Bij Begijnenstraat 13

Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?


Wonen, werken, leven, oud en nieuw, natuur en gebouwd in Nijmegen
Bij Begijnenstraat 13

Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?



In 1983/1984 werd het Citycomplex gebouwd tussen de Ganzenheuvel en Smidstraat. Op een soort binnenterrein kwam de omgevingsvormgeving van Christiaan Paul Damsté.
“Helderheid in de vorm van licht is een belangrijk thema in het werk van deze kunstenaar. na overleg met de omwonenden heeft Damsté besloten een kunstwerk te realiseren, waarmee het pleintje beleefd kan worden als speelruimte voor kinderen en als ontmoetingsruimte voor anderen.” (Kunstbus) Hij maakte een witte granieten schijf met een diameter van 3 meter. Deze schijf kreeg een reliëfstructuur, waardoor het op een plaatjeszwam lijkt. In de as van deze schijf staat een zwarte granieten paal, welke op een soort trap lijkt.
Damsté is geboren in 1944 in Arnhem. Hij is naast beeldhouwer schilder en etser. Ook maakt hij reliëfs, assemblages en collages.
Hij studeerde van 1962-1967 aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. Daar kreeg hij les van Jurjen de Haan, Peter Struycken en Henk Peeters. Ook studeerde hij in 1967-1969 aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Bosch de opleiding vrij schilderen en grafiek. Van 1969-1970 volgde hij de opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Gent.
Naast kunstenaar was Damsté docent aan verschillende instellingen, in ieder geval in de periode 1969-1989
In 1966 ontving hij de Grafiekprijs van Ommen
KOS: “Het oeuvre van Damsté lijkt op het eerste gezicht uit uiteenlopend en divers werk te bestaan. Toch is er een samenhang te ontdekken. De kunstenaar laat zich namelijk vooral inspireren door landschap, geologie en architectuur. Daarbij is in zijn werk bijna altijd de wens tot ‘ordening en structuur’ terug te vinden.”
Een ander werk in Nijmegen van Damsté is de sculptuur aan de Hobbemastraat/Ruysdaelstraat uit 1988.
Een mooi esssay over wat vormgevingskunst inhoudt is “Is dit kunst of mag het weg?“
https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken/?waarde=KOS_KUNSTWERKEN.380
https://www.kunstbus.nl/s/christiaan%20paul%20damste



De Begijnenstraat is een van de straten in de Benedenstad waar nog relatief veel panden bewaard zijn gebleven, onder andere van de sloop van onbewoonbaar verklaarde woningen in de jaren 70, die plaats maakten voor de nieuwbouw.
Deze pagina verzamelt artikelen over de Begijnenstraat en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Volgens het Straatnamenregister is de eerste vermelding van de Begijnenstraat in 1345: “”1345(…): platea Beghinarum” (Gorissen 1956, p. 99))” en “”15e eeuw: Begijnengas en ook Begijnenstraat. De naam is ontleend aan het begijnhof, ook Groesbeekhuis genoemd, dat sedert 1563 in gebruik is als weeshuis.” (Teunissen 1933)”

Loop bij de de onderdoorgang bij huisnummers 13/15 even naar binnen voor het mooie binnenplaatsje.
Het gebouw op de hoek van Begijnenstraat en Lange Hezelstraat is een Gemeentelijke Monument.
Formele tekst van het besluit tot aanwijzing:
“Winkel met bovenwoning
Hoekpand van baksteen, drie bouwlagen, plat dak. WInkelingang in de afgeschuinde hoek, geflankeerd door etalages met geschilderde natuurstenen pilasters.
Boven de deur een overhoeks geplaatste polygone erker met een balkon op de tweede etage. Gevel aan de Hezelstraat is één assig; aan de Begijnenstraat heeft de gevel drie assen. Gemetseld in geometrische patronen, met uistekende schoorsteen aan de Begijnenstraat.
Bouwjaar: ca. 1925-1930
Voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van bouwkunst in de smaak van de “Amsterdamse School”. Goed bewaard.”
Het gebouw is sinds 1988 een Gemeentelijk Monument:
“Bedrijfspand met bovenwoning
Door samentrekken van twee smalle panden ontstaan pand in twee bouwlagen. Gevel van baksteen met op de etage vier rechthoekige vensters. Op de begane grond gewijzigde pui met tweemaal een groep van een dubbel etalagevenster en rechts daarvan een deur. Plat dak met pannengedekt schild aan de straatzijde met daarin twee rechthoekige dakkapellen.
Gevel geschilderd.
Bouwtijd ca. 1870-1880.
Zeer klein bedrijfspand met bovenwoning van harmonische verhoudingen, van belang als onderdeel van het straatbeeld.”
De woningen zijn sinds 1987 een Gemeentelijk Monument

Het gebouw is een Rijksmonument. Formele tekst van het besluit tot aanwijzing: “Pand onder schilddak en met gepleisterde gevel onder rechte kroonlijst. Dubbele deur met hardstenen bovenlijst, gedragen door gesneden Lodewijk XV-consoles. Omlijsting van het bovenvenster in weelderig gesneden Lodewijk XV-vormen. In het bovenlicht gesneden Lodewijk XV-middenstijl.”
Begijnenstraat 25 – 29

De geschiedenis van het weeshuis staat op de eigen website van de Stichting Beide Weeshuizen. En zie ook Monumenten in Nederland: Gelderland vanaf pagina 248.
Op de foto hieronder staat de Regentenkamer weergegeven. Tijdens de rondleiding op Open Monumentendag 2024 werd onder andere verteld over de Stichting Beide Weeshuizen en de restauratie van de Regentenkamer.
Een van de onderdelen was het behang, welke een fabriek in Frankrijk in 2018 had gemaakt naar oud ontwerp. Dit is tegenwoordig een geëigende methode voor restauraties, wanneer oude onderdelen als behang aan vervanging toe zijn.
Bij de restauratie zou het houtwerk eigenlijk terug moeten worden gebracht naar donker eikenhout. Dat zagen de huidige gebruikers echter niet zitten, want dat zou betekenen dat ze vanaf dat moment in een donkere zaal zouden moeten vergaderen. Vandaar dat overeen gekomen werd om het houtwerk een lichtgroene kleur te laten behouden.
Daarnaast staat er in de kamer wat “keukengerei”. Zoals werd verteld, is dIt een toevoeging van de huidige gebruikers, die op het moment dat er ruimte moest worden ingekrompen, er in de regentenkamer wat items hadden neergezet, die ze belangrijk/mooi vonden. De “heren regenten”, want het waren toendertijd alleen mannen, zouden zelf nooit hebben willen vergaderen tussen al dat “vrouwenspul”.



Het gebouw is een Rijksmonument. Formele tekst van het besluit tot aanwijzing:
“Nr 25-27: Twee vermoedelijk nog 16e eeuwse panden onder een hoog schilddak, gemoderniseerd in het eerste kwart 19e eeuw met houten kroonlijsten, gesneden deuren en schuiframen in de vensters.
29: Laat-middeleeuwse panden, L-vormig om een binnenplaats gelegen en gedekt door hoge schilddaken. In de vleugel langs de Begijnenstraat een bakstenen fries van spitsboogjes. De gevels aan de binnenplaats hebben gemetselde pilasters van de kolossale orde, begane-grondvensters met gebogen en verdiepingsvensters met driehoekige frontons. Rijk behandeld natuurstenen poortje. De gevelarchitectuur in 1644 uitgevoerd door Salomon de Bray te Haarlem.
Inwendig ondermeer 16e eeuwse en latere sleutelstukken, een regentenkamer met Lodewijk XV-stucplafond, lambrizering, deuren en dessus-de portes. Schouw, 1760. Kelder met graatgewelven. Toegangspoort aan de Begijnenstraat. Bakstenen poort met fronton, geflankeerd door gebeeldhouwde korven met fruit. Aan weerszijden beelden van weeskinderen (1618-1644).
Aan de achterzijde bakstenen toegangspoort met geblokte pilaster: hoofdgestel en opzetstuk met fronton en rolwerkzijstukken, waarschijnlijk 1638, afkomstig van het Roomsch Katholyk Weeshuis aan de Doddendaal en hier herplaatst bij de restauratie van het Protestants Weeshuis, 1959.”
Begijnenstraat 33 is sinds 1978 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Gepleisterd HOEKPAND met verdieping en omlopend schilddak.
Het pand dateert uit de 16e eeuw en heeft vorkankers. In de meeste vensters zesruitsschuiframen.
Aan de zijde van de Oude Koningstraat een dubbele deur met panelen en bovenlicht, midden 19e eeuw.”

Begijnenstraat 8-10

Het gebouw op Begijnenstraat 8-10 is oorspronkelijk gebouwd als postkantoor in 1890. Hiervan was C. Eijsvogel de architect.
Het is sinds 1988 een gemeentelijk monument met als aanwijzing: “Karakteristiek kantoorpand uit het eind van de 19e eeuw in gotiserende neo-renaissance trant. Mede van belang in de straatwand.”


Een mooie foto van vóór de restauratie, gedateerd op 1970 is te zien op F12499 RAN.
Met een slag om de arm, aangezien er mogelijk hernummeringen zijn geweest:
De tot nu toe eerstgevonden vermelding van Begijnenstraat 16 is van Th.B. Schamp, smid. Hij staat in ieder geval in de Adresboeken van 1926, 1932, 1934, 1936, 1938, 1948, 1951 op dit adres. In 1948 staat ook mej. J.Th. Schamp op dit adres.
Ook komt Wed. N.J. Gillissen, geboren A.J. Selbach voor op Begijnenstraat 16 in de Adresboeken 1934, 1936, 1938, 1940, 1948, 1951, 1955. Mogelijk betreft dit een van de bovenwoningen of een inwonend persoon.
In De Gelderlander 28/4/1951 staat “Het pakhuis met erf en twee afzonderlijke bovenwoningen a.d. Begijnenstrat 16, 16a en 16 b te Nijmegen, groot 1.04 A op f5700 (strijkgeld f150,-)” te koop.
In het Adresboek van 1932 komt Wed. E.C. Bertels, geboren C. Opsomers en Mej. G.C. Bertels, naaister voor op nummer 16b. De “Mejuffrouw de Wed.” Christina Bertels geb. Opsomers overlijdt op 6-4-1934 in de leeftijd van 82 jaar (De Gelderlander 6/4/1934)
Ook gevonden zijn:
Begijnenstraat 16 is sinds 1973 een Rijksmonument, met als omschrijving:
“Pand met gepleisterde lijstgevel, gedateerd 1838. Getoogde inrijpoort,vensters met geprofileerde houten omlijstingen en boven de houten kroonlijst attiekverdieping.”

