Klokkenberg kweekschool schippersinternaat nu ouderen Domus Magus Ubbergseveldweg architect Pothoven 202304
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Internaat Kweekschool Klokkenberg architect Pothoven

1927, Ubbergseveldweg 117-123 Hunnerberg

Klokkenberg kweekschool schippersinternaat nu ouderen Domus Magnus Ubbergseveldweg architect Pothoven 202304
Internaat kweekschool , later schippersinternaat. Nu appartementencomplex voor ouderen Domus Magnus Ubbergseveldweg, architect Pothoven, april 2023

De meeste Nijmegenaren kennen dit gebouw als Schippersinternaat de Sterreschans. Het is echter gebouwd als internaat voor de kweekschool de Klokkenberg. Anno 2023 is het gebouw in gebruik als luxe appartementen voor ouderenzorg Domus Magnus.

Voorgeschiedenis

Het pand op de Oude Stadsgracht en een villa op de hoek Batavierenweg/Beatrixstraat voldeed/voldeden niet meer. Uit het krantenartikel bij de opening blijkt dat een bijeenkomst van reünisten aanleiding was om een geldinzamelingsactie te starten voor een nieuw gebouw. De inzameling voldeed bij lange na niet, maar was desondanks toch een startsein. Vervolgens wordt er geld ingezameld, vooral dr. Coenraad uit Beek wordt genoemd vanwege zijn collecte-reizen door het land.

Internaat

Het internaat van Kweekschool de Klokkenberg. Later Schippersinternaat, thans een particuliere woonzorglocatie de Sterreschans van Domus Magnus, 1928 (Borg, A.A. van der, uitg. Nijmegen via F18340 RAN CC_BY-SA)
Het internaat van Kweekschool de Klokkenberg. Later Schippersinternaat, thans een particuliere woonzorglocatie de Sterreschans van Domus Magnus, 1928
(Borg, A.A. van der, uitg. Nijmegen via F18340 RAN CC_BY-SA)

Als architect wordt Hubertus Adrianus (Bart) Pothoven uit Amersfoort gevraagd. Het (PGNC 21/4/1927) noemt in haar artikel dat hij ook de gebouwen van de Heldringstichting in Zetten had ontworpen. Hij was voorheen echter ook actief in Nijmegen en omgeving geweest.

Bij de opening in 1927 is alleen de helft af. Aangezien er vooral gerefereerd wordt naar de Oude Stadsgracht, lijkt het mij (RE) dat op dat moment een van de vleugels af is, maar duidelijk is dit vooralsnog niet.

Huiselijke sfeer

“Het nieuwe gebouw, eenvoudig in lijn, met aantrekkelijke bordes en balustrades, herinnert aan de oude landhuizen in het Hollandsche oord.” (De Gelderlander De Gelderlander 21/4/1927) Opvallend daarbij is dat het 2 spiegelende gebouwen zijn, waarbij elk 45 kwekelingen kunnen wonen. In de speeches verklaard vanwege de behoefte aan huiselijke sfeer. Volgens het Monumentenregister kwam dit doordat de 2 directeuren die niet met elkaar overweg konden.

In ieder geval was de huiselijke sfeer wel belangrijk, ook voor het doorgeven van de christelijke waarde: “Vooral het idee-Oosterlee werd hier gerespecteerd en uitgevoerd ook, om toch in het internaat zooveel mogelijk het gezinsleven nog te kunnen behouden. Men wil hier den huiselijken haard met al zijn opvoedkundige waarde, voor den toekomstige leeraar, zooveel mogelijk benaderen. En dat ging niet, wanneer men alle negentig leerlingen in één gebouw onderbracht” (De Gelderlander 21/4/1927).

Een nieuwe Klokkenberg

Vóór de bouw werd zand aangevoerd om het pand wat hoger te laten liggen: de “berg”. En vanzelfsprekend de klok van de Klokkenberg. Het internaat betrof slechts de woon-/slaapplaats van de “kwekelingen”. Zij gingen naar de Klokkenberg op de Klokkenberg/Muchterstraat naar school.

