Smederij Pepergas met een beeldje van Mariken (juni 2024)
Al jarenlang hangt in de Pepergas een bordje met foto en onderschrift dat in Pepergas 22 een smederij was gevestigd. Ik was benieuwd wat er over deze smederij was te vinden.
L.J. Brinkman
Sinds wanneer er een smid was op Pepergas 22-24 is mij nog niet bekend. In ieder geval was L.J. Brinkman (als persoon of als firma) de gehele 2e helft van de 19e eeuw smid.
De eerstgevonden vermelding is uit 1838: Verbetering van de smederij, Aanvrager: L. Brinkman, Pepergas (inventarisnummer 23045).
De eerstgevonden advertentie is van L.J. Brinkman, Meester Smid in de Pepergas van september 1851 (PGNC 27/9/1851): “dat hij thans ruim voorzien is van een fraai assortiment der nieuwmodische haarden en kagchels, tegen zeer billijke en vaste prijzen”.
Wanneer hij telefoon krijgt (nummer 250), dan is hij In 1909 nog steeds smid op Pepergas 22. J.L. Brinkman en Zoon woont dan als particulier adres Groote straat 45. (PGNC 4/4/1909)
wed. A. Peters-Seegers
22-7 en 5-8-1915 zal de veiling plaats vinden van een “Huis waarin Smeederij en twee Bovenwoningen met Erf aan de Pepergas te Nijmegen gelegen, plaatselijk gemerkt nos. 22 en 24, groot 44 centiaren”. (De Gelderlander 11/7/1915). Dit pand zal voor f885 worden verkocht aan de wed. A. Peters-Seegers, sleepersbedrijf hier te stede uitoefenend (De Gelderlander 7/8/1915)
In juni 1929 biedt wed. A. Peters-Seegers het pand, “smederij met pakhuis en bovenwoning, gelegen aan de Peperstraat Nos. 22-24, groot 44 cA., verhuurd voor f5,50 per week” weer ter veiling aan, samen met een aantal andere gebouwen. De veiling zal op 27 juni en 11 juli gehouden worden (PGNC 15/6/1929).
Smederij(?)
De laatste huizen in de Pepergas even zijde, wachtend op afbraak, voordat de gas eindigt in de Grotestraat, 20/12/1949 (Commissariaat van Politie Nijmegen Afd. Fotografie via F31771 CC0)
Links is de smederij te zien: Schilderachtige “stikke” verbindingsstraat tussen de Grotestraat en de Korenmarkt, hier gezien in de richting van de Korenmarkt. Vermoedelijk werd er voornamelijk peper verkocht. Stond ongunstig bekend vanwege de vele daar woonachtige publieke vrouwen, 1930 (dr. Jan Brinkhoff via D5291 RAN)
Opvallend is dat in alle tot nu gevonden adresboeken vanaf 1922 (mogelijk eerder, 1922, 1924, 1926,1932, 1934, 1936, 1938, 1940, 1948 en 1951) Pepergas 22 “werkplaats” wordt genoemd. In 1955 komt het voor als “smederij”. In hoeverre het pand doorlopend een smederij is geweest – in 1929 wordt het bij de verkoop nog zo genoemd- is nog niet bekend. Wel beschrijven de foto’s rond de jaren 50 het pand als “Smederij” en hangt er ook een bordje.
Bij het RAN zijn een aantal mooie foto’s te vinden van het “Verhaal van de smid”, waaronder F53866.
Korenmarkt, en tekening van Koster, op de achtergrond de St.-Stevenskerk, 1770 (Evert F. van der Grinten via F78336 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Waar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Al dan niet met een kleedje en picknick mand van Barrio Alto.
Daarbij is bij opgravingen de Sint Janskapel weer gevonden met daarbij 2 graven. Deze zijn opgenomen in het park, afgedekt met een glasplaat. Daarnaast zijn 2 13e eeuwse kelders gevonden aan de Smidstraat, deze zijn niet zichtbaar gemaakt.
Korenmarkt (juni 2024)
Johannieterorde
De kapel maakte onderdeel uit van het complex waar ook de Commanderie bij hoorde. Deze was einde 12e eeuw gesticht door Graaf Alardus en vrouwe Uda als hospitaal voor kloosteringen en pelgrims. In 1214 verkregen de Johannieters het pand (de Johannieterorde heette oorspronkelijk de Orde van Sint Jan). De commanderie en kapel was tijdens de 80-jarige oorlog afwisselend in handen van Spaanse en Staatse troepen/katholieken en protestanten. In 1636 overleed de laatste commandeur. In 1650 besluit het stadsbestuur om de inmiddels vervallen St. Janskapel te slopen. Een deel daarvan is inmiddels ingestort. Deze had inmiddels ook al gediend als vleeshal.
Korenmarkt
Historie Korenmarkt inzichtelijk gemaakt (juni 2024)
Daarbij wordt de vrijgekomen plaats aangewezen als marktplaats: de korenmarkt die tot dan toe op de Lagemarkt werd gehouden, wordt in 1653 hiernaar toe verplaatst. Vanaf dat moment is het de Korenmarkt. Een uitgebreid verhaal is te lezen op Huis van de Nijmeegse Geschiedenis https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/St._Janskapel.
Hof van Brabant
Gezicht op hotel Hof van Brabant, Korenmarkt, 1906-1912 (F2890)
Op de Korenmarkt zaten de nodige horecagelegenheden, waarvan het Hof van Brabant mogelijk de bekendste was. Na verloop van tijd was er een terras, met een prachtig uitzicht op de Waal. En er waren kegelwedstrijden, rond 1900 zeer populair.
Sloop
De Korenmarkt: het gedeelte tussen de Pepergas links, en de Vijfringengas rechts, met visvrouw Anneke Nas op de voorgrond, 1939 (J.G. Deur via F29204 RAN CCBYSA)
Rond 1880 kende de handel op de Korenmarkt een slechte tijd, onder andere vanwege de gebrekkige toegankelijkheid. In 13 maart 1882 ging de Korenbeurs op de Nieuwe Markt open.
De Korenmarkt kwam vrij ongeschonden de Tweede Wereldoorlog door. Vanaf 1950 tot 1980 vond echter “krotopruiming” plaats. Vanaf 1980 vond rondom deze locatie nieuwbouw plaats, waarbij de Korenmarkt een parkeerplaats werd.
Afsluitpaal
Afsluitpaal Korenmarkt, Peter van de Locht (juni 2024)
Detail Afsluitpaal Korenmarkt, Peter van de Locht (mei 2025)
Een herinnering aan de periode dat het een parkeerplaats was, is de afsluitpaal van Peter van de Locht uit 1975.
Groen
Graf Korenmarkt met glazen plaat als afdekking. Er wordt druk gemaakt van het grasveld. Op de achtergrond de St Stevenskerk, waarbij het dan mogelijk is over de daken te lopen (mei 2025)
Het park was een van de projecten voor Groene Allure Binnenstad, welke in 2007 is gestart. Dit project heeft als doel de kwaliteit van het groen in de binnenstad te verbeteren en ze aan te leggen waar mogelijk. Meer groen is goed voor een beter leefklimaat en draagt bij tot klimaataanpassing. Daarop zijn verschillende locaties in de binnenstad aangewezen die mogelijk geschikt waren voor vergroening of een parkje. De Korenmarkt was daar een van. S Roemburg leverde het ontwerp voor het park. Op 5-4-2012 vond de officiële opening van het park plaats.
Naast een grasveld heeft het op het hoogste gedeelte een siertuin met een fontein. Van daaruit loopt water door een goot, waar het de bron van een fontein is.
Daarbij is het gevonden graf zichtbaar gemaakt door een glazen afdekking.
Informatiebord Korenmarkt (juni 2024)Commanderie van St. Jan (mei 2025)
Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449 omgekomen Nijmeegse Joden.
Kitty de Wijze
Kitty de Wijzeplaats (mei 2024)
Kaatje (Kitty genoemd) de Wijze was op 23 november 1920 geboren in Boxmeer. Haar zussen waren Elly (1919), Joke (1922) en Tini (1924). Het gezin was in 1932 naar de Graafseweg 84 in Nijmegen verhuisd. Begin oktober 1942 vorderden de Duitsers een aantal huizen aan de Graafseweg, waaronder het huis van de familie de Wijze. Daarop gingen ze in een pension op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70) wonen.
