Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Berchmanianum, Studiehuis der Jezuiten, architecten Joseph en Pierre Cuypers Jr.

1929 Houtlaan 4 Brakkenstein

Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)
Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)

In 1929 opende het Collegium Berchmanianum oftewel het Berchmanianum aan de Houtlaan in Brakkenstein. Het ontwerp was afkomstig van Jos. en Pierre Cuypers Jr. in opdracht van de Sociëteit van Jezus (de Jezuïten). De bouw daarvan was in 1927 begonnen.

Hun Collegium Berchmanianum in Oudenbosch voldeed intussen niet meer. Daarbij was in 1923 in Nijmegen de Katholieke Universiteit geopend: veel kloosterordes openden daarop een studiehuis, zodat religieuzen konden lesgeven of studeren aan de universtaat.

Philosophicum

Het Berchmanianum was een zogenaamde “philosophicum”, de wijsgerig-theologische vooropleiding voor aspirant-geestelijken. De Jezuïten hadden geen grootsemanarie. Na het kleinseminarie was er een driejarige opleiding aan het Theologicum in het Canisainum te Maastricht en een driejarige filosofiestudie aan het Filosoficum aan het Berchmanianum: “Zoo voor paaters als studenten, welke laatste hier hun philosofische studiën afmaken en tevens lessen ontvangen in natuur- en scheikunde en biologie. Sommige volgen nog lessen aan de R.-K. Universiteit. Deze studie duurt drie jaar. Van het Berchmanianum te Nijmegen gaan de studenten meestal eenige jaren naar een college als leeraar of surveillant, om dan nog vier jaar theologie te volgen in Maastricht.“ (De Gelderlander)

De glas-in-lood ramen waren ontworpen door Joep Nicolas.

De naam Berchmanianum

Het Berchmanianum is vernoemd naar de patroonheilige van de studerende jeugd Jan Berchmans (1599, Diest, België).

Jos. en Pierre Cuypers Jr.

De ontwerpen waren Joseph (Jos.)  en Pierre Cuypers Jr. Zij waren zoon en kleinzoon van Pierre Cuypers, die onder andere het Centraal Station in Amsterdam ontwierp en in Nijmegen onder andere de Augustinuskerk.

Krantenartikel 1929

Berchmanianum, Studiehuis der E.E.P.P. Jezuiten aan de Houtlaan te Nijmegen.

Brakkenstein ontwikkelt zich tot een buitenplaats van beteekenis voor Nijmegen, als oud kleine gemeente op zich zelf, verscholen achter het geboomte en grenzend aan de uitgestrekte heide.

Het karakter van Brakkenstein bleef landelijk, als dat van een ruistoord. En in deze streek verrees nu het nieuwe studiehuis, het Berchmanianum der E.E.P.P. Jezuiten, die een halve eeuw hun philosofisch college hadden bestuurd in Oudenbosch.

De architecten, de heeren Joseph en Pierre Cuypers kregen opdracht tot het ontwerpen van een kloek, ruim gebouw, dat langs den weg, aan de Houtlaan een gevelbreedte zou hebben van bijna honderd meter.

Zou zoo’n bouw passen in dit milieu van mooie natuur?

Wie nu de Houtlaan opwandelt, wordt getroffen door de rust, welke er uitgaat van dit stemmige huis van studie en gebed, dat hoort in het landschap, waarin de bouwmeesters het geplaatst hebben.

De toren steekt statig op uit den breeden, vlakken gevel van zachtgelen baksteen- de spits, welke van verre in het vlakke land te zien is, met zijn uurwerk en klok, en als een wachter, welke wijst op den tijd, welke iedere mensch goed te besteden heeft, in navolging van de ijverige studerenden, die hier de philosophie volgen.

***

Het is een aan zijn doel volkomen beanwoordend studiehuis eenvoudig afgewerkt.

De architecten, de heeren Joseph en Pierre Cuypers hadden de taak een nuttig studiehuis met kapel en studiekamers als hoofdcentra te ontwerpen- alle overtolligen franje, iedere onnoodige fraaiigheid moest achterwege blijven.

De inwendige bouw werd mede ontworpen naar inzichten der professoren, die jarenlang Oudenbosch bewoond hadden.

Oudenbosch bleef dan ook voor een deel vormbeeld, maar werd moderner, geriefelijkere, ruimer uitgebouwd.

