Tollenstraat 211 Willemskwartier

Op het moment dat Willem Jan Muller zijn tricotfabriek in Nijmegen begint, is hij ten opzichte van Nederland al vrij laat. Een tricot- of tricotagefabriek wil niets anders zeggen dan ‘breifabriek’, tricotage het franse werkwoord voor breien. Hoewel Willem Jan Muller slechts enkele jaren aan de fabriek verbonden zal zijn, zal de fabriek zelf ongeveer 70 jaar blijven bestaan. Tegenwoordig is de fabriek verbouwd tot appartementen.
De eerste 10 jaar

| Naam | Wanneer | Personen | Opmerking | |
| 1902 of 1903 | Willem Jan Muller | Op basis advertentie in 1905 mogelijk Stoombreierij ‘Beltweg’; echter: in 1903 vraagt Muller vergunning voor gaskrachtwerking gedreven inrichting aan | ||
| Vennootschap Onder Firma “W. J. Muller en Co” | 1-8-1904 – 28-12-1909 | Willem Jan Muller | Joseph Bloemen | |
| Naamlooze Vennootschap “Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en Co” | 22-2-1910; overname 24-2-1910 | Joseph Bloemen (directeur) | H.H.G. Langemeijer (commissaris) | |
| 1912? | Anton Schretlen Jr. (directeur) | Vanaf 1912 komt Schretlen als directeur voor; Bloemen vertrekt in 1912 naar Wijchen en zijn rol lijkt dan uitgespeeld | ||
Muller ondertekent op 25 juli 1903 bij de notaris de koop van een stuk landbouwgrond in de gemeente Hatert, Sectie C. 1519. Hij krijgt op 14 augustus van dat jaar een voorwaardelijke vergunning “tot het oprichten van eene door een gaskrachtwerking gedreven inrichting voor het maken van tricot-goederen, op het perceel aan den weg naar de mestbergplaats, Hatert, Sectie C. No 1519” (De Gelderlander 21/8/1903).
Vanaf 1922 heet deze weg de Tollensstraat, en vanaf 1904 tot 1922 de Beltweg. Bij de aanvraag werd deze weg omschreven als “gelegen aan den weg, loopende van den Graafschen weg, langs de mestbergplaats der gemeente, naar de St. Annalaan.” (PGNC 16/7/1903).

Het betreft een werkplaats met kantoor. De bouwvergunning werd verleend “aan metselaar Johannes Pouwels, Floraweg 77, ten behoeve van de bouw van een breifabriek voor eigenaar W.J. Muller, van Spaenstraat 35.” (Rob Essers)
Het bord bij het 50-jarig bestaan noemt de datum 1902. De eerste fabriek is gebouwd in 1903, maar het is mogelijk dat Muller al in 1902 begonnen is met zijn bedrijf.
Willem Jan Muller is geboren op 27-10-1866 te Uithuizen en overleden 21-1-1924 te Nijmegen. Op 17 januari 1898 schrijft Willem Jan Muller (27 oktober 1866, Uithuizen) zich in Nijmegen in. Hij is dan afkomstig uit Groningen met als beroep ‘reiziger’.
In ieder geval vanaf het moment dat hij samen met Bloemen de V.O.F. heeft opgericht, produceert de fabriek in ieder geval ook kousen. Bloemen is een rooms-katholiek koopman, afkomstig uit Venlo. Zij heffen de V.O.F. eind 1909 weer op, waarbij Bloemen het recht verkrijgt om het bedrijf onder dezelfde naam voort te zetten.
In 1910 richt Bloemen de Naamloze Vennootschap op met Langemeijer. Deze N.V. neemt zowel de fabriek als de hypotheekschuld van de V.O.F. over.

Een grote uitbreiding vindt plaats in 1912. Dan wordt het gebouw met de drie “sheddaken” (de driehoekjes) gebouwd.
Een bewijs van aandeel is te vinden op Noviomagus.
Voor een uitgebreidere toelichting op deze namen: zie de Bijlage.
Anton Schretlen Jr
(Antonius D.H.M. Schretlen, 24-12-1886)
In 1912 komt Anton Schretlen Jr. voor als directeur. Hij lijkt rond deze tijd de fabriek te hebben overgenomen. Tot nu toe heb ik (RE) nog geen acte gevonden of vanaf welk moment hij exact betrokken is. De eerste (door mij) gevonden melding is op 30-11-1912. Vanaf die tijd komt Anton Schretlen Jr voor als directeur der N.V. Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en Co. Het betreft een vergunning tot uitbreiding van de door gaskracht gedreven tricotfabriek.