In de nacht van 17 op 18 november 1942 worden 196 Joden tijdens een grote razzia opgepakt. Zo ook de 4 zussen van de familie de Wijze. Omdat vader Louis op dat moment ernstig ziek was, hoefden de ouders nog niet mee. De site van Omroep Gelderland vertelt hoe deze razzia onderdeel uitmaakte van 1 grote, voorbereide actie
waarbij in dezelfde nacht op meerdere plaatsen in Gelderland Joden uit hun huis worden gehaald. Dat maakte weer uit van het grotere plan om alle Joden in Nederland uit te roeien, maar dan wel op een “geordende” manier.
Na een nacht waarin ze werden vastgehouden in de gymzaal van de HBS-B aan de Kronenburgersingel, gingen ze op transport naar Westerbork.
Briefkaarten
Op 12 december 1942 werden Kitty en haar zus Elly vanuit het kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Op een aantal momenten hebben de zussen de Wijze en Herman van Beek, de man van Elly, een aantal briefkaarten naar hun ouders gestuurd. Het laatste levensteken van Joke en Kitty zijn de kaarten die ze op 12 december 1942 nog vanuit de trein van Westerbork naar Auschwitz hebben geschreven. Deze hebben ze in ieder geval op 3 plaatsen uit de trein gegooid, in de hoop dat tenminste 1 persoon ze zou vinden en opsturen. In hun woorden proberen ze duidelijk hun angst te verbergen en proberen ze hun ouders moed in te spreken. De kaarten zijn te lezen op Geschiedenislokaal024.
Direct na aankomst werden Joke en Kitty op 15 december vergast. Elly zal op 12 februari 1943 worden vergast. Tini op 17 september 1943, evenals de ouders die inmiddels waren opgepakt.
In Nijmegen woonden in maart 1941 Nijmegen 522 geregistreerde ‘voljoden’, op een bevolking van bijna 100.000 inwoners. Minder dan 20% van de Nijmeegse Joden heeft de oorlog overleefd. Een mooi videoportret is te vinden op Oorlogsdoden Nijmegen.
Het beeld Joods Monument
Kitty de Wijzeplaats: een van de Jodensterren op het hek (mei 2024)
Het beeld is op 4 mei 1995 onthuld ter nagedachtenis van de omgekomen Joden. Het staat vlakbij de synagoge aan de Nonnenstraat. Het beeld is gemaakt door Paul de Swaaf. Het beeld was gefinancierd door Nijmegenaren. In datzelfde jaar werd de naam van het pleintje veranderd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. Een belangrijke reden om Kitty de Wijze als “symbool” te gebruiken, waren de bovengenoemde briefkaarten. Daarnaast was ze een van de jongste slachtoffers.
Het beeld van 2 meter hoog van een treurende, voorovergebogen vrouw wordt omgegeven door een perkje met een hek eromheen. Hierop staan 2 Davidssterren. Binnen het hek staat een boom.
Kitty de Wijzeplaats: Gedicht Leo Vroman (mei 2024)
Achter het beeld ligt een gedenksteen:
“Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.”
Het zijn de laatste regels van het gedicht Vrede van Leo Vroman.
Bij de ouders van de Swaaf hadden Joodse onderduikers gezeten. Het beeld is niet alleen bedoeld als herinnering aan het verleden, maar ook een waarschuwing voor het gevaar van discriminatie.
Op 4 mei worden alle namen van de omgekomen Joden voorgelezen. Deze namen zijn tevens te vinden op plaquettes aan de muur op de Kitty de Wijzeplaats.
449 Namen: Joods Namenmonument
Joods Namenmonument Kitte de Wijzeplaats, met bloemenkransen vanwege de herdenking op 3 mei (5-5-2024)
Op 26 april 2015 vond de onthulling van 7 bronnen plaquettes plaats. Hierop staan de namen van alle 449 Joodse slachtoffers uit Nijmegen.
De namenwand was in 2008 al aangevraagd door Albert Isja de Jong (in 2012 overleden). Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen hiervoor het initiatief. Het platform nam ook de financiering op zich, afkomstig van donaties.
Onder aanvoering van de in 2012 overleden Albert Isja de Jong uit Nijmegen kwam in de loop van 2008 het idee voor een plaquette. Het initiatief werd genomen door het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen. Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam de financiering van de naamplaten op zich dankzij giften die zij ontvingen. Op 26 april 2015 vond daarop de onthulling van het monument plaats.
De Waalkade was eeuwenlang vol bedrijvigheid. Vervoer over water was een van de belangrijkste transportmiddelen. Aan de Waalkade en de Benedenstad waren er veel bedrijven. Daarnaast was de eerste electriciteitscentrale gelegen aan de Waalkade.
Vanaf 1900 wordt de naam Waalkade gebruikt. Daarvoor werd het gebied ‘Aan ’t Water’, ‘Op den Werf’ of ‘Aan den Waal’ genoemd.
In de jaren 80 heeft een herstructurering plaats gevonden, waarbij de Waalkade een belangrijke recreatieve functie kreeg.
In 2013-2014 is de damwand tussen de Grotestraat en de Spoorbrug na een inzakking vervangen.
Het gedeelte ter hoogte van de horeca en het Casino is in 2018-2019 vernieuwd. Daarbij is een stenen trap gemaakt en een groot grasveld aangelegd. Bovendien zijn is het kunstwerk de Waterwolf en de Aquanaut geplaatst.
Van tijd tot tijd zal deze pagina worden aangevuld met de bijzonderheden van de Waalkade.
Belangrijkste bezienswaardigheden Waalkade
De Waal en Waalkade zelf
Romeinse resten
Het Besiendershuis
Anthonispoort
Labyrint
Romeinse tijd
In ieder geval is de Waalkade vanaf de Romeinse tijd bewoond geweest. Deze huizen waren gemaakt van hout en sloten aan bij de stad op het plateau. Nadat deze stad na de Bataafse opstand was verlaten, kreeg deze nederzetting een meer monumentaal karakter. Waarschijnlijk was het aanvankelijk een kleine (handels) nederzetting, gericht op het handelsverkeer over water. Daarbij lag (de voorloper) van de Waal wat meer naar het noorden dan nu het geval is. Deze stad hoorde waarschijnlijk bij het legerkamp dat de Romeinen op het Valkhof in de 3e eeuw hadden opgericht en liep tegen de helling op.
Romeinse muur
Voordat het Casino werd gebouwd, vonden hier opgravingen plaats, waarbij een Romeinse muur van 80 meter lang werd gevonden, die op sommige plekken nog een paar meter hoog was. Deze muur stamde uit de 3e of 4e eeuw, de zuidelijke muur van deze nederzetting.
Waarschijnlijk breidde de nederzetting zich via de helling uit. De muur diende aanvankelijk alleen voor verdediging, maar op een later tijdstip ook als onderdeel van gebouwen.
Het grootste deel van de muur is gesloopt en werd overgebracht naar de tuin van het toenmalige Museum Kam. De sloop van deze muur wordt, zeker in de huidige tijd, gezien als een drama. Wel werd als gevolg daarvan de eerste stadsarcheoloog aangesteld. Een deel van de muur is te zien bij het Hollands Casino.
Romeinse luxe: centrale vloerverwarming
Bovendien is daar een hypocaustum (centralevloerverwarming) uit de Romeinse tijd gevonden, die eveneens bij het Casino is te zien. “Een hypocaustum is een ondiepe kelder waarboven de vloer ligt op zuiltjes van gestapelde tegels. Vanuit een stookruimte stroomde warme lucht in deze kelder. De lucht verwarmt niet alleen de vloer, maar ook de wanden door middel van ingebouwde kanalen. In onze streken was dit soort centrale verwarming voorbehouden aan de rijken en kwam het meestal maar in één vertrek van het huis voor.” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Een andere belangrijke vondst van de opgravingen uit de jaren 80 was daarnaast een kalkoven bij de Steenstraat.
Peiling terugbrengen Romeins verleden
Uit een peiling uit 2016 onder 1.280 Nijmegenaren werden een 19 nieuwe ideeën voorgelegd:
38% van de respondenten vindt “Romeinse geschiedenis in centrum beter zichtbaar maken” een goed idee en had daarmee de hoogste score.
24% van de respondenten vindt de “resten van Romeinse muur terugbrengen op Waalkade” een goed idee en was daarmee plaats 5
Sommige beelden gaan pas echt wat zeggen als je “door” hebt: Arie Berkulin maakte dit kunstwerk in 1995. Hij wilde iets doen met het Romeinse verleden en maakte het beeld met 3 metalen buizen. Als je eromheen loopt, zijn de cijfers IV (4), VI (6), IX (9) en XI (11) te herkennen.
