieden op de frissche omgeving van parken en villa’s.
Op elke verdieping heeft men een badkamer; dikke loopers op de trappen en gangen waarborgen een geruischlooze bediening; centrale verwarming verspreidt in den winter overal een gelijkmatige temperatuur en twee ijzeren wenteltrappen, aan de achterzijde buiten tegen het gebouw aangebracht, verzekeren een veiligen aftocht in geval van brand.
Architect en uitvoerder der werken voor de vergrooting was de heer W.J. Maurits. Het schilderwerk werd keurig uitgevoerd door de heeren Gebrs. Frohwein en G.W. Tesser. Tapijten, loopers, gordijnen enz. werden geleverd door de firma Bahlmann & Co. De smaakvolle meubileering eindelijk is het werk der firma F.J. Schoenmaker & Zonen te Zwolle, die bijzonder op het gebied van hotelmeubeling een welverdiende naam geniet.
De nieuwe vergrooting en verfraaiing zal ongetwijfeld strekken om den gunstigen roep te versterken, dien het hotel “Keizer Karel” gedurende zijn twaalfjarig bestaan bij de vreemde bezoekers van Nijmegen uit het heele land heeft verworven.”(De Gelderlander 25/6/1905)
De eerste 3 winkels links horen bij het ontwerp van Rodenburg voor Hinrichs: Cafétaria Centrum Expresse; de Schoenhandel Holland; Fotohandel Verwey; ook de Parfumeriezaak Albers is naar ontwerp van Rodenburg, en een gedeelte van Boekhandel Kloosterman, 1952 (Commissariaat van Politie, Afd. Fotografie via F31792 RAN)
In oktober 1951 vond de heropening van de nieuwe schoenenzaak van A. Holland op Plein 1944 plaats. Architect Rodenburg had 3 winkels met bovenwoningen ontworpen voor C. Hinrichs.
In de week dat A. Holland opende, openden in totaal vier zaken die week in Nijmegen. Zijn vrouw en drie kinderen, drie personeelsleden en klanten waren als gevolg van het bombardement van februari 1944 overleden. Daarnaast was er schade aan zijn zaak aangericht. Ook in september 1944 leed de zaak oorlogsschade, waardoor A. Holland zijn zaak op verschillende plaatsen tijdelijk moest onderbrengen. In oktober 1951 vond de heropening van de nieuwe zaak plaats, waar hij huurder blijkt te zijn.
Het ontwerp was van architect Rodenburg. Ter nagedachtenis aan het verlies werd een wandtekening van Joan Collette aangebracht, die tegenwoordig in de kelder te vinden is.
Het pand met de 2 pilaren in het midden is dat van Jacobs: Winkelpanden aan de noordzijde met v.l.n.r. Lunchroom annex Banketbakkerij Pleinzicht (van W.H.P.A. Cornelissen, nr. 135), Sigarenmagazijn H.W.R. Brans (nr. 136), Juwelier en Horloger A.J. Janssen (nr. 137), P. Jacobs Textiel en Tricotage (nr. 140), Cafetaria Centrum Expresse (van Albert en Piet Cloosterman, nr. 141), Schoenmagazijn A.J. Holland (nr. 143), Foto A.M. Verweij (nr. 145) en Parfumerie en Bijouterie J.E. Albers (nr. 146), 1952 (Foto Grijpink via F31841 RAN)
Ontwerp architect Rodenburg
Bouwplan 3 winkels met bovenwoningen aan het Centrumplein te Nijmegen, opdrachtgever: Hinrichs, datum tekening 14-12-1950 (D12.412447)
Rodenburg ontwerpt rond december 1950 3 winkels met bovenwoningen voor C. Hinrichs. De bouwtekening D12.41.412448 noemt “dhr Hinrichs en Albers“. Hinrichs laat deze winkels en woningen voor verhuur bouwen (De Gelderlander 20/1/1951).
Rodenburg zal ook het pand ernaast, parfumerie Albers ontwerpen, welk ontwerp aansluit op deze 3 winkels. (Bouwtekening D12.41.412448 noemt “dhr Hinrichs en Albers“).
Opening 1951
Bij de opening schrijft het Nijmeegsch Dagblad:
“A. Holland, gemakkelijke schoenen
Om vijf minute voor half twee opende gistermiddag de schoenwinkel A. Holland, huurder van een nieuw pand aan Plein 1944. Zeven jaar geleden werd op dat tijdstip op dezelfde plaats de zaak van de heer Holland gebombardeerd. Zeven personen, waarvan vier naaste familieleden en drie leden van het personeel, verloren hierbij het leven. Ter nagedachtenis aan dit verlies onthulde de heer Holland gisteren bij opening een wandtekening, van de hand van Joan Collette, die in de nieuwe winkel werd aangebracht.