Bij het overlijdensbericht (De Volkskrant , 19-05-1964) van Schretlen Jr staat dat hij bijna 50 jaar bij de fabriek actief is geweest als directeur en als president-commissaris van de N.V..
“Eerste steen”
Bij de ‘eerste steen in 1919 staat Anton Schretlen Jr. Aangezien Schretlen op meerdere plaatsen Jr wordt genoemd, is het vrij aannemelijk dat de eerste steen naar hem verwijst. (Hoewel minder waarschijnlijk, is een andere mogelijkheid dat de ‘Jr’ verwijst naar zijn zoontje-Antonius J.D.M. Schretlen (26/1/1914)- die toen 5 jaar was).
Elektriciteit
Op 3-1-1913 krijgt de fabriek vergunning voor het maken van een aanbouw en het plaatsen van een electromotor van 5 P.K. en een electro-motor van ½ P.K. Dit is de (door mij) eerst gevonden melding dat er van elektriciteit gebruik wordt gemaakt in plaats van gas.
Ook op 29 februari 1916 krijgt zij vergunning tot uitbreiding “ van de door electriciteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van tricotgoederen” (De Gelderlander 3/3/1916)
Uitbreiding
Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen (directeur der Naamlooze Vennootschap Tricotfabriek Th.W.J. Müller en Co) koopt op 8/5/1916 van Thedorus Faazen (waarvan Muller reeds een stuk grond had gekocht voor zijn fabriek) voor de NV een stuk bouwland aan, “nabij den Beltweg, Hatert, sectie C. 4337. groot honderd elf centiaren” Daarnaast wordt die dag van de gemeente Nijmegen Hatert C. 4335 gekocht.
Broers
Rond 1917 komen 2 broers van Schretlen Jr. eveneens voor bij de tricotfabriek: Carolus als commissaris van de fabriek, Franciscus als ‘bedrijfsvoerder’.
C.L.A. Schretlen
Carolus Leonardus Antonius Schretlen, bankier wonende te Nijmegen, blijkt uit 2 actes uit 1916 commissaris in de NV te zijn. Carolus L.A.M. Schretlen (23/2/1885), ‘Commissaris in effecten’, oprichter van de bank Schretlen & Co
F.A.M. Schretlen
In het Provinciaal verslag staat F.A.M Schretlen in ieder geval voor de jaren 1917 en 1919 als ‘bedrijfsvoerder’. Waarschijnlijk betreft het eveneens zijn broer, Franciscus Antonius Maria Schretlen (18-8-1891, Oestgeest).
Werknemers
In de Provinciale Verslagen eind jaren 10 zijn voor een aantal jaren het aantal medewerkers gevonden.
| Volwassenen | Kinderen | Totaal | |||
| M | V | M | V | ||
| 1914 | 4 | 32 | 38 | 74 | |
| 1915 | 1 | 48 | 19 | 68 | |
| 1917 | 1 | 33 | 28 | 62 | |
| 1919 | 8 | 46 | 1 | 16 | 71 |
Getal arbeiders, Provinciale Verslagen 1914, 1915, 1917, 1919 (1916 is vooralsnog niet gevonden, totalen door RE)
Medewerkers blijken vrijwel uitsluitend uit vrouwen en meisjes te bestaan.
Vervolgens blijkt het aantal medewerkers in 1915 en 1917 te zijn gedaald. In ieder geval is de Eerste Wereldoorlog een van de redenen: juli 1917 maakt de fabriek bekend dat het aantal medewerkers zal worden ingekrompen vanwege het gebrek aan garen.