Begijnenstraat 18 is een Gemeentelijk monument. Met als tekst bij aanwijzing:
“Gemeentelijke Monument: “Woonhuis.
Geheel gepleisterd bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt hoog schilddak en een nok, evenwijdig aan de straat. Gevel met drie assen, gescheiden en begrensd door vier over de etages doorlopende vlakke pilasters met kussenvormig basement zonder kapiteel. Geprofileerde kroonlijst. Ingang in de rechteras, bestaande uit deur met getoogd bovenvenster verbonden met een raam. In de getoogde hoge vensters acht-ruiten.
Bouwjaar: ca. 1820. Goed geproportioneerd pand van belang in de straatwand”

Begijnenstraat 20

Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
Lees Meer

Op de bovenstaande foto uit 1980 wordt de voormalige kerk intussen gestut en is de bebouwing ernaast verdwenen.
Afgaande op de “hoek”, is er voor 1862 een advertentie gevonden waarin 3 huizen – “Heerenhuis met erf”- worden aangeboden.
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Lees MeerBegijnenstraat 24

Bij Begijnenstraat 24 hangt een reliëf, waarvan onduidelijk is, wat hiervan de betekenis is.
Begijnenstraat 30

Op de gevelsteen op Begijnenstraat 30 is het merkteken van brouwer Hendrik Peters te zien. Vóór de sloop hing dit merkteken boven een pakhuis, welke adres Begijnenstraat 20 had. Peters had in de jaren 30 en 40 van de 17e eeuw zijn brouwerij in de Begijnenstraat.
Naast de bovenstaande foto, is een afbeelding van het oorspronkelijke pakhuis, gedateeerd 1975-1980, te zien op F20188.
In de jaren 80 is het merkteken gerestaureerd.
Bron: Noviomagus
De gebouwen zijn een gemeentelijk monument.
Formele tekst van het besluit tot aanwijzing:
“Onderdeel van rijtje boven- en benedenwoningen en werkplaats. Bakstenen pand in twee bouwlagen met geschilderde banden. Benedenetage met vijf smalle assen en rechts een brede werkplaatsdeur; op de etage zes assen. Ramen en deuren met rechte bovenkozijnen waarboven flauw gewelfde bogen met blokken. Geprofileerde lijst tussen de etages; vlakke kroonlijst. Plat dak met schild aan de straat.
Bouwjaar: ca. 1890-1895.
Zeer eenvoudige volkswoningen, karakteristiek voor het eind van de eeuw en van belang in de straatwand.”

Het pand op de hoek Begijnenstraat/Lange Brouwerstraat is een Gemeentelijk Monument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning, op straathoek.
Op de hoek bouwdeel van twee lagen met afgeschuinde hoek en topgevel. Aan de Begijnenstraat aansluitend deel van twee lagen; aan de Lange Brouwerstraat van één laag. Baksteen met gestucte banden; pannengedekte dakschilden aan de straatzijde. Aan de Begijnenstraat vensters en deuren met rechthoekige kozijnen met getoogde bovendorpel en gestucte sluitsteen, op de begane grond; op de verdieping rechthoekige kozijnen met rechte strekken en gestucte sluitstenen. Vlakke kroonlijst.
Op de hoek: overhoekse magazijningang met daarboven driezijdige gemetselde erker op consoles met leien dak. Daarboven trapgevel met gestucte banden en afdekking; venster met T-kozijn. Aansluitende gevel Brouwerstraat met blindvensters en één raam linksboven.
Aansluitende lage gedeelte met korte vensters en grote dakkapel.
Bouwjaar: ca. 1885-1890.
Interessante vermenging van woon- en bedrijfsgebouwen in één schilderachtig complex met unieke hoekoplossing. Van groot belang door de ligging.”

In ieder geval hebben de bewoners dit jaar bijzondere planten in de plantenbakken: volgens Google is dit paarse boerenkool; in de zomer verbouwden ze er onder andere mais.

Het popje van Basta geeft bij de Lange Hezelstraat aan dat de kringloopwinkel Basta open is. Hier zijn ook mooie oude boeken over de geschiedenis van Nijmegen te koop, waarbij een deel van de opbrengst naar Noviomagus gaat.
Deze pagina verzamelt reeds verschenen berichten over de Benedenstad. De Drie Vijzels Het Anker/Dobbelmann Lange Brouwersstraat Een van de bekendste…
De Waalkade was eeuwenlang vol bedrijvigheid. Vervoer over water was een van de belangrijkste transportmiddelen. Aan de Waalkade en de…
Het huis aan Steenstraat 2 staat bekend als het “Brouwershuis”. Hoewel op de voorgevel het jaar 1621 staat, is het…

Waarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg: in ieder geval komt de Ganseheuvel als naam voor in 1410: “Aan deze straat is een plaatsje gelegen, dat vroeger Palmboom genoemd werd, naar een aanzienlijk huis, later logement (1629 tot omstreeks 1825). In 1629 kocht Gerard Palmerts het huis, dat tot 1715 in het bezit van zijn familie bleef.” (Teunissen 1933)
In de jaren 50 werden de panden in de driehoek van de Ganzenheuvel, de Lange Hezelstraat en ’t Heuveltje afgebroken. Daarop besloot de gemeente in 1954 deze nieuwe openbare ruimte tevens Ganzenheuvel te noemen.
Bron: https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/G.html
Anno 2025 is het pleintje met haar terrassen een belangrijke plek voor de horeca.
Deze pagina verzamelt reeds verschenen berichten over de Ganzenheuvel.
2024 Sander Dolstra en Maurice Broekhoff

In 2024 maakten Sander Dolstra en Maurice Broekhoff een van de Waalpaintings. Hierop zijn de zogenaamde Plooierijen verbeeld. Links staat schipper Willem Vonck afgebeeld, rechts burgemeester Willem Roukens.
Zie voor een uitgebreide beschrijving van het kunstwerk: https://waalpaintings.nl/in-de-plooi/ en De Gelderlander
Zie voor een uitgebreide beschrijving van de Plooierijen Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.
2000 Marcel Ruygrok

“Dit kunstwerk bestaat uit een watertafel, waarvan de poten zijn gevormd uit de letters WAT ER IS. Dit is een combinatie van letters, waarmee je verschillende woorden en zelfs zinnen kunt vormen (‘water is’, ‘wat er is’, ‘wat is er’, ‘is er wat’).”
“De watertafel en de putten zijn uitgevoerd in gebronsd messing. De kunstenaar geeft de voorkeur aan dit materiaal, omdat het onder invloed van verschillende weersomstandigheden telkens een ander karakter vertoont.”
Bij deze Wat Er Is horen ook 2 putten: op deze plekken zijn resten gevonden van 2 historische waterputten gevonden bij de herinrichting van het plein. (Marcel Ruygrok)
Op een van de putten staat: “Cedo Nulli”, oftewel: ik wijk voor niets/niemand. De Romeinen gebruikten deze spreuk om indringers angst aan te jagen. Daarbij verwijst de spreuk naar het Romeinse verleden. “Maar tegelijkertijd beschrijft deze spreuk ook een typische eigenschap van water: water zoekt zijn eigen weg en gaat zijn eigen gang.”
Met dit kunstwerk wordt tevens aandacht gegeven aan het afkoppelen van regenwater, net als de Bedriegertjes bij het Koningsplein en de Cascade aan de Stikke Hezelstraat. Dit afkoppelen was een van de speerpunten van het Nijmeegse Waterplan. Bij de Grote Markt wordt het regenwater uit de omgeving opgevangen en wordt door deze cascade verplaatst, waarbij de watertafel van Wat Er Is het eindpunt is.

De muurschildering laat het belang van de vrouwen in het verzet zien door middel van 3 verzetstrijdsters:
In deze Waalpainting staan drie Nijmeegse verzetsvrouwen centraal:
Het is een werk van Esther Aarts.
Voor een uitgebreide beschrijving zie https://waalpaintings.nl/verzetsvrouwen/ (tevens bron)
Priemstraat 1 De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam. Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd. 1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw In 1897/1898 vindt een…


Oude Haven 4, gesloopt

Zij hebben in 1920 22 volwassen werknemers. In hun bedrijf zijn er 2 electriciteits motoren, samen goed voor 6 PK (Gemeenteverslag 1920). Daarnaast krijgt Turmac in april 1921 een hinderwetvergunning voor het plaatsen van een goederenlift, voor de locatie Oude Haven 4/6 (In het Gemeenteverslag 1921 Waalplein 4/6 genoemd, Sectie C, No. 5101.

Wanneer Turmac de Drija fabriek in 1932 huurt, blijkt dat zij op dat moment tevens een vestiging huurt op Oude Haven nummer 20. Deze, en andere gehuurde panden, worden afgestoten. De Oude Haven 4, eigendom van Turmac zelf, blijft fungeren als opslagplaats (PGNC 19/12/1932).
Waarschijnlijk vindt in 1937 de overplaatsing toch plaats: “Wij vernamen, dat wegens reorganisatie van het bedrijf, een groot deel der “lagers” en expeditie overgaat naar Zevenaar, waar “de magazijnen zijn uitgebreid. Deze overplaatsing komt voor de Turmac economischer uit. Veel personeel kreeg hier ter stede reeds ontslag.” (De Gelderlander 27/4/1937). Deze gaat waarschijnlijk in 1940 weer open: “De Turmac had in vroeger jaren zijn groote magazijnen aan den Graafschen weg naast de Nijmeegse Veiling. Toen werden de magazijnen grootendeels naar Zevenaar overgeplaatst. Thans is er van de Turkish Macedonian Tab. Co. N.V. weder een depot geopend aan de Oude Haven No. 4. (De Gelderlander 25/5/1940).
Ik (RE) heb in het adres Oude Haven in ieder geval gevonden in de adresboeken voor: 1928, 1932, 1934, 1936 en 1938.
Het Adresboek 1930 heb ik tot nu toe uberhaupt nog niet gevonden. De Oude Haven komt niet voor in de Adresboeken van 1940.


Op de hoek van de Van Diemerbroeckstraat stond jarenlang het voormalige pakhuis van Turmac: de Turkish Macedonian Tobacco Company. Oorspronkelijk…
Hoewel van Schevichaven de figuur beschrijft als een figuur met de “stijfheid van den stokvisch, is het pand de Zeemeermin uit eind 18e eeuw een Rijksmonument. In ieder geval hebben er in de 20ste eeuw jarenlang smederijen in het pand gezeten. Na een grondige restauratie in de jaren 80 is het pand verbouwd tot appartementen.
De Waalkade was eeuwenlang vol bedrijvigheid. Vervoer over water was een van de belangrijkste transportmiddelen. Aan de Waalkade en de…