Eerste steen

De “Eerste steen” werd gelegd door P. Oosterlee op 4-9-26, getuige de “Eerste steen”. Oosterlee was sinds 1905 directeur van de kweekschool. Hij was tevens zwager van A.L. Gerretsen, die tot 1904 leiding had over de school en het internaat. Deze was weer de zoon was van H.A. Gerretsen, die van 1848 tot 1874 de leiding had over zowel als internaat.

Onvoldoende bezetting

Schijnbaar was de bezetting in ieder geval vanaf de jaren 40 onvoldoende: vanaf 1941 werden ook niet-kwekelingen toegelaten tot het internaat, om op die manier de kosten te drukken. In de 2e Wereldoorlog werkt het gebouw eerst door de Duitsers en later door de Canadezen gebruikt. IN 1956/57 waren er plannen om hier de meisjes van het internaat te Zetten onder te brengen toen deze werd opgeheven, waarbij de verdeling dan 45 jongens en 45 meisjes zou zijn.

De Klokkenberg redde het echter niet. Omdat de Klokkenberg meer een regionale dan een nationale functie kreeg, werd het beheer steeds moeilijker. Daarop werd het internaat in 1969 opgeheven.

Internaat Sterreschans

Het internaat voor leerlingen van de kweekschool de Klokkenberg, later internaat voor schipperskinderen, thans particuliere woonzorglocatie De Sterreschans onderdeel van de landelijk werkende woonzorg organisatie Domus Magnus. Het pand daterend uit 1926-1927, ontworpen door de architect H.A. Pothoven, is een gemeentelijk monument, 1977 (Jan Cloosterman via F34349 RAN)
Het internaat voor leerlingen van de kweekschool de Klokkenberg, later internaat voor schipperskinderen, thans particuliere woonzorglocatie De Sterreschans onderdeel van de landelijk werkende woonzorg organisatie Domus Magnus. Het pand daterend uit 1926-1927, ontworpen door de architect H.A. Pothoven, is een gemeentelijk monument, 1977 (Jan Cloosterman via F34349 RAN)

Echter: juist in dat jaar was de leerplicht voor schipperskinderen van kracht geworden. Doordat het internaat voor de kweekschool was opgeheven, kon deze gebruikt worden als internaat voor schipperskinderen. Om te voorkomen dat de naam van het internaat verwarring zou zaaien met de andere panden van de Klokkenberg, werd het gebouw hernoemd naar de Sterreschans, een voormalig fort in de omgeving. En onder deze naam is het gebouw voor veel Nijmegenaren nog steeds bekend. Ook het schippersinternaat was protestants-christelijk.

Het schippersinternaat merkt de ontwikkeling van het dalend kinderaantal: in 1969 waren er nog 90 leerlingen, anno 1992 was dat nog maar iets meer dan de helft.

Sinds 1985 is het gebouw tevens in gebruik als kinderopvang van de KION. In 1992 wordt daarvoor ¾ van de benedenverdieping gebruikt.

Leegstand

Vanaf 2001 is het gebouw eigendom van bouwbedrijf Heijmans en projectontwikkelaar van Bekkum. Hierbij staat het pand jarenlang leeg. Met soms krakers of anti-kraak in het pand. Op de site van Noviomagus staat d.d. oktober 2008 dat het pand al jaren leegstand en dat er dat op moment een tiental studenten woont. Intussen verslechtert het pand.

Woon-zorg ouderen Domus Magnus

In ieder geval in 2010 is het pand eigendom van de firma Roelofs & Haase  Dit bedrijf is zowel projectontwikkelaar als aannemer. In dat jaar is het bedrijf bezig aan een verbouwing voor Domus Magnus om het gebouw in te richten als luxe appartementen voor ouderen.

