Biezenstraat 57 is in 1917 gebouwd als voor de Firma F.H. Benda & Zonen, een “borstel- en zeeftenfabriek”. In ieder geval was het tot 1955 nog in gebruik bij Benda.
In juni 2023 was de verbouwing aan de gang van de Biezenstraat 57. Voorheen was dit gebouw samen met het linkergedeelte (zie foto onder, met rolluik, welke intussen verbouwd zijn tot woningen) een echt gebruiksgebouw.
Situatie 2017 (foto Google Streetview)
Dit was aanleiding om na te gaan wat de functie van het gebouw aanvankelijk is geweest. Dit is een eerste onderzoek; zo zijn een aantal gevonden contracten bijvoorbeeld nog niet onderzocht.
Het gebouw van de Biezenstraat dateert uit 1917. Het is gebouwd voor de Firma F.H. Benda & Zonen, een borstel- en zeeftenfabriek. De jaren daarna volgenden een aantal uitbreidingen. Het bedrijf was reeds gevestigd op de Smidstraat.
Op 30 maart 1917 krijgt Benda de vergunning ten behoeve van een inrichting voor het vervaardigen van borstels en zeeften, in het perceel Smidstraat No. 21, kadastraal bekend, gemeente Nijmegen, Sectie C., Nos. 2345 en 4209 (Gemeenteverslag 1917). Waarschijnlijk heeft het bijna een jaar geduurd voordat Benda deze vergunning kreeg: op 2-6-1916 heeft de gemeente de beslissing voor het verstrekken van een hinderwetvergunning verdaagd, omdat het onderzoek ten behoeve van deze aanvraag nog niet was afgerond. (De Gelderlander 4/6/1916)
Bouw Borstelfabriek Biezenstraat
In datzelfde jaar (2-10-1917) krijgt Benda vergunning tot het oprichten van “eene door elektriciteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van houtwerk ten behoeve van borstels en zeeften, in een in aanbouw zijnd gebouw aan de Biezenstraat, kadastraal bekend Neerbosch, Sectie A.n no 1325 (PGNC 3/10/1917, waarschijnlijk moet dit 1315 zijn).
Gevonden uitbreidingen:
Op 16-6-1919 krijgt hij vergunning 16 Mei aan F. H. Benda, ten behoeve van zijn door elektriciteit gedreven borstelfabriek in het perceel Biezenstraat 57, kadastraal bekend: Gemeente Neerbosch, Sectie A, No.. 1351.(Gemeenteverslag 1919)
23 september 1924: uitbreiden van hare door electricteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van borstelhouten, zeeftenranden en het zagen van boomen (De Gelderlander 25/9/1924)
31-8-1928: vergunning tot het uitbreiden van hare door elektriciteit gedreven inrichting voor het machinaal bewerken van hout in het perceel Bizenstraat No. 57, kad. bekend gemeente Neerbosch, Sectie A, no. 1597 (!) (De Gelderlander 5/9/1928)
In ieder geval in de eerste jaren staat in de adresboeken alleen het adres van de Smidstraat; in advertenties staan wel beide adressen.
Rond april 1922 overlijdt Ferdinandus Hubertus Benda. (PGNC 15/4/1922). Uit het Adresboek van 1922 blijkt dat F.H. Benda Jr. inmiddels bedrijfsleider is. Beiden hebben in dat adresboek het adres van de Smidstraat. Ook in het adresboek van 1926 komt Benda als bedrijfsleider voor op de Smidstraat. Wel staat als adres van de Houtfabriek en Houtzagerij de Biezenstraat.
Nieuwjaarsdvertentie Firma F.H. Benda & Zonen, Borstel- en Houtwarenfabriek, Houtzagerij Houthandel (De Gelderlander 31/12/1931)
In de nieuwjaarsadvertentie van 1931 is het: “Electr. Borstel- en Houtwarenfabrieken, Houtzagerij Houthandel”
De op dit moment laatst gevonden vermelding is het Adresboek 1940: “Benda & Zn., firma F.H., houtz. En houthandel, Biezenstraat 57 en Voorstadslaan 88”. Daarbij heeft “F.H. Benda, Houthandel”, het adres Voorstadslaan 88.
In het Adresboek 1948, 1951 en 1955 is op Biezenstraat 57 het Pakhuis “Benda”. Het adres van F. H. Benda, Houthandel is de Voorstadslaan 88. In 1959 woont de Weduwe van F.H. Benda op Burchtstraat 88 en komt er geen “Benda” meer voor op Biezenstraat 57.
