Ooijpolder in winterzon (december 2025)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen

De Geschiedenis en Natuur van de Stadswaard en Ooijpolder

Ooijpolder in winterzon (december 2025)
Ooijpolder in winterzon (december 2025)

Pal naast de Nijmeegse binnenstad ligt het prachtige natuurgebied van de Stadswaard en de Ooijpolder.

Voor de aanleg van de brug Ooypoort lag de verbinding in de Ooijpolder, bij het oude station.

In de loop der tijd zullen hier artikelen over de Stadswaard en Ooijpolder worden toegevoegd.

Ooypoort, maart 2023

De Ooypoort

De Ooypoort verbindt de Waalkade met de Stadswaard/Ooijpolder; de stad met de natuur. Het ontwerp is van Olaf Gipser uit 2013.

Lees Meer
Sleutels aan de Ooypoort (september 2024)
Sleutels aan de Ooypoort (september 2024)

’t Meertje en Woonboten

Woonboten t Meertje bij laag water, oktober 2023
Woonboten t Meertje bij laag water, oktober 2023

Het water onder de Ooypoort dat in de Waal uitkomt en waar aan de andere kant woonboten, wordt ’t Meertje genoemd.  Oorspronkelijk was ’t Meertje de loop van de Rijn (de Waal bestond nog niet als dusdanig). Vanuit Duitsland liep het onder de stuwwal door en kwam oorspronkelijk uit ter hoogte van de huidige Waalbrug.

Bij de aanleg van de Waalbrug is de uitmonding van ’t Meertje verlegd naar de huidige ligging. Daarbij is een wat grotere inham gegraven, waar nu woonboten liggen. Sinds 2009 heet het water officieel ’t Meertje.

Tegenwoordig is ’t Meertje de afwatering van onder andere de Duffelt en de Ooijpolder via het Hollandsch-Duitsch gemaal.

Bron:

Het Meer (wetering), Wikipedia

De Stadswaard

Stadswaard met op de voorgrond de Ooypoort (september 2024)
Stadswaard met op de voorgrond de Ooypoort (september 2024)

Sinds 2005 valt de “Stadswaard” onder het beheer van Staatsbosbeheer. Daarbij was de grond van boeren gekocht of geruild met grond dat achter de dijken ligt. De grond was daarbij in gebruik als weidegrond: vrijwel jaarlijks overstroomt dit gebied, zodat het voor andere landbouwtoepassingen sowieso niet geschikt is.

Vanaf dat moment mag het gebied verwilderen. Daarbij zijn Galloway runderen en Konikspaarden uitgezet om het gebied te begrazen (ik weet niet of vanaf 2005 meteen deze rassen zijn ingezet).

Het gebied is tot stand gekomen in een samenwerking tussen provincie Gelderland, de gemeente Nijmegen, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is daarbij verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en ecologie van de rivier

Recreatie

De Stadswaard wordt gezien als een “voorportaal” van de Ooijpolder door Nijmegenaren. En dat is ook een bewuste keuze van het beheer geweest: daarmee wordt de druk op “andere, ecologisch meer waardevolle natuurgebieden in de Ooijpolder” vermindert. (Duurzame kleiwinning)

Naast wandelgebied is de Stadswaard ook in gebruik door haar Waalstrandjes, waar mensen op mooie dagen zonnebaden. Daardoor is ook een deel van het strandgebied afgezet voor de grote grazers. Ook voor 2005 waren deze stadsstrandjes overigens in gebruik, al dan niet officieel.

Nevengeul ’t Zeumke

Brug 't Zeumplankje (augustus 2025) Stadswaard Ooijpolder
Brug ’t Zeumplankje (augustus 2025)

In 2016 en 2017 werd in de Stadswaard een nevengeul van 1 kilometer afgegraven, zodat de oude hoogdynamische rivierdynamiek terugkeert (Duurzame kleiwinning). Deze kreeg de naam ’t Zeumke, vernoemd naar een oude waterloop. De opening vond 17 november 2017 plaats.

Een deel van de afgegraven klei is gebruikt om een vluchtplaats voor hoogwater voor grote grazers bij de Vlietberg aan te leggen.

Brug ’t Zeumplankje

brug 't Zeumplankje Ooijpolder (oktober 2023)
brug ’t Zeumplankje Ooijpolder (oktober 2023)

’t Zeumplankje is de brug over de uitgegraven nevengeul van de Waal. Het was een ontwerp van ipv Delft: “de voetgangersbrug, die zich karakteriseert als natuurlijke eenvoud: in essentie is het een betonnen plank op nonchalant geplaatste palen. Met landschappelijke charme, uiteraard.” Een brug zonder “poespas”, zodat alle aandacht naar het water en het landschap gaat. Daarbij koos ipv Delft voor een ruwe afwerking van de betonpalen, de houtnerven van de bekisting zijn nog op de randen te zien en het brugdek is alleen opgeruwd om slippen te voorkomen. Ook lijken de palen lukraak geplaatst te zijn.

