1838-1839, verbouwing 1881, afgebroken 1934 Oude Stadsgracht 1 Centrum

De eerste stadsschouwburg van Nijmegen werd in 1838 geopend als “Lokaal tot Nut en Genoegen”. Het ontwerp was van stadsarchitect Pieter van der Kemp.
In 1881 vond een verbouwing plaats naar ontwerp van stadsarchitect Weve. Deze verbouwing lijkt vooral intern te zijn geweest. De schouwburg is in 1934 afgebroken om de Burchtstraat te verbreden. In de volksmond krijgt het de naam “La Bonbonniere”, vanwege het koepeltje op het dak.
Bouw door architect van der Kemp
In 1839 ontwerpt van der Kemp de nieuwe schouwburg.
Franse erfenis
In vrijwel de gehele 18e eeuw was toneel verboden, vanwege de invloed van orthodoxe dominees. De manege aan de Mariënburgse kapel is een van de eerste podia van Nijmegen. Tijdens de Franse overheersing en de Bataafse Republiek is toneel niet langer verboden; Franse toneelgroepen doen Nijmegen aan.
Bij de sloop van de Burchtpoort in 1826, ontstaan er plannen voor de bouw van een stadsschouwburg. Door de Belgische Opstand vindt de bouw pas 13 jaar later, in 1839 plaats. Het gebouw is ontworpen in classistische stijl door Pieter van der Kemp.
De Opening van de schouwburg in 1839
Het PGNC bij de opening in 1839:
“Nijmegen, den 18den October.
Tot nu toe, had het onze stad steeds ontbroken aan een geschikt gebouw, voor onderling nut en genoegen bestemd. Sedert lange jaren had men de noodzakelijkheid daarvan ingezien, maar onderscheidende beletselen deden het voornemen, tot daarstelling van hetzelfve, varen. Dank zij ons tegenwoordig Bestuur, dat hetzelve de bestaande bezwaren wist te overwinnen, en een gebouw deed verrijzen, voor welks bezit grootere steden dan de onze in rang, zich niet zouden behoeven te schamen!- Dit gebouw bevat, onder anderen, eene fraaije Schouwburg Zaal, eene Concert-Zaal, eene Zaal voor het Onderwijs in het Hand- en Regtlijnig Teekenen, eene Receptie-Zaal, eene geschikte woning voor den kastelein enz.

De uiterlijke gedaante, welke nog veel in aanzien zal winnen, naar mate het gebouw de voleindig nadert, is bevallig, maar het inwendige laat weinig te wenschen over, vooral wat de Schouwburg-Zaal betreft. Daarvan konde onze bevolking zich op laatstleden Dinsdag overtuigen, toen de Schouwburg, door het Koninklijke Tooneelgezelschap, onder directie van de Heeren Hoedt en Bingley, op eene allergepaste wijze, werd ingewijd.
Hier heeft zich bouw- en schilderkunst vereenigd, om eene Toneel-Zaal daarstellen, die in fraaiheid en kunst voor vele andere niet behoeft onder te doen of dezelve overtreft. Onzen verdienstelijken architect de heer P. van der Kemp, naar wiens plan en teekening en onder wiens opzigt het Locaal werd geboud, en de heer van Hoven, Toneelschilder te ’s Gravenhage, aan wiens kunstpenceel wij het voorhang en de decoratien te danken hebben, komt de eer toe van dit schoone en smaakvolle geheel. Treffend vooral is het decoratief, hetwelk in smaak en kunst niets te wenschen overlaat.

De inwijding van de zaal dan, geschiedde op H. Dinsdag, door de opvoering van een expresselijk vervaardigd stuk, getiteld: de Tijdgeest of Kunst en Kunstmin, in hetwelk de tijdgeest, op eene zinnebeeldige wijze voorgesteld, de belangrijkste gebeurtenissen, uit de geschiedenis van Bato’s stad, herinnert en zijne hulde brengt aan het geachte Stads Bestuur, aan hetwelk wij den tegenwoordigen tempel van kunst en genoegen hebben te danken. De Bouwkunst, de Zangkunst en de Schilderkunst, onder hare eigendommelijke gedaante voorgesteld, wijdden vervolgens mede in den lof uit van het Bestuur der stad, en daarna in dien van den heer P. van der Kemp, als bouwmeester, en den heer van Hoven als schilder. De stedemaagd van Nijmegen trad eindelijk op, om ook, op hare wijze, de regering der stad te huldigen, haar derzelver belangen aan(b)evelen, en de aandacht op het nut, dat dit gebouw, in de gevolgen van Nijmeegs ingezetenen, wegens de inrigting voor Bouw- en Teekenkundige lessen kan opleveren, te vestigen. Dit stuk, dat de tevredenheid van het buitengewoon talrijke publiek, wekte, en bij herhaling met een daverend handgeklap werd ontvangen, werd door een blijspel en een nastukje opgevolgd, in al hetwelk het Tooneelgezelschap deszelfs gevestigden roem ten volle handhaafde.
Na de representatie heeft zich een zeventigtal feestgenooten vereenigd aan den keurig collation, hetwelk tot laat in den morgen heeft voortgeduurd. Bij alles heeft de beste orde geheerscht en is het feest zonder eenige stoornis afgeloopen.” (PGNC 19/10/1839)
Verbouwing door architect Weve