Het gaat daarbij om 28 appartementen in het oude internaatgebouw en 16 appartementen in de 2 nieuwe gebouwen aan de achterzijde. Naast een hoog wooncomfort gaat het ook om een uitgebreid pakket aan diensten en zorg, zoals een restaurant, een bibliotheek, een biljart en het houden van activiteiten.

Gemeentelijk monument

Het gebouw is een gemeentelijk monument: “Het gebouw, dat oorspronkelijk bestond uit twee volledige spiegelbeeldige door muren gescheiden scholen, is een voor Nijmegen uitzonderlijk monumentaal schoolgebouw uit het interbellum. Door de situering op de heuvelrand stedenbouwkundig van belang. Zeer gaaf bewaard gebleven.” (Bron: Monumentenregister Gemeente Nijmegen, zoals weergegeven op Noviomagus)

PGNC: Het nieuwe internaat van de Kweekschool op den Klokkenberg.

Zowel het PGNC als de Gelderlander gaan zeer uitvoerig in op de opening. In het bovenstaande is de Gelderlander reeds een aantal keren aangehaalde. Hieronder wordt het -lange!- artikel van PGNC 21/4/1927 weergegeven:

Het nieuwe internaat van de Kweekschool op den Klokkenberg.

Heden heeft de officieele opening plaats gehad van het nieuwe internaat van de Kweekschool voor Onderwijzers op den Klokkenberg. Op een der mooiste punten van de stad, aan den Ubbergschen Veldweg en den Beekmandalschen weg, in de nabijheid van den Kopschen Hof, op een plek grond derhalve dat rijk gezegend is met natuurschoon en waar men zich op historischen bodem bevindt, is het nieuwe gebouw verrezen. Duizenden kubieke meters grond heeft men verplaatst om te bereiken, dat het Internaat voor den Klokkenberg zich verheft boven zijn omgeving en door zijn hooge ligging, afgezien van het praktische nut daarvan, zoomede door zijn koperen klokkentoren ook in deze nieuwe omgeving den naam van de stichting eer kan blijven bewijzen. Men zal, in het nieuwe huis zoo goed als in de school, blijven “op den Klokkenberg”.

De tot standkoming van dit fraaie gebouw is te danken aan de herleefde belangstelling van de oud-Klokkenbergers. Bij de Reunie van 1921 werd het plan geopperd aan den Klokkenberg een som van f100.000 ter hand te stellen om daarvoor een nieuw internaat te bouwen. Deze som is wel-is-waar bij lange na niet bereikt, maar groot is toch de steun, die door vele oud-Klokkenbergers werd geboden. Het was in elk geval hun initiatief, dat de Directie (het bestuur) tot een nieuwen bouw heeft gedrongen. Het gebouw aan de Oude Stadsgracht beantwoordde reeds lang niet meer aan de eischen van onzen tijd. Sinds jaren waren ook reeds hoogst noodzakelijke herstellingen achterwege gebleven omdat het gebouw zoo oud was. Toen kwam de noodzaak om voor het tweede internaat om te zien naar een andere huisvesting, daar het totnutoe daarvoor zoo welwillend beschikbaar gesteld gebouw aan de Beatrixstraat moest worden verkocht. De Directie kwam voor een moeilijke beslissing te staan. Niet weinig heeft tot het besluit om te bouwen bijgedragen de bijzonder voordeelige voorwaarden, waarop wijlen jkvr. de Pesters het perceel grond aan den Ubbergschen Veldweg aan de stichting wilde verkoopen. Het was wel zeker, dat zulk een aanbied niet meer zou worden ontvangen. En zoo werd dan tenslotte tot den nieuwen bouw besloten. Voor het ontwerpen van een plan werd opdracht gegeven aan den heer H.A. Pothoven, architect te Amersfoort, die ook de Heldringgeschichten gebouwd heeft. Met de uitvoering werd belast de aannemersfirma Leegwater, Kloosterboer en Hittema te Broek op Langendijk en Heer Hugowaard, wier vertegenwoordigers bij den bouw waren de opzichters S.F. Hoekstra en A. Schüller.

