Waar ontmoetingen herinneringen zijn geworden 18-7-2006 Julianapark, maart 2024
Deze plaquette is een gedenksteen voor de Vierdaagse van 2006. Niet alleen voor de 2 overleden wandelaars, “voor ‘allen die tijdens of ten gevolge van deelname aan de Vierdaagse’ gestorven zijn” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). De tekst is afkomstig van de weduwe van 1 van de 2 wandelaars. Het ligt sinds 2007 in de buurt van de Wedren, bij het beeld van het Vierdaagsemonument.
De Vierdaagse van 2006
Dat jaar viel de vierdaagse samen met de 2e hittegolf van dat jaar. Het was die dag 34 graden in de schaduw. Die dag moesten 69 mensen in een ziekenhuis worden opgenomen, er waren 250 tot 300 meldingen van mensen die onwel waren geworden. De twee mannen, een van 58 en een van 65 waren ervaren lopers die meerdere malen de vierdaagse hadden uitgelopen en goed waren voorbereid.
Als gevolg van deze dag en mede omdat de weersverwachting de komende dagen hoge temperaturen bleef voorspellen, werd besloten de Vierdaagse te staken.
Vervolg
Sinds 2006 heeft de Vierdaagse een aantal maatregelen genomen: “Draaiboeken zijn verbeterd, een meteoroloog trad toe tot onze organisatie en we informeren wandelaars intensiever over het weer en te nemen maatregelen. Tegelijk wijzen we ze erop dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun deelname”.
Vierdaagsmonument vriendschap Nederland Japan, maart 2024
Het Japans wandelmomument is een sculptuur dat aangeboden is door de Japan Walking Association. De sculptuur bestaat uit 2 opstaande marmeren platen welke de verbondenheid tussen Japanners en Nijmegenaren in de wandelsport symboliseert. Het staat in de buurt van de Wedren, begin- en eindpunt tijdens de Vierdaagse.
Het marmer is afkomstig uit een steengroeve van Tokushima. Met op de ene steen de Nederlandse en op de andere de Japanse vlag. Ze staan op een liggende steen met als opschrift:
“Dit monument is opgericht als een symbool van vriendschap tussen wandelaars in Nederland en Japan” en daaronder de tekst in het Engels en daarboven (waarschijnlijk) in het Japans.
Het beeld is gemaakt in 1989. Het monument is aangeboden door de Japan Walking Association. De maker van het kunstwerk, waarschijnlijk een Japanse kunstenaar, is onbekend. In de film wordt gesproken dat de leden van deze Association ook onder andere het vervoer betaald hebben, ondersteunt deze gedachte.
De sculptuur staat in de buurt van de Wedren, tijdens de Vierdaagse begin- en eindpunt van de dagelijkse afstand. Een prachtig filmpje over de onthulling is te vinden op 03-2055 RAN.
Achtergrond: Japanners lopen mee met Vierdaagse
Door het succes van de Vierdaagse liepen ook steeds meer buitenlanders mee. Daarop begon de KNBLO in de jaren 60 en 70 buitenlandse organisaties te helpen met het opzetten van meerdaagse wandelevenementen.
Bij de onthulling noemt voorzitter Kaneko van de Japanse Walking Association in zijn speech dat Japanners sinds 12 jaar meelopen met de Vierdaagse. De tweede ambassadeur van Japan in Nederland Akazawa feliciteert in zijn speech de Japanse Walking Association met haar 25-jarig bestaan later in dat jaar.
De 3-daagse van Higashimatsuama begon in 1978. Het is mij nog onduidelijk of en in hoeverre de KNBLO heeft meegeholpen met het oprichten van deze 3-daagse. In ieder geval was dit evenement het eerste lange afstandswandelevenement buiten Europa. Naast de KNBLO was de Japanese Walking Association een van de mede-oprichters van het International Marching League (tegenwoordig IML Walking Association) in 1987.
Uiteindelijk resulteerde de verbondendheid in het wandelen in een vriendschapsband tussen de gemeente en de stad Higashimatsuama in 1996.
De 3-daage van Higashimatsuama
De 3-daagse vindt begin november plaats. Tegenwoordig is het 1 na grootste wandelevenement ter wereld, haar website noemt 100.000 mensen. Bij de 3-daagse is het echter mogelijk om ervoor te kiezen om 1 of 2 dagen mee te lopen (waarbij ik niet weet of bij deze 100.000 mensen dus dubbel of eventueel driedubbel worden meegeteld). De afstanden zijn 5, 10, 30 en 50 kilometer.
Degenen die alle 3 dagen hebben meegelopen en hun afstand hebben volbracht krijgen een badge en een diploma. Wandelaars die 1 of 2 dagen hebben meegedaan, krijgen een diploma. Hoe de 3-daagse er uit ziet is te zien op de foto’s op haar site.
Waarom 3 dagen?
Een aantal bronnen noemt dat Higashimatsuama voor 3 dagen gekozen heeft, omdat 4 als een ongeluksgetal wordt gezien.
De 4 wordt namelijk soms uitgesproken als “shi”, wat “dood/doodgaan” betekent. Zoals bijvoorbeeld in Nederland soms de 13e verdieping niet bestaat, is hetzelfde het geval in Japan voor nummer 4.
Vierdaagsemonument, de bos gladiolen en het kaartje is ter ere van de 100ste geboortedag van Vera van Hasselt (juli 2024)
Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start) en meisje (de finish) voor, waarbij het meisje bloemen in haar handen heeft.
De locatie is (natuurlijk) bij de Wedren: het start- en eindpunt van de wandeling.
Het beeld was een geschenk van de gemeenten waardoor de Vierdaagse doorheen komt en de wandelaars zelf. Bovendien werd de “Breunense bank” aangeboden, vernoemd naar de marsleider.