In de loop der jaren verschijnen een aantal advertenties voor personeel. Er is niet gestreefd naar compleetheid.
| Advertentie | Omschrijving |
| De Gelderlander 1/4/1909 | Fatsoenlijke meisjes, niet beneden 14 jaar |
| De Gelderlander 22/6/1913 | bekwame breisters eenige Leerlingen |
| De Gelderlander 9/7/1916 | Aankomende naaisters |
| De Gelderlander 21/8/1920 | Meisjes, 14-17 voor Afwerken Meisjes, 17-20 voor Spoelafdeling enige huiswerksters |
| De Gelderlander 31/10/1922 | Nette meisjes, 16-18 jaar |
| De Gelderlander 31/5/1926 | Spoelsters |
| De Gelderlander 21/4/1928 | Nette meisjes, circa 16-20 jaar |
| De Gelderlander 2/7/1929 | Nette meisjes, 14-17 jaar |
| De Gelderlander 24/9/1929 | Nette meisjes, voor atelierwerk |
| De Gelderlander 24/4/1937 | Huiswerksters die goed kunnen borduren |
Herkomst garen
De berichten over het garentekort maken tevens duidelijk hoe de fabriek haar garen inkocht:
“wegens het niet ontvangen van garens uit Engeland, gedeeltelijk in beslag genomen en gedeeltelijk niet vrijgegeven, alsmede wegens de onmogelijkheid om hier te lande voldoende garens te verkrijgen, de werkdag te beginnen met de volgende week aanmerkelijk zal worden ingekrompen en aan verscheidene leden van het personeel ontslag moet worden gegeven.” (PGNC 13/7/1917)
De Vereeniging van Brei- en Tricot- fabrikanten meldde de dreiging van gebrek aan garens reeds in februari 1916: voor de oorlog werden katoenen garens vrijwel uitsluitend van Duitse spinnerijen betrokken. Nu zijn de bedrijven aangewezen op Nederlandse spinnerijen. Deze hebben echter onvoldoende aanvoer vanuit Oot-Indie. ( PGNC 24/2/1916) Engeland heeft hiervan grote voorraden, maar wil deze niet vrijgeven. (Limburger koerier, 16-07-1917)
De eerste jaren van de fabriek: bij het 12,5 jarig jubileum van directrice Quis
De Gelderlander geeft in haar artikel van 16-4-1920 een beeld hoe de eerste jaren van de fabriek zijn verlopen. De aanleiding is het 12,5 jubileum van mejuffrouw Quis, directrice van de meisjesafdeling:
“In 1912 ontwikkelde deze nijverheid zich in bescheiden bloei in een onaanzienlijk fabriekje. En thans in 1920?
Daar is gekomen een fabrieksgebouw, van ruim driemaal de omvang van dat in 1912; daar werkt thans een vrouwelijk personeel van in de honderd personen en daar worden thans wollen en katoenen goederen vervaardigd, welke èn in keurige afwerking èn in degelijke samenstelling en hoedanigheid volkomen den toets van de buitenlandsche concurrentie kunnen doorstaan.
Fabriceerde men aanvankelijk grove kousen en sokken, thans heeft de directie de nijverheid op veel hooger plan gebracht door de vervaardiging van fijn wollen baby artikelen, jersey’s, shawls, enz.
Met uitbreiding en verbetering deze industrie had de tegenwoordige directie, de heer A. Schretlen, ook oog voor sociale en hygiënische verbeteringen in deze nijverheid.
Ruime werklokalen, waar de weef- en naaimachines snorren, werden gebouwd, nieuwe kantoren ingericht – kortom de nieuwe fabriek werd een modelinrichting, waarover de gezondheidscommissie haar lof uitsprak en waar leiders en personeel, in de beste verstandhouding samenwerken tot bloei van het bedrijf en tot welvaart der geëmployeerden. En dat de verstandhouding tussen leiders en personeel uitstekend is, kwam gisteren duidelijk naar voren bij de herdenking van het twaalf en halfjarig feest der directrice van de meisjesafdeeling, mej. M. Quis.”
Vervolgens gaat het artikel in hoe de feestdag verliep, waarbij A. Schretlen de feestrede deed. Het artikel sluit af met:
“Op deze tak van nijverheid komen wij, wanneer de fabriek met de nieuwste machines is geïnstalleerd, nader terug.
