Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Berchmanianum, Studiehuis der Jezuiten, architecten Joseph en Pierre Cuypers Jr.

1929 Houtlaan 4 Brakkenstein

Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)
Berchmanianum van de paters Jezuïeten. Ontworpen in 1928 door Jos Cuypers (1861-1949) en Pierre Cuypers Jr. (1891-1982), Houtlaan 4, 1930 (Uitg. Brinio Rotterdam via F18053 RAN)

In 1929 opende het Collegium Berchmanianum oftewel het Berchmanianum aan de Houtlaan in Brakkenstein. Het ontwerp was afkomstig van Jos. en Pierre Cuypers Jr. in opdracht van de Sociëteit van Jezus (de Jezuïten). De bouw daarvan was in 1927 begonnen.

Hun Collegium Berchmanianum in Oudenbosch voldeed intussen niet meer. Daarbij was in 1923 in Nijmegen de Katholieke Universiteit geopend: veel kloosterordes openden daarop een studiehuis, zodat religieuzen konden lesgeven of studeren aan de universtaat.

Philosophicum

Het Berchmanianum was een zogenaamde “philosophicum”, de wijsgerig-theologische vooropleiding voor aspirant-geestelijken. De Jezuïten hadden geen grootsemanarie. Na het kleinseminarie was er een driejarige opleiding aan het Theologicum in het Canisainum te Maastricht en een driejarige filosofiestudie aan het Filosoficum aan het Berchmanianum: “Zoo voor paaters als studenten, welke laatste hier hun philosofische studiën afmaken en tevens lessen ontvangen in natuur- en scheikunde en biologie. Sommige volgen nog lessen aan de R.-K. Universiteit. Deze studie duurt drie jaar. Van het Berchmanianum te Nijmegen gaan de studenten meestal eenige jaren naar een college als leeraar of surveillant, om dan nog vier jaar theologie te volgen in Maastricht.“ (De Gelderlander)

De glas-in-lood ramen waren ontworpen door Joep Nicolas.

De naam Berchmanianum

Het Berchmanianum is vernoemd naar de patroonheilige van de studerende jeugd Jan Berchmans (1599, Diest, België).

Jos. en Pierre Cuypers Jr.

De ontwerpen waren Joseph (Jos.)  en Pierre Cuypers Jr. Zij waren zoon en kleinzoon van Pierre Cuypers, die onder andere het Centraal Station in Amsterdam ontwierp en in Nijmegen onder andere de Augustinuskerk.

Krantenartikel 1929

Berchmanianum, Studiehuis der E.E.P.P. Jezuiten aan de Houtlaan te Nijmegen.

Brakkenstein ontwikkelt zich tot een buitenplaats van beteekenis voor Nijmegen, als oud kleine gemeente op zich zelf, verscholen achter het geboomte en grenzend aan de uitgestrekte heide.

Het karakter van Brakkenstein bleef landelijk, als dat van een ruistoord. En in deze streek verrees nu het nieuwe studiehuis, het Berchmanianum der E.E.P.P. Jezuiten, die een halve eeuw hun philosofisch college hadden bestuurd in Oudenbosch.

De architecten, de heeren Joseph en Pierre Cuypers kregen opdracht tot het ontwerpen van een kloek, ruim gebouw, dat langs den weg, aan de Houtlaan een gevelbreedte zou hebben van bijna honderd meter.

Zou zoo’n bouw passen in dit milieu van mooie natuur?

Wie nu de Houtlaan opwandelt, wordt getroffen door de rust, welke er uitgaat van dit stemmige huis van studie en gebed, dat hoort in het landschap, waarin de bouwmeesters het geplaatst hebben.

De toren steekt statig op uit den breeden, vlakken gevel van zachtgelen baksteen- de spits, welke van verre in het vlakke land te zien is, met zijn uurwerk en klok, en als een wachter, welke wijst op den tijd, welke iedere mensch goed te besteden heeft, in navolging van de ijverige studerenden, die hier de philosophie volgen.

***

Het is een aan zijn doel volkomen beanwoordend studiehuis eenvoudig afgewerkt.

De architecten, de heeren Joseph en Pierre Cuypers hadden de taak een nuttig studiehuis met kapel en studiekamers als hoofdcentra te ontwerpen- alle overtolligen franje, iedere onnoodige fraaiigheid moest achterwege blijven.

De inwendige bouw werd mede ontworpen naar inzichten der professoren, die jarenlang Oudenbosch bewoond hadden.

Oudenbosch bleef dan ook voor een deel vormbeeld, maar werd moderner, geriefelijkere, ruimer uitgebouwd.

Sober zou de voorgevel zijn- en deze werd in strakke lijn opgetrokken van gele baksteen, welk door kunstig voegwerk nog levendiger werkt. Geen groote ramen breken de lijn, maar uiterlijk laat de bouwmeester zien hoe inwendig de constructie en de inrichting is.