Op 1 Juni 1926 is met den bouw begonnen en thans is het Internaat uitwendig geheel en inwendig ten deele gereed. Met de verdere afwerking zullen nog wel enkele maanden gemoeid zijn.

Het gebouw bestaat feitelijk uit vier aaneengebouwde perceelen, die, dank zij eene goede architectuur, op fraaie wijze tot een geheel vereenigd zijn. Ter weerszijden van een royaal uitgevoerden hoofdingang liggen twee internaten, elk aan de buitenzijde geflankeerd door een bijbehoorende directeurswoning.

Bij het opmaken van het plan heeft n.l. voorgezeten het idee van den directeur der Kweekschool, den heer Oosterlee, dat in één internaat onder één regent niet meer dan 45 leerlingen moeten worden opgenomen, teneinde het karakter van een groot gezin te bewaren en zooveel mogelijk het gezinsleven nabij te komen. Wordt het getal inwonende leerlingen grooter, dan krijgt het internaat meer den aard van een gesticht. De uitvoering van deze gedachte heeft een duurder exploitatie tot gevolg dan wanneer één groot internaat ware gebouwd, maar dit is een offer gebracht aan de genoemde paedagogische overwegingen, welke bij den bouw hebben voorgezeten. Men vergete niet, dat de jongens in het Internaat van den Klokkenberg daar de jaren doorbrengen, waarin hun karakters gevormd worden, n.l. van hun 14e tot 18e à 19e jaar.

De beide internaten zijn uitsluitend voor huisvesting en studie der leerlingen bestemd. Er wordt geen les gegeven; dit geschiedt in de leslokalen in de Kweekschool op den Klokkenberg. Daar is zooals men weet, ook de Leerschool (lagere en U.L.O.-school), waar de jongens voor zij op de Kweekschool komen praktisch gevormd worden.

Het terrein, waarop het nieuwe internaat verrezen is, is 10.000 M². groot. Het gebouw is 71 M. breed en 31 M. diep. Er is derhalve nog alle ruimte voor schooltuin, speelterrein, lawntennisbanen enz.

Het hart van het gebouw is de aula. Zij bevindt zich in het midden en is het eenige lokaal, dat voor gemeenschappelijk gebruik door de inwonenden van beide internaten bestemd is. De aula meet 11 bij 12 M., heeft een podium en kan 220 personen bevatten.

Wij laten thans een opsomming volgen van de vertrekken, welke elk der beide internaten bevatten:

Sousterrain: kelder voor berging van rijwielen, provisiekelder en voorraad-keuken-kelder (in het centrum van het gebouw ligt de ketel en kolenkelder voor de centrale verwarming).

Begane grond: Hal met gangen, die in verbinding staan met: conversatiezaal, studeerzaal, eetzaal, kamer voor de juffrouw, spreekkamer, keuken met dienkamer en bijkeuken, toiletten, garderobes etc.

Eerste verdieping: drie slaapzalen, ziekenkamer, kamer leeraren; in verbinding met elke slaapzaal is een wasch- en garderobevertrek.

Tweede verdieping: vioolstudiekamer, de z.g. societeit voor de leerlingen van het laatste jaar, linnenkamer, poetskamer, slöjdkamer, donkere kamer voor fotografie-ontwikkeling, koffer- en bergzolders.

Het gebouw is praktisch en gerieflijk ingericht en zeer solide uitgevoerd, terwijl de schoonheid allerminst aan de degelijkheid is opgeofferd. Alle lokalen zien er frisch en vrolijk uit, licht en lucht kunnen overal vrij binnenstroomen en dit gevoegd bij het schitterende uitzicht, dat men van het internaat en zijn terrein heeft op de Bosschen van Dommer, de Ooij en het Molenveld, maakt het nieuwe Internaat van den Klokkenberg tot een tehuis, waar het een genoegen moet zijn te verblijven. Dit geldt evenzeer voor de woningen van de beide regenten, de heer D. Koets en A. van Pernis, die uiteraard mede heerlijk gelegen zijn, vele mooie kamers bevatten en allerlei gerief hebben dat men in de oude stad vergeefs zoekt.