Vanaf de 12e eeuw groeide de nederzetting aan de Waal in westelijke richting uit. Door de verschuiving in de loop van de Waal ging een deel van deze nederzetting in de 13 eeuw verloren. Vanaf dat moment werden de huizen op een wat hogere plaatsen gebouwd, waaronder de Steenstraat.
Hanzestad
Door de ligging aan de Waal was Nijmegen in de late middeleeuwen een belangrijke handelsstad. in 1402 wordt Nijmegen onderdeel van de Hanze. Ook daarvoor, vanaf het begin van de 14e eeuw, waren er al contacten met de Hanze. Onder andere met Antwerpen en Londen. Daarbij waren laken en Duitse wijn uit de Rijnstreek belangrijke handelsproducten. Een mooie site hierover is https://www.antependium.nl/figuren/het-koggeschip/nijmegen-en-de-hanze/. Door problemen met de bevaarbaarheid van de rivier begon Nijmegen echter in betekenis in te boeten.
In de late middeleeuwen werd een stadsmuur aan de Waalkade gebouwd. Deze kreeg daarbij 8 poorten. Daarvan is een deel van Stratemakerstoren, de Besienderspoort en de St. Anthonispoort nog te zien.
De poorten waren: de Veerpoort, de Besienderspoort, de Kraanpoort, de St. Jacobspoort, de Meipoort, de St. Anthonispoort, de St. Stevenspoort en de Boddelpoort.
Daarbij kreeg de muur een aantal torens: aan de oostkant de Melaten- of Lappentoren. De Stratemakerstoren aan de voet van het Valkhof en de St. Hubertus- of Rode Toren.
Stratemakerstoren
Stratemakerstoren, 1987 (Hans Giesbertz via D1724_18_01-21 RAN CC0)
De Stratemakerstoren dateert uit 1512-1526, waarvan de funderingen stammen van een oudere toren. In 1526 komt de toren voor als het ‘roendeel bij der Veerpoirten’. De Veerpoort was daarbij de poort, waar het veer over de Waal aanlegde.
De huidige naam Stratemakerstoren komt in het archief voor op een stadsrekening uit 1569. De herkomst van de naam is onbekend: in andere plaatsen bestaan er torens die vernoemd zijn naar het gilde dat was toegewezen om de betreffende toren in tijden van oorlog te verdedigen. Nijmegen heeft echter geen stratenmakersgilde gekend.
Wat is een bastei?
Gezicht op de Valkhofburcht (links op de heuvel) en de Stratemakerstoren (rechts van het midden), gezien vanaf de Lappentoren ofwel Melatentoren; een tekening van Dr. Jan Herman Adriaen Scheers (13-4-1823 – 18-9-1978) (naar een aquarel van Pieter Caspar Christ); Opschrift: 1530 “Nijmegen met het Valkhof (1530) of den Melaten of Lappentoren”. In verso: Naar eene tekening van den jare 1530 gezien van den Melaten of Lappentoren, die gestaan heeft tegen de uiterste punt van den Wal achter den 1530, 1870-1878 (GN1395 RAN)
Hoewel het in 1526 een “roendeel” (rondeel) wordt genoemd, is het feitelijk een bastei. Een bastei is een grote, halfronde, hoefijzervormige toren die naar buiten uitspringt naar ontwerp van Albrecht Dürer. Daarbij zijn ze van binnen overwelfd met daarin kazematten. In deze ruimten kon het geschut beschermd worden opgesteld. De bastei wordt gezien als een voorloper van het bastion. Door de grote afmetingen en de hoge kosten om deze maken zijn basteien slechts op beperkte taal toegepast. Rond 2011 werd bekend dat ook de Stratemakerstoren een bastei is (https://nl.wikipedia.org/wiki/Bastei_(vesting)). Daarvoor werd gedacht dat een zogenaamd was; het is de enige bastei in Nederland die nog min meer intact is gebleven.
De Stratemakerstoren door huizen ingebouwd
Gezicht op de Waalkade ter hoogte van de Valkhofheuvel met de tot huizen verbouwde Stratemakerstoren. Midden boven is de Belvédère te zien met rechts daarvan het Valkhof. Links vaart een schip op het Meertje, het riviertje dat vanuit de Ooy tot aan de oostelijke stadsmuur stroomde. Schilderij van de Nijmeegse schilder Peter Martinus Post (1819 – 1860), 1853 (F5630 RAN)
Vanaf 1789 werd het rondeel door huizen ingebouwd. Bij de sloop van Alewijnse kwam het verlaagde bastei weer aan het licht en werd vervolgens gerestaureerd. Aanvankelijk werd het daarbij vanaf 1995 onderdeel van het museum de Stratemakerstoren.
Detail opname van de voorgevel van de Alewijnsepanden, oktober 1970 (P. Arts, Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting Gemeente Nijmegen via F88731 RAN CC0)
Om de kwetsbare, uit mergel bestaande toren te beschermen werd in 2017 een nieuwe schil gebouwd rondom de toren.
De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie
De Stratemakerstoren maakt tegenwoordig onderdeel uit De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie”, welke sinds 2018 geopend is. Het was daarbij een fusie van het Museum de Stratemakerstoren en het Natuurmuseum Nijmegen. Het museum vertelt het verhaal van “de Waal”: zowel vanuit historisch als natuurlijk oogpunt.
Opgravingen
Bij de opgravingen voorafgaand aan de bouw van het nieuwe museum zijn veel archeologische resten gevonden: Romeinse en middeleeuwse stadsmuren en funderingen van veertiende-eeuwse stadskastelen. Deze zijn vervolgens opgenomen in het museum.
Architectuur
Het museum is ontworpen door Van Roosmalen van Gessel Architecten uit Delft. Het ontwerp kreeg in 2019 de Schreudersprijs voor ondergronds bouwen en de Publieksprijs van de Architectuurprijs Nijmegen.
Besienderspoortje of Lossertpoort
Steenstraat 57-59
Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis), gezien vanaf de Waalkade , eveneens met een uitgang aan de Steenstraat.In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68667 RAN)
Het Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis) , gezien vanuit de Steenstraat , met eveneens een uitgang aan de Waalkade. In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68666 RAN)
Een van de overgebleven poorten is het Besienderspoortje of Lossertpoortje. In de loop der eeuwen komt deze onder verschillende voor:
1420-29 Geertruid Boyenpoortje
1511 O.L. Vrouwenpoortje
1542 Sybert Lossertspoortje; in 1659 Slosserspoortje genoemd
1552 Bezienderspoortje
Sybert Losser was vanaf 1538 beziender van de Rijkstol. En bovendien was hij taveernehouder. Van Schevichaven: “Menige goede dronk werd te zijnen huize door onze heeren van den raad en hun gasten tot heil en op kosten van de Stad genoten, getuigen de Rekenboeken van het midden der 16de eeuw.” Waarschijnlijk is van Schevichaven de bron geweest dat het Besiendershuis, tegenover het Bezienderspoortje, foutief haar naam heeft gekregen.
Zoals op de linker foto hierboven te zien is, kwam door de verhoging van de Waalkade in 1885 een groot deel van de poort onder het wegdekniveau te liggen.
Behalve een leuke pagina heeft Noviomagus tevens een mooie foto uit 2010 hoe deze poort vanuit de Waalkade gezien tegenwoordig vrijwel verborgen is.
Een interessant artikel uit 1980 is te vinden op Numaga (tevens bron van dit artikel).
Anthonispoort
Anthonispoort (mei 2024)
Anthonispoort 4M KR (mei 2024)
Waarom op de sluitsteen 4M + KR staat gegraveerd, is niet duidelijk. Op Noviomagus staat hierover een leuke discussie.
Maarten Schenk
Op de Antonispoort is een gedenksteen te zien van de mislukte aanslag van Maarten Schenk op Nijmegen op 12 augustus 1589. Hierbij verdrinkt in de Waal.
afbeelding te zien uit 1599/1600 hoe Maarten Schenk verdrinkt in de Waal.
(Annotatie: NOVIOMAGUM belli DUX SCHENCKIUS impiger instat | evomit undis / Sub Philipo Secundo, Gubernante Parma & Principe Mauritio / Frans Hogenberg ; del 1599/1600) (KPA-I-13 RAN)
Op 10 augustus 1589 doet Maarten Schenk (op dat moment vechtend aan Staatse zijde) een poging Nijmegen te veroveren. Hij heeft die dag een troepenmacht van 300 man verzameld bij Schenkenschans. Met 70 boten laten zij zich die nacht de Waal over de Waal naar Nijmegen vervoeren.
