Heseveld

In Nijmegen was er na de Tweede Wereldoorlog grote woningnood. Daarom werd er naar oplossingen gezocht, om ze snel mogelijk woningen te kunnen bouwen. Een van deze oplossingen waren de “airey-woningen”. De buurt werd als snel Jerasulem genoemd. De laatste jaren is de laagbouw vervangen door houtskeletbouw.
Woningnood na Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog was er grote woningnood in Nijmegen (en de rest van Nederland). Van de 22.000 woningen die Nijmegen in 1940 had, waren er 1900 verwoest en 13.000 beschadigd. Bovendien was er in de oorlogsjaren nauwelijks gebouwd. Daardoor was er begin 1947 een tekort aan 5.000 woningen.
Ontbreken geld en bouwmaterialen: oplossing nodig
Daarbij was er in Nederland geen geld en een tekort bouwmateriaal, waarbij bovendien de aanleg van fabrieken en infrastructuur de voorrang kreeg. Hierdoor kwam de woningbouw mede traag op gang kwam. 4000 jonge gezinnen bleven inwonen. Daarnaast woonden veel mensen in een schuurtje of krot. Ook koos Nijmegen voor krotopruiming van de Benedenstad en daarnaast zou er bij de wederopbouwplannen van het centrum aanmerkelijk minder ruimte voor wonen zijn dan voorheen.
Er werden naar mogelijkheden gezocht om snel en goedkoop te bouwen, rekening houdend met het tekort aan bouwmaterialen en het tekort aan (geschoolde) arbeidskrachten.
In 1945 en 1946 bouwde Nijmegen honderden noodwoningen, waaronder de maycretewonngen aan de Hatertseweg. Ook wordt er gedacht aan experimentele woningbouw. De gemeenteraad discussieert daarover in 1947: J. ten Hagen van de PVDA pleit voor montagebouw. W. Beeken van de KVP vindt alleen dat traditionele baksteen voldoet, omdat alleen deze bouw de gemeenschapszin bevordert. Burgemeester Hustinx, katholiek, is pragmatischer: mensen moeten ergens wonen. Er wordt gekozen voor het zogenaamde Aireysysteem.
Airey woningen

In augustus 1946 blijkt dat “eenigen tijd geleden heeft een drietal Nederlandsche wederopbouwautoriteiten in Engeland de montagebouw bestudeerd. Bij dit bezoek bleek van een achttal methodes het Airey systeem het meest geschikt, omdat de materialen voor dit systeem in Nederland minder schaars waren dan welke voor andere bouwsystemen nodig zijn.” Er werd daarbij besloten om in Nederland met 1.000 woningen te beginnen in de grote gemeentes. Maatschappij de Vries Robbé zal de fabricage van de staalonderdelen op zich nemen, “Betondak Arkel” de betononderdelen. Dan zullen er 4 woningen per kunnen worden geproduceerd (De Gelderlander 22/8/1946)
De Airey woningen is een vorm van montagebouw. Doordat de woningen gebruikt maakten van geprefabriceerde betonplaten, konden deze relatief snel worden gebouwd. Daarnaast werd gebruik gemaakt van standaardmaten en standaardontwerpen. Dat leverde het tweede voordeel op: door de prefab waren er minder (geschoolde) bouwvakkers nodig.
Het systeem is vernoemd naar de ontwerper, Edwin Airey (1879-1955), ingenieur en directeur van W. Airey en Sons in Leeds.
“De architecten J.F. Berghoef en H.T. Zwiers” werd gevraagd “om samen met de Vries Robbé uit Gorinchem (staalconstructies en ramen) en N.V. Betondak uit Arkel dit bouwsysteem ‘industrieel architectonisch’ gereed te maken voor serieproductie in Nederland onder de naam: NEMAVO-Airey… Begin 1947 startte men met de vertaling van het Engelse Airey-Houses systeem naar het Nederlandse systeem.” NEMAVO staat voor de N.V. Nederlands Maatschappij voor Volkshuisvesting uit Amsterdam.
Een dergelijke woning bestaat uit een skelet van beton en staal. Hierop worden betonplaten en de binnenbekleding van houtvezel aangebracht. De ramen en dakspanten zijn van staal. De kap is met beschoten hout, de afdekking van bitumen.
De meeste ontwerpen van Airey woningen waren afkomstig van Berghoef.
