Deze volkstuinen waren ooit voor NS personeel aangelegd; de tuinen liggen dan ook naast het spoor. Aangezien de animo onder de medwerkers afnam, werden niet meer alle stukken verhuurd. Sinds 2015 huurt de gemeente Nijmegen de moestuinen voor wijkbewoners. Zij huurt vanaf dat moment tevens de groenzone in de spoorkuil. Sinds 2020 heeft de gemeente heeft de grond van de volkstuinen en de groenzone in de spoorkuil verkregen in eeuwigdurend erfpacht. Het doel van de moestuinen is om, naast het tuinieren zelf, bewoners in contact met elkaar te laten komen.
Gebruikers kunnen kiezen uit:
een eigen moestuintje van ongeveer 20m²
verzorgen van een gezamenlijke stuk moestuin. Daarnaast is er een gezamenlijke kruidentuin en staan er fruitbomen
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
1937 Verbouwing Burghardt van den Berghstraat 112 en 114 Bottendaal
Burghardt van den Berghstraat 112-114 op 2/11/1978 (Jan Cloosterman via F21322 RAN CC-BY-SA)
In januari 1937 besteedt Okhuysen de verbouwing van “fabriek en magazijnen aan de Burghardt v.d. Berghstraat No. 112 en 114 tot parochiehuis van het Sint Canisius-Ziekenhuis” aan.
P. Horssen verkrijgt de aanbesteding op basis van de laagste inschrijving (De Gelderlander 21/1/1937). Hierbij wordt de voormalige fabriek en kantoor van de N.V. De Vreeze Industrie- en Handelsonderneming tot parochiehuis. Deze fabriek was rond 1895 gebouwd. In 1981 wordt het verbouwd tot wijkcentrum.
Vooraf: N.V. De Vreeze Industrie- en Handelsonderneming
Het voormalig fabriekspand en kantoor van de N.V. De Vreeze Industrie- en Handelsonderneming. Gebouwd in ca.1895, en in 1937 verbouwd tot Rooms Katholiek Parochiehuis van de St. Jozefkerk. In 1981 kwam hier een wijkcentrum in, Burghardt van den Berghstraat 114, 6/1917 (F47156 RAN)
Theodorus Hilarius Laurentius Maria de Vreeze (19-10-1884, Leeuwarden) vestigt zich op 7-5-1916 in Nijmegen met zijn gezin, op de St. Annastraat (Bevolkingsregister 1880). Het nummer is moeilijk te lezen, maar waarschijnlijk nummer 18. Hij is dan afkomstig uit Tilburg. Als beroep staat aanvankelijk “koopman in manufacturen”, welke op een later tijdstip is doorgehaald en vervangen door “industrieel”. Op de bovenstaande foto F47156 vermeldt RAN dat het gebouwd is rond 1895, wat betekent dat de Vreeze niet de eerste gebruiker is. In ieder geval noemt hij zich bij de geboorte van zijn dochter Anna Agatha Maria (12- 4-1917 Nijmegen) nog “koopman” van beroep. (Open archieven). Bij de geboorte van dochter Theodora Christina Maria (27-1-1920, Nijmegen) is het “Textielfabrikant” (Open archieven).
Op 14-10-1930 werd de N.V. de Vreeze’s Industrie en Handelsonderneming, met een maatschappelijk kapitaal van f200.000 “ter voortzetting van de tot nu door den heer Th. De Vreeze gevoerde soortgelijke onderneming.” (PGNC 16/10/1930).
De Vreeze zelf woont volgens de Adresboeken tot en met 1922 op de St. Annastraat 18. En daarna volgens de Adresboeken van 1932 en 1936 op St. Jorisstraat 36. Wanneer hij is verhuisd is nog niet bekend. De Vreeze zal op 10-6-1941 in Nijmegen overlijden. (Open archieven)
Bij de opening van het Sint Petrus-Canisiushuis
“Officiële opening van het Sint Petrus-Canisiushuis
Denzelfden dag werd in de Parochie St. Petrus Canisius een modern jeugdhuis geopend door den Zeereerw. Peter Wils s.J., pastoor der Petrus Canisiuskerk. Dit jeugdhuis, een der grootste van de stad met een feestzaal voor zes à zevenhonderd toeschouwers dankt voornamelijk zijn ontstaan aan het energieke werk van den Zeereerw. pater Schröder, Rector van de St. Josephkerk te Nijmegen.
Groot was de belangstelling bij de plechtige inwijding van dit prachtige gebouw- vooral uit den kring van eigen parochie welk tienduizend zielen telt.
De groote zaal waarvan wij hierbij een reproductie geven, was feestelijk versierd, geheel en al gevuld met vertegenwoordigers van de verschillende geestelijke en sociale en jeugdorganisaties der parochie St. Petrus Canisius.
De plechtige inwijding werd ingeleid door den zuiveren zang van het Loflied van Jaminee door het Jongedameskoor onder bezielende leiding van mej. Lenie Willems.
Dan zegende Pater Wils de kruisbeelden der verschillende parochieele afdeelingen welke in het nieuwe huis haar zetel kregen- alle leiders en leidsters droegen persoonlijk het kruisbeeld aan.
ZN36103 – b Burghardt van den Bergstraat 112 114 Ber van Haren 1980 1982.jpeg
Voorafgegaan door de geestelijkheid der parochie en het Kerkbestuur zegende pastoor Wils vervolgens de hoofdzaal en de verschillende vergaderlokalen van het parochiehuis, dat naast jeugdhuis ook wil zijn een algemeen tehuis voor alle geestelijke en sociale organisaties der parochie en daarbuiten die zich in het St. Petrus Canisiushuis thuis zullen voelen.
Vervolgens maakte Pater Wils alle aanwezigen deelgenoot van zijn vreugde over het totstandkomen van dit parochieel huis waarvoor velen geijverd hebben maar in ’t bijzonder Rectore Schröder, rector van de St. Josephkerk op het Keizer Karelplein. De uitgebreide jeugdbeweging der St. Petrus Canisiusparochie had eigenlijk geen vereenigingstehuis, al waren er ook velen ondergebracht in de K.G.V. Er is evenwel niet gerust tot er een apart parochiehuis was. En ook de makelaar de heer Joh. Lamers, die aandacht vestigde op dit gebouw en bij den koop bemiddelde, heeft een ruim aandeel in dit werk. Dan huldigde spr. de architect Ockhysen, de aannemersfirma P. van Horssen. Het architectonisch plan was zoo goed en zoo volmaakt, dat het onmiddellijk ook door den Bisschoppelijken Raad werd goedgekeurd. Dit pleit voor het goede werk.
Spr. huldigde ook het kerkbestuur voor zijn dapper doorzetten en financiering van het bouwplan, dat meer offers eischte naarmate het vorderde in voltooiing. Spr. dankte den heer Th. Tesser die de administratie van het gebouw op zich had willen nemen en dankte allen die reeds gaven schonken voor het interieur van het huis. Spr. hoopt dat dit nieuwe huis in hart der parochie door honderden, ja duizenden bezocht zou worden- dat het ‘t centrum zou worden van het parochieele leven tot Ad majorem dei Gloriam.
De zeereerw. heer Schröder rector, verklaarde dat hij steeds als een gewetensplicht beschouwd had, om mede te werken aan de totstandkoming van dit huis. Er kan in onzen tijd niet genoeg gedaan worden voor de opvoeding der jeugd, waarin onze toekomst ligt. Spr. wees in dit verband naar het buitenland, waar de leiding zich speciaal toelegt op het vormen der jeugd.
De financieele zorgen zijn met de opening van dit gebouw nog niet weggenomen. Spr. riep dan ook den steun in voor het beheer van dit gebouw dat moge strekken tot heil van de katholiek Nijmeegsche jeugd.
De heer H.H. de Haan dankte den zeereerw. Pastoor Wils S.J. voor diens energiek initiatief. Het Kerkbestuur had gaarne volle medewerking verleend voor het goede doel en was vol bewondering voor het werk: hier van een fabrieksgebouw een modern ingericht parochiehuis te maken. Spr. loofde den architect die uitmuntend werk gewrocht had en prees ook de uitvoerders. De financieele zorgen zijn evenwel niet weggenomen me de openstelling van dit huis- spr. bleef dan ook namens het Kerkbestuur op veler medewerking rekenen, vooral in het belang van de katholieke jeugd der St. Petrus Canisius-parochie.