Start en Finish
“Het beeld zal voorstellen een jongen en een meisje die de start en de finish van de wandeltocht symboliseren. De groep wordt iets meer dan levensgroot uitgevoerd.” (Limburgsch dagblad 18-3-1966)
Bij het RAN zijn schetsen te zien van 2 ontwerpen: F41891 en F41890.
Daarbij lijken de lopers op de eerste tekening jonger te zijn en wat harder te lopen. Het huidige beeld is meer gestyleerd dan de tweede tekening. En heeft de vrouw nog geen bosje bloemen in handen.
Sokkel?
In beide tekeningen is het beeld op een sokkel geplaatst. Afgaande op de foto’s van de uiteindelijke plaatsing is daar geen sprake van: waarschijnlijk om aan te geven dat de wandelaars “1 van ons” zijn.
Bij het ontwerp was het idee dat het beeld op een sokkel zou komen te staan, “waarvan de zijden in vier richtingen verlengd worden. Dit als symbool van de vier dagen en dan praktisch te benutten als zitbank. Tevens zal de mogelijkheid bestaan om vlaggemasten te plaatsen in de sokkel.” (Algemeen Handelsblad 17-3-1966)
Vierdaagsemonument Vera Tummers-van Hasselt 1966
Gips of brons
Het was nog spannend of het beeld de maandag vóór de Vierdaagse onthuld zou kunnen worden in brons, of dat “Bij de onthulling zal de KNBvLO het moeten doen met het gipsen ontwerp. Na het feest zal dit zonder verdere aankondiging worden omgeruild in het bronzen afgietsel.” (Algemeen Handelsblad 17-3-1966). Doordat de bronsgieter naar Heerlen kwam, kon alsnog het bronzen beeld direct worden onthuld. (De Nieuwe Limburger, 11-5-1966).
Vera Tummers – van Hasselt
Vera Louise Maria Tummers-van Hasselt (Ubbergen, 5 juli 1924 – Heerlen, 5 oktober 2014)
Plaatsing wandelaarsmonument in het Julianapark t.g.v. de 50e Vierdaagse. Vlnr: mevrouw Vera Tummers-van Hasselt, de heer Van Hasselt en gemeentevoorlichter Ab Uijen, 7/1966 (Fotopersbureau de Gelderlander auteursrechthouder J.F.M. Trum via F50885 RAN CCBYSA)
Vera werd op 5-7-1924 geboren te Beek. Tijdens haar gymnasium leerde ze het beeldhouwen kennen in het atelier van de familie Meertens. Na 1 jaar kunstgeschiedenis in Amsterdam ging zij beeldhouwen studeren in Maastricht. In 1954 trouwde ze met Nic. Tummers. Tummers was geboren in Heerlen en had zich gevestigd als zelfstandig kunstenaar.
Het meisje van het Vierdaagsemonument bij de 100ste geboortedag van Vera van Hasselt (juli 2024)
Kaartje 100ste geboortedag Vera van Hasselt op Vierdaagsemonument (juli 2024)
Het bekendste werk van Tummers-van Hasselt is het beeld van Mariken van Niemeghen op de Grote Markt uit 1957. Volgens het Limburgsch dagblad 18-3-1966 had zij de opdracht voor het vierdaagsemonument gekregen omdat Mariken “veel waardering in gevonden in Nijmegen”.
Een ander beeld van haar is de Fluitspeler (1963 in Beek bij het Höfke, Verbindingsweg/Waterstraat). In 2009 onthulde zij het borstbeeld van haar vader, dokter Piet van Hasselt, in de toen nieuwe wijk Sprengenbeek.
Op de sporthal van Bottendaal zijn 4 van 6 tegels geplaatst die voorheen de gevel van de gesloopte Maertens Tricotagefabriek hebben gesierd, die hier tot 1982 heeft gestaan.
De opening van de sporthal was op 15/4/1985, waarbij wethouder Anton Aelberts tevens het begeleidende bord onthulde, zie F22182.
Meulenberg Parapluiefabriek
De tegels zijn echter oorspronkelijk geplaatst door de eerste eigenaar van de fabriek: Paraplufabriek E. Meulenberg & Zonen (of mogelijk, wanneer deze tegels ná haar faillisement in 1924 zijn aangebracht ‘Nijmeegsche Paraplufabriek, voorheen Koninklijke Paraplufabriek, E. Meulenberg & Zonen’).
De bouw van Meulenberg Parapluiefabriek
Rond november 1912 heeft de Kon. Parapluiefabriek E. Meulenberg en Zonen “naar wij vernemen” 4000m² grond aan de Ruijterstraat aangekocht. Hier zal een nieuwe fabriek komen, die plaats aan 200 werklieden zal bieden. Op de “oude” fabriek werken ongeveer 100 werklieden. (PGNC 6/11/1912). Deze oude fabriek stond op de Van Berchenstraat.
Oprichting
Op 21-3-1913 krijgt zij vergunning tot het “oprichten van eene door elektriciteit gedreven parapluiefabriek op het perceel aan de De Ruijterstraat, kadastraal bekend Hatert, sectie C. no. 1713” (PGNC 22/3/1913), Architect B.Th. Kraaijvanger besteedt rond 1-4-1913 (“heden”) het bouwen van een Parapluie-fabriek aan met kantoor en woning en woning aan de Ruijterstraat alhier voor de Koninklijke Parapluie-Fabriek E. Meulenberg & Zonen. W. v.d. Wagt Jr. verkrijgt de gunning op basis van de laagste inschrijving, f99.341,- (PGNC 1-4-1913). Wanneer de fabriek in mei 1914 bijna opengaat, organiseert de fabriek en uitstapje naar Kleef (PGNC 13/5/1914). Deze fabriek werd in 1914 in gebruik genomen.