Airey woningen in Nijmegen
In Nijmegen zijn er 3 projecten van Airey-woningen:
| 190 eengezinswoningen | 1951 |
| 24 eengezinswoningen | 1952 |
| 216 etagewoningen en 6 woningen voor bejaarden | 1954 |
De eerste twee projecten zijn de eengezinswoningen zijn wit-grijs. De etage-woningen zijn op een later moment beschilderd, waarbij elk blok een afzonderlijke kleur kreeg. Opvallend daarbij zijn de rode bejaardenwoningen die tevens met de etagewoningen zijn opgeleverd.
Zie ook GN5584 RAN uit 1951 voor een foto van de net opgeleverde Kornoeljestraat. En F68540 RAN van dezelfde straat, maar dan in kleur. En waarbij de tuinen intussen al wat groener zijn geworden.
Voormalige tuinbouwgronden
De huurwoningen zijn gebouwd op grond tussen de Wolfskuilseweg en Oud Graafseweg, die daarvoor voor tuinbouw werd gebruikt.
De bronnen verschillen vooralsnog wie deze bouw heeft gefinancierd: wikipedia noemt de Marshallgelden, ACN: “Toch durfde destijds geen van de woningcorporaties het innovatieve project aan. “Onbekend maakt onbemind,” zegt Van Meijel daarover. “Rond 1950 waren in Nijmegen bakstenen huizen met schuine pannen daken nog steeds de norm.” Daarom financierde de gemeente bij hoge uitzondering zelf het project, dat later werd overgenomen door Kolping, de voorloper van Talis. In december 1951 trokken de eerste bewoners in. Enkele van hen wonen er nog steeds.”
Wikipedia: “Bijzonder is dat er puin uit de in februari 1944 bij het bombardement op Nijmegen verwoeste binnenstad is verwerkt in de prefab betonnen ‘bouwstenen’ van de woningen.”
Een uitgebreid artikel bij de oplevering van de 3000-ste Airey-woning van Nederland, in de Boksdoornstraat, staat hieronder.
Jerusalem
De buurt kreeg al gauw de naam Jerusalem, vanwege de witte woningen met hun platte daken in smalle straten. Deze benaming was niet specifiek voor Nijmegen: in meerdere plaatsen in Nederland kregen dergelijke buurten met airey-woningen deze naam.
Verkoop Hoogbouw
De etagewoningen blijven behouden. Inmiddels had Talis een groot deel van deze appartementen verkocht. Na overleg met de Vereniging van Eigenaren koos Talis bij de etagewoningen voor onderhoud. Het betrof onder andere maatregelen ten aanzien van de brandwerendheid. De voordeur werd vervangen. De huurappartementen kregen nieuwe kozijnen, een gipsplaten plafond en eventueel een nieuwe douche, keuken en toilet. Leidingen en cv-ketels worden vervangen waar nodig.
Sloop eengezinswoningen
Rond 2014 waren de woningen intussen sterk verouderd. Een van grootste nadelen was de slechte isolatie en ventilatie. Als de verwarming werd uitgezet, was het na een uur net zo koud als buiten. Daarnaast waren de woningen erg gehorig. Veel woningen hadden bovendien last van vocht en schimmel. Daarnaast waren mensen niet gecharmeerd van het uiterlijk.
Aan de andere kant vreesden sommige bewoners dat met nieuwbouw de huurprijs omhoog zou gaan. Een aantal bewoners nam de ongemakken voor lief vanwege de lagere huurprijs. Ook vreesden sommige bewoners het verlies van ‘paleisje’, hun ‘thuis’ gevoel.
Daardoor ontstond de vraag of groot onderhoud moest plaatsvinden of dat het beter was de woningen te slopen en vervangen door nieuwbouw. Daarbij waren verbeteringen in de isolatie belangrijk, zodat bewoners minimaal energielabel ‘B’ zouden krijgen. Zowel vanuit het oogpunt van de energierekening van de bewoners als het willen voldoen aan het streven van de overheid om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Daarmee zou Talis in aanmerking voor subsidieregelingen voor de aanpassingen. Aanvankelijk kiest Talis voor plannen voor groot onderhoud.
Rond 2018 verandert dit beeld: om de woningen energiezuiniger te maken, waren niet alleen aanpassingen van binnen nodig, maar ook aan de gevels. Hierdoor zullen de kosten aanmerkelijk hoger uitvallen. Daarnaast zou Talis in de toekomst kosten moeten maken voor onderhoud (waarvan een deel was uitgesteld). Daarop kiest de verhuurder vanaf dat moment voor sloop. Dit zorgt voor onrust bij de bewoners: sommigen hebben een waar “paleisje” van hun woning gemaakt, zijn betrokken bij het eigen karakter van de buurt; en zullen de woningen voor hun nog wel betaalbaar blijven?
