Quacksingel

Quack Monument
Het Quack-monument is vernoemd naar Quack was van 1902 tot 1919 wethouder van de gemeente. Bij zijn overlijden liet hij een legaat na aan de gemeente, op voorwaarde dat Nijmegen een fontein vernoemd naar hem en zijn zus zou oprichten. Het ontwerp was van Architect W. Bijlard.
Arnoldus Burchard Adolphus (“Adolf”) Quack

De bovenstaande foto is een detail van F65766 RAN, een foto met de leden van Gemeenteraad Nijmegen.
Arnoldus Burchard Adolphus Quack (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 11 november 1920)
Maria (Marie) Christina (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 15 maart 1905)
Adolf Quack en Maria Christina waren tweelingen, geboren in een dan al welgestelde familie. Zij werden in 1842 geboren op Huis Hoogenhuizen te Sint Anna. Jij zal ongehuwd blijven en altijd met zijn zus samen blijven wonen. Aanvankelijk op Hoogenhuizen, later op Villa Hundisburg bij de Batavierenweg.
Quack was ondernemer en had onder andere een groot grindbaggerbedrijf.
Hij wordt in 1889 lid van de gemeenteraad; van 1902 tot 1919 was hij wethouder.
Zoals voorgangers ook voor hem hadden gedaan, wilde hij iets nalaten ter verfraaiing van Nijmegen.
Ontwerp
Het ontwerp was van architect Willem Bijlard; er werd gekozen voor “den meest rationeelen weg: ze gaven den Adj. Directeur van Gemeentewerken, tot wiens werkkring het behoud van het stedelijk schoon behoort, de opdracht een ontwerp te maken. (De Gelderlander 2/2/1925)
Het is de vorm van een obelisk in art-decostijl. Het heeft 4 fonteinen. Een daarbij aan elke zijde onderaan een klok en bovenaan een lantaarn. Wikipedia: “In de jaren 1920 en 1930 deden ontwerpers inspiratie op uit de meest uiteenlopende exotische culturen. Naast de ‘art nègre’ (Afrikaanse kunst), de Maya- en Azteken-cultuur, Polynesië en Sumatra was dat voornamelijk de Egyptische beschaving van de farao’s. De directe aanleiding voor de Egypte-rage was de spectaculairste archeologische vondst van de eeuw: de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922”.

Krantenartikel 1926
“De Maria-Adolf Fontein
Ontwerp van Architect W. Bijlard.
De voorgeschiedenis zal onen lezers bekend zijn: De heer A.B.A. Quack, oud-wethouder der gemeente Nijmegen, liet bij zijn overlijden een legaat na tot stichting eener monumentale fontein op een der pleinen onzer stad. Na heel veel moeilijkheden over de opvatting der bedoelingen van den erflater hakte het gemeentebestuur den knoop logisch door met de besluiten: dat het een fontein moest worden en geen beeldhouwwerk, waaruit water spuit. Daarbij werd als plaats aangewezen het vijfvoudig wegenkruispunt aan het einde der Spoorstraat, én ontwerp én uitvoering opgedragen aan den heer W. Bijlard.
Zoo’n opdracht is gauw gegeven en zoo’n plaats is gauw aangewezen, maar voor ’t eerste moet men een kunstenaar hebben en voor ’t laatste moet men rekening houden met de moeilijkheden, die uit zoo’n keuze voor den ontwerper groeien, en die soms zijn fantasie in een ijzeren keurslijf wringen, altijd tot groote schade van het schoon dat in een totaal vrije uiting tot stand zou komen.
In een ander blad is destijds op heldere wijze aangetoond, waarom de obeliskvorm gekozen, waarom als materiaal Zweedsch graniet gebruikt zou worden. Wij hadden niet de gelegenheid toen de maquette te zien, die onbegrijpelijk genoeg eerst nu geëxposeerd wordt, ofschoon een dergelijk stuk werk waarachtig niet onder de korenmaat behoefte gezet te worden.