Bernardus Theodorus Kraaijvanger
Bernardus Theodorus Kraaijvanger was tevens architect van de verbouwing van de vestiging in de Lange Hezelstraat van 1892, waar Meulenberg dan toe had gezeten (bijschrift foto F34035 RAN). Net als op de fabriek zijn op de gevel de wapenschilden te zien van de plaatsen waar Meulenberg een winkel had.
Tegeltableau van de Goudsche Plateelbakkerij, geschonken door het personeel ter gelegenheid van het gouden jubileum van de ‘Koninklijke Parapluiefabriek E. Meulenberg & Zonen’ (sedert 1924 ‘NV Nijmeegsche Parapluiefabriek’), ingemetseld in de muur van het trappenhuis bij de ingang, 16/9/1925 (F64753 RAN)Detail tegeltableau
In PGNC 4/11/1914 staat een vergunningaanvraag voor uitbreiding van de fabriek.
Bij het overlijden van 1 van de 2 broers, J.E. Meulenberg, schrijft het PGNC in 1919 dat de fabriek “welke speciaal voor den export naar Indië in bedrijf is gebracht.” L. Meulenberg was in juni 1919 al overleden. (PGNC 10/6/1919)
De tegels
Het oude adres van de fabriek was De Ruyterstraat 53-57, dat van de huidige sporthal Cortenaerpad 1. Van 5 van de 6 tegels is het wapen helder, daar het de plaatsen betreft waar Meulenberg een winkel had: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Nijmegen en ‘s-Hertogenbosch.
De toewijzing van het 6e tableau met de gouden leeuw op blauw veld is echter tot nu toe niet duidelijk. Op Noviomagus worden Zutphen en Leeuwarden geopperd. Of heeft het te maken met de Gelderse of Nederlandse Leeuw, of het wapenschild van Nassau, waarbij een oude versie is gebruikt of een aanpassing is gedaan?
Oorspronkelijk vlnr
Huidige volgorde
Amsterdam
Amsterdam
Den Haag
Zuthpen of Leeuwarden?
Rotterdam
Rotterdam
Nijmegen
<Nijmegen: onbekend>
‘s-Hertogenbosch
<‘s-Hertogenbosch te zien in de sporthal>
Zutphen of Leeuwarden?
Den Haag
Maertens fabriek tegel Zutphen of Leeuwarden?, maart 2024Maertens fabriek tegel Rotterdam, maart 2024Maertens fabriek tegel Den Haag, maart 2024
In 1931 vraagt de fabriek surseance van betaling aan, waarna het na een jaar uiteindelijk failliet gaat. De winkels zijn buiten het faillisement gebleven. De broers Meuleman proberen in 1933 in de Thijmstraat, zonder succes, een nieuwe fabriek van de grond te krijgen.
In 1932 is het gebouw een overdekte tennishal.
Femina Schoenfabriek
In 1933 opent de “Femina” Schoenfabriek N.V., waarvan S.M. Lankhout directeur is. “De fabriek specialiseert zich in hoofdzaak tot het vervaardigen van luxe dames-schoeisel, waaraan door de bestaande contigenteering grootte behoefte bestaat. Het is daarom van de directie goed gezien, een dergelijke industrie in het leven te roepen, die in staat is buitenlandsch product door Nederlandsch fabricaat te vervangen (De Gelderlander 31/8/1933).
Leger en Nijmeegs Algemeen Hulpcomité
In 1938 komt Tweede Bataljon van het 11e regiment van het Nederlands Leger in het pand. Daarbij verwacht het leger dat het bataljon hier een jaar gelegerd zal zijn: het wachten is op het moment dat het 15e Reg. In. rond maart 1939 naar Grave vertrekt, zodat het bataljon haar plaats in de Snijderskazerne kan innemen. “Het zal voor de beowners… waar zich anders weinig of geen militairen vertoonden, een welkome afwisseling zijn”. (PGNC 21/3/1938)
In 1945 gebruikt het ‘Nijmeegs Algemeen Hulpcomité’ het gebouw als magazijn. Deze organisatie hield zich bezig met de inzameling en uitgifte van hulpgoederen voor de bevolking van Nijmegen.
Maertens Tricotagefabriek
Maertens Tricotage en Confectiefabriek N.V. (anno 1913) ; het pand is afgebroken en op deze plek staat tegenwoordig de Sportzaal Bottendaal (adres Cortenaerpad 1) ; de tegeltableaus zijn in 1985 overgebracht naar de nieuwe sportzaal, 1971 (Evert F. van der Grinten via F78882 RAN CCBYSA)
Vanaf 1949 betrok Maertens het op dat moment leegstaande fabrieksgebouw. Het is momenteel nog niet helder tot hoe lang: op Noviomagus wordt zowel 1979 genoemd als dat het bedrijf zich in 1962 in Grave ging vestigen. Op basis van een aanvraag voor een hinderwetvergunning voor een chloorbleekloog- en waterstofperoxydetank blijkt het bedrijf in ieder geval in 1972 in Grave gevestigd te zijn (waarbij mogelijk de fabriek in Nijmegen nog een aantal jaren heeft doorgedraaid?)
Na een periode van leegstand besloot de gemeente in 1982 het gebouw te slopen en een sporthal te bouwen
De uit de Waalhaven gebaggerde Ankers in de Waalhaven verwerkt door Arild Veld, 0p de foto zijn 7 van 8 ankers te zien
Op het moment dat bekend wordt dat de Waalhaven zal worden uitgebaggerd, krijgt de vereniging van woonschipbewoners Nieuw Nijmeegs Peil het idee om van de opgebaggerde ankers een kunstwerk te maken, als herinnering aan het nautisch verleden. Arild Veld zal daarvoor het kunstwerk Ankers in Zicht maken, welke in 2017 wordt geplaatst.