Heel wat moeilijkheden heeft de heer Holland moeten overwinnen, voordat hij de nieuwe zaak binnen trok. Want ook in September ’44 werd door de oorlog schade aangericht, n.l. aan de reparatie-inrichting. Veel omzwervingen heeft de zaak gedaan, o.m. naar de v. Broeckhuysenstraat, de Zweerstraat en de Daalseweg. Vooral de laatste acht maanden, toen de bouw van het nieuwe pand stagnatie ondervond, moest de heer Holand onder zeer gebrekkig omstandigheden de verkoop leiden in kleine behuizingen aan de St. Annastraat en de Van Triëstweg.
Alle leed is gisteren echter geleden! Een zeer grote ruimte staat de heer Holland nu ter beschikking. Dames- en herenschoenen (specialiteit in steun- en gemakschoeisel) zijn te kuste en te keur uitgestald. Aan de zaak zijn een pedicure- en een manicure-salon verbonden, alsmede reparatie-inrichting voor schoenen en kousen (van dit laatste artikel tevens verkoop) en men zal speciale aandacht wijden aan de orthopaedie. Ook van deze zaak komt het architectonisch gedeelte -met ere- aan de heer J.R.G. Rodenburg toe, de Nijmeegse aannemer Molenaar was de uitvoerder. (Nijmeegsch dagblad, 6-10-1951)
Het pand met de 2 pilaren in het midden is dat van Jacobs: Winkelpanden aan de noordzijde met v.l.n.r. Lunchroom annex Banketbakkerij Pleinzicht (van W.H.P.A. Cornelissen, nr. 135), Sigarenmagazijn H.W.R. Brans (nr. 136), Juwelier en Horloger A.J. Janssen (nr. 137), P. Jacobs Textiel en Tricotage (nr. 140), Cafetaria Centrum Expresse (van Albert en Piet Cloosterman, nr. 141), Schoenmagazijn A.J. Holland (nr. 143), Foto A.M. Verweij (nr. 145) en Parfumerie en Bijouterie J.E. Albers (nr. 146), 1952 (Foto Grijpink via F31841 RAN)
Architect G.B. Treur ontwerpt de nieuwbouw voor de modezaak Jacobs. Daarbij is het (een van de) laatste gebouwen op de noordflank van Plein 1944. De zaak van Jacobs was tweemaal verloren gegaan in de oorlog. November 2023 zit Jacobs Mode nog steeds in het pand Plein 1944.
Bij de opening in november 1952 schrijft de Gelderlander:
“Aan de Houtstraatkant van het Centrumplein heeft de wethouder Duives vanmiddag de manufacturenzaak van de heer P. Jacobs geopend. Daarmee is voor de heer Jacobs een einde gekomen aan de jaren, waarin zijn bedrijf zich niet ontplooien kon. In Februauri ’44 vernielden bommen het pand in de Houtstraat, precies tegenover de plaats waar de nieuwe zaak nu staat. Bij Huting in de Van Welderenstraat werd een tijdelijk onderkomen gevonden en daarna een meer blijvend tehuis in het pandje aan de Korte Burchtstraat. In September ’44 vernielde het vuur de zaak opnieuw. Wie denken zou dat de energie van de heer Jacobs toen lamgeslagen was, vergist zich.
Plan tot herbouw van een winkel met 2 bovenwoningen a/h Plein 1944 te Nijmegen v/d heer P.E. Jacobs, G.B. Treur, datum tekening 29-12-1950 (D12.412427)
Anderhalf jaar later werd een noodwinkel op het Kelfkensbos betrokken en na zes en een half jaar noodwinkelen is nu het nieuwe pand, van 2000m3 gereed gekomen. Architect G.B. Treur heeft er iets bijonders van gemaakt dank zij de medewerking van aannemersbedrijf Verstegen en Zoon uit Montfoort. De winkelbetimmering werd door de eigenaar zelf ontworpen in samenwerking met de uitvoerders de firma Van Besselaar en Zonen uit Haps. Een fraaie, ruime winkel is het resultaat. Alle artikelen zijn overzichtelijk in vakken langs de wanden geplaatst terwijl toonbank- en wand-vitrines de aandacht op bepaalde artikelen vestigen. In het midden is ruimte gevonden voor het uitgebreide tricotvak, waarin een keurcollectie mantelpakken etc. Achter de winkel, Het Centrumplein is een flink magazijn. Een lift vergemakkelijkt het transporteren van goederen uit de kelders naar de winkel. Het Centrumplein is een mooi pand rijker en daarmee nadert de zuidgevel van het plein zoetjesaan de voltooing. Het ga de energieke heer Jacobs goed.” (De Gelderlander 20/11/1952)
Jacobs Mode is november 2023 nog steeds gevestigd op Plein 1944.