Wij behoeven hier dus niet verder op in tegaan, maar wel meenen we in verband met den eisch van den schenker: het stichten eener monumentale fontein; en de door het gemeentebestuur aangewezen plaats te moeten wijzen op de bijna onoverkomenlijke moeilijkheid, waaraan men den ontwerper ketende. Hier kan nooit een flink spuitende fontein geplaatst worden, om de eenvoudige reden, dat op dit drukke verkeersplein zonder omringend plantsoen, een bruischende waterstraal bij den minsten wind den voorbijgangers een nat pak zou bezorgen; afgezien nog van de ongelukken, die schrikkende paarden zouden veroorzaken bij het onverwacht neerkletteren van het verstuivende water.
De vorm der watergeving lag dus door de opdracht al geheel aan banden, en de uitweg, dien de heer Bylaard gevonden heeft is zóó geniaal, zoo oorspronkelijk, dat hij zich hierdoor alleen reeds stempelt tot een kunstenaar.
De lastgeving spreekt van een monumentale fontein en in ieder monument moet spreken het “hic sto”; het materiaal moest dus “iets” beter zijn dan het zoogenaamde moderne fonteinensemble op den Schaeck Mathonsingel, waar onlangs heele stukken verweerd en verbrokkeld bij lagen, en dat nu reeds de gammelheid zijner constructie vertoont als een melaatsche Molokayer. Gelukkig, want men moest wel euneuch van kunst zijn om deze karakterlooze uitspatting op monumentaal gebied een welgemeend lang leven toe te wenschen.’
Thans nu de steigers en schuttingen gaandeweg rond het werk van Bylard verdwijnen, pakt ons al dadelijk de geweldig sprekende eenheid in zen arbeid. Wie zijn oogen kan gebruiken en dit ook doen wil, ziet terstond de ééne hand, die het schiep; de indeeling van het grondplan, de natuurlijk daaruit groeiende opstand, de bronzen versieringen, de bekroning, alles ontspringt aan ééne eerlijke fantasie.
Die eenheid in onderdeelen maakt de middeleeuwsche monumenten van bouwkunst zoo waardig, zoo rustig, zoo sterk sprekend en karaktervol. De bouwmeesters beheerschten toen de geheele stof, ziedaar de oorzaak.
De bovengenomede moeilijkheid der watergeving is hier opgelost door een niet al te grooten waterstraal te laten ontspringen aan vier verlichte glazen zuilen, die op zich zelf in vorm en lijn zuiver ontwassen aan het geheel, en die met hun gegolfde transparante zijvlakken het afvloeiende water metamorphoseeren tot een respectabele hoeveelheid. Dat water vloeit terug in vier schelpvormige bekkens, wier grondvorm men terugvindt in de opalen lichtwerpers der bekroning. Deze bekken zijn een kunstwerk van handarbeid in granito, door den heer L.S. d’Agnolo, granietwerker alhier, ter plaatse gemaakt.
Daar, waar de ronde vorm van den voet overgaat in den vierkanten zuilvorm, zijn de wijzerplaten aangebracht, vastgehouden door een bronzen band. Dit bronswerk is zooe subtiel van ontwerp en schitterend van uitvoering, dat het een waar meesterstuk is.
De gedachte aan het eeuwig wentelend rad van den tijd is niet vreemd aan het ontwerp dezer wijzerplaat, die vastgehouden wordt door de schakels, van een breeden keten met oriëntatiemedaillions. De verlichting dezer wijzerplaten is zeer mystieken verhoogt zoo eigenaardig den glans van het meesterlijke bronswerk, dat wij geneigd zouden zijn, dit een gelukkig toeval te noemen: ware het niet, dat het geheele monument het aanzien draagt en een artistiek verantwoordelijkheidsgevoel. De heer P.G. Duchateau te Rotterdam en de gebrs. Arens, edelsmeden alhier, leverden dezen metaalarbeid en kunnen trotsch zijn op dit kunstwerk.