Sober zou de voorgevel zijn- en deze werd in strakke lijn opgetrokken van gele baksteen, welk door kunstig voegwerk nog levendiger werkt. Geen groote ramen breken de lijn, maar uiterlijk laat de bouwmeester zien hoe inwendig de constructie en de inrichting is.

Ongeveer in het midden van den bouw aan de Houtlaan is het hoofdgangportaal met portiersloge. Hier binnen nadert men spoedig de hardsteenen hoofdtrap, rechts welke leidt naar de verschillende verdiepingen en middellijk verbinding heeft met de verschillende hardsteenen trappen, over den helen bouw verdeeld, en wel zoodanige, dat zij telkens op de vier verbindingspunten van de vier vleugels waaruit de bouw bestaat, als verbindende gewrichten vormen.

Aan den linkerkant van den ingang bereikt men langs een gewelfden kloostergang, waarin het licht vriendelijk valt door lage vensters vijf ruime spreekkamers. Over die verdiepingen zijn in dezen linkervleugel verdeeld de kamers van de professoren bijeengebracht, westelijk afgesloten door de recreatiezaal en leeszaal voor de paters, benevens een eigen bibliotheek en tijdschriftenleeskamer, welke ook openstaat voor professoren en heeren studenten der R.K. Universiteit.

Hier sluit zich aan de Westzijde aan een korte vleugelbouw, waarin over vier verdiepingen de rijke bibliotheek met haar 30.000 boeken, waaronder belangrijke wiegedrukken zijn, is ondergebracht.

De geheele bibliotheek-inrichting is practisch en degelijk- overal worden de ijzeren Lips-boekenrekken gezet, welke makkelijk verplaatsbaar zijn. Langs een wenteltrap komt men van de eene bibliotheek-verdieping op de andere. Overal valt ruim licht binnen. Hier klopt wel het hart van het philosophicum.

Aan de andere zijde van het gebouw in den Zuid-oosthoek, ligt de keuken, het middenpunt der huishoudelijke afdeeling. Doelmatig zonder overdreven lux is deze economie-afdeeling ingericht.

Hier achter, in Noordelijke richting is de onderwijsvleugel geprojecteerd, welke zich uitstrekt over tachtig meter lengte.

Hier liggen op den beganen grond langs een drie meter breeden wandelgang, waarin de morgenzon haar stralen kan werpen, de vier klassen-lokalen.

Deze gang, in warme kleur gehouden een met gewelf van geel-zacht-getinte steen, biedt een geschikte gelegenheid tot wandelen en mediteeren, wanneer het weder niet noodt naar buiten, in den tuin of het bosch.

Tusschen de klasselokalen ligt hier de ontspanningszaal der studenten, welke uitziet op den in Engelsche stijl gehouden binnentuin.

Dezelfde vleugel bevat drie verdiepingen, hier zijn de kamers voor de ongeveer zestig scholastieken die hier hun studie- en slaapkamers hebben. Heel sober en zeer zindelijk is hier alles ingericht. Licht, lucht en zon kunnen overvloedig binnenkomen- zoo goed als alle studiekamers worden bijna den halven dag door de zon beschenen.

Het noord-oostelijk paviljoen bevat over de drie verdiepingen verdeeld, de speciaal ingerichte klasselokalen voor natuurkunde, scheikunde en natuurlijke historie als ook de daarbij behoorende laboratoria en het amanuensis-vertrek. Zalen zijn hier breed en hoog en verlicht ingericht voor de goede opstelling van de natuurkundige instrumenten en de tentoonstelling van natuurlijke historie, waaronder een kostbare vlindercollectie en collecties van geologischen en eufomologischen aard.

De groote zolder gaf nog gelegenheid tot inrichting van eenige slaapvertrekken en verder tot bergplaats voor meubels en koffers en zoovele andere voorwerpen, welke in een groote stichting nodig kunnen zijn.

***

Het lag niet in ’t karakter der stichting om een monumentale, decoratieve hoofdtrap te maken, met dubbele vleugels. Wel is de belangrijkste trap, die de hoofdvleugel, waarin de kapel, flankeert, en dan ook een eenvoudige dienstlift heeft, als toren uitwendig doorgebouwd.

