Het gebouw op de Koninginnelaan heeft decennia dienst gedaan als politiepost. Het pand is oorspronkelijk in 1900 gebouwd als veldwachterswoning. Deze was gebouw door J.C. Kropman voor f4.334. Op dat moment waren er in standplaats “Hees”, waar de Koninginnelaan onder viel, 2 veldwachters actief. In de Adresboeken over 1901 en 1902 is J. Arens gevonden als gemeentelijke veldwachter.
Jacobus Arens blijkt in ieder geval in 1896 in dienst te zijn als agent 3e klasse, samen met Dirk Pettinga. Het is mij nog niet bekend of Arens werkte op de post van de Graafseweg of reeds in de Koninginnelaan; Arens komt in het Adresboek van 1899 voor op nummer Koninginnelaan 2b.
Politiepost
In 1905 besluit de gemeente de veldwachterswoning te verbouwen tot politiepost. Omdat er in het gebied slechts enkele landbouwers en arbeidersgezinnen woonden, kon geruime tijd met 2 veldwachters volstaan worden. De bevolking was echter sterk gegroeid: “de laatste 10 jaar” (tot 1905) was de bevolking gegroeid met 14.000 personen. Daardoor was er behoefte aan uitbreiding. De post zou met 2 hoofdagenten, 2 agenten 1e klasse, 2 agenten 2e klasse en 6 agenten 3e klasse uitgebreid moeten worden. De gemeente neemt het besluit tot de verbouwing en uitbreiding in mei 1905. Uit het PGNC van 14/3/1906 blijkt dat de nieuwe politiepost “gisteren” is geopend.
Vervolg
In 1949 vond een grote verbouwing plaats. Tot in de jaren 80 zat er in dit pand een politiepost. Tegenwoordig zit hier de Wijkfabriek.
1935-1936, Graafseweg 481; huidig adres: Muldersweg 16 en 16a, Rijksmonument
Het benzinepompstation van Texaco (N.V. Garage en Automobielmaatschappij Auto Palace), 1936 (GN4482 RAN)
In 1935 kregen de architecten Meerman en van der Pijll van Texaco de opdracht om een tankstation te ontwerpen, welke in 1936 is opgeleverd. Het meest opvallende zijn de luifel en de lichttoren. Sinds 1977 is het pompstation buiten gebruik. Vanaf 1989 zat hier jarenlang een architectenbureau.
De eigenaren van het pompstation waren A.J.Janssen en H.J.de Groot.
Aan de doorgaande weg ‘s-Hertogenbosch
Het station lag aan de Graafseweg, de doorgangsweg naar ‘s-Hertogenbosch.
Op dat moment wat het nog niet algemeen gebruikelijk om een permanent station te bouwen: het autogebruik en wegennet was nog volop in de groei. Hierdoor kon de ideale vestigingsplaats voor een benzinepomp regelmatig veranderen. Daardoor kozen veel oliemaatschappijen om hun benzinestations uit demontabele onderdelen te maken. Dit station is een van de voorbeelden waar het station wél een permanent gebouw was. (“Blikvangers langs de Weg”)
Daarbij was de locatie op een heuvel gepland, zodat het gebouw vanaf grote afstand te zien zou zijn. Het staat op de plek van de voormalige St. Teunismolen. Daarbij was volgens het PGNC de verlichting van Auto Palace vanaf Grave te zien.
Wikipedia: “Het gebouw werd ontworpen in de stijl van de nieuwe zakelijkheid en geldt als een bijzonder fraai voorbeeld hiervan.”
Opvallende luifel en lichttoren
Het meest opvallende aan het gebouw is haar luifel en de lichttoren. De ver uitstekende luifel is bijna cirkelvormig en heeft een diameter van bijna 17 meter. Daaronder bevindt zich een twaalfzijdige glazen wachtkamer. De garage is in het verlengde van deze kiosk. De lichttoren heeft een koperen naald van 25 meter. Hierop stond toendertijd “N.V. Auto Palace”. Hierdoor konden automobilisten het station van veraf zien, ook wanneer het donker was of bij slecht weer.
Daarnaast is het witte-stuc-op-baksteen met rode vensters opvallend. Deze kleuren verwijzen, waarschijnlijk niet toevallig, naar de kleuren wit en rood van Texaco.
Vervolg
Foto Ter hoogte van het garagebedrijf van Merkus, gezien in de richting van Wijchen (Jan Cloosterman via F17409 RAN CC-BY-SA) Deze foto zal na de verlegging van de Graafseweg in 1977 genomen zijn (?). Op deze foto is mooi te zien hoe het tankstation, waar daarna jarenlang Koos van Lith heeft ingezeten, ineens in een stille hoek was terecht gekomen.
Op foto F17392 (RAN, deze foto is auteursrechtelijk beschermd) is -vooral als je inzoomt op het witte huis- goed te zien hoe in 1971het tankstation nog pal aan de Graafseweg ligt.
In 1977 werd de Graafseweg echter verlegd. De bovenstaande foto zal na de verlegging van de Graafseweg in 1977 genomen zijn. Vergeleken met de foto uit 1936 is goed te zien hoe het tankstation qua bereikbaarheid ineens van de Graafseweg is afgesneden. Schijnbaar was de opgang via de Muldersweg een te grote barriere.
Sinds 1977 is het tankstation buiten gebruik. Door de verlegging van de Graafseweg was het station in een stille hoek terecht gekomen en was daardoor minder rendabel geworden.
In het pand kwam aanvankelijk een atelier. En ondanks dat het de ontwerp-monumentenlijst stond, dreigde sloop: het pand zou moeten wijken voor een nieuw station. Uiteindelijk ging de bouw hiervan niet door.
Koos van Lith
Vanaf 1989 kwam een bedrijf in reclameballonnen in het pand. Het bedrijf aarzelde te lang met aankoop: Koos van Lith, de architect die was aangezocht voor restauratie, had zelf interesse in het pand en besloot het te kopen. In 1991 kocht Koos van Lith het pand en kreeg hij in 1993 vergunning tot het restaureren van het pand. Vanaf dat moment zat hier jarenlang zijn architectenbureau. Van Lith is op 7 januari 2018 overleden. In september 2019 woont Bets Kusters, haar man en beeldend kunstenaar, nog in het woonhuis; Rond 2022 staan er advertenties op internet dat het kantoor te huur is.
Artikel PGNC bij opening
Het PGNC schreef bij de opening in juni 1936 het volgende artikel:
“Een service-station aan den Graafscheweg; Modern tankstation van de N.V. “Auto-Palace”
De directie van de N.V. Garage en Automobiel Maatschappij “Auto-Palace”, de bekende Renault- en Fargo-dealers aan de Nieuwe Marktstraat 4, heeft aan den Graafscheweg een “Service-Station” laten bouwen en wel op het schitterende punt nabij de bruggen over het Maas-Waalkanaal, ongeveer ter plaatse waar voorheen de bekende St. Teunis-molen stond. Het is een verheugend verschijnsel, dat Nijmegen ondanks crisis en druk der tijden ook op dit gebied paraat is. Dit gebouw, met een gevoelige hand ontworpen, ademt een bijzonderen geest en is in zijn krijtwitte kleur aanpassend aan den achtergrond van het beboomd landschap. Imposant is de geweldige ronde luifel, welke een diameter heeft van niet minder dan 17 meter. Ook de lichttoren, hoog boven het gebouw oprijzend, geeft aan het geheel een fraai silhouet. Voor genoemden luifel en lichttoren zijn ingewikkelde ijzerconstructies noodig gebleken, naar men ons mededeelde. Vooral bij avond, wanneer toren en onderzijde van dezen geweldigen luifel verlicht zijn, geeft dit een fantastische illuminatie, vanuit Grave zelfs zichtbaar! Onder den luifel is een groote ronde wachtkamer geprojecteerd met een ononderbroken glaswand, zoodat de toerist tijdens de “service” hier een gezellige zit heeft met een fraai uitzicht op het landschap. Buiten de wachtkamer, de ruime dames- en heerentoiletten, adminstratiekantoor enz., is dit service-station voorzien van een garage en een reparatiewerkplaats, waarin het verrichten van alle mogelijke reparaties door deskundig personeel kan geschieden. Tevens worden alle onderdeelen, w.o. lampen, bougies e.d. in voorraad gehouden.