Merkwaardig is de behakking van het voetstuk onder de klokken; daar is onder den beitel van een eenvoudigen steenhouwer, den heer H. Litjes, werkzaam bij de firma Tournay en Zn., de rossige steen geworden tot een tapijt met inscripties en vlakversieringen zonder dat het materiaal verkracht is, en toch volkomen de kennelijke bedoeling van den ontwerper werd bereikt; een overgang te krijgen tusschen den druk bewerkten klokkenband en den onbewerkten steen.
De opstand van het geheel doet aan als een obelisk doordat de kantlijnen naar boven zich verbreeden; meteen is door dit architectonisch handigheidje vermeden, dat de zuil naar boven zwakker werd en over zijn diagonalen scheeve aspecten gaf, wat al weer door de plaatsing op een vijfsprong bijna niet te vermijden scheen.
De grondgedachte van alle versiering, die de heer Bylard aanbrengt, waar hij als kunstzinnig architect zijn stempel opdrukt is, zou ik zeggen, de zich rondende lijn in ontelbare variaties zonder ergens in passerkunst te vervallen. De soepel golvende lijnen vindt men terug in de geledingen, waaruit de zuil is opgetrokken, en spelend naderen ze elkaar in de bekroning der massale afdekking. Even edel als de klokkenband is de versiering en bouw der bronzen lichtdragers, die al hun licht gelukkig, door nauwkeurig berekenden reflectoren naar beneden werpen.
Wie maar een oogenblik de geweldige brokken steen bekijkt waaruit de zuil is opgetrokken (ik scat ze op 4 à 5 ton) zal moeten toegeven, dat de technische ambtenaar G. de Bruin en de heer L. Hirdes, die met de opstelling belast waren hun hoogste verantwoordelijken arbeid schitterend hebben volbracht, hierin terzijde gestaan door de practisch zeer ervaren vaklieden de heeren Moolenaar en v. Rosmalen.
Voor vele bouwkunstenaars schijnt er tegenwoordig maar één grondwet te bestaan: n.l. het naar voren brengen van andere lijnen, verhoudingen en kleuren, gepaard met het bruut negeeren van alle begrip van logische constructie. Deze richting demonstreert gaandeweg grooter armoede aan aesthetische beginselen en componeert luk-raak rhapsodieën zonder eenigen samenhang. De treurige gevolgen deezer architectuur, waarin ieder broekje, dat zijn eerste schootsvel nog niet versleet mag roepen “anch io sone pittore”! zullen op de komende tijden al heel spoedig drukken en ons eerste nageslacht zal deze werken bestempelen als producten van ongare geesten, voor wie architectuur en soliditeit heterogene zaken waren!
Bylard heeft zeker niet te kort gedaan aan den modernen geest der nieuwe lijn, hij is waar gebleven overal, waar iedere constructie is een weloverwogen onderwerp van studie en tegelijk een uiting van subtielen smaak. Nijmegen is straks een merkwaardige kunstvolle versiering rijker, die den ontwerper nog eeuwen zal loven, omdat waarachtige kunst is van alle tijden. En een waarachtig kunstenaar is Willem Bijlard, die duidelijk een kind van zijn tijd blijkt, maar wiens eigen weg rust op een ondergrond van diepgaande studie, rijpe en rijke ervaring en bovenal eerlijken kunstzin. A.Kr.” (PGNC 20/5/1926)
Afgebroken
Tijdens de oorlog waren de glazen gedeeltes en de klokken vernield. In 1958 werd de fontein afgebroken om ruimte te maken voor het verkeer. Wel werden veel onderdelen van de fontein opgeslagen. In 1994 vond het initiatief plaats om de fontein op dezelfde plaats weer op te bouwen en in 2000 vond de herbouw plaats. Sinds 2008 heet het plein het Quackplein.
Fallus
Veel mensen zien in het monument een fallus. Bij de Wereldaidsdag van 2004 werd er een “condoom” overheen getrokken.
