1906, Stationsplein (Spoorstraat/Stationsweg)

Directeur Gerstenberg gaf in 1906 opdracht voor een grote uitbreiding van het Oranje Hotel. Deze lag aan het Stationsplein met links de Spoorstraat en rechts de Stationsweg. Het ontwerp was van architect Bieling van architectenbureau Buskens.
Het PGNC schreef bij de opening in oktober 1906:
“Nijmegen, 22 October. Het Oranje-Hotel.
Wij hoorden dezer dagen door iemand, die het weten kan, zeggen, dat Nijmegen staat in het teeken des tijds, dat wil zeggen, dat het met den tijd medegaat en genoemde spreker had daarmede in het bijzonder het oog op het hotelwezen hier ter stede. Nu, dit moet erkend, dat het hotelwezen hier in de laatste jaren een groote vlucht heeft genomen. Vooral, wat familiehotels betreftt, bezit onze stad reeds een gevestigden naam. Tot dergelijke, op royale wijze ingerichte hotels behoort het “Oranje-hotel”, dat onder het directeurschap van den heer Gerstenberg langzamerhand eene algeheele verandering heeft ondergaan en thans tot een der eerste hotels alhier gerekend kan worden. Eenigen tijd geleden is het weer met een nieuwen vleugel verrijkt, welke aan het gebouw een nog imposanter uiterlijk geeft. Aan den bouw van dit gedeelte is groote zorg besteed.
Onmiddellijk, nadat men den koninklijken hoofdingang van het hotel is binnengetreden en men aan de linkerhand de ruime conversatie- en leeszaal is gepasseerd, heeft men de breede marmeren trap voor zich, waar, boven het eerste bordes, de fraai uitgevoerde koepel van gekleurd glas- een ineensmelting van zachte oranje en groene tinten- zeer de aandacht trekt. Een paar lampen, door de firma Goette onder aan de trap aangebracht, geven bij avond een aardig effect.
Het gebouw omvat twee etages en telt in het geheel 60 kamers. Evenzeer als dit geldt voor de geheele restauratie, zoo zijn inzonderheid bij de inrichting der logeerkamers in den nieuwen vleugel de beste snufjes op modern gebied in toepassing gebracht. Een bijzonderheid mag allereerst wel worden genoemd, dat alle kamers voorzien zijn van balcons, hetgeeen zeer zeker den vrijen toegang van lucht en licht zeer bevorderlijk is. Trouwens, zoo ergens, dan beantwoordt de inrichting van het “Oranje-hotel” aan dezen eersten eisch van modern leven. Maar er is meer. Noemen wij dan de frissche, stijlvol-moderne meubileering, meest in eikenhout, hoewel wij ook een paar salons konden bewonderen- want dit is het juiste woord- uitgevoerd in stijl Louis XV en in Italiaansch notenhout. En verder de keurige stoffeering van alle kamers zonder uitzondering, terwijl ook op de ondergeschikte punten aan alles de meeste zorg is besteed. Zoo zijn alle kamers voorzien van dubbele deuren, voor Nijmegen iets nieuws; zoo merkten wij aan de deuren Duitsche schanieren op, ook iets nieuws, hoewel over de practische toepassing daarvan de meeningen verdeeld zijn; zoo viel het telkens op, dat de kamers- ook in de tweede etage- zeer hoog van verdieping zijn. In alle opzichten is merkbaar het streven om zooveel mogelijk den logés ten gerieve te zijn. Prachtige electrische verlichting, in alle vertrekken centrale verwarming, mooie belichting, frissche lucht- alles inderdaad wijst er op, dat het nieuwste bij de restauratie van het Oranje-Hotel in toepassing is gebracht.
Ook voor de uitvoering niets dan lof- zij kan niet dan tot warme aanbeveling strekken van hen, wien dit werk werd opgedragen. Het plan van de metamorphose van het Oranje-Hotel, werd ontworpen door de firma Berndsen en Braam, die ook met de uitvoering belast zijn geweest. Dit is evenwel geschied onder toezicht van den heer Bieling, architect bij den heer Buskens, door wien aan een en ander ook de laatste hand is gelegd.
Maar de nieuwe inrichting zou niet tot haar volle recht zijn gekomen, ware het niet, dat de firma Drukker en Cohen met artistieke hand de meubileering en stoffeering in de vertrekken hadden gebracht, althans het leeuwendeel daaraan had gehad, want ook de firma Bahlmann heeft in dit opzicht verdienstelijk werk geleverd.
Het stukadoorswerk werd bezorgd door den heer Is. van Haaren. Dat dit bij hem in goede handen was, behoeft geen betoog.
Maar in de lange winteravonden, die aanstaande zijn, zou van dit schoons veel verloren gaan, indien niet de firma Alewijnse en Co. zeer zeker eerste technici op haar gebied, gezorgd had voor de electrische installatie, waarbij alwêer het nieuwste in praktijk is gebracht. Een zuiggasmotor is in bewerking, die waarschijnlijk binnen niet te langen tijd in dienst wordt gesteld.
Vermelden wij ten slotte nog, dat de centrale verwarming, die, gelijk wij reeds meldden, door het geheele gebouw loopt, werd bezorgd door Bechem en Post te Hagen (Wf.), waarbij door een kunstigen automatische seinfluit alle gevaar is gemeden, dan gelooven wij wel de voornaamste bijzonderheden van den aanbouw van het Oranje-hotel vermeld te hebben en durven wij gerust te onderschrijven, dat dit hotel, wat inrichting en exploitatie betreft, met de allereerste kan wedijveren.
Ter herdenking van het totstandkomen van dezen vleugel gaf de heer Gerstenberg Zaterdagavond een groot diner aan zijne logés en eenige invités, waarop een allergezelligste toon heerschte en menige toast werd uitgebracht op den voortdurenden bloei van het Oranje-hotel en op het bestuur van den heer Gerstenberg.” (PGNC 23/10/1906)