Barneveldse Beekstraat, de Lunterse Beekstraat, de Fliertse Beekstraat, de Eemstraat en omgeving Biezen/Waterkwartier
Luchtfoto van een deel van het Waterkwartier met de zogenoemde korrelbetonwoningen. Bovenin de Weurtseweg ; onderin de Kanaalstraat ; links de Rivierstraat en rechtsonder de Waterstraat ; daar tussenin woningen aan de Barneveldse Beekstraat, de Lunterse Beekstraat, de Fliertse Beekstraat, de Eemstraat en de Oude Rijnstraat, 1950 (F58506 RAN)
Korrelbetonwoningen
In 1922 had Willem Greve jr. (1880-1962) het zogenaamde korrelbeton ontwikkeld: beton waarin vergruisd puin in plaats van grind of zand was verwerkt. Daarmee was een groot deel van Betondorp in Amsterdam gebouwd. Soms wordt aan het korrelbeton ook wat grind toegevoegd. Daarnaast is hij bekend geworden van de Scheveningse huisjes.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam korrelbeton in gebruik voor de bouw van woningenr: er was een tekort aan bouwmaterialen. Daarop werd het puin van de verwoeste huizen tijdens de Tweede Wereldoorlog vergruisd en gebruikt voor nieuwe woningen of stapelbouwbouw tot maximaal 4 tot 5 bouwlagen. In totaal werden ongeveer 15.000 woningen van korrelbetongewoon gebouwd, waarvan 80% zich in Dordrecht, Den Haag en Arnhem bevond.
Daarbij zijn er 3 periodes:
Tot 1955 krijgen de woningen alleen een pleisterlaag
Vanaf 1955 krijgen de gevels een baksteen bekleding
Vanaf 1962 de spouwconstructie
Traditionele bouw versus systeembouw en korrelbetonwoningen
In 1949 discussieert de gemeente over de toekenning van een extra contignent woningen. Vooral de voor- en nadelen van de traditionele bouw versus de systeembouw en korrelbetonwoningen worden besproken.
Op 23 juni 1949 doet de Gelderlander verslag van de Gemeenteraadsvergadering over de extra toewijzing van 112 te bouwen woningen onder de kop “Scherpe kritiek in de Raad op regeringsbeleid: Moet Nijmegen het puin van zijn getroffen stad nu maar verwerken in korrelbeton?” 62 daarvan zullen in “traditionele bouw” moeten worden gebouwd, maar 50 daarvan in “montagebouw”. “Langdurig werd gediscussieerd over de bouw van 164 montagewoningen in de nabijheid van de Weurtseweg. Meerdere sprekers waren van mening dat in Nijmegen, waar het materiaal voor traditionele bouw zozeer binnen het bereik lag, geen dure systeembouw moest worden toegepast, waardoor de werkeloosheid onder de vaklieden onder de vaklieden ten zeerste werd bevorderd.”
Oftewel: Nijmegen heeft haar steenfabrieken Ook die zijn daarnaast voldoende geschoolde arbeiders aanwezig, hoewel die laatsten uit Nijmegen lijken weg te trekken, aangetrokken in plaatsen waar wel traditionele bouw wordt uitgevoerd.
Het bouwvolume voor Nijmegen was tot dat moment voor 1949 184 woningen in de traditionele bouw, systeembouw 11 en korrelbouw 164 woningen. In 1948 was het bouwvolume 574 woningen geweest tegen 99 in systeembouw.
Ook zijn er vragen over de te bouwen woningen: heeft Nijmegen niet eerder woningen voor gezinnen nodig dan de geplande duplex-woningen voor kleine huishoudens? En is traditionele bouw niet goedkoper dan systeembouw?
Wethouder van der Wagt geeft aan dat hij oorspronkelijk ook niet enthousiast was voor de toewijzing. De plannen voor systeembouw waren landelijk vastgesteld en de systeembouw in andere plaatsen zoals in Scheveningen blijken te voldoen. Daarnaast zijn de plannen van Woningvereniging Nijmegen weldoordacht. Bovendien betreft het feitelijk de keus “bouwen of niet bouwen”. Dan kan beter “van de nood een deugd worden gemaakt”, ook ten aanzien van de duplexwoningen: 26% van de Nijmeegse bevolking bestaat uit 2 persoons huishoudens en 34% uit 3 personen. Uiteindelijk stemt de gemeenteraad in, met uitzondering van de K.V.P. (De Gelderlander 23/6/1949)
Een rondgang in 1951 bij de opgeleverde woningen
“Het Witte Dorp in het Waterkwartier
Korrelbetonwoningen: lust voor ’t oog en paleisjes voor de bewoners Grote behoefte aan een nieuwe school; met bouw van een tweede rioolgemaal begonnen
(Van onze verslaggever). Het is nu drie jaar geleden, dat de woningvereniging „Nijmegen” een begin akte niet de bouw van haar eerste complex korrelbeton- in het Waterkwartier. Thans, drie jaar later, staan daar 425 van deze systeemwoningen, kant en klaar en bewoond door 516 hoofdzakelijk arbeiders -gezinnen. Zij vormen in dit deel van de stad een dorp op zichzelf, een dorp gedeeltelijk in het wit gestoken, met pleinen en plantsoenen, een dorp, waar de voor- en achtertuintjes getuigen van de liefde voor bloemen en planten der bewoners en waar de vlekkeloze ramen en hagelwitte gordijnen spreken van de spreekwoordelijke Hollandse zindelijkheid der huisvrouwen, die hier ieder in haar eigen paleisje de scepter voeren. Als men hier langs de huizen een wandeling maakt en her en der een niet al te onbescheiden blik naar binnen werpt, dan komt men tot de overtuiging, dat degenen, die met zo’n woning, zij het een normale eengezinswoning of een duplex-woning, verblijd zijn, zich na al de beproevingen, die zij vaak in haast niet meer 5 bewonen krotten hebben doorstaan, wel gelukkig moeten voelen, vooral als men de betrekkelijke luxe, welke in de uitvoering nog valt waar te nemen, in aanmerking neemt.