Toen rond 2012 bekend werd dat de Waalhaven na 40 jaar opnieuw zou worden uitgebaggerd, kwam bij de leden van vereniging van woonschipbewoners Nieuw Nijmeegs Peil 1 vraag: hoeveel scheepsankers zouden er boven water komen? “Immers, ieder van ons heeft in de loop der jaren wel eens een anker verspeeld. En vast is dat ook gebeurd toen er in de haven nog schepen van de binnenvaart werden gelost en geladen”. Daarbij wisten oudere binnenvaartschippers te vertellen dat 40 jaar geleden alleen het midden was uitgediept met een zuiger. Nu zou de hele haven worden aangepakt. En naast zuigen, zal er worden gehapt en geschept.
Vastleggen nautisch verleden van de Waalhaven
Nog voor er gebaggerd was, kreeg de vereniging het idee om van de gevonden ankers een kunstwerk te laten maken: “Elk anker heeft een verhaal, een verhaal dat iets vertelt over het nautische verleden van de Waalhaven, van Nijmegen. Hoe kunnen we de scheepankers –eenmaal uit het slib boven water gekomen- hun verhaal laten vertellen?
Wij stellen ons een ankerobject voor, vormgegeven door het volledig aantal gevonden ankers in samenspraak met Nijmeegse kunstenaars, en als baken van Nijmeegs nautische erfgoed gesitueerd in de directe omgeving van de Waalhaven.” Daarbij heeft de vereniging het idee om een prijsvraag uit te schrijven. (Scheepsankers in de Waalhaven van Nijmegen).
11 ankers
Na de baggerwerkzaamheden bleken 11 ankers boven water te zijn gekomen. (13 inzenders hadden het goede antwoord). In maart 2013 wil de vereniging meedingen naar de kunstprijsvraag voor het Waalfront van de gemeente Nijmegen. Daarvoor wordt de kunstenaar Arild Veld aangezocht,
Van ontwerp naar realisatie
Op 23 april 2023 staat een foto van Arild Veld met een aantal ankers. Ook is op de post van die datum zijn ontwerp te zien, welke wel afwijkt van het uiteindelijke resultaat: ze lijken wat schuiner te staan dan nu het geval is en de ketting loopt in een boog in plaats van verticaal rond een stang. In juni 2013 selecteert de gemeente het betreffende voorstel.
In 2014 plaatst de Facebookgroep foto’s van Veld die met het kunstwerk aan het werk is. Uiteindelijk blijken er 8 ankers te worden gebruikt. In april 2015 blijkt het kunstwerk klaar te zijn: er moet nu de juiste plek gekozen worden. Op 12 januari wordt het kunstwerk geplaatst.
“Elk anker balanceert schuin op een eigen fundering, als het ware verstild op het moment waarop het te water is gelaten en de grond raakt. Elk anker heeft een eigen verhaal, vorm en maat.” (Omarmen, 2017-2019 Kunst in de Openbare Ruimte, Gemeente Nijmegen)
Locatie
Daarna duurde het een tijd voordat de gemeente akkoord ging met de locatie. Aanvankelijk was het oog van Nieuw Nijmeegs Peil gevallen op de waterkering tussen de haven en het Waalheavecomplex (de “zwarte” appartementen). Dit vond Rijkswaterstaat echter geen goed idee. Voor het alternatief de ankers op hun eigen betonnen sokkel – hiermee bedoelt website Nijmegen Oost waarschijnlijk tevens de nieuwe, huidige locatie- moest een constructie toetsing door een ingenieursbureau worden uitgevoerd, zoals windbelasting, stabiliteit, laswerk. Na dit rapport kon op 24 april de Kunstcommissie van de gemeente goedkeuring geven.
Stier van Hees op Danielsplein,beeld van Wim Korvinus, november 2023
De Stier van Hees op het Daniëlsplein is een beeld van Wim Korvinus.Het beeld wil een tegenwicht bieden aan de naar Zuid-Afrikanen vernoemde straatnamen.
Het Kunstwerk
Hoewel het beeld aanvankelijk geen naam heeft, wordt het al gauw -ook in het artikel over de onthulling in 1990- de “Stier” genoemd. Andere namen zijn “Stier van Hees”, de “Stemvork”, “de Noorman”’ of “Het Gewei van Heseveld”.
Het beeld is 12 meter hoog. Het onderste gedeelte bestaat uit donkergrijze verblendsteen, waarop een vlak van witte verblendsteen staat. In het beeld zijn 6 openingen, sprongsgewijs aangebracht. Het bovenste gedeelte, de “hoorn”, is gemaakt van roesvrij staal welke is wit geschilderd. Daarbij is de ene punt lager da de andere, dit, om de schuine stand te versterken. Tussen het staal en het steen zit een betonnen kraag.
Zichtbaar
Het kunstwerk kwam in nauw overleg met een groep bewoners uit Heseveld tot stand. Korvinus in (waarschijnlijk) de Gelderlander in een artikel over de onthulling: “Het is goed dat kunstwerken niet zomaar ergens worden neergezet. Het kost veel geld en daarom moet er met betrokkenen over gepraat en gediscussieerd worden of het dat wel waard is”. De kunstenaar was tevreden met het uiteindelijke resultaat: waar je voorheen over het Daniëlsplein heen keek, is het met het kunstwerk beter zichtbaar. Op zijn site is Korvinus trots dat de (inmiddels toenmalige) site van het bewonersoverleg heseveld.org het beeld als logo gebruikt.
Tegenwicht
Om tegenwicht aan de straatnamen die verwijzen naar Zuid-Afrika, wilde Korvinus een Zuid-Afrikaans element toevoegen. Hij kwam daarbij uit op de Zuid-Afrikaanse dichter Vernon February die in Amsterdam woonde. Van hem staat in een “raampje” op ooghoogte een tekstregel in Xhosa: “Isiziba si viwa ngodondolo” (Wat vrij vertaald “Met geduld kan je uiteindelijk iets doorgronden” betekent).
Daarbij is de vorm is afgeleid van Afrikaanse lettertekens (KOS).