Buiten, onder den luifel, staat een zestal electrische pompen opgesteld, n.l. 4 benzinepompen, 1 texinepomp, z.g. hoogwaardige benzine, 1 gasoliepomp, een speciaal verbrandingsproduct voor Dieselmotoren, en voorts een electrische lucht- en waterpomp.
Voor het gebouw is een 4-tons pneumatische hydraulische hefbrug in den grond gemonteerd. Zonder eenig gemanoeuvreer, dus op normale wijze, wordt de auto hierboven gereden en binnen 20 seconden omhoog geheven, zoodat een ieder, die hierin belang stelt, verzorgd door Alemite grease guns onder hoogen druk, ongestoord kan volgen. Alle benzine- en olieproducten zijn van het wereldmerk Texaco.
Rest ons nog te vermelden, dat deze bouwkundige compositie ontworpen is door de heeren B.J. Meerman en J. v.d. Pyll, architecten N.I.V.A., Driehuizerweg 80. Ook over de uitvoering, door de bekende aannemersfirma J.J. de Groot, v. Welderenstraat 75, niets dan lof. Het ziet er alles welverzorgd uit. De constructiewerken, stalen ramen en deuren werden geleverd door de firma D. Hoogstraten te Zeist, de licht- en krachtinstallatie door de firma L. Beukering, Nijmegen, het keurige schilderwerk door de firma Burgers, Holtermanstraat, Nijmegen, het glaswerk door de firma Van Ommeren, Nijmegen, centrale verwarmingsinstallatie door de N.V. Jacobine Hollandia, Nijmegen.” ( PGNC 12/6/1936)
Het parochiehuis “Pius Convict”, achter het parochiehuis de Kerk van de H. Antonius van Padua, foto 1935-1940 (GN5861 RAN)
De architecten Meerman en van der Pijll ontwierpen het Parochiehuis “Pius Convict” in 1935. Het behoorde bij de Kerk van de H. Antonius van Padua. Het gebouw bestaat uit een hoofdgebouw en een grote toneel-, film-, vergader- of conversatiezaal.
De Gelderlander in mei 1935:
“De Katholieke Jeugdbeweging: R.K. Parochiehuis Groesbeekscheweg een modelinrichting
“In de Parochie van St. Antonius van Padua aan den Groesbeekschenweg is iets nieuws in wording, wat van groote betekeenis zal zijn voor de toekomst.
Sinds eenigen tijd wordt er achter de kerk aan de Van Slichtenhorststraat gewerkt en gebouwd. Niets meer of minder dan een volgens de eischen des tijds ingericht R.K. Parochiehuis, een modelinrichting, bestemd voor de vele en uitgebreide nooden van het huidige R.K. Parochieele Jeugdwerk, bestemd voor allerlei vergaderingen en bijeenkomsten die, wil het Katholieke leven eener Parochie op pijl blijven ja nog tot hooger bloei komen, tenminste van tijd tot tijd noodzakelijk zijn.
Zooals gezegd, wordt dit gebouw een modelinrichting, waar het geheel en het interieur in het bijzonder mede zullen werken tot het scheppen van een echt Katholieke sfeer, waar, in dezen tijd van vijandelijke aanvallen op datgene, wat ons dierbaar is, met vereende krachten zal worden gewerkt aan de toekomst van onzen Katholieke jeugd.
Het Parochiehuis zal aan den straatwand door zijn juiste verhoudingen en door de met zorg gekozen materialen en detailleering een cachet geven, rustig en voornaam, onder de schaduw der kerk. Hiermede verdwijnt dus tevens den eenigzins rommeligen aanblik van het minder mooie groote hek aan de Van Slichtenhorststraatzijde.
Het gebouw, bestaande uit een hoofdgebouw en de groote tooneel-, film-, vergader- of conversatiezaal, wordt opgetrokken in fraaie dunne oranjekleurige steen of donker basement.
Toneeluitvoering in het Parochiehuis van de operette ‘Repelsteeltje’, samengesteld uit bekende melodieën door Johanna Veth en gespeeld (en gezongen) door de jeugdige actrices van de Katholieke Jonge Meisjes (KJM), februari 1937 (De Gelderlander 11/02/1937, p. 9 via F23422 RAN)
Deze groote zaal, met zijn speciaal ontworpen kapconstructie, plaats biedende aan ongeveer 300 personen, wordt van binnen geheel opgetrokken in geel-kleurigen baksteen op plint van verglaasen wijnrooden steen, welke met de in dito kleur toe te passen naadlooze vloerbedekking een harmonisch geheel zal vormen. Behalve een flinke tooneelruimte komen er ruime kleedkamers en flinke bergruimten onder zaal en tooneel.
In het hoofdgebouw zijn de grootere en kleinere practisch ontworpen groepskamers en vergaderzalen geprojecteerd en voorts de ruime zalen voor de te beoefenen handenarbeid, toiletgelegenheden, e.d.
Hallen, trappen, bordessen e.d. worden zeer ruim gehouden en geheel in gewapend beton uitgevoerd. De wanden zijn ook hier wederom in verglaase steen opgetrokken. Buitenramen en deuren, voorzien van panieksluitingen, en binnenkozijnen worden in staal uitgevoerd, zoodat hier bij het ontwerpen bijzondere zorg is besteed met het oog op eventueel brandgevaar.
Op de eerste verdieping van het hoofdgebouw en uitkomende in de achterwand van de groote zaal is een filmcabine geprojecteerd, eveneens in gewapend beton, voorzien van de noodige veiligheidsmaatregelen.
Onder het hoofdgebouw zijn de diverse kelders voor verwarming, fietsenstalling e.d.
Bij het toepassen der materialen voor het interieur is er steeds rekening mee gehouden, dat door de jeugd zoo weinig mogelijk beschadigd kan worden.
De voortreffelijk Geestelijke leider en Directeur van het Parochieele jeugdwerk, Kapelaan J. Verhoeven, die voor dit jeugdwerk buitengewoon veel opoffert, vindt hier voor zijn jongens een buitengewoon home.
Het Kerkbestuur van de St. Antoniusparochie, welke het parochieel tekort had begrepen, komt zware financieele lasten van dezen nieuwbouw voor haar rekening te nemen, zoodat zij voor dit fraaie bouwwerk, in deze kommervolle tijden, geen beroep heeft gedaan op de toch zoo dikwijls gevraagde milddadigheid harer parochianen. Voor hen, namens onze jeugd, een eresaluut!
Voor de installatie en stoffeering wordt van de parochianen echter een klein offer gevraagd, dat zij, gezien het goede voorbeeld van het Kerkbestuur, zeer zeker spontaan zullen geven en mede als antwoord op de fraaie brochure “Wij bouwen voor U”, welke de eminente Directeur van het jeugdwerk afgeloopen week en komende week aan alle parochianen deed of doet toekomen.