Deze pagina verzamelt reeds verschenen berichten over de Benedenstad.
Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?
Lees verderIn 1983/1984 werd het Citycomplex gebouwd tussen de Ganzenheuvel en Smidstraat. Op een soort binnenterrein kwam de omgevingsvormgeving van Christiaan Paul Damsté.
Lees verderDe Begijnenstraat is een mooie, oude straat die Lange Hezelstraat met de Waalkade verbindt. Opvallende monumenten zijn het oude weeshuis en de oude gereformeerde kerk. Daarnaast heeft nog een aantal prachtige, andere oude panden, waaronder een voormalig postkantoor.
Lees verderWaarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg.
Lees verderIn 1920 vestigt Turmac zich in Nederland. Hun hoofdkantoor komt in Arnhem (hoewel deze in 1922 verhuist naar Amsterdam) en hun fabriek in Zevenaar. In Nijmegen vestigen zij een tabak opslagplaats, aan de Oude Haven nummer 4.
Lees verderOp de Klokkenberg werd in 1844 een lagere school geopend, met daarbij de eerste Christelijke Normaalschool (voorloper van de lerarenopleiding). De straat bestaat pas sinds de jaren 80, toen het complex van de Klokkenberg werd gesloopt en er woningen voor in de plaats kwamen.
Lees verderOp de Korenmarkt zaten de nodige horecagelegenheden, waarvan het Hof van Brabant mogelijk de bekendste was. Na verloop van tijd was er een terras, met een prachtig uitzicht op de Waal. En er waren kegelwedstrijden, rond 1900 zeer populair.
Lees verderOp de hoek van de Priemstraat en de Lage Markt is een beeldje van een Olifant te zien. Een herinnerg aan de tijd dat hier een winkel in koloniale waren zat. Het beeld is overigens niet het origineel: deze is van hout en te vinden in de collectie van het Valkhof museum. In 1979 maakte…
Lees verderIn 1858/1859 laat Franciscus Johannes (Frans) Hallo Bat-Ouwe-Zate bouwen, welke al binnen 7 maanden gereed is. In de volksmond krijgt het al gauw de naam “Kasteel Hallo”. Hij zal er zelf maar een korte periode wonen. Het kasteel werd vervolgens vooral bekend door de geliefde “Zusters van Hallo”.
Lees verderIn 1987 maakte de beeldhouwer Klaus van de Locht de afsluitpaal “Habakuk” als grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder.
Lees verderIn de Kloosterstraat hangt een mini-museum over de kaaisjouwers. Gerrit Pijman (Die in 2023 77 jaar is) hangt elke ochtend deze foto’s op en haalt ze ’s avonds er weer af
Lees verderDit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een oud stuk Nijmegen, dat de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, vol van gemeentelijke en rijksmonumenten. Toch zullen veel Nijmegenaren het ook kennen van de (vroegere) uitgaangsgelegenheden.
Lees verderOp 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden,
Lees verderAl jarenlang hangt in de Pepergas een bordje met foto en onderschrift dat in Pepergas 22 een smederij was gevestigd. Ik was benieuwd wat er over deze smederij was te vinden.
Lees verderWaar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Het was een van de projecten Groene Allure.
Lees verderOp 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449…
Lees verderBeeldhouwer Ed van Teeseling maakte de afsluitpaal in de doorgang van de Lutherseplaats en Achter de Vismarkt in 1987.
Lees verderOmdat in 1983 Karl Marx 100 jaar is overleden, besluit de gemeente Nijmegen een plaquette op te hangen waar het “ouderlijke huis” van de moeder van Karl Marx heeft gestaan. Henriëtte Presburg heeft hier echter slechts 6 jaar gewoond: zij was geboren in de Nonnenstraat.
Lees verder1887 Klokkenberg Bij de opening 6 Mei schrijft het PGNC: “… De Christelijke normaalschool werd in 1846 in het vorige gebouw op den Klokkenberg geopend, terwijl met den bouw van de nieuwe school, naar de plannen van den heer J.W. Michielsen alhier, in 1886 werd begonnen door den aannemer, den heer Buskens. Voor den fraaien…
Lees verder

Lange Brouwersstraat
Een van de bekendste fabrieken die Nijmegen heeft voortgebracht is Dobbelmann. Haar oorsprong ligt in de Lange Brouwersstraat, wanneer Johann Peter Dobbelmann in 1845 zeepfabriek het Anker koopt. Het Anker was daarbij het het eerste bedrijf Nijmegen geweest met een stoomketel. Al gauw daarna neemt zijn zoon Theodoor de fabriek over. In 1895 ontstond een grote brand, die de fabriek verwoestte. Daarop vestigde Dobbelmann zich in Bottendaal en werd het een van de belangrijkste zeepfabrieken van Nederland.

Een aantal verwaarloosde panden in de Benedenstad heeft de sloop overleefd, waaronder enkele in de Lange Brouwerstraat. Op nummer 2 bevindt zich in 1978 Drukkerij “De Waalstad”. Let ook op de prachtige deur van 2B (Tegenwoordig nummers 6 en 8); deze deur bestaat nog steeds.

Lange Brouwerstraat 4, 6 en 8 is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woningen.
Oorspronkelijk winkel / woonhuis van twee lagen. Gevel van baksteen met gestucte banden. Op de begane grond vernieuwde houten pui met links de deur van het bovenhuis. De bovenetage heeft drie assen waarin T-vensters met daarboven gemetselde ontlastingsbogen met natuurstenen sluitsteen. Gootlijst met consoles. Platdak met pannengedekt schild en in het midden een dakkapel met houten pilaters, vlakke bovenlijst en wangen.
Bouwjaar: ca 1895-1900.
Van belang als voorbeeld van de straatbebouwing en als onderdeel van, samenhangend bewaard gebleven, oude bebouwing van dit deel van de benedenstad.”


De Sint-Jacobskapel of Glashuis werd in de 15de eeuw gebouwd als onderdeel van het St. Jacobsgasthuis. Het is een bakstenen gebouw met driezijdige koorsluiting. Na het Beleg van Nijmegen in 1591 verloor de kapel de geloofsfunctie. Hendrick Heuck had er tot 1655 een glasblazerij die in 1670 failliet ging. Daarna deed de kapel dienst als school, opslagruimte, koeienstal, weeshuis en woning. In 1965 werd de kapel gerestaureerd door ingenieur J. G. Deur. Hierna werd het weer een gebedsruimte en in 1998 verdween de religieuze functie opnieuw en sindsdien is het gebouw onder meer in gebruik voor exposities en huwelijken. Daarnaast vervult de kapel een rol als ontmoetingsplek voor pelgrims (met name de pelgrimage naar Santiago de Compostella).” (Bijschrift KN13129-25 RAN, een foto uit 1956).”
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte de kapel beschadigd. Na de oorlog ontwierp ir. Deur de restauratie, welke na zijn overlijden werd voortgezet door ir. Poederoijen. Na het gereedkomen van de restauratie zegende deken van Dijk de kapel in als Sinte Geertruidkapel. Later is de naam veranderd naar de Sint Jacobskapel. (Bijschrift F93761, foto uit 1964)
1982 Ganzenheuvel, tegenwoordig Papengas bij het Glashuis

Zie ook het artikel van de Nijmeegse Stadskrant over de verplaatsing.
Pierre Paul “Pépé” Grégoire (Teteringen, 3 november 1950) is een Nederlandse beeldhouwer.
Hij studeerde van 1968-1974 aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. In 1974 won hij de Buys van Hultenprijs en in 1985 de Jan Hamdorffprijs. Hij maakt vooral grote werken in de openbare ruimte (2 tot 8 meter hoog). Bovendien maakte hij in opdracht een aantal bronsportretten.
Bron
https://nl.wikipedia.org/wiki/P%C3%A9p%C3%A9_Gr%C3%A9goire, met tevens een lijst van werken.
Verder lezen: https://www.pepegregoire.nl/, de eigen site van Pépé Gregoire.
Ganzenheuvel 71

De meeste Nijmegenaren zullen het gebouw op Ganzenheuvel 71 kennen als het befaamde Spijshuis Uylenspieghel. Ook vóór dit restaurant waren er verschillende horeca-gelegenheden geweest.


Zie ook de foto F39238 RAN uit 1959-1960: dan is het “Café A.W. Vink / Vink’s Dancing van de familie Vink-van Roozendaal. De dancing is tot dan de enige in de stad.” Merk op dat op de bovengevel ook “Café “De Oude Stad”” staat geschilderd.
Op foto GN10680 RAN komt Prins Carnaval Nico (Grijpink) in 1957 langs dancing Vink.
Rond 1965 is het Bar Dancing Blue Bell, zie foto F86411 RAN. En rond 1920 Bar Bodego La Colina (zie F63999 RAN)

Het restaurent opende in 1975. Vanwege de corona-periode werd het restaurant in 2020 gesloten. De tekst op haar site vertelt:

“Na 45 jaar vol strijdlust, goede zin en fantastische inzet van iedereen, moeten wij bekend maken dat de Corona-periode van ons gewonnen heeft. Wij geloven er niet in dat we zodra de eerste versoepelende maatregelen van kracht zullen zijn, we weer een winstgevend bedrijf kunnen worden.
Dit heeft ons doen besluiten om onze deuren blijvend te sluiten.
Wij zijn blij te kunnen mededelen dat er geen benadeelde leveranciers achterblijven.
Wij willen al onze trouwe gasten van de afgelopen 45 jaar van harte bedanken.”
Smidstraat 31






Begin jaren 70 vestigt zich Dille & Kamille op de Priemstraat. Het is dan een van de 5 eerste vestiging van de keten, die in 1974 in Utrecht is opgericht. “Sinds die tijd willen we mensen inspireren om bewust, onthaast en duurzaam te leven in harmonie met elkaar, onze omgeving en de natuur. En daarom kiezen we al bijna 50 jaar voor dingen die ertoe doen!” (Dille & Kamille) Rond 1979 is deze vestiging echter gesloten. In 2014 komt Dille & Kamille terug naar Nijmegen, dan op de Lange Hezelstraat.
Op Facebook staat een mooie foto uit 1970 en veel herinneringen. Daarbij wordt het jaartal 1974 genoemd als waar iemand de eerste baan had bij Dille & Kamille. (Ook 1972 wordt genoemd, maar uit de website van Dille & Kamille blijkt de winkel in Utrecht in 1974 te zijn begonnen).
Zie ook de foto F67949 RAN. Deze is gedateerd op 1966-1970, maar dit zal een abuis zijn.
Na Dille & Kamille zat hier zo’n 40 jaar restaurant Weetjewel.
In augustus 2025 zit hier Bar Cali.
Een leuk interview is te lezen op IntoNijmegen en daarnaast de blog van Miekdekok.
Priemstraat 11-13 is een Gemeentelijk Momument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning.
Geheel gepleisterd bakstenen pand in drie bouwlagen, drie-assig, met pannengedekt schilddak.
Op de eerste etage hoge rechthoekige vensters met ze ruiten; op de tweede bijna vierkante ramen met vier ruiten. Gladde geprofileerde kroonlijst. De benedenetage heeft een hoge houten pui bestaande uit twee deuren met bovenlicht, waartussen een etalagevenster met bovenlicht. De pui bestaat uit bewerkte pilasters met boven de deuren gebogen frieslijsten met consoles. Boven de etalage een kroonlijst onderbroken door een uitvoerig ornamentaal fronton.
Bouwtijd: tweede kwart 19e eeuw; pui circa 1880-1885
Zeer karakteristiek pand met waardevolle pui.”

Rijksmonument met als omschrijving: Linker- en Rechter helft “van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze rechter helft heeft een verhoogde, gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met een hoge 19e eeuwse winkelpui, twee 6-ruits schuifvensters op de verdieping en een 9-ruits schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een vijftal vensters.”
Priemstraat 19-21 Is een Rijksmonument met als omschrijving voor nummer 19:
“Linker helft van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze linker helft heeft een verhoogde, gebosseerd gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met hoge 19e eeuwse winkelpui, twee schuifvensters op de verdieping en een schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een keldertoegang, twee deuropeningen en vier vensters.”


Vlakbij Priemstraat 19-21 hangt 2019 een vergroting van een gerestaureerde ansichtkaart uit 1900. Zie het artikel in de Gelderlander hierover.