Van Welderenstraat 90 in augustus 2023 (Google Streetview). Het voorfront is nauwelijks veranderd na de verbouwing door architect Langhout in 1926.
In 1926 laat P.G. Lucassen zijn pand aan de van Welderenstraat 90 verbouwen naar ontwerp van architect Langhout. Sindsdien is de voorgevel nauwelijks veranderd.
Vooraf
Aanvankelijk maakt van Welderenstraat 90 en Walstraat No. 123-125 onderdeel uit van hetzelfde perceel (Sectie B. No. 1119) (D12.381879). In 1910 laat H.M. Hendriks riolering aanleggen. Wel lijkt dan al sprake te zijn van 2 gebouwen: elk heeft een keuken met een tuin als scheiding. Het is niet onderzocht wanneer deze woningen zijn gebouwd.
In mei 1920 verhuist P.G. Lucassen van de 1e Waltstraat 47 naar de van Welderenstraat 90 (PGNC 3/5/1920).
Advertentie verhuizing Lucassen naar van Welderenstraat 90 (PGNC 3/5/1920)
In 1924 laat P.G. Lucassen de 2e Walstraat 123 (Sectie B 118) verbouwen (D12.389054), waarbij afgaande op de bouwtekening dit perceel kadastraal een ander perceel is geworden dan van Welderenstraat 90. Het is op dit niet verder onderzocht of P.G. Lucassen vanuit het pand 2e Walstraat werkte of reeds in het pand van Welderenstraat 90, welke hij in 1926 laat verbouwen, zie hieronder.
Verbouwing van Welderenstraat 90
Verbouwing Lucassen door architect Langhout: Plan voor eenige verbouwing aan het Perceel van Welderenstraat No. 90 (D12.391197)
P.G. Lucassen laat in 1926 zijn winkel verbouwen naar ontwerp van architect P. Langhout. Uitwendig betreft het de verbouwing van de begane grond. De opgang is bij de winkel getrokken. Daarbij zijn de ruiten doorgetrokken. Zowel aan de linkerzijde -bij de ingang- en de rechterzijde krijgt de begane grond een insteekje. Daardoor ontstaat een grote etalage in het midden en rechts nog een kleinere zij-etalage.
Boven de deur en de etalage komt een rij van kleinere ruiten en daarboven een lege ruimte waarop het opschrift “P.G. Lucassen Gas, Water, Sanitair” is geplaatst.
In het PGNC verschijnt het volgende artikel:
“Nieuwe zaken.
De heer P.G. Lucassen, die tot heden aan de v. Welderenstraat 90 zijn bedrijf in een gesloten huis uitoefende, opent heden aldaar een naar de laatste eischen des tijds ingericht magazijn van verlichtingsartikelen en sanitaire installaties.
Een keurige winkel is daar verrezen, waar prachtige staaltjes van sanitair werk den bezoekers worden getoond, terwijl een rijke keuze aan lampen in voorraad wordt gehouden.
Behalve den aanleg van gas, water en elektriciteit, het leveren van mastiek dakbedekking, is de firma speciaal ingericht voor het leveren van bierpompinstallaties.
Onder leiding van den architect, den heer P. Langhout, geschiedt de verbouwing door den aannemer den heer Liskamp, het stucadoorwerk door den heer Lauran, het granietwerk door den heer d’Agnolo, de bekleeding van het interieur door den heer Draper-v.d. Broek, terwijl de koperen letters op den gevel een proeve van bekwaamheid is van den heer Lucassen zelf.” (De Gelderlander 11/9/1926)
Vervolg
In ieder geval zit er in 1971 nog een Lucassen in van Welderenstraat 90 (Adresboek 1971).
Afgaande op bouwtekening van verbouwing zit in 1981 Café de Spiegel in dit pand en in 1995 café de Gouden Engel.
De voorkant lijkt in de loop der jaren vrijwel onveranderd. Wel is de inscriptie verdwenen. Momenteel zit hier Bar Socio.
Hertogstraat 128, augustus 2023 (Google Streetview) Vanaf 1939 opticien Harting, verbouwing door architect Deur
In 1939 ontwierp architect Deur de verbouwing van een woonhuis naar de opticien Harting, Hertogstraat 128. In het pand zit tegenwoordig (november 2023) nog steeds opticien Harting.
Bouwtekening Hertogstraat 128 verbouwing voor Harting opticien, architect Deur: bestaande toestand (links) en na verbouwing (rechts), 1939 (D12.404759)
Van buiten lijkt de belangrijkste verbouwing de toevoeging van de ingang links van de raampartij te zijn. Daarbij is het balkon verwijderd. Daarnaast zijn de gemetselde bogen op de begane grond van de erker verwijderd.