Reunie van Oud-Klokkenbergers

Ter gelegenheid van de opening van het nieuwe Internaat heeft gistermiddag in het oude gebouw aan de Oude Stadsgracht een Reunie van Oud-Klokkenbergers plaats gehad.

Na het zingen van Psalm 68:10 werd de reunie geopend door Dr. W. Coenraad, secretaris van het bestuur, die er zijn blijdschap over uit sprak, dat zoo velen de uitnoodiging hadden aangenomen tot bijwoning dezer derde reunie. Hij herdacht ds. Pijnacker Hordijk en ds. J.J. van Noort, die beiden bij de vorige reunie op den voorgrond getreden waren, de eerste als voorzitter van het bestuur, de tweede zelf behoorende tot de oud-kweekelingen en die de wijdingssamenkomst geleid had aan den vooravond van het 75-jarig jubileum.

Dat deze reunie wederom door den heer en mevr. Oosterlee werden bijgewoond, en de eerste nog steeds onder leiding der school had, was voor de directie een oorzaak van groote blijdschap. Hij dankte den heer en mevrouw Koets en den heer en mevrouw Van Pernis voor de bereidwilligheid de reunisten in hun huis te ontvangen. Tenslotte sprak dr. Coenraad den wensch uit dat deze reunie geestelijke zegen mocht schenken aan de deelnemers en ging voor in gebed.

Daarna nam de heer K. Brants, voorzitter van de Reunie-commissie het woord om de directie te danken voor het aanbeden dezer reunie, waardoor, nu de Klokkenberg staat voor een nieuw begin, de banden met de oud-kweekelingen versterkt worden. Hunnerzijds is dankbaarheid de sterkste band, die hen met hun oude school bindt. Daarom scheiden zij met weemoed van het oude internaat, waar zoovele goede herinneringen voor hen liggen. Na een pauze, waarin een foto genomen werd van de deelnemers, kreeg de heer P. van Aalten, directeur van “Klein Warnsborn”, het woord voor zijn inleiding over: “Internaatopvoeding”. In deze rede behandelde de heer van Aalten achtereenvolgens deze punten:

  1. Het internaat of de kostschool staat bij velen ten onrechte in kwaden reuk;
  2. Het internaat richtte zich naar het gezin;
  3. De kwaliteiten van den leider en zijn vrouw.
  4. De verhouding tusschen leiding en secondanten.
  5.  De onderlinge jongensopvoding.
  6. Het probleem van de vrijheid in het internaat.

De rede van den heer Van Aalten werd met belangstelling aangehoord, waarna de Reunie werd gesloten.

De sluiting van het Oude Internaat.

Gisterenavond had opnieuw een bijeenkomst van de Reunisten plaats, eveneens in het pand Oude Stadsgracht 33, ter officieele sluiting van het oude internaat. De Directeur der Kweekschool “De Klokkenberg”, de heer P. Oosterlee, hield namens de oud-leerlingen een rede, getiteld “Van Waar en Waarheen?” Spreker wierp een terugblik op hetgeen van 1848-1927, dus gedurende ongeveer 80 jaren, is doorgemaakt in het internaat der school op den Klokkenberg aan de Oude Stadsgracht 33. In zijn afscheidswoord werden herdacht zijn beide voorgangers, de heeren H.A. Gerretsen en A.L. Gerretsen, die hun beste krachten aan de school gegeven hebben, en op velen hunner leerlingen een stempel hebben gezet. In zijn slotwoord sprak de heer Oosterlee den wensch uit, dat in het nieuwe internaat op den arbeid gelijke zegen rusten zal, als in het oude zoo ruimschoots ondervonden is.

De reunisten dankten den heer Oostelee met warme bijval voor zijn toespraak.

