
Deze pagina verzamelt reeds verzamelde artikelen over Heseveld.
Dorpspark Hees
stuk bijgevoegd tot het huidige Dorpspark Hees. Dit groen moest de grens tussen het oude, landelijke Hees en de nieuwe flats en laagbouw van Heseveld benadrukken.
Lees verderAugustijnenbosje
Het Augustijnenbos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en de Verbindingsweg. Daarbij bouwden ze een klooster aan de Graafseweg.
Lees verderDaniëlskerk architect de Bruijn
De Maria ten Hemelopnemings kerk, ook wel Daniëlskerk genoemd, is ontworpen door de architect L.J. de Bruijn. Het is het enige kerkgebouw in de functionalistische stijl van Nijmegen. Het deed van 1962 tot 1999 dienst als kerk. Daarna volgde een omvangrijke verbouwing een thuis voor gehandicapte jongeren die zo veel mogelijk zelfstandig kunnen leven. Daarnaast…
Lees verderPieter Postplein architecten Evers en Sarlemijn
In de jaren 50 ontwierpen de architecten Evers en Sarlemijn het Pieter Postplein in Heseveld. Deze is gebouwd in de stijl van de Bossche School. In de jaren 0 vond een renovatie plaats door Paul van Hontem. Hierbij werd de buitenkant zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat terug gebracht. Daarvoor ontving het bureau de Architectuurprijs van…
Lees verderDoorgangshuis Pater Dehon
Dennenstraat 10 Heseveld Vooraf Het bombardement van februari 1944 had het Vincentius Kindertehuis aan de Jodengas verwoest. Dit was een observatie- en doorgangshuis. Na medisch en psychologisch onderzoek werd voor deze kinderen vervolgens een passende omgeving gezocht, waarbij geprobeerd werd kinderen zoveel mogelijk in pleeggezinnen onder te brengen. De Rooms Katholieke Vereniging voor Kinderbescherming was…
Lees verderBegraafplaats Graafseweg: Geschiedenis en Monumenten
Het prachtige kerkhof ligt wat ingeklemd, wat vergeten tussen de Graafseweg en de Hatertseveldweg in. De aula en het hekwerk uit 1920-1921 zijn ontworpen door architect Weve. Links van de aula staat een bijzonder monument ter herdenking aan de slachtoffers van het bombardement van februari 1944, waarvan velen aanvankelijk in een massagraf op deze begraafplaats…
Lees verderDe Geschiedenis van Hatertse Veldweg 284: van Fabriek voor Poetsmiddelen tot Boeddhistisch Centrum
In 1931 laat T.B. Troost zijn nieuwe fabriek Vereenigde Chemische Fabrieken met een woonhuis bouwen aan de Hatertse veldweg 284 en 286. De architect was van Eldik. Deze fabriek produceerde poetsmiddelen. Twee jaar daarvoor had hij zijn fabriek overgebracht naar de Hatertse veldweg 126. Heseveld
Lees verderGeschiedenis van Café-Restaurant Welgelegen
In 1935 ontwerpt architect van Eldik de verbouwing van een landhuis tot het café-restaurant-pension Welgelegen. Dit landhuis is rond 1865 gebouwd.
Lees verderDe Stier van Korvinus
De Stier van Hees op het Daniëlsplein is een beeld van Wim Korvinus. Het beeld wil een tegenwicht bieden aan de naar Zuid-Afrikanen vernoemde straatnamen.
Lees verderRuth, die de vruchten van het veld haalt
In het Augustijnenbosje staat het beeld “Ruth, die de vruchten van het veld haalt”. Een gebukte vrouw, die schijnbaar bezig is de aren op te rapen. Het is de Bijbelse Ruth, die opkijkt. Het beeld is gemaakt door Theo Mulder in 1964. Wie was Ruth en wie was Theo Mulder?
Lees verderBothastraat en de Wetstraat architecten Evers en Sarlemijn
In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. De Bothastraat en de Wetstraat maken onderdeel uit van het eerste complex. Het eerste wat in de straten opvalt zijn de witgeschilderde woningen.
Lees verderJongensschool Sint Jozef architect Okhuijsen
De Jozefschool/Josepschool is rond 1956 gebouwd als dubbele school: de Jozefschool voor jongens, de naastgelegen Imelda school voor meisjes. Later, ronde de jaren 70 zijn de scholen samengegaan als Berberisschool. Tegenwoordig heet de school de Zonnewende. Het ontwerp was van architect Okhuijsen
Lees verderAugustijner klooster
1925 Graafseweg 274

De Gelderlander schrijft in 1950 bij het 25-jarig bestaan:
“De Augustijnen in Nijmegen
Bijna twee honderd jaar bedienden zij de kerk in het stadscentrum
Toen 25 jaar geleden de paters Augustijnen hun nieuwe klooster aan de Graafseweg betrokken, keerden zij na een onderbreking van ruim honderd jaar terug naar Nijmegen. De herinnering aan hun vroegere verblijf en werkzaamheden leefde nog voort in de St. Augustinuskerk, gelegen in de Augustijnenstraat.