De zeereerw. heer G. van Riel voerde het woord als voorzitter der plaatselijke katholieke jeugdcommissie voor het mannelijk jeugdwerk. Spr. verheugde zich over den aanwinst voor het katholieke jeugdwerk door de openstelling van dit gebouw.
Het jeugdwerk valt niet licht- er zijn veel moeilijkheden te overwinnen- ook van financiëelen aard. Wij hebben de katholieke scholen in Nijmegen hoog opgevoerd- voor het schoolkind wordt veel gedaan. Nu is in de laatste jaren de belangstelling sterk groeiende voor het jonge volk dat in de puberteitsjaren verkeert.
Er hangt veel af hoe de jeugd is in deze moeilijke jaren. De jeugdleiding kan hier veel nuttig werk doen tot behoud der jongeren; en iedere hulp hier is welkom, zoo ook dit nieuwe jeugdhuis.
De zeereerw. heer Dr. J. de Gruyter sprak als voorzitter van het vrouwelijk jeugdwerk en prees zich gelukkig de opening van dit huis te mogen bijwonen en hoopte dat God den man zou zegenen die dit huis: het Petrus Canisius-parochiehuis, hier had helpen stichten- vooral ook in het belang der katholieke vrouwelijke jeugd.
De heer Th. Tesser releveerde de diepe beteekenis van dezen feestdag voor de Petrus Canisiusparochie en noemde dezen dag vooral een feest voor pastoor Wils, de stichter van dit gebouw aan wien diens portret werd aangeboden.
Dan volgde er een algemeen dankwoord.
Nog klonk de zang van het Jongedamseskoor en het Jongenskoor onder den heer Bennekom. En dan stroomden honderden het huis binnen- hun huis van sociale katholieke saamhorigheid.” (De Gelderlander 21/6/1937)
Vervolg
In 1981 werd het Parochuis verbouwd tot wijkcentrum
Wijkcentrum Burghardt van den Berghstrraat 112 en 114 augustus 2023 (Google Streetview)
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
De familie de Wijze waren al generaties actief in de vleeshandel geweest, voornamelijk in de omgeving van Beugen en Boxmeer. In 1928 was Levi, samen met zijn broers Jacob en Simon, hun eigen slachterij begonnen: “Gebroeders de Wijze”, tegenover het station van Cuijk.
De drie broers zouden elk met hun gezin naar Nijmegen verhuizen: daar waren meer mogelijkheden voor de middelbare school voor de kinderen van Levi en Jacob. Het gezin van Levi ging huren op de Graafseweg 84.
In april 1932 vestigt L.M. de Wijze en gezin, koopman, zich op Graafsche weg 84. Zij zijn dan afkomstig van Boxmeer, Spoorstraat 60. (PGNC 23/4/1932)
In oktober 1942 wordt het huis gevorderd door de Duitsers. Het gezin moet hals over kop de woning verlaten en vestigt zich op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70). Daarbij moeten ze een groot deel van de inboedel achterlaten, die de Duitsers ook zullen vorderen. In het hierboven genoemde artikel staat tevens een complete lijst van deze inboedel.
Lang zal het gezin niet wonen op de Johannes Vijghstraat. Bij een razzia op 17 november 1942 worden alle vier de zussen opgepakt. Vanwege ziekte van (waarschijnlijk) Levi worden hij en zijn vrouw Lea Groenewoudt nog niet opgepakt. Dochters Kitty en Joke zullen al op 15 december 1942 worden vergast, Elly op 12 februari 1943. Dochter Tini zal op 17 september 1943 worden vergast, dezelfde dag als Levi en Lea.
In deze tabel staan hieronder de tot nu toe gevonden gebruikers weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege eventuele hernummeringen.
In september 1925 komt O.(?) Schulz, echtge van G. Engler, zonder beroep, naar Graafscheweg 84, dan afkomstig van Borken (Duitsland) (De Gelderlander 26/9/1925)
Van De Gelderlander 30/10/1928 tot De Gelderlander 13/11/1929 zijn advertenties gevonden waarbij mevrouw Tjalsma huishoudelijk personeel zoekt: een dagmeisje, of een dienstbode of noodhulp.
Na de oorlog is het waarschijnlijk langere tijd een pension geweest. Aanvankelijk van G. Lamers, in ieder geval in de periode 1955 t/m 1971. Hoewel niet weergegeven, steeds meerdere, verschillende gebruikers gevonden.
Tegenwoordig (november) zit hier sociaal pension Arcade.
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
Tankstation van FINA, 18-9-1981 (Ber van Haren via KN13406-24 RAN) van Diemerbroeckstraat Bottendaal architect van Ravesteyn
Veel mensen weten dat van Ravesteyn de architect is van het na-oorlogse station van Nijmegen. Hij ontwierp echter ook het inmiddels gesloopte postkantoor aan het Stationsplein. Maar ook benzinetation voor Fina, dat aan de andere zijde van het station lag. Dit gebouw was een van 24 na-oorlogse pompstations die van Ravesteyn voor Fina heeft ontworpen.
Van Ravesteyn
Op 13-8-1953 besteedt S. van Ravesteyn “het maken van een benzine-station met smeerstation aan de van Diemerbroeckstraat te Nijmegen aan”. De opdrachtgever is de N.V. Purfina Nederland uit Den Haag. (De Gelderlander 20/7/1953)
Fina en van Ravesteyn
Het eerste ontwerp van Van Ravesteyn voor Fina was het demontabele station in Ede uit 1935. Het eerste naoorlogse benzinestation was ter hoogte van Zwammerdam (nu Reeuwijk) langs de Rijksweg 12. Dit was tevens de eerste benzinepomp langs een rijksweg in Nederland.
Tussen1948 en 1964 ontwierp Van Ravesteyn 24 benzinestations voor de N.V. Petroleum Maatschappij Fina. Zij hadden allen een vrijwel eigen uiterlijk: “Hij was tegen het volledig standaardiseren, omdat elke situatie toch weer verschillen biedt. “Het benzinestation kon, met de daarbij behorende weg en de auto’s daarop, het landschap tot een nieuw karakter en een nieuwe schoonheid brengen.”. (http://www.grootveld.net/tankstat/historie.htm). Van zijn 24 ontwerpen is alleen het gebouw aan de Apeldoornseweg in Arnhem overgebleven, En verder over deze 24 ontwerpen: Voor wat betreft de architektuur werd de voorkeur gegeven aan gepleisterde gebouwen met ijle, schuin oplopende luifels. Men kwam tot de konklusie dat aanpassing aan de omgeving meestal tot niets leidde. Voor het eerst werd het benzinestation als autonoom bouwtype opgevat, met een eigen verschijningsvorm.”
Blikvangers
De oliemaatschappijen Purfina, maar ook Esso en Shell kozen er na de Tweede Wereldoorlog voor om de opdracht voor het ontwerpen van een benzinestation te geven aan een gerenommeerd architect. Naast van Ravesteyn voor Perfina waren dit Dudok voor Esso en Staal voor Shell. Zo wilden zij zich verzekeren van architectonische blikvangers.
Enerzijds om de aandacht van de automobilist te trekken: de zogenaamde “stopping power” van een station, om juist bij hen te komen te tanken. Anderzijds werd een gerenommeerd architect gekozen om de kans op aanvaarding door een Schoonheidscommissie te vergroten, die het ontwerp van een benzinestation moest goedkeuren. Veel commissies waren kritisch op de ontwerpen, die streefden naar een zo opvallend mogelijk station.
Petrofina
De Petrofina (Compagnie Financière Belge des Pétroles) was een Belgische oliemaatschappij. Zij is opgericht in 1920 in Antwerpen en had als doel om de Duitse oliebronnen, die in de Eerste Wereldoorlog waren verkregen, te controleren. De olieproducten werden in België, Afrika en Europa onder de naam Fina (tot 1960 ook: Purfina) verkocht. In 1999 werd Petrofina onderdeel van Total.