Uiteindelijk konden bewoners in februari 2020 stemmen voor renovatie of nieuwbouw: 73,6% van de bewoners stemde voor sloop van de woningen en nieuwbouw.
Nieuwe woning op bestaande fundering

Vervolgens werd op de bestaande fundering nieuwe, duurzame woningen in de vorm van houtskeletbouw gebouwd voor de bestaande huurders.
“Blokje om” woningen
Talis kwam uiteindelijk uit op de “Blokje om” woningen van Dura Vermeer. Op de bestaande fundering wordt de nieuwe woning gebouwd. Deze zijn gemaakt van prefab houtskeletbouw en kunnen in 20 werkdagen worden gebouwd. De woningen zijn energiezuinig en betaalbaar. Door de houtskeletbouw was het mogelijk om op de bestaande fundering te bouwen. Daarbij was het nu mogelijk om het beeld van de groene jaren vijftig wijk te behouden.
Een ander voordeel voor bewoners is dat ze zo minimaal mogelijk last ondervinden en dat hun tuin en adres behouden blijft. In 2020 liet Talis 46 modelwoningen bouwen, mede om bewoners een idee te geven wat een woning met houtskeletbouw betekende. Tussen 2021 en 2023 werden de woningen blok voor blok vervangen.
Energie

Aanvankelijk leek het niet mogelijk te zijn om de woningen aardgasvrij te maken, zonder de huur te verhogen – een dilemma dat reeds speelde bij de vraag sloop of renovatie. Uiteindelijk kreeg Talis 650.000 euro subsidie van de Provincie en steun van de gemeente.
Voor het rentebedrag krijgt Talis korting op de verhuurdersheffing: aanvankelijk zou dit een subsidie van 5,5 miljoen van het Rijk betekenen, door de afschaffing van de verhuurdersheffing komt dit bedrag op 3,25 miljoen euro neer. Voorwaarde was, dat de doelgroep die er nu woont de huurprijs zou kunnen betalen.
De woningen kregen acht zonnepanelen, twee zonnecollectoren, zonneboiler, een doorstroomboiler en vloerverwarming.
Kleur

Naast het bouwen op de bestaand fundering, refereren de nieuwe woningen “aan de oude woningen in architectonische opbouw, materiaal en kleurstelling. Zo blijft Jerusalem een samenhangende, herkenbare buurt met een eigen identiteit.” (https://erfgoedstem.nl/jerusalem-nijmegen-nieuwbouw-met-een-knipoog-naar-het-verleden/)
Airey woningen elders in Nederland
Op verschillende plaatsen in Nederland zijn wijken met aireywoningen gebouwd, in totaal bijna 10.000. Veel woningen zijn inmiddels weer gesloopt. Andere gemeentes kozen voor renovatie. In een aantal gevallen voor de Airey woning 2.0, waarbij op de bestaande fundering een nieuwe skeletwoning werd gebouwd.
In een aantal plaatsen hebben de woningen een (gemeentelijke) monumentenstatus gekregen.
Bij de oplevering van de 3000-ste Airey-woning van Nederland in de Boksdoornstraat
De Gelderlander in 1951:
“Veel nood werd gelenigd, maar er bleven ontoelaatbare situaties: Burgermeester Hustinx over huisvestingsprobleem
Gistermorgen is, zoals wij reeds meldden, de 3000e woning sinds de bevrijding gereed gekomen, officieel geopend en daarna werd de sleutel door de directeur-generaal voor de Volkshuisvesting, dr. Ir. Z.Y. van de Meer aan de bewoners overhandigd. De Airey-woning van de familie Knuist aan de Boksdoornstraat 91 maakt deel uit van een complex van 214 woningen, in opdracht van de gemeente gebouwd en in exploitatie gegeven aan de R.K. Arbeiders Woning Vereniging “Kolping”. Talrijke autoriteiten uit de gemeente zijn bij deze plechtigheid tegenwoordig geweest, alsook het bestuur van de Ned. Mij voor Volkshuisvesting te Amsterdam, die haar 3000ste Airey-woning voltooid zag. De straat-ingangen waren met vlaggen getooid en de bezoekers werden met speciale richtingbordjes door het enorme complex naar de 3000ste woning op de hoek Boksdoornstraat-Vuurdoornstraat geleid.
Directeur-generaal voor de Volkshuisvesting bij opening 3000ste woningen: “Niet te optimistisch, ook niet al te pessimistisch”: Dit jaar een record in de woningbouw te verwachten?