En dat is dan ook inderdaad zó. Wij hebben in gezelschap van de opzichter, de heer J. A. Simons, met enkele bewoonsters dezer dagen eens een praatje gemaakt. Een stratenmakersvrouw die tussen Kerstmis en Nieuwjaar van de Stikke Hezelstraat naar de Rivierstraat is verhuisd, vertelde dolgelukkig te zijn met haar duplexwoning. In haar vorige woning had ze drie teilen in de kamer staan om het water, dat via het rijkelijke van lekken voorziene dak naar beneden kwam, op te vangen. Of wij zelf wel met dergelijke moeilijkheden te hadden? Gelukkig niet, wij zijn er ook helemaal niet verlangend naar, maar niettemin konden wij ons uitstekend voorstellen dat zij nu met haar nieuwe woning in haar schik is. Het ziet er hier allemaal bijzonder uit in dit woninkje, waar Piet haar man en haar kind huist. De buitenkant behoeft weliswaar nog ‘n verfje, maar binnen is het een warm nestje. Er zijn twee slaapkamers, een woonkamer, een keuken en een kelder. Daar het een benedenwoning is, is er geen lavet, waarvan alleen de bewoners van de bovenwoning kunnen profiteren, maar die hebben weer het nadeel, dat zij geen tuin hebben. Zo heeft het zijn voor en zijn tegen om beneden of boven te wonen. Verder maakt het niet veel verschil. De bovenbewoners hebben de beschikking over een eigen ingang, een eigen bel, een eigen brievenbus, een balconnetje met een kolenbergplaats en een eigen schuurtje, dat zoals bij alle woningen in dit „witte dorp” via een achterommetje te bereiken is. Voorts hebben alle bovenwoningen, evenals die op de begane grond, een woonkamer, twee slaapkamers, een keukentje en een kelder. Men ziet dus, dat de indeling der duplexwoningen erop gericht is zoveel mogelijk onaangenaamheden tussen de boven- en benedenburen te voorkomen. Natuurlijk komen er desondanks wel eens strubbelingen voor, maar die zouden licht te voorkomen zijn als er maar wat meer begrip voor elkaars moeilijkheden bestond. Men zou verwachten, dat zij, die in deze tijd van woningnood het voorrecht genieten overeen eigen woning te kunnen beschikken, wel in staat zouden zijn dit begrip op te brengen, maar dit schijnt sommigen helaas niet mee te vallen.
Van dit onderwerp afstappend leiden wijde lezer verder op onze speurtocht door dit wellicht voor velen nog „terra incognita”. Wij belanden dan op een bovenwoning en betreden de woonkamer, vanwaar men een prachtig uitzicht heeft op het nieuwe haven- en industrie-terrein. Evenals alle woonkamers van de woningen, welke hier door de woningvereniging „Nijmegen” zijn neergezet, is deze kamer op de zon geprojecteerd. Dat dit zijn voordelen heeft behoeft nauwelijks betoog. Het gezin dat hier woont bestaat slechts uit man en vrouw. Na hun huwelijk hebben zij eerst bij haar ouders ingewoond, maar ook zij behoren nu tot de gelukkigen, die een eigen woning hebben kunnen inrichten. Het vrouwtje had liever beneden gewoond, maar, zoals de heer Simons o.i. terecht opmerkte, niet iedereen kan dat voorrecht hebben en in de toekomst zal het nog wel moeilijker worden een benedenwoning te krijgen aangezien men inde hoogte zal moeten gaan bouwen, wil men voorkomen dat er geen stukje recreatieterrein meer overblijft. Dit wil overigens nog niet zeggen, dat de woningvereniging „Nijmegen” dergelijke plannen op papier heeft staan. Voorlopig is men al heel tevreden als de plannen voor de bouw van 260 korrelbetonwoningen aan de Dennenstraat gerealiseerd kunnen worden.
Om nu terug te komen op ons bezoek aan het jonge paar: ondanks de kleine wensen, die hier naar voren gebracht werden, bleken beiden over de nieuwe woning toch goed te spreken. Vooral over het lavet waren zij enthousiast. De heer des huizes noemde het een uiterst practisch geval en hij zou het, evenals zijn vrouw, niet graag willen missen.
Na de deur van deze duplexwoning achter ons te hebben dichtgetrokken, hebben wij een bezoek gebracht aan een normale eengezinswoning. Deze woningen hebben een voorkamer, een woonkamer, drie slaapkamers, een keuken, een kelder en een douche.
De voorkamer is weliswaar niet bijzonder groot, maar daarentegen biedt de woonkamer voldoende ruimte om in te huizen, zodat de bewoners zich ook hier best thuis voelen. Hiervan getuigde de huisvrouw, met wie wij een praatje maakten. Zij komt met haar gezin van de St. Anna-buurt en als zij dan beweert dat zij zich hier in het Waterkwartier, hetwelk toch een heel andere omgeving biedt, uitstekend op haar plaats voelt en niet meer zou willen ruilen, dan spreekt dat o.i. een duidelijke taal.
