
Wolter te Riele was een beroemde en productieve kerkenbouwer. Hij ontwierp deze in de stijl van de neo-gothiek, ook op het moment dat deze stijl inmiddels weer uit de mode was.
In Nijmegen heeft hij een aantal jaren een tweede kantoor gehad, waarschijnlijk in de hoop om op deze manier opdrachten van het Bisdom ‘sHertogenbosch te verkrijgen.
Wolter te Riele (Wolter A.M. te Riele Gzn) was een Nederlands architect (8-9-1867 Deventer – 13-2-1937 Utrecht)
Hij werd op 8-9-1867 in Deventer geboren. Zij ouders waren Gerhardus te Riele Wzn. (1833-1911), architect, en Berendina Maria Weijenborg. Hij trouwt op 29-8-1918 met Maria Francisca Gertruda Jeurgens (1882-1966). Het echtpaar krijgt 1 zoon. Te Riele overlijdt op 13-2- 1937 in Utrecht.
Hij is vooral bekend als een zeer productieve bouwer van katholieke kerken, ongeveer 70. Daarnaast was hij restauratie-architect en ontwierp hij scholen, kloosters en pastoriën.
Opleiding
De eerste opleiding in de bouwkundige krijgt te Riele op het kantoor van zijn vader. Vervolgens volgde te Riele de bouwkundige opleiding aan de St. Lucasschool in Gent. “Dit was een instituut op streng katholieke grondslag, dat een sterk ambachtelijke beroepsopleiding in de christelijke kunst verzorgde. De middeleeuwse Gotiek gold als de christelijke stijl bij uitstek, als een lichtend voorbeeld voor de contemporaine kerkelijke architectuur. Vervolgens ging Wolter in de leer bij de meest bekende vertegenwoordiger van de Neogotiek in ons land, de katholieke architect P.J.H. Cuypers.” (https://www.wieiswieinoverijssel.nl/zoekresultaten/p2/85-wolter-te-riele) In 1895-1896 was te Riele opzichter bij de restauratie van de hervormde kerk van Hattem, onder supervisie van Cuypers. Te Riele rondt zijn opleiding af door het volgen van een cursus middeleeuwse kunstgeschiedenis en archeologie in Londen.
Eigen architectenbureau in Deventer
Daarna vestigt te Riele zich als architect in Deventer. De bouw van een “gesticht” met “bewaarscholen” voor de zusters Recollectinnen in Lichtenvoorde is een van zijn eerste opdrachten. Hij zal echter aanvankelijk vooral opdrachten voor restauraties krijgen. Te Riele zou veel verschillende gebouwen ontwerpen; het belangrijkste waren echter de kerkgebouwen.
Kantoor in Nijmegen

Rond 1907 had hij de Sint-Werenfriduskerk in Elst al ontworpen.
In 1912 opent hij een kantoor in Nijmegen, waarschijnlijk in de hoop opdrachten vanuit het Bisdom ’s-Hertogenbosch binnen te krijgen; op dat moment verstrekte het Bisdom veel kerkelijke opdrachten. Deventer valt onder Bisdom Utrecht, Nijmegen onder dat van ’s-Hertogenbosch.
Een gevonden aanbesteding waarin zijn Nijmeegse kantoor is vermeld is de aankondiging voor 6-2-1913 voor het bouwen van een pastorie en het verbouwen en vergrooten der Bijzondere School aldaar in Gemonde (PGNC 24/1/1913)
Waarschijnlijk was het gebrek aan succes de reden dat hij zijn kantoor in Nijmegen in 1918 weer sluit. Dat jaar vestigt hij zich vanuit Deventer in Utrecht. Te Riele was in 1905 Alfred Tepe opgevolgd als hoofdarchitect van het Bisdom Utrecht en verkreeg daardoor vele opdrachten.
Bij zijn overlijden
““Walter te Riele overleden
Bouwer van vele kerken.
Zaterdag is te Utrecht in zijn woonhuis overleden de bekende architect Walter te Riele Gzn.
Walter te Riele werd geboren in 1868 te Deventer, waar zijn vader een bekend architect was. Hij studeerde aanvankelijk aan de St. Lucasschool te Gent, maakte studiereizen naar Engeland, en werkte practisch op het architectenbureau van Dr. P. Cuypers te Amsterdam. Hij werd gevormd in den tijd van de neo-gothiek, welke richting hij ook later bleef toegedaan.