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
Van Diemerbroeckstraat 227-273 en Turmac Plantsoen (Voorheen Van Diemerbroeckstraat 21-25), 1911
Een drukte van belang op het smalle viaduct over de spoorlijnen Nijmegen Venlo en Nijmegen Den Bosch met op de achtergrond het tabakspakhuis van de TURMAC, 1910-1930 (GN11116 RAN)
Op de hoek van de Van Diemerbroeckstraat stond jarenlang het voormalige pakhuis van Turmac: de Turkish Macedonian Tobacco Company. Oorspronkelijk is het gebouwd als graanpakhuis (bouwjaar 1911) van de N.V. De Graan- & Zaadhandel v/h firma G. Muskens. Het logo in het plantsoen herinneert aan deze tijd. Tegenwoordig is het pand verbouwd tot HAT-eenheden.
Van Diemerbroeckstraat 21-25
Op 29 juli 1911 besluit de Gemeenteraad gedeelte van het perceel bouwterrein aan den Graafschen weg en de van Diemerbroeckstraat, groot ongeveer 240 centiaren (het verzoek was 487 centiaren), gedeelte van het perceel kadastraal bekend Neerbosch Sectie B no 2016 aan J. van Berck alhier te verkopen, voor f 5,50 per centiare, om daarop vóór 1 mei 1912 te bouwen een pakhuis en kantoorlokaal. (PGNC 30/7/1911)
N.V. Graan- & Zaadhandel vh Firma G. Muskens
Koopt Berck niet? Het koopcontract met Muskens uit 1911:
Koopcontract Gemeente en Muskens, 28/11/1911 (RAN)
De statuten van deze N.V. zijn rond februari 1911 goedgekeurd. ( PGNC 15/2/1911) Op 9-1-1912 verkrijgt de N.V. een Hinderwetvergunning voor inrichtingen gedreven door elektriciteit:
“De Graan- en Zaadhandel” v. h. firrna G. Muskens, ten behoeve harer inrichting voor het zuiveren en vervoeren van graan in het perceel aan den Graafschen weg ea de Van Diemerbroeckstraat, kad. Neerbosch, sectie B, no. 2016” (Gemeenteverslag 1912)
In 1921 vraagt zij een hinderwetvergunning aan (Inventarisnummer 4366). Het is mij (RE) nog niet bekend of deze daadwerkelijk verstrekt is.
De nummers 1 en 21 t/m 25
Het kantoor van Turmac was gevestigd op nummer 1, terwijl de opslagplaats 21-25 betrof. Daarom is van deze adressen nagegaan welke bedrijven zich daarvoor in deze panden hebben gevestigd (zie Bijlage).
Waarschijnlijk betreft nummer 21 kantoorruimte, terwijl 23 en 25 daadwerkelijk pakhuizen zijn.
Muskens en de Keij
N.V. de Graan en Zaadh., voorheen firma G., v. Muskens en de houthandel van G. van Keij komen als eerste voor op de Van Diemerbroeckstraat 21. De N.V. heeft het adres vaak als combinatie in 21-25, de Keij alleen nummer 21.
Steegmans en Detmers
Op 16-5-1919 verkrijgt de firma G. Stegemans vergunning tot het oprichten van eene door electriteit gedreven boterzouterij in het perceel van Diemerbroeckstraat no. 124,, kad. bekend gemeente Neerbosch sectie B. no 24 (PGNC 17/5/1919). Het betreft de nummers 23 en 25.
Hoewel niet verder onderzocht, betreft het G. Steegmans, die in PGNC 26/6/1918 aankondigt dat hij zijn Grossierderij van Boter en Kaas heeft verplaatst van Hertogstraat 104 naar Dr. Jan Berendsstraat.
Detmers plaats op 25/4/1924 een advertentie in De Gelderlander dat het kantoor van P. Detmers, expediteur is verplaatst van Achter de Vischmarkt 34 naar Van Diemerbroeckstraat 1.
Daarnaast is in PGNC 4/11/1920 een personeelsadvertentie voor een geroutineerde Typiste gevonden voor het bedrijf “Le Levant” op nummer 21. Het is mij vooralsnog onduidelijk welk bedrijf dit is (en ook niet uitputtend onderzocht).
D.C. Jansse komt voor op nummer 1 en later op nummer 3. Hij is de stationschef van beroep.
De eerste door mij gevonden vermelding van Turmac in een adresboek is die van 1928. De adresboeken van 1924 en 1926 vermelden alleen “Kantoor en Fabriek”.
In juli 1928 zijn daarnaast 2 personeelsadvertenties voor nummer 1 gevonden: Jongste bediende (PGNC 5/7/1928) en Steno-typiste (PGNC 26/7/1928). Daarbij moet de steno-typiste “dictaten in de moderne talen (speciaal in Fransch en Duitsch) perfekt kunnen opnemen en uitwerken”.
Turmac
Huidig: de tot HAT eenheden verbouwde Turmac opslagplaats en Turmac plantsoen (maart 2023).
(Overigens bleek de persoon niet thuis te zijn)
Het gebruik: tabaksopslagpakhuis
Het voormalige graanpakhuis (bouwjaar 1911) van de N.V. De Graan- & Zaadhandel v/h firma G. Muskens, van Diemerbroeckstraat 21-25, was vanaf circa 1925 in gebruik bij de Turkish Macedonian Tobacco Company.
Over Turmac
Turmac (De Gelderlander 17/3/1920)
Op 15 maart 1920 is de “Turmac”, Turkish Macedonian Tobacco Co. opgericht. Het kapitaal bedraag 1 miljoen gulden en de directeur is Fernand Kabus te Arnhem. Daarbij staat als laatste in de advertentie: “Arnhem-Nijmegen-Zevenaar”.
De Arnhemse Courant vertelt in augustus 1922 het verhaal van Turmac:
“De Turmac.
Alhoewel de “Turmac” Turkish-Macedonian Tobacco Company bij het rookend publiek voldoende bekend mag worden geacht, lijkt het ons toch van belang, eenige bizonderheden omtrent deze firma te vermelden.
In de eerste plaats zij er de aandacht op gevestigd, dat de “Turmac” de eerste Oostersche onderneming is, welke zich in Holland heeft gevestigd, om uitsluitend Turksche sigaretten te vervaardigen.
In de Orient neemt “Turmac” als onderdeel van het grootste Oostersche concern Kiazim Emin met eigen magazijnen en grote opslagplaatsen een toonaangevende plaats in. Dat de omvang van het bedrijf aldaar zeer uitgebreid kan worden genoemd, moge blijken uit verschillende fotografische afbeeldingen welke op de a.s. Tentoonstelling voor het publiek ter inzage zullen zijn.
Het is wellicht niet van algemeene bekendheid, dat voor het Continent o.a. te Nijmegen groote opslagplaatsen zijn gevestigd, welke de ruwe tabakken rechtstreeks uit de Oostersche magazijnen ontvangen. Aldaar word voor distribueering over de verschillende “Turmac”-ondernemingen in West-Europa zorg gedragen.
Onder leiding van Oostersche mengers worden de tabakken gesorteerd, en de verschillende mengingen bereid, welke de “Turmac”-sigaretten het heerlijke aroma geven, waarom zij terecht bekend zijn.
Een uitgebreide beschrijving te geven van de fabricatie der sigaretten zou ons te ver voeren. Laat ons volstaan met te zeggen, dat de fabrieken uiterst modern zijn ingericht, en aan de hoogst-gestelde eischen van hygiëne voldoen.
Bekwame vaklieden verwerken aldaar deze zuiver Oostersche tabakken tot de bekende “Turmac”-sigaret.
Over de hoogst-artistiek uitgevoerde verpakking der “Turma”-producten, behoeven wij waarlijk niets te zeggen. Een ieder, die wel eens de étalage van een sigarenwinkel heeft bekeken, zullen de aardige doosjes zijn opgevallen, welke met zooveel smaak en kunstzin zijn uitgevoerd.” (Arnhemsche courant , 12-08-1922)
Dezelfde Arnhemsche courant verzucht een paar maanden later, 07-11-1922, dat meerdere bedrijven Arnhem hebben verlaten. Turmac heeft haar kantoren van Arnhem naar Amsterdam verplaatst (of de intentie daartoe heeft?). Aanleiding daarvoor zijn de transportmoeilijkheden die Arnhem oplevert.
Verplaatsingen, maar niet de Van Diemerbroeckstraat?