Na het bereiken van de dubbele mijlpaal -voor Nijmegen en de Ned. Mij voor Volkshuisvesting- te hebben gememoreerd en hierover zijn vreugde te hebben uitgesproken, zeide de burgemeester: hoewel de keuze van de Airey-woningen, vooral wat het uiterlijk betreft, voor Nijmeegse begrippen althans revolutionair is te noemen, is het gemeentebestuur er van overtuigd, met dit systeem een goede greep te hebben gedaan. De medewerking van de beide architecten, de professoren Berghoef en Zomers, zegt trouwens in dit opzicht genoeg. Er is inderdaad reden tot voldoening zo vervolgde de burgemeester en ik voel mij dan ook geroepen dank te zeggen aan de regering, tot de institutionele beleggers en tot de woningbouwverenigingen, waaronder de junior “Adolf Kolping”, die steeds een zo grote en lofwaardige activiteit aan de dag legden.
Er is vandaag aanleiding, zo vervolgde de burgemeester, om aan de bereikte mijlpaal een feestwimpel te bevestigen. Toch zijn er aan de volkshuisvesting in Nederland en ook in Nijmegen zo vele donkere zijden, toch zijn de verwachtingen ten aanzien van de woningbouw in de toekomst van dien aard, dat uitbundig feestvertoon niet gerechtvaardigd is en er reden bestaat voor grote bezorgdheid.
Ellende en kommer
Ik denk thans aan de ellende en kommer tengevolge van de woningnood in onze gemeente, ik denk aan de huisvestingsnood met de daaraan verbonden sociale, morele en hygiënische gevaren, waarmede het gemeentebestuur dagelijks wordt geconfronteerd. Ik zou u specimen kunnen geven van woningnood in mijn gemeente, welke u in het jaar 1951 niet denkbaar zou achten, welke de geestelijke en lichamelijke gezondheid ernstig ondermijnen en een gezonde gezinsvorming onmogelijk maken.
Hoewel ik mij er zeer van bewust ben dat er in de voorbije jaren veel nood is gelenigd, bleven er ontoelaatbare en onhoudbare woonsituaties, waarvoor het gemeentebestuur zich verantwoordelijk voelt.
Wanneer we constateren, dat het Regeringsbeleid het in de achterliggende jaren -ook nog in 1951- mogelijk heeft gemaakt, het nijpende woningtekort geleidelijk in te lopen, dan betekent de voorgenomen vermindering van het bouwvolume tot 40.000 woningen niet alleen, dat voorlopig geen sprake meer zal zijn van een geleidelijke daling van het woningtekort, doch dit tekort vanaf 1952 weer al toenemen.
Dit betekent dat van de bestaande achterstand in onze stad niets zal kunnen worden ingelopen, ja dat de achterstand zelfs groter zal worden door de zeer dringende krotopruiming in de benedenstad en de huisvesting van de gerepatrieerden. Dit vooruitzicht vervult het gemeentebestuur met grote zorg en vrees.
De woningnood heeft voor Nijmegen nog een ander facet. Vergelijkingen met provincie en rijk hebben uitgewezen, dat er in Nijmegen een probleem in werkloosheid is ontstaan, zij het dat dit probleem vergeleken met de jaren van 1930-1940 geen catastrophale vormen heeft aangenomen. De sterke groei van de bevolking in het rayon Nijmegen, de stijging der arbeidsproductiviteit noodzaken dus maatregelen te treffen om aan dit probleem het hoofd te bieden, maatregelen, welke betrekking hebben op de toeneming der werkgelegenheid. De aanleg van de nieuwe haven en de omringende industrie-terreinen, de bouw van industriehallen, zij bewijzen, dat het gemeentebestuur de industrialisatie met ernst ter hand heeft genomen.
De factor huisvesting, bezien in het kader van de vergroting van de werkgelegenheid, kan aan die vergroting belangrijke steun verlenen. De vestiging van nieuwe bedrijven en uitbreiding van bestaande industriën worden gunstig beïnvloed door de aanwezigheid van woonruimte, waardoor de nodige werkkrachten kunnen worden aangetrokken.
Donkere wolken
De bestrijding van de werkloosheid is voor mij daarom een reden temeer ernstig te waarschuwen tegen vermindering van het woningbouwvolume en ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat donkere wolken hun schaduwen werpen over het feestelijke gebeuren van vandaag.
///
De Airey- woning
De constructie van Airey-woningen, vertoont verschillende verbeteringen vergeleken bij het oorspronkelijke Engelse systeem. Alle deuren en ramen zijn in staal uitgevoerd, evenals de kastdeuren en kozijnen. De keukens zijn als Bruynzeelkeukens ingericht. Alle woningen bevatten één grote woon-eetkamer, drie slaapkamers, keuken en lavet, terwijl zij tevens een schuur hebben voor berging van fietsen en kolen.