Het pand is oorspronkelijk gebouwd als woonhuis in 1904. Naast de verbouwing van 1939 vond een verbouwing plaats in 1966, 1992 en 2008.
“Firma P.F. Harting
De firma P.F. Harting is er een van Nijmeegschen klank.
Jaren en jaren oefent deze firma in Nijmegen een opticiensbedrijf uit.
De zaak groeide met den tijd mee, en bleef technisch nimmer achter.
Eenvoudig was zij jarenlang geïnstalleerd op de Pauwelstraat 5 en nu heeft zij sinds heden een belangrijken stap vooruit gezet in het nieuwe pand aan de Hertogstraat no. 128 nabij den Oranjesingel. Naar de nieuwe zaak, zegt de huidige firmant terecht, nam hij de ervaring en de vakkennis van tientallen jaren mede.
Het werd een moderne zaak, waarin de beteekenis van dat bedrijf van optiek en bandage veel meer tot zijn recht kan komen.
Een vroeger heerenhuis is hier op het ontwerp van den architect Ir. J.G. Deur omgebouwd tot een moderne winkelzaak, welke zakelijk en toch tegelijk aantrekkelijk is ingericht.
De aannemersfirma Gebrs. Smits, voerde de verbouwing uit, waarbij is rekening gehouden met het milieu, waarin de nieuwe zaak kwam te staan. De betonconstructie doet het uitstekend.
De vroegere erker werd een overzichtelijke etalage, waarin de optische artikelen op zijn best kunnen worden tentoongesteld.
De heer Harting heeft tegelijk het doelmatige plan van een dubbele etalage doen uitvoeren zoodat ook naar den binnenkant nuttig gebruik kan worden gemaakt voor de uitstalling van de artikelen.
Het interieur met meerdere ingebouwde etalagekasten, maakt een aangenamen indruk en beantwoordt tegelijk aan de eischen van doelmatigheid.
De afdeelingen voor optische artikelen en bandages zijn gescheiden en hebben elk afzonderlijke toonbanken: voor optiek en voor bandage.
Men heeft als nieuwigheid een aparte pasbank geplaatst, waar de cliënten op practische wijze een bril of lorgnet kunnen passen.
Met behulp van een heetelucht apparaatje kunnen de hoornen brillen ook terstond pasklaar worden gemaakt.
Het geheele winkelinterieur is warm aangekleed met hooge lambrizeeringen van sapediemahonie, waartusschen de onderscheidene goed verlichte etalagekasten fraai uitkomen en een volledig overzicht geven van de verschillende optische artikelen als kijkers, brillen, thermometers, enz. enz.
Achter den aantrekkelijken winkel liggen nog twee paskamers, waarop onmiddellijk aansluiten een gipskamer, de ateliers en de toonkamer.
De heer Harting beschikt nu over een moderne zaak, welke een sieraad voor onze stad is.
Ook naar buiten uit spreekt de propaganda in den vorm van een reclame naambord in pakkend lichtgroen, waaronder een rose-roode bril.
Dit zevenmaal versterkt Neonlicht schijnt ook overdag goed door.
Meerderen werkten mede aan de voltooiing van dezen modernen vakwinkel als daar waren de reeds genoemde firma Gebr. Smits, aannemer, de firma W. Riesl voor de electriciteitsvoorziening, de firma J. Lauren voor het schilderwerk, de firma Th. Kropman voor de centrale verwarming.
Hedenmiddag is het nieuwe pand geopend.” (De Gelderlander 4/11/1939)
Woonhuis, voor de verbouwing opticien Harting, foto gedateerd 1939 (F86497 RAN)
Mijlpaal Hunnerberg in de mist: Quo Vadis?, oktober 2023
De Mijlpaal is het startpunt van de fietsroute Via Romana, een route tussen Nijmegen en Xanten. Deze zuil is gemaakt van tufsteen en in december 1993 geplaatst. Het is een geschenk van de gemeente ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de VVV Rijk van Nijmegen. De VVV vierde in 1989 haar 100-jarig bestaan, het moment dat haar voorganger “Nijmegen Vooruit” was opgericht.
Route
100 jaar VVV Rijk van Nijmegen, oktober 2023
Mijlpaal Hunnerberg via Romana, oktober 2023
De fietsroute verbindt Nijmegen met Xanten. Deze fietstocht is 257 kilometer lang, heen en terug. Deze route volgt de heirbaan die in de eerste eeuw ten westen van de Rijn is aangelegd om de militaire kampementen met elkaar te verbinden. Na het Romeinse Rijk bleef deze weg belangrijk, daarom zijn ook bezienswaardigheden van na de Romeinse tijd te zien.