Rest ons nog te vermelden, dat de aannemersfirma J.A. Hofman en Zonen het werk uitvoert onder leiding en naar ontwerp van het Architecten-bureau B.J. Meerman en J. v.d. Pijll, Driehuizerweg 80, alhier, die zoowel in practisch al artistiek opzicht de vele moeilijkheden hebben opgelost in verband met het beschikbare terrein. Over enkele maanden zal dus de St. Antoniusparochie een geslaagd bouwwerk rijker zijn.
Een goede daad!” (De Gelderlander 2/5/1935)
Voormalig RK Parochiehuis Van Slichtenhorststraat 81 (december 2024)
Dames- en Heerenkapsalon W.C.G. Münchau. Interieur. Op de achtergrond, rechts, leerling-(toneel)kapper/grimeur Jo (Johannes Jacobus) Heisen (14/06/1915 – 14/07/1992), 1934 (F87402 RAN)
Architect de Haas maakte het ontwerp voor de Dames- en Heerenkapsalon W.C.G. Münchau op Houtstraat 10 in 1934. Tijdens het bombardement van 1944 werd de kapsalon verwoest.
Vooraf
Hieronder staat het artikel van de Gelderlander bij de opening van 1934 weergegeven. Daarbij noemt ze al de goudsmid Flemminks op Houtstraat 8. De goudsmid zal op 1 februari 1922 sluiten (De Gelderlander 23/1/1922).
In maart 1923 opent chocoladewinkel Atranta. Er is nog niet onderzocht hoe lang deze winkel er gezeten heeft; bij de opening van 1934 wordt alleen K.O.F.A. nog verder genoemd op dit adres.
Advertentie Uitverkoop juwelier Flemminks (De Gelderlander 18/11/1921)
Advertentie opening chocoladewinkel Atranta (De Gelderlander 8/3/1922)
“De Houtstraat.
Salon W. Munchau.
Het pand Houtstraat No. 8 en 10- aan den ingang van dit belangrijke binnenstadswinkelkwartier gelegen- heeft een heele verandering ondergaan. Het oude pand, vroeger bewoond door den goudsmid Flemminks, daarna ingericht tot onderdeel der K.O.F.A.-magazijnen, is nu geheel verbouwd.
Onder leiding van den heer G.J. de Haas, is de verbouwing binnen den tijd van een maand uitgevoerd door den aannemer W.F. de Haas. Het ging vooral om den onderpui. De bouwkundige wist door een granieten architraaf, in blauw-groen, een rustige afscheiding te krijgen tusschen de moderne winkelpui en andere bovenverdieping.
Hier is nu een dubbel winkelpand ontstaan, waarvan het hoofdpand thans in gebruik is bij den heer W. Munchau, die hier een modern-ingerichte dames- en heerensalon exploiteert.
De winkel ziet er coquet uit met zijn donkeren kast en opstanden van eikenhout.
De onderpui, waarvan de voet gedekt is met lichtgrijze majollicategels, is bijna geheel van glas. De ruime vensters zijn gevat in bronzen stijlen, terwijl een fijn genuanceerd glas-in-lood de etalage afdekt.
Beneden is bij de winkel, waarbij de heerensalon aansluit- een gezellig, rustig interieur.
Op de eerste verdieping is de damessalon gevestigd met vijf cabines, alles van elkander gescheiden door nikkelen staanders, waarvan stemmig-kleurige gordijnen neerhangen. De kaptafels van blank, geaderd marmer, werden geplaatst door de firma H.P. Euwens.
Verschillende firma’s werkten mede tot voltooiing van dit pand. Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma G.D. Scheers en Zonen, de electrische lichtvoorziening werd verzorgd door de firma Jansen. De firma Bilderbeek leverde het artistiek verzorgde glas in lood.
Het kleinere, knusse winkelpand, in den geest gebouwd van het pand-Munchau, staat vooreerst nog leeg.
Door deze snel en sierlijk uitgevoerde verbouwing is de ingang van de Houtstraat, welke juist aan het boveneinde wel eenige opfrissching noodig had, niet weinig verlevendigd.
Ontegenzeggelijk kan er aan de Houtstraat nog veel verbeterd worden- tot grotere welstand der winkelzaken. Het ondereinde heeft den laatsten tijd veel aan levendigheid gewonnen.
De Zeigelbaan heeft daarvan een sprekend voorbeeld gegeven.” (De Gelderlander 2/5/1934)
Het PGNC schrijft bij de opening:
“Kapsalon W. Münchau.
De heer W. Münchau opent heden in het perceel Houtstraat 10 zijn nieuwe dames- en heeren kapsalon, die zeer aantrekkelijk is ingericht. De etalage met tegels, bronzen omlijsting ziet er modern uit, het interieur bevestigd den goeden indruk. De damessalon telt 5 cabines, terwijl ook in de heerensalon bediening in overvloed is. Het pand werd in een maand tijds geheel verbouwd onder leiding van den heer G.J.X. de Haas, die wel voldoening van zijn werk mag hebben. De electrische installatie leverde de fa. Jansen, het glas in lood de fa. Ed. Bilderbeek, het schilderswerk de fa. G. Scheers en Zn., de kapitels de fa. Euwens, de eikenhouten etalage en de opstanden de fa. v. Brakel en Dereks.” (PGNC 2/5/1934)
Walther/Walter Münchau
Walther/Walter Münchau is op 19-12-1893 geboren te Crefeld (Duitlsand). Wanneer hij zich op 19-4-1919 in Nijmegen vestigt, is hij afkomstig van Cleve. Zijn geloof is RK, zijn beroep “kapper”. (Dienstbodenregister 1910). Zijn huizing is De Ruijterstraat 191 (later vervangen door 6).
In 1934 verplaatste hij zijn zaak van Houtstraat 23 naar Houtstraat 8—10 (en De Gelderlander 9/10/1928, De Gelderlander 31/12/1928)
Naast de reguliere dames- en herkenkapper was hij de “Toneelkapper” (oa De Gelderlander 25/11/1927)
Verhuizing naar Houtstraat 24
Heropening Munchau op Houtstraat 24 (De Gelderlander 1/5/1940)
In 1940 verhuist Munchau naar Houtstraat 24:
“Heropening Dames- en Heeren-Kapsolon Münchau
Het pand Houtstraat 24 is geheel verbouwd en in deze nieuwe omgeving heropende hedenmiddag de Fa. Münchau haar dames- en heerenkapsalon. Men staat verrast over de groote verandering in korten tijd hier aangebracht. De winkel is geheel, naar de laatste eischen die men kan stellen aan een kapsalon, modern verbouwd. Een zeer mooie puit trekt reeds van buiten af de aandacht. De beide salons zijn door een mooie betimmering van elkaar gescheiden. De damessalon bevat verschillende cabines, voorzien van de nieuwe toestellen op permanent-gebied. De heer Münchau heeft zich ook bekendheid verworven door het “haarwerk”, dat niet anders dan door jarenlange ervaring als vakman verkregen wordt. Als toneelkapper is de firma reeds jaren bij verschillende tooneeluitvoeringen de rechterhand.” (PGNC 1/5/1940)
Bijschrift RAN: De door het bombardement van 22 februari 1944 weggevaagde Houtstraat; links de kapel van het Carmelklooster en rechts de wandreclame van W. Münchau toneelkapper die zijn zaak dreef op Houtstraat 10, hoek Jodengas, 22/2/1944-3/1944 (F75427 RAN)
1933 landhuis aan de Driehuizerweg 502-Scheidingsweg 2-4 Brakkenstein
Bouw dubbel en vrijstaand woonhuis a/d Scheidings en Driehuizerweg te Nijmegen voor den Weled. Heer J. Princen te Nijmegen D12.399351
In 1933 ontwerpen architecten Meerman en van der Pijll een vrijstaand woonhuis aan de Driehuizerweg 502 en een dubbel woonhuis aan de Scheidingsweg 2 en 4. Opdrachtgever was J.W. Princen, die zelf in de vrijstaande woning gaat wonen.