Deze prachtige kerk van Cuijpers is helaas door het oorlogsgeweld vernield, en ook de Augustijnenstraat is bijna niet meer te onderkennen. Doch op het terrein waar omstreeks 1866 deze straat was aangelegd als een min of meer rechtstreekse verbinding tussen de Houtstraat en de Grote Markt, stond voordien de kerk welke de Augustijnen bijna 200 jaar hebben bediend.
In 1818 vertrok de laatste Augustijn die hier werkzaam was, Pater J.J. Smeijers, naar Emmerich, waarschijnlijk wegens de inmenging van het burgerlijk gezag in kerkelijke zaken waarmee hij zich niet verenigen kon, zodat hij het voor zijn geweten onverantwoordelijk achtte nog langer zijn functie te blijven uitoefenen.
De zielzorg in de St. Augustinuskerk werd sedertdien door de seculiere geestelijkheid waargenomen en daarna voortgezet door de Paters Carmelieten.
Het was dus een terugkeer naar Nijmegen, een heropnemen van een oude traditie, toen de Augustijnen zich in het najaar van 1925 weer in de Keizer Karelstad kwamen vestigen.
In korte trekken willen wij hier thans de geschiedenis van de Augustijnen in Nijmegen schilderen.
Na onderbreking van bijna een eeuw hervatten zij vóór vijf en twintig jaar hun werkzaamheid in ons midden
Maar kort daarop brak de grote oorlog van 1672 uit, en de bezetting van Nijmegen (1672-1674) door de Franse legers bracht voor de katholieken althans dit gelukkig gevolg mee, dat zij de St. Stephanuskerk weer in gebruik konden nemen. De missionarissen oefenden er gezamenlijk de zielzorg uit, terwijl de Augustijnen tevens arbeidden onder de Franse soldaten.
In 1674 moesten de vreemde troepen echter snel terugtrekken, en zo ontviel de St. Stephanus weer aan de katholieken en moesten zij terug naar hun verborgen schuilkerkjes.
Het kerkhuis in de Bagijnengas was, zoals gezegd, verloren gegaan en de Augustijnen stonden voor de taak hun statie weer van de grond af op te bouwen.
P. Henricus Canisius- uit de familie d’Hondt- nam samen met p. Mathias Agolla de heroprichting hiervan in 1674 ter hand, en na zeer vele en grote moeilijkheden te hebben overwonnen, konden zij in Juli van datzelfde jaar reeds heimelijk een voorlopige kapel openen, die was ingericht op een van de zolders van de bierbrouwerij van Severinus Hagens, “wonende in de Eselstraat”, zoals zij schreven. De woning en bierbrouwerij van Severinus Hagens, “De Son” geheten, waren gelegen in de Hezelstraat; als men van de Grote Markt komt, was het aan de linkerkant het tweede pand voorbij de Pijkestraat, toendertijd nog Pikkegas geheten.
Pater Agolla had zich echter voorgenomen zo spoedig mogelijk verbetering aan te brengen in de voorlopige oplossing van deze zolderkerk en hij slaagde daarin dank zij de medewerking van een zekere Joanna van der Straeten- een klopje-, door wie tussenkomst bij het volgende jaar de beschikking kreeg over een huis tussen de Houtstraat en de Markt, dat goed als kerkhuis kon worden ingericht, zij het met grote onkosten. Enkele jaren later- in 1683- werd dit huis tegen een aanzienlijke som van haar overgenomen.
Vijfentwintig jaren lang heeft p. Agolla de Nijmeegse statie bediend, waarna hij zich in het klooster te Maastricht terugtrok. Daar gaf hij nog enige bundels preken en meditaties uit, o.a. “Zedelijke Sermoonen op de Sondagen”, “Sermoonen op de Feestdagen” en “Den lijdendenden Jesus”, en op het titelblad vermeldde hij met een zekere trots “25 jaeren gewesene zendelingh in de zendinghe te Nijmegen”.