Overstromingen

Bij het ontwerp is rekening gehouden dat het gebied periodiek overstroomt: het brugdek is licht gebold aan de bovenzijde. Hierdoor kan het water makkelijker passeren als het water stijgt en eveneens wanneer het water later weer zakt. Daarbij heeft de brug geen opstaande randen of goten, zodat water en vuil zich daar verzamelen. Door de materiaalkeuze en ontwerp is de brug vrijwel onderhoudsvrij en zal naar verwachting 80 jaar meegaan.

Blaadjes op de brug 't Zeumplankje, Ooijpolder, oktober 2023
Blaadjes op de brug ’t Zeumplankje, Ooijpolder, oktober 2023

Op het veerooster zijn stapvlakken in de vorm van wilgenbladeren gemaakt. Deze dragen zowel bij aan de functionaliteit van de brug als de uitstraling.

Ook is de naam van de brug uitgesneden.

Naam ’t Zeumplankje

De naam is bedacht door de 7-jarige Sebastian Sap, die de brug in 2017 ook mocht openen.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/brug-t-zeumplankje-in-stadswaard-is-geopend~a7605178/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Ooyse_Schependom

https://web.archive.org/web/20161110171927/http://www.stadswaard.nl/gebied/

https://web.archive.org/web/20170922011634/http://stadswaard.nl/

https://www.samenwerkenaanriviernatuur.nl/overzicht-projecten/waal/stadswaard+nijmegen/default.aspx

Opgezette boomstammen

Opgeztte boomstammen Waalstrand Ooijpolder, oktober 2023
Opgeztte boomstammen Waalstrand Ooijpolder, oktober 2023

De bewoners

Konikpaarden

Konikspaarden en Waal in de Ooijpolder (mei 2024)
Konikpaarden en Waal in de Ooijpolder (mei 2024)

Przewalskipaarden: van 1982-1998

Vanaf 2012 zijn er permanent konikspaarden in het gebied uitgezet. Van 1982-1998 was het een reservaat voor przewalskipaarden. Deze zijn naar Mongolië vervoerd, om de paarden in hun oorspronkelijke gebied weer opnieuw te introduceren.

Koninks

De konik komt oorspronkelijk voor in Polen en Wit-Rusland. Konik (konjiek) betekent in het Pools “paardje” en het is zogenaamd halfwild paard.

Net als wilde paarden zijn koniks klein en hebben ze een zogenaamde “wildkleur”, waardoor hun kleur valer lijkt dan dat deze daadwerkelijk is.

Geen verzorging en gehele jaar buiten

Ze hebben geen verzorging nodig en bovendien kunnen ze (in principe) het gehele jaar buiten blijven. Dit zijn belangrijke redenen dat ze worden ingezet in de begrazing van natuurgebieden.

Feitelijk houden de koniks niet van warmte: ze hebben een vetlaag, daarop een dikke leren huid en tot slot een weelderige vacht. Voor een konik is de ideale temperatuur rond de 4 graden boven nul.

Daarnaast zijn ze vrij van ziekten die “normale” paarden kunnen hebben, iets waarvoor ze speciaal zijn gefokt. Hun karakter is gewillig, rustig en sober.

In 2013 zijn er een aantal konikpaarden naar Bulgarije verplaatst, zodat het aantal paarden op ongeveer 140 te houden.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Ooijpolder

https://nl.wikipedia.org/wiki/Konik

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/grote-grazers-voelen-zich-kiplekker-in-polder~a7e9572c/

Runderen

kalf ooijpolder mei 2021
kalf in de Ooijpolder, mei 2021
In het gebied zijn een aantal gedichten, "Literaire Bakens", geplaatst (september 2024)
In het gebied zijn een aantal gedichten, “Literaire Bakens”, geplaatst (september 2024)

Kerkje Persingen

Geestelijk centrum van de katholieke verkenners

Over enige maanden is Persingse kerk in oude luister hersteld

(Van onze verslaggever)

Persingen, Febr.- Wanneer ge op een winterse dag de wijde Ooypolder doorkruist, dan wordt ge telkens weer getroffen door dit typisch-Nederlandse landschap. Zo ver het oog reikt, ziet ge niets dan weilanden, met af en toe een boerderij, die als een speelgoedhuisje schijnt neergevlijd in deze onmetelijke vlakte. Eenzaam en welhaast verloren in dit onafzienbare weideland ligt het gehucht Persingen, een kerkje met aan zijn voet een paar boerenhuisjes. Het is derwaarts dat onze tocht voert; we willen ons op de hoogte stellen van  de stand der herstelwerkzaamheden aan de St. Joriskapel, die over enige maanden het geestelijk centrum van de katholieke verkennersbeweging van Nederland zal zijn.