In de krant komen we hem een aantal maal tegen: hij biedt woningen te huur of te koop aan (en wil aan de Celebesstraat een stuk grond kopen voor de bouw van 2 woonhuizen (De Gelderlander 31/1/1934)
De Gelderlander 19/5/1934
Huidige situatie
Driehuizerweg 502 (september 2022 Google Streetview)Scheidingsweg 2-4 met rechts Driehuizerweg 502 (september 2022 Google Streetview)
Huize “Boschoord”; een zenuwinrichting, gerund door mevr. J.W.H. Nienhuijs- Andriessen, echtgenote van J.W.F. Nienhuijs., foto gedateerd 1910 (F13804 RAN)
Op deze pagina staat de bewoningsgeschiedenis weergegeven van Huize “Boschoord”, tegenwoordig St. Annastraat 294.
Het gebouw had als aanvankelijk adres St. Anna 222. Waarschijnlijk is het slechts enkele jaren een zenuwinrichting geweest. Het pand is mogelijk gebouwd in 1888 (IndeBuurt, 13 juli 2019, bij een bespreking van de te koop staande woningen op Funda).
Vóór Boschoord
De op dit moment eerstgevonden vermelding van St. Anna 222 is het Bevolkingsregister van 1890. Het is onbekend of zij de eerste bewoners zijn.
Op 18-11-1891 schrijven zich 3 personen in op dit adres:
Henrij Linke (13-12-1862 Aken), “hoofd” en rentenier
Emma Eisendrath (20-9-1854 Dorsten), “vrouw”
Emma Julia Victoria van Aerde (2-9-1884 Londen)
En op 18-2-1892:
Amalia de Vries (28-7-1876 Gennep)
Het is moeilijk leesbaar waar ze dan van afkomstig zijn; op 20-4-1892 vertrekken alle 4 personen naar Ottersum. Uit een hypotheekacte van 1894 (Inventarisnr 130, Archiefnr 454, Actenr 249) blijkt Linke Heinrich te worden genoemd. Emma Eisendrath was voordat ze met Linke trouwde echtgenote van Charles Petrus Victor van Aerde. Emma is de dochter uit dit huwelijk (zie Ottersum.info, die tevens een foto van haar heeft gepubliceerd).
Gevonden adressen 1893 t/m 1899
In de Adresboeken zijn de volgende vermeldingen gevonden op St. Anna 222. Zijn Emma van Aerde en Amalia de Vries teruggekeerd nadat ze in april 1892 waren uitgeschreven? Daarbij is opvallend dat Ottersum.info noemt dat Emma van Aerde op 26-12-1895 is overleden en dat zij in het familiegraf van Linke is bijgezet. Betreft het een andere E.J.V. van Aerde of een fout in het Adresboek?
E.J.V. van Aerde, zonder beroep: 1893, 1895,1896, 1898
Aa. d. Vries, z.b.: 1895, 1896, 1898
F.W.G. Stech, z.b.: 1896, 1898
Baron K.G.C.J. v. Lijnden: 1899
Zenuwinrichting Boschoord
De achterzijde van Huize “Bosch-Oord”, 1910 (F32332 RAN)
De eerste gevonden vermelding van Andriessen of Nienhuijs is Zr. Andriessen, St. Anna 222, die telefoonnummer 615 krijgt (PGNC 9/6/1901)
In het adresboek van 1902 komt zowel J.H.W. Andriessen ziekenverpleging als J.W.F. Nienhuis voor. Daarnaast staat op het adres tevens J.A. v. Veen, verpleegster.
Wanneer Jan Willem Frederik Nienhuijs en Johanna Wilhelmina Henriette Andriessen de huwelijkse voorwaarden overeenkomen op 25/2/1903, is Andriessen al directrice van een inrichting voor zenuwzieken. Beiden wonen dan in St. Anna. (Inventartisnr 89, Archiefnr 449, Aktenr 2341)
In het adresboek 1903 is Andriessen “Nienhuis-Andriessen (Mevr)” geworden. Achter haar adres staat nu “zenuwinrichting Boschoord”. Tevens staan Ph. de Jong, S. Scherpbier en H.W. Starckenborg von/van Jutting op dit adres. J.W.F. Nienhuis heeft St Anna 226a als adres.
In 1905 idem, alleen is S. Scherpbier vervangen door C.W. Broers. Dit was tevens de laatste vermelding in het adresboek van Nienhuis en/of Andriessen op dit adres. Tevens lijkt dit het laatste Adresboek te zijn met St. Annastraat 222, dus waarschijnlijk heeft er een hernummering naar St. Annastraat 294 plaats gevonden.
Uit het Gemeenteverslag over 1905 blijkt dat de Inrichting Boschoord te St. Anna is opgeheven.
Advertentie; Wiardi Beckman is consuleerend geneesheer PGNC 4/3/1903
Het gaat hierbij om de bekende zenuwarts en psychiater Jacob Wiardi Beckman. Hij blijkt in 1904 zelf sanatorium “Berkenoord” te hebben opgezet. (Bovendien is hij de vader van Herman Wiardi Beckman, de bekende politicus/verzetsstrijder)
Vervolg
St. Annastraat 294 huidig (Google Streetview)
Er is nog niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest.
Hieronder staan de gevonden gebruikers van St. Annastraat 294 weergegeven:
Gustav Adolph Trebert is op 2-12-1841 geboren in Utrecht. Hij komt op 28-10-1905 vanuit Lochem naar St. Anna 224, waarbij dit cijfer op een later tijdstip is doorgehaald en vervangen door “Straat 294”. Hij is getrouwd met Arendina Adriana Kerrebijn (28-12-1856 Bajong, Indië). Ze hebben een dochter Emilie Hendrika (28-7-1889 Nijmegen). Hun dochter trouwt en vertrekt op 17-9-1913 naar Arnhem (Bevolkingsregister 1910).
De Jozefschool/Josepschool is rond 1956 gebouwd als dubbele school: de Jozefschool voor jongens, de naastgelegen Imelda school voor meisjes. De scholen hebben twee keer over 7 klassen: in de jaren 50 was voor veel leerlingen de lagere school het laatste onderwijs dat ze kregen. De school had daarom 7 klassen, zodat de leerlingen op 14-jarige leeftijd konden gaan werken.
Later, rond de jaren 70 zijn de scholen samengegaan als Berberisschool. Tegenwoordig heet de school de Zonnewende.
Berberisstraat, september 2022 Google Streetview
Advertentie voor aanmelding De Gelderlander 12/5/1956
Architect Metzelaar bouwde het kantongerecht aan de Oranjesingel in 1905-1906 in opdracht van het Ministerie van Justitie.
Het gebouw is opgetrokken in “sobere neorenaissance-stijl”.