Mijlpaal
Mijlpaal Hunnerberg opschrift: Noviomagus en Colo Traiana, oktober 2023
De mijl is een lengtemaat die door de Romeinen is ingevoerd. Het is afkomstig van het latijn: milia passuum of milliaria. Deze mijl geeft letterlijk hoe ver het nog lopen is: milia passuum betekent `1.000 passen. 1.000 passen staat 1 pas gelijk staat aan 2 stappen of 5 pedes (voeten). 1 Romeinse mijl is ongeveer 1478 meter.; een voet ongeveer 29,6 centimeter.
De Romeinen plaatsten bij belangrijke heirbanen om elke mijl een paal. Meestal stond op die paal:
de afstand, dus uitgedrukt in altijd mijlen naar de dichtstbijzijnde grote plaats
de namen van de plaatsen welke de baan met elkaar verbond
wie de weg had aangelegd en onderhield, en de keizer in wiens naam het werk was verricht.
In het Valkhof staat een dergelijke mijlpaal. Deze stond aan de heirbaan van Nijmegen naar Rindern. Hij is in 1628 gevonden ter hoogte van het voormalige gemeentehuis van de gemeente Ubbergen. Overigens ligt de Rijksstraatweg op de voormalige heirbaan. Op deze mijlpaal staat ook de naam van keizer Trajanus vermeld. Het is tegenwoordig te zien in Museum het Valkhof.
Mijlpaal Museum Valkhof (Joris1919 via Wikipedia, CCO)
Trajanus
De mijlpaal staat feitelijk tegenover het beeld van keizer Trajanus. Deze bevindt zich tegenover, op het talud. Deze keizer gaf rond het jaar 100 Ulpio Noviomagus Batavorum (Nijmegen) haar stadsrechten. Ook stichtte hij rond die tijd Colinio Ulpio Traiana (in de buurt van Xanten).
In het Hunnerpark staan een van de weinige overgebleven resten van de stadswallen van Nijmegen en daarnaast heeft het de prachtige Belvedère. Daarnaast is vooral het kastanjelaantje bovenop de wallen prachtig.
Het Hunnerpark ligt wat verscholen tussen de Valkhof en het Trajanusplein. Het is er dan ook zelden druk, tenzij het bij een van de evenementen is die op deze locatie worden georganiseerd. Toch is deze plek meer dan waard om bij een wandeling aan te doen.
Blik op de oostelijke walmuur in het in 1884 aangelegde aangelegde Hunnerpark naar een ontwerp van Lieven Rosseels en de nog niet gerestaureerde Belvédère, 1884-1900 (GN605 RAN)Oorspronkelijk was het Hunnerpark groter: Blik op het gedeelte van het Hunnerpark wat door het uitbreiden van de stad en de aanleg van de toegangswegen naar de Waalbrug grotendeels verdween; de ronde villa in het midden boven lag op de hoek van de Sint Jorisstraat (later mr. Franckenstraat en Canisiussingel, 1882-1900 (GN4924 RAN)
Hieronder komen een aantal bezienswaardigheden en de geschiedenis van deze locatie aan bod. Het verhaal van het Hunnerpark zal in de loop der tijd verder worden beschreven.
De voetbrug in het Hunnerpark verbindt het restant van de wallen met de Belvedère. Deze brug is ontworpen door stadsarchitect Weve en dateert uit 1883.
Vlakbij de voetbrug bij het Hunnerprak staan de restanten van een muur: oude resten van de wallen? Nee: het is de Gertrudiskapel uit de 15e eeuw, die bij de werkzaamheden en het bouwen van de voetbrug weer aan het licht kwam. De kerkelijke geschiedenis gaat echter verder nog verder terug. Wat is de geschiedenis van…
De Belvedère is gebouwd als verdedigingstoren. Vanaf 1646 kreeg het de functie van speelhuis voor de welgestelden van Nijmegen. Ondanks de restauratie uit 1888 is het gebouw in een vrij authentieke staat. Vanaf de Belvedère heb je een mooi uitzicht op de Ooijpolder, de Waal en Waalbrug en Arnhem.
Het kanon in het Hunnerpark is een Duits 3.8 pantserkanon (PanzerAbwehrKanone), oftewel antitankkanon. Dit is een van de kanonnen die de Duitsers na de gevechten hebben achtergelaten. Het is nu geplaatst als herinnering aan de bloedige gevechten die hier hebben plaats gevonden.