De heer M.J. van Doorn uit Oegstgeest, oud-leerling der school en kunstschilder, die gedurende vele jaren in Indië heeft gewoond, bood daarna aan de directie de door hem geschilderde portretten aan van de eerst twee directeuren van den Klokkenberg, de heeren H.A. Gerretsen en A.L. Gerretsen. Voorts bood de heer K. Brants uit Haarlem, hoofdinspecteur van het Lager Onderwijs, in N-Holland en Utrecht, namens zijn familie aan een portret van Jan Klein, die in 1848 de eerste leerling der school is geweest. De bijeenkomst werd vervolgens gesloten.

Officieele opening van het Nieuwe Internaat.

De officieele opening van het nieuwe Internaat, dat in den aanhef dezes beschreven is, heeft hedenmiddag te ruim half drie uur plaats gehad. Tegen dat uur was in de aula van het nieuwe gebouw een uitgelezen gezelschap dames en heeren aanwezig. Wij merkten op de Directie (bestuur) van den Klokkenberg, den heer P. Wielenga. Hoofdinspecteur van het Lager Onderwijs in Gelderland, den heer H.H.A.S. Vrancken, wethouder van Onderwijs der gemeente Nijmegen, deputaties van de Ned. Herv. Gemeente te Beek en Ubbergen en de Luthersche en Waalsche Gemeenten te Nijmegen, de Regenten der beide internaten, directeur, leeraren en leerlingen der Kweekschool, zeer vele Reunisten (oud-leerlingen van den Klokkenberg) en verdere belangstellenden.

De plechtigheid werd geopend met het zingen van Psalm 68:10. Daarna gelezen Psalm 90: 1. 2. 16. En 17 en Psalm 91. en ging Prof. dr. A.M. Brouwer uit Utrecht, voorzitter van de Directie van den Klokkenberg, in het gebed voor.

De openingsrede.

Prof. Brouwer hield vervolgens een rede, waarin hij allereerst zied, dat er aanleiding is voor gepasten schroom bij de directie van den Klokkenberg waar dit nieuwe gebouw een zoo achtbaren kring om zijnentwil vergaderd ziet. Spr. heette allen hartelijk welkom. Een meer dan gewone schroom paste spr. nu hij hier staat op de plaats, welke 33 jaren lang op zoo eminente wijze is ingenomen door wijlen ds. A. Pijnacker Hordijk. Spr. herdacht in dat verband ook den stichter der school, mr. van der Brugghen en ds. J.A. Stoop, die voor ds. Pijnacker Hordijk 35 jaren lang de ziel van den Klokkenberg is geweest. Dat spr. de vrijmoedigheid had gevonden de taak, door Pijnacker Hordijk, den man van het hart van goud, over te nemen, toen deze tot hooger leven werd opgeroepen, was alleen te danken aan het feit, dat de directie in haren secretaris dr. Coenraad te Beek een man heeft, die met den Klokkenberg dagelijks medeleeft, die in al de zaken is ingewijd, die in de afgeloopen maanden een belangrijk deel van zijn tijd ook heeft gegeven aan collecte-reizen en aan het voeren van de zoo noodige actie, welke tot dit resultaat, tot dit gebouw heeft geleid. Aan hem hulde voor al den arbeid en toewijding. Wat wij te danken hebben, vervolgde spr., dat is aan God, die ons tot zoover bracht en door Hem aan zoovelen buiten den voorzitter, die hun belangstelling en hun arbeid aan deze taak gegeven hebben.