Het was een harde werker, deze p. Agolla, die er metterdaad in geslaagd is zijn statie tot grote bloei en zijn katholieken tot een vurig geloofsleven te brengen, en dan ook reeds spoedig de hulp van een assistent nodig had. Een van dezen, een zekere p. Thomas Debbaut, kon omstreeks 1676 met voldoening schrijven aan de Vice-praefect van de Augustijnenmissie: “Godt lof, t’sedert wij t’saemen zijn geweest is onse gemeijnte een groot deel aangewassen inder voegen dat wij nu in 2 diensten lichtelijck duijsent persoonen dienen”. Nog uit verschillende andere gegevens valt de bloei der statie op te maken. En waarschijnlijk is het ook aan de betekenis van deze statie voor de katholieken van Nijmegen te danken dat P. Agollo’s opvolger P. Guilelmus Lonchin zin van 1704-1724 het dekenaat van Nijmegen- dat zich over de stad en de omliggend dorpen uitstrekte van Groesbeek tot Dreumel toe- zag toevertrouwd. Later was ook nog P. Augustinus Libens van 1741-1743 deken.
Toch heeft deze statie ook in de 18e eeuw haar moeilijkheden gekend, maar over het algemeen genomen is er een blijvende vooruitgang waar te nemen. Toen dan ook in 1789 een nieuwe kerk gebouwd moest worden, omdat het oude kerkhuis volkomen versleten en bouwvallig was, zag P. Guilelmus van der Stocken zich genoodzaakt een groter en ruimer kerkgebouw te zetten. En opnieuw had een uitbreiding plaats in 1833 onder deken Triebels totdat een vijftigtal jaren later het majestueuze bouwwerk van Cuijpers verrees om het telkens vergrote kerkje te vervangen.
Tot 1818 zijn de Augustijnen werkzaam geweest in de Nijmeegse St. Augustinus. In 1925 keerden zij terug naar Nijmegen,- weliswaar niet in de oude stadskern die zo veel herinneringen aan hun vorig verblijf bewaarde, maar in het zich uitbreidende westelijke stadsdeel- om er hun theologische studies op te bouwen in de schaduw van de jonge Nijmeegse Alma Mater. E.F.” (De Gelderlander 24/11/1950)
Boskapel
Graafseweg 276

Een foto uit 1965 van het interieur is te zien op GN5747 en F13933 RAN.
Gemeentelijk Monument
De Boskapel is een Gemeentelijk Monument met als waardering (zie hier tevens voor een uitgebreide beschrijving:
“De Boskapel is van cultuurhistorische waarde als herkenbare vroeg naoorlogse uitdrukking van de
katholieke identiteit van Nijmegen in het algemeen, en de geschiedenis van de Nijmeegse Augustijnen in het bijzonder. De moderne visie van de Augustijnen op de liturgie heeft – in de aanloop naar het Tweede Vaticaans Concilie – geresulteerd in een innovatief gebouw van uitzonderlijk grote waarde. Ten eerste omdat de kapel naast de kloostergemeenschap ook – als openbaar kerkgebouw – plaats biedt aan gelovigen uit de wijde omgeving. Ten tweede omdat in de architectonische expressie de nadruk ligt op een sober vormgegeven en naar binnen gekeerd gebouw waarin de gemeenschap van gelovigen centraal staat, zonder de tot dan toe gebruikelijke representatieve en hiërarchische elementen. In een overzichtelijke en ornamentloze zaal met een centralistische theateropstelling onder één dak kunnen gelovigen optimaal contact maken met elkaar en met God, zo was de vernieuwende gedachte.
De Boskapel is van architectuurhistorische waarde als representatief en toonaangevend voorbeeld van de doorbrekende moderniteit in de vroeg naoorlogse (katholieke) kerkarchitectuur, en daarom van groot belang voor de geschiedenis van de architectuur. De functionele zaalruimte en de centralistische theateropstelling zijn de typologisch vernieuwende uitkomst van een herbezinning op de liturgie, functie en positie van de kerk. De markante kap, de gerichte lichtinval, het zorgvuldige materiaalgebruik, het eenvoudige meubilair en vooral de ruimtewerking bepalen de bijzondere uitdrukkingskracht en uniciteit van de Boskapel. De Boskapel is bovendien een goed voorbeeld van het fenomeen in de kerkbouw, dat architecten vrijwel uitsluitend kerken bouwden voor hun eigen geloofsrichting. De vrijwel gaaf bewaarde kapel is van grote betekenis voor het oeuvre van de destijds bekende en vernieuwende architect G.J. van der Grinten.
De Boskapel ontleent enige stedenbouwkundige waarde aan de situering op een bebost perceel (waaraan het gebouw zijn naam dankt) en de historisch-functionele relatie met het naastgelegen (herbestemde) klooster Augustinus.”
Roomboterfabriek