De Mijlpaal is het startpunt van de fietsroute Via Romana, een route tussen Nijmegen en Xanten. Deze zuil is gemaakt van tufsteen en in december 1993 geplaatst. Het is een geschenk van de gemeente ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de VVV Rijk van Nijmegen. De VVV vierde in 1989 haar 100-jarig bestaan, het…
De suikeresdoorns aan de Voerweg zijn het geschenk ter herinnering aan het Eerste Canadese Leger in Nijmegen. Wat betekent dit geschenk? En wat is het verhaal van dit Eerste Leger in Nijmegen en omgeving?
C.A.P. Ivensbank door de architect Estourgie, Hunnerpark oktober 2022Kiosk Hunnerpark, oorspronkelijke wachthuisje voor de tram, architect Weve, oktober 2022Hunnerpark, kastanjes bovenop de wallen (foto oktober 2022)Muur Hunnerpark bij avond, september 2023
De Keuperstoren is 1 van de 7 resterende torens van de oorspronkelijke walmuur. Deze toren werd in de 15e eeuw gebouwd.
Op de onderstaande aquarel is een afbeelding te zien. Het was de enige toren tussen de Sint Joosttoren (links) en de Hunertoren (nu Belvedère, rechts). Daarbij valt op dat de Keurperstoren geen grote ingang had zoals tegenwoordig. Deze ingang is dan ook gemaakt, zodat mensen kunnen zien hoe de toren er van binnen uit ziet.
Het gezicht op Nijmegen vanuit het Oosten, in het midden de (nog steeds in het Hunnerpark bestaande) Keuperstoren (onderdeel van de tweede stadsmuur uit de 15e eeuw) , links de Sint Joosttoren en rechts de Belvedère; aquarel met een niet leesbare signatuur links onder, 1750 (F17861 RAN)
Restauratie Keuperstoren
Hieronder staat de Keuperstoren weergegeven van voor de restauratie in 1966 en in de huidige tijd (2023). In 1966 staat er nog geen hek voor de Keuperstoren, tegenwoordig wel. Mogelijk is dit gekomen bij de restauratie van 1971.
Een andere mogelijkheid is, is dat het hek wat later in de jaren 70 is geplaatst. Hoewel ik deze nog niet heb onderzocht, bestaan er stukken over “de afbraak van een urinoir aan de voet van de Belvedere en de gedeeltelijke afsluiting van de Keuperstoren in verband met op deze plaatsen gepleegde onzedelijke handelingen” tussen 1974 en 1977 bij het RAN
Keuperstoren voor restauratie in 1966 (F38550 RAN)
De Twee zuilen is een kunstwerk van de Nederlands-Duitse beeldhouwer Peter van de Locht uit 1986.
Oorspronkelijk stond dit beeld bij de Commanderie van Sint-Jan, welke vroeger het Nijmeegs museum was. In het Valkhof gingen n de Commanderie (oude Nijmeegse stukken en moderne kunst) en het Museum Kam (archeologische opgravingen) samen. Daarbij werd tevens besloten het beeld mee te verhuizen. In 2007 kreeg het de huidige plaats in het Hunnerpark.
Verstoffelijking vormgedachten
Deze beelden zijn in 1986 gemaakt.
Peter van de Locht beschrijft zijn werken uit deze tijd als volgt: “’Deze sculpturen weerspiegelen mijn toenmalige betrokkenheid tot sculptuur als een verstoffelijking van een aantal vormgedachten over de lichamelijkheid van de vorm, het positief-negatief verschijnsel, het ritme, de richtingen (Axialiteit), de hiërarchie, de oppervlakte.’ De titels van de sculpturen verwijzen naar dit onderzoek” (KOS)
Deze beelden komen in grote mate overeen met twee van de vijf beelden die van de Locht maakte in de jaren 80 voor een fietsroute in Apeldoorn. Ze staan aan de Sprengenweg:
1 van de zuilen aan de Sprengenweg Apeldoorn (Erik Wannee, Wikipedia, CCO)
1 van de zuilen aan de Sprengenweg Apeldoorn (Erik Wannee, Wikipedia, CCO)
Over deze beelden in Apeldoorn:
Jubileumboek Wijkraad de Sprengen 2013: “De betekenis van de zuilen ligt in het idee dat kunst in de openbare ruimte kan functioneren als herkenningspunt, als baken in de omgeving; deze werken zijn bijna letterlijk als ‘landmarks’ of mijlpalen te zien. Uitgangspunt bij deze zuilen vormt de naaf in het achterwiel van een fiets; de beelden staan en liggen namelijk langs fietsroutes. Wie goed kijkt, kan in de uitstulpingen een wielnaaf herkennen.”
En ’t Geheugen van Apeldoorn over deze beelden: “Ze zien er niet alleen uit als zuilen, maar ook als bomen die door wind en regen van hun takken en bladeren zijn beroofd. Die gedachte is niet zo gek, want de allereerste zuilen van de Grieken waren afgeleid van boomstammen. En dan van steen en perfect afgemaakt.