Duitschland, dat zijn machines niet afzendt, houdt ook hier grootere uitbreiding, vollediger bloei, tegen”. (De Gelderlander 16/4/1920)
Deze mejuffrouw A.M. Quis woonde op Jan van Galenstraat 61 (Adresboeken 1922, 1924, 1926)
Een kijkje in de fabriek 1940
Hoe de fabriek zich tot 1940 heeft ontwikkeld, wordt vervolgens duidelijk wanneer de Gelderander de fabriek bezoekt: “Dezer dagen hadden wij het genoegen eens een kijkje te kunnen nemen in het bedrijf van de N.V. Tricotfabriek v.h. W.J. Muller & Co. aan de Tollensstraat alhier, waar wij door de Directie werden ontvangen, die ons op uitvoerige wijze de fabricage van gebreide bovenkleeding, want ondergoederen worden daar in het geheel niet gemaakt, heeft getoond.
Wij hebben daar gezien het geheel eonstaan dezer tricotartikelen vanaf het ontpakken der balen garens tot de verzending der gereedgekomen goederen. Het is interessant het verloop dezer fabricage, waaraan vele moeilijkheden zijn verbonden, te volgen. Reeds de verschillende soorten naalden, waarmede in de machines gewerkt wordt, zijn een interessant deel der machines, die buitengewoon fijn moeten worden afgesteld, wil men een mooi glad breiwerk zonder fouten bereiken. Dat hierbij de hoedanigheid van de te verwerken garens ’n groote rol speelt, is duidelijk. Daarom worden alleen garens van de beste kwaliteiten gebruikt. Wanneer dan op de machines het garen tot lappen of tricotstof verwerkt is, meestal met zeer mooie jaquarddessins erin, worden deze lappen het confectie-atelier tot goederen verwerkt. De breimachines, vooral de jaquardmachines voor het maken van de dessins, zijn zeer gecompliceerd en fijngevoelig. Deze machines kunnen dan ook alleen bediend worden door zeer handige en oplettende meisjes, die vaak me voldoening op hun product terugzien, vooral, wanneer de smaakvolle kleurschakeeringen zich bij het uitnemen der stukken uit de machine, toonen.
Na nauwkeurige contrôle wat gewicht, lengte, breedte, breiwerk, etc. etc. betreft, worden deze lappen dan naar het confectie-atelier overgebracht, waar een uitgebreide staf van knipsters, naaisters, borduursters, afwerksters het product verder afwerken en pasklaar maken.
Door middel van de meest moderne naaimachines, waarbij veel handwerk beoefend wordt, komt het artikel gereed. Vooral het in verschillende fijne tinten mooi uitgevoerde handborduurwerk eischt de grootste zorg en leiding, terwijl tevens aan een prima pasvorm de grootst mogelijke accuratesse wordt gegeven.
Dit alles eischt vooral vakkundig personeel, dat door bekwame leiding op het atelier hiervoor wordt opgeleid.
Handige meisjes vinden dan ook hier met aangenaam en echt vrouwelijk werk een broodwinning. Verder krijgen zij, die met animo dit werk verrichten voor hun verdere leven groote routine in het afwerken, borduren en opmaken van kleedingstukken, iets wat menig huisvrouw hun zal benijden.
Ten slotte passeert elk stuk een dubbele controle naar maat, afwerking, pasvorm etc. om dan via de expeditieafdeelng uitsluitend zijn weg naar den handel te vinden.
Het fabricaat bestaat alleen uit gebreide bovenkleeding als kinderpakjes en jurkjes, truien, slobpakjes en pullovers met bijpassende sportkousen voor jongens en heeren en slipovers voor dames, jumpers en vesten, alles in de meest smaakvolle modellen, modernste tinten en kleurcombinaties. Wj zagen hier de prachtigste proeven van deze speciale njverheid.
De werkzaamheden worden verricht onder deskundige leiding in goed verlichte en luchtige ruimten. Het geheel ademt orde en netheid.
We hebben hier een specifieke nijverheid, welke in Nijmegen ook een deel van de welvaart draagt, maar tegelijk bij onze jonge meisjes goeden, fijnen zin voor kunstnijverheid en prachtvol werk bijbrengt.” (De Gelderlander 10/2/1940)
Na de Tweede Oorlog

Na de Tweeede Oorlog verschijnen in eind jaren 40 en jaren 50 nog een aantal personeelsadvertenties. Een interessant artikel met een aantal interviews met oud-medewerkers staat in ‘Hart van de Wijk’, blz 28-29.
In de jaren 70 wordt het bedrijf overgenomen door Dombo, welke in 1983 failliet gaat. Daarna zat tot 2011 de sportschool Noviomagum in het pand. In 2013 is het pand verbouwd tot appartementen.

