
OVER
Architect Frank A. Ludewig
(Beverwijk, 22 oktober 1863 –
Grand Rapids (Michigan), 16 september 1940)
Architect Ludewig
Deze pagina verzamelt werken van architect Frank A. Ludewig en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Verbouwing Raadhuis Beek
1904/1905 Rijksstraatweg 139-141 Beek
Ludewig ontwierp de verbouwing van het Raadhuis van Beek in 1904/1905.
Dit gebouw is in “eclectische vorm” gebouwd in 1867-’68, waarschijnlijk naar ontwerp van J.P.W. Bieling.
In 1994/1995 vond een vergroting plaats naar ontwerp van K. Brand.
Bron: https://www.dbnl.org/tekst/sten009monu05_01/sten009monu05_01_0028.php
Verbouwing Bartholomeuskerk Beek
Nieuwe Holleweg 2 Beek
“Het kerkje te Beek.
Toen ik, na lange afwezigheid, den hollen weg van Berg-en-Dal naar Beek afwandelde, was ik verrast de kleine protestanten kerk in haar nieuw, of juister, in haar oud, origineel kleed weer te vinden. HO meenigmaal had ik de witkalk betreurd, die er schillerig op lag, hoe leelijk was die armzaalige costerie er tegen aangeplakt, hoe als vergeten zag het geheel er uit, alsof jaren lang niemand zich ooit bekommerd had over het uiterlijk van het kleine gebouw, dat met eenige belangstelling tot zulk een aantrekkelijk geheel zou kunnen worden gemaakt.
En gekomen, op een helderen winterdag, langs de kromming van den weg daar stond voor mijn oogen kleurig en vriendelijk mijn oogen kleurig en vriendelijk mijn vroeger zoo verwaarloosd kerkje. Mooi was de fijn-grijze tufsteen van den ouden, eerwaardigen toren, een kleine romaansche poortingang had de leelijke deur vervangen. De zandsteenen pilaren, even versierd van kapiteel, de eikenhouten deur met knopspijkers, het was een geheel, dat onmiddellijk dien eigenaardigen niet te beschrijven indruk geeft van gemoedelijke intimiteit, gemend met eenvoud en ernst. Ook de kerk zelf was ontdaan van witkalk; de oude steenen, van een pittig rood, waren tevoorschijn gekomen en verdwenen was het leelijk aanhangsel, het was vervangen door een kleinen uitbouw, insgelijks van oude steenen opgetrokken, die dienst zou doen als consistoriekamer en den vorm had van een koor. Verheugd ging ik het hek van het kleine gebouw, dat zulk een aardig silhouet had gekregen, overaal was het bevallig van lijn en kleur. Hoe zou, als de lente, de zomer kwam, geheel frisch en fleurig staan tusschen het groen. Nu de boomen kaal waren zag men overal als achtergrond nieuwe gebouwen, die aan het dichterlijke van het oude kerkje afbreuk deden. Wat zou men graag dit vriendelijk bedehuis zien op kleinen Brink, rondom lage woninkjes, onder oude boomen. Maar het dorpje Beek is nu eenmaal voor een groot deel slechts langs een langen straatweg gebouwd en dat in aanmerking genomen, heeft toch het kerkje op Kleinenheuvel een mooi plekje en kan men er zich denken geïsoleerd van het banale aldagsleven.
Binnengekomen, was ook daar veel wat stoorde door beter vervangen. De vroegere zoldering is verdwenen en een éenkleurig tongewelf in haar plaats gekomen. Een lichtkroon met romaansche motieven in ijzerconstructie vervangt de lelijke lampen. Waarlijk, in al haar innigen eenvoud ging een ernstige stemming uit van de kleine ruimte, het zachtzilveren winterlicht viel zoo stil door de kleine vensters met in lood gevatte ruitjes.
Ook de consistoriekamer, met hare eenvoudige eikenhouten deuren naar oude constructie, doet aangenaam aan. De zandsteenen Schouw, zeer eenvoudig versierd, romaansch van stijl, is bijzonder goed geslaagd, rustig van lijn en goed van verhouding. Jammer, dat de modieuse tegels als per abuis er in zijn gemetseld, waren deze eenvoudig wit, dan zou niets het kleine vertrek ontsieren.
Inderdaad, de architect, de heer Ludewig, heeft de wijze van restaureeren goed ingezien, hij heeft eerbied getoond voor het bestaande en wist, dat de minste afwijking van strikten eenvoud het geheele kerkje zou hebben kunnen schaden.
Wanneer jonge klimopranken buiten langs de muren zullen opkruipen, het gras fluweelig zal uitspruiten rondom het kleine gebouw, welk een feest van sterk rood bij sterk groen zal dat zijn. Wel komt men den her L. een woord van waardeering toe, die, door deze goed begrepen en gelukkig geslaagde verbouwing, Beek een stemmingsvol, vriendelijk en harmonieus klein gebouw heeft rijker gemaakt.” (PGNC 12/12/1909)
Herenhuizen
Rond 1910, Prins Bernardstraat 2 t/m 8

Rijksmonument
De herenhuizen zijn een Rijksmonument met als waardering (zie tevens voor een uitgebreide beschrijving:
“Rijtje HERENHUIZEN met HEKKEN uit ca. 1910.
– Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld in opzet en detaillering van een rij herenhuizen met stijlinvloeden van de Hollandse neorenaissance. Het object valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals het gevarieerde materiaalgebruik, de rijke en afwisselende ornamentiek. De interieurs zijn in hoofdlijnen goed bewaard gebleven (nummer 8 is niet bezocht). Het rijtje herenhuizen is een representatief werk van architect F. Ludewig.
– Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de als stadsbeeld beschermde zogenaamde “19de eeuwse gordel” van Nijmegen. Karakteristieke elementen van deze stadsuitleg (1880-1920), zoals aaneengesloten gevelwanden met afwisselend erkers, balkons, topgevels, dakkapellen en voortuinen met hekwerken, zijn ook bij onderhavige rij van vier herenhuizen aanwezig.”
Herbouw kasteel Wijchen
Kasteelselaan Wijchen

“Naar wij vernemen zal het Kasteel te Wijchen, dat eenigen tijd geleden afbrandde, door de eigenares, Mevrouw de Douarière Andringa de Kempenaer, worden herbouwd volgens de plannen van den architect F. Ludewig, alhier.” (PGNC 29/8/1907)
Abonneren
Meld je aan en ontvang nieuwe berichten in jouw email!