Ongeveer in het midden van den bouw aan de Houtlaan is het hoofdgangportaal met portiersloge. Hier binnen nadert men spoedig de hardsteenen hoofdtrap, rechts welke leidt naar de verschillende verdiepingen en middellijk verbinding heeft met de verschillende hardsteenen trappen, over den helen bouw verdeeld, en wel zoodanige, dat zij telkens op de vier verbindingspunten van de vier vleugels waaruit de bouw bestaat, als verbindende gewrichten vormen.

Aan den linkerkant van den ingang bereikt men langs een gewelfden kloostergang, waarin het licht vriendelijk valt door lage vensters vijf ruime spreekkamers. Over die verdiepingen zijn in dezen linkervleugel verdeeld de kamers van de professoren bijeengebracht, westelijk afgesloten door de recreatiezaal en leeszaal voor de paters, benevens een eigen bibliotheek en tijdschriftenleeskamer, welke ook openstaat voor professoren en heeren studenten der R.K. Universiteit.

Hier sluit zich aan de Westzijde aan een korte vleugelbouw, waarin over vier verdiepingen de rijke bibliotheek met haar 30.000 boeken, waaronder belangrijke wiegedrukken zijn, is ondergebracht.

De geheele bibliotheek-inrichting is practisch en degelijk- overal worden de ijzeren Lips-boekenrekken gezet, welke makkelijk verplaatsbaar zijn. Langs een wenteltrap komt men van de eene bibliotheek-verdieping op de andere. Overal valt ruim licht binnen. Hier klopt wel het hart van het philosophicum.

Aan de andere zijde van het gebouw in den Zuid-oosthoek, ligt de keuken, het middenpunt der huishoudelijke afdeeling. Doelmatig zonder overdreven lux is deze economie-afdeeling ingericht.

Hier achter, in Noordelijke richting is de onderwijsvleugel geprojecteerd, welke zich uitstrekt over tachtig meter lengte.

Hier liggen op den beganen grond langs een drie meter breeden wandelgang, waarin de morgenzon haar stralen kan werpen, de vier klassen-lokalen.

Deze gang, in warme kleur gehouden een met gewelf van geel-zacht-getinte steen, biedt een geschikte gelegenheid tot wandelen en mediteeren, wanneer het weder niet noodt naar buiten, in den tuin of het bosch.

Tusschen de klasselokalen ligt hier de ontspanningszaal der studenten, welke uitziet op den in Engelsche stijl gehouden binnentuin.

Dezelfde vleugel bevat drie verdiepingen, hier zijn de kamers voor de ongeveer zestig scholastieken die hier hun studie- en slaapkamers hebben. Heel sober en zeer zindelijk is hier alles ingericht. Licht, lucht en zon kunnen overvloedig binnenkomen- zoo goed als alle studiekamers worden bijna den halven dag door de zon beschenen.

Het noord-oostelijk paviljoen bevat over de drie verdiepingen verdeeld, de speciaal ingerichte klasselokalen voor natuurkunde, scheikunde en natuurlijke historie als ook de daarbij behoorende laboratoria en het amanuensis-vertrek. Zalen zijn hier breed en hoog en verlicht ingericht voor de goede opstelling van de natuurkundige instrumenten en de tentoonstelling van natuurlijke historie, waaronder een kostbare vlindercollectie en collecties van geologischen en eufomologischen aard.

De groote zolder gaf nog gelegenheid tot inrichting van eenige slaapvertrekken en verder tot bergplaats voor meubels en koffers en zoovele andere voorwerpen, welke in een groote stichting nodig kunnen zijn.

***

Het lag niet in ’t karakter der stichting om een monumentale, decoratieve hoofdtrap te maken, met dubbele vleugels. Wel is de belangrijkste trap, die de hoofdvleugel, waarin de kapel, flankeert, en dan ook een eenvoudige dienstlift heeft, als toren uitwendig doorgebouwd.

De traptoren ontwikkelt zich naast den verwamingskelder zes meter onder de hoofdverdieping, voert dan langs den refter naar de kapel, naar de zangerstribune, naar den zolder van ’t Patershuis, waarnaast aansluit een reeks slaapkamers van de Broeders; hooger op worden de granieten treden door houten vervangen voor de bediening van de ruimten voor liftmechaniek, uurwerkkamer en de luiklokken. Deze hoofdvleugel bevat in den oostelijken buitenhoek van onder naar boven: de provisiekelders, de keuken. Hooger op volgt de tusschenverdieping met woning voor de Broeders een daarboven voor enkele knechts.

In den hoofdvleugel, rechts van den ingang, aan de hoofdtrap is de kapel- in sobere stijl en vromen toon gehouden. Ook hier is iedere overdadige decoratie vermeden. Het is een devoot-stemmende bidkapel, waarin het zonlicht speelt door fijn-kleurige vensters van Joep Nicolas. Het altaar, middenpunt der kapel, past in den fijnen toon van dit bedehuis, al is het ook opgebouwd van edel marmer-materiaal en met mozaiek verlevendigd.