Priemstraat 53 – 55 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Laat-middeleeuws PAND, waarvan de geveltop met in- en uitzwenkende contouren uit de 18e eeuw dagtekent.
Aan de achterzijde een gepleisterde puntgevel.
Onder het huis een tweebeukige kelder met graatgewelven op bakstenen ronde pijlers.
Moer- en kinderbalken met gesneden laat-gotische sleutelstukken.
Spiltrap achter in het huis.”
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en hoog zadeldak, waarschijnlijk 17e eeuw. Lijstgevel van vroeg-19e eeuws karakter.”



Lage Markt 36
Rijksmonument Jezuïetenhuis Het Hof van Xanten wordt ook wel het “Jezuïetenhuis” genoemd, vernoemd naar de schuilkerk die hier lang gevestigd was. Na de Reductie van Nijmegen bleven vooral de Jezuïeten actief. “Vanaf 1616 waren er structureel twee missionarissen namens de orde in Nijmegen aanwezig. De eerste missionaris die gezonden werd en die we dus als…
Lees verder

Het meest linkse gebouw op de foto van ongeveer 1925-1930 naast het poortje is het Hof van Xanten. Op de huidige foto is de situatie in maart 2025, waarbij op deze plaats woningen zijn gebouwen.
(voorheen Lage Markt 55)


Op de cartouche staat de tekst “paX et qVIes VsqVe qVaqVe hVIC DoMVI”. Dit is een zogenaamd jaardicht of chronogram. Een chonogram bestaat uit 1 of meer versregels, of een korte spreuk, waarin de letters M, D, C, L, X, U, V, W, I en Y als Romeinse cijfers beschouwd, bij samentelling een bepaald jaartal voorstellen. (wikipedia, met tevens meer achtergrond van een jaardicht).
De vertaling luidt: “Vrede en rust te allen tijde voor dit huis”, waarbij tevens het jaar 1648 wordt gevormd. Zoals Dorsoduro aangeeft, is deze tekst mogelijk ingegeven door de Vrede van Münster.

Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met in de verminkte en gepleisterde voorgevel een gevelsteen met cartouche (1648) en drie sierankers. Het schilddak wordt aan de Waalkade afgesloten door een gevel met gezwenkte top.”
Lage Markt 70 – 88

Deze spreuk is vooral door het “Adagia” van Erasmus beroemd geworden. Daarin beschrijft hij “Ne Iupiter quidem omnibus placet” (Adagia 2.7.55).
Oftewel: “Zelfs Jupiter kan het niet iedereen naar de zin maken”; wat vrij vertaald betekent: Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.
Deze Latijnse spreuk is uiteindelijk gebaseerd op een Oud-Griekse spreuk van Theognis in zijn Sententiis. In het Engels: `Theognis among his moral maxims: ‘For Jove himself may not content us all, / Whether he holds rain back or lets it fall.’` “Οὐ δὲ γὰρ ὁ Ζεὺς Οὔθ’ ὕων πάντας ἀνδάνει οὐτ’ ἀνέχων.” Ik spreek geen Latijn noch Oud Grieks. Wel is in het oud Grieks `Zeus´ te herkennen, terwijl in de Engelse vertaling Jove, oftewel Jupiter, wordt genoemd. Opvallend is in ieder geval wel, dat de verwijzing naar regen door Erasmus wordt weggelaten. Zie ook https://alt.language.latin.narkive.com/5EDY7kBC/ne-iuppiter-quidem-omnibus-placet, waarin de volledige context van Theognis in het engels staat.
Deze spreuk komt ook voor op het oude Stadhuis van Den Haag uit 1565 en andere plaatsen https://www.dbnl.org/tekst/beer004woor01_01/beer004woor01_01_0018.php
https://www.genietenvanweerstand.nl/woordvooraf.html
Zoals Dorsoduro ook aangeeft, komt de tekst ook voor in Baudartius Afbeeldinghe, ende beschrijvinghe van alle de veld-slagen, belegeringen en ghevallen in de Nederlanden, geduerende d’oorloghe teghens den coningh van Spaengien (1559-1614) uit 1615:
`Ne Iovem quidem omnibus unquam placuisse, dat Iupiter selve noyt allen menschen en heeft behaeght. Derhalven het oock geen vvonder is, dat ick ende mijns gelijcke van de berisp-gierige vvorden geoordeelt, ende het alle man niet te passe en konnen maken.
Ick en hebbe (dat versekere ick u) niemant`
Op de gevelsteen staat tevens het jaar 1645 genoemd. Zoals Dorsoduro al aangeeft, moet de gevelsteen in ieder geval ooit zijn opgeknapt. Daarbij is niet met zekerheid te zeggen waar de 1645 naar verwijst en in welk jaar de gevelsteen is ingemetseld.
https://laudatortemporisacti.blogspot.com/2013/03/even-jupiter-does-not-please-everybody.html
En een bespreking van een aantal varianten op NE TUPITER QUIDEM OMNIBUS PLACET, de Tupiter zal een fout in de overzetting zijn: https://www.artandpopularculture.com/Erasmus_over_Nederlandsche_spreekwoorden_en_spreekwoordelijke_uitdrukkingen_van_zijnen_tijd:_uit_%27s_mans_%22Adagia%22_opgezameld_en_uit_andere,_meest_nieuwere_geschriften_opgehelderd

“Op 21 november 1986 werd hier de laatste hand gelegd aan de sociale woningbouw in de Benedenstad door: F.J. Hermsen Burgemeester van Nijmegen, H. Houthuys, J. van de Ing, H. Jansen, P. Mays, A. Weijers en W. Weijers leden van het Buurtkomitee Benedenstad. F.S.H. Crouwers en Maartje Busser, Bewoners.”
Deze gevelsteen zal de vervanger zijn van een oorspronkelijke, welke in 1987 al beschadigd was. In 1988 waren nog meer handen kapot. Zie ook F60951 RAN, met burgemeester Hermsen.
Een mooie foto van deze appartementen aan de Vosstraat uit 1986 is F94014 RAN.

De gevelsteen van een rode vos in de Vosstraat is oorspronkelijk afkomstig uit een pakhuis, dat in 1639 voor Anthonis Vos gekocht werd, onderdeel van het St. JacobsGasthuis. Het gebouw werd in de jaren 70 afgebroken. Bij de nieuwbouw van 1986 werd het herplaatst. (KN14255-30 RAN). Het RAN noemt als jaar van de sloop 1974; Hendriks (1987, via het Straatnamenregister): “”Door sloop van dit pand in 1977, is het straatje niet duidelijk meer herkenbaar.””
Ook de Vosstraat is naar Anthonis Vos vernoemd: “”1706: Vossegasken.
De wijnkoper Anthonis Vos, burgemeester in 1655 en 1658, kocht in 1639 een deel van het vroegere St. Nicolaas gasthuis en richtte dit tot een pakhuis in. Het gebouw kreeg den naam: Vossepakhuis. Dit gebouw bestaat nog; naast den ingang is in de muur een steen gemetseld waarin een vos gebeiteld is. Zie het R.V. van 1900, blz. 41.
P. 1839: Achter de Vischmarkt.” (Teunissen 1933 zoals weergegeven in het Straatnamenregister)

1966 Vleeshouwerstraat

Moeder Gods als beschermster van de schippers is een kunstwerk van Hans Truijen (1928-2005). Dit mozaïek is geplaatst in Vleeshouwerstraat, vlak bij de trappen van het Groene Balkon. Links is Maria als Moeder Gods met Jezus. Rechts staat Sint Olof afgebeeld. Hij was in de 15e eeuw in Nijmegen de patroonheilige van schippers. Het Nijmeegse Antependium uit 1494 heeft als inspiratiebron voor dit kunstwerk gediend. Voor een uitgebreide beschrijving:
https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken/?waarde=KOS_KUNSTWERKEN.223
Zie ook de site van Hans Truijen: https://www.hanstruijen.nl/ht/index.html
Steenstraat, hoek Grotestraat

Deze gevelsteen slaat op Arnold Kelffken. In het jaar 1729 was hij voor het eerst burgemeester. Oorspronkelijk was de steen ingemetseld in de kademuur van de Oude Haven, naar aanleiding van het herstel daarvan. De Oude Haven werd in 1881-1884 gedempt. De gevelsteen werd ingemetseld aan de Gedeputeerdenplaats. In 1986 kreeg het zijn huidige plaats (KN14254-29 RAN en Facebook).
“Zij roepen ons die deftige familie voor den geest, van scheepenen en burgemeesters, naar wie ons Bosch (ten onrechte) genoemd is, en welke zoo treurig eindigde in 1745 met Mr. Arnold Kelfken, een gederailleerd heerschap, die niets naliet dan een slechten naam en schulden.” (Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld 1912, p. 37, van Schevichaven, overgenomen uit argusvlinder)



“De wapensteen met alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck met de tekst: “Ex Invidia et Favore 1751”. Vertaling: “Als gevolg van haat en begunstiging”). De gevelsteen is tegenwoordig ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat (op de plek van het voormalige Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck)” (Bijschrift F32019 RAN)

Het is niet met zekerheid te zeggen waar het jaartal en deze tekst op slaat, noch het jaartal waarin de gevelsteen gemaakt is. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de gevelsteen jaren na “1751” is opgehangen. Een aantal mogelijke verklaringen:

Een veelgebruikte mogelijke verklaring is de “aanslag” op Roukens: Johan Michel Roukens werd eind 1747 belaagd door een groep prinsgezinden. Hij zou, al dan niet terecht, tegen de benoeming van stadhouder Willem Karel Friso (Willem IV) tot erfstadhouder zijn geweest, met de daaraan verbonden machtsuitbreiding (Teunissen 1937, die overigens het jaar 1749 noemt, zoals vermeld in Straatnamenregister)
Daarbij was zijn vrouw Agneta Jannetta Verspijck pas bevallen van hun zoon Arent Anthony Roukens (geboren op 29 oktober 1747).
J.A.B.M. de Jong beschrijft uitgebreid de aanleiding van deze gebeurtenis en daarnaast over het Hof van Batenburg: Bij de sloping van een patriciershuis, in: Numaga : tijdschrift gewijd aan heden en verleden van Nijmegen en omgeving 9 (1962) nr.4, 153-166