“Iets over den verbouwden Schouwburg.
Toen door den Gemeenteraad besloten werd den Schouwburg te verbouwen, liever dan een geheel nieuw gebouw te stichten, wat met het oog op de énorme kosten, bij alles wat door de uitbreiding der stad toch reeds van gemeentekas gevorderd wordt, niet raadzaam werd geacht, werd dit besluit algemeen gebillijkt, maar rees toch bij velen twijfel of er wel veel goeds van den Schouwburg zou te maken zijn. Die twijfel is thans opgeheven. Volgens het oordeel van allen die reeds in de gelegenheid waren het lokaal te zien, zijn de aangebrachte veranderingen zoo doelmatig dat wij ons thans in ene Schouwburg kunnen verheugen, geëvenredigd aan de behoefte onzer stad, en beter dan menige plaats, grooter dan de onze, kan aanwijzen.
Nu de inwijding bepaald is op Dinsdag, Woensdag en Donderdag e.k. meenen wij onzen lezers geen ondienst te doen om met hen eene kleine wandeling door het gebouw te maken, ten einde hen eenigzins op de hoogte der tegenwoordige inrichting te brengen.
Binnen komende vindt men dat de oude Vestibule door een tochtpui in twee deelen is verdeeld. In het midden bevindt zich het plaatsbureau. Rechts en links twee glazen deuren.

In de Vestibule valt de verandering het meest in het oog. In plaats van een middentrap zijn thans twee ruime gemakkelijke trappen aangebracht ter zijde van den middendoorgang, die door een baaien tochtdeur is afgesloten, en naar de benedenruimte van de zaal voert. Die benedenruimte is achter een rechte door een gang omgeven. Zij bevat de Stalles en de Parterre, omzoomd door de Baignoiren en de Loges tegenover het tooneel, zes in getal. -De kleedkamer is rechts in de Vestibule. Daardoor heengaande komt men eveneens in den parterre-gang.
De trap links in de Vestibule voert naar de 1. Galerij. Tegenover het tooneel bevinden zich zeven loges elk van 4 zitplaatsen, verder het Balkon, dat naar onze meening de mooiste plaatsen bevat, en de galerijen rechts en link.
Op de Corridor dezer galerij vindt men den toegang naar den Foyer of koffiekamer. Ook zijn daar kleedkasten met kapstokken aangebracht.
De trap rechts in de Vestibule voert naar een portaal, dat op één hoogte ligt met den Foyer, zoodat deze ook afzonderlijk te bereiken is, zonder met het comediegebouw in verband te staan.
Van uit het portaal leidt een tweede trap naar de 2. Galerij. Tegenover het tooneel bevindt zich daar de Tribune, welke een aantal goede zitplaatsen bevat, benevens rechts en links galerijen.
Het Plafond, waarop wij in het bijzonder te moeten wijzen, is nieuw en aanmerkelijk verhoogd, en munt uit door sierlijkheid.
Wat de decoratie der zaal betreft, deze is nog niet geheel voltooid, daar alles nog in grondverf staat, wat later natuurlijk zal veranderen en waardoor het algemeen aanzien dan nog beteren indruk zal maken dan thans het geval is, nu de met rood trijp bekleedde balustraden, de fauteuils met kiepzittingen, de nieuwe gaskroon enz. toch reeds aan de zaal een behoorlijk, ja coquet aanzien geven.

Het tooneel is gebleven zooals het was en kan zeer goed aan de daarvoor gestelde eischen voldoen, het orkest is eenigzins vergroot en de kleedkamers der actrices veel verbeterd.
En hiermede gelooven wij dat men zich gemakkelijk een denkbeeld van de Schouwburg kan maken, zelfs zonder dien gezien te hebben, en dat het vinden der plaatsen geen moeilijkheid zal opleveren. Alleen blijft ons nog de wensch, dat het gebouw voortaan menigmaal en door goede gezelschappen moge bespeeld worden en het publiek steeds talrijk en voldaan moge zijn.” (PGNC 7/1/1881)

Sloop in 1934
Na de opening van Societeit de Vereeniging in 1915, werden steeds vaker voorstellingen daar gegeven. De schouwburg begint te vervallen. Daarnaast staat het in de weg voor de aanleg van de Waalbrug en de verbreding van de Burchtstraat. In 1934 wordt overgegaan tot sloop.
Wel is het de bedoeling dat er in Nijmegen een nieuwe schouwburg komt. Onder andere door de Tweede Wereldoorlog lopen deze plannen echter vertraging op.
(Overige) Bronnen en verder lezen
Pieter van der Kemp (1809-1881), gemeentearchitect van Nijmegen
Pieter van der Kemp was stadsarchitect van Nijmegen van 1837-1881. Veel van zijn werk bestaat niet meer. Werken die nog…
Burgerlust: Van Elite Vereniging tot Publieke Ontspanning
In 1839 opent Sociëteit Burgerlust aan de Valkhof. Na topjaren in de 19 eeuw zal het uiteindelijk veranderen in een…
Spoorwegmonument architect Weve
Het Spoorwegmonument is ter herinnering aan de aanleg van de eerste spoorweglijn, door initiatief en kapitaal van Nijmeegse ingezetenen. Het…