Bijlage
Willem Jan Muller
Willem Jan Muller is geboren op 27-10-1866 te Uithuizen. Zijn vader is Rudolph Johannes Petrus Muller, geneesheer en zijn moeder Helena Elisabeth Sormani.
Hij woont dan in bij Johannes Hubertus Reijnen, winkelier in manufacturen, Broerstraat A (doorgehaald) 5. Als aanmerking ‘Naar A2 blz 214’ (Dit is Gerard Noodstraat 38)

Het adres is dan Gerard Noodstraat 38. Als beroep staat ‘Handelsreiziger’. Als aanmerking staat ‘van A12, blz 259’.
Op 30 juni 1898 schrijft Elisabeth Elerie zich in in de gemeente Nijmegen op dit adres, afkomstig uit Usquert, waar ze geboren is op 2 juli 1871. Beiden zijn RC (Rooms-katholiek)
In het Bevolkingsregister van 1900 staat het adres Gerard Noodtstraat 38 doorgehaald en vervangen door Van Spaenstraat 35 (A-21-125). Zijn beroep Handelsreiziger is doorgehaald en vervangen door -agent.
In het Bevolkingsregister van 1910 staat Muller als Handelsagent. Het adres Van Spaenstraat 35 is doorgehaald en vervangen door 1/1 21 St Annastraat 95. https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=11-1&index=6&imgid=2311796081&id=2311796079
- Helena Josephina Johanna Frederica Muller, geboren op 14 maart 1899 te Nijmegen staat hij vermeld als 32 jaar oud, handelsagent van beroep https://www.openarch.nl/gld:BAE6CF52-6830-4C5A-BDC6-03A48FEBE636
- Bij geboorte Rudolphus Johannes Petrus Josephus Muller, geboren op 15 november 1904 te Nijmegen, dan 38 jaar oud, koopman van beroep
- Bij de geboorte van Johanna Margaretha Berendina Josephina Muller, geboren op 20 mei 1907 te Nijmegen staat hij als Willem Jan Muller, 40 jaar oud, koopman van beroep (moeder Elizabeth Elierie, zonder beroep) https://www.openarch.nl/gld:4E8FE5AA-E39D-4861-85AC-E44EF28B119C
- Bij overlijden Rudolphus Johannes Petrus Josephus Muller, 4 jaar oud, zonder beroep op 17 november 1908: fabrikant van beroep
- Bij overlijden Johanna Maria Josepha Muller, 3 jaar oud, zonder beroep op 27 december 1914: fabrikant van beroep
- Bij zijn overlijdensopgave bij de gemeente, overleden op 21 januari 1924, 57 jaar, overleden te Nijmegen: handelsagent
Vennootschap onder firma W.J. Muller en co
Op 1-8-1904 richten Muller en Bloemen de Vennootschap Onder Firma “W. J. Muller en Co” op. In ieder geval blijkt het vanaf dat moment een kousenfabriek.
Op 28-12-1909 vindt de ontbinding plaats van de Vennootschap onder firma W.J. Muller en Co. Bloemen houdt daarbij het recht de firma onder dezelfde naam voort te zetten (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2434763912)
Joseph Bloemen
Joseph Jean Vincent Hubert Bloemen (Venlo 27 september 1860 – Wijchen 17 januari 1936)
is een koopman afkomstig uit Venlo. Wanneer hij zich op 16 december 1904 vanuit Venlo zich in Nijmegen vestigt, staat er als beroep “fabrikant in kousen”. Zijn adres is Berg en Dalscheweg 139, op een later tijdstip vervangen door Graafseweg 66. Bij “B24-28” is de 28 doorgehaald en vervangen door 229 (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311770570).
Zie voor Bloemen en de Graafseweg 66:
https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Graafseweg66/Graafseweg66.html
Naamlooze Vennootschap ‘Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en co’
Op 22 februari 1910 is de Naamloze Vennootschap ‘Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en co’ opgericht. Hiervan is J. Bloemen directeur en H.H.G. Langemeijer (Hermanus Hendrickus Gerardus Langemeijer) commissaris. Van het kapitaal van f100.000,- is f25.000,- geplaatst. Het doel is het ‘behalen van winst, door het koopen, verwerken en verhandelen van wollen garens en der daaruit vervaardigde fabrikaten in den meest uitgebreiden zin.’