De traptoren ontwikkelt zich naast den verwamingskelder zes meter onder de hoofdverdieping, voert dan langs den refter naar de kapel, naar de zangerstribune, naar den zolder van ’t Patershuis, waarnaast aansluit een reeks slaapkamers van de Broeders; hooger op worden de granieten treden door houten vervangen voor de bediening van de ruimten voor liftmechaniek, uurwerkkamer en de luiklokken. Deze hoofdvleugel bevat in den oostelijken buitenhoek van onder naar boven: de provisiekelders, de keuken. Hooger op volgt de tusschenverdieping met woning voor de Broeders een daarboven voor enkele knechts.

In den hoofdvleugel, rechts van den ingang, aan de hoofdtrap is de kapel- in sobere stijl en vromen toon gehouden. Ook hier is iedere overdadige decoratie vermeden. Het is een devoot-stemmende bidkapel, waarin het zonlicht speelt door fijn-kleurige vensters van Joep Nicolas. Het altaar, middenpunt der kapel, past in den fijnen toon van dit bedehuis, al is het ook opgebouwd van edel marmer-materiaal en met mozaiek verlevendigd.

Voor de kapel ligt de sacristie, waarop vier kleine kapelletjes uitkomen, waarin de in het huis verblijvende priesters de H. Mis kunnen lezen.

Beneden in dezen hoofdvleugel is de groote refter- een zaal van voornamen en toch eenvoudigen bouw.

Degelijkheid en eenvoud en smaak kenmerken dezen kloosterbouw. Soberheid lag immers in den opzet en de uitvoering der plannen. Ook in materiaalkeuze en bewerking daarvan werd luxe vermeden. De baksteen bleef evenwel geen dood materiaal aan dezen bouw. Door kleurkeuze en vermenging van verschillende fabrikaten werd uit- en inwendig één harmonische kleuren-combinatie verkregen.

Vestibulen en gangen met elkaar naar de verschillende verdiepingen door de breede hardsteenen trappen verbonden, kregen een kleurige lambrizeering van verglaasde Waalsteen.

De gewelfde wanden spreken naar buitne, door daar aansluitende lange reeksen van halfcirkelvormige vensters, waarin stalen ramen en glas in lood in strakke geometrische verdeeling.

De bovenste patersgang, niet met steen overwelf, maar afgesloten met een licht gebogen plafond, heeft drieledige vensters geheel rechtlijnig als fries boven al die spannende bogen.

Zoowel de motieven als de kleuren van ’t glas werden op verschillende verdiepingen afgewisseld, teneinde aan de verschillende deelen van ’t groote huis een eigen karakter te geven in verband met plaatselijke bestemming.

Als natuursteen voor trappen en drempels werd gestokt grijs graniet toegepast.

De dakbedekking is van verbeterde Hollandsche pannen.

In stichtingen van dit karakter worden aan de houten vloeren zeer zware eischen gesteld in lokalen van allerhande karakter. Toegepast werd hier het systeem der lift-vloeren, die vooraf machinaal zijn gedroogd, zoodat zij ook bij de centrale verwarming in de wintermaanden geen open naden vertoonen.

De muren en plafonds zijn in hoofdzaak wit gehouden.

In zalen en kamers is een lint met keimsche mineraalverf op de wanden aangebracht. In de groote zalen werd meer rust verkregen door zeer eenvoudige vlakke houten lambrizeering tegen de wanden, wat vooral b.v. in sacristie en refter opvalt.

De entourage van het Studiehuis is landelijk en blijft in stijl met Brakkenstein door nog meer boomen-aanplant.

Tusschen de drie uiterlijke vleugels, waarin de vijf blokken van den bouw liggen, wordt een eenvoudige tuin aangelegd met een vijver tusschen verlaagde wandelpaden als midden-motief. Deze tuinaanleg sluit dadelijk aan bij de frissche dennenbosschen, welke het geheel omgeven. Zoo kreeg men een rustgevend  geheel.

Zoo voor paaters als studenten, welke laatste hier hun philosofische studiën afmaken en tevens lessen ontvangen in natuur- en scheikunde en biologie.

Sommige volgen nog lessen aan de R.-K. Universiteit.

Deze studie duurt drie jaar. Van het Berchmanianum te Nijmegen gaan de studenten meestal eenige jaren naar een college als leeraar of surveillant, om dan nog vier jaar theologie te volgen in Maastricht.

Rector van het Berchmanianum is de bekende pater G. Lamers S.J., leider van het tijdschrift “Dux” en minister is de Zeereerw. Pater Spijker S.J.