Zij proberen bij de St. Antonispoort en de huizen aldaar binnen te dringen. Met een lier weten ze het traliewerk uit raam te trekken. Waarschijnlijk is de tegenstand groter dan verwacht en breekt er paniek uit. De mannen proberen weer in boten te komen en te vluchten. Sommigen raken overvol en kantelen, zo ook de boot van Schenk. Met zijn zware harnas aan verdrinkt hij in de Waal.
Gevierendeeld en herbegraven
De volgende ochtend vissen Nijmegenaren de verdronken soldaten op, op zoek naar buit. Daarbij vinden ze het lichaam van Schenk. Zijn hoofd wordt bij de St. Antonispoort opgespiest, andere lichaamsdelen komen bij andere poorten te hangen. Na 8 dagen worden zijn lichaamsdelen in een kist gedaan en naar de Kronenburger toren gebracht.
Wanneer de Staatse Troepen Nijmegen in 1591 veroverd hebben, wordt hij met pracht en praal bijgezet in de St. Stevenskerk. Zijn harnas wordt naar Kleef gebracht en op een zuil in een park gezet. In 1795 hebben de Fransen dit harnas vernield.
Anthonispoort bij avond (januari 2026)
Een uitgebreid verhaal over Maarten Schenk, die meerdere keren van kamp wisselde is te lezen op (tevens bronnen):
Besiendershuis vanuit het tuintje (Monumentendag 10-9-2024)
Een van de markantste gebouwen aan de Waalkade (of eigenlijk Steenstraat) is het Besiendershuis. Een besiender was een soort opzichter, die tolgelden inde. Zoals Noviomagus (met veel foto’s) aangeeft: “In werkelijkheid blijkt in het dubbele woonhuis echter nooit een besiender te hebben gewoond. Voor de duidelijkheid moet hierbij worden opgemerkt dat het vrije uitzicht vanuit het Besiendershuis op de Waal pas ontstond bij de verwoesting van twee panden aan de Waalkade, eind 1944 of begin 1945.”
Tekening vogel in de kelder van het Besiendershuis (10-9-2024)
Kelder Besiendershuis (10-9-2024)
Uitzicht op de Waal vanuit het Besiendershuis (10-9-2024)
Rijksmonument
Het Besiendershuis is sinds 1973 een Rijksmonument. Met als omschrijving: “”Besiendershuis”. Laat-gotisch woonhuis van het Nederrijnse type met zadeldak, evenwijdig aan de straat, tussen trapgevels aan de korte zijden. Geprofileerde waterlijsten, vensters met kruiskozijnen, gevat binnen korfbogige nissen of met ontlastingsbogen; vorkankers. Gerestaureerd 1941-’44.” De restaurateur was ir. Deur. Daarbij werd van het naastgelegen krot een tuintje gemaakt (Noviomagus). Op het moment van schrijven (waarschijnlijk rond 2005-2010) van haar artikel noemt Noviomagus dat de huidige functie een woonhuis is.
Artist in Residence
Besiendershuis, waarschijnlijk grapje van een van de gasten? (10-9-2024)
Poort en tuintje van het Besiendershuis (10-9-2024)
Besiendershuis (10-9-2024)
Sinds 2010 is het Besiendershuis “een huis van verbeelding: het pand en de organisatie zijn ingericht op het ontwikkelen van culturele residenties en het presenteren van publieksgerichte artistieke programma’s ten behoeve van de stad.”
Daarbij verblijft regelmatig een kunstenaar tijdelijk in het pand. “Tijdens hun verblijf dompelen zij zich onder in Nijmegen, maken contacten, doen ze er inspiratie op en brengen de stad verbeelding, nieuwe ideeën en kunst.” Een van de etages is dan ook modern ingericht. Daarbij herinneren verschillende voorwerpen aan de tijd dat de betreffende kunstenaar artist is in residence was. Meer over het Huis der verbeelding (en tevens bron), zie haar eigen website.
Een reproductie van een schilderij met daarop de Kraanpoort en de Kraan , onderaan de Grotestraat, 1620-1630 (Fa H. ten Hoet/L.R. Gerritsen via F1708 RAN CCBYSA)
In 1420 is de eerste vermelding van de Kraan op de Waalkade, maar aangenomen wordt dat deze kraan ouder is. Deze stond ter hoogte van de Grotestraat.
Deze kraan is eeuwen lang in gebruik geweest voor het laden en lossen van schepen. De kraan werd daarbij in beweging gezet door een tredmolen. In 1881 werd hij afgebroken, op het moment waarop tevens de Oude Haven werd gedempt. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
De galerij , de Kraan (bij de Kraanpoort) en de veerpont ; een aquarel van Jan van Leeuwen, 1820 (F65198 RAN)
Gierpont
De gierpont aan de Waalkade, 1933 (F57976 RAN)
Voordat de Waalbrug gebouwd werd, kwam men naar de overkant door een zogenaamde gierpont “Zeldenrust”, die tussen de oever bij Lent en de Waalkade vaarde. Doordat in 1936 de Waalbrug werd geopend, verviel de functie van deze gierpont. Maar eigenlijk was deze ook voor die tijd al lang niet snel genoeg meer.
Alewijnse
Hoog water in de Waal en op de kade tussen Voerweg en Lindenberg ter hoogte van de bedrijfspanden van de firma Alewijnse, 19/2/1920 (F9019 RAN)
Cornelus Alewijnse richtte in 1900 zijn installatiebedrijf en elektrotechnisch bureau op aan de Waalkade, nadat hij uit de gloeilampenfabriek was getreden die hij samen met Roothaan had opgericht. In 1908 werd richtte hij samen met Gerhardus ten Hoopen C. Alewijnse & Co op. Het bedrijf zou tot 1980 aan de Waalkade gevestigd blijven, om daarna te verhuizen naar de Energieweg.
Een mooi interview met Cees Alewijnse uit 2019 is te lezen op de Bastei.
Vihamij
Vihamij-pand (1e steen 1874), Waalkade, 1968 (Prof. Evert F. van der Grinten via F78847 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
De Oude Haven
Waar nu het Labyrint ligt (zie hieronder), lag vroeger de haven van Nijmegen.
De Oude Haven met Bottelpoort (Boddelpoort) en St. Hubertusmolen (Havenmolen) , die stond op de St. Hubertustoren (Rode Toren), 1858-1865 (Julius Schaarwächter via F47518 RAN)
Met de aanleg van deze haven werd in 1601 begonnen. Na de Reductie van 1591 werd van Nijmegen een vesting gemaakt. Daarbij moest de haven worden verlegd, zodat deze binnen de wallen zou komen te liggen. Tot dan toe had een stuk stadsgracht aan de westzijde van de stad als haven gefungeerd.
In 1852-1853 werd de nieuwe haven tussen de Hezelpoort en Fort Krayenhoff aangelegd. De naam “Oude Haven” leeft nog voort als straatnaam.
De Elektriciteitscentrale aan de Waalkade, 1910 (F1677 RAN)
Nijmegen had in 1886 al een elektriteitscentrale, de eerste gemeentelijke elektriciteitscentrale van Nederland. Voor de plannen om een elektrische tram aan te leggen, was er een grotere centrale nodig. Daarbij zou die centrale ook een groter deel van de stad elektrisch kunnen verlichten. De centrale ging in 1908 in werking, de tramremise was in 1911 gereed.
In 1936 werd de nieuwe centrale aan het Maas-Waal kanaal gebouwd, die inmiddels gesloopt is. Tot 1955 zouden er trams in Nijmegen blijven rijden.
Het gezicht vanaf de spoorbrug op de stad, met op de voorgrond de elektriciteitscentrale en de tramremise aan de Waalkade en op de achtergrond de St. Stevenskerk en de St. Augustinuskerk, 1920-1925 (Eenennaam, uitg. P.M. van Eenennaam via F1678 RAN)
In 1989 ging het Holland Casino op de Waalkade open. Holland Casino’s wilde graag een casino in het oosten van het land, mede vanwege de Duitse markt; Nijmegen een eye-catcher voor de Waalkade. Wel ging een Romeinse muur verloren, wat tegenwoordig als drama wordt gezien.