Wanneer spr. een oogenblik leiding aan de gedachten der aanwezigen mocht geven, dan treft allereerst, dat de stichting “De Klokkenberg” reeds zoo langen tij bestaat en als een oude eik krachtig nieuw loot schiet. Een en tachtig jaren heeft de Klokkenberg haar taak vervuld. Hoe groot zijn de zorgen vaak geweest, hoe veel de bezwaren. Maar door alles heen is de Klokkenberg blijven staan als een opgericht teeken. En nu op dezen dag wijdt zij in een nieuw gebouw, dat er mag zijn in al zijn eenvoud. Spr. wierp vervolgens een terugblik op de dagen van de stichting der school, waarin het Réveil nog in vollen bloei stond en toen klinkende namen verbonden waren aan een hopelooze zaak als het Christelijk onderwijs toen scheen te zijn. Wat is er sedert veel veranderd! Sedert 1920 is de vrije school geheel gelijk gesteld met de openbare. En waar eens alleen de stem van Groen een, zij het eigenaardig gekleurde Christelijke staatkunde in ’s lands vergaderzaal bepleitte, daar is nu de christelijke politiek tot overwinning gekomen. Is dit alles winst? Spr. denkt aan een woord van den ouden Is. Saussays: Christenen moeten niet heerschen. Hun past het kruis. Waar zij tot heerschappij komen, leidt dit of tot overmoed of tot chiliastische dweperij. Dat is een woord uit 1855. Hoeveel is er in die zeventig jaar veranderd? Of het alles vooruitgang is? Ik verneem- ging spr. voort- herhaaldelijk stemmen, dat het mooie van het christelijk onderwijs er af is. Het gaat alles te gemakkelijk. Er worden geen offers meer gevraagd. Er is geld over, eerder dan geld te kort. Wanneer ik zoiets hoor, dan wijs ik op den Klokkenberg. Hier is nog een stukje van dat moois uit den ouden tijd. Hier is nog een aanzienlijk tekort op de bouwsom. Hier worden nog collecte-reizen noodig geacht. Dr. Coenraad weet er alles van mee te praten. Hier kunnen nog offers worden gebracht. Want ook voor het vervolg zal steun van buiten dringend noodig blijven. Bij het vele, dat er in die tachtig jaren veranderd is, hebben wij dan in dit internaat nog een stukje van het moois uit den ouden tijd behouden en daarmee ook in dit opzicht een historische herinnering bewaard.

Het derde punt, waarop spr. wilde wijzen, is dit, dat er op den Klokkenberg een historische traditie waar te nemen is in allerlei opzicht, ook wat het ruime van zijn standpunt betreft. Wij zien daar over de muren, over de stad, over de rivier heen in het wijde van Gods wonderschoone natuur. Dat is van begin af zoo geweest. Het was altijd te doen om de persoonlijkheids Christendom, een Christendom even ver van het ongeloof als van een wettische opvatting, waarbij nadruk viel op de persoonlijkheid en niet op de kerk of de leer. Dit heeft den Klokkenb. steeds gekenmerkt. Daarom kan ook ieder bijbelsch Christen hier een opleiding ontvangen omdat hij in het kerkelijke geheel wordt vrij gelaten. Maar die opvatting heeft aan de stichting ook wel eens de sympathie gekost van hen, die den Klokkenberg om zijn onderwijs toch wel zeer waardeerden.

En als spr. zoo over waardeering spreekt, dan mag hij tenslotte nog wijzen op de liefde, die de oud-kweekelingen voor den Klokkenberg toonen. Van den daadwerkelijke steun der oud-Klokkenbergers getuigt dit nieuwe gebouw op welsprekende wijze. De verklaring daarvan is te zoeken niet alleen in het onderwijs maar in de met het onderwijs nauw verbonden opvoeding van het internaat.

Met het internaat is jaren lang verbonden geweest de naam van de familie Gerretsen. 25 jaren lang, van 1848 tot 1874, was het de heer H.A. Gerretsen, die de leiding van school en internaat vereenigde. Toen hij, op 55-jarigen leeftijd reeds, overleed, erkende de Directie met groote dankbaarheid, dat het hoofdzakelijk aan hem te danken is geweest, dat de Klokkenberg niet alleen den moeilijken eersten tijd was doorgekomen, maar dat zij ook zich meer en meer had ontwikkeld en aan het doel harer bestemming beantwoorden kon. En het internaat èn de school, opvoeding en onderwijs samen, ontvingen van hem een stempel. Hij verstond de kunst een Christelijk onderwijs te geven, waardoor de jonge onderwijzers bij hun optreden bewaard bleven voor overdrijving. Inderdaad, het was een bijzonder begaafd man, aan wien de Klokkenberg 25 jaren lang was toevertrouwd.