Behalve de normale eengezinswoningen zijn er tenslotte nog de woningen voor grote gezinnen, welke onderverdeeld zijn in twee types, n.l. met vier en vijf slaapkamers. Voor het overige hebben deze huizen dezelfde indeling als de normale eengezinswoningen.
Wensen en verlangens
En hoe zit het nu met scholen, recreatieterrein enz., zo zal men zich af vragen. Vanzelfsprekend heeft men hier in dit zich zo snel uitbreidende stadsdeel behoefte aan. Er staat één school aan de Rivierstraat, maar deze is dermate overbevolkt, dat de leerlingen er een beetje overdreven uitgedrukt als het ware uitpuilen. Ook wat sport- en speelvelden betreft valt er nog wel het een en ander te verbeteren. Nu is het wel de bedoeling, dat er op het terrein, grenzende aan de Rivierstraat, een aantal sportvelden zal worden aangelegd, maar dat zal, naar het zich laat aanzien, nog wel enige tijd op zich laten wachten. Men kan evenwel geen ijzer met handen breken en derhalve zal men ook hier voorlopig nog moeten roeien met de riemen welke thans ter beschikking staan. Er zijn ook nog andere wensen, n.l. betreffende de riolering en het vervoer naar de stad. Wat de klachten over de riolering’ aangaat: het komt nogal eens voor dat men hier overlast van het regenwater heeft, hetgeen overigens geen euvel is, dat alleen dit deel van de stad treft. De wateroverlast wordt hier veroorzaakt doordat de capaciteit van het oude pompgebouw op dé hoek van de Weurtseweg en de Waterstraat door de snelle uitbreiding te klein geworden is. Het water, dat eerst door de onbebouwde grond opgezogen werd komt nu allemaal op het riool, dat deze vloed niet verwerken kan. Het is hier n.l. zo, dat het riool beneden het niveau van de rivier de Waal ligt, zodat het water moet worden weggepompt.
Men is op het ogenblik aan de Biezendwarsweg bezig een nieuw pompstation te bouwen, maar het zal nog wel twee jaar duren voor dit in gebruik kan worden genomen. De betonnen stukken voor de toevoerleiding en voor de persleiding liggen langs de Rivierstraat reeds klaar. Mogelijk dat zij in het najaar gelegd kunnen worden, maar een en ander brengt nogal hoge kosten met zich mee, zodat het de vraag is of de gemeente er dit jaar nog toe zal overgaan. Wat de vervoerskwestie betreft: men is in het Waterkwartier van oordeel, dat het nu zo langzamerhand tijd wordt, dat er een betere verbinding met de stad komt. Men gaat zich een beetje achteruitgesteld voelen, temeer omdat dit stadsdeel toch J meer dan eens, o.a. bij feestelijkheden, stiefmoederlijk bedeeld werd. Mogelijk, dat er wat de vervoerskwestie betreft een oplossing uit de bus komt ais ent onderwerp inde gemeenteraad weer eens, een punt van bespreking gaat uitmaken. (Nijmeegsch dagblad, 11-8-1951)
Luchtfoto van een deel van het Waterkwartier met de zogenoemde korrelbetonwoningen. Links de Rijnstraat en rechts de Lingestraat ; rechts onderin de Biezenstraat, 1950 (F58507 RAN)
Modelmakerij en Houtdraaierij Hazelaar Eerste Oude Heselaan 126, augustus 2023 (Google Streetview)
Op Oude Heselaan 126 staat het opschrift “Electr. Modelmakerij en Houtdraaierij J.W. Hazelaar.” Wie was deze J.W. Hazelaar en wat bedrijf had hij?
Johan Willem Hazelaar
Johan/Johannes Willem Hazelaar is op 30-11-1896 geboren te Hengelo (O). Zijn vader Lambertus Hazelaar was bij zijn geboorte “fabrieksarbeider” en is bij zijn trouwen “modelmaker”, zijn moeder Gerritdina ter Weer “zonder beroep”.
Nijmegen: Willemsweg en Nieuwe Nonnendaalscheweg No. 17
Advertentie Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No. 17 (De Gelderlander 18/6/1924)
Hij schrijft zich op 4-5-1920 in de gemeente Nijmegen in op Willemsweg 266. Hij is dan afkomstig uit Velsen (Bevolkingsregister 1910). Zijn beroep is “modelmaker”. In het adresboek van 1922 komt hij voor op Willemsweg 266.
Wanneer Hazelaar begonnen is met zijn modelmakerij en houtdraajerij is nog niet bekend. De eerste door mij gevonden advertentie is van De Gelderlander 18/6/1924. Aanvankelijk heeft hij zijn bedrijf op de Nieuwe Nonnendaalscheweg No. 17. Afgaande op zijn advertentie is zijn doelgroep aannemers en meubelmakers. Ook maakt hij gietmodellen.