Herbouw sacristie en herstel moeten mogelijk worden

Ge kent de voorgeschiedenis in grote lijnen: ge weet hoe het kerkje in de loop der eeuwen steeds meer in verval geraakte en het voortdurend verder verwijderd werd van zijn oorspronkelijke bestemming. Hoe het in de vorige eeuw zelfs tot woonruimte werd verbouwd, waarbij de oorspronkelijke gothische lijn geweld werd aangedaan door het aanbrengen van rechthoekige ramen. Ge herinnert u ook, dat er zelfs vee in gestald werd, dat landbouwgerief er een plaats vond en dan zijn er verder niet veel woorden meer voor nodig om aan te tonen dat dit oudtijds zo fraaie Godshuis in een droevige toestand was geraakt en dat restauratie geen weelde was.

Maar zie, hoe nu dit alles wordt hersteld. Let eens op de intense zorg waarmede dit kleinood zoveel mogelijk in zijn oude staat wordt gerestaureerd. Het doet het hart goed, dat er in deze zo materialistich ingestelde wereld, waarin productiviteit en rationalisme aan de orde van de dag zijn nog belangstelling en financiën zijn voor een object als dit monument, dat straks weer een wellust zal zijn voor het oog, een sieraad in het landschap, waarlijk een huis des Heren.

Is het dan wonder dat de verkennersbeweging met beide handen de gelegenheid om het kerkje in bruikleen te krijgen, heeft aangegrepen en dat men niet heeft gerust vooraleer zekerheid was verkregen dat herstel van dit bedehuis tot stand kon komen.

Het rijk, de provincie en de gemeente Ubbergen wilden daarbij helpen, want ook deze instanties zagen de waarde in van dit historische gebouw uit de dertiende eeuw.

De verkenners hebben zelf ook een duit in het restauratie-zakje gedaan en dan wel door een groot gedeelte van de opbrengst der “Heitje-Karweitje”-actie van vorig jaar te bestedne voor het herstel van het Persingse kerkje, dat nu reeds bekend staat als de St. Joriskapel.

Buitenwerk

Zo kon vorig jaar een begin worden gemaakt met de werkzaamheden. Zowel van buiten als van binnen was er enorm veel werk aan de winkel en hoe kon het ook anders nadat er eeuwen lang van een behoorlijk onderhoud geen sprake was geweest, maar integendeel lukraak gesloopt en vernield was. Het dak moest terdege onder handen genomen worden; de kap die onbeschoten was, met als gevolg dat de minste of geringste storm een aantal pannen oplichtte en meesleurde, moest beschoten gemaakt worden, zodat dit euvel en dat van lekkages uit de wereld geholpen werd. Een volgende stap was het opnieuw ordenen van de pannen, waarbij het lagere deel achter de toren met rode, het hogere deel boven het priesterkoor met blauwe exemplaren werd gedekt, zoals het vroeger ook is geweest. Vervolgens moesten de steunberen worden bijgewerkt en opgehoogd, een secuur en tijdrovend werkje, dat verdiende goed gedaan te worden, daar deze voor een groot deel het aspect van het kerkje bepalen.

Aan het interieur was (en is nog) eveneens veel te doen. In het voorste deel, achter de toren, is een nieuwe zolder van eikenhout gelegd, terwijl het gewelf vanaf de aanrazering tot boven het priesterkoor geheel vernieuwd moest worden. Dit gewelf is thans gereed en nu kan begonnen worden aan het uitbreken van het metselwerk uit de vensters, die van passende glas-in-lood-ramen worden voorzien. Het vrijwel verteerde pleisterwerk van de binnenmuren is verwijderd en wordt vernieuwd. Een laag zand van ongeveer 80 cm hoogte, welke na 1899 in de kerk werd aangebracht om de boeren een veilige vluchtplaats te verschaffen bij overstroming van de Ooypolder, is weer afgegraven. Hierdoor komen de lijnen van het kerkje beter tot uiting, de verhoudingen zijn zuiverder geworden en eerst nu gaat men volkomen beseffen, welk een uitzonderlijk fraai Godshuis deze St. Joriskapel is.

Tekeningen van het interieur beloven een bijzonder smaakvolle inrichting. De vloer wordt belegd met oude Naamse tegels en het priesterkoor, dat 14 cm hoger komt te liggen dan de rest van de kerk, wordt door een fraai smeedijzeren hek met Franse lelies afgesloten. Het sobere, 2 meter lange altaar in tombe-vorm wordt in eenvoudige trant gehouden en zal getooid worden met een smaakvol kruis en dito kandelaars, een kolfje naar de hand van edelsmid Noyons, die ook het tabernakel, de kelk en de ciborie zal vervaardigen.