Aanvankelijk was er een inpandige conciergewoning, welke later bij de rechtbank betrokken is.
Willem Cornelis Metzelaar
Willem Cornelis Metzelaar (Rotterdam, 9 augustus 1849 – Den Haag, 18 augustus 1918) is in 1902 benoemd tot Hoofdingenieur voor de gevangenissen en rechtsgebouwen. Daarvoor was hij assistent van zijn vader Johan Frederik Metzelaar (1818-1897), die eveneens Hoofdingenieur was geweest. Metzelaar heeft veel instellingen ontworpen, waaronder bijna 30 kantongerechten: het nieuwe Wetboek van Strafrecht was in 1881 ingevoerd. Tot 1914 leidde dit in Nederland tot veel bouwactiviteiten, waarbij de Metzelaars de architecten waren. Het kantongerecht van Nijmegen lijkt sterk op dat van Helmond (1905-1906). Daarnaast lijkt het op de rechtbank van Oirschot (1905-1906).
Voormalig Kantongerecht Helmond (Rosemoon via Wikipedia CC BY-SA 3.0)
Voormalig Kantongerecht Oirschot (Rosemoon via Wikipedia CC BY-SA 3.0)
Een nieuw kantongerecht
Vóór de nieuwe rechtbank was deze ondergebracht in het raadhuis. Het artikel van het PGNC over de opening van de rechtbank noemt 2 redenen voor de bouw van een eigen rechtbank:
Ook de gemeenteadministratie was uitgebreid
De eigen behoefte van de Rechtbank (waarbij de omvang en kwaliteit van de zaken een eigen gebouw rechtvaardigde)
Oranjesingel: op de hoek de Rechtbank met links daarvan Van Schevichavenstraat, datering foto 1909-1911 (Firma J.F. Kloosterman via F89829 RAN)
Op de site van Rijksmonumenten (tevens bron van dit artikel) staat een uitgebreide beschrijving van het uiterlijk. Het PGNC geeft een beschrijving van de binnenkant: “Het is in twee groote deelen te splitsen: de beneden-verdieping, waar de inspectie en registratie der domeinen enz. zijn ondergebracht, en de eerste etage, waarheen een koninklijke trap leidt. De fraai ingerichte rechtszaal vormt uit den aard het hoofdvertrek, voorts heeft men de flinke, eenvoudig doch degelijk uitgevoerde getuigenkamer, de griffie, de bureaux van den kantonrechter en van den griffier.” Tussen de vensters boven de ingang staat “Kantongerecht” weergegeven.
Status vanaf 2002
In 2002 vond de afschaffing van het kantongerecht als zelfstandige rechtbank plaats. Daarbij werd Nijmegen zittingsplaats voor de sector kantongerecht van de rechtbank Arnhem (Wikipedia). In 2001-2002 vond renovatie en uitbreiding van het gebouw plaats.
Het gebouw van het Kantongerecht; (Rechtbank Gelderland), foto gedateerd 1935 (F29104 RAN)
Het nieuwe Kantongerechtsgebouw aan den Oranjesingel hoek van Schevichavenstrat is heden op plechtige wijze in gebruik gesteld. Omstreeks 12 uur vereenigden zich in de zittingszaal van het nieuwe gebouw de verschillende autoriteiten en verdere genoodigden. Achter de tafel hadden plaats genomen de Kantonrechter mr. A.H.M. van Berckel, de vertegenwoordigers van Z.Exc. den minister van Justitie mr. C. Loosjes, referendaris en chef der vierde afdeeling van het departement van Justitie, en de heer W.C. Metzelaar, hoofdingenieur voor de gevangenissen en rechtsgebouwen, verder de ambtenaar van het Openbaar Ministerie mr. Bouman en de griffier jhr. Mr. F.E. von Weiler tot Poelwijk. Voorts waren tegenwoordig alle leden van het College van Burg. en Weth. Van Nijmegen, de Kantonrechters-plaatsvervanger mrs. Bijleveld, Phaff en van der Goes, de adcocaten, notarissen, deurwaarders bij het Kantongerecht en overige belangstellenden.
Mr. Loosjes voerde het eerst het woord en bracht in herinnering de wordingsgeschiedenis van het nieuwe gebouw. Hij herinnerde aan den ouden toestand in het Stadhuis, waar Gemeente en Rechterlijke Macht een huis bewoonden, iets wat een halve eeuw geleden weinig bezwaarlijk was, maar wat thans niet dan met grote moeilijkheden gepaard ging. Tweeërlei, aldus de spreker, was de drang geweest om het Nijmeegsch Kantongerecht in een nieuw en eigen gebouw te huisvesten, eenerzijds de steeds toenemende uitbreiding der gemeente-administratie, anderzijds de wenschelijkheid voor de Rijksrechtspraak naar eigen Rijkswoning. En warme hulde bracht spr. aan het initiatief en de medewerking in dezen van den Kantonrechter mr. van Berckel. Spr. releveerde hoe het eigenaardig was, dat het Kantongerecht, na de samenwerking met de Gemeente-administratie, thans met een tak der Rijks-administratie werd ondergebracht, waar in het nieuwe gebouw èn de registratie en domeinen èn het Kantongerecht zouden zijn gehuisvest, aldus een band leggende tusschen ’s Rijks Financiën en ’s Rijks Justitie.
Aan het einde van zijn rede gekomen zijnde, stelde spreker de zorg voor het nieuwe huis en alles wat daarbij hoorde in handen van mr. van Berckel, die zich steeds in het Nijmeegsch Kantongerecht als een voortreffelijk huisvader had betoond. Daarna verklaarde spr. namens de Regeering het nieuwe gebouw ingebruikgesteld ten behoeve van het Kantongerecht-Nijmegen.
Mr. van Berckel, Kantonrechter, nam alsnu het woord om dank uit te spreken allereerst aan H.M. de Koningin, volgens onze constitutioneele wetgeving allereerst de stichtster van het nieuwe gebouw, verder aan den oud-minister Loeff en minister van Raalte, aan mr. Loosjes en den heer Metzelaar voor hunne toewijding in dezen, aan het Gemeentebestuur van Nijmegen, dat een zoo groote medewerking aan den dag had gelegd, aan allen verder, die het hunne hadden bijgedragen om te komen tot het nieuwe gebouw, zoozeer gewenscht, noodig en door de leden van het Kantongerecht met groote vreugde begroet, niet het minst aan den griffier mr. von Weiler tot Poelwijk, op wiens spr. hoofdzakelijk het initiatief in dezen wenschte over te brengen.
Spr. schetste hoe het ten Stadhuize gehuisvest zijn van de Gemeente en de rechtspraak in het kanton Nijmegen steeds, ondanks het verouderde van den toestand, naar volle bevrediging was geweest van beide gehuisvesten, in welk verband spr. een bijzonder woord van dank richtte tot Nijmegen’s voortreffeljken burgemeester, den heer F.M.A. van Schaeck Mathon.
Noodig was de nieuwe toestand zeer zeker en spr. was verblijd dat thans het kantongerecht in eigen woning was ondergebracht. Want werkelijk, voor een kantongerecht als dat van Nijmegen, dat, hoewel het slechts tweede-klasse is, desniettegenstaande de negende plaats onder de kantongerechten in Nederland inneemt en in afgedane burgelijke en strafzaken tal van eerste klasse kantongerechten overvleugelt, mocht een eigen huis wel noodzakelijk geacht worden.
En thans aanvaardde spr. dan gaarne de zorgen over zijn nieuwe woning, waarin hij met alle kracht zou trachten een goed huisvader zijn.