***

Architecten van dezen studiehuisbouw zijn, gelijk wij reeds schreven, de heeren Jos. en Pierre Cuijpers; aannemer was de heer H. van Kessel, uit Nijmegen, die de bouwwerken flink en vlot uitvoerde.

De verschillende technische installaties werden uitgevoerd naar de plannen en onder leiding van ir. J.W. Engelengen, te Amsterdam.

De verwarmingsinstallatie werd aangelegd door de Firma Hunek (of Hunec?) te Amsterdam; de electrische installatie door de Firma Paassens, te Amsterdam. Als hoofd-opzichter fungeerde de heer Van Berkel, bijgestaan door den heer Bottelier, die beiden hun taak met toewijding vervulden.” (De Gelderlander 9/2/1929 met veel foto’s)

Rijksmonument

Het pand is een Rijksmonument sinds 2002 met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving te vinden): “

  • Van architectuurhistorische waarde als een goed, vrij gaaf en zeldzaam voorbeeld in ex- en interieur van een studiehuis voor jezuïeten in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse school en de Art Deco. Het studie huis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een markante hoofdvorm, goede verhoudingen en een bijzondere detaillering, ornamentering en materiaalgebruik.
  • Van stedenbouwkundige waarde vanwege de afmetingen en de markante ligging aan de Houtlaan.
  • Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk de stichting van de Katholieke Universiteit en vanwege de verschijningsvorm, welke verbonden is met de bouwtypologie van de orde der jezuïeten die geen kloosters bouwt, maar “huizen”.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Pierre_Cuypers_jr.

Driehuizerweg 502 september 2022 Google Streetview architect Meerman en van der Pijll
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Bouw dubbel en vrijstaand woonhuis Scheidingsweg en Driehuizerweg Meerman van der Pijll

1933 landhuis aan de Driehuizerweg 502-Scheidingsweg 2-4 Brakkenstein

Bouw dubbel en vrijstaand woonhuis a/d Scheidings en Driehuizerweg te Nijmegen voor den Weled. Heer J. Princen te Nijmegen D12.399351

In 1933 ontwerpen architecten Meerman en van der Pijll een vrijstaand woonhuis aan de Driehuizerweg 502 en een dubbel woonhuis aan de Scheidingsweg 2 en 4. Opdrachtgever was J.W. Princen, die zelf in de vrijstaande woning gaat wonen.

In de krant komen we hem een aantal maal tegen: hij biedt woningen te huur of te koop aan (en wil aan de Celebesstraat een stuk grond kopen voor de bouw van 2 woonhuizen (De Gelderlander 31/1/1934)


De Gelderlander 19/5/1934

Huidige situatie

Driehuizerweg 502 (september 2022 Google Streetview)
Scheidingsweg 2-4 met rechts Driehuizerweg 502 (september 2022 Google Streetview)
Meisjes, Montessori- en Huishoudschool, architect J.J.M. Jetten 1932, Pater Eijmardweg 15-19, Gemeentelijk Monument
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Meisjes, Montessori- en Huishoudschool, architect J.J.M. Jetten

1932, Pater Eijmardweg 15-19, Gemeentelijk Monument

Meisjes, Montessori- en Huishoudschool, architect J.J.M. Jetten 1932, Pater Eijmardweg 15-19, Gemeentelijk Monument
Meisjesschool Jetten Pater Eijmardweg, 1932-1935 (GN9503 RAN)

Hierboven staat het op 31 juni 1932 ingezegende scholencomplex weergegeven. Deze is ontworpen door J.J.M. Jetten. Deze architect had eerder de Jongensschool en het Vereenigingsgebouw in Brakkenstein ontworpen. Het complex bestaat uit links de Mariaschool (huishoud en naaischool) en rechts de rk meisjesschool O.L. Vrouw van het het Heilig Sacrament voor lager onderwijs. Beiden werden gerund door de onderwijscongregatie van de Zusters van Oudenbosch. In het complex is nu de Tarcisiusschool voor speciaal onderwijs gevestigd.