Uit dit alles kan men geredelijk afleiden, dat niets onbeproefd wordt gelaten om dit kerkje zijn vroegere luister te hergeven. Het architectenbureau van de Irs. Deur en Pouderoyen te Nijmegen staat er met de Beekse aannemer de Wit borg voor dat het herstel met deskundigheid en liefde geschiedt.

Het is echter bijzonder spijtig, dat er voorlopig geen kans schijnt te bestaan op herstel van de toren, waarvan de galmgaten zijn dichtgemetseld. Het schilderachtige aspect dat de kapel straks zal bieden, wordet zeker in niet onbelangrijke mate geweld aangedaan door de afzichtelijkheid van de toren in zijn huidige staat.

Zowel Monumentezorg als de Verkennersbeweging zullen niet mogen rusten eer de middelen gevonden zijn om ook dit onderdeel van de St. Joriskapel in oude luister te herstellen, terwijl wij ook een lans zouden willen breken voor herbouw van de oude sacristie, die rond 1899 werd gesloopt.” (De Gelderlander 27/2/1953)

Foto’s

De Grote Kat, Ooijse Bandijk 10-18 (augustus 2025) Ooijpolder
#Nijmegen, Gebouw van de dag

De Grote Kat

1820 (op oudere ondergrond), Ooijse Bandijk 10-12 Ooij

De Grote Kat, Ooijse Bandijk 10-18 (augustus 2025) Ooijpolder
De Grote Kat, Ooijse Bandijk 10-18 (augustus 2025)

Boerderij de Grote Kat is volgens haar muurankers gebouwd in 1820. Daarvoor stond op deze plaats een andere boerderij, die gedeeltelijk weggeslagen is bij de ijsgang in dat jaar. Aanvankelijk maakte de Grote Kat en de (ook nu nog) naastgelegen boerderij onderdeel uit van 1 complex, waarbij de naastgelegen boerderij aanvankelijk een schuur was. De naam “De Grote Kat” werd gebruikt om onderscheid te maken met de oudere boerderij “De Kat” (nu Ooijse Bandijk 18).

De Grote Kat in oktober 2024, waar een renovatie aan de gang was
De Grote Kat in oktober 2024, waar een renovatie aan de gang was

Van der Wedden

In 1832 was de Grote Kat eigendom van Gerrit Hendrik van der Wedden, een grootgrondbezitter uit Nijmegen. In 1873 zou hij zijn steenfabriek de Brienenswaard vestigen, bij de meeste mensen bekend onder de naam de Vlietberg. Daarnaast liet hij de (aanvankelijk) 10 arbeiderswoningen bouwen, waaraan dit gebied de naam Tien Geboden te danken heeft.

Familie Kroes

De leiding van de boerderij werd echter uitgevoerd door Paulus Kroes. Voor 1868 was het gehele bedrijf in handen van de familie Kroes, die tot in de jaren negentig van de twintigste eeuw haar boerenbedrijf uitoefende. In 1868 werd de schuur (nu Ooyse Bandijk 14) verbouwd tot zelfstandige boerderij. Tevens heeft de Grote Kat in de 19e eeuw als herberg gediend.

De genealogie van de familie Kroes is te vinden op: https://groups.io/g/Duffeltgenealogie/topic/vragen_over_de_familie_kroes/61641639

De Grote Kat is in 1920 gesplitst in 2 boerderijen.

1995 Hoogwater

Een mooie foto van de Grote Kat bij het hoogwater van 1995 is te zien op F5160 RAN: “Door het extreme hoge water werden de bewoners van de Ooijpolder verplicht te evacueren en patrouilleerde de politie om plundering te voorkomen.”

Gemeentelijk monument

De Grote Kat (oktober 2024)
De Grote Kat (oktober 2024)

De boerderij is een gemeentelijk monument. De gemeente Berg en Dal geeft de volgende omschrijving: “Aan de dijk gelegen pand met een twee bouwlagen tellend onderkelderd en wit gepleisterd voorhuis onder een rietgedekt schilddak. Symmetrisch ingedeelde voorgevel. Het één bouwlaag tellende bedrijfsgedeelte heeft een hoog opgaand rietgedekt wolfdak met in de zijgevels een onderrand van pannen. Aan de dijkzijde bevindt zich een inspringende afgesloten poort.
Vroegere functies: boerderij en herberg”

Een grote omschrijving van deze boerderij is naast het boek Monument & Landschap te vinden op: https://www.dbnl.org/tekst/schu211rijk01_01/schu211rijk01_01_0013.php

(Overige) Bronnen en verder lezen

Monument & Landschap in de gemeente Ubbergen, Marc Wingens

De Grote Kat en omgeving (oktober 2024)
De Grote Kat en omgeving (oktober 2024)