Vernon February
Vernon Alexander February (Somerset-Wes, Zuid-Afrika, 15 juni 1938 – Amsterdam 24 november 2002) was in 1963 als balling naar Nederland gekomen. Hij was zowel dichter als wetenschapper.
In 1968 studeerde hij af aan de Rijksuniversiteit Leiden. Hij was 30 jaar wetenschappelijk medewerker bij het Afrika-Studiecentrum in Leiden. Hij streed in samenwerking met Nederlandse organisaties tegen apartheid en de gevolgen daarvan. Daarbij was hij een veelgevraagd spreker, waar hij gedichten voorlas en verhalen vertelde.
Hij was een van de eerste ballingen die terug ging naar Zuid-Afrika, waarbij hij werd aangesteld als buitengewoon hoogleraar. Sinds 1996 had hij last van gezondheidsproblemen. Hij overleed in 2002 in Amsterdam, hij was in Nederland voor een grootse afscheidsconferentie.
Afrikaanse helden?
Het beeld is bedoeld als tegenwicht voor de straatnamen die vernoemd zijn naar Zuid-Afrikanen als Paul Kruger, Louis Botha en Petrus Jacobus Joubert. In de tijd dat de straatnamen naar hen werden vernoemd, werd er nog anders tegen Zuid-Afrika aangekeken: op dat moment werden deze mensen als helden uit de Boerenoorlogen gezien, waarbij zij als bevelhebber tegen de Britten hadden gevochten.
Daarnaast waren het politici: Kruger was tussen de twee Boerenoorlogen president van Transvaal. Na de Tweede Boerenoorlog vestigde hij zich aanvankelijk in Nederland, waar hij door Wilhelmina werd ontvangen. Joubert was als politicus de rivaal van Kruger, waarvan hij steeds de verkiezingen verloor en vice-president werd. Tijdens de Tweede Boerenoorlog overleed hij aan een buikvliesontsteking, waarbij Botha hem als opperbevelhebber opvolgde. Na de Tweede Boerenoorlog werd Botha minister-president van Transvaal en bij de Unie van Zuid-Afrika in 1910 de eerste premier.
Nederland voelde een grote verbondenheid met Zuid-Afrika en met deze Boeren, aangezien velen afstamden van Nederlandse voorouders.
Daarvoor was er strijd was geleverd met de zwarte bevolking, die vermoord of van hun land was verjaagd. Hoewel niet verder onderzocht, heeft in ieder Paul Kruger gevochten met de zwarte bevolking.
Straatnamen en haar tijd
Al in 1904 is er sprake geweest om een straat bij de Wedren naar de held Paul Kruger te vernoemen.
In 1952 zijn de straten naar Zuid-Afrika vernoemd. Ook voordat “apartheid” een officiële term werd, heeft het gedurende haar bestaan een rol heeft gespeeld. Zoals daar de wetten zijn om landbezit en stemrecht voor niet-blanken in Transvaal te beperken in 1855 en 1866. In 1902 werden niet-blanken naar de townships naar Cape Town gedeporteerd. Vanaf 1910 tot 1948 werd verschillende discriminerende en racistische wetgeving ingevoerd, welke uiteindelijk haar beslag kreeg in eerst de Klein Apartheid (vanaf 1948) en vervolgens in de Grote Apartheid wetgeving uit 1959.
Het jaar 1990
Wanneer het idee ontstaat om het beeld te ontwerpen, is mij nog niet bekend. Mogelijk bij de grootschalige herinrichting van het Daniëlsplein eind jaren 80.
In februari 1990 werd Nelson Mandela vrij plotseling vrijgelaten en het einde van Apartheid aangekondigd. Het is mij niet bekend of de vrijlating al bekend was op het moment dat het beeld ontstond, of dat het idee voor het beeld is ontstaan toen apartheid eind jaren 80 nog volop speelde en of dit uberhaupt een rol heeft gespeeld.
Wim Korvinus
De Stier van Hees op het Daniëlsplein in juli 1990 (Martine Ridderbos via F24713 RAN CC-BY-SA)
Korvinus is op 21-3-1948 geboren te Beetsterzwaag. Hij bracht zijn jeugd van 1949-1957 door te Medang (Indonesië).
Hij volgde van 1966-1971 de opleiding richting monumentaal aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. Hij maakte onderdeel uit van de Arnhemse School. . Deze groep maakte zich sterk voor de toepassing van kunst als ‘omgevingsvormgeving’ (KOS).
Hij was naast kunstenaar docent, onder andere aan de Academie van Bouwkunst te Arnhem vanaf 1975 tot 2013 en aan de Hogeschool voor de Kunsten ArtEZ van 1984 tot en met augustus 2003. Daarnaast zat en zit hij in een aantal commissies, waaronder de Commissie voor Beeldende Kunst in Nijmegen en lid Architectuur Kwaliteits Groep Waalsprong te Nijmegen van 1997-2003.
Ruth die de aren leest (en hond die mij niet mag). Augstusijnenbosje Heseveld (november 2023)
In het Augustijnenbosje staat het beeld “Ruth, die de vruchten van het veld haalt”. Een gebukte vrouw, die schijnbaar bezig is de aren op te rapen. Het is de Bijbelse Ruth, die opkijkt. Het beeld is gemaakt door Theo Mulder in 1964. Wie was Ruth en wie was Theo Mulder?
Het boek Ruth
Ruth is een verhaal uit de bijbel. Kort samengevat: Elimelech, zijn vrouw Naomi en hun zoons Machlon en Kiljon zijn naar Moab gevlucht om voor de hongersnood in Juda. Eliimelich sterft op een gegeven ogenblik, zijn zoons trouwen met de Maobitische vrouwen Orpah en Ruth, om vervolgens ook te sterven. Daarop besluit Naomi om terug te gaan naar haar thuisstad Bethlehem. Naomi weet Orpha over te halen om in Moab te blijven, maar Ruth volgt haar. Zij komen rond oogsttijd aan in Bethlehem.