Gietmodellen
Advertentie Hazelaar voor gietmodellen (Schuttevaêr; weekblad gewijd aan de belangen van den handel en de binnenlandsche scheepvaart, jrg 36, 1925, no. 40, 17-01-1925)
Hoewel niet uitputtend gezocht, zijn er 14 advertenties gevonden in “Schuttevaêr; weekblad gewijd aan de belangen van den handel en de binnenlandsche scheepvaart” (16-08-1924, 20-09-1924, 15-11-1924 , 20-12-1924, 17-01-1925, 21-02-1925, 21-03-1925, 18-04-1925, 16-05-1925, 20-06-1925, 18-07-1925, 15-08-1925, 19-09-1925, 17-10-1925). Dan adverteert J.W. Hazelaar voor gietmodellen. Daarbij is het adres nog Nieuwe Nonnendaalscheweg.
Gietmodellen zijn mallen; afgaande op de advertentie maakt hij Hazelaar mallen van hout. Hierin kan metaal in vloeibare vorm worden gegoten om bijvoorbeeld appendages (zoals leidingen, kranen), pompen en elektrische apparaten te vormen. (Zie voor verdere uitleg wat een gietmodel is de website van Joost de Vree).
Opvallend is, dat tot nu toe geen advertenties gevonden zijn vanaf het nieuwe adres. Dit kan echter verschillende redenen hebben, als bijvoorbeeld dat Hazelaar überhaupt niet adverteerde, een nog niet bekende naamswijziging of dat Hazelaar adverteerde in een door het RAN/Delpher nog niet ontsloten bron. Wel blijkt hij uit een personeelsadvertentie in 1948 nog steeds gietmodellen te vervaardigen.
1926 Houtdraaierij annex modelmakerij
Wanneer hij de bouwgrond in 1926 koopt, is zijn adres Burghardt v.d. Berghstraat 151. Ook in de gevonden adresboeken van 1926 en 1928 komt hij op dit adres voor als “modelmaker”.
Op 30 november 1926 krijgt hij vergunning voor “eene inrichting voor het vervaardigen van houten gietmodellen en het draaien van hout in perc. Oude Heesschelaan, kad. Neerb. Sectie B. No 3046 (Gemeenteverslag 1926; de eigenlijke (bouw) vergunningen zijn nog niet ingezien).
Opvallend is, dat hij in maart 1926 nog een vergunning had verkregen voor “het oprichten van eene door elektriciteit gedreven inrichting voor het machinaal bewerken van hout in perceel Nieuwe Nonnendaalsche weg No. 17, kad. bekend gemeente Neerbosch, sectie B. No. 3416 (PGNC 11/3/1926). Of en waarom de Nonnendaalsche weg No. 17 wel/niet is doorgegaan, is onbekend. Sowieso is de eerste vergunningaanvraag nog niet door mij gevonden: Hazelaar was immers vóór 1926 actief.
Vanaf het adresboek 1932 (dat van 1930 is niet gevonden) komt hij voor op Oude Heesschelaan 126. Waarschijnlijk zal hij in de loop van 1927/1928, bij het gereedkomen van het bedrijf en de woning, verhuisd zijn.
Hij komt eveneens voor in de jaren 1934-1936, 1938 en 1940 op dit adres.
Johan Willem Hazelaar koopt op 14 mei 1926 een bouwterrein van Johannes Franciscus van Raay: “Het perceel bouwterrein, gelegen tusschen de Ouden Heesschelaan en het kadastrale perceel Gemeente Neerbosch Sectie B nummer 3047, uitmakende een Zuidelijke strook ter grootte van ongeveer twee aren drie en zestig centiaren van het kadastrale perceel dier gemeente en Sectie nommer 3046, ter breedte aan den weg van ongeveer acht Meter, en loopende het oostelijke gedeelte der Noordelijke Scheidingslijn loodrecht op dien weg, Zooals op het terrein is aangeduid”.
Bouwtekening 1926
Plan v.e. Woonhuis met Werkplaats a.d. Oude Heesche Laan te Nijmegen v.d. Heer J.W. Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No 17, datum tekening 26-8-1926 (D12.390533)
Plan v.e. Woonhuis met Werkplaats a.d. Oude Heesche Laan te Nijmegen v.d. Heer J.W. Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No 17, datum tekening 26-8-1926 (D12.390533)
Hierboven staat de bouwtekening van 1926 weergegeven.
Vooral de tekening van de rechterzijgevel (links is de straatkant) maakt duidelijk dat het gebouw aan de achterkant lager ligt dan de voorkant. De werkplaats en kelder bevinden zich in het sousterrein (nummer 128); vanuit de achtergevel gezien op de begane grond. Het woongedeelte (nummer 126) is, met een verhoging, op de begane grond van de Eerste Oude Heeschelaan. Daarboven bevindt zich vervolgens de eerste verdieping.
Plan v.e. Woonhuis met Werkplaats a.d. Oude Heesche Laan te Nijmegen v.d. Heer J.W. Hazelaar Nieuwe Nonnendaalscheweg No 17, datum tekening 26-8-1926 (D12.390533)
Op 18 november 1932 krijgt Hazelaar een hinderwetvergunning voor het uitbreiden van zijn door “elektriciteit gedreven inrichting voor het machinaal bewerken van hout in het sousterrain van het perceel Oude Heesschelaan no. 128, kad. bekend gemeente Neerbosch, Sectie B. no. 3781 (De Gelderlander 20/10/1932 en Gemeenteverslag 1932)
1935 Vergroting woongedeelte
In 1935 vindt de aanvraag plaats voor een verbouwing: een vergroting van het gebouw met een serre achter op de begane grond en twee slaapkamers. Daarnaast krijgt de rechterzijgevel ramen.