Het Biografisch Woordenboek uit 1790 beschrijft hoe een groep inmiddels al begonnen is met de plundering -intussen had de wieg ternauwernood de baby Arent Anthony beschermd tegen een gegooide steen- totdat een groep gewapende burgers en een storm erger weet te voorkomen; andere bronnen als Berghpedia, de hierboven genoemde Teunissen en Noviomagus noemen alleen de storm, de groep gewapende burgers niet. Zoals de Jong al aangeeft, betreft het niet het jaar 1848, maar 1847:
“Roukens, (Mr. Johan Michiel) een der grootste Regtsgeleerden van zijnen tijd, en boezemvriend van den vermaarden AmderdamCchen Advokaat Hermanus van Noordkerk. Hij was gebooren op den zesentwintigsten Januarij des Jaars 1702. De haat, waar mede zijn Geslagt was belaaden, hadde hem, in zijne eerde kindsheid, bijkans het leeven gekost. Om het onnozel wigt te behouden, in eene dreigende opschudding, in het Vaderlijk huis ontdaan, bergde men hetzelve, leggende in zijne Wieg, over den muur van den Tuin, in het huis van den Heere Baron van Randwyok. De gronden der Taalkenniste, vooral van het Latijn, leide de Jonge Johan Michiel, onder den vermaarden Nijmeegschen Rektor Cannegieter. In de Regtsgeleerdheid genoot hij, te Leiden, het onderwijs van de beroemde Hoogleeraaren Gerard Noodt, Vitriarius en anderen. Naa zijne bevordering tot Meester in dc Regtsgeleerdheid, keerde hij weder na zijne Geboortestad. Welhaast ondervondt hij het genoegen, dat hem een Ampt wierdt opgedraagen, in vergoedinge der nadoelen en schaden, welke zijn Vader hadt geleeden. In den Jaare 1745 verkreeg hij zitting in den Raad. In het volgende jaar ontving hij last, van wegen het Gewest, om de veertienduizend-man Hanoversche Hulptroepen door het Kwartier te geleiden. Nog hooger eere genoot hij, in den Jaare 1748, wanneer hij, van wegen de Stad Nijmegen, wierdt benoemd, om zijne Doorluchtige Hoogheid , den tegenwoordigen Erfstadhouder, Willem den V, over den Doop te houden. Aangaande een Regent, dus, met eere en aanzien bekleed, zou men verwagt hebben, dat het onrustig Jaar 1748 niet ten zijnen nadeele zou gewerkt hebben. Dit gebeurde evenwel. De Heer Roukens was een der zeven Regenten, onder de twaalf, welke van hunne Regeegeeringsposten verlaaten wierden. Het onstuimig gemeen was hier mede niet voldaan; men dreigde zijn Huis met plondering, en den dood aan al wat ‘er binnen leefde, ’s Mans Echtgenoote lag thans in het kraambedde, en was slegts drie dagen geleeden verlost. Het woest gepeupel, voor het Huis vergaderd, de Voordeur, met geweld, geopend hebbende, streeft straks na binnen, en werpt een hagelbui van steenen door de glazen der Kraamkamer: zodat eenigen nedervielen op de Wieg, in welke het Kraamkind lag. Gelukkig lag dit met het hoofdeneinde na die zijde, van welke de steenen vloogen, en wierdt aldus door den Kap der Wieg beschut. Intusschen vondt men, in het Voorhuis, eenige manden met Wijn, Het gulzig te lijve slaan van deezen deedt de plonderwoede nog meer ontsteeken. Aan het verbrijzelen van Meubelen en Huisgeraaden, die voor de hand stonden, zijnen zat bekoomen hebbende, maakte men de toebereidzels om tot in de Kraamkamer door te dringen. Ter goeder uure wierdt zulks belet door eenige welgezinde gewapende Burgers, die den plonder- en moordzieken hoop verdreeven; welke, daarenboven, van schrik bevangen wierdt door eenen spoedig opkoomenden stormwind: zodat niemand zich op straat durfde waagen, uit vreeze voor het instorten van schoorfteenen en nedervallende Dakpannen.
De Heer ]ohan Michiel Roukens was grondig ervaren in de kennis van de algemeene en bijzondere Regten; verscheiden Verhandelingen kunnen hier van getuigenis draagen, onder andere die Over den Dijkbrief van de Ooy. Daarenboven bezat hij eenen poëetischen geest, en verpoosde, bij wijlen, zijnen gewoonen letterarbeid, door het zamenftellen van Latijnsghe of Nederduitfche Vaerzen. Hij overleedt op den tienden April des Jaars 1772, zijnde getrouwd geweest met Agneta Jeannetta Verspyck, dogter van Leonard Verspyck, Ontvanger Generaal des Nijmeegschen Kwartiers, en van Vrouwe Huberta ingenoel, dogter vanden Burgemeester Johan Ingenoel en van Johanna Rebbers, gebooren den dertigsten November des Jaars 1705 en gestorven op den achtentwintigsten Maij des Jaars 1787. Twee Zoonen zijn uit dit huwelijk naagebleeven; Arent Anthony Roukens en Theodorus Leonard Roukens.
https://www.noviomagus.nl/gevsten16.htm
Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V), VYF-EN-TWINTIGSTE DEEL, 1790, bladzijde 197 en 198 (met overzetting via Delpher, de ſ is vervangen door een s); deze tekst is ook te vinden op DBNL.
Ook komt dit verhaal voor in: Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt, Uitgegeven onder hoofdredactie van Dr. G. D. J.Schotel, Tiende deel.1878
Zie ook Van der Aa
Ook van Schevichaven schrijft in zijn Penschetsen (deel 10, 1898) uitgebreid over de aanslag. Ook hij noemt de plundering niet: “ijn lezing van dezen aanslag op het huis van Roukens wijkt aanmerkelijk af van hetgeen dienaangaande vermeld wordt in het artikel “J. M. Roukens” in het Biographisch Woordenboek van Van der Aa. Zoo erg als het daar wordt voorgesteld, is het niet toegegaan. Ware dat het geval geweest, dan zouden de volgens dat relaas gepleegde euveldaden zeer zeker niet voorbij gegaan zijn in de Zedige Aanmerkingen op de gebeurtenissen dier dagen, bij Hendrik Heymans in het volgende jaar hier ter stede in het licht gegeven. Hoewel dit pamflet vloeide uit de
pen van een aanhanger der magistraatspartij, is daar evenwel geen sprake van gewelddadigheden in het huis gepleegd. Daarenboven, waren de plunderaars reeds in huis geweest, dan zou er geen reden bestaan hebben om te vluchten voor den stortregen en den storm. Zij hadden zich den tijd aangenaam kunnen korten in den wijnkelder en elders, totdat de bui uitgewoed zou zijn.”
Zie ook foto F32118 RAN, gedateerd 1960: Het ‘Hof van Batenburg’ op de hoek met de Eiermarkt, vóór de afbraak in het voorjaar van 1962

“De naar de Waal aflopende Ottengas is het laatst overgebleven karakteristieke straatje van de benedenstad. Aan de westzijde staat een mogelijk laat-middeleeuwse bakstenen muur met steunberen. Het vermoedelijk in de kern 16de-eeuwse pand Ottengas 15 heeft in het midden een trapgevel met ezelsruggen.” (Monumenten in Gelderland)


Ottengas 29 is sinds 1973 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en zadeldak. Voorgevel met rechte kroonlijst, 18e eeuw, en vensters met kleine roedenverdeling. Links een trapgevel. Gerestaureerd 1961-’63.”
Zie voor een foto uit 1975 van Ottengas 29-31 F31477 RAN: In 1974 gerestaureerde panden in 18e eeuwse aanpassing, gezien vanaf het Groene Balkon in de richting van de Eiermarkt
https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Gastredactie/Valk/Arch/cwdata/1983-Ottengas-002.html

Het pand is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Winkel met woning.
Geheel gepleisterd bakstenen pand van vier bouwlagen met afgeplat zadeldak dat pannen schilden heeft aan de zijkanten.
De benedenpui en eerste etage, die het karakter heeft van een insteek zijn in de
gevelbehandeling samengevoegd: de kozijnen van de drie assen lopen in elkaar over. De
huisingang bevindt zich rechts; die van de winkel in het midden.
Op de tweede en derde etage twee vensters met lichtgetoogde bovendorpel; boven lager dan daaronder. De afdekkende kroonlijst op de rechte gevel is verdwenen.
Ook de zijgevel aan de Ottengas is gepleisterd. Aan de voorzijde ervan zijn onregelmatig
geplaatste openingen van drie bouwlagen; meer naar het noorden van vier bouwlagen, waarvan de onderste op kelderniveau.
Bouwtijd: 17de eeuw; gevel gewijzigd tweede of derde kwart negentiende eeuw.
Een van de weinige bewaard gebleven grote zeventiende-eeuwse panden in de stad. Van groot belang voor de hoek Ridderstraat-Ottengas.”


Ridderstraat 13 is een Rijksmonument met als omschrijving: “PAND, waarvan de lijstgevel een gebeeldhouwde Lodewijk XV-omlijsting van het venster boven
de deur heeft.
Inwendig: stucplafonds, 18e eeuw.”
Op de Gemeentelijke Monumentenlijst staat de volgende aanvulling vermeld: “stucplafonds zijn verloren gegaan door vernieling en brandstichting”
Het pand rechts naast nummer 13 is een Gemeentelijk Monument, met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woonhuis.
Geheel gepleisterd bakstenen pand van drie bouwlagen, met pannengedekt zadeldak.
Benedenpui drie-assig met links de ingangspartij en rechts twee vensters, alle met getoogde bovendorpel en geprofileerde omlijsting. De pui is afgesloten met een geprofileerde lijst. Het gedeelte daarboven is twHeee-assig en wordt links en rechts omlijst met blokken van stuc. Op de eerste etage hoge vensters met afgeronde bovenhoeken; op de tweede lage rechthoekige vensters. De oorspronkelijke kroonlijst is verdwenen.
Bouwtijd: begin 19de eeuw, gewijzigd 3de kwart 19de eeuw.
Pand van goede verhoudingen, van belang als ondersteuning van het naastgelegen monument.”
2023 Hoek Snijderstraat/Spinthuisstraat

De Radbouduniversiteit schonk deze muurschildering ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan. Daarvoor koos ze deze locatie: de plek waar de universiteitsbibliotheek had gezeten. Het werk is gemaakt door Sacha di Maio en Eduardo Pérez González uit Millingen aan de Rijn.
Bron: De Gelderlander, met een uitgebreid artikel: https://www.gelderlander.nl/nijmegen/nijmegen-heeft-er-een-gigantische-muurschildering-bij-ter-ere-van-honderdjarige-universiteit~aaaba76c/?cb=1a19a874-34f5-4b00-bd3e-715a87d2422b&auth_rd=1

“In 1923 kocht de Radboudstichting een allegaartje van samengevoegde gebouwen aan gelegen op de Snijders-, Platenmakers- en Muchterstraat. In dit complex werd op 7 januari de universiteitsbibliotheek geopend. Door het bombardement op 22 februari 1944 is het complex zwaar beschadigd maar het nieuw gebouwde boekendepot overleefde het bombardement. In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus, waarna in 1973 de sloop volgt. In de hal van de hoofdingang troont het door mgr. A.F. Diepen (bisschop van ‘s-Hertogenbosch) ter gelegenheid van de plechtige inzegening van het gebouw geschonken Mariabeeld , de Sedes Sapientiae (Zetel der Wijsheid)” (Bijschrift F32852 RAN)

Het nieuw gebouwde boekendepot overleeft de oorlog.
De universiteit had in 1945 de Villa Stella Maris gekocht om te dienen als instituutsgebouw. Hier kwam in 1947 ook de leeszaal van de bibliotheek, “boekentransport per bakfiets tussen depot in de Snijderstraat en de leeszaal” (GN12220 RAN, een foto van de leeszaal aan de Van Schaeck Mathonsingel uit 1952)
In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus. In 1973 volgt de sloop van het pand (Bijschrift F9521 RAN, een foto van de tijdschriftenzaal uit 1925).