Voor de kapel ligt de sacristie, waarop vier kleine kapelletjes uitkomen, waarin de in het huis verblijvende priesters de H. Mis kunnen lezen.

Beneden in dezen hoofdvleugel is de groote refter- een zaal van voornamen en toch eenvoudigen bouw.

Degelijkheid en eenvoud en smaak kenmerken dezen kloosterbouw. Soberheid lag immers in den opzet en de uitvoering der plannen. Ook in materiaalkeuze en bewerking daarvan werd luxe vermeden. De baksteen bleef evenwel geen dood materiaal aan dezen bouw. Door kleurkeuze en vermenging van verschillende fabrikaten werd uit- en inwendig één harmonische kleuren-combinatie verkregen.

Vestibulen en gangen met elkaar naar de verschillende verdiepingen door de breede hardsteenen trappen verbonden, kregen een kleurige lambrizeering van verglaasde Waalsteen.

De gewelfde wanden spreken naar buitne, door daar aansluitende lange reeksen van halfcirkelvormige vensters, waarin stalen ramen en glas in lood in strakke geometrische verdeeling.

De bovenste patersgang, niet met steen overwelf, maar afgesloten met een licht gebogen plafond, heeft drieledige vensters geheel rechtlijnig als fries boven al die spannende bogen.

Zoowel de motieven als de kleuren van ’t glas werden op verschillende verdiepingen afgewisseld, teneinde aan de verschillende deelen van ’t groote huis een eigen karakter te geven in verband met plaatselijke bestemming.

Als natuursteen voor trappen en drempels werd gestokt grijs graniet toegepast.

De dakbedekking is van verbeterde Hollandsche pannen.

In stichtingen van dit karakter worden aan de houten vloeren zeer zware eischen gesteld in lokalen van allerhande karakter. Toegepast werd hier het systeem der lift-vloeren, die vooraf machinaal zijn gedroogd, zoodat zij ook bij de centrale verwarming in de wintermaanden geen open naden vertoonen.

De muren en plafonds zijn in hoofdzaak wit gehouden.

In zalen en kamers is een lint met keimsche mineraalverf op de wanden aangebracht. In de groote zalen werd meer rust verkregen door zeer eenvoudige vlakke houten lambrizeering tegen de wanden, wat vooral b.v. in sacristie en refter opvalt.

De entourage van het Studiehuis is landelijk en blijft in stijl met Brakkenstein door nog meer boomen-aanplant.

Tusschen de drie uiterlijke vleugels, waarin de vijf blokken van den bouw liggen, wordt een eenvoudige tuin aangelegd met een vijver tusschen verlaagde wandelpaden als midden-motief. Deze tuinaanleg sluit dadelijk aan bij de frissche dennenbosschen, welke het geheel omgeven. Zoo kreeg men een rustgevend  geheel.

Zoo voor paaters als studenten, welke laatste hier hun philosofische studiën afmaken en tevens lessen ontvangen in natuur- en scheikunde en biologie.

Sommige volgen nog lessen aan de R.-K. Universiteit.

Deze studie duurt drie jaar. Van het Berchmanianum te Nijmegen gaan de studenten meestal eenige jaren naar een college als leeraar of surveillant, om dan nog vier jaar theologie te volgen in Maastricht.

Rector van het Berchmanianum is de bekende pater G. Lamers S.J., leider van het tijdschrift “Dux” en minister is de Zeereerw. Pater Spijker S.J.

***

Architecten van dezen studiehuisbouw zijn, gelijk wij reeds schreven, de heeren Jos. en Pierre Cuijpers; aannemer was de heer H. van Kessel, uit Nijmegen, die de bouwwerken flink en vlot uitvoerde.

De verschillende technische installaties werden uitgevoerd naar de plannen en onder leiding van ir. J.W. Engelengen, te Amsterdam.

De verwarmingsinstallatie werd aangelegd door de Firma Hunek (of Hunec?) te Amsterdam; de electrische installatie door de Firma Paassens, te Amsterdam. Als hoofd-opzichter fungeerde de heer Van Berkel, bijgestaan door den heer Bottelier, die beiden hun taak met toewijding vervulden.” (De Gelderlander 9/2/1929 met veel foto’s)

Rijksmonument

Het pand is een Rijksmonument sinds 2002 met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving te vinden): “

  • Van architectuurhistorische waarde als een goed, vrij gaaf en zeldzaam voorbeeld in ex- en interieur van een studiehuis voor jezuïeten in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse school en de Art Deco. Het studie huis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een markante hoofdvorm, goede verhoudingen en een bijzondere detaillering, ornamentering en materiaalgebruik.
  • Van stedenbouwkundige waarde vanwege de afmetingen en de markante ligging aan de Houtlaan.
  • Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk de stichting van de Katholieke Universiteit en vanwege de verschijningsvorm, welke verbonden is met de bouwtypologie van de orde der jezuïeten die geen kloosters bouwt, maar “huizen”.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Pierre_Cuypers_jr.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.