Bloemen verkoopt de fabriek aan deze NV op 24-2-1910. Hij handelt daarbij voor zichzelf en als lasthebber van Muller. Deze NV neemt tevens de schuld over die de VOF bij de Waalsche Bank Kneppers en Cie had.
https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=9-1&index=3&imgid=2469565812&id=2434765353 Op 3 september 1912 vertrekt Bloemen naar Wijchen. Hij heeft daar in ieder geval in 1922 met zijn zoon een kousenfabriek. Wanneer hij deze is gestart, heb ik (RE) nog niet kunnen achterhalen.
H.H.G. Langemeijer
Hermanus Hendericus Gerhardus Langemeijer

H.H. G Langemeijer is geboren op 23-10-1856 te Leeuwarden. Hij is rooms-katholiek en ‘zonder beroep’. Hij vestigt zich op 30-9-1907 in Nijmegen op St Annastraat 36 en is dan afkomstig van Bemmel.
Via erfenis/overdracht is Langemeijer in 1881 samen met zijn zwager enig eigenaren geworden van de winkel Gebroeders Langemeijer in Leeuwarden. Ooit begonnen als manufacturen, verkoopt de winkel ook meubels, tapijten, gordijnen, behangsel en bedden. In 1897 stoppen zij met de manufacturenhandel om zich te richten op meubels. In 1902 wordt met de firma gestopt.
Hij woont volgens de adresboeken van 1908 t/m 1912-1913 op St Annastraat 36. Daarna is hij verhuisd naar Slichtenhorststraat 120 (adresboeken 1914 t/m 1916).
Op 23 juni 1917 verhuist hij naar Leeuwarden. Op 24 september 1927 overlijdt hij te Tilburg.
Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen
Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen is geboren op 24-12-1886 in Oestgeest en overleden op 15-5-1964 te Nijmegen. Zijn vader was Antonius D.D. Schretlen (11/7/1847), “zonder beroep” bij vestiging in Nijmegen https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=15-1&index=3&imgid=2311630767&id=2311630765
Overigens: In Nijmegen kennen wij zijn grootvader D.A. Schretlen vooral van de gasfabriek. Het van oorsprong Leidse bedrijf was aanvankelijk opgezet om machines voor textielfabrieken te maken, hoewel zij daarmee weinig succes had.

Antionius D. H.M. Schretlen verhuist op 11-8-1898 met zijn ouders vanuit Leiden naar Nijmegen, Berg en Dalscheweg 56 (later vervangen door 158). Op 5-3-1907 vertrekt hij naar Rotterdam.
Op 28-3-1907 staat hij ingeschreven in Rotterdam (Boomjes 38 is gew 38e bij Kuipers) (https://stadsarchief.rotterdam.nl/zoeken/resultaten/?mistart=100&mivast=184&mizig=100&miadt=184&miamount=20&milang=nl&misort=an%7Casc&miview=tbl&mizk_alle=Antonius%20Schretlen%20&miaet=1 ) met als beroep ‘kantoorbediende’. Op 10-11-1909 vertrekt hij weer naar ‘ambtsh. contr. Nijmegen).
Hij vestigt zich op 8-4-1911 weer in Nijmegen, Van Schevichavenstraat 13. Als beroep staat ‘fabrikant’ aangegeven. Hij is dan afkomstig uit Bremen, na aanvankelijk weer bij zijn ouders te hebben gewoond (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=0-1&index=23&imgid=2311769324&id=2311769322). Hij verhuist naar Hersteeg? 130. Daarvoor staat 1/1 ’21: de datum van verhuizing? Als aanmerking ‘Van A49-150’ (Bevolkingsregister 1910).
Zijn vrouw, Isabella J.M. de Groot (27/3/1887), getrouwd op 10-4-1913 en vestigt dan zich in Nijmegen. Ze is dan afkomstig uit Rotterdam (waar ze ook getrouwd zijn) en waar geboren is.
Bij het overlijdensbericht (De Volkskrant , 19-05-1964) van Schretlen Jr staat dat hij bijna 50 jaar bij de fabriek actief is geweest als directeur en als president-commissaris van de N.V..