Willem Bijlard
Willem Herman Petrus Bijlard (Utrecht, 6 april 1875 – Nijmegen, 10 augustus 1940) was een architect. Som wordt zijn naam als Bylard geschreven. In Nijmegen werd hij adjunct-directeur gemeentewerken en stadsarchitect. Het Quack-monument lijkt zijn enige monumentale werk te zijn.
Jeugd en opleiding
Bijlard was de zoon van banketbakker Hermanus Gerardus Bijlard (1843 – 1923) en Catharina Maria Pompe (1847 – 1914). Hij volgde een opleiding bij architect Willem Herman Petrus Bijlard (Utrecht, 6 april 1875 – Nijmegen, 10 augustus 1940) was een Nederlandse architect.
Benoeming Adjunct-directeur van Gemeenterwerken
Hij vertrok in 1910 naar Nijmegen: op 8 augustus 1910 stemt de gemeenteraad over de benoeming tot adjunct-directeur van Gemeentewerken (De Gelderlander 7/8/1910).
Daarvóór had op verzoek van W. van der Waarden uitstel van de stemming plaatsgevonden: naast Bijlard staan -op basis van de initialen- niemand minder dan W.M. Dudok te Uithoorn en G. Diehl te ’s-Gravenhage op de lijst. (PGNC 14/7/1910). Hij zegt dat er “o.a. een bij uitstek theoretisch en practisch candidaat op de aanbeveling staat. Nu dient onderzocht, wat hier het best is, vooral in verband om de benoemde langer hier te kunnen houden”. (Deze personen worden niet bij naam genoemd). Dat laatste lijkt een belangrijke overweging te zijn; in de bepaling ook staat dat de nieuwe adjunct-directeur vijf jaar lang zal moeten blijven. Echter zijn er stemmen die vinden dat iemand die van “buiten” komt, sowieso 2 jaar nodig zal hebben om zich in te werken; een periode van 5 jaar is dan vrij kort. Aan de andere kant zijn er stemmen dat als ze een goed persoon willen hebben, verwacht mag worden dat deze carrière zal willen maken, zodat niet verwacht kan worden dat hij voor altijd zal blijven (PGNC 17/7/1910 en PGNC 19/7/1910).
Daarnaast is er de vraag of de nieuwe adjunct vervanger van de directeur zal zijn of dat hij een deel van het bureauwerk overneemt.
Op 8 augustus vindt dus de stemming plaats: Bijlard krijgt 13 stemmen ten opzichte van Dudok 9. In oktober 1910 vestigt hij zich in Nijmegen, hij is afkomstig uit Utrecht, Spaenstraat 15. (PGNC 22/11/1910)
Nevenactiviteiten
Naast het zijn werkzaamheden als adjunct-directeur, waarbij hij geregeld aanwezig is bij openingen van gebouwen, verschijnt Bijlard regelmatig in kranten als lid van een aantal comité’s. Zonder naar volledigheid te streven:
Nijmeegsche Kunstkring “In Consten Een”
In 1920 was Bijlard verkozen tot bestuurslid van de Nijmeegsche Kunstkring “In Consten Een” (De Gelderlander 24/2/1921 en PGNC 24/2/1921). In ieder geval is hij in 1922 secretaris. (PGNC 19/3/1923). Ook in 1928 is hij nog secretaris, wanneer I.C.E. zich beijvert voor een Toorop-tentoonstelling naar aanleiding van het overlijden van deze kunstenaar. (De Gelderlander 23/5/1928). En tevens in 1932 (1e) secretaris (De Gelderlander 8/12/1932).
Bestuurslid Door Eendracht Sterk (D.E.S.)
In 1930 is Bylard bestuurslid van “Door Eendracht Sterk” of kortweg D.E.S. Voor de Oranjefeesten verzorcht hij het ontwerp om van de vluchthaven aan de Lindenberg een zwemwedstrijdbaan te maken “welke zelfs op een Olympisch zwemfeest geen slechten indruk zou maken.” (De Gelderlander 20/8/1930). In 1936 wordt hij genoemd een van de “trouwe leiders” die “maar steeds de middelen weet te vinden om nog een vuurwerk te geven” op het Bijleveldterrein. (De Gelderlander 1/9/1936)
Overig?