Paul van der Hoek ontwierp in 1984 op het plein voor de garage Eiermarkt een 6 betonnen kolommen. Ze staan in 3 groepjes van 2 bij elkaar, waarbij 1 van de kolommen gedraaid is voor een speels effect. De kolommen zijn even hoog, waarbij ze op het eind trapsgewijs toelopen.
Vóór de parkeerplaats staat een muur, die bedoeld is om de parkeergarage af te scheiden van de buurt. Wel moest deze muur opvallen. Daarom werd kunstenaar Johan Goedhart gevraagd. Deze ontwierp de muur, betegeld met geglazuurde baksteen. Zowel van der Hoek als Goedhart maken onderdeel uit van de zogenaamde Arnhemse school.
In 2023 zijn De Ridderstraat en de Eiermarkt vergroend: daarvóór was het een versteende omgeving. Daarvoor zijn stukken bestrating vervangen door groen en zijn er een aantal bomen geplant.
https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken/?waarde=KOS_KUNSTWERKEN.381
https://peternijenhuis.blogspot.com/2019/04/daarmee-worstelt-de-commissie-wat-is-er.html
https://nijmegen.mijnwijkplan.nl/centrum/project/vergroenen-ridderstraat-eiermarkt





https://mijngelderland.nl/inhoud/canons/nijmegen/opkomst-fabrieken

Het Joris Ivensplein is vernoemd naar de filmmaker Joris Ivens (George Henri Anton (Joris) Ivens (Nijmegen, 18 november 1898 – Parijs, 28 juni 1989).
Het pleintje links met het ijzeren beeld met een ‘uitgeknipte’ cirkel is het Joris Ivensplein. Het plein is in de jaren 80 ontworpen.
Nadat de stadswallen werden gesloopt, kwam er een markt in het gebied tussen wat nu Kronenburgerpark is en de Oude Haven. Om het onderscheid te maken met de Grote Markt, werd deze markt in 1881 de Nieuwe Markt genoemd. Vanaf 1882 stond hier het gebouw van de Korenbeurs, welke in 1923 werd gesloten.
Op deze plaats kwamen de Veemarkthallen, die in 1939 geopend werden. Op de plek waar het Joris Ivensplein ligt, lag het voorgebouw van de Veemarkthallen, met onder andere de graanbeurs en een café-restaurant onder de naam Parkzicht. Veel Nijmegenaren zullen het gebouw nog kennen als restaurant Terminus, vernoemd naar tramremise. Lees het artikel over de Veemarkthallen en haar vervolg:
Waar nu het Joris Ivens plein ligt, lag vroeger het gebouw dat veel Nijmegenaren nog het best zullen kennen als café restaurant Terminus. Oorspronkelijk heette het Parkzicht en was het gebouwd als gebouw voor de veemarkthallen, die daarachter lagen en waar de straatnaam “Veemarkt” nog aan herinnerd.
Lees Meer
Jan van Hoof (07-08-1922 en gesneuveld op 19-09-1944). Hij raakte betrokken bij het studentenverzet. Als lid van de Geheime Dienst Nederland maakte hij voor Market Garden maandenlang tekeningen van de omgeving van de Waalbrug, waaronder de locatie van de explosieven.
Mijn Gelderland: “Er is geen hard bewijs, maar men gaat ervan uit dat Van Hoof op 18 september explosieven onschadelijk maakte die aan de Waalbrug waren aangebracht door de Duitsers. Volgens het rapport, uitgebracht in 1951 door een commissie, ingesteld door het Ministerie van Oorlog, was een deel van de springladingen nog intact toen de Britten de brug innamen. Niettemin gaf men Van Hoof het voordeel van de twijfel, omdat de Duitsers wel degelijk springladingen hadden hersteld na sabotage, echter hij kan volgens het oordeel van deze commissie niet als redder van de brug worden aangemerkt. Tevens vermoedde de commissie dat de Duitsers de brug niet wilden vernielen, omdat ze deze nodig hadden voor een eventueel tegenoffensief”
Op 19 september geeft Jan van Hoof tekeningen af over Duitse versterkingen bij de Waalbrug. Hij vertrekt die middag met een Britse verkenningswagen van de Royal Engineers om hen door de binnenstad te gidsen. Op de Nieuwe Markt wordt wagen, waarin lance-sergeant W.T. Berry en guardsman A. Shaw zitten, in brand geschoten. Jan van Hoof wordt van de wagen geslingerd. Daarop wordt hij door de Duitsers mishandeld en om het leven gebracht.
Zie voor het verhaal van Jan van Hoof wikipedia (tevens bron) en het uitgebreide artikel op Noviomagus.
Het bijschrift bij GN10006 vertelt dat Jan van Hoof 4 keer is begraven:
Zoals onder andere Noviomagus vertelt, is de steen een aantal malen verplaatst. Daarbij is in de loop der jaren de oorspronkelijke plaquette vervangen door een identieke nieuwe.
In een artikel van de Gelderlander uit 2017 vertelt een ooggetuige dat hij Jan van Hoof heeft zien sterven. De tegel ligt net op de verkeerde plek.

In 1970 begon de prostitutie aan de Nieuwe Markt en de Lange Hezelstraat (Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad, 6-8-1971); waarschijnlijk wordt met de Lange Hezelstraat het stuk bedoeld dat tegenover het huidige Joris Ivensplein ligt. Daarvoor waren een aantal huizen opgekocht. “Grootste trekpleister is het groene en rode neonlicht dat soms drie prostituées tegelijk verlicht achter een groot raam van een huis, dat vroeger meisjesstudenten onderdak verschafte.” Vooral op de zomeravonden is het ’s avond druk, wanneer vrouwen op de stoep staan. In 1971 is de vraag voor hoe lang, aangezien in de reconstructieplannen van de Benedenstad de Nieuwe Markt zal moeten verdwijnen.
Bovendien was vanaf de jaren 70 de tippelzone in het Kronenburgerpark. In de loop van de jaren 80 veranderde dit, doordat prostituanten in hun auto bleven zitten en een rondje gingen rijden van Stieltjesstraat, Vredestraat en Kronenburgersingel.
In 1983 wordt bekend dat de prostitutie zal moeten verdwijnen, omdat deze bij de renovatie van de Benedenstad middenin een woonwijk is terecht gekomen. De nieuwe locatie zal nu de Nieuwe Marktstraat worden, waar 50 prostituees zullen komen te werken. Dit tot ontsteltenis van de school die aan dezelfde straat ligt. (De Telegraaf, 30-6-1983)
De exploitanten spannen ondertussen een kort geding aan, omdat “ten oosten van de Nieuwe Markt in de Nijmeegse Benedenstad een woonerf met een parkeervergunningensysteem is aangelegd”. (Het Parool, 10-1-1984)
Welke straat hiermee precies bedoeld wordt, is nog niet geheel duidelijk: de Gravendal/Karthuizerhof of het afsluiten van het noordelijk gedeelte van de Nieuwe Markt? In ieder geval kunnen klanten geen rondje meer rijden. En wanneer “ze tenslotte toch een keus hebben gemaakt, vinden ze bij terugkomst van hun bezoek een bon op de voorruit.” Uiteindelijk wordt de huidige locatie aan de Nieuwe Markt de enige locatie waar nog raamprostitutie is toegestaan. Het aantal kamers is intussen sterk verminderd: waar het er voorheen 70, in 2018 zijn er nog maar 14 kamers. (De Gelderlander)
Nadat de tippelzone in de Stieltjesstraat en Vredestraat heeft gezeten, komt er in 1993 een afwerkplek in de Nieuwe Marktstraat. In 2000 komt hier de tippelzone. Het doel van de loods is het beperken van overlast en het zorg bieden aan prostituees.
Het plein wat op dat moment in aanleg is, word vernoemd naar Joris Ivens. De gemeenteraad van Nijmegen neemt in een bijzondere vergadering op 4-10-1988 het officiële besluit, in aanwezigheid van Ivens zelf en zijn vrouw Marceline Loridan. Wel komt Ivens in juni 1989, nog voor het plein in gebruik is.
In 1990 maakte Bas Maters het monument voor de filmmaker Joris Ivensplein op het Joris Ivensplein. Het lijkt alsof het ronde gat is uitgesneden en aan luik is vastgemaakt. Dat heeft te maken met dat Ivens een filmmaker was: het verwijst naar het oog van een camera. Het openstaande gat onderaan kan als een deur…
Lees Meer
Ook staat er op het plein een horecapaviljoen met een groot overhangend dak, oorspronkelijk een chinees. Dit is ontworpen door Bas Maters en de architect J. Wienbelt en geopend in 1993.
Vooral ’s avonds is er regelmatig sprake van overlast van straatprostitutie, alcohol- en drugsoverlast, rondscheurende auto’s en hangjongeren.
Inmiddels heeft de gemeente een aantal maatregelen genomen als het plaatsen van camera’s met meer mogelijkheden, het inzetten van coaches en jongeren die ingezet worden als “sleutelfiguren”. Bewoners maken een wekelijkse wandeling door het Kronenburgerpark en het Joris Ivensplein.
Daarbij heeft de gemeente de twee horecazaken gesloten, omdat deze een grote rol speelden in het aantrekken van overlastgevers. In juli 2024 heeft de gemeente het paviljoen gekocht. Dan is nog niet duidelijk wat ermee gaat gebeuren: sloop of eerst een tijdelijke invulling (De Gelderlander)

In juli 2025 is het project Nimmarama in het paviljoen geopend “Nimmarama laat Nijmegen zien door de ogen van haar eigen inwoners. Iedereen mag meedoen – van amateurfotograaf tot professional. Nimmarama projecteert oprechte beelden, van vroeger en van vandaag, en laat zo zien hoe Nijmegenaren de stad echt beleven.”. Zie hun website: https://www.nimmarama.nl/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Lange_Hezelstraat
http://www.noviomagus.nl/vrijspp3.htm
https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Marktwezen
https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Juni_1993 (niet meer beschikbaar)
https://www.cobouw.nl/bouwbreed/nieuws/1993/7/horeca-paviljoen-in-nijmegen-101189206
https://nl.wikipedia.org/wiki/Joris_Ivensplein_(Nijmegen)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Joris_Ivens
https://nl.wikipedia.org/wiki/Prostitutie_in_Nijmegen
https://www.gld.nl/nieuws/7385340/omwonenden-nijmeegse-ivensplein-zijn-overlast-zat
https://www.gld.nl/nieuws/7399352/overlast-centrum-nijmegen-niet-makkelijk-op-te-lossen-zegt-bruls
https://www.bd.nl/video/productie/overlast-op-het-joris-ivensplein-in-nijmegen-301126-301126
https://www.gld.nl/nieuws/7951760/overlast-ivensplein-en-kronenburgpark-neemt-af-zegt-gemeente


F.J. van Pelt werd in 1785 als apotheek opgericht. “In die tijd verkocht Van Pelt ook al oliën en vetten, drijfriemen, appendages, carbid, teerproducten, pakkingen en rubber.” (Turntech)

Welke F.J. dit is, is mij (RE) nog onbekend. Wel is er een Ferdinand Jan van Pelt op Nijmegen D224 Lage Markt in het Bevolkingsregister van 1820. Of dit het huidige Lage Markt 47 is, is mij eveneens niet bekend. Van Pelt is “apothecar” van beroep en 24 jaar oud. Ook is er in het Bevolkingsregister van 1880 een Ferdinand Jan van Pelt, geboren op 29-8-1815 met als beroep “Apotheker”, dan op Lage Markt D. Nr. 18. Hier heeft het “blauwe potlood” op een later tijdstip in de Aanmerkingen “47” geschreven.
In ieder geval is het in een advertentie in De Gelderlander 12/2/1897 Firma F.J. van Pelt.
Op 28-1-1908 krijgt Firma T.J. van Pelt, vergunning voor het ”oprichten van eene door gaskracht gedreven inrichting voor het bereiden van verf en het maken van specerijen in het perceel aan de Lage Markt No. 47, Kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 5878”. (PGNC 4/2/1908)

De Firma F.J. van Pelt plaatst in De Gelderlander 26/11/1911 een advertentie. In ieder geval is het op dat moment een drogist. Met naast de Lage Markt No. 47 de K. Hezelstraat No. 21 als adres.