Op 7/8/1931 plaatst Turmac een advertentie in de Gelderlander dat zij een magazijn te huur vraagt per 1 november, met een totaal oppervlakte van minstens 500 M². In 1932 huurt Turmac een gedeelte van de “Drya”, een fabriek die uiteindelijk nooit in gebruik was gekomen en jarenlang had leeg gestaan. Daarbij worden de bestaande, gehuurde opslagplaatsen opgeheven: “de Biezenstraat No. 44, Oude Haven 20 en 2de Walstraat 143… De eigen opslagplaats der firma, aan de Oude Haven No. 4 en de van Diemerbroeckstraat No. 21 blijven echter als zoodanig in gebruik.” (PGNC 19/12/1932)
In de Gelderlander 27/4/1937 lezen we dat wegens reorganisatie een groot deel der “lagers” en expeditie zal overgaan naar Zevenaar, waar de magazijnen zijn uitgebreid. Het artikel noemt dat op dat moment Turmac opslagplaatsen heeft aan van Diemerbroeckstraat, de Oude Haven en in een deel der leegstaande Drija-gebouwen. “Veel personeel kreeg hier ter stede reeds ontslag”.
Schijnbaar was de Turmac rond 1940 (tijdelijk) uit het pand, omdat de Gelderlander op 25/5/1940 meldt: “De Turmac had vroeger jaren zijn grote magazijnen aan den Graafschen weg naast de Nijmeegsche Veiling. Toen werden de magazijnen grootendeels naar Zevenaar overgeplaatst. Thans is er van de Turkish Macedonian Tab. Co. N.V. weder een depot geopend aan de Oude Haven No. 4.
En na de oorlog? Ik (RE) kom in de jaren nog wel advertenties tegen, waarbij Turmac in ieder geval op Van Diemerbroeckstraat 21 een adres heeft (zie hieronder). Daarbij viel het mij op dat het niet meer nr. 1 betrof
(Nijmeegsch dagblad, 29-04-1950)
(Nijmeegsch dagblad, 25-09-1950)
(Nijmeegsch dagblad , 26-07-1957 , 02-08-1957)
Wanneer Turmac de licentie voor het produceren van Rothman sigaretten verkrijgt, staat in het krantenartikel “Turmac Nijmegen” (Nieuw Utrechtsch dagblad , 19-09-1956)
Na de sluiting: HAT eenheden en Turmacplantsoen
Blik vanaf de Graafsebrug op de loodsen van Van Gend & Loos met rechts het voormalige pand van de TURMAC (de Turkish Macedonian Tobacco Company), 1980 (Ber van Haren via ZN36125 – A RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
De exacte sluitingsdatum is mij (RE) niet bekend (dus hoor graag).
In ieder geval blijkt het pand in 1979 leeg te staan; het betreffende artikel gaat in dat de gemeente het niet wenselijk vindt dat hier een trefcentrum voor Surinamers en Antillianen zou komen. (Vrije Stem: onafhankelijk weekblad voor Suriname, 25-04-1979)
Mogelijk is de fabriek een tijdlang gekraakt geweest rond 1981: “circa driehonderd Dodewaard-demonstranten hebben dinsdagavond hun intrek genomen in de gekraakte voormalige Turmac-fabriek”. (Provinciaalse Zeeuwse Courant, 23 september 1981). Het is mij (RE) echter niet duidelijk of de demonstranten tijdelijk/even het pand hebben gekraakt (het lukt hen niet om tenten op het Piersonplein op te zetten) of dat het pand reeds gekraakt was.
HAT eenheden en Turmacplantsoen
Op 4 oktober 1982 is vergunning verleend voor de verbouw van bedrijfspand tot 24 H.A.T.-woningen.
Een mooi vergelijk van het in verval rakende pand zijn de foto’s vóór renovatie F60517 RAN en ná renovatie en verbouwd als HAT-eenheden F60518 RAN, beiden van Gerard Verschooten.
Sinds 2017 is het pleintje voor de HAT eenheden ingericht als plantsoen. Op 26 mei 2018 vond de opening plaats door wethouder Bert Velthuis.
Bijlage Adresboeken van “Diemerbroeckstraat 1” en “Diemerbroeckstraat 21”
Jaar
Huisnummer
Naam
Omschrijving
1912-1913
21/25
Muskens
“Muskens, N.V. de Graan en Zaadh., voorheen firma G., v. Diemerbroeckstraat 21/25 en Graafsche straat 124, tel 633”
1912-1913
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1913-1914
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1913-1914
21-25
De Graan en Zaadhandel, v/h. firma G. Muskens, v. Diemerbroeckstraat 21/25 en Graafsche straat 124,
Onder “Graanhandelaren”
1914-1915
21-25
De Graan en Zaadhandel, v/h. firma G. Muskens, N.V., van Diemerbroeckstraat 21-25 en Graafsche straat 124
Onder “Graanhandelaren”
1914-1915
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1915-1916
21-25
De Graan en Zaadhandel, v/h. firma G. Muskens, v. Diemerbroeckstraat 21/25 en Graafsche straat 124
Onder “Graanhandelaren”
1915-1916
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1916
1
D. C. Jansse
1916
1a
Fabriek v. Keij
1916
21
Kantoor Firma Muskens
1916
23
Graanpakhuis
1916
25
Graanpakhuis
1916
21-25
N.V. De Graan en Zaadhandel v/h. firma G. Muskens, v. Diemerbroekstraat 21-25 en Graafsche straat 124
Onder “Zaadhandelaren (Vogel-, Tuin- en Landbouwzaden)” en “Graanhandelaren”
1916
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1918
21
Keij, G., van
1920
21
Steegmans, G.
“Agentuur- en Commissiehandel, Boter, Kaas, Eieren, enz. Kantoor: Van Diemerbroeckstraat 21. Telef. 1836 …”
1920
21
Keij, G., van
Onder “Houthandelaren”
1920
1
D.C. Jansse
1920
1a, 3
Fabriek van Keij
1920
21
Kantoor G. Steegman
1920
23
Fabriek
1920
21-25
Muskens, N.V. de Graan en Zaadh., voorheen G., van Diemerbroeckstraat 21-25, tel 633
Muskens laatste keer? Tot nu toe niet meer gevonden
1922
1
J. Smit
1922
3
D. C. Jansse
1922
21-23-25
Kantoor en fabriek Steegman
In ander adresboek staat J.W.H. Steegmans commissiehandel Boter, Kaas en Eieren bij Graafsche weg 96
1924
1
P. Detmers
1924
3
D. C. Jansse
1924
21/25
Kantoor en Fabriek
1926
1
P. Detmers
1926
3
D. C. Jansse
(laatste keer dat nr 3 gevolgd wordt door mij (RE))
1926
21/25
Kantoor en Fabriek
1928
21
Turkish Macedonian Tobacco Comp.
Turkish Macedonian Tobacco Comp., afd. Tabak,…, tel 2918
1928
1
Turmac
Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., afd. Tabak, Oude Haven, tel 2240 van Diemerbroeckstraat 1, tel 2510
1932
1
Kantoor
1932
21-25
Kantoor en Fabriek
1932
1
Turmac
Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., afd. Tabak, Oude Haven 4-6, van Diemerbroeckstraat 1
1934
21
Turmac
Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., kantoor: van Diemerbroeckstraat 1; opslagpl. Tabak: v. Diemerbroeckstraat 21, Oude Haven 4, Muntweg 51
1936
21
Turmac
Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., kantoor: van Diemerbroeckstraat 1; opslagpl. Tabak: v. Diemerbroeckstraat 21, Oude Haven 4, Muntweg 51
1936
1
Kantoor.
1936
21-25
Kantoor en Fabriek.