Het was door de Directie wel heel goed gezien, dat zij als zijn opvolger koos zijn oudsten zoon, den heer A.L. Gerretsen, die geheel in denzelfden geest als zijn vader het werk voortzette. Dezen was het vergund dit 31 jaren lang te doen. Met aangeboren tact wist hij de gewetens van de jongens te treffen en open te stellen voor den invloed der geestelijke dingen. Een ernstige oog-ongesteldheid dwong hem echter ontslag te nemen aan het einde van 1904. Hij had een zeer moeilijken tijd doorgemaakt maar hij heeft zijn taak met eere vervuld.

Zijn zwager, de heer P. Oosterlee, nam in 1905 zijn arbeid over. Voor ons, jongeren, vervolgde spr., is de naam van den Klokkenberg onafscheidelijk verbonden met de naam Oosterlee. Hij maakt met Mevr. Oosterlee den moeilijken oorlogstijd door met al de distributie-ellenden. Maar, aldus spr. over den heer Oosterlee schrijven wij nog geen geschiedenis. Het is onze hartelijke bede, dat het nog vele jaren mag duren vóór wij zijn geschiedenis schrijven, al zijn wij er allen van overtuigd, dat dit een zeer eervol relaas zal zijn. Verder noemde spr. nog de leiders van beide internaten, die achtereenvolgens den taak van den heer Oosterlee hebben overgenomen, den heer en mevr. Koets en den heer en mevr. Pernis.

Spr. wees daarna op de herleefde belangstelling der oud-Klokkenbergers, waarvan de totstandkoming van dit nieuwe internaat het gevolg is. En nu is dan het gebouw in hoofdzaak gereed. Wij zijn, zeide spr., hier samengekomen om het in te wijden en dan past ons zeker een woord van dank aan allen, die hun tijd, hun gaven, hun krachten hebben gegeven om dit resultaat te bereiken. Naast dr. Coenraad, den secretaris, wilde spr. den naam noemen van den penningmeester, mr. van Romondt Vis; hij wilde denken aan de commissie van oud-leden met haar onvermoeiden voorzitter, den heer K. Brantsen dankbaar den arbeid vermelden van den architect, den heer H.A. Pothoven, te Amersfoort, met wien de Directie op de aangenaamste wijze heeft samengewerkt. Verder  dankte hij de aannemers, de heeren Leegwater en Kloosterboer en de opzichters inzonderheid den heer Hoekstra, en allen die het hunnen bijdroegen tot het welslagen van deze zaak. Van het begin af aan is alles voorspoedig gegaan- met dank aan God mogen wij ’t uitspreken.

Nu zal dan, zoo eindigde Prof. Brouwer, een nieuw tijdperk worden aangevangen. Wij dragen het gebouw met vertrouwen aan de beide regenten over. Het zal voor hen een drukke tijd worden. In den aanvang ook wel een moeilijke tijd om weer nieuwe wegen te gaan. Maar toen de eerste christelijke school werd geopend, legde mr. van der Brugghen op den plaats van den hoofdonderwijzer een briefje met den tekst: ”Wij zullen ons opmaken en bouwen en God in den hemel zal het ons doen gelukken”. Aan dat woord willen ook wij denken. Daaraan ook onzen moed ontleenen.

Gods oog moge geopend zijn over dit gebouw, dag en nacht.

Hiermede verklaarde spr. het gebouw voor ingewijd.

De rede van Prof. Brouwer werd langdurig en warm toegejuicht.” Hierna volgen nog enkele gelukwensen door sprekers. (PGNC 21/4/1927)

Bronnen

Ubbergseveldweg117, Noviomagus

Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1992

Een nieuwe toekomst voor het schippersinternaat (2010), Anna Bakker

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.