In 1981 werd Fietsmuseum Velorama geopend, waar aanvankelijk de fietsverzameling van G.J. Moed Jr. en de oldtimers van Moed Sr. waren tentoongesteld. Na de verbouwing in 1996-1998 zijn er echter auto’s meer te zien.
Het museum heeft meer dan 500 fietsen in haar bezit, waarvan een deel in depot is opgeslagen. Het is de grootste en belangrijkste fietscollectie ter wereld, waarbij het museum is gespecialiseerd in fietsen van voor 1900.
Een van de boten die al jarenlang aan de Waalkade ligt, is de Quirin’s. Afgaande op een interview, bestaat de boot sinds 1968 als restaurantboot, Quirin’s genaamd. In dat interview vertelt Ed Tonissen: ““Ik kwam van school, het was economische crisis. Ik was technisch opgeleid, maar er was geen baan te vinden. Mijn vader verhuurde Quirin’s en de huurder was net vertrokken. Ik had toch niks te doen, dus ik dacht: ‘Ik ga dat maar eens proberen.’ Al was ik het helemaal niet van plan, ik heb altijd wel een bedrijf met iets van water willen hebben.””
In 2013 is de boot omgebouwd tot café-restaurant annex bezoekerscentrum de Nijmeegse Boot. De naam verwees naar de transportboot/maatschappij die tussen Nijmegen en Rotterdam voer. Daarna was het nog een tijdlang pop-up restaurant de Portier.
Nu is het alweer een hele tijd een boot met 4 escape rooms. “Can you escape the boat?”, vraagt ze. Maar met zo’n uitzicht, waarom zou je dat eigenlijk willen?
Een van de vertrouwde gezichten van de Waalkade en de Waal bij Nijmegen: de Pannenkoekenboot. De boot is door Ed Tonissen (zie ook Quirin’s) zelf ontworpen. Er varen daarnaast exemplaren in Amsterdam en Rotterdam.
Waterwolf en de Aquanaut Waalkade beeld Space Cowboys (Januari 2024)
Muursculptuur
Een groot aantal zijn in de jaren tachtig geplaatst ter gelegenheid van de waterkeringsmuur.
Grotestraat
Muursculptuur Waalkade/Grotestraat
Op de muursculptuur bij de afsluiting Waalkade/Grotestraat is het gemeentewapen van Nijmegen in abstracte vorm te herkennen: een dubbele adelaar met een wapenschild (waar normaliter een leeuw op staat)
“Deze plaquette herinnert aan de hulp die de bevolking van Nijmegen na de oorlog kreeg van de Amerikaanse stad Albany. De plaquette is een initiatief van Stichting FAN Friendship Albany-Nijmegen”, zo begint het bord. Rechts staan de geschonken hulpgoederen: veel levensmiddelenpakketten, zeep en kleding. Wilhelmina stuurde in 1948 op haar beurt 2000 tulpenbollen als dank. Albany organiseert daarop een jaarlijks “Tulip Festival”. Nijmegen en Albany werden “sister cities”, gesymboliseerd door oranje tulpen. Voor deze plaquette staat een grote schaal oranje tulpen nu (mei 2024) in bloei.
Tulpen Albany Waalkade (mei 2024)
Groene lijnwandeling Waalkade (mei 2024)
Gevelsteen Den Witten Arent
Achter de Vismarkt
Gevelsteen den Witten Arent, Achter de Vismarkt 18 en 20 (augustus 2025)
“Dit huis staet in Godts haent, het is in den Witten Arent ghenaemt, anno 1621”: Dit is de gevelsteen van de herberg ‘De Witte Arend’, welke ca.1930 – 1940 is afgebroken. Hij werd door schilder/heraldicus Jakob Berendzn Bronsema vanwege de voltooiing van de sociale woningbouw in de benedenstad in 1985. (Bron: Noviomagus en RAN)
Achter de Vismarkt heette “vroeger” Achter het Gasthuis, zo genoemd omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. In een artikel over de aankomende sloop van de Rozengas schrijft het PGNC 21/6/1939:
“In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerrafinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Den Witten Adelaar staat te huur in 1814 (PGNC 9/9/1814)
Het is mij nog onduidelijk of de Witte Arend in 1939 al gesloopt was of onderdeel van het sloopplan van de Rozengas was (en of deze daadwerkelijk is uitgevoerd).
Het volledige artikel geeft een mooi beeld van de eerste sloop en volgende sloopplannen in de Benedenstad. Dit artikel staat onderaan de pagina weergegeven.
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling
1982 Waalkade
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (mei 2024)Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (April 2024)
Drie Muursculpturen, Ben van Pinxteren
1982 Waalkade/Achter de Vismarkt
Drie muursculpturen, Ben van Pinxteren, Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Deze sculpturen van Ben van Pinxteren bevinden zich op de doorgang naar de Waalkade. Deze doorgang kan met grote stalen deuren worden afgesloten bij hoogwater. (Bron: Kunst op Straat)
De twee muursculpturen op het plateau zijn ook van zijn hand.
Twee Muursculpturen, Ben van Pinxteren
Twee muursculpturen Ben van Pinxteren Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Oude Huizen aan Waalkade
Witte huizen aan Waalkade (mei 2024)
Gedicht Oude Huizen aan de Kade
Gedicht Oude huizen aan de kade (mei 2024)
Wachteres, Paul de Swaaf
1983
Wachterers, Paul de Swaaf, Waalkade, 1983 (mei 2024)
De bedoeling is dat dit beeld bij hoog water contact maakt met het water; daarom is dit 2,85 meter lange beeld horizontaal geplaatst.
De naam “De Wachteres” is gebaseerd op een misverstand. Aanvankelijk had de Swaaf een staand beeld van een vrouw ontworpen, die met de rokken omhoog op het hoogwater stond te wachten. Omdat hij ontevreden was over het resultaat, ontwierp hij een nieuw beeld. Door een misverstand is de naam van het eerste beeld echter blijven hangen. (Bron: Kunst op Straat)
Deze muursculpturen van Gerard Bruning maken onderdeel uit van een aantal opdrachten van de gemeente Nijmegen om de nieuwe waterkeringsmuur aan te kleden. (Bron: Kunst Op Straat)
Sinds 2018 is er op een deel van de keermuur een klimmuur aangebracht. Tot 2014 stond hier een waterkunstwerk, een watergordijn dat echter zelden functioneerde. Bron: De Gelderlander)
Het sit with a Scientist park is aanvankelijk (juli-augustus 2024) verplaatst naar de Broerstraat en inmiddels (november 2024) verplaatst naar de Burchtstraat
Sit with a scientis, pop-up park Waalkade (mei 2024)
Op de plaquette staat: “Mei – Juni 1940 hielp de Nijmeegse bevolking spontaan tienduizenden Belgische krijgsgevangenen in mudvolle rijnaken op weg naar de Nazikampen (Nationaal verbond der oud-krijgsgevangen van België)”
Na de Duitse inval capituleert België op 28 mei 1940. Vanaf dat moment worden eind mei en begin juni Belgische en Franse krijgsgevangen na een mars te voet ingescheept op rijnaken, die in Walsoorden bij Terneuzen voor anker lagen. Een kwart miljoen soldaten zou op die manier via het Hollands Diep, Waal en Rijn op overvolle schepen op transport worden gesteld naar krijgsgevangenenkampen in Duitsland. Onderweg werd som toe aangelegd, onder andere om water in te slaan.
Ongeveer 90 rijnaken meerden in Nijmegen aan. De soldaten hadden op dat moment er dus al zware reis opzitten. Omdat delen van de verwoeste bruggen die in het water lagen een groot obstakel vormden, was Nijmegen een onvermijdelijke plaats om een stop te maken. Nijmegenaren uit het Waterkwartier en de Benedenstad trokken zich het lot van de hongerige en dorstige Belgen aan. Zij kwamen massaal in actie met voedsel en medische verzorging.
De plaquette uit 1992, geplaatst door het Nationaal Verbond der oud-krijgsgevangen van België, is een herinnering aan dit toonbeeld van menslievendheid.