Bouwtekening 1935 (D12.401456)
Vervolg
In de jaren 20, 30 en 40 plaatst hij af en toe een personeelsadvertentie, voor hetzij een leerjongen, hetzij een ervaren persoon.
Vermeldenswaard is dat het huwelijk van een van zijn dochters, Gerri, het “Huwelijk van de maand” is. Bij haar trouwen was ze de enige vrouwelijke modelmaker van Nederland, “tot gisteren” dan. (Nijmeegsch dagblad, 9-9-1958)
J.W. Hazelaar komt nog voor in het Adresboek van 1971 (het laatst gevonden adresboek bij het RAN).
Hoewel niet ingezien, blijkt het bedrijf J.W. Hazelaar zich in 1973 te hebben uitgeschreven bij het Handelsregister. Daar blijkt hij in 1943 te zijn ingeschreven.
In hoeverre deze inschrijving van 1943 een eigen wijziging was of een administratieve, is nog niet helder. Ook is niet helder of J.W. Hazelaar in deze periode steeds zelf het bedrijf voerde of dat inmiddels een opvolger het bedrijf had overgenomen.
Honig fabriek en elektriciteitscentrale, 27/5/2005 (Jacques van Dinteren via DF5169 RAN CCBYSA)
Een van de grootste werkgevers van Nijmegen was de Honig fabriek. Deze was begonnen als Stijfselfabriek Hollandia, maar werd in de volksmond de Stiefselkeet genoemd. Architect Oscar Leeuw ontwierp voor deze fabriek veel uitbreidingen. Na de sluiting in 2012 kwamen hier vele culturele en horeca-gelegenheden. In 2022 werd een deel gesloopt, onder andere de kenmerkende silo is behouden.
Stam & Co.
Nijverdal/Rijssen
Het verhaal van de Stijfselfabriek begint in Nijverdal (of Rijssen?). De ‘heeren’ Stam, die er reeds de Nederlandsche Stoomblekerij bezitten, beginnen in 1903 of 1904 (aankondiging 10-12-1903 in de Tubantia) een stijfselfabriek. Vanwege de textielindustrie in Twente was er een groeiende behoefte aan stijfsel.
De Tubantia: “Het behoeft natuurlijk geen betoog, dat algemeen gehoopt wordt op een spoedige verwezenlijking der plannen, die ten dezen opzichte mochten bestaan, te meer daar door de sterke toeneming der bevolking in de laatste jaren hier werkkrachten over zijn”.
Brand
De fabriek is echter geen lang leven beschoren: in nacht van 19 op 20 september 1908 brandt de stijfselfabriek, “De Atlas” van de firma Stam en Co., af. Oorzaak is vermoedelijk kortsluiting. Alles gaat in vlammen op, mede omdat door de grote droogte van het houtwerk. Ook omdat juist op dat moment grote voorraden stijfsel, maïs en lijnzaad was, is de schade zeer groot en wordt op 5 a 6 ton geschat. Ongeveer 50 man zijn door deze brand zonder werk. (Het vaderland , 21-09-1908 en De Grondwet, 13-10-1908).
Verhuizing naar Nijmegen
In februari 1909 wordt bekend dat de fabriek niet in Rijssen zal worden herbouwd, maar elders. Daarbij noemt de krant Schiedam de waarschijnlijke locatie. Uit hetzelfde artikel blijkt dat veel medewerkers woonden in de buurtschappen Notter en Zuna (ten noorden van Rijssen) (Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 02-02-1909). Een week later blijkt het Nijmegen te zijn: de gemeente Nijmegen heeft aan Stam & Co. een perceel van 5500 cA. (gelegen “ten westen van het Slachthuis in de onmiddellijke nabijheid van de Waal” (Neerbosch, Sectie A, Nos 425, 469, 470 en 878) verkocht om daar een stijfselfabriek te bouwen. Voorwaarde is, dat er niets anders gebouwd mag worden dan deze stijfselfabriek met toebehooren”. (Twentsche courant, 10-02-1909 en PGNC , 15-8-1909)
Op 28-5-1910 veranderen Coenradus Jacobus Johannes Stam, fabrikant wonende te Nijverdal en Nicolaas Cornelis Stam het adres van hun Vennootschap “Stam & Co.” van Nijverdal (gemeente Hellendoorn) naar Nijmegen ( PGNC 12/6/1910).
De N.V. Stijfselfabriek voorheen Stam & Co.
De fabriek kwam in 1910 gereed. Zoals meer gebouwen in Nijmegen kreeg het in de volksmond de naam van een keet, in dit geval de “stiefselkeet”.
4-6-1912 wijzigen zij de firma Stam & Co. in de “Naamlooze Vennootschap Stijfselfabriek voorheen Stam & Co.” (PGNC 22/6/1912).