Daar gaat Ruth voor haar schoonmoeder op zoek naar aren op het land. Volgens de Thora (in het boek Leviticus) mochten maaiers niet tot de rand maaien. En ook datgene wat na het maaien op het land bleef liggen, mochten zij niet oprapen. Dat was bestemd voor de armen en vreemdelingen. Toevallig komt Ruth ook op het land van Boaz, die onder de indruk is hoe goed Ruth voor haar schoonmoeder zorgt. Hij besluit haar extra goed te behandelen. Wanneer Ruth is teruggekeerd bij Naomi, blijkt deze Boaz familie van Elimelich te zijn. Mogelijk zou Boaz kunnen optreden als losser: wanneer iemand gedwongen is zijn land te verkopen, kan een naaste bloedverwant het land terugkopen (de “losser”). In een jubeljaar -dat eens in de 50 jaar plaatsvindt en waarbij onder andere alle schulden worden kwijtgescholden- komt het land weer in eigendom van de oorspronkelijke eigenaar.
Om hem over te halen gaat Ruth op de dorsvloer op een deken aan de voeten van Boaz liggen. Boaz is onder de indruk van de trouw die zij heeft voor haar schoonmoeder heeft. Hij zegt toe met haar te trouwen. Uiteindelijk zal hij Ruth trouwen in een zogenaamd leviraatshuwelijk: een huwelijk waar de zwager van een overleden echtgenoot trouwt met de weduwe, ook al is Boaz in dit geval geen directe zwager. Het eerste kind zal gelden als het kind van de overleden man. Deze zoon, Obed, is de grootvader van David.
Betekenis
In de loop der tijd zijn verschillende betekenissen aan het boek Ruth gegeven. Een mooi artikel over de interpretatie van de betekenis is te vinden op de website van de Nedelands Bijbel Genootschap https://www.debijbel.nl/berichten/de-oorsprong-van-het-boek-ruth. Zij vat de betekenis zelf als volgt samen: “Op het eerste gezicht is Ruth een romantisch verhaal over een familie in het oude Israël, maar veel uitleggers zien er méér in. In dit artikel passeert een aantal visies de revue, vanaf de vroege kerk tot de moderne exegese. Hedendaags onderzoek laat zien dat het boek Ruth verband houdt met Israëls situatie na de ballingschap. Dit ‘kleine verhaal’ verwijst naar het ‘grote verhaal’, over Sion als berooide weduwe (Naomi), de hoop op Gods reddende ingrijpen (Boaz) en een nieuwe toekomst voor het volk (Ruth). Zo gelezen is het boek Ruth bovenal een boek van hoop en verwachting.”
Het beeld
Als je op afbeeldingen van Ruth zoekt, zie je vrijwel altijd een afbeelding van Ruth die de aren opraapt, al dan niet met Boaz. Zo ook het beeld van Theo Mulder. Hier bukt Ruth, schijnbaar bezig om de aren op te rapen. Daarbij kijkt ze op. Het lichaam van Ruth is zonder veel details weergegeven, het gaat hierbij vooral om de kromme vorm van het lichaam. Alleen haar gezicht is wat gedetailleerder, zodat je waarschijnlijk als vanzelf ook naar het gezicht getrokken wordt.
Het beeld stond oorspronkelijk voor de vroegere IVO-Mavo aan de Archipelstraat. Tegenwoordig staat het beeld staat in een grasveldje, op een verhoging. Daarbij lijkt-afgaande op de foto’s van wikipedia- het beeld verplaatst te zijn: voorheen leek het beeld in het bosje te hebben gestaan.
Theo Mulder
De beeldhouwer Theodoor Josephus Mulder is op 20 mei 1928 geboren te Haarlem. Hij overleed in Laren op 8 maart 2017.
Hij volgde zijn opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij was leerling van Mari Andriessen (bekend van de “Dokwerker”) en Piet Esser. Met Andriessen deelde hij een atelier en samen waren ze een van de oprichters van Academie 63 (Ateliers 63), een opleiding waarbij de nadruk lag op het geven van begeleiding in plaats van het aanleren van techniek.
Stijl
Hij omschrijft zijn werken als “lyrisch expressionistisch’.
Zijn beelden gaan vaak over alledaagse dingen, dijkwerkers, boeren, dieren (vechtende hanen, opvliegende ganzen), religieuze voorstellingen en vrouwenfiguren. in Haarlem staan 12 beelden van zijn hand.
“Mulder zei altijd veel te hebben opgestoken van zijn leermeesters op de Amsterdamse Rijksacademie, maar óók jaren te hebben gezucht onder de idee dat je ernstig en „met gefronste wenkbrauwen’ meesterwerken moet maken. Pas op latere leeftijd voelde hij zich vrij het werk als een „spel’ te zien. „Toen begreep ik dat ik om beelden te maken zoals ik het wilde, het gevoel moest hebben dat ik had toen ik als jongetje aan het spelen en knutselen was’, zegt hij in een boek over hem.“ En: “Gevraagd naar zijn thematiek noemde Mul graag de „onvervulbaarheid’ van de liefde, de „hunkering’ naar paradijselijke liefde en ook wel de merkwaardige levensdrift van mensen en dieren die uiteindelijk toch allemaal op weg zijn naar de dood.”
Werken
Oorlogsmonument, Pad van de Mensenrechten (Castricummer Hout) Castricum (1957)
Vechtende kalkoenen in Utrecht (Rosarium Oudwijk / Prinsesselaan, 1965): opdracht gemeente Utrecht. Afgietsels van dit beeld staan tevens in Oudekerk aan de Amstel (1989, Kerkstraat),. Haarlem (1982, Brouwersplein), Den Helder (1972,Timorpark) en Uthoorn (1969, Herman Gorterhof)
Kenau Simonsdochter Hasselaer en vrouwen, bij de Amsterdamse Poort Haarlem (1973)
De Kaaisjouwer, beeld van Margriet Hovens met een extra hindernis. Beeld op de Waalkade, oktober 2023
De Kaaisjouwer is een beeld van Margriet Hovens. Dit beeld op de Waalkade is op vrijdag 4 september 2020 onthuld. Het is een herinnering aan de arbeiders die met loodzware zakken op hun rug de schepen aan de Waal laadden en losten.