Rond 16-1-1932 besteedt J.J.M. Jetten het bouwen van een Meisjes, Montessori- en Huishoudschool aan den Pater Eymardweg te Brakkenstein aan. Dit in opdraccht van het Bestuur van Vrouwen onder de naam “Instituut voor Meisjes” te Oudenbosch. De Firma Fest & Zn. Heeft de laagste inschrijving in massa (f52.200) en verkrijgt de aanbesteding. (De Gelderlander 16/1/1932)

Voorafgaande aan de opening krijgt de Gelderlander een rondleiding in het voltooide gebouw:

Het nieuwe scholencomplex op Brakkenstein.

A.s. Zaterdag zal voor Roomsch Brakkenstein weer een gedenwaardige dag worden. Alsdan zal het mooi architectonisch geheel van Huishoud- en Naaischool-, Montessori- en Meisjesscholen plechtig worden ingewijd.

A.s. Zaterdagmorgen zal om half tien een plechtige H. Mis worden opgedragen in de rectorale kerk van Brakkenstein. Om half elf zal de plechtige inzegening plaats hebben van de nieuwe huishoud- en naaischool en de Montessori- met R.K. meisjesschool.

Aan belangstellenden zij meegedeeld, dat a.s. Zondag na de Hoogmis en na het Lof van 4 uur de eerw. Zusters gelegenheid zullen geven voor bezichtiging. Wij twijfelen niet of velen zullen gebruik maken van deze gelegenheid om het prachtige complex in oogenschouw te nemen.

Gebruik makende van de uitnoodiging, werd ons dit massieve scholencomplex bezichtigd onder leiding van den architect den heer J.J.M. Jetten, die op Brakkenstein geen onbekende is, gezien het onder zijn leiding gebouwde R.K. Vereenigingsgebouw met bijzaaltjes, en de mooie R.K. Pater Eijmard Jongensschool.

De Huishoud- en Naaischool.

De linkervleugel van het gebouw, met een aparte breede ingang, boven welke in groote bronzen letters “Maria-School” is aangebracht, is voor wat de bovenverdieping betreft geheel ingericht voor Huishoud- en Naaischool. Langs een breede massieve trap komen wij op de breede gang, waarop uitkomen de groote zaal der Huishoudschool annex de knipkamer. Langs deze gang komen wij ook op de groote zolderruimte, die over ’t geheele complex loopt. Aan lucht en licht mankeert het hier niet; vooral ook op de fijngekozen kleurencombinatie van het schilderwerk draagt daartoe bij. Hiervoor komt waardeering toe aan den architect. De schitterende Majorca-lambriseering, die in dezen vleugel is aangebracht en vooral aan ’t trappenhuis een frisch geheel geeft, tuigt van goeden smaak.

Onder dit trappenhuis vonden wij de toiletten der montessorischool.

De breede gangen geven volop gelegenheid om bij slecht weer een veilige schuilplaats te bieden tijdens de speeluren. Langs deze benedengang vonden wij de garderobe voor de kinderen op juiste hoogte en in stede van nummers, iedere haak aangeduidt met een voorstelling uit de dieren- en bloemenwereld.

De Montessori klasse.

Deze ruime en vooral luchtige klasse, die in miniatuur gehouden is, zoo zijn deurknoppen als vensters en vensterbanken, heeft in een der hoeken een gezellige rustbank met roode kussens, terwijl in een andere hoek een lage aanricht aan de kinderen gelegenheid biedt om te plassen. In ’t midden tegen de muur staat een lage piedestal met een beeld van ’t Kindje Jezus.

Dan komt men in ’t voorhuis der R.K. Meisjesschool, waarvan de entré schitterend is, en verrijkt met een nis, waarin het beeld van O.L. Vrouw van het H. Sacrament omgeven door een stralenkrans van electrisch licht staat. Rechts van den hoofdingang vinden wij een keurige toilet en een speciale bergruime met spoelgelegenheid voor de schoonmaak, waarnaast een groots doktersraam met kasten en ingebouwde waschtafel.

Hiernaast ligt de leermiddelen kamer met ruime door glas afgezette kasten. In de lengte van het gebouw zijn de klassen der

R.K. Meisjesschool

boven welke hoofdingang eveneens met bronzen letters het opschrift prijkt van R.K. Meisjesschool O.L. Vrouw v.h. H. Sacrament”.

Langs de breede betegelde gang zagen wij vier modelklassen met breede geel betegelde vensterbanken en matglazen ballonnen verlichting.