Nijmegenaren betrokken bij de verstrekking van brood aan franse en belgische krijgsgevangenen, die Nijmegen passeerden eind mei 1940 (F52436 RAN)
Brood uitdelen aan Belgische krijgsgevangenen die Nijmegen passeren, mei 1940 (GN11043 RAN)
(Overige) Bronnen en verder lezen
Bijschrift foto GN11043 RAN
Bijschrift foto F64453 RAN, een foto van de bijeenkomst van de ex-krijgsgevangenen in de burgerzaal in het Stadhuis
Dit anker is een herinnering aan het levendige havenverleden van de Waalkade. De plaatsing van dit scheepsanker is (mede) ingegeven om dit deel van de Waalkade wat vrij leeg is, aan te kleden. (Bron: Noviomagus)
NAP paal Waalkade (mei 2024)
In de buurt van het anker staat deze NAP paal. Dit gedeelte ligt iets minder dan 12,5 meter NAP boven de zeespiegel. Het gedeelte bij het Casino ligt lager.
Blok 26, architect Paul van Hontem en Verschoor
1979-1982 Groen binnenplein Kromme Elleboog aan de Waalkadearchitect van Hontem
Blok 26 is een samenwerking tussen architect Paul van Hontem en Ir. W.H. Verschoor. Het heeft 2 groene binnenterreinen. Een belangrijk onderdeel van het ontwerp was het contact met de Waal.
De houten Snackbar van Alex en Karin de Kok, januari 1991 (Ber van Haren via KN14930-13 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)De Hendrik Heucksteiger op een winterse dag met sneeuw op de Waalkade, januari 1995 (Hans Giesbertz via D1724_18_05-16 RAN CC0 Auteursrechthouder RAN)
De hoogwater- of Hendrik Heucksteiger: dit was steiger met een loopbrug tussen de Waal en de Grotestraat. Hierdoor zouden passagiers van cruiseschepen zonder natte voeten aan land kunnen komen. De loopbrug was 28 meter lang, woog 7 ton en lag 4.30 meter boven de rijweg ontworpen door de Nijmeegse architect Antoon Croonen. Bij een herinrichting van de Waalkade is de steiger gesloopt. (Bron: bijschrift F88721, een foto uit 1994 tijden de Zomerfeesten)
De Kaaij
De Kaaij (augustus 2025)
Inmiddels niet meer weer te denken: de Kaaij. Begonnen in 2011 als een zeer kleinschalig evenement, is het niet meer weg te denken als terras en festival: “In 2011 begon het met een klein rood vrachtwagentje en een uitklapbar. Met liedjes en koffie, wat mensen die bleven staan. Onder de brug en aan het water groeide het uit tot een bruisende plek. Muzikanten, schilders en kunstenaars sloten zich aan met creatieve ideeën. Hier, in de stad aan de Waal, creëren we een unieke ervaring – ons eigen cultureel terras.” (https://dekaaij.nl/)
Naast de foto’s op hun eigen site, is een mooi fotoverslag van 2024 te zien op IntoNijmegen.
Zie ook “De Kaaij vanuit de lucht” uit 2014 op https://www.nijmegenmijnstad.nl/de-kaaij/; inmiddels is de Kaaij al een aardig festival geworden; waarschijnlijk lopen de mensen op de krib van en naar het pontje dat ze naar “Havana aan de Waal” brengt.
Een artikel uit 1939: Sloop in de Benedenstad
“Een belangrijke doorbraak in de oude stad
De Rozengas verdwijnt – Nieuwe straat van 10 Meter breedte
Wordt de Waalkade watervrij?
Na de belangrijke krotopruimingen aan de Steenstraat en de Vleeschouwerstraat, die eenige maanden geleden hun beslag gekregen hebben en waardoor in het Oostelijk gedeelte van de oude stad het vraagstuk van de saneering een belangrijke schrede is gevorderd, is nu een omvangrijke afbraak begonnen in een ander deel van de oude stad, waar verscheidende panden den laatsten in het bezit van de gemeente zijn gekomen en waar ook door particulieren medewerking wordt verleend, om tot opruiming van de bouwvallen te komen. Het betreft hier n.l de totale opruiming van de Rozengas, de gedeeltelijke afbraak van de Grootegas en het sloopen van eenige panden aan de Praast- of Proosthof. Door deze afbraak komt een uitgestrekt terrein vrij, dat in de toekomst bestemd zal worden voor woningenbouw en nieuwen straataanleg, waarop wij zoo aanstaande nog nader terug komen.
Historisch plekje verdwijnt
Wie nu tusschen de bouwvallen rondloopt en de enorme puinhoopen, die door het sloopwerk daar thans ontstaan zijn, gadeslaat, zal moeilijk kunnen vermoeden, dat het hier een der oudste gedeelten van Nijmegen betreft, dat in vroeger tijden- wij spreken nu van ongeveer vijf eeuwen geleden- door gegoede ingezetenen van onze stad werd bewoond. Het Rozengasje b.v., dat binnen enkele dagen nog slechts in de herinnering zal voortleven, loopende van de Nonnenstraat naar Achter de Vischmarkt, heette vroeger: Achter het Gasthuis, zoo genaamd, omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. Dat Gasthuis bevond zich ter plaatse, waar zich thans de oude Luthersche kerk in de Grootestraat bevindt. In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerraffinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Het Rozengasje zelf bestond uitsluitend uit woonhuizen, waarin in 1438 een zekere Coenraed Schutt kwam te wonen en daar een “stoof”, dat is een warm bad en verwarmd vertrek, liet inrichten. Ook uit talrijke protocollen uit de vijftiende eeuw, blijkt, dat er vroeger gegoede families woonden. Ondanks alle verval zijn sommige muren nog van een respectabele kracht en afmetingen. Men bouwde vroeger uiterst solide! De baksteenen in de oudste panden hebben een lengte van 30 en een dikte van 9 cm.
Ook de Grootegas is van een respectabele ouderdom. De naam komt reeds in 1427 voor en aan talrijke, thans wel zeer schamele huizen, ontdekt men nog de sporen van vroegere deftigheid.
De vergelijking met de andere gassen is de Grootegas tamelijk breed n.l. drie en een halve meter, maar in de naaste toekomst zal dat aanmerkelijk veranderen. Bij de plannen voor de saneering van de oude stad, is n.l. voor de Grootegas een nieuwe rooilijn vastgesteld en het doel van de thans aangevangen afbraak is o.m, om tot verbreeding van de Grootegas te komen. Dit wordt in de toekomst een belangrijke verbindingsweg van de Waalkade naar het centrum van de stad en de breedte er van zal op niet minder dan tien meter worden gebracht.
Tenslotte verrichten op het oogenblijk de sloopers hun werk op ’t z.g. Praast- of Proosthof. Dit is een terrein tusschen Achter de Vischmarkt en de Nonnenstraat. De naam is ontleend aan de woning van den Proost van het vroegere nonnenklooster, dat in de vijftiende eeuw in de Nonnenstraat gevonden werd. Een bewijs, dat deze omgeving vroeger betere dagen gekend heeft, is wel, dat dit klooster er een voor adelijke vrouwen was. Men vond in deze omgeving ook huizen bewoond door familie als Collart van Lynden, van Welderen, van Redichaven enz. Tot de woning van den zooeven genoemden Proost behoorde ook het nu nog bestaande poortje- dat intusschen voorshands nog niet gesloopt wordt- met bovenkamer, waar de Proost zich met voorliefde ophield. In een protocol van 1462- waar waren die gewichtige documenten al niet goed voor!- vertelt een zekere Dirck Hack, dat hij “een tyt geleden heeft sitten eten met den praest, jan van Bueren, en joffer Neza (’s proosten zuster) opter poorten, dat sy daermit woerden krigenden” enz. Waarna het relaas volgt van een “pittig onderhoud”, over een familiegeschil, dat overigens niet ter zake doet. Het Proostenhuis schijnt vroeger een toren te hebben gehad. In het laatst van de achttiende eeuw behoorde het in eigendom aan de Maillard de Pleinchamp, gewezen Waalsch predikant en later schijnt het als militaire barak te zijn ingericht geweest. In een cohier van 1649 vinden wij nog vermeld, dat op het Proosthof acht huizen stonden.
Een gedeelte van deze omgeving, dat ook nog niet aan de beurt is om onder sloopershanden te vallen, is de Schapengas, een doodloopend steegje, het nauwste van Nijmegen, dat vroeger op het Proosthof schijnt uitgekomen te zijn. Ook hier woonden vroeger aanzienlijke families, o.a. een notaris, de gemeensman Dibbets en, zooals het Hopmanboek van 1743 vemeldt: de Hoog Welgeb. Maximillaen Renesse.