In ieder geval lijkt rond 1912 alleen de naam Firma F.J. van Pelt naar de familie van Pelt te verwijzen: dan staat W.A. v. Koolwijk, Drogist op dit adres, in ieder geval tot en met Adresboek 1920. Daarnaast komt Firma F.J. van Pelt voor op Stikke Hezelstraat 28.
W.A. v. Koolwijk betreft Wilhelm (soms Wilhelmus) Antoon van Koolwijk (17-4–1877 Ewijk). Hij is de zoon van Henricus van Koolwijk Hendrikzoon (1826 Ewijk – 26-7-1899) en Hendrica Bonaventura Hubertina van Pelt (14-7-1841 Nijmegen – 1922). Zijn vader was van 1879-1898 burgemeester van Koolwijk en daarnaast rentmeester van Doddendaal. Van Koolwijk en van Pelt zouden 6 kinderen krijgen (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis; overlijdensadvertentie van Koolwijk De Gelderlander 27/9/1899). (Hoewel nog niet verder onderzocht welke familieleden van Koolwijks het exact betreft, zullen de van Koolwijks die in het Bevolkingsregister in 1880 bij de van Pelts voorkomen waarschijnlijk geen “dienstbode” zijn uit armoede).
Zijn moeder komt als weduwe tijdelijk inwonen: van 21-11-1917 wanneer ze afkomstig is uit Appeltern, tot 25-2-1918 wanneer ze verhuist naar Elisabeth’s Rustoord in Grave. Zij zal in 1922 komen te overlijden.
In het Bevolkingsregister komt hij van Koolwijk voor met als beroep “drogist”. Het adres is L. Hezelstraat 113, welke op een later tijdstip (1-1-1921) is doorgehaald en vervangen door v. Oldenbarneveldtstraat 24. Van Koolwijk is getrouwd met Louis Francisca Johanna Terwindt (29-4-1877 Pannerden)
Het particulier adres van van Koolwijk is volgens de Adresboeken tot 1916 Kerkstraat 80, daarna tot 1920 Oldenbarneveldtstraat 24; waarschijnlijk is een verhuizing naar de Kerkstraat niet in het Bevolkingsregister doorgekomen.

Ook in De Gelderlander 24/4/1920 is het nog een drogisterij op dezelfde 2 adressen, wanneer het Van Pelt’s Haarwater aanprijst: “Geen grijze haren meer!”
In het Adresboek 1914-1915 staan meerdere advertenties van de Nijmeegsche Oliehandel “WEKA”, firma F.J. van Pelt, Lage Markt 47. Onder andere:
Rond 1922 is er mogelijk “iets” gebeurd:

Op de opslagplaats is op F19020 nog te lezen: “Auto-oliën”. Waarschijnlijk staat er op de gevel een verwijzing naar: “Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo. Fa. F.J. v. Pelt, Lage Markt” (Adresboek 1928).
De laatste tot nu toe gevonden vermelding van de Lage Markt als (tevens) een “drogerij” is in Adresboek 1924. Echter: Firma F.J. v. Pelt komt met een advertentie voor “Glansverf” zowel voor op Lage Markt No. 47 als Korte Hezelstraat 28 in De Gelderlander 16/7/1927.
In 1948 en 1966 komt de Firma voor als lasbenodigdheden en gasverkoper.


“Gevestigd aan de Lage Markt 47 in Nijmegen werden rond 1930 de eerste gasflessen verkocht met o.a. zuurstof van Hoek’s Oxigenium en Shell Propaan gasflessen. Later kwamen daar andere technische en medische gassen bij.” (Turntech)
Een foto “Firma van der Pelt (zaak in butagas flessen)” uit 1970 is te zien op F63939 RAN
| Naam | Omschrijving | Adres | Gevonden Adresboeken |
| F.J. van Pelt | Apotheker | Lage Markt, 18 | 1887 |
| W.A. v. Koolwijk | Drogist, firma F.J. van Pelt | Lage Markt 47, part. Adres: Kerkstraat 80, Hees; ook onder “Drogerijen en ververijen” | 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 |
| Firma F.J. van Pelt | Lage Markt 47 en Stikke Hezelstraat 28 | 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916 | |
| W.A. v. Koolwijk | Drogist, firma F. J. van Pelt | Lage Markt 47, part. Adres. V. Oldenbarneveldstraat 24 | 1916, 1920 |
| Firma F.J. van Pelt | Drogerijen | Lage markt 47 | 1922, 1924 |
| Nijmeegsche Oliehandel “WEKA” Firma F.J. van Pelt | Importeurs en Fabrikanten van Machine Oliën en Vetten -Machinepakking en Appendage | Lage Markt | 1922 |
| J.H.L.H. van Pelt | Apotheker | Stikke Hezelstraat 30 | 1922, 1924, 1930, 1932 |
| Fa. F.J. v. Pelt | Drijfriemenfabriek; 1928: (Chroom en Kern) | Lage markt 47 | 1926, 1928 (ook 47a), 1932, 1934, 1936, 1938 |
| Fa. F.J. v. Pelt | Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo | Lage Markt | 1928, 1932 |
| Fa. F.J. v. Pelt | Machinekamer-behoeften | Lage Markt 47 | 1932, 1947 |
| Firma F.J. van Pelt | Lasbenodigdheden Zuurstof-Gas-Carbid Reduceerventielen Slangen; 1966: Specialisten op Lasgebied, Hoofddepot: Shell-Propagas-Zuurstof en Gas | Lage Markt 47 | 1948, 1966 |
“Van Pelt verhuisde in 1974 naar de Hogelandseweg 3 te Nijmegen waar het gassenassortiment fors uitgebreid kon worden. Van Pelt was in de jaren erna Hoekloos gasdealer. Hoekloos werd overgenomen door Linde Gas en vanaf dat moment was Van Pelt Gas verkooppunt van Linde Gas.
In 2010 werd de firma overgenomen door H. Post Nijmegen en verhuisde naar de Hogelandseweg 25 in Nijmegen. Op de Hogelandsweg 25 heeft van Pelt in 2011 een nieuw gasdepot geopend met meer ruimte voor de technische gassen. Daarnaast kreeg het een eigen propaan gasvulstation zodat eigen gasflessen ge- en hervuld konden worden.”
Per 1-1-2024 is Van Pelt Gas overgenomen door TurnTech BV. (Turntech)
Het vervolg is nog niet uitputtende onderzocht. Wel hebben er na de verhuizing van van Pelt een aantal horeca zaken in het pand gezeten. Een bekende was de “Firma”, die hier vanaf 2012 zat. De eigenaar was Bas Hoebink. “We pionierden, serveerden kleine gerechtjes om samen te delen, dat was nieuw voor Nijmegen.” In 2019 geeft hij aan dat hij met deze zaak zal stoppen (De Gelderlander, met een mooi interview).
Dan wordt de zaak overgenomen door zijn broer Pepijn, die hier Ultimo Restaurant & Wijnbar vestigt. Deze horeca zaak bestaat nog steeds (juli 2025).

Lage Markt 47 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met twee verdiepingen en schilddak, dat aan de achterzijde aansluit tegen een puntgevel. In de gepleisterde muren vorkankers. 17e eeuw. Achterhuis onder schilddak aan de Waalkade.”


De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam.
Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd.

In 1897/1898 vindt een verbouwing/nieuwbouw van het perceel plaats.

Rond 1900 volgen een aantal winkels elkaar snel op:
In 1903 staan de huizen te koop, welke op 19 augustus en 2 september 1903 geveild zullen worden:
“Twee naar de eischen des tijds in 1898 geheel nieuw, zeer solied gebouwde en gerieflijk ingerichte Winkelhuizen onder één dak met Erf, op den hoek Ganzenheuvel-Priemstraat, gemerkt Nos. 73 en 1, samen groot 86 centiaren, met gevelbreedten van 8.80M. en 9.55M., bevattende elk keurigen, ook nog voor werkplaats geschikten Kelder, ruimen Winkel, Kantoorkamer, Keuken, 4 Kamers, Zolder, Gas- en Waterleiding enz. Verhuurd het Winkelhuis Priemstraat 1 aan den heer Th.W. Hoogenboom tot 1 mei 1905 voor f625 ’s jaars en het Winkelhuis Ganzenheuvel 73 aan den heer P.J. Tromp to 1 Mei 1909 voor f550 ’s jaars. Te veilen in massa en in 2 perceelen als: Perceel een: Het Winkelhuis met Erf Priemstraat 1 groot 44 centiaren; Perceel twee: het Winkelhuis met Erf Ganzenheuvel 73 groot 42 centiaren.” (PGNC 9/8/1903)
Deze huizen zijn in 1906 weer te koop. Het huis aan de Priemstraat heeft daarbij een Heeteluchtoven. Ganzenheuvel no. 73 is nog aan P.J. Tromp verhuurd, over Priemstraat 1 wordt geen melding van verhuur gemaakt. (PGNC 24/6/1906).

In ieder geval is het in december 1910 een Sigarenmagazijn van A. v. Dormolen. Een aantal advertenties:
In 1922 is een advertentie gevonden waarbij G. Jonker aansluiting van de telefoon heeft gekregen: “G. Jonker, Groothandel in Tabak, Sigaretten en Sigaren”. (PGNC 14/1/1922) In ieder geval heeft hij eind 1931 dit sigarenmagazijn nog. (Nieuwjaarsgroet PGNC 31/12/1931)
In PGNC 20/6/1922 staat een geboorte-advertentie voor Aris, zoon van G.Jonker en M. Jonker-Veerman.
Eind 1931 wenst G. Jonker zijn vrienden en begunstigers nog een gelukkig nieuwjaar (PGNC 31/12/1931).

H.B. de Kok plaatst In februari 1934 een advertentie dat hij zijn zaak heeft verplaatst naar Priemstraat 1: “Onze zaak is verplaatst maar wij blijven U hooge prijzen betalen voor overtollig Huisraad en net gedragen Kleeding”. (De Gelderlander 6/2/1934)
In de loop der jaren verschijnen meerdere advertenties voor de “2de Hands Goederenhandel”, onder andere nog in PGNC 7/3/1942.
In de volgende gevonden advertentie is H.B. de Kok “Taxateur en Afslager”:
“Antiek. In- en Verkoop. Tevens het beste adres voor het opruimen van geheele of gedeeltelijke Inboedels” (De Gelderlander 17/1/1946). Daarbij zijn bovendien een aantal aankondigingen voor veilingen gevonden, in ieder geval: Inboedelveiling (De Gelderlander 10/7/1948, De Gelderlander 16/4/1949) en erfhuis (De Gelderlander 17/10/1953)
De laatste door mij (RE) gevonden advertentie is op dit moment: “Wij kopen tegen hoge prijzen al uw overtollige meubelen, antiquiteiten, schilderijen, kristal, enz.” in De Gelderlander 31/10/1956.