Volgens de Gulden Snede
Kunstenaar Peter van de Locht wilde met deze bomen/zuilen inderdaad een knipoog geven naar het groene karakter van Apeldoorn. Daarbij koos hij bewust klassiek voor marmer als materiaal voor de zuilen. En om nog meer nadruk te leggen op dat klassieke zijn alle zuilen uitgevoerd volgens de Gulden Snede. Dat is een wiskundige verhouding die als heel harmonieus wordt gezien in de architectuur en kunst. Bij de Gulden Snede wordt een lijn zo in twee ongelijke delen verdeeld, dat de verhouding van het korte deel tot het lange deel hetzelfde is als de verhouding van het lange deel tot de hele lijn.”
Peter van de Locht
Peter Herman van de Locht is een beeldhouwer, schilder, graficus, componist en musicus. Hij is op 9 november 1946 geboren in het Duitse Millingen (ongeveer 15 kilometer ten oosten van Emmerich). Hij is een broer van Klaus van de Locht, die ook in Nijmegen heeft gewerkt.
Hij volgde zijn opleiding aan de Werkkunstschule in Krefeld en Wuppertal. Daarnaast studeerde hij aan het Instituut voor Sonologie in Utrecht. Sonologie is een studie waarbij gecomponeerd wordt met zelfontworpen geluiden.
Van 1977 tot 1989 was hij tevens docent aan de Hogeschool voor Kunsten in Arnhem en van 1989 tot 2005 in Utrecht. Sinds 2008 is hij hoogleraar Beeldhouwen in Shanghai, waar hij momenteel woont en werkt.
Werk
De Twee Zuilen op de binnenplaats van de Commanderie van St. Jan, 13/4/1987 (Ber van Haren via KN14160-7 CCO)
Van de Locht werkt als beeldhouwer vooral met natuursteen zoals graniet en marmer. Veel van zijn beelden staan in de openbare ruimte. Daarnaast is hij avantgardistisch- en jazzmusicus en componist.
Hij is de zoon van een architect: “As the son of a German architect and a master builder Peter H. Van de Locht grew up in an environment that was very much aware of the richess of natural materials, the immense architectural possibilities of public space and men’s desire to create inspiring energetic surroundings in which, in a subtle way, aesthetic and practical dimensions of human needs are balanced.
At the age of 12, after a mystical experience that was related to the tragic death of the young boy’s mother, he decided for himself to dedicate his life to sculpture. His father allowed him to stop conventional education he was involved in and sent him to the city of Emmerich where he started to work as pupil of the German sculptor Waldemar Kuhn. Waldemar Kuhn was the first in a row of important German professors that taught him the basic principles of sculpture. Central to these basic principles was the idea that sculpture always is the result of an intense spiritual dialogue between the idea of sculpture and the natural qualities of the landscape, whether urban or natural, the sculpture is thought to be joined with.” (website van de Locht)
Het eerste gevonden werk is de Afsluitpaal op de Kannenmarkt/Korenmarkt in Nijmegen uit 1975.
1979 is een belangrijk jaar: daar ontmoet hij de beeldhouwer Boyer in Frankrijk, die hem wijst op het boek van Petrus Talemarianus. Dit boek gaat onder andere over een proportioneel systeem. Vereenvoudigd gezegd is het uitgangspunt de gulden snede, een zoektocht naar de architectuur van de natuur, waaraan esoterische kwaliteiten worden toegekend. ““In dit boek beschreef hij een systeem van 9 proporties in een universele harmonie, waarvan enkele duizenden jaren oud zijn. Je kan het in vele oude culturen vinden. Het wordt “Arsenicom” genoemd en de beginselen ervan kunnen ook gevonden worden in de diatoniek van het muziektoonsysteem. Ik was gefascineerd door dit machtige instrument en de Franse beeldhouwer gaf me de sleutel om dit harmonische systeem te berekenen. Hierdoor kon ik een constructieprobleem oplossen. Vervolgens heb ik het in al mijn sculpturen gebruikt.”” (https://publicart.amsterdam/projecten/ankh/)
In dat jaar begint hij ook aan zijn serie Sublime symbols/Sublieme symbolen. Ook stopt hij in 1979 met experimentele jazz.
Hij ziet zijn werk verdeeld in 3 fasen: de abstracte, de figuratieve en de architecturale beeldhouwkunst. Daarbij is zijn werk uit 1998-1999 “ Annuntiatio” een van de scharnierpunten van het 40 jaar abstract werken naar figuratieve kunst (website). Aan het begin van deze eeuw gaat hij over naar de “achitecturale beeldhouwkunst”. Deze term heeft mede te maken met het formaat van de werken: sommige werken in China zijn meer dan 60 meter en 130 meter breed en kennen bijvoorbeeld ook een binnenruimte.