Het beeld was ternauwernood af: de woensdag daarvoor werden de gegoten stukken aan elkaar gelast en werd het beeld afgewerkt.
Het beeld
Een kaaisjouwer aan het werk; Bedrijvigheid aan de rivier de Waal, 6/6/1906 (B.W. Makkink via F1466 RAN)
Het beeld is 3 meter hoog en gemaakt van aluminium. Het beeld straalt geen zielig figuur uit, maar is een held. Vanaf het begin stond vast dat het een groot beeld moest worden. Daarbij koos Hovens voor aluminium, zodat het beeld als het ware oplicht, ook wanneer de lucht en de Waal grijs lijken.
Het werk is een mengvorm van realisme en “ideealtypische” aspecten.
In 2016 konden Nijmegenaren een foto van hun gezicht opsturen, welke het gezicht van het beeld zou worden. Daarbij koos Hovens voor het hoofd van Frans Brink. De houding is gebaseerd naar een levend model met zak op de rug. Bovendien is de houding van de kaaisjouwer levensecht: de kaaisjouwers liepen met een rechte rug.
Voor de verhouding koos Hovens voor canon 1:9, oftewel de totale lengte van het beeld is 9 keer de lengte van het gezicht. De verhouding 1:9 is een van de ideaaltypische verhoudingen voor het weergeven van een menselijk lichaam. Dorsoduro legt in zijn artikel mooi uit waarom er voor 1:9 gekozen zal zijn.
Daarnaast baseerde ze de handen losjes op de David van Michelangelo en Meunier voor de manier waarop hij de heroïsering van de arbeider verbeeldt.
En daarbij stelt ze in een reactie in de Gelderlander/Stentor: Wat vind U dan van de duidelijke anatomische vervormingen van het werk van Pontormo? Wordt die door u ook in de kunstban gedaan? Anatomische correctheid is geen criterium of iets kunst kan zijn of niet.”
Eerbetoon
Rechts de woningen bij het Valkhofpark, links wat zeilschepen aan de kade. Het beeld staat ongeveer op de plek waar de wagens staan, datering 1920-1925 (F1884 RAN)
Het beeld is een eerbetoon aan de arbeiders die vroeger de vrachten uit de schepen laadden en losten. Daarbij werden zakken vol geschept met bijvoorbeeld kolen of graan. De verbinding tussen kade en schip was een bevend, mal loopplankje. En wanneer er geen paard en wagen voorhanden bracht de kaaisjouwer deze, veelal op hun rug, naar de bestemming. Dat kon een pakhuis vlakbij zijn, maar ook in de bovenstad. Het beeld is een herinnering -en voor veel mensen bewustwording- dat op de Waalkade en de Benedenstad vroeger keihard gewerkt is, om op die manier de welvaart naar de stad te brengen.
De Kaaisjouwers
Sjouwers in Waalhaven, 1945: mogelijk niet (of wel) officieel kaaisjouwers, maar de foto geeft wel een mooi beeld hoe de kaaisjouwers met zware zakken op de rug over een smal loopplankje moesten (GN6364)
De kaaisjouwers waren een begrip in de negentiende eeuw en het begin van de 20ste eeuw. Hijskranen waren op dat moment nog niet veelvuldig in gebruik.
De Gelderlander: “Volgens Van Alphen zijn de verhalen over de arbeiders die in de vervallen Benedenstad woonden nooit goed naar buiten gekomen, omdat de Bovenstadbewoners op hen neerkeken. ,,Ze waren vaak arm, alcoholist en kinderrijk.” Dat er nu alsnog een eerbetoon voor hen komt, vindt hij geweldig voor de nazaten van de sjouwers. ,,Ze zijn er nooit voor bedankt, maar hebben dit echt verdiend.”” https://www.gelderlander.nl/nijmegen/eindelijk-een-terecht-eerbetoon-aan-de-kaaisjouwers~aa8c8b2d9/
De kaaisjouwers hadden hun eigen cultuur met een hechte onderlinge gemeenschap. Met een eigen spraakgebruik en gedragsnormen. Mensen die niets moesten hebben van de mensen in de bovenstad, de politie en buitenstaanderstaanders.
Inzameling
Beeld van de kade uit de jaren vijftig met het door veel werklieden (kaaisjouwers) bezochte Café De Scheepvaart, achtereenvolgens van P. Samson, L. Duits en C. van Herk. Op de achtergrond is, naast een stukje van de oude (vakwerk)spoorbrug, nog een van de voor Nijmegen zo karakteristieke lantaarnklokken te zien, 1955 (Jeroen van Lith via F68651 RAN CCO)
Het beeld is een initiatief van Frank Antonie van Alpen die hiervoor 9 jaar actief is geweest. Zelf is hij een schipperskind en binnenvaartmatroos geweest. Hij is muzikant, schrijver en kunstenaar. In 2011 ontwikkelde hij een expositie “De Kaaisjouwer- Een hard leven aan de Waal” in museum de Stratemakerstoren (sinds 2015 de Bastei), waarbij tevens een boek verscheen. Gerard Alofs was op dat moment directeur. Van Alphen en Alofs bedachten hoe ze de herinnering aan de kaaisjouwer vast kon worden gehouden en kwamen op het idee van een standbeeld. Alofs werd voorzitter van de Stichting Standbeeld de Kaaisjouwer.