In 1931 is Bijlard lid van het “Comité voor Huisvlijt”. Zijn adres is dan Berg en Dalscheweg 14 (De Gelderlander 9/11/1931).
In 1933 maakt hij het ontwerp voor het inrichten van de Grote Markt voor het opvoeren van de openluchtvoorstelling Marieken van Nieumeghen, waarbij hij Comité-lid is. (De Gelderlander 25/7/1933)
Ontwerp voor de Midwinter kermis in de Vereeniging (De Gelderlander 23/12/1937)
Ontwerp voor de Optocht Katholiekendag (De Gelderlander 12/7/1938); in dit artikel wordt tevens verwezen dat hij “destijds” de optocht voor het eeuwfeest tot het verkrijgen van stadsrechten had ontworpen.
25-jarig jubileum
De Gelderlander kondigt zijn 25-jarig jubileum op 1 september 1935 aan als: “De heer W.H.P. Bijlard is een der meest verdienstelijke ambtenaren der gemeente Nijmegen, die zich ook buiten zijn dagelijkschen werkkring, waaraan hij al zijn kunde en krachten gaf, ook nog wijdt aan verenigingen van algemeen belang.” (De Gelderlander 14/8/1935)
Overlijden
Bijlard overlijdt op 65-jarige leeftijd. In De Gelderlander 31/12/1940 https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=0-1&index=49&imgid=328289554&id=302026347 staat een portret van Bijlard, in een overzicht van de in dat jaar overleden personen.
Voortzetting architectenbureau van Eduard Cuypers door broer
De broer van Bijlard, Henricus Joannes Antonius (1889 – 1947), heeft samen met Klazienis Van Geijn (1876 – 1956) het architectenbureau van Eduard Cuypers voortgezet. Toen kreeg het de naam ‘Eduard Cuypers Amsterdam’ en verhuisden van de Jan Luijkenstraat 2 naar de Beethovenstraat 59.
(Overige) Bronnen

(Overige) Bronnen en verder lezen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Bijlard
https://nl.wikipedia.org/wiki/Quack-monument
https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=var14.htm
https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Stichting_Herstel_Quack-Monument
https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=4-1&index=0&imgid=616211040&id=3655734: een mooie film over de heroprichting van het monument.
Victor Vroomkoning noemt Het Quack Monument als favoriete gebouw van Nijmegen. Lees hier zijn verhaal en tevens een gedicht van hem:
Quack-monument of Marie-Adolffontein
Het Quack-monument is vernoemd naar Quack was van 1902 tot 1919 wethouder van de gemeente. Bij zijn overlijden liet hij…
Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging)
Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre…
Nassausingel
Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Het is echter ontworpen…





![Plaza de Valparaíso 03, Rodrigo Cartagena Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0) {{Information |Description=Estatuas de la plaza de Valparaíso. |Source=[http://www.flickr.com/photos/daidaros/321983909/ Plaza de Valparaíso 03] |Date=2006-10-24 14:00 |Author=[http://www.flickr.com/photos/82121357@N00 Rodrigo Cartagena Armijo] from San
Via https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Estatua_Plaza_Victoria_3.jpg?uselang=fr](https://woneninnijmegen.blog/wp-content/uploads/2024/04/450px-estatua_plaza_victoria_3-1.jpg?w=450)
![Plaza de Valparaíso 04, Rodrigo Cartagena Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0)
{{Information |Description=Estatuas de la plaza de Valparaíso. |Source=[http://www.flickr.com/photos/daidaros/321984762/ Plaza de Valparaíso 04] |Date=2006-10-24 14:00 |Author=[http://www.flickr.com/photos/82121357@N00 Rodrigo Cartagena Armijo] from San](https://woneninnijmegen.blog/wp-content/uploads/2024/04/450px-estatua_plaza_victoria_4.jpg?w=450)

