Plannen voor de toekomst
Zooals wij daar straks reeds opmerkten, komen door deze afbraak belangrijke complexen vrij, die voor woningbouw benut kunnen worden. De plannen daarvoor staan echter nog geenszins vast. Men zal in de eerste plaats rekening moeten houden met de toekomstige bestemming van de oude stad, n.l. met een saneeringsplan, dat het geheel omvat. Zooals men weet, bestaan tegen partieele saneeringen groote bezwaren en alvorens daartoe een besluit wordt genomen, zal men de zaak van elke kanten moeten wikken en wegen, opdat men later niet tot de ontdekking komt, dat uitvoering van andere werken, door reeds tot stand gekomen bouwwerken, in sterke mate belemmerd wordt, dan wel dat men geen architectonisch juist geheel meer kan krijgen.
De bij het vraagstuk van de oude stad allesbeheerschende vraag is, of de Waalkade al dan niet watervrij zal worden gemaakt. Zooals wij al eens eerder uiteengezet hebben, berust de beslissing hieromtrent bij het departement van Waterstaat, dat aanvankelijk volstrekt afwijzend hiertegenover stond. Men weet, dat de Waalkade behoort tot het winterbed van de rivier, en zou men, hetzij door ophooging, dan wel door het maken van een waterkeerenden muur, dit gedeelte van het winterbed doen verdwijen, dan zou de consequentie daarvan vormen, dat men aan de Lentsche zijde het winterbed zoozeer verruimt, dat het afvoervermogen van de rivier even groot blijft, als thans het geval is. Dat daarmede belangrijke kosten gemoeid zijn, spreekt wel vanzelf.
Jarenlang heeft de gemeente na reeds pogingen in het werk gesteld om de Waalkade watervrij te krijgen. In zekeren zin staat of valt het vraagstuk van de saneering van de oude stad er mede. Nu het vraagstuk van oud-Nijmegen niet alleen ter plaatse als van groote beteekenis wordt aangeduid, maar in het geheele land er bestelling voor is gewekt, schijnt men bij den Rijkswaterstaat meer begrip voor deze voor Nijmegen zoo buitengewoon belangrijke aangelegenheid te hebben gekregen. Wij hebben n.l. in waterstaatskringen hooren verluiden, dat men niet meer volstrekt afwijzend tegenover de onttrekking van de Waalkade aan het winterbed van de rivier staat en op het ogenblik wordt onderzocht, op welke wijze aan de verlangens van het gemeentebestuur kan worden tegemoet gekomen.
Ofschoon deze aangelegenheid nog slechts in het stadium van overweging verkeert, mag deze gang van zaken toch in hooge mate met vreugde begroet worden. Immers, zoowel de stedenbouwkundige ir. Siebers, de betrokken gemeentediensten en de Commissie S.O.S. zijn het er volkomen over eens, dat slechts door watervrijmaking van de Waalkade een afdoende oplossing kan worden verkregen.” (PGNC 21/6/1939)
Witte huizen aan de Waalkade, licht oranje door de zonsondergang (mei 2025)Een gedicht op de Waalkade: “De namen zijn blauw” van K. Michels, december 2025
Labyrint Waalkade, Klaus van de Locht en Jaap van Hunen, 1982 (april 2024)
Het Labyrinth van Klaus van de Locht en Jaap van Hunen is een van de kunstwerken die gemaakt zijn vanwege de bouw van de waterkeringsmuur in 1982. Jaap van Hunen ontwierp de aankleding van het labyrint. Het labyrint ligt op de plaats van de Oude Haven.
In Kunst op Straat: (tevens bron): “‘Het labyrint is een metafoor voor de levensloop, een mogelijkheid de vragen naar een zinvol leven te beantwoorden. Een steun voor de mens die op zoek is naar zichzelf. Maar ook staat het labyrint voor de geordende baan van de sterren en de kosmos, waar de mens deel van uitmaakt’ aldus Klaus van de Locht.”
Labyrint in het Labyrint: de sluitsteen in het midden. De reden van het boeket witte rozen in het midden is onbekend, maar hebben mogelijk te maken met het feit dat van de Locht op 7 maart 2003 is overleden (6 april 2024)
De diameter is 24 meter. In het midden ligt een sluitsteen, een basaltblok welke uit de Waal is opgevist. Hierin heeft de kunstenaar een labyrint in miniatuurvorm weergegeven, met een gat in midden.
Rennen
Het labyrint nodigt niet alleen uit tot contemplatie. Kinderen rennen over het labyrint, steken van de ene cirkel naar de andere over en spelen met het water.
Klaus van de Locht
Klaus van de Locht is in 1942 geboren in het Duitse Millingen. Hij studeert aanvankelijk 3 jaar theologie in München. Dan kiest hij voor een opleiding aan de Werkkunstschule in Wuppertal in 1967, net al zijn broer Peter.
Na zijn studie woont hij 2 jaar in Londen, om in 1975 naar Nijmegen te verhuizen, waar Peter inmiddels al woont. In 1989 wordt bij hem MS geconstateerd, waaraan hij in 2003 op 60-jarige leeftijd zal overlijden.
Thema’s
Het landschap, de mythologie en het naakt zijn belangrijkste thema’s.
De Nijmeegse Stadskrant: “Kunstenaar Sven Hoekstra vertelt dat Van de Locht was geïntrigeerd door labyrinten en spiralen. “Dat waren voor hem oorsprongsvormen, het kleine dat uitgroeit tot iets groots en weer terugkeert naar het kleine, een foetus en een baarmoeder tegelijk. Het hergebruiken van materiaal hoorde bij die gedachtegang. Tekeningen maakte hij vaak op gerecycled materiaal, of het nou kranten waren of inpakpapier. Veel van zijn driedimensionale objecten zijn gemaakt van spullen die hij op straat of ergens anders vond”.
Het labyrint
Bij de opening van de overzichtsexpositie in 2003 houdt Victor Vroomkoning een toespraak: “Waarom onderneemt een man een leven lang pogingen zich met zijn kunst op te richten naar het licht? Ik wist, hij was als jeugdig begenadigd turner van de rekstok gevallen, had na die korte vlucht een jaar lang plat gelegen.” Die oprichting had betrekking tot zijn werk met fallus-symbolen als het labyrint.
Vroomkoning legt op een prachtige manier deze mythe uit, daarom hierbij alleen een rechtstreekse verwijzing naar zijn artikel.
Een aantal werken van Klaus van de Locht:
Stèle, Blekershof, Beek
1982: Labyrinth, Waalkade, Nijmegen. In samenwerking met Jaap van Hunen
1983: Plastiek voor de juiste en niet-juiste verhoudingen. Broekstraat, Nijmegen. In samenwerking met Hans Koetsier en Geertjan van Oostende.
1986: De baanbrekers, hal Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek, Wundtlaan, Nijmegen
Afsluitpaal, Ed van Teeseling, doorgang Lutherseplaats en Achter de Vismarkt, 1987 (Maart 2024)
Beeldhouwer Ed van Teeseling maakte de afsluitpaal in de doorgang van de Lutherseplaats en Achter de Vismarkt in 1987.
In 1973 had de gemeente Nijmegen aan een aantal kunstenaars de opdracht gegeven een verkeerspaaltje te ontwerpen. Het idee was afkomstig uit Maastricht. Na de eerste drie, zouden nog een aantal paaltjes in de Benedenstad volgen. Deze afsluitpaal van Ed van Teeseling stamt uit 1987.
De gemeente had in haar opdracht bepaald dat de paaltjes van graniet of hardsteen moesten zijn. KOS: “Het paaltje van Ed van Teeseling heeft een golvende vorm, die aan lichaamsvormen doet denken. Het ziet er ondanks het harde materiaal rond, zacht en organisch uit.”
De mooie ontdekking komt van Dorsoduro: “Toen ik pas van Achter de Vismarkt naar de Lutherseplaats liep, viel me een detail op, zeg maar op heuphoogte. En ineens zag ik dat de afsluitpaal een kussend stel laat zien. Het detail toont hoe zij elkaars hand vasthouden.” (Dorsoduro, in een mooi artikel over de afsluitpaaltjes)
Afsluitpaal tussen Lompenkramersgas en Begijnenstraat, beeld van Oscar Goedhart, oktober 2023
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar. Het idee was afkomstig uit Maastricht. Na de eerste drie, zouden nog een aantal paaltjes in de Benedenstad volgen.