Op 8-8-1912 vindt vervolgens de aanbesteding plaats van “Het bouwen van een Kuipengebouw, Pakkamer en het maken van Fundatiewerken voor eene te plaatsen overkapping op de fabrieksterreinen…” Inlichtingen zijn te verkrijgen bij architect H. de Nie, Zwolle (PGNC 6/8/1912)
Uit het krantenartikel van 1912 blijkt dat de gemeente de grond aan de firma Stam & Co. heeft verpacht. De gemeente zet de verpachting om naar de N.V. PGNC 30/12/1912
Eind april brandt de drogerij van de stijfselfabriek af. Hierbij gaan veel machines verloren, die echter door verzekering zijn gedekt. (Nieuwe Schiedamsche Courant 29-4-1913 en Arnhemsche courant,28-04-1913).
Begin mei is er een buitengewone Aandeelhoudersvergadering 9-5-1913 (PGNC, 4-5-1913) . Mogelijk wordt hier besloten om de fabriek te verkopen? In ieder geval schrijft het PGNC 5-7-1913: “De Stijfselfabriek. Naar wij vernemen is de stijfselfabriek, voorheen Stam & Co., gekocht door de stijfselfabriek voorheen M.K. Honig te Koog a/d. Zaan.” (PGNC 5-7-1913). In een buitengewone Algemene Vergadering der Aandeelhouders wordt op 18 -2-1914 (te Amsterdam) de N.V. ontbonden. (PGNC 22/2/1914).
Honig hernoemt de fabriek in Stijfselfabriek Hollandia, naar een stijfselmerk van Honig. Daarbij kunnen de 80 medewerkers die door Stam waren ontslagen, in deze fabriek weer aan het werk.
Rond oktober 1913 besteedt architect H. van Wort voor rekening van de N.V. Stijfselfabriek “De Bijenkorf” te Koog aan de Zaan “het uitbreiden der stijfselfabriek “Hollandia”, aan de Waal te Nijmegen” aan. De laagste inschrijver is J. van Kempen, aannemer te Nijmegen voor f13.998. (PGNC 2/10/1913)
De stijfsel wordt gemaakt op basis van maïs dat uit Amerika komt. Hierbij gaat het om 100 ton per week. In 1918 stagneert echter de aanvoer vanwege de Eerste Wereldoorlog. Er wordt geprobeerd om stijfsel uit tulpenbollen te halen, maar dit is geen succes. In 1919 wordt de productie hervat.
Uitbreidingen Oscar Leeuw
Vanaf 1920 zal Oscar Leeuw tot aan zijn overlijden in 1944 uitbreidingen van de Hollandia fabriek ontwerpen. Lees hier het artikel:
Vanaf 1947 ging de fabriek NV Fabriek van Honig’s Artikelen heten. Daarbij kreeg het architectenbureau van D. en B. Benning, die het bureau van Leeuw hadden voortgezet, de opdrachten.
Silo
Een van de opvallendste onderdelen van het complex is de silo voor bloem, waarop het bedrijfslogo Honig te zien is. Deze kwam in 1969 klaar.
Bijen : een koperplastiek vervaardigd door kunstenaar Charles Hammes in 1964, aangeboden door het personeel van de Honig fabriek aan haar directie ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het bedrijf ; het kunstwerk is spoorloos verdwenen, 5/1964 (Fotopersbureau Gelderland via F85266 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Aan de zijmuur werd een plastiek van Charles Hammes gehangen: een cadeau van het personeel ter gelegenheid van het gouden jubileum in 1965.
In 1992 zou de laatste vernieuwing van de fabriek plaats vinden.
Sluiting
In 2012 verplaatste Heinz de productie naar elders. Daarop kwam het gebouw leeg te staan. Aanvankelijk waren er plannen om het complex te slopen en het gebied te herontwikkelen. De kredietcrisis liepen de plannen echter grote vertraging op.
De gemeente en projectontwikkelaar besloten daarop het complex tijdelijk in gebruik te laten nemen door ambachtelijke en culturele bedrijven. Bezoekers aan deze activiteiten konden op deze manier “kennis maken” met de toekomstige woonwijk.
In 2022 werd een groot deel van de gebouwen gesloopt. De oudste delen en uiteindelijk ook de silo bleven behouden. In deze gebouwen zouden culturele voorzieningen en horeca komen.
Pipsqueak was here!!! Honig complex, september 2023
“In mei 1885 begon Johannes Schraven een slepersbedrijf in Nijmegen. We vervoerden toen zand, grind en klinkers met paard en wagen voor de gemeente Nijmegen die destijds de straten ging verharden. Vanaf 1912 werd er gestart met het rijden van papier in opdracht van de papierfabriek Gelderland”. (https://schraven-transport.nl/over/, met tevens een foto van paard en wagen).
Schraven Transport noemt daarbij “Johannes” die in 1885 begonnen is.