In de jaren 80 is hier het Benedenstadshuis gevestigd. Dan zit hier ook de wetswinkel van de Bond van kamerhuurders: “… En als je moeilijkheden hebt met je huisbaas, of andere problemen of vragen over je huurcontract, huurverlaging, etc….” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/8/1980)
Zie voor meer informatie en herinneringen aan de Priemstraat 1 ook Noviomagus.
| C.A.P. | Ivens | 1896 | |
| A. | Glaser | Koopman | 1899 |
| Glaser-Cohen | Modiste | 1899 | |
| H.M. | v. Anraad | 1899 | |
| S. | Roosnek | 1902 | |
| W.Th. | Hogenboom | In mode-artikelen | 1903, 1905 |
| A. | v. Dormolen | Sigarenfabrikant | 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1914-1915, 1915-1916, 1916, 1918, 1920 |
| A.C.J. | Geevers | 1910-1911 | |
| G. | Jonker | In 1910-1911: Winkelbediende; in 1932: grossier en winkel in tabak en sigaren | 1910-1911, 1920, 1922, 1926, 1932 |
| H.B. | De Kok | Koopman; in 1948: koopman 2e hands goed.; in 1955: erkend veilinghouder, beëdigd taxateur | 1934, 1936, 1938, 1940, 1948 |
| J. | Quis | Rang. NS | 1959 |
| J. | Heida | 1959, 1963, 1971 | |
| K. | Louter | Koopman | 1959, 1963, 1968 |
| A. | Fagel | Los werkman | 1963 |

In maart 1894 kondigt C.A.P. Ivens aan dat hij zijn Fototechnisch Bureau per 1 mei zal verhuizen naar 73 Ganzenheuvel. Daarna volgen nog meerdere advertenties.
In PGNC 27/2/1896 is er nog een advertentie gevonden van “Het Nederlandsch Fototechnisch Bureau”, C.A.P. Ivens.
Bij haar 30-jarig bestaan vermeldt Capi (C.A.P. Ivens & Co) in haar advertentie dat ze 30 jaar geleden op Ganzenheuvel 73 waren begonnen. “25 jaar geleden” -dus rond 1899- verhuisde Ivens naar de Van Berchenstraat ( PGNC 15/5/1924)
In december 1899 is de nieuwjaarsgroet afkomstig van P.J. Tromp, Meubelmagazijn (De Gelderlander 31/12/1899). Tromp zal hier jarenlang zijn meubelzaak hebben: in ieder geval is er een advertentie gevonden in De Gelderlander 29/11/1928, bijna 30 jaar later.

In 1922 heeft hij een 2e adres: Augustijnenstraat 6 (De Gelderlander 25/9/1922)

De Gezusters Koenders blijken in januari 1930 hun winkel te hebben op Ganzenheuvel 73 met een advertentie voor schorten. Ook verkopen ze “hemden broeken onderjurken, kousen, sokken, enz.” (De Gelderlander 25/1/1930)
In 1934 is ze een depot voor de ververij en chemisch wasserij (oftewel stomerij) “de Pauw” (PGNC 26/2/1934)

Eind december 1947 is Groenten-, Fruit- en Aardappelhandel A. van Kol weer aangesloten op het oude telefoonnummer. (De Gelderlander 27/12/1947)
In ieder geval komt hij nog voor in 1953: Een gevonden advertentie is in De Gelderlander 22/5/1953 van de gezamenlijke winkeliers in Aardappelen, Groente en Fruit.
| W.Th. | Van der Mijll Dekker | Gep. Kapt. O.I.L. | 1893 |
| C.A.P. | Ivens | Ook: C.A.P. Ivens & Co. “het Nederl. Fototechn. Bureau” Fotografie-Artikelen | 1896 |
| H.M. | v. Anraad | 1899 | |
| P.J. | Tromp | 1912-1913 : onder “kunsthandelaars”; 1916: meubelmagazijn; 1922: meubelmaker | 1912-1913 , 1913-1914, 1914-1915, 1916, 1922, 1924, 1926, 1928 |
| C.J.P. | Tromp | Meubelmaker | 1924, 1926, 1928 |
| mej. J.M. | Tromp | 1924, 1926 | |
| mej. M.Th. | Tromp | Kantoorbed. | 1924 |
| P.Th.F. | Tromp | 1928 | |
| mej. E.R. | Koenders | 1932, 1934 | |
| mej. M.A. | Koenders | 1932, 1934 | |
| W.R. | Koenders | timmerman | 1932, 1934 |
| A. | Van Kol | Koopman; in 1948: koopman in groenten en fruit | 1938, 1940, 1948, 1951 |
| P.J. | Rengers | Koopman | 1959, 1963, 1966, 1971 |
| P.J.G. | Rengers | Koopman | 1963, 1966, 1971 |
Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd…
Op de hoek van de Priemstraat en de Lage Markt is een beeldje van een Olifant te zien. Een herinnerg…
In 1987 maakte de beeldhouwer Klaus van de Locht de afsluitpaal “Habakuk” als grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale…

De herkomst van den naam de Klokkenberg is niet geheel zeker. “”De Clockenberg was reeds bekend in 1420. Op P. 1572 is de ‘berg’ nog een open terrein met tuinen. In de 17e eeuw was die ruimte echter reeds voor een groot deel bebouwd.” (Teunissen 1933, zoals aangehaald in Straatnamenregister van Rob Essers (tevens bron van deze paragraaf)).
Een verklaring is hier de stadsklok heeft gestaan, totdat deze in 1310 werd overgebracht naar de St.-Stevenskerk.

Vanaf het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795 zou er een scheiding tussen kerk en staat blijven. Dit kwam ook tot uiting in het onderwijs: de overheid steunde openbare scholen, waar kinderen van alle gezindten les kregen. Daarnaast waren er bijzondere scholen: scholen opgericht door kerken, weeshuizen en verenigingen, of opgericht vanwege commerciële doeleinden.
De eerste groep van bijzondere scholen werden opgericht, zodat kinderen het juiste godsdienstonderwijs zouden krijgen. De Nijmeegse advocaat Van der Brugghen stichtte de eerste protestants christelijke lagere school: de Klokkenberg.
In de Muchterstraat werd een gebouw gekocht, welke na verbouwing tot school diende. Al gauw had deze school 150 leerlingen. In 1849 werd bovendien de Normaalschool geopend (tegenwoordig zou het een Pedagogische Academie heten)
Bron: https://openmonumentendagnijmegen.nl/wp-content/uploads/2020/08/Scholentocht-def.pdf
Bij het 40-jarig jubileum schrijft het PGNC:
“Den 6. Mei 1844 werd alhier door de heeren Mr. J.J.L. Van der Brugghen (later Minister van justitie), W. baron Van Lijnden, J. baron Mackaij en Ds. E. Zubli, Waalsch predikant, de christelijke school op den “Klokkenberg” gesticht, waaraan twee jaar later de normaalscool voor christelijke onderwijzers werd verbonden, welke scholen de eerste van dien aard in ons land waren. Gisteren werd het 40jarig bestaan daarvan feestelijk herdacht. Daartoe waren des voormiddags in de concertzaal van de societeit Harmonie alhier het bestuur, kweekelingen, oudleerlingen, leerlingen en verdere belangstellenden bijeen gekomen. De zaal was keurig gedrapeerd, terwijl de beeltenissen van wijlen Mr. J.J.L. Van der Brugghen, W. baron Van Lijnden en van den eersten onderwijzer der school, den heer Gerretsen, tusschen groen en bloemen op de estrade waren opgehangen. Door de heeren Ds. J.A. Stoop, Waalsch predikant alhier, A.L. Gerretsen, hoofd, en C. van Noppen, eerste onderwijzer dier school, alsmede Ds. Moulijn, hervormd predikant alhier, werd het woord gevoerd, die het ontstaan der school en haren invloed schetsen, afgewisseld door het gezang van toepasselijke liederen door de kinderen en leerlingen van de beide vereenigde scholen.
’s Namiddags namen aan een gastmaal 40 personen deel, terwijl ’s avonds aan de verdere festiviteit ruim 300 personen deelnamen. Van de gebouwen op de Oude Stadsgracht en op den “Klokkenberg”, behoorende tot deze school, wapperde de vaderlandsche driekleur met den Oranjewimpel.” (PGNC 8/5/1884)
1887 Klokkenberg Bij de opening 6 Mei schrijft het PGNC: “… De Christelijke normaalschool werd in 1846 in het vorige gebouw op den Klokkenberg geopend, terwijl met den bouw van de nieuwe school, naar de plannen van den heer J.W. Michielsen alhier, in 1886 werd begonnen door den aannemer, den heer Buskens. Voor den fraaien…
Het jaarverslag over 1904:
“De Klokkenberg.
Het 55e verslag van de Chr. Normaalschool “De Klokkenberg” is verschenen, dit jaar, ten gevolge van ziekte, later dan gewoonlijk. De school, destijds gesticht door Van der Brugghen en door Beets tot aan zijn dood meegedragen en gesteund, blijft onafgebroken aanspraak maken op de belangstelling van velen. In de lange lijst van meer dan 400 mannen die aan deze inrichting worden opgeleid, treft men tal van namen aan, die in ons een goeden klank hebben, o.a. dr. Raabe, dr. Mansvelt (oud-superintendent van onderwijs in Z. Afr.). de heeren H. Lauer. H. v. Eck, oud-directeur van het telegraafkantoor te Amsterdam. Ook tengevolge van zeer aanzienlijke uitbreiding der gebouwen is de financieele toestand niet van dien aard, dat steun overbodig zou zijn. De directie der school bestaat uit de heeren prof. dr. J.H. Gunning, oud-hoogleraar; ds. A. Pijnacker Hordijk, jhr. mr. C.C.G. de Pesters, M. Crommelin, prof. dr. P.D. Chantepie de la Saussaye, ds. J.D. Looijen. ” (PGNC 20/9/1904)
Na afbraak van de school kwam op deze plaats nieuwbouwwoningen. Een mooie foto uit 1985 is te zien op F62196 RAN.
Bij het wandelen door de Benedenstad loop ik graag door de Klokkenberg. Het is fantastisch om te zien hoe de bewoners hun oorspronkelijke stenige omgeving groen hebben gemaakt.














Dit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een…
In 1858/1859 laat Franciscus Johannes (Frans) Hallo Bat-Ouwe-Zate bouwen, welke al binnen 7 maanden gereed is. In de volksmond krijgt het al gauw de naam “Kasteel Hallo”. Hij zal er zelf maar een korte periode wonen. Het kasteel werd vervolgens vooral bekend door de geliefde “Zusters van Hallo”.
De Waalkade was eeuwenlang vol bedrijvigheid. Vervoer over water was een van de belangrijkste transportmiddelen. Aan de Waalkade en de…