Hiermede was de officieele plechtigheid ten einde.
Het nieuwe gebouw, geleden op de grens van oude en nieuwe stad en zeer zeker op een der fraaiste punten der gemeente opgetrokken, kan zonder voorbehoud geroemd worden voor de praktischen inrichting, de keurige afwerking der verschillende vertrekken. Het is in twee groote deelen te splitsen: de beneden-verdieping, waar de inspectie en registratie der domeinen enz. zijn ondergebracht, en de eerste etage, waarheen een koninklijke trap leidt. De fraai ingerichte rechtszaal vormt uit den aard het hoofdvertrek, voorts heeft men de flinke, eenvoudig doch degelijk uitgevoerde getuigenkamer, de griffie, de bureaux van den kantonrechter en van den griffier.
Zeer zeker kan het nieuwe gebouw, dat hedenmorgen is in gebruik gesteld, een sieraad voor Nijmegen genoemd worden; onze stad mag zich in het bezit ervan verheugen, en het kan niet anders, of het zal voor de belangen van de rechtspraak binnen ons kanton allerzins bevorderlijk zijn.” (PGNC 16/1/1907)
Bronnen en meer lezen:
Rijksmonumenten Deze geeft een uitgebreide omschrijving van het uiterlijk en wat de redenen van de monumentstatus zijn
Klooster en kweekschool voor meisjes, architect Joseph Seelen (Uit Katholieke Illustratie via RAN F9292)
Op 1 mei 1923 vond de inwijding plaats van het klooster en kweekschool voor meisjes aan de Groesbeekseweg plaats. Dit klooster en deze school was van de orde Filles de la Sagesse (Dochters der Wijsheid). Het was een orde die oorspronkelijk afkomstig uit Frankrijk. Vanwege religieuze moeilijkheden aldaar was Nijmegen een van de plaatsen waar deze zusters zich vestigden, in de Lange Hezelstraat. Een jaar na de opening in 1923 vond uitbreiding plaats met een meisjesschool voor L.O. en M.U.L.O.
Op het einde van dit artikel staat een uitgebreid verslag van de opening op 1-5-1923 weergegeven.
Uitbreiding
Rond 3 september 1923 vindt de aanbesteding van “de bouw van een Klooster en Kapel aan de Groesbeekschen weg voor de Congregatie der Eerwaarde Zusters ‘Filles de la Sagesse’ te Nijmegen plaats. Deze is onderhands opgedragen aan de firma Hofman & Arts, voor het bedrag van f 197.290,-.
Daarnaast is de bouw van een Lagere en U.L.O.-school aan den Groesbeeschen weg eveneens opgedragen aan de firma Hofman & Arts, die met f 55.6700,- de laagste inschrijving hadden. (PGNC 3/9/1923).
Ook hier is Jos. Seelen de architect.
Seelen, Jozef
Dat de Filles de la Sagesse bij Jozef Seelen (18-10-1871 Venlo -16-10-1951 Heerlen) uitkwam, is niet vreemd: Schimmert, de hoofdvestiging van deze orde in Nederland, ligt op ongeveer 15 kilometer van Heerlen.
Jozeph Seelen werd in 1900 de eerste gemeente-architect van Heerlen. Bovendien had hij zijn eigen bureau. Op 1913 stopte hij als gemeente architect. Heerlen vertelt: ““Seelen had goede contacten met verscheidene religieuze ordes in Heerlen die hem de nodige opdrachten bezorgden. In deze tijd heeft hij ook veel projecten buiten de gemeente- en provinciegrenzen gerealiseerd. Hij bleef altijd gevestigd in Heerlen. Volgens de nazaten van Seelen nam zijn oudste zoon Henk regelmatig het schrijfwerk op de tekeningen voor zijn rekening omdat hij een prachtig handschrift had. Samen ging hij met zijn zoon Henk Seelen op de fiets naar de werklocaties, ook ver buiten Heerlen. Henk noteerde daar de aanwijzingen van zijn vader bij de werktekeningen. Daarna kon dit verder verwerkt worden in het kantoor.”
“Heden werd de nieuwe R.K. Kweekschool plechtig ingewijd door den hoogeerw. heer Deken C.A. Van Son.
Deze feestdag voor de Eerw. Zusters Dochters der Wijsheid, wird begonnen met God.
Om negen uur droeg de hoogeerw. heer Deken C.A. van Son een plechtige H. Mis op aan het hoofdaltaar der St. Antoniuskerk aan den Groesbeekschen weg. De eerw. Zusters en de leerlingen der R.K. Meisjeskweekschool woonden met talrijke andere belangstellenden het H. Misoffer bij, waaronder de gregoriaansche misgezangen door de jong dames-kweekelingen op stichtende wijze gezongen werden.
Omstreeks tien uur vingen de plechtige inzegeningen van het kweekschoolgebouw door den hoogeerw. heer Deken aan, die geassisteerd werd door den zeereerw. pater Preller(?) O.P., rector van de eerw. Zusters Dochters der Wijsheid.
Tijdens deze plechtige inzegening volgde een stoet van zusters en kweekelingen de officianten.
In de groote studiezaal hadden zich intusschen de genoodigden vereenigd, die zoo groot in aantal waren dat zij de ruime zaal grootendeels vulden.
Onder de aanwezigen merkten wij zoowel geestelijke als burgelijke autoriteiten, en wel bijna alle zeereerw. heeren Pastoors van de parochies der stad, de zeereerw. heer Goortz uit ’s-Bosch, inspecteur van het Bijzonder Onderwijs en vertegenwoordiger van Z.D.H. Mgr. Arn. Diepen, de zeereerw. paters Dominicanen Kothmann O.P., prior en Tummers O.P., en de heeren mr. Troyen, rijksinspecteur J.O., ds. W.F. Smits, distr. Schoolopz. L.O., H. Vrancken, wethouder van onderwijs, W.H. Peters, dir. Rijkskweekschool. Seelen, architect van de R.K. Kweekschool, enz.
De hoogeerw. heer Denken C.A. van Son, opende de rij van sprekers en verklaarde de H. Mis van dank vanmorgen opgedragen en de plechtige inwijding thans verricht te hebben, om daardoor een hoog bewijs van waardeering te geven voor het vele en goede werk door de eerw. Zusters Dochters der Wijsheid, hier ter stede verricht in het belang van het bijzonder onderwijs.
Jaren lang hebben deze al in stilte en verborgen gewerkte in haar eenvoudig onderwijshuis aan de Lange Hezelstraat. Het was noodzakelijk dat de eerw. Zusters uitzagen naar nieuwe gebouwen, welke meer beantwoordden aan de nieuwe eischen des tijds aan onderwijsinrichtingen gesteld. Men wachtte het gunstige tijdstip af en hierop kwam nu dit mooie onderwijsgebouw tot stand, dat getuigt van durf en ondernemingszin en een eereplaats zal innemen onder de tempels der wetenschap welke de universiteitsstad Nijmegen bezit.
PGNC 2/2/1922
In voortdurend vertrouwen op God bleef men voortgaan op den ingeslagen weg- en dat vertrouwen is niet ijdel voor hen, die werken voor Gods eer.
Spr. vermaande de eerw. zusters op God te blijven vertrouwen, opdat het haar gegeven mocht zijn nog vele jaren zich met den zelfden ijver en even groote opoffering te mogen blijven toeleggen op de hooge taak: van vorming van katholieke leerkrachten voor de jeugd.