Uitslag aanbesteding voor Gemeente Nijmegen (De Gelderlander 27/7/1899)
“In 1945 werden de paarden vervangen door PK’s en werden de eerste Mack, Dodge en GMC vrachtwagens aangeschaft. Naast het rijden van papier, zand, kolen, stenen en hout verzorgde men ook verhuizingen.” (https://schraven-transport.nl/over/)
“Tegenwoordig vervoeren wij voornamelijk (af)bouwmaterialen. Sinds de aanschaf van onze autolaadkranen leveren wij niet alleen van deur tot deur, maar ook van deur tot bovenste verdieping! Op het gebied van duurzaamheid zijn wij ook vooruitstrevend. Door de planning te optimaliseren en het rijgedrag van de chauffeurs te analyseren en bij te sturen transporteren we op een zo duurzaam mogelijke manier. Vanwege het kenmerkende uiterlijk van de oude toegangspoort voor het stadsgezicht, is deze na het afronden van de bouw van een nieuw woningcomplex teruggeplaatst op nagenoeg dezelfde plaats als monument voor de stad Nijmegen.” (https://schraven-transport.nl/over/)
2018 Sloop en opslag
De poort is in 2018 gesloopt. Daarbij is op dat moment al bekend dat hij een plek krijgen in de nieuwbouw.
Vóór de sloop heeft het projectteam van het Waalfront nog enige tijd haar plek gehad, waarbij bewoners konden inlopen voor vragen. Op de poort stond er waarschijnlijk “Cultuurhuis” (de “Rhuis” nog goed te lezen; of een andere term verwant aan architectuur/stedebouw) met daaronder “van de stad”.
De wereldpoort bij de Michiel de Ruyterschool is een werk van Carla Dijs. Waarschijnlijk is dit werk uit 2009, hoewel Michiel de Ruyterschool zelf de zomervakantie van 2008 noemt.
Er is nog weinig gevonden over dit kunstwerk. Een aantal dingen lijken duidelijk: de gestyleerde golven en de globe als verwijzing naar de zeeheld Michiel de Ruyter. Maar nog onbekend is waarom een deel van de wereldbol oranje is. En waarom de meeuw er staat; of is dit ook een verwijzing naar de zee? En de poort naar een school is waarschijnlijk te zien als een vertaling van de school als poort van de wereld.
Kubus met Uitslag, Gerard van Walraeven locatie Westerpark Nijmegen
Deze Kubus met Uitslag is een van de werken van Gerard van Walraeven in het Westerpark. Een van de andere werken is eveneens een kubus. Waar die kubus vrijwel is ‘ingepakt’, is de kubus op de foto vrijwel geheel ‘uitgepakt’. De geroeste verpakking laat een kubus van gepolijst staal zien, welke het licht en de omgeving reflecteert.
Oorspronkelijk stond het beeld in het Julianapark.
sculptuur vrouwenfiguur, Oscar Goedhart, 1973 Westerpark Nijmegen
Dit beeld maakte samen met het andere beeld van Oscar Goedhart in het Westerpark ooit onderdeel uit van de fontein bij het G.A.K. (later UWV) kantoor. Het is goed te zien hoe de kunstenaar aan het beeld heeft gewerkt.
In een artikel van Ad Lansink: “‘Tegenstellingen blijven mij boeien. De kastanje: ruwe bolster met blanke pit. Licht bestaat niet zonder donker. Op de dag volgt de macht, en omgekeerd’, aldus Oscar Goedhart toen ik hem voor ‘Beeldspraak – Gesprekken met kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen’ vroeg naar de tegenstelling tussen het ruwe gietsel en het gepolijste brons van zijn indrukwekkende beelden. Die tegenstelling werd een regelrechte wisselwerking, een wederzijdse versterking.”
1977, Tweede Oude Heselaan 386 (Wijkcentrum Titus Brandsma)
Sculptuur Gerard Walraeven 1977 aan de Tweede Oude Heselaan 386
De sculptuur van Gerard Walraeven bestaat uit stalen platen met een roestlaag. Ze lijken er wat verloren bij te liggen, zeker nu er fietsenrekken omheen zijn geplaatst. Toch zijn deze platen er bewust zo neergezet. Elke plaat varieert in dikte en lijkt op een natuurlijke manier te buigen. Een ander sculptuur van Walraeven met gebogen platen staal staat in het Westerpark, evenals een aantal andere werken van hem.
Op F11341 RAN is een foto van het Wijkcentrum Titus Brandsma te zien met op de voorgrond de sculptuur, dan nog zonder fietsenrekken.
Zonder titel, Gerard Walraeven, 1976. In het Westerpark Nijmegen
Dit kunstwerk ‘zonder titel’ is een van de werken van Gerard Walraeven in het Westerpark. Na jarenlang in depot te hebben gestaan, is het beeld geplaatst in dit park.
Op de site The Story Behind it: “Het wordt in een vierkantcompositie tegen elkaar gelegd: drie kwadraten in staal en één kwadraat als leegte. Wat zijn de afwegingen van de kunstenaar geweest om het beeld zijn huidige vorm te geven? Het kunstwerk is in staat om deze vraag op te roepen; het is aan de toeschouwer te fantaseren over de mogelijke antwoorden….”
De geronde, verroeste platen doen tevens denken aan een ander werk, eveneens in Oud-West: het sculptuur uit 1977, bij Wijkcentrum Titus Brandsma, Tweede Oude Heselaan 386