Een groot aantal kerken werd door hem gebouwd, in totaal wel ongeveer zestig. Onder de belangrijkste daarvan noemen we de St. Janskerk te Laren (die niet zonder critiek bleef), de St. Gertrudiskerk te Utrecht, maar vooral de kerk in Borne-Broek, die de overledene zelf als een van zijn beste werken beschouwde. Het was bovendien zijn laatste werk en hij was daar zeer aan gehecht.
Toen de neo-gothiek wat van haar aantrekkingskracht verloor, werd het stiller rond de figuur van te Riele, al bleef hij hier en daar nog bouwen en restauratiewerken aan oude, gothische kerken verrichten.
Hij bouwde ook kerken in Duitsland en in België.
Te Riele was een serieus werker, met toewijding voor zijn vak, maar vooral een charmant mensch, die een graag geziene gast bleef bij ieder, die zakelijk met hem in aanraking was gekomen.” (De Gelderlander 16/2/1937)
Sint-Werenfriduskerk
1907-1908 Dorpsstraat 36 (huidig) Elst
De Waterstaatskerk, de tweede kerk die Elst op deze plaats gehad heeft, was te klein geworden. Daarop was aan te Riele gevraagd een nieuwe kerk te ontwerpen. De eerste steen werd in 1906 of 1907 gelegd. De aannemer was Berntsen & Braam uit Nijmegen. Op 23 juli 1908 vond de inwijding plaats.
In september 1944 raakte de kerk dusdanig beschadigd, dat nieuwbouw noodzakelijk was. Daarop kwam in 1950 de huidige kerk gereed, naar ontwerp van G.M. Leeuwenberg. In 1951 vond de inwijding plaats.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Werenfriduskerk_(Elst)
https://bedevaart.meertens.knaw.nl/plaats/212
De St. Antonius van Padua kerk
1913-1914 Heerbaan/St. Antoniusplein 1 Millingen aan de Rijn
De St. Antonius van Padua kerk is een neogotische kruisbasiliek met een driebeukig schip. Het heeft een toren boven de doopkapel tussen het transept en noorderzijkoor.
Het gebouw staat op de plaats van de vroegere, gesloopte, middeleeuwse kerk. De toren van deze kerk was echter gemeente-eigendom, waardoor toestemming voor de sloop nodig was. In een rapport schreef te Riele dat de toren niet ouder was dan van 1500 en dat het geen monumentale waarde had. Daarop volgde toestemming voor de sloop.
De bouwer was de Gebroeders Koenders uit Enschede. Zij bouwden deze kerk voor ongeveer f110.000,-. Voor de bouw van de kerk kwam f40.000,- uit het Grewenfonds. Net als bij andere schenkingen vanuit dit fonds, was ook hier de voorwaarde dat de kerk vernoemd zou worden naar St. Antonius van Padua.
De kerk kwam in 1914 gereed; hij zou echter pas in 1926 worden geconsacreerd.

“Nieuwe kerk.
Men meldt ons uit Millingen:
Zondag j.l. werd onze nieuwe kerk ingezegend door onzen herder, pastoor M. Graat, daarbij geassisteerd door de Eerw. Heeren geestelijken uit onze provincie en door pater Albericus Jonkers, uit de abdij van Afflighem. Met het oog op de tijdsomstandigheden had geen plechtige consacreering door den bisschop plaats.
Na den middag werd Ons Heer in plechtige processie overgebracht uit de noodkerk naar Zijn nieuwe woning.
De Troonhemel, waaronder het Allerheiligste, werd voorafgegaan en begeleid door de militairen, onder aanvoering van sergeant Hopmans uit Beek, terwijl de besturen der verschillende Roomsche vereenigingen volgden, met kerk-, arm, en gemeentebestuur, zangkoor, enz.
De kerk is opgetrokken in gothieken stijl en gebouwd door gebrs. Koenders, onder den architect W. te Riele, uit Nijmegen.” (De Maasbode, 27-10-1914)
In maart 1945 leidde de kerk grote oorlogsschade door artilleriebeschietingen. Daarbij raakten de gewelven beschadigd en werd de bovenbouw van de toren volledig vernield. In 1954-1955 vond herbouw van de kerk plaats, zij het in vereenvoudigde vorm. Hiervan was B.W.A. Goddijn de architect.