De hoogeerw. heer Deken wees op de verantwoordelijke maar tevens heerlijke taak, welke er ligt in de vorming van leeraressen, en welk een ontzaggelijke kracht ten goede er uitgaat van onderwijzeressen, die den leerlingen goed voorgaan en de leerlingen, vooral ook in deugd opvoeden.
Naast de vergankelijke wetenschappen wordt hun immers ook ’t hoogste doel geleerd: op aarde God te dienen en hiernamaals eeuwig gelukkig te kunnen zijn.
Spr. sprak den wensch uit, dat het werk der eerw. zusters steeds voorspoedig zou gedijen, en op haar arbeid immer zou mogen rusten de sympathie der menschen- opdat haar zegenrijk werk zou mogen voortgaan tot in lengte van jaren en tallooze meisjes hier gevormd zouden mogen worden tot uitstekende onderwijzeressen, die haar beste krachten zouden geven aan het onderwijs der katholieke en de kinderen opvoeden tot sieraden der maatschappij.
Mr. Trijen, inspecteur l.o., verklaarde gaarne naar Nijmegen te zijn gekomen, om hier bij deze plechtige opening van de nieuwe bijz. kweekschool blijken van belangstelling te kunnen geven.
Terecht is voor deze plechtige inwijding gekozen den dag van één Mei: het symbool van ontwikkeling, van nieuw leven, nieuwe bloei, van durf, moed en zelfvertrouwen en vertrouwen in den toekomst.
Het bestuur van deze kweekschool, die het werk klein begon, heeft het voortgezet en nu voltooid- en gaf blijk van groot vertrouwen en goed doorzicht.
Spr. verheugde zich er over, dat tevens door de gelijkstelling van het Bijzonder en het Openbaar Onderwijs ook door stichting mogelijk was geworden- al zijn ook hier alle financieele moeilijkheden niet opgeheven.
Maar in volle Gods vertrouwen werd dit stichtingswerk gedaan, indachtig de woorden van de psalmist: ‘Indien de Heer het huis niet bouwt, dan werken degenen, die het huis gebouwd hebben, tevergeefs”.
Moge dan deze kweekschool welke in een ruim, doelmatig schoon gebouw, een schitterende toekomst tegemoet gaan, moge het aantal leerlingen steeds toenemen onder de uitstekende leiding van de docenten, welke zich wijden aan de wetenschappelijke vorming en godsdienstige opvoeding van de leerlingen.
Spr. wees op de mooie roeping van onderwijzers- en hoopte, dat de leerlingen steeds indachtig zouden blijven de geest van offervaardigheid, hulpvaardigheid, welke haar docenten bezielde.
Moge deze geest spreken uit de geheele instelling en moge deze rijk en nuttig werken voor het nageslacht.
Dee zeereerw. heer Rector Goortz uit Den Bosch, inspecteur van het Bijz. Onderwijs, achtte het een aangename taak zijn gelukwenschen bij die der vorige sprekers te mogen voegen. Deze dag is dan een ware jubeldag voor de stichting. Wanneer men van nabij weet, wat de inspanning en zorg het kost een kweekschool op te richen, in stand te houden en tot bloei te brengen, dan begrijpt men nog meer de beteekenis van een dag als deze.
Spr. betuigt zijn hooge waardering voor het werken en streven van de E. Z. Dochters der Wijsheid, die nog juist op tijd haar kweekschool in wezen hadden weten te brengen. Daartoe behoorde energie en doorzicht- Spr. zou de zusters, naast dochters van de Wijsheid, ook dochters van de Kracht en van de Voorzienigheid willen noemen. Zij zijn de zusters van den durf en de daad- en mogen thans op dezen dag verheugd zijn.
Haar werk werd ook rijkelijk gezegend door God, die zich in edelmoedigheid nimmer laat overtreffen.
Als inspecteur van het bijzonder onderwijs wees spr. er op, dat er thans in het bisdom Den Bosch vele kweekscholen zijn voor onderwijzeressen. En hij stelde zich de vraag of deze, de dertiende in de rij, wel noodig was? Was er inderdaad behoefte aan? De practijk bewees haar bestaansrecht. Voornamelijk waar het hier betrof een externaat, waaraan voor Nijmegen en omstreken groote behoefte bleek te bestaan. Katholiek Nijmegen kan de eerw. zusters dan ook dankbaar zijn. Vele leerlingen uit Nijmegen en omgeving ondervinden thans niet de moeilijkheden, welke er gelegen zijn in het bezoeken van een internaat.
Als vertegenwoordiger van Mgr. Arn. Diepen, die reeds de eerw. zusters blijken van zijn gelukwensch had doen toekomen verklaarde spr. nog uitdrukkelijk de eerw. zusters namens Mgr. te moeten huldigen bij de totstandkoming van deezen nieuwe kweekschoolbouw. Mgr. had onder diens vroegere inspectie reeds ondervonden, welk nuttig werk de eerw. zusters stichtten onder de kinderen uit het Bossche diocees en hoe de eerw. zusters tegemoetkomend waren geweest toen werd verzocht mede te voorzien in het tekort aan opleidingsonderricht voor toekomstige katholieke onderwijzers in ons bisdom.
De eerw. Zusters warden toen direct bereid gevonden eenige parallelklassen in te richten voor jongenskweekscholen.
Namens Mgr. Arn. Diepen bracht spr. daarvoor de zusters nog oprechten dank.
Spr. wees vervolgens op de groote betekenis van de katholieke leekenonderwijzeres op de opvoeding van de rijpere vrouwelijke jeugd op de Mulo-scholen en herinnerde aan practische voorbeelden, hoe het stichtende voorbeeld van de leekenonderwijzeres nog van groote opvoedende kracht bleek voor de leerlingen. De echt godsdienstige opleiding der leerlingen kan door de dame-onderwijzeres zoo herlijk bevorderd worden. Spr. hoopt dan ook dat van deze R.K. Kweekschool voor onderwijzeressen vele uitstekende onderwijskrachten zouden komen ten dienste van ons bijzonder onderwijs.
De heer H. Vrancken, wethouder van onderwijs, sprak woorden van waardeering namens het gemeentebestuur, dat in de opening van deze nieuwe kweekschool een teeken van toenemende bloei van het onderwijs in deze gemeente zag.
Spr. herinnerde nog eens aan de school aan de Lange Hezelstraat met de primitieve inrichting en middelen en vergeleek daarmede het grootsche gebouw, voor welks oprichting te dezer stede het gemeentebestuur dankbaar is.
Spr. hoopte, dat de nieuwe groote uitbreidingsplannen in de naaste toekomst ook verwezenlijkt zouden woren en wenschte de instelling den grootst mogelijken bloei en groei toe.
De eerw. pater A. H. Preller O.P. dankte namens de eerw. Zusters voor alle woorden van waardering en hulde, door geestelijke en wereldlijke autoriteiten aan haar instelling gewijd.
Spreker wees op het ijveren en streven der Zusters, die inderdaad Zusters van de Voorzienigheid zouden genoemd mogen worden, om tot deze huidige uitbreiding van de kweekschool te komen. De Voorzienigheid heeft ten slotte ook hier alles ten goede geleid.
De eerw. Zusters kwamen jaren geleden naar Nijmegen en namen een Bijzondere Bewaarschool op zich- een school welke eenigzins achteruitgaand was.
Het aantal leerlingen breidde zich steeds uit en in 1920 kwam men tot de instelling van de Kweekschool, dank zij niet weinig den sympathieken steun van den heer ds. Smits, den districts-schoolopziener.
