
De twee paardenhoofden en de koets op Parkdwarsstraat 20-22 waren aanleiding om eens te onderzoeken wat de functie van dit gebouw is geweest. Kort antwoord: Ja, er heeft voor de oorlog een koetsier op nummer 22 gezeten. Echter: deze beelden lijken pas ná de Tweede Wereldoorlog opgehangen.


Aan de gevel prijken 2 paardenhoofden en boven de bedrijfsingang een koets.


In 1944 lijken deze paardenhoofden en de koets er in ieder geval niet te hangen.
Wel komen deze beelden in ieder geval voor op een foto uit 1991 F30231 RAN. Dan zijn de panden nog niet gepleisterd en is ook het beeld van de koets gekleurd.
Rob Esser op Noviomagus.nl merkt op dat er in de loop der tijd sprake is geweest van hernummeringen: “In de periode 1896-1910 had het pand huisnummer 14-16. In het adresboek van 1910-1911 staat nummer 14 vermeld als koetshuis. In de periode 1912-1918 staat nummer 20 in de adresboeken vermeld als Koetshuis. In het adresboek van 1920 is dat vervangen door Bergplaats.”
Hieronder zijn de tot nu toe gevonden gebruikers van Parkwarsstraat 22 weergegeven; van Parkdwarsstraat 20 zijn op dit moment nog geen gegevens gevonden. In ieder geval hebben op nummer 22 (en het oude adres 16) – waarschijnlijk- een voerman en koetsiers gewoond. En daarbij: De nummers 20 en 22 hoeven niet noodzakelijkerwijs dezelfde gebruiker te hebben: het woongedeelte en het bedrijfsgedeelte kunnen bijvoorbeeld afzonderlijk verhuurd zijn geweest.
Overigens hoeft dit gebruik nog steeds de aanwezigheid van de paardenkoppen en de koets niet te verklaren: iemand kan ze van een ander adres hebben vervangen. Zo lijken er bij een eerste blik ook op andere adressen van de Parkdwarsstraat koetsiers/slepers/voermannen te hebben gewoond. Of iemand vond het gewoon een mooie versiering.
Parkdwarsstraat 22

Parkdwarsstraat 16
| Naam | Beroep | Adresboek | Opmerking |
| Th. Kluis | Voerman | 1896 | |
| G.M.Th. Hermsen | Timmerman | 1899, 1901, 1902 | |
| W.A. Witkamp | Metselaar | 1902 | |
| F.P.J. Kwakkernaat | Machinist | 1902 | |
| J. v. Leth | 1903, 1905, 1907 | ||
| M. de Bruijn | Magazijnknecht | 1909 | |
| M. de Bruijn | Koetsier | 1910-1911, 1912-1913 |
Zoals Rob Essers aangeeft, heeft er in/rond 1910 een hernummering plaats gevonden waarbij het oude huisnummer 16 vervangen is door het (huidige) nummer 22. Wanneer dat precies het geval is geweest, weet ik niet. Ook de adresboeken bieden vooralsnog geen duidelijke uitkomst: mogelijk had de koetsier M. de Bruijn het “nieuwe” huisnummer 16, ook al komt een M. de Bruijn ook in 1909 voor.
Aan de andere kant -zie hieronder- lijkt Hoogenboom zowel voor- als na 1910 voor te komen op nummer 22.
Parkdwarsstraat 22

| Naam | Beroep | Adresboek | |
| J. Hoogenboom | Timmerman | 1908, 1909 | |
| H. Hoogenboom | Timmerman | 1910-1911, 1912, 1912-1913 | Dezelfde als in 1909 nummer 7? |
| J. Hoogenboom | Timmerman | 22 c: 1910-1911, 1912, 1912-1913 | Dezelfde als hierboven? |
| Th.H. Emmerik | Timmerman | 1909 (a!), 1910-1911 | |
| P.H. Verbeeten | Kleermaker | 1908, 1909 | |
| H. Rietbergen | Geb. E.C. Muskens | 22a: 1912-1913 | |
| E. Kool | Koetsier | 1913-1914 | |
| H. Knoops | steenhouwer | 1914-1915 | |
| J.P. Raijmann | In 1920 (indien dezelfde): huisschilder | 1915-1916, 1916, 1920, 1926 | |
| J.G. Raijmann | Machinist | 1920 | |
| H.J. van Kooi | Glasblazer | 1928 | |
| J.W. van Kooi | Fabrieksarbeider | 1928 | |
| L.H. van Kooi | Schilder | 1928 | |
| Mej. M.J.W. v. Kooi | Fabrieksarbeider | 1928 | |
| W. v. Kooi | Koopman | 1928 | |
| L.J. v. Echteld | Opperman | 1932, 1934, 1936, 1940 | |
| Th. v. Rossum | Rev. Banksteller. Rond 1 oktober 1932, hij is afkomstig uit Zutphun | PGNC 1/10/1932 | |
| H.W. Herr | Contr. Heck; Hij is in september 1933 hier gevestigd en dan afkomstig uit Arnhem | 1934, PGNC 16/9/1933 | |
| Th. V. Rossum | Bankwerker | 1936 | |
| F.A.L. Eldrum | 1938 | ||
| W.A. Honing | Landarbeider | 1959 | |
| N. Huiser | Metaalbewerker | 1963 |