1938
21
Turmac
“Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., kantoor: van Diemerbroeckstraat 1; opslagpl. Tabak: v. Diemerbroeckstraat 21, Oude Haven 4” -> Muntweg niet meer genoemd
1940
21
Turmac
“Turmac Turkish-Macedonian Tobacco Comp., kantoor: van Diemerbroeckstraat 1; opslagpl. Tabak: v. Diemerbroeckstraat 21” -> Oude Haven niet meer genoemd
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
Dickmann’s Parapluiefabriek, van Oldenbarneveltstraat (Evert F. van der Grinten via F78502 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Een tekening van een terrein aan de Bottendaal, verkocht aan F.W. Dickmann, van Oldenbarneveltstraat, 1/1/1890-31/12/1890 (KPU-454 RAN)
Advertentie Parapluiefabriek “Bottendaal” (De Gelderlander 22/3/1898)
28-2-1889 vindt de aanbesteding plaats van “Het bouwen van een Woonhuis met afzonderlijke Parapluiefabriek op een terrein gelegen aan den Bottendaal aldaar. Een en ander voor rekening van den heer F.W. Dickmann. De architect is J.J. Weve. (De Gelderlander 10/2/1889). In november 1889 krijgt Dickmann telefoon (nummer 131, De Gelderlander 3/11/1889)
In de personeelsadvertentie van PGNC 27/9/1891 -voor een “Jongmensch van nette familie”, oftewel een leerling voor magazijn en kantoor- is het Dickmann-Schnitzler, Parapluiefabriek. Zij hebben een winkel op de Broerstraat No. 61.
In 1894 mogen zij zich Hofleverancier noemen (advertentie De Gelderlander 22/11/1894)
Parapluiefabriek Bottendaal van Dickmann-Schnitzler (PGNC 4/12/1892)
In maart 1909 vraagt Dickmann een hinderwetvergunning aan voor het plaatsen van electro-motoren in het perceel aan de Bottendaal No. 71, kadastraal bekend Nijmegen sectie B, No. 3774 (PGNC 20/3/1909), die ze op 20-4 verkrijgt (PGNC 25/4/1909).
Uitbreiding percelen Gerritzen
Koopacte van Oldenbarneveldtstraat Gerritzen door Dickmann, 1912 (Archiefnr 442, Inventarisnr 242, Actenr 6981)
“Parapluie-fabriek Dickmann-Schnitzler.
De parapluiefabriek der firma Dickmann-Schnitzler aan de van Oldenbarneveldtstraat heeft dezer dagen 40 jaren bestaan. Dit jubileum is gisteren herdacht door een uitstapje van het personeel onder geleide van den directeur, den heer F.W. Dickmann, met de electr. tram naar Kleef, waarbij zeer veel genoten is en het personeel een aangenamen dag heeft gehad.
De fabriek is opgericht door wijlen den heer F.W. Dickmann, den vader van den tegenwoordigen eigenaar, eveneens F.W. Schitzler genaamd. De parapluies worden niet alleen voor ons land gefabriceerd, doch de firma exporteert naar Oos- en West-Indië en andere vreemde gewesten. De zaak neem dan ook steeds in omvang toe en nadat in de laatste jaren de fabriek vergroot was, konden de vleugels niet verder worden uitgeslagen, omdat de fabriek ingebouwd was. Dit jaar evenwel werd de heer Dickmann, door aankoop, eigenaar van de rijwielfabriek, eveneens gelegen aan de van Oldenbarneveldtstraat en toebehoorende aan den heer M. Gerritzen. Dat pand grenst gedeeltelijk aan de fabriek der firma Dickmann-Schnitzler en door een der muren uit te breken heeft men reeds een paar lokalen in gebruik kunnen nemen. Dit alles is een bewijs, dat deze tak der nijverheid hier te Nijmegen steeds vooruitgaat. De verhouding tusschen het personeel en den patroon is van bijzonder goeden aard. Ook bovengenoemd feesttochtje heeft daarvan getuigenis afgelegd. Verschillende onder hen zijn reeds circa 25 jaar aldaar in betrekking.” (PGNC 22/8/1912)
In 1914:
“…Wat de productie onzer artikelen betreft, zoo deelt de firma Dickmann-Schnitzler mede, konden de eerste 7 maanden , “normaal” worden genoemd, ofschoon parasols hoe langer hoe minder worden verkocht.
Met het uitbreken van den oorlog kwam plotseling verandering: in de laatste 5 maanden stond de uitvoer naar overzeesche landen bijna geheel stil.
De verkoop in het binnenland had in de eerste maanden van den oorlog veel te lijden en verminderde belangrijk; mede ook tengevolge van het droge weder was er toen weinig behoefte aan parapluies.
Doordat er in het laatst van het jaar meer regen viel, kwam er wel verandering in voor het bedrijf gunstige richting, maar niet in die mate, dat de eenmaal geleden schade werd ingehaald.
Vermindering van personeel had niet plaats, dan tengevolge van de mobilisatie. Nieuw personeel werd niet aangenomen, wat andere jaren in den herfst, het regenseizoen, wel het geval was.
Ook de machines dezer fabriek worden door electrische kracht in beweging gebracht.” (Gemeenteverslag 1914)
Bij het 50-jarig jubileum
“Parapluiefabriek Dickmann-Schnitzler.
1872 – 16 mei – 1922.
Dinsdag 16 Mei a.s. herdenkt de firma Dickmann-Schnitzler, parapluiefabriek, van Oldenbarneveldtstraat 63a, alhier, haar 50-jarig bestaan. De firma werd in 1872 opgericht door den heer F.W. Dickmann Sr., die op 6 Mei 1907 overleed en in Nijmeegsche handelskringen zeer gezien was, hetgeen gebleken was uit zijne benoeming tot voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken en van de Nijmeegsche Handelsvereeniging.
Na het overlijden van den oprichter ging de zaak over in handen van diens zoon, den heer F.W. Dickmann Jr., die thans de eenige firmant is.
De fabriek, welke oorspronkelijk gevestigd was in de Broerstraat, werd in 1889 overgebracht naar de van Oldenbarneveldtstraat, waarna in 1912 uitbreiding volgde door aankoop van een complex gebouwen onmiddellijk grenzende aan de bestaande fabriek, zoodat de gezamenlijke ruimten thans eene oppervlakte van circa 2000M2 beslaan.
Behalve dat de firma Dickmann-Schnitzler hier te lande met haar gerenommeerd fabricaat een belangrijk afzetgebied heeft, vinden haar producten hun weg over nagenoeg de geheele wereld.
De firma heeft zich van hare oprichting af steeds in een krachtigen bloei mogen verheugen, al zijn ook haar de gevolgen van den oorlog niet bespaard gebleven.
Aan tal van Nijmeegsche gezinnen heeft de firma Dickmann-Schnitzler in den loop der jaren een arbeidsveld opgeleverd en naar ons van de zijde van het personeel wordt medegedeeld, is de verhouding tusschen directie en personeel steeds van bijzonder goede aard geweest. De firma kan dan ook wijzen op een groot aantal employés dat reeds meer dan 25 jaar bij haar in betrekking is of is geweest.
Moge de firma Dickmann-Schnitzler hare belangrijke plaats in de rij der Nijmeegsche industrieele ondernemingen nog lange jaren met eere blijven innenmen.
Naar wij vernemen zal het gouden jubileum op Dinsdag 16 Mei a.s. feestelijk worden herdacht en zal derwegen de zaak op dien dag den geheelen dag gesloten zijn, in verband waarmede wij nog verwijzen naar de advertentie, welke elders in dit blad voorkomt.” (PGNC 13/5/1922)
1903-1919, Graafsche straat no 31-41 (Nu Graafseweg 31-35)
Het Grandhotel “Du Soleil”, geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)
J.F. Steenmetzer maakt in 1903 van 6 herenhuizen aan de huidige Graafseweg een groots hotel, waarbij de inrichting is geïnspireerd op het “American Hôtel”. Hiervoor leverde architect Haspels Jr. het ontwerp. Een grote verbouwing volgde al in 1906 naar ontwerp van Oscar Leeuw. Vanaf 1923 is het in gebruik als belastingkantoor en na een verbouwing in 2013 zijn hier appartementen gevestigd.
Juni 1903 blijkt J.F. Steenmetzer 6 herenhuizen aan de Graafsche straat nummers 31-41 te hebben gekocht om er een groot, eerste rangshotel van te maken. Daarvoor worden de huizen doorgebroken. De nummers 31 en 33 voorlopig nog niet, aangezien deze nog zijn verhuurd. Het hotel zal 60 kamers bevatten. De inrichting zal geïnspireerd worden op dat van het “American Hôtel” te Amsterdam. Men hoopt in augustus te openen, wat ook daadwerkelijk lukt (De Gelderlander 26/6/1903). Hiervoor had architect Haspels Jr. het ontwerp geleverd.