Naast God hebben de eerw. Zusters dan ook veel aan den heer Smits te danken voor de totstandkoming van deze kweekschool.
Volgens dankte pater Preller den hoogeerw. heer Deken, die als president van het St. Josefsschoolbestuur zozeer ijvert voor het bijzonder onderwijs, de zeereerw. heer Goortz, wien spreker tegelijk verzocht den welgemeenden dank over te brengen aan Mgr. Arn. Diepen.
Spr. dankte den Rijksinspecteur van het L.O. den distr.-schoolopziener, den wethouder Vrancken en verdere leden van het college van B. en W. in wier welwillende belangstelling spreker de nieuwe R.K. Kweekschool voortdurend aanbeval. Spr. dankte de ouders der leerlingen en rekende op voortdurende samenwerking tusschen de bestuurderen en docenten der kweekschool.
Spr. dankte de oud-leerlingen der school voor haar belangstelling en wees er op dat er in Nijmegen wel bijna geen bijzondere Katholieke meisjesschool zal zijn, waar niet een of meerdere onderwijzeressen oud-leerlingen dezer R.K. kweekschool als doccalen (?) werkzaam zouden zijn.
Spr. dankt ten slotte allen die belangstelling getoond hadden.
Het H. Hart-beeld werde door den eerw. Pater Preller O.P. plechtig geintromiseerd.
Een beschrijving der school volgt morgen.” (De Gelderlander 1/5/1923)
Oranje Hotel Spoorstraat foto gedateerd 1910 grote verbouwing en uitbreiding door architect Bieling van bureau Buskens (F56313 RAN)
Directeur Gerstenberg gaf in 1906 opdracht voor een grote uitbreiding van het Oranje Hotel. Deze lag aan het Stationsplein met links de Spoorstraat en rechts de Stationsweg. Het ontwerp was van architect Bieling van architectenbureau Buskens.
Het PGNC schreef bij de opening in oktober 1906:
“Nijmegen, 22 October. Het Oranje-Hotel.
Wij hoorden dezer dagen door iemand, die het weten kan, zeggen, dat Nijmegen staat in het teeken des tijds, dat wil zeggen, dat het met den tijd medegaat en genoemde spreker had daarmede in het bijzonder het oog op het hotelwezen hier ter stede. Nu, dit moet erkend, dat het hotelwezen hier in de laatste jaren een groote vlucht heeft genomen. Vooral, wat familiehotels betreftt, bezit onze stad reeds een gevestigden naam. Tot dergelijke, op royale wijze ingerichte hotels behoort het “Oranje-hotel”, dat onder het directeurschap van den heer Gerstenberg langzamerhand eene algeheele verandering heeft ondergaan en thans tot een der eerste hotels alhier gerekend kan worden. Eenigen tijd geleden is het weer met een nieuwen vleugel verrijkt, welke aan het gebouw een nog imposanter uiterlijk geeft. Aan den bouw van dit gedeelte is groote zorg besteed.
Onmiddellijk, nadat men den koninklijken hoofdingang van het hotel is binnengetreden en men aan de linkerhand de ruime conversatie- en leeszaal is gepasseerd, heeft men de breede marmeren trap voor zich, waar, boven het eerste bordes, de fraai uitgevoerde koepel van gekleurd glas- een ineensmelting van zachte oranje en groene tinten- zeer de aandacht trekt. Een paar lampen, door de firma Goette onder aan de trap aangebracht, geven bij avond een aardig effect.
Het gebouw omvat twee etages en telt in het geheel 60 kamers. Evenzeer als dit geldt voor de geheele restauratie, zoo zijn inzonderheid bij de inrichting der logeerkamers in den nieuwen vleugel de beste snufjes op modern gebied in toepassing gebracht. Een bijzonderheid mag allereerst wel worden genoemd, dat alle kamers voorzien zijn van balcons, hetgeeen zeer zeker den vrijen toegang van lucht en licht zeer bevorderlijk is. Trouwens, zoo ergens, dan beantwoordt de inrichting van het “Oranje-hotel” aan dezen eersten eisch van modern leven. Maar er is meer. Noemen wij dan de frissche, stijlvol-moderne meubileering, meest in eikenhout, hoewel wij ook een paar salons konden bewonderen- want dit is het juiste woord- uitgevoerd in stijl Louis XV en in Italiaansch notenhout. En verder de keurige stoffeering van alle kamers zonder uitzondering, terwijl ook op de ondergeschikte punten aan alles de meeste zorg is besteed. Zoo zijn alle kamers voorzien van dubbele deuren, voor Nijmegen iets nieuws; zoo merkten wij aan de deuren Duitsche schanieren op, ook iets nieuws, hoewel over de practische toepassing daarvan de meeningen verdeeld zijn; zoo viel het telkens op, dat de kamers- ook in de tweede etage- zeer hoog van verdieping zijn. In alle opzichten is merkbaar het streven om zooveel mogelijk den logés ten gerieve te zijn. Prachtige electrische verlichting, in alle vertrekken centrale verwarming, mooie belichting, frissche lucht- alles inderdaad wijst er op, dat het nieuwste bij de restauratie van het Oranje-Hotel in toepassing is gebracht.
Ook voor de uitvoering niets dan lof- zij kan niet dan tot warme aanbeveling strekken van hen, wien dit werk werd opgedragen. Het plan van de metamorphose van het Oranje-Hotel, werd ontworpen door de firma Berndsen en Braam, die ook met de uitvoering belast zijn geweest. Dit is evenwel geschied onder toezicht van den heer Bieling, architect bij den heer Buskens, door wien aan een en ander ook de laatste hand is gelegd.
Maar de nieuwe inrichting zou niet tot haar volle recht zijn gekomen, ware het niet, dat de firma Drukker en Cohen met artistieke hand de meubileering en stoffeering in de vertrekken hadden gebracht, althans het leeuwendeel daaraan had gehad, want ook de firma Bahlmann heeft in dit opzicht verdienstelijk werk geleverd.
Het stukadoorswerk werd bezorgd door den heer Is. van Haaren. Dat dit bij hem in goede handen was, behoeft geen betoog.
Maar in de lange winteravonden, die aanstaande zijn, zou van dit schoons veel verloren gaan, indien niet de firma Alewijnse en Co. zeer zeker eerste technici op haar gebied, gezorgd had voor de electrische installatie, waarbij alwêer het nieuwste in praktijk is gebracht. Een zuiggasmotor is in bewerking, die waarschijnlijk binnen niet te langen tijd in dienst wordt gesteld.
Vermelden wij ten slotte nog, dat de centrale verwarming, die, gelijk wij reeds meldden, door het geheele gebouw loopt, werd bezorgd door Bechem en Post te Hagen (Wf.), waarbij door een kunstigen automatische seinfluit alle gevaar is gemeden, dan gelooven wij wel de voornaamste bijzonderheden van den aanbouw van het Oranje-hotel vermeld te hebben en durven wij gerust te onderschrijven, dat dit hotel, wat inrichting en exploitatie betreft, met de allereerste kan wedijveren.
Ter herdenking van het totstandkomen van dezen vleugel gaf de heer Gerstenberg Zaterdagavond een groot diner aan zijne logés en eenige invités, waarop een allergezelligste toon heerschte en menige toast werd uitgebracht op den voortdurenden bloei van het Oranje-hotel en op het bestuur van den heer Gerstenberg.” (PGNC 23/10/1906)