Ook aan deze klasse is alle aandacht besteed. Over de gehele lengte dezer gang zijn aparte nissen ingericht voor gaderobe, terwijl in ’t midden een 5-tal toiletten, geheel ingebouwd met een apart vóórportaal een doelmatig geheel vormt.

Aan ’t einde dezer eveneens breede gang komen wij aan de

Speelplaatsen.

Deze ruimte, die, voor wat de R.K. meisjesschool betreft, beslaat ruim 2000 M2, waarvan een gedeelte betegeld en verder begrind is, biedt ruimte in overvloed voor de alsnog te bouwen drie overige klassen. Door de, langs het geheele terrein keurige afrastering zagen wij de speelplaats der Montessorischool, welke uitkomt in de groote boomgaard waar ruimte en schaduw in overvloed zijn.

Zij, die mochten meenen dat R.K. Scholen nog ten achter staan bij openbare, en vooral zij, die het buitenstadsonderwijs als minder goed beschouwen, moeten naar deze modelinrichting eens komen kijken.

Geven wij ten slotte nog een opsomming van de vele medewerkers die architect Jan Jetten en de aannemersfirma  J. Fest en Zoon terzijde stonden.

Als opzichter stond de heer J.H. Rademaker (Brakkenstein) den architect ter zijde; Schoolmeubelen fa. Mes, Wijchen; de gasverwarming de fa. Nannings en Zoon; het glas in lood door fa. Langenhuysen; de loodgieterswerken fa. Engelaar; het sanitair W.J. Stokvisch en Zoon; het hout- en kunst kranietwerken de fa. D.Agnolo; de stucadoorswerken fa. Lebens; de electrische verlichting en ornamenten de fa. van Veen; kunstsmeedwerk de fa. Meijers-Ruyten; het smeedwerk de heer F.J. Nijs; het schilderwerk de fa. Beerenbroek; de stoffeering de fa. Bahlmann; zonneschermen de fa. Tesser, allen te Nijmegen.” (De Gelderlander 30/6/1932)

R. K. Vereenigingsgebouw Roomsch Leven, architect J.J.M. 1927 (F87243 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

R.K. Verenigingsgebouw Roomsch Leven

1927, Heyendaalseweg 239

R. K. Vereenigingsgebouw Roomsch Leven, architect J.J.M. 1927 (F87243 RAN)
R. K. Vereenigingsgebouw Roomsch Leven, architect J.J.M. 1927 (F87243 RAN)

Het R. K. Verenigingsgebouw Roomsch Leven is ontworpen door architect J.J.M. Jetten. Het is gebouwd in opdracht van de paters van het Allerheiligst Sacrament. Op 15 mei 1927 is het gebouw gewijd en in gebruik genomen. Het gebouw staat naast de school en vlak tegenover het klooster. Op 7 december 1926 vond aanbesteding plaats. (De Gelderlander 27/11/1926)

De Gelderlander schrijft bij de opening:

Op Brakkenstein. Het R.K. Vereenigingsgebouw Roomsch Leven

Het R.K. Vereenigingsgebouw, middenpunt van het aldaar maar vooruitgaande Brakkenstein, is nu al eenigen tijd in gebruik.

En het voldoet, het trekt altijd meer bezoekenden. Brakkenstein welks omwonenden als met de maand toeneemt en binnenkort weer krijgt het studiehuis der E.E. P.P. Jezuieten heeft nu zijn eigen openbaar katholiek huis, dat in een behoefte voorziet en doeltreffend blijkt.

De architect, de heer Jan J.M. Jetten heeft hier een vereenigingshuis ontworpen, dat niet contrasteert met de landelijke omgeving aan den heerlijken heidezoom, en dat in stijl past bij de rustige omgeving van klooster, kerk en school.

Het is een uit roode klinkers opgetrokken gebouw, met hoog dak, spits toeloopend. De entree is als de verkleinde vorm van het groote achterbouw dat in lijn en kleur harmonieert met het geheel.

Weerskanten van de eenvoudige toegang verheffen zich twee kleine vierkante zijgebouwtjes, welke den grooten achterbouw als steunen.

Is het uitwendige in sobere, toch pakkende stijl gehouden, het inwendige is nog eenvoudiger maar des te doeltreffender.