Carolus L.A.M. Schretlen
Carolus L.A.M. Schretlen (23/2/1885) of Karel, ‘Commissaris in effecten’, oprichter van de effeccten bemiddeling Schretlen & Co.. Het is vooralsnog onduidelijk of de bank betrokken is bij de tricotfabriek, of dat de Schretlen-familieleden (ook F.A.M. blijkt een rol te spelen) als individueel persoon betrokken waren bij de fabriek. Het is opvallend dat “Maria” niet staat vermeld, terwijl Carolus in (vrijwel) alle door mij gevonden) actes “Maria” wel gebruikt. Hij woont vanaf 1915 weer in Nijmegen https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=5-1&index=0&imgid=2311803651&id=2311803649 )? https://studiezaal.nijmegen.nl/zoeken/groep=Personen%20en%20locaties/Vrij_zoeken=Carolus%20Schretlen/f_filterNTSoort=Bevolkingsregister/f_filterCollectie=Personen%20en%20locaties/pagina=1/aantalpp=20/?nav_id=2-0
In de adresboeken van Hilversum 1913 en 1915 komen een aantal variaties voor ten aanzien van Graaf Florislaan 22: C.L.A., K.L.M, C.L.A.M. (In 1915 komt ook broer F.A.M. op dit adres voor)
F.A.M. Schretlen
In het Provinciaal verslag staat F.A.M Schretlen in ieder geval voor de jaren 1917 en 1919 ‘bedrijfsvoerder’ te zijn. Waarschijnlijk betreft het eveneens zijn broer, Franciscus Antonius Maria Schretlen (18-8-1891, Oestgeest).
In het Adresboek van Hilversum van 1915 heeft hij hetzelfde adres als Carolus (Graaf Florispad 22). In 1924 komt hij voor in het Adresboek Nijmegen op Hazenkampscheweg 122.
Bronnen
Bevolkingsregister 1890
(https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=26-1&index=5&imgid=2311850758&id=2311850756 )
https://www.openarch.nl/ran:DF3C4524-806A-4958-BB6C-DC33C2A6A2A5
https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311800605
https://www.openarch.nl/rat:0545d170-3863-11e0-bcd1-8edf61960649
(https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=3-1&index=43&imgid=2325788138&id=2284558825
https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/7648644
Overlijdensverklaring Willem Jan Mulder:
Adresboeken
1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1914, 1915, 1916, 1922, 1924, 1926
De Gelderlander
25-1-1908, 23-1-1916, 16-4-1920
Leeuwarder courant, 03-06-1881
Nederlandsche staatscourant , 09-03-1910
De nieuwe courant, 09-03-1910: https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=tricotfabriek+muller&coll=ddd&sortfield=date&page=3&identifier=MMKB15:000782114:mpeg21:a00024&resultsidentifier=MMKB15:000782114:mpeg21:a00024&rowid=8
Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant (PGNC)
13-3-1910, 30-11-1912, 6-1-1913, 03-03-1916, 13-7-1917
De Volkskrant , 19-05-1964
Provinciale Verslagen:
Provinciale Verslagen 1914 (927 p.) pagina 558 / 559:
Provinciale Verslagen 1915 (863 p.) pagina 564 / 565:
1917 (961 p.) pagina 466 / 467:
Provinciale Verslagen 1919 editie 1: Verslag van den toestand der Provincie Gelderland gedaan aan de Provinciale Staten van dat gewest door de Gedeputeerde Staten in de Zomerzitting van het jaar 1920 (653 p.) pagina 554 / 555:
Adresboeken Hilversum
https://nl.wikipedia.org/wiki/Schretlen_%26_Co
https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/T.html
Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211) http://docplayer.nl/44143574-Nijmegen-midden-9-tollensstraat-211.html)
https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0268.BP2009-VG01/t_NL.IMRO.0268.BP2009-VG01.html
http://www.willemskwartiernijmegen.nl/drupal/node/712
https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Graafseweg66/Graafseweg66.html
“Gebrs. Langemeijer, Leeuwarden“, Sake Meindersma, 2021 https://docplayer.nl/223029455-Gebrs-langemeijer-leeuwarden.html
“De Leidse fabriekskinderen: Kinderarbeid, industrialisatie en samenleving in een Hollandse stad, 1800-1914”, proefschrift Cornelis Bernardus Antonius Smit, 2014 https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/297585
“Nieuw Nijmegen: 1870 – 1970”, Prof. Dr. Joh. de Vries, 1969