Genade binnen een perfecte ruimtelijke orde.
De uitgangspunten blijven bij hem hetzelfde: het bereiken van complete ruimtelijke orde door middel van repetitie/herhaling en polariteit. Daarbij vindt hij het idee cruciaal dat kunst niet zozeer de individuele ervaring van de kunstenaar zelf uitdrukt. Maar dat hij iets bereikt dat universeel en rijkelijk met energie gevuld is, waarbij zijn specifieke eigen ervaring het hulpmiddel is. Deze energie is goddelijk en overstijgt de verschillen tussen mensen en culturen. Dit betekent dat kunst in belangrijke mate uitingen van genadevolle en meedogende uitdrukkingen zijn van universele liefdevolle en verbindende energie. Oftewel: “sculpture is the incarnation of grace within a perfect spatial order.”
Wat zie ik? Wat ziet jij?
Ik ben geen kunstexpert, dus onderstaande is nadrukkelijk mijn beleving, waarbij ik geprobeerd te verwoorden wat ik zie op basis van wat ik tot nu toe gelezen heb. Dus: wat zie jij?
Allereerst zijn het nadrukkelijk beelden van een zuil. Alleen al de afbeeldingen op wikipedia laten zien dat in die tijd dergelijke zuilen voor van de Locht zeer gebruikelijk waren. Er lijkt daarbij vrijwel altijd gekozen te zijn om van onderen voor een ronde of vierkante vorm, waarbij naar boven gaande iets gebeurd met inkepingen en uitstulpingen.
Ook de ronde inkepingen en de ronde banden komen bij hem regelmatig. Evenals de ronde boorgaten. Ik zelf ben geneigd om de beelden van boven naar onder te bekijken. Daarbij lijken ze inderdaad rust, harmonie uit te stralen; ik heb hierbij niet geprobeerd te kijken hoe de ‘gulden snede’ hier is toegepast.
Daarbij staan de twee zuilen nadrukkelijk bij elkaar; ook over de afstand tussen elkaar zal de kunstenaar hebben nagedacht. In ieder geval lijken de beelden daadwerkelijk bij elkaar te horen. En ze lijken met elkaar te “communiceren”: waar in het rechterbeeld een ringband zit, “gebeurt” op dezelfde hoogte “iets” bij het linker beeld.
En dan de ruimte waarin ze staan. Allereerst dient opgemerkt te worden dat de oorspronkelijke plaats de Commanderie van Sint Jan was. Op de bovenste foto lijken zij op die plaats daadwerkelijk met de ruimte te “communiceren”: de beelden en omliggende ruimte beïnvloeden elkaar van beide kanten. In het Hunnerpark -ik probeer weg te blijven van een waardeoordeel, dit is er wel een- lijken de beelden zelf wat weg te vallen: het omliggende grasveld lijkt te groot voor de beelden. Pas als je bij de beelden zelf staat, krijg je gevoel hoe deze beelden zich verhouden tot het grasveld. Als ik weer terug ga naar de Commanderie en de afbeeldingen op wikipedia: daar zie je nadrukkelijk hoe de beelden in verhouding staan tot de omliggende ruimte.
Dit is wat ik zie. Wat zie jij?
Andere Kunstwerken
In Nijmegen
Afsluitpaal, 1975, Kannenmarkt/Korenmarkt
Kern, beweging en relaties, 1976, Barbarossastraat
Het midden en zijn verplaatsing, 1980, Tolhuis 10e straat
Drie elementen, 1981, Prof. Bellefroidstraat
Architectuur der natuur, 1983, Waalkade
Twee reliëfs, 1983, Waalkade
Zuil, 1988, Prof. Huijbersstraat
Andere plaatsen
Bauwerk für die guten Gefühle, 1981, beeldenroute Kunstwegen in Frenswegen
Sublime Symbols, 1981/83, Kunstwegen in Nordhorn
Zeven zuilen, 1984/85, Heidelberglaan in Utrecht
Zonder titel, 1987/88, collectie Museum De Paviljoens in Almere-Buiten
Ankh, bij de Wiegbrug, Amsterdam
Sublime Symbols, 1994, Zaagmolenlaan in Woerden (Hofpoort Ziekenhuis)
Watersculptuur, 1995, Grote Kerkplein in Zwolle
Sublime Symbols, 1997, De Wittenkade in Amsterdam
…was sein doch muß, dringt Körper ein in Körper … 2-delig, 2001, Duisburg
Vijf zuilen 5-delig, 2009, Sprengeweg, Gen. van der Heydelaan en Regentesselaan in Apeldoorn