De architect heeft hier toegepast voor de de groote vergader- en tooneelzaal, welke vierhonderd zitplaatsen kon bevatten, de knappe opbouw, welke de Eerste Nederlandsche Mij. Voor houtconstructies te Doetinchem in gebruik bracht. Het nuttige hiervan is, dat de dakconstructie voor een landelijk gebouw niet te zwaar drukt en dat binnen in de zaal geen onooglijke dwarsbalken of spanten het plafond behoeven te ontsieren.

Het gebouw bevat dan de boven reeds genoemde groote zaal, waaraan verbonden zijn tooneel, twee kleedkamers en verder toiletten en loketten.

Onder het tooneel is op practische wijze een groote kelder aangebracht waarin door het wegenomen van een deur onder het podium, alle stoelen en requisieten binnen den kortst mogelijken tijd kunnen opgeborgen worden.

Achter de groote zaal zijn nog gebouwd drie gezellige kleine vergaderkamertjes, welke speciaal bestemd zijn voor de leden van den Eucharistischen Kruistocht, die hier in clubjes vergaderen en zelf voor de meubileering van hun eigen home in het vereenigingshuis zorg droegen.

Men ziet dat de Eucharistische beweging nergens in Nijmegen zoo weldadig vooruitgaat als juist op Brakkenstein, dank zij den voorbeeldigen ijver van de E.E. P.P. van het Allerheiligste Sacrement in het bijzonder de eerw. pater Schelstraete s.s.s. van Brakkenstein.

Dit vereenigingsgebouw dient te gelijk tot tehuis voor de patronaatsjongens en rijpere jeugd, want de paters van Brakkenstein laten hun sympathieke en daadwerkelijke belangstelling gaan over alle bewoners van Brakkenstein, van groot en klein, die samen met de paters als een groote katholieke gemeenschap vormen- een ferme voorpost van de katholieke burcht, welke Nijmegen is.

Het gebouw, in welks voorgevel het blanke beeld van de H. Maagd staat als Koningin der H. Eucharistie, 2013 (Henk van Gaal via DF3706 RAN)
Het gebouw, in welks voorgevel het blanke beeld van de H. Maagd staat als Koningin der H. Eucharistie, 2013 (Henk van Gaal via DF3706 RAN)

Het gebouw, in welks voorgevel het blanke beeld van de H. Maagd staat als Koningin der H. Eucharistie, ligt als een landelijken tuin van groen en bloemen.

Aan de achterzijde is bovendien nog een ruim terras aangebracht, dat een prettige rustplaats is in zomersche namiddagen en vanwaar men ook , zonder door de groote zaal te behoeven te gaan, de kleine achterzalen kan bereiken.

De heer Joh. de Jager, aannemer aan den Driehuizenschen weg heeft den bouw op knappe wijze voltooid.

Het frissche schilderwerk is van de firma Berenbroeck, de electrische lichtinstallatie van de firma Penson, de electrische lampen werden geleverd door de firma Groos, het glas in lood, dat het vroolijk en opgewekt doet in den gevel, door de firma Leenders op Berg en Dal, het sanitair en loodgieterswerk door de firma Th. Bosch.

Roomsch Leven staat er nu op Brakkenstein als toonbeeld van opgewekt katholiek sociaal leven in deze bloeiende buitenwijk van Nijmegen, welke reeds zijn geregelde autobusverbinding heeft met het midden der stad.

Het initiatief tot den bouw ging uit van de E.E. P.P. van het Allerheiligst Sacrement van Brakkenstein, die zich op instigatie van hun algemeenen overste alleen lieten leiden tot dit vruchtbelovende werk uit liefde tot het geestelijke en stoffelijke belang van de Brakkensteinse bevolking.

Brakkenstein steunt zijn paters in al hun goede en sociale en geestelijke werken naar best vermogen.

Maar de nijvere, werkzame bewoners van Brakkenstein kunnen niet alles alleen of met hun paters.

Zij rekenen ook op groot Nijmegen vooral in October a.s. als het vijfentwintig jaar geleden is, dat de paters van Brakkenstein hun zegenrijken arbeid begonnen in deze buitenwijk onzer stad.

” (De Gelderlander 16/7/1927)

Verenigingsgebouw Roomsch Leven; In 1983 werd het gebouw grondig verbouwd en uitgebreid, 2103 (Henk van Gaal via DF3714 RAN)
Verenigingsgebouw Roomsch Leven; In 1983 werd het gebouw grondig verbouwd en uitgebreid, 2103 (Henk van Gaal via DF3714 RAN)