De gemeente Nijmegen verstrekte een eerste, kleine subsidie. In 2018 werd de stichting opgericht, waarvan Alofs voorzitter was. In 2019 was er sprake van enige controverse: de gemeente verstrekt 85.00 euro subsidie voor het kunstwerk de Waterwolf, terwijl de stichting al jarenlang bezig was voor haar beeld de Kaaisjouwer. Wél kreeg daardoor het initiatief voor het beeld van de Kaaisjouwer meer aandacht.
Willie Verberck, ondernemer en voorzitter van Aqualink, zorgde ervoor dat 20 bedrijven enthousiast werden en elke 2.500 euro betaalde. Daarnaast kreeg de stichting subidie van het Prins Bernard Cultuurfonds en een aantal andere subsidieverstrekkers. Bovendien vond er een particuliere geldinzameling plaats, onder andere door een benefietavond.
Margriet Hovens
Kaaisjouwers op de Waalkade: Het lossen van schepen was zwaar werk: de kaaisjouwers tilden soms vracht tot 80 kilo uit het ruim, 8/1931 (Katholieke Illustratie via F87241 RAN)
Voor het beeld ging de stichting op zoek naar een geschikte kunstenaar. Een monument voor de kaaisjouwer sprak Hovens erg aan. In een interview met IntoNijmegen: De kans om op monumentale schaal te mogen werken aan een intiem beeld dat de nagedachtenis van de arbeiders en verschoppelingen uit de 19e eeuwse Nijmeegse benedenstad levend moet houden, sprak haar als realistisch beeldhouwer ontzettend aan. “Een standbeeld staat voor iets. Een iets dat meer is dan een oppervlakkig of vluchtig idee” aldus Hovens.”
Margriet Hovens over haarzelf, eveneens in het artikel van de Gelderlander/Stentor: “Ik ben zes jaar lang academisch opgeleid als kunsthistorica met als specialisme het cultuurhistorische begrip, zes jaar lang getraind in de filosofische esthetica met als specialisme het smaakdebat uit de 18e eeuw met als sluitstuk de smaakverhandeling over esthetische oordelen van Immanuel Kant. Ook heb ik drie jaar een kunstscholing mogen ontvangen in de schilderkunst en monumentale vormgeving aan de academies te Maastricht en Breda in mijn jonge jaren. Ik werk sinds 30 jaar aan de ArtEZHogeschool der Kunsten in Arnhem waar jonge kunstproducenten worden opgeleid en waar ik als theoriedocent filosofische esthetica en kunst- en cultuurfilosofie geef. Ik heb twee boekpublicaties op mijn naam staan, uitgegeven in Antwerpen en beide binnenkort ook in een Engelse vertaling beschikbaar: Over Creativiteit uit 2014 en Over Schoonheid uit 2020. Misschien iets om eens te lezen, heren? Daarnaast drijf ik sinds 1985 een klassiek ambachtelijk beeldhouwatelier waar ik mijn particuliere opdrachten en mijn autonome werk realiseer.”
Afsluitpaal tussen Lompenkramersgas en Begijnenstraat, beeld van Oscar Goedhart, oktober 2023
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar. Het idee was afkomstig uit Maastricht. Na de eerste drie, zouden nog een aantal paaltjes in de Benedenstad volgen.
Het beeld Steen is een sculptuur van Gerard Bruning. Het is gemaakt in 1977 met als huidige locatie het Westerpark.
Materiaal
Het beeld is gemaakt van Petit Granit (Belgische hardsteen). “De steen is intensief bewerkt; de sporen van het beeldhouwersgereedschap zijn zichtbaar. De textuur (huid) van het kunstwerk is ruw van karakter. In de lengterichting is een symmetrische vorm te zien, met afgeronde hoeken. Ondanks het harde materiaal heeft de steen een zachte, haast poëtische uitstraling.” (KOS)
Gerard Bruning
Gerard Marie (Gerard) Bruning (Amsterdam of Nijmegen, 30 oktober 1930 – Utrecht, 8 februari 1987)
Wikipedia noemt dat Bruning in Amsterdam is geboren, het Nijmeegsch Dagblad noemt in 1958 Nijmegen.
Gerard Bruning was beeldhouwer, schrijver, graficus, fotograaf en schilder. Zijn vader was de dichter en essayist Henry Bruning. Hij volgt het gymnasium aan het Canisius College. Daarna gaat hij naar de Kunstacademie Arnhem, waar hij een opleiding in edelsmeden en Monumentale Kunst krijgt. Zijn hoofdleraar voor decoratieve kunsten was de Nijmeegse kunstenaar van Woerkom.
Aanvankelijk werkt hij als pottenbakker, maar besluit al gauw verder te gaan als beeldhouwer. Een groot deel van zijn leven woont en werkt Bruning in Cuijk, hij vestigt zich hier In 1955. Sinds 1957 had hij een atelier had in een voormalige sigarenfabriek.
Hij ontvangt de Karel de Grote Prijs in 1958. Daarbij zegt de jury zich niet helemaal aan de opdracht te hebben gehouden: Bruning heeft namelijk zijn atelier in Cuijk (en dus niet in Nijmegen). Hij krijgt echter de prijs omdat hij in de culturele invloedsfeer van de stad werkt.
In het artikel naar aanleiding van de Karel de Grote prijs noemt het Nijmeegsch Dagblad de volgende werken:
Een aan een vijver zittende vrouw, tuin Berg en Dalseweg 64
Een hertje van beton, voor de school van de Boksdoornstraat, welke door spelende kinderen onherstelbaar is beschadigd
Mariabeeld (eikenhout) in de kapel van het woonwagenkamp
5 bronzen beeldjes in plantsoenen van Cuijk
Een grote houten groep “het jonge paar”, in het Raadhuis van Cuijk
Een jaar na zijn dood is er in het Nijmeegs Museum de Commanderie van Sint-Jan een overzichtstentoonstelling.