Grotestraat 33 plaquette Henriette Presburg, september 2023
Omdat in 1983 Karl Marx 100 jaar is overleden, besluit de gemeente Nijmegen een plaquette op te hangen waar het “ouderlijke huis” van de moeder van Karl Marx heeft gestaan. Henriëtte Presburg heeft hier echter slechts 6 jaar gewoond: zij was geboren in de Nonnenstraat.
Op de plaquette op Grotestraat 33 staat:
“Hier stond het ouderlijk huis
van Henriette Presburg
Moeder van Karl Marx
Karl Marx 1818 -1883″
Verkeerd nummer
De plaquette is geplaatst naar aanleiding van het feit dat Karl Marx 100 jaar was overleden. Op 21 november 1984 werd daarop een plaquette geplaatst op een nieuwbouwwoning in de Grotestraat. Uit een onderzoek in 1989 bleek, dat de plaquette op een verkeerd nummer hing en daarop is de plaquette naar nummer 33 verplaatst.
Ouderlijk huis?
Panden aan de westzijde van de Grotestraat:het pand met de tuitgevel (nummer 31) was het geboortehuis van Henriette Presburg (de moeder van Karl Marx) (deze reprofoto is afkomstig van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg), ook genoemdHet Swerte Schilt (Het Zwarte Schild)(nummer 31).
Henriëtte heeft inderdaad gewoond op het adres wat nu Grotestraat 33 is, toendertijd D 232 genummerd. Het huis stond bekend als “’t Swarte Schild” en bestond sinds 1482.
Ze is echter geboren in de Nonnenstraat. Zij is daar geboren 20 september 1788 en is de een na oudste uit een gezin van 5 kinderen. Haar vader was Isaac Heyman Presburg of Presborg (Presborg 1747 – Nijmegen 3 mei 1832) en haar moeder Nanette Salomons Cohen (Amsterdam, 1754 – Nijmegen 7 april 1833). Daarbij lijkt Isaac zo te zien zijn achternaam ontleent te hebben aan zijn geboorteplaats. Hij kwam in 1775 vanuit Presborg (Het huidige Bratislava, Slowakije) naar Nijmegen. Isaac was koopman in textiel en daarbij voorzanger van de Joodse gemeente. De synagoge hiervan staat eveneens in de Nonnenstraat. In 1808 verhuisde het gezin naar de huidige Grotestraat 33.
Op 22 september 1814 trouwt ze in de synagoge aan de Nonnenstraat met de advocaat Heinrich Marx. Zij krijgt een bruidsschat van twintigduizend gulden mee, wat laat zien dat de Presburgs welvarend waren.
Na het huwelijk vertrekken zij naar Trier, de woonplaats van Heinrich. Zij heeft dan 6 jaar gewoond in de Grotestraat. Dus “ouderlijk huis”?: feitelijk komt het huis in de Nonnenstraat waar zij en haar broers en zussen geboren zijn en waar zij 20 jaar heeft gewoond meer in aanmerking.
Terug naar Nijmegen
Zij is in ieder geval nog 1 keer terug naar Nijmegen geweest, voor de bevalling van haar derde kind Hermann op 12 augustus 1819. Mogelijk was de kleine Karl toen bij haar. Daarnaast is ze waarschijnlijk op de bruiloften van haar broers en zussen in Nijmegen geweest, waar Karl mogelijk op 2-jarige leeftijd bij aanwezig was.
Karl Marx zelf is in ieder geval 1 keer in Nijmegen geweest: hij bezoekt op 17-jarige leeftijd zijn oom Marcus, die op de Grotestraat woont
Verdere leven in Trier
Na de bruiloft in 1814 is het gezin in Trier gaan wonen. In ongeveer 1820 laat Heinrich zich protestants dopen om zijn beroep uit te kunnen oefenen. Hun 7 kinderen werden in 1824 gedoopt. Henriëtte wachtte totdat haar ouders overleden waren en liet zich in 1825 dopen.
Henriëtte zal op 30 november 1863 in Trier overlijden
Moeder-zoon relatie
De relatie tussen moeder en zoon was in ieder geval niet gemakkelijk. Karl was in ieder geval geen gemakkelijke zoon: ““Zoals ook haar man werd Henriette Marx-Presburg geplaagd door de zorg dat haar zoon Karl al vroegtijdig zijn radicaal-revolutionaire ideeën ten toon spreidde. Zo moest zij aanzien hoe zijn naam tot schrik van de Europese regeringen werd, hoe hij het vuur van de oproer aanwakkerde, hoe hij van land tot land gejaagd werd, als een balling achtervolgd, gevreesd en vaak uitgehongerd. Zelfs met de gedachte dat hij een groot denker was en als een van de machtigste en origineelste denkers van zijn tijd erkend werd, vond zij geen genoegen voor de pijn en het leed dat zij hierdoor te dragen kreeg”, aldus een van zijn biografen, die concludeert: “Het was de ironie van het leven dat hij de hoop van duizenden mensen wekte, terwijl hij daardoor zijn moeder ongelukkig maakte.” (Huis van de Nijmeegese Geschiedenis)
Als vrije publicist zat Karl geregeld in geldnood. Hoewel ze hem een aantal keren met schulden heeft geholpen, weigerde ze een voorschot op de erfenis uit te keren. Zijn oom Lion Philips -grootvader van de grondleggers van het Philips concern- was een tabakshandelaar in Zaltbommel. Bij hem had Marx meer succes: hier krijg hij wel bedragen los en soms logisch. Zo is zijn uiteindelijk belangrijkste werk, Das Kapital, deels in Zaltbommel geschreven. Toen zijn moeder overleed, kwam zijn erfenis los
Plaquette Nummer 27
De lege plaquette Grotestraat 27, september 2023
Bij een van de woningen vlak ernaast hangt een soortgelijke plaquette. Deze is echter leeg: op deze plek hing aanvankelijk de plaquette dat hier het ouderlijk huis van Henriëtte Presburg was.
Kweekschool de Klokkenberg, 1890 (Wilhelm Ivens, F21816 RAN)
Bij de opening 6 Mei schrijft het PGNC: “… De Christelijke normaalschool werd in 1846 in het vorige gebouw op den Klokkenberg geopend, terwijl met den bouw van de nieuwe school, naar de plannen van den heer J.W. Michielsen alhier, in 1886 werd begonnen door den aannemer, den heer Buskens. Voor den fraaien gevel en de geheele inrichting van het gebouw is het te betreuren dat het niet op een beteren stand staat, doch voor de leerlingen kon zeker geen plaats gevonden worden waar zij zich rustiger aan de studie kunnen wijden. Eene ruime vestibule, waarin zich de breede eikenhouten trap bevindt die naar de bovenlokalen leidt, maakt al dadelijk een gunstigen indruk. Licht en lucht in overvloed even als in het geheele gebouw, waar ook voldoende voor ventilatie gezorgd is. De benedenverdieping bevat 5 ruime lokalen, waarin 170 leerlingen der dagschool kunnen geplaatst worden. Deze lokalen, met banken van Amerikaans systeem, zijn van alles voorzien wat voor het onderwijs noodig is. De tweede verdieping, bestemd voor de kweekschool, bevat, behalve een kamer voor den directeur en eene kamer voor de directie, mede 5 niet minder ruime lokalen, waaronder een voor muziek en teekenen en een voor het onderwijs in de natuurkunde. Ook hier wordt alles gevonden wat in den ruimsten zin van het woord voor het onderwijs dienstig kan zijn. De privaten enz. steken, zoowel boven als beneden, geheel buiten het gebouw uit en zijn van waterleiding voorzien. In het sousterrain vindt men een groote gymnastiekzaal, terwijl de portierswoning geheel vrij buiten het gebouw staat. In één woord de geheele inrichting getuigt van zooveel zorg en overleg en is met zooveel zaakkennis daargesteld, dat deze school gerust een modelschool mag genoemd worden. Het hoofdcomité voor den herbouw verdient dan ook allen lof voor het grootsche werk, dat het wist tot stand te brengen en Nijmegen bezit hierdoor een inrichting te meer waarop men trotsch mag zijn.” (PGNC 6/5/1887)
In de Klokkenberg waren tot 1951 een lagere school, ulo en kweekschool gevestigd. In `1951 verhuisde de ulo naar de Ubbergseveldweg. In 1971 verhuisde ook Basisschool de Klokkenberg naar nieuwbouw aan de Ubbergseveldweg. Het pand werd in 1973 gesloopt.
De voormalige school de Klokkenberg, 1969 (Evert F. van der Grinten via F78890 RAN)