///
Ik kan slechts hopen dat de toekomst een oplossing ten goede zal inhouden, dat de Regering alsnog op haar voornemen zal terugkomen en zal besluiten het woningbouwvolume eerder op te voeren dan terug te dringen.
Opmerkelijke resultaten bij wederopbouw
De directeur-generaal voor de Volkshuisvesting begon zijn toespraak met een gelukwens aan de gemeente Nijmegen, waar zowel wat de wederopbouw als de woningbouw betreft, opmerkelijke resultaten zijn bereikt.
Wanneer hopelijk de kernfinancieringsregeling spoedig een feit is, kan ook Nijmegen de wederopbouw met vertrouwen tegemoet zien.
De Airey-woningen, aldus vervolgde dr Van der Meer, nemen in de systeem-woningen een eerste plaats in, ook uit een oogpunt van aesthetische montagebouw. Zij behoeven stellig niet achter te staan bij de traditionele bouw.
Na hulde gebracht te hebben aan de arbeiders, die ook hier met liefde en enthousiasme hebben gewerkt, besprak dr. Van der Meer de woningnood. Daarover mogen we niet te optimistisch zijn, maar zeker ook niet al te pessimistisch, aldus spreker.
4000 woningen per maand?
In de eerste 8 maanden van dit jaar kwamen 36000 woningen gereed en met de maanden welke we nog voor de boeg hebben, is het zeer waarschijnlijk dat dit jaar het record van 54.000 woningen in 1934 bereikt, gebroken zal worden.
Voor 1952 zijn echter de vooruitzichten minder gunstig, omdat de mogelijkheden kleiner zullen zijn, maar toch zijn er voor de toekomst enige lichtpunten.
Er worden thans meer dan 4000 woningen per maand in uitvoering genomen en wanneer we op deze wijze voortgaan, kunnen er volgend jaar toch meer woningen worden gebouwd.
Ook in financieel opzicht zijn de vooruitzichten iets beter. De betalingsbalans is verbeterd de deviezenpositie is in de laatste maanden gunstiger en in de maand September werd op de handelsbalans het ongekende dekkingspercentage van 97% bereikt.
Een en ander gaf Dr. Van der Meer aanleiding mede te delen, dat gemikt kon worden op 50.000 woningen per jaar. Maar, alle krachtsinspanning zal daarvoor nodig zijn.
Met een beroep op allen om volksvijand no. 1, de woningnood, te bestrijden, besloot Dr. van der Meer zijn toespraak.
Namens de Ned. Mij. voor Volkshuisvesting te Amsterdam werd nog het woord gevoerd door de heer Jac. Rustige, gedelegeerd commissaris. Deze beval ten zeerste aan een lening met recht van toewijzing op een woning en daarbij een huur naar draagkracht.
Hierna opende Dr. van der Meer de woning en werd deze door velen der aanwezigen bezichtigd.” (De Gelderlander 23/10/1951)
(Overige) bronnen en verder lezen
https://www.architectuurcentrumnijmegen.nl/single-post/jerusalem-wederopbouw-van-de-wederopbouw
https://nl.wikipedia.org/wiki/Jerusalem_(Nijmegen)
https://geografie.nl/artikel/jerusalem%C2%A0-erfgoed-en-leefbaarheid-in-nijmegen%C2%A0
https://nl.wikipedia.org/wiki/J.F._Berghoef
https://nl.wikipedia.org/wiki/Airey-woningen
https://mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/wederopbouwijk-jerusalem-te-nijmegen
https://www.jerusalemnijmegen.nl/ : blog van de bewonersgroep met onder andere video’s
https://www.jerusalemnijmegen.nl/boek-jerusalem-de-buurt-die-bleef/ : blog van de bewonersgroep. Op deze pagina zijn oude foto’s te zien
https://www.duravermeer.nl/woningbouw/expertises/blokje-om/
https://aedesmagazine.nl/edities/3-2021/artikelen/duurzaamheid-versus-betaalbaarheid.html
https://geografie.nl/artikel/jerusalem%C2%A0-erfgoed-en-leefbaarheid-in-nijmegen%C2%A0
Heseveld
Deze pagina verzamelt reeds verzamelde artikelen over Heseveld. Augustijner klooster 1925 Graafseweg 274 De Gelderlander schrijft in 1950 bij het…
Augustijnenbosje
Het Augustijnenbos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en…
Daniëlskerk architect de Bruijn
De Maria ten Hemelopnemings kerk, ook wel Daniëlskerk genoemd, is ontworpen door de architect L.J. de Bruijn. Het is het…