Verbouwing Haspels Jr. tot hotel
In 1903 opent Hotel du Soleil:
“Grand Hôtel du Soleil.
Het is een waarschijnlijk door de behoefte geboren verschijnsel, dat het aantal hôtels in onze stad zich steeds uitbreidt en- niettegenstaande de verschillende ruime, fraaie en geheel moderne inrichtingen op dit gebied in de oude en nieuwe stad- nog ondernemende mannen het durven bestaan, haar aantal weder met een nieuw hôtel te vermeerderen, dat gezien mag worden. Wij hebben hier het oog op het Grand Hôtel du Soleil aan de Graafsche straat no. 31-41 dat morgen geopend wordt.
Zij, die de uitbreiding van onze stad gevolgd hebben, zullen weten, dat het door wijlen den heer Haspels Sr. aan de Graafsche straat gebouwde blok heerenhuizen tot de eerste nieuwerwetsche woningen in de buitenwijken behooren. Dit geheele blok nu kwam in handen van één eigenaar, die op zeer ingenieuse wijze, door den heer Haspels Jr., bouwkundige alhier, uit een viertal daarvan één groot hôtel-pension deed worden, dat inwendig althans een prachtig geheel vormt. Het uiterlijk is weinig veranderd, hoewel een breede ingang, waarheen een flinke oprijweg leidt, toch doet zien, dat men hier niet meer dan gewone woonhuizen te doen heeft.
Door de breede deuren binnengekomen, ziet men allereerst een ruime entree van wit marmer, waarop links de ontvangkamer, met daarachter een kleine eetzaal, rechts de groote vroolijke eetzaal, waaraan weder een kleinere dito grenst, uitkomen. Een zeer breede, monumentale trap voert van hieruit naar de bovenverdiepingen. Maar eerst zien wij nog eenige, aan de groote eetzaal aansluitende vertrekken, die meer speciaal geschikt zijn voor pensiongasten, omdat zij, als het ware afgesloten van het geheel, verhuurd kunnen worden en gezellige appartementen vormen.
Boven op de eerste en tweede etage vindt men keurige salons en ruime slaapkamers, deels uitziende op de straat, deels op de achtertuinen, alle zeer modern gemeubeld en ingericht. Aan de andere zijde van de breede corridors leidt weder een trap naar beneden, wat ook zeer in het belang der veiligheid is. Op elke etage is een welingericht badkamer.
De meubileering van de hierboven genoemde zalen in het parterre-gedeelte is natuurlijk ook geheel aan de eischen van den tegenwoordigen tijd.
In het sousterrain bevinden zich de keuken, van grooten omvang en met een zeer practisch reuzen-fornuis, de provisiekamer, wijn- en likeurkelders, kortom alles wat tot een hôtel van den eersten rang behoort. Een lift onderhoudt de communicatie tusschen de onderwereld en het parterre. Fornuis en verdere keukeninrichting worden geleverd door de heeren Thijssen en van Haaren, firma Carel van Rosendael alhier.” (PGNC 23/8/1903)
Verbouwing Oscar Leeuw
1906, Graafsche straat
Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
“Grand Hôtel du Soleil.
Nu verschillende feesten weer tal van bezoekers naar onze stad lokken- kegelwedstrijden in de “Vereeniging”, begroeting der automobilisten vandaag, het sportfeest morgen en de landbouwfeesten in het verschiet- ligt het voor de hand dat de Nijmeegsche hôtelhouders hun beste beentje vooruitzetten om de gasten naar behooren te kunnen ontvangen en herbergen.
Spraken wij gisteren van de omvangrijke toebereidselen in het hôtel “Keizer Karel” met hoet oog op de ontvangst der automobilisten, ook het “Grand Hôtel du Soleil” aan de Graafsche straat wacht een zestigtal gasten ter gelegenheid der verschillende feesten.
Dank aan de uitbreiding van het vreemdelingenverkeer in deze stad heeft dit nieuwe hôtel in den korten tijd van zijn bestaan een hooge vlucht genomen en is thans opnieuw aanmerkelijk uitgebreid.
Werd in het voorjaar de lange voorgevel, onder leiding van den architect den heer Oscar leeuw geheel gemoderniseerd, van een veertig meter lange sierlijke veranda voorzien en met de wapenschilden der onderscheiden landen versierd, thans is naar ontwerp van denzelfden bouwkundige, door den aannemer den heer Konings een groote feestzaal met tooneel aangebouwd.
Op verzoek van den ijverigen directeur-gérant den heer Jos. Jergen, de ons de omvangrijke inrichtig rondleidde, waarbij wij telkens de indruk kregen met een degelijk vakman te doen te hebben, namen wij er gisteren een kijkje.
De zaal van bijzonder gelukkige verhoudingen, op het oogenblik fijn afgestukadoord door den heer Is. Van Haaren, zal later beschilderd worden; maar biedt zooals ze nu is, in haar smettelooze blankheid, met haar keurigen parketvloer, de breede op den tuin uitziende ramen met draperieën, geleverd door de firma Bahlmann, de spiegels aan weerszijden van het tooneel, waarop met de driekleur getooid het beeld van H.M. de Koningin prijkt, de rijke koperen kroonluchters en niet het minst de feestelijk gedekte en met levend groen gesierde tafel een hoogst vriendelijken aanblik.
Wij vernemen dat in deze zaal het groote diner bij gelegenheid der Landbouwfeesten, van circa 250 couverts zal gehouden worden. De zaal biedt plaats voor 300 couverts en zal zich ook uitstekend leenen voor kamermuziek, lezingen, tooneeluitvoeringen enz.
Nog werd onze opmerkzaamheid gevestigd op de ruime gelegenheid tot garage van automobielen, die alweer is vergroot. De breede toegang, de practische reparatiekuil, de gladde tegelvloer en vooral de flinke ruimte maken ze bijzonder doelmatig.” (De Gelderlander 22/7/1906)
Overigens zat Oscar Leeuw in het organisatie van bovengenoemde Landbouwfeesten, in de Commissie voor de Gebouwen.
Op 24 juli 1906 vindt door deze Commissie aanbesteding plaats van: “het leveren der benoodigde Tenten, omheiningen, standen voor Paarden, Rundvee, Schapen en Varkens op terreinen aan de Gerard Noodtstraat , Hunnerpark en Kelfkensbosch.” (PGNC 21/7/1906)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379266)
N.V. en (voorgenomen) verbouwing
In 1910 heeft eigenaar Steenmetzer plannen tot verdere uitbreiding.
Om de verbouwing en vergroting te kunnen financieren, heeft Steenmetzer de zaak omgevormd naar een N.V.. Men kan zich voor aandelen inschrijven bij Firma Lamar & Vos.
Het plan is om het gebouw met een verdieping te verhogen. Daarnaast zal op de hoek met de Stijn Buijsstraat een “bodega” en café-restaurant worden aangebouwd. En aan de achterzijde van het hotel is een grote schouwburg- concertzaal gepland, met de hoofdingang aan de rechterzijde.
“Zooals wij reeds, zeiden, zal een en ander en vooral de schouwburgzaal in een lang gevoelde behoefte voorzien, want een ieder zal het met ons eens zijn, dat de thans bestaande schouwburg niet thuis behoort in een stad als Nijmegen, die bezig is zich met haar nieuwe wijken te verjongen en in een fraai kleed te steken.” (PGNC 6/7/1910)
In hoeverre de uitgifte van aandelen succesvol is geweest en of de verbouwing is gerealiseerd, is nog niet bekend. In ieder geval wordt er in december 1910 begonnen met het afbreken van de huisjes van “Het Begin”. Deze liggen achter Hotel du Soleil en waren vlak na de ontmanteling van de wallen gebouwd. “Het vrijkomende terrein zal voorloopig voor een groot gedeelte als sport-terrein worden ingericht, terwijl een kleiner gedeelte daarvan dienen zal tot uitbreiding van de bestaande feestzaal met eene tooneel-inrichting, die zeer goed bij deze keurige zaal zal passen.” (PGNC 15/12/1910)
In PGNC 21/3/1912 blijkt dat dat de N.V. “Grand Hotel du Soleil” ontslag heeft verleend aan Steenmetzer als directeur. J. Fuchs is daarbij benoemd tot waarnemend directeur. Begin mei 1912 koopt Steenmetzer het pand van Societeit Burgerlust voor f34.900 (PGNC 3/5/1912 en PGNC 4/5/1912)
Hotel “Du Soleil”; een reproductie, Graafseweg 35-41, 1920 (F17387 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel “Du Soleil”; een reproductie, , Graafseweg 35-41, 1920 (F17378 RAN)
Entree Hotel du Soleil Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41, 1920 (F17381 RAN)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)
Op 22-5-1919 houdt de N.V. Grand Hotel “Du Soleil” een aandeelhoudersvergadering in “Burgerlust” met als “punt van behandeling: Verkoop van het Hotel”. (PGNC 9/5/1919)s
Eind mei 1919 staat het Hotel Du Soleil vervolgens te koop (PGNC 10/5/1919)
Belastingkantoor
PGNC 21/4/1923
In 1922/1923 vindt de verbouwing tot Belastingkantoor plaats.
Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren,
Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922
“Het nieuwe gebouw van ’s Rijks Dir. Belastingen.
Gistermiddag hebben wij het nieuwe gebouw van ’s Rijks directe belastingen, invoerrechten en accijnzen aan den Graafsen weg, dat de vorige week gedeeltelijk in gebruik is genomen, bezichtigd. Ons verzoek daartoe was door den Inspecteur der Dir. Bel. 2e afd., den heer L.A. Alting Mees, met voorkomendheid ingewilligd niet alleen, maar hij had bovendien de vriendelijkheid, ons na een inleidend woord omtrent de voorgeschiedenis van de vestiging der belasting-administratie in dit pand, door het geheele gebouw rond te leiden.
Men weet, dat het vroegere hotel “Du Soleil” na zijn mobiliasatie-bestmming was overgegaan aan de firma Jurgens, die het evenwel sinds eenigen tijd voor haar bedrijf niet meer noodig had. De belasting-autoritieiten alhier waren sinds lang zoekende naar een gebouw, geschikt voor huisvesting van de Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen. Verschillende aanbiedingen waren, als zijnde te duur, van de hand gewezen, terwijl in dezen tijd aan het bouwen van een nieuw pand niet kon worden gedacht, temeer omdat de dienst der Rijksgebouwen op waarlijk loffelijke wijze de grootst mogelijke zuinigheid nastreeft en daarbij zeer kaufännisch wordt beheerd. En zoo was de beruchte “Kamer no. 6” in de Ridderstraat nog steeds een bron van ergernis voor personeel en publiek, toen het Rijk- op het juiste tijdstip dienaangaande geadviseerd en ter zijde gestaaan door de heeren Van Eerde en Alting Mees, Inspecteurs der Dir.Bel. alhier (eerstgenoemde is sindsdien afgetreden)- er in slaagde op zeer gunstige verkoopsvoorwaarden het vroegere Hotel “Du Soleil” in handen te krijgen. Wanneer de bouwmeester indertijd had kunnen voorzien welke bestemming het hotel in later jaren zou krijgen, dan had hij zijn ontwerp niet beter kunnen maken. Want het gebouw bleek als geknipt voor de huisvesting van de belastingen en een rondwandeling heeft ons daarvan gistermiddag overtuigd. Gold het de beschrijving van een nieuw gebouw, dan zouden wij den architect de welverdiende hulde kunnen brengen voor de logische indeeling van het geheel; voor de voor de voortreffelijke wijze waarop hij het vraagstuk van “licht en lucht” had opgelost; voor de degelijkheid gepaard aan schoonheid, welke van beneden tot boven, van voor tot achter den bezoeker opvalt; voor het aanbrengen van centrale verwarming en electrisch licht, kortom van al datgene wat in een modern kantoorgebouw dient tot gerief van hen, die daar werken en hun den arbeid veraangenaamd, ergo beter doet zijn dan in een ouderwetsche en primitieve omgeving.
Van de drie ingengen van het gebouw is de linksche bestemd voor het publiek, dat belasting komt betalen en “Kamer no. 6” niet meer zal herkennen. Het is de voormalige danszaal van het hotel, waar op den parketvloer wel menig amoureus gesprek zal hebben plaats gehad. Hier vindt het publiek een zaal zoo mooi wat betreft ruimte, licht, lucht en inrichting der loketten, dat de tijd niet verre meer zal zijn dat de Nijmegenaars met plezier hun belastingen gaan betalen. Op het oogenblik zijn de aanslagen nog zóó hoog, dat zelfs de mooie zaal niet in staat is den pil te vergulden. Ook het personeel heeft alle reden om van eene verbetering te spreken. Het moet evenwel voor den mensch niet oged zijn in eene al zijn verlangens bevedigd te zien en zoo blijft er voor dat personeel nog wel wat te wenschen. Het Rijk toch heeft nu wel een mooi huis, maar moet nog bewijzen dit ook te kunnen bewonen. En bij veel lof mag de blaam niet achterwege blijven: wat wij in deze prachtige zaal “Kamer no. 6” aan meubileering zagen, grenst aan het ongelooflijke. Het was een rommeltje, misschien voor den uitdrager nog niet goed genoeg. Wat de firma Jurgens bij het gebouw heeft verkocht: linoleums, gordijnen, electrische lampen, huistelefoon is alles first class, maar wat het Rijk zelf heeft meegebracht, dient zoo spoedig mogelijk te worden vervangen.
Aan de hier genoemde groote zaal grenzen ter eene zijde het kantoor van den Ontvanger der Directe Belastingen, den heer F.E. Vreede, een archiefkamer en een vergaderzaaltje. Ter andere zijde bieden het voormalige tooneel en de vertrekken, die daarmede annex waren, gelegenheid tot inrichting van de kantoren van den Ontvanger der Invoerrechten en Accijnzen, Jhr. W.J. de Jonge, die momenteel aan de St. Anthoniusplaats ook verre van ideaal gehuisvest is.
Eveneens gelijkvloers, in de rechter helft van het gebouw, zijn de kantoren ondergebracht van den Inspecteur (den heer P. v.d. Mark) en den Ontvanger (den heer A. Bloemarts) der Registratie en Domeinen met klerken- en wachtkamers. (De kantoren van dezen dienst aan den Oranjesingel zullen worden betrokken door den Ingenieur van den Waterstraat, thans St. Annastraat; in het vroegere gebouw van de Inspectie der Dir. Belastingen aan de St. Annastraat is de Inspectie van het L.O. gevestigd.)
Een breede trap leidt naar de eerste étage, waar zich de kantoren bevinden van de Inspectie der Directe Belastingen; ter eene zijde van de gang de ruime klerken-zalen resp. van de 1e en de 2e adeeling met in het midden een wachtkamer; ter andere zijde de gezellige kamers van de inspecteurs in beid afdeelingen, t.w. 1e afd. de heer J. Andreas (benoemd met ingang van 1 Mei a.s. plaatsverv. Op het oogenblik de heer Meijerink) en 2e afd. de heer L.A. Alting Mees.
Op de tweede verdieping zijn 5 reserve-kamers voor personeel van de Inspectie en 5 archief-kamers.
Ter rechterzijde van het gebouw is de woning van den concierge gelegen. De daaraan grenzende vroegere garage is een prachtige bergplaats geworden voor de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen aangehaalde goederen; hier is ook de ingang voor de leden van het personeel, die een fiets bij zich hebben en voor wie de voormalige kegelbaan is ingericht voor 84 rijwielen; langs de diensttrap zijn zij dan in een oogwenk in het gebouw. Hier, in het sous-terrain, zijn voorts de kantoren van de kommiezen voor den stadsdienst, een leslokaal voor de kommiezen van den velddienst, archief-kamers en een inrichting voor het afstoken van gesistilleerd.
Uit het voorgaande blijkt wel, dat de dienst der Directe Belastingen, Invoerrechtne en Accijnzen thans gehuisvest is in een gebouw, dat als zoodanig aan alle eischen beantwoordt. Wanneer nu ook de inrichting van enkele lokalen zal zijn gemoderniseerd, zullen de inspecteurs en ontvangers, hiervoor genoemd, en hun ijverig personeel, alle reden hebben om de plaats gehad hebbende verandering een groote verbetering te noemen. Voor het publiek is dit nu reeds het geval.” (PGNC 17/4/1923)
Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)
Hierna volgen een aantal andere verbouwingen. In 2013 vond de verbouwing naar appartementen plaats.
Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor”(januari 2026)
Het in 2008 opgeleverde bouwproject staat op het terrein van de voormalige zeepfabriek Dobbelman. De nieuwbouw is een project van ontwikkelaar De Principaal, Talis Woondiensten en de gemeente Nijmegen.
Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)
Het project bestaat uit 128 koopwoningen en -appartementen. En daarnaast 660 m² (BVO) commerciële ruimte, 700 m² sportruimte. Het parkeren gebeurd onder de grond: daar is een parkeer- en stallingsgarage van ruim 4000 m².
Architectenbureau MR A&U (Marlies Rohmer Architecture & Urbanism) maakte het masterplan en een beeldkwaliteitsplan. Daarnaast ontwierp ze een deel van de bebouwing.
Bij het Dobbelman terrein is verbinding gezocht met de er om heen staande bebouwing (oktober 2024)
Voor de plannen werd gebruik gemaakt van een “patchworkmodel” door gebruik te maken van verschillende volumes. Hierdoor ontstaat een beeld analoog aan het oorspronkelijke fabrieksterrein, dat in de loop organisch was gegroeid met allerlei verschillende bouwgroottes en -types. Door gebruik te maken van het “patchwork” kon in het ontwerp worden geschoven met gebouwen: het plein is gebleven, met gebouwen net op een andere plaats, of net een andere positie. Daarbij was de wens van de bewoners dat de “wasstraat” openbaar zou worden.
Het industriële karakter komt ook terug in de bebouwing: gebouwen die er industrieel uitzien en omgebouwde casco’s. Daar tussenin bevindt zich bestaande bebouwing en nieuwe stadswoningen. Hierdoor krijgt het terrein een gedifferentieerd karakter, waardoor kunnen verschillende type bewoners in de nieuwbouw gaan wonen, verschillend naar cultuur, sociale klasse en gezinssamenstelling.
AEG Turbinefabriek in Berlijn, 2008 (Doris Antony via Wikicommons GFDL en CCBYSA 3.0)
Een belangrijke inspiratiebron voor de gebouwen was naast de Dobbelmanfabriek en haar omgeving de AEG-fabriek in Berlijn (zie de afbeelding hiernaast).
Bij het “patchworkmodel” is gebruik gemaakt van de betrokkenheid van de omwonenden. Zoals een bewoner vertelt “Toen dat bekend werd, stonden bewoners eigenlijk meteen in de startblokken. Toen lag na een paar maanden het programma van eisen en toen moest het proces nog beginnen.” Rienk Postuma daarop: “Wij hebben er alleen een zwier aangegeven, door een eigenzinnig plan te maken met een eigen gezicht.”
Dobbelman terrein (oktober 2024)
Dobbelman terrein (oktober 2024)
“Woonfabrieken”
MR A&U heeft 3 gebouwen oftewel “woonfabrieken” zelf ontworpen. Daarnaast hield ze supervisie over de overige gebouwen, zodat er eenheid in verscheidenheid zou ontstaan. Van het gebouw L is het oorspronkelijke casco behouden gebleven. Hierin zitten studio’s en ateliers en daarboven 11 loft woningen. De woningen kunnen daarbij vrij worden ingedeeld. Door hun harmonica pui wordt de buitenruimte onderdeel van de woning. Het industriële komt terug in het gebruik van baksteen en aluminium kappen.
De voormalige schoorsteen is behouden. Daarnaast is de lichtreclame van Dobbelman teruggekomen.
Het industriële komt ook terug op het binnenterrein, de “wasstraat”. Hier liggen stelconplaten, afkomstig van het voormalige fabrieksterrein. Bewoners kunnen daarbij zelf invulling geven aan deze ruimte.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Woonzorgcomplex
Het terrein heeft tevens een woonzorgcomplex.
De fabrieksschoorsteen is blijven staan (oktober 2024)
Directievoerder de Principaal
De “directievoerder” van dit project was De Principaal B.V. uit Amsterdam. Dit ontwikkelbedrijf is in 1994 opgericht door de woningcorporaties Lieven de Key, Onze Woning en De Doelen, met als doel een professioneler werkbedrijf op te bouwen. Een van de belangrijke projecten van De Principaal was op dat moment haar betrokkenheid bij het Oostelijk Havengebied van Amsterdam geweest.
Een van de plekken waar het “industriële” goed tot uitdrukking is gebracht (oktober 2024)Dobbelman terrein (oktober 2024)Dobbelman terrein (oktober 2024)
Prijzen
Herinnering aan de zeep die bij Dobbelman werd gemaakt – foto gemaakt op maandag wasdag (oktober 2024)
De Dobbelman heeft de Architectuurprijs Nijmegen 2009 gewonnen en de Gouden Piramide. De Gouden Piramide is bedoeld voor “inspirerend opdrachtgeverschap” en is een initiatief van de ministeries van VROM/WWI, LNV, OCW, en VenW. De jury: “Een werkelijk prachtig project, dat door de maatvoering, de vormgeving en de gebruikte materialen nog steeds de sfeer ademt van het industriële verleden van het gebied” (Architectenweb).
Het geldbedrag dat bij deze prijs hoorde is gebruikt om samen met de bewoners het kunstwerk “Was aan de Lijn” tot stand te brengen, zie de bovenstaande foto. Het is een werk van Reinier Lagendijk uit 2017) (bordje bij het kunstwerk)
Fabrieksschoorsteen achter de Action, Graafseweg (oktober 2024)
Achter de Action aan de Graafseweg staat, wat verscholen, een oude schoorsteen van een fabriek. Dit is een herinnering aan de kaarsenfabriek van Wilhelmus Kokke.
De schoorsteen is oorspronkelijk in 1919 gebouwd in opdracht van Wilhelmus Christoffel Kokke. Deze toren had oorspronkelijk een hoogte van 25 meter en diende voor zijn bedrijf op Graafseweg 59 en 59a. Een deel van de schoorsteen is afgetopt.
Het fabriekje is in 2003 gesloopt, waarbij de schoorsteen ternauwernood kon worden gered. In 2005 kwam het appartementencomplex met Wals’, tegenwoordig (oktober 2024) zit de Action in de zaak.
Vijver in Buurt Natuurtuin aan Trompstraat/dr Jan Berendsstraat (oktober 2024)
De Buurt Natuurtuin is een klein parkje tussen de Dr. Jan Berendsstraat en het spoor in. Hier stond aanvankelijk Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk.
Oorspronkelijk waren hier woningen gepland. Omdat de buurt echter behoefte aan grond, werd er een plantsoen gepland. Bewoners namen daarop het initiatief om in plaats van dit plantsoen een natuurtuin aan te leggen. Het ontwerp, aanleg en beheer is uitgevoerd door vrijwilligers
Het park bestaat uit een grasveld, waar bijvoorbeeld kinderen kunnen spelen. Daarnaast heeft het een moerasvijver. Rondom dit grasveld en de vijver is een wat hoger gedeelte aangebracht, bereikbaar met trapjes.
Huisraad
1994 Hans Vos
Op het grasveld staat het kunstwerk “Huisraad” van Hans Vos uit 1994, wat tevens kan worden gebruikt om te spelen. Hans Vos omschrijft het kunstwerk zelf als: “”Huisraad’ bestaat uit een opstelling van dansende meubels in een formaat waar je je klein bij gaat voelen. Het werk appelleert aan onbevangen spelen en bouwen, aan vrolijke huiselijkheid in de open lucht. Het is een plek waar ruimte is voor verbeelding.'” (Kunst op Straat).
1986 – Speelplastiek, Speeltuin Tam Tam Symfoniestraat Nijmegen
1992 – Prieel, Tunnelweg Wijchen
1994 – De Verzegelde Tijd Beuningen
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
De Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk, aan de Dr. Jan Berendsstraat op de hoek met de De Ruyterstraat ; links de Dobbelman Zeepfabriek, 27/6/1983 (Ber van Haren via ZN34654 RAN CC0) De afbraak van de voormalige Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk. Het voormalige fabrieksgebouw moet plaats maken voor de hier geplande natuurtuin. Op de achtergrond de door architect Paul van Hontem ontworpen nieuwbouwwoningen aan de Trompstraat, 12/3/1991 (Ger Loeffen via F36490 RAN CCBYSA)