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmomument met als waardering (tevens staat hier een uitgebreide omschrijving):
“- Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een parochiekerk uit 1913-1914 in neogotische stijl. Het ontwerp valt op door de grote omvang, het bijzondere bouwvolume en silhouet (opmerkelijk zijn o.a. de situering van de hoge klokkentoren tegen de noordelijke transeptarm, de afzonderlijke kinderkapellen voor meisjes en jongens aan weerszijden van de koorsluiting en een biechtstoel speciaal voor doven), de verzorgde detaillering in de vormgeving van het exterieur en een rijk maar gedeeltelijk gewijzigd interieur, met onder meer de preekstoel en het doopvont afkomstig uit de vroegere kerk. Karakteristiek voor het werk van de architect en de ontwikkeling van de kerkbouw in het eerste kwart van de twintigste eeuw is het centraliserende effect van de plattegrond. De Millingse Antoniuskerk is een karakteristiek en belangrijk werk binnen het oeuvre van architect W. TE RIELE en voorts de belangrijkste vertegenwoordiger van diens vroegere werk in de provincie Gelderland. De meest in het oog springende wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke situatie zijn de herbouw in vereenvoudigde vorm van de bovenste torengeleding in 1954-1955, de plaatsing van een altaar in de viering, de wijziging van het bankenplan en het overschilderen van de polychrome interieurbeschildering.
– Van stedenbouwkundige waarde als essentieel onderdeel van de historisch gegroeide kern van Millingen aan de Rijn, waarin de kerk ensemblewaarde heeft in relatie met de omringende bebouwing van het r.k. parochiecomplex (pastorie, kosterswoning, kerktoiletten, H. Hartbeeld, begraafplaats) èn van bijzondere betekenis is voor het aanzien van het dorp en omgeving vanwege de omvang, het markante silhouet en de ongebruikelijke situering van de hoge klokkentoren aan de noordzijde in de zichtas van een belangrijke straat.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van het religieuze bewustzijn van de rooms-katholieke gemeenschap ter plaatse; een ambitieus bouwproject voor een betrekkelijk kleine gemeente in het eerste kwart van de twintigste eeuw.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Antonius_van_Paduakerk_(Millingen_aan_de_Rijn)
Kerk Huissen-Zand
1925/1926 Verwoest september 1944
De bouwpastoor was kapelaan A.A. van Wijk uit Bemmel. Te Riele ontwierp de kerk in 1924, met een wijziging in 1925. Op 18-3-1925 vindt de aanbesteding plaats. De wordt aan L.C. Coenders en H.A. van Thij uit Enschede gegund voor f112.992.
Op 23-9-1925 vindt de eerstesteenlegging plaats, in 26-6-1926 wordt de kerk geconsacreerd.
“Het gebedshuis was een driebeukige basiliek met een lage beuk (afb. 1 – zie p.108) en een ingebouwde door een zonderlinge helm bekroonde toren (afb. 2 zie p. 109). Onder basiliek (ofwel basicale kerk) dient in dit verband te worden verstaan: een meerbeukige kerk, waarvan de middenbeuk hoger is opgetrokken dan de zijbeuken en waarvan bovendien die gedeelten van de middenbeukmuren die boven de zijbeukdaken uitrijzen doorbroken zijn met vensters. Het torendak kan worden beschreven als spits-pyramidevormig; van het onderste gedeelte waren dé hoeken afgeschuind. Laatstgenoemde doorsnede sloot aan bij die van het bovenste gedeelte van de topgeleding van het torenlichaam, waar de muren immers ook afgeschuinde hoeken te zien gaven.”
( https://www.huessen.nl/over-huissen/artikelen-uit-oude-mededelingen?view=category&id=112 Tevens bron)
(Overige) Bronnen en verder lezen
https://www.wieiswieinoverijssel.nl/zoekresultaten/p2/85-wolter-te-riele
https://zoeken.nieuweinstituut.nl/nl/personen/detail/563bb9ea-5922-5622-9944-8729048c7e0c
https://www.dbnl.org/tekst/schu211rijk01_01/schu211rijk01_01_0006.php zie ook foto’s op pagina’s 93 en 94
https://www.archimon.nl/architects/wteriele.html: heeft